Amendementstekst
Versie f3debb37824bb242 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 33 597Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en een aantal andere wetten in verband met de dualisering van het gemeente- en provinciebestuur en de invoering van een bedrijfsvoeringsorganisatie met rechtspersoonlijkheid, alsmede regeling van diverse andere onderwerpen Nr. 16 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID SCHOUW TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 13 Ontvangen 24 maart 2014 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: IIn artikel I komt onderdeel M als volgt te luiden: MArtikel 17 wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de huidige tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst. 2. In het eerste lid (nieuw) wordt na «het openbaar lichaam» ingevoegd: of de bedrijfsvoeringsorganisatie. 3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 2. De regeling houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop ten minste eenmaal per jaar aan de raden van de deelnemende gemeenten door het bestuur van het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan een verslag wordt overgelegd omtrent de kosteneffectiviteit, de activiteiten rondom het bevorderen van de integriteit van het bestuur en de betrokkenheid van de raden. IINa onderdeel M wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: MaNa artikel 17 wordt een artikel ingevoegd, luidende: kst-33597-16ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 597, nr. 161
Artikel 17a Een regeling wordt, uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding en vervolgens telkens na vijf jaar, door de raden van de deelnemende gemeenten geëvalueerd in een evaluatiedebat. Toelichting Met dit amendement wordt geregeld dat over een regeling na inwer-kingtreding elk jaar verslag wordt gedaan aan de deelnemers. Dit doet niets af aan de al bestaande individuele inlichtingenplicht van de vertegenwoordiger van de gemeente (of provincie of waterschap) in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Het beoogt enkel de externe verantwoordingsrelatie te versterken. Het doel van de jaarlijkse rapporta-geplicht en het vijfjaarlijks evaluatiedebat – waarin dit amendement tevens voorziet – is een natuurlijk evaluatiemoment te bieden om te bezien in hoeverre het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan nog voldoet aan eisen van nut en noodzaak, zich richt op de kerndoelen, kosten effectief is en in welke mate de deelnemers betrokken zijn. De kosteneffectiviteit ziet met name op het financieel beheer en de mate waarin de gepercipieerde reductie van kosten ook daadwerkelijk plaatsvindt door de samenwerking. In het verslag staat voor wat betreft de integriteit van het bestuur hoe dit geborgd wordt, bijvoorbeeld aan de hand van een integriteitsstatuut, vermelding van aanwezigheid van de leden van het bestuur of controle door een rekenkamer(commissie). Eens in de vijf jaar vindt evaluatie van de regeling plaats door de deelnemende gemeenteraden (of door de deelnemende provinciale staten of door de algemene besturen van de waterschappen), waarbij de jaarlijkse verslagen als basis kunnen dienen. Indien gewenst door de deelnemende raden kan evaluatie uiteraard ook vaker dan eens in de vijf jaar plaatsvinden. SchouwTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 597, nr. 162
Eerdere bronversies
18 okt 2026 · 94e11bc7074010be
18 okt 2026 · 14ae915e2eb58e50
17 okt 2026 · 3746208a1342386b
17 okt 2026 · 62bc452a9b4c1c82
16 okt 2026 · ff049eb4dc079572