AmendementVerworpenKabinet: niet beschikbaar bij gewijzigde moties en/of amendementen
Gewijzigd amendement van de leden Leijten en Van Gerven ter vervanging van nr. 10 over vaststelling van het boetemaximum op basis van de Warenwet op 10% van de jaaromzet in het boekjaar voorafgaande aan overtreding.
9 apr 2015 · Tweede Kamer · Dossier 33775 · Wijziging van de Warenwet in verband met het verhogen van het maximum bedrag van de bestuurlijke boete en enkele andere wijzigingen waaronder regels inzake het aanprijzen van het aanbrengen van een tatoeage of piercing en wijziging van de Warenwet BES in verband met het eenduidig regelen van de bevoegdheden van de toezichthouders en de eilandbesturen
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2014–2015 33 775Wijziging van de Warenwet in verband met het verhogen van het maximum bedrag van de bestuurlijke boete en enkele andere wijzigingen waaronder regels inzake het aanprijzen van het aanbrengen van een tatoeage of piercing en wijziging van de Warenwet BES in verband met het eenduidig regelen van de bevoegdheden van de toezichthouders en de eilandbesturen Nr. 14 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN LEIJTEN EN VAN GERVEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 10 Ontvangen 9 april 2015 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: In artikel I, onderdeel S, wordt in onderdeel 2 de zinsnede «het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht» vervangen door: tien procent van de jaaromzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de overtreding. Toelichting Dit amendement strekt ertoe het maximum voor bestuurlijke boetes op basis van de Warenwet, vast te stellen op 10% van de jaaromzet in het boekjaar voorafgaande aan overtreding, in plaats van het in het wetsvoorstel voorgestelde boetebedrag van € 81.000 (vijfde categorie, artikel 23, vierde lid, Sr). Indieners achten dit wenselijk omdat dit in lijn is met het Wetboek van Strafrecht, artikel 23 lid 7. Ook in het bestuursrecht bestaat een boete-plafond van 10% van de omzet: Het College Bescherming Persoonsge-gevens mag een boete opleggen van 10% van de omzet. Dit is geregeld in het recent behandelde wetsvoorstel onder Kamerstuknummer 33 662. Indieners repareren hiermee het ongewenst effect van het boeteplafond van het voorliggende wetsvoorstel, dat grotere bedrijven ten opzichte van de kleinere bedrijven relatief worden ontzien en het preventief effect van een boete voor grotere bedrijven kleiner wordt. Een vast bedrag van 81.000 euro is immers relatief zwaarder voor een klein bedrijf dan voor een groot bedrijf. LeijtenVan Gerven kst-33775-14ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2015Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 33 775, nr. 14
9 apr 2015Amendement ingediendGewijzigd amendement van de leden Leijten en Van Gerven ter vervanging van nr. 10 over vaststelling van het boetemaximum op basis van de Warenwet op 10% van de jaaromzet in het boekjaar voorafgaande aan overtreding.Bron ↗
14 apr 2015Stemming uitgesteld.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
21 apr 2015Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
Gewijzigd amendement van de leden Leijten en Van Gerven ter vervanging van nr. 10 over vaststelling van het boetemaximum op basis van de Warenwet op 10% van de jaaromzet in het boekjaar voorafgaande aan overtreding.
Gewijzigd amendement van de leden Leijten en Van Gerven ter vervanging van nr. 10 over vaststelling van het boetemaximum op basis van de Warenwet op 10% van de jaaromzet in het boekjaar voorafgaande aan overtreding.
Gewijzigd amendement van de leden Leijten en Van Gerven ter vervanging van nr. 10 over vaststelling van het boetemaximum op basis van de Warenwet op 10% van de jaaromzet in het boekjaar voorafgaande aan overtreding.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.