Stemming uitgesteld.
10 feb 2026
Bij dit besluit zijn geen stemmingen vastgelegd. De uitslag per fractie is onbekend.
10 feb 2026
Bij dit besluit zijn geen stemmingen vastgelegd. De uitslag per fractie is onbekend.
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 748Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001om werkelijke inkomsten uit bezittingen enschulden in box 3 te belasten (Wet werkelijkrendement box 3)Nr. 32 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID HOOGEVEEN TERVERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 8Ontvangen 4 februari 2026 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:IAan artikel I, onderdeel B, wordt een subonderdeel toegevoegd,luidende:3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:8. Op verzoek van de gezamenlijke belanghebbenden wordt als teconserveren inkomen aangemerkt het vervreemdingsvoordeel uit sparenen beleggen wegens een overgang krachtens huwelijksvermogensrechtop een niet in Nederland wonende verkrijger of wegens een verdeling vaneen huwelijksgemeenschap naar een zodanige verkrijger binnen tweejaren na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap, indien deverkregen in het buitenland gelegen onroerende zaak, het verkregen deelvan een in het buitenland gelegen onroerende zaak of het verkregenaandeel in of winstbewijs van een startende onderneming geen deeluitmaakt van het vermogen van een voor zijn rekening gedrevenNederlandse onderneming als bedoeld in artikel 7.2 en niet tot hetresultaat van een werkzaamheid in Nederland van hem behoort.IIIn artikel I, onderdeel R, wordt aan het voorgestelde artikel 5.23 een lidtoegevoegd, luidende:3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteldmet betrekking tot de omvang van de verkrijgingsprijs en het verminderenvan belastingaanslagen ter zake van geconserveerd inkomen wegensvervreemdingsvoordeel uit sparen en beleggen voor situaties waarin eenniet in Nederland wonende verkrijger als bedoeld in artikel 2.8, achtste lid,huwt met een persoon die in Nederland woont of situaties waarin de inhet buitenland gelegen onroerende zaak, het deel van een in hetbuitenland gelegen onroerende zaak of het aandeel in of winstbewijs van kst-36748-32ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 748, nr. 321 een startende onderneming krachtens een verdeling van een huwelijksge-meenschap weer terechtkomt bij een verkrijger die in Nederland woont.IIIIn artikel I, onderdeel R, wordt aan het voorgestelde artikel 5.24 een lidtoegevoegd, luidende:5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteldmet betrekking tot de omvang van de verkrijgingsprijs en het verminderenvan belastingaanslagen ter zake van geconserveerd inkomen wegensvervreemdingsvoordeel uit sparen en beleggen voor situaties waarin eenniet in Nederland wonende verkrijger als bedoeld in artikel 2.8, achtste lid,in Nederland gaat wonen.IVIn artikel I, onderdeel R, worden na het voorgestelde artikel 5.31 tweeartikelen ingevoegd, luidende:Artikel 5.31a. Uitzondering bij overgang krachtens huwelijksver-mogensrecht en verdeling huwelijksgemeenschap anders dandoor overlijden 1. De overgang krachtens huwelijksvermogensrecht alsmede deverdeling van een huwelijksgemeenschap binnen twee jaren na deontbinding van de huwelijksgemeenschap anders dan door overlijdenwordt niet als vervreemding aangemerkt, mits de verkrijger binnenlandsbelastingplichtige is en de verkregen onroerende zaak, het verkregen deelvan een onroerende zaak of het verkregen aandeel in of winstbewijs vaneen startende onderneming geen deel uitmaakt van het vermogen vaneen voor zijn rekening gedreven onderneming en niet tot het resultaat uiteen werkzaamheid van hem behoort. De eerste zin is van overeenkom-stige toepassing op de niet in Nederland wonende verkrijger, indien deverkregen onroerende zaak in Nederland is gelegen of indien hetverkregen deel onderdeel is van een onroerende zaak die in Nederland isgelegen.2. Het eerste lid vindt geen toepassing indien de beide echtgenoten ofgewezen echtgenoten hier gezamenlijk voor kiezen. De keuze wordtgemaakt bij de aangifte of aangiften waarin het aldus ontstane vervreem-dingsvoordeel is begrepen.Artikel 5.31b. Doorschuiving verkrijgingsprijs bij overgangkrachtens huwelijksvermogensrecht en verdeling huwelijksge-meenschap 1. Indien bij de overgang krachtens huwelijksvermogensrecht doortoepassing van artikel 5.31a, eerste lid, geen sprake is van eenvervreemding, geldt als verkrijgingsprijs de verkrijgingsprijs die gold voordegene van wiens zijde de onroerende zaak, het deel van de onroerendezaak of het aandeel in of winstbewijs van een startende onderneming inde huwelijksgemeenschap is gevallen.2. Indien bij de verdeling van een huwelijksgemeenschap doortoepassing van artikel 5.31a, eerste lid, geen sprake is van eenvervreemding en bij het ontstaan van deze huwelijksgemeenschap terzake van de daartoe behorende onroerende zaak, het daartoe behorendedeel van een onroerende zaak of het daartoe behorende aandeel in ofwinstbewijs van een startende onderneming dat lid niet is toegepast,geldt als verkrijgingsprijs de verkrijgingsprijs die gold voor degene vanwie in het kader van de verdeling is verkregen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 748, nr. 322 3. Indien bij de verdeling van een huwelijksgemeenschap doortoepassing van artikel 5.31a, eerste lid, geen sprake is van eenvervreemding en bij het ontstaan van die huwelijksgemeenschap ter zakevan de daartoe behorende onroerende zaak, het daartoe behorende deelvan een onroerende zaak of het daartoe behorende aandeel in ofwinstbewijs van een startende onderneming dat lid ook is toegepast, geldtals verkrijgingsprijs de verkrijgingsprijs die gold voor degene van wienszijde de onroerende zaak, het deel van de onroerende zaak, het aandeel ineen startende onderneming, onderscheidenlijk het winstbewijs van eenstartende onderneming, in de huwelijksgemeenschap is gevallen.VIn artikel I, onderdeel R, wordt het in het voorgestelde artikel 5.40opgenomen bedrag met 15 euro verlaagd.Toelichting Met dit amendement wordt het wetsvoorstel aangepast door inhoofdstuk 5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 een nieuwe regeling opte nemen waarin wordt bepaald dat de toedeling van (een deel van) eenonroerende zaak of van een aandeel in of winstbewijs van een startendeonderneming die tot het box-3-vermogen behoort bij scheiding, dan welbij het aangaan of wijzigen van een huwelijksgemeenschap of geregis-treerd partnerschap, niet wordt aangemerkt als een realisatiemoment.Daarbij wordt geregeld dat de belastingplichtige aan wie het vermogens-bestanddeel wordt toegedeeld voor de toepassing van box 3 in de plaatstreedt van de andere belastingplichtige. De overige bepalingen van box 3blijven ongewijzigd. De voorgestelde wettekst is in lijn met de artikelen2.8, vierde lid, 4.17, 4.21, vijfde lid, onderdelen a en d, 4.25, zesde lid, 4.38en 4.39 Wet IB 2001, waarin een vergelijkbare regeling voor box 2 isopgenomen. Voor niet in Nederland wonende verkrijgers is doorschuivingin beginsel niet mogelijk. Daarom is in het amendement, in lijn met devergelijkbare regeling voor box 2,1 voor niet in Nederland wonendeverkrijgers in plaats van een doorschuifregeling geregeld dat op verzoekeen conserverende aanslag wordt opgelegd. Bij in Nederland gelegenonroerende zaken behoudt Nederland het heffingsrecht ook ten aanzienvan niet in Nederland wonende verkrijgers, daarom is voor die situatie indit amendement wel een doorschuifregeling opgenomen.Dit amendement voorkomt dat belastingplichtigen bij huwelijksvermo-gensrechtelijke overgangen, zoals huwen en scheiden, worden geconfron-teerd met heffingen, zorgt voor heffing bij realisatie en vergroot desystematische consistentie van het belastingstelsel. De budgettairederving wordt ingevuld door een lichte beperking van het heffingsvrijeresultaat (zie tabel). Zodra de doorschuifregeling geen budgettair effectmeer heeft komt in 2046 de verlaging te vervallen.budgettair in mln. €202820292030203120322033struc(in 2046)Budgettair effect echtscheiding– 3– 5– 8– 11– 13– 160Budgettair effect huwelijken00– 1– 1– 1– 10verlagen HVI naar 1785 (dekking)10101010101010Totaal budgettair effectamendement741– 1– 4– 710 Hoogeveen1Zie artikel 2.8, vierde lid, Wet IB 2001.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 748, nr. 323
Gewijzigd amendement van het lid Hoogeveen ter vervanging van nr. 8 over een doorschuiffaciliteit bij een overgang krachtens huwelijksvermogensrecht en verdeling huwelijksgemeenschap anders dan door overlijden
Gewijzigd amendement van het lid Hoogeveen ter vervanging van nr. 8 over een doorschuiffaciliteit bij een overgang krachtens huwelijksvermogensrecht en verdeling huwelijksgemeenschap anders dan door overlijden
Nader gewijzigd amendement van het lid Hoogeveen ter vervanging van nr. 32 over een doorschuiffaciliteit bij een overgang krachtens huwelijksvermogensrecht en verdeling huwelijksgemeenschap anders dan door overlijden
Gewijzigd amendement van het lid Hoogeveen ter vervanging van nr. 8 over een doorschuiffaciliteit bij een overgang krachtens huwelijksvermogensrecht en verdeling huwelijksgemeenschap anders dan door overlijden
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.