Amendementstekst
Versie 0951ed6a1b41f096 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2026–202736 835Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 vanhet Europees Parlement en de Raad van 13 juni2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EUinzake de voorkoming en bestrijding vanmensenhandel en de bescherming vanslachtoffers daarvan (Implementatiewetherziene Europese richtlijn mensenhandel)Nr. 30 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN FABER ENDIEDERIK VAN DIJK TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKTONDER NR. 27Ontvangen 5 oktober 2026 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:IArtikel I, onderdeel A, wordt als volgt gewijzigd:1. Voor de tekst wordt de aanduiding «2.» geplaatst en in de tekst wordt«artikel 273f, tweede lid,» vervangen door «het tweede lid».2. Voor onderdeel 2 (nieuw) worden een aanhef en een onderdeelingevoegd, luidende:Artikel 273f wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:a. In subonderdeel 1 wordt «met het oogmerk van uitbuiting van dieander of de verwijdering van diens organen» vervangen door «met hetopzet die ander uit te buiten of diens organen te verwijderen».b. In subonderdeel 2 wordt «met het oogmerk van uitbuiting van dieander of de verwijdering van diens organen» vervangen door «met hetopzet die ander uit te buiten of diens organen te verwijderen».c. In subonderdeel 3 wordt «oogmerk» vervangen door «opzet».IIArtikel II, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde artikel I wordt voor de tekst de onderdeelsaan-duiding «B» geplaatst. kst-36835-30ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 36 835, nr. 301
2. In onderdeel B (nieuw), aanhef, vervalt «van het Wetboek vanStrafrecht».3. Voor onderdeel B (nieuw) worden een aanhef en een onderdeelingevoegd, luidende:Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 273f wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «met het oogmerk van uitbuiting van diepersoon» vervangen door «met het opzet die persoon uit te buiten».2. In het tweede lid wordt «met het oogmerk van uitbuiting van datkind» vervangen door «met het opzet dat kind uit te buiten».3. In het zesde lid wordt «Van oogmerk van uitbuiting van een kind»vervangen door «Van opzet op het uitbuiten van een kind».4. In het achtste lid wordt «oogmerk» vervangen door «opzet».4. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: CIn artikel 273h, eerste lid, onderdelen a en c, wordt «met het oogmerkvan uitbuiting van een persoon» telkens vervangen door «met het opzeteen persoon uit te buiten».IIIArtikel II, onderdeel b, wordt als volgt gewijzigd:1. Voor de tekst wordt de aanduiding «2.» geplaatst.2. Voor onderdeel 2 (nieuw) wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:1. Het met onderdeel C voorgestelde artikel 273f wordt als volgtgewijzigd:a. In het eerste lid wordt «met het oogmerk van uitbuiting van diepersoon» vervangen door «met het opzet die persoon uit te buiten».b. In het tweede lid wordt «met het oogmerk van uitbuiting van datkind» vervangen door «met het opzet dat kind uit te buiten».c. In het zesde lid wordt «Van oogmerk van uitbuiting van een kind»vervangen door «Van opzet op het uitbuiten van een kind».d. In het achtste lid wordt «oogmerk» vervangen door «opzet».3. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:3. In het met onderdeel F voorgestelde artikel 273h, eerste lid, wordt«met het oogmerk van uitbuiting van een persoon» telkens vervangendoor «met het opzet een persoon uit te buiten».IVAan artikel III wordt toegevoegd «, dat voor de verschillende onderdelenverschillend kan worden vastgesteld».Tweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 36 835, nr. 302
Toelichting Geen enkele vorm van criminaliteit druist zo in tegen de lichamelijkeintegriteit en de vrijheid van ieder mens als mensenhandel. Het heeftprioriteit om elke vorm van mensenhandel te voorkomen en/of tebestrijden. Het is volgens indieners onwenselijk dat veroordeling voor eenvan de verschillende vormen van mensenhandel onnodig wordt gecom-pliceerd door de bestanddelen die volgen uit de wettekst.Voor veroordeling van mensenhandel is in de huidige wettekst dehoogste gradatie van opzet opgenomen, namelijk; het oogmerk vanuitbuiting. Daarvoor is vereist dat het handelen van de verdachte, naar hijmoet hebben beseft, als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolgmeebracht dat de ander door hem werd of zou kunnen worden uitgebuit(zie hiervoor o.a. ECLI:NL:PHR:2025:57 r.o. 4.3). Hierdoor kan het risicoontstaan dat een mensenhandelaar zijn straf ontloopt. Daarom kiezen deindieners voor voorwaardelijk opzet, om de drempel tot veroordeling vooreen gruwelijk misdrijf, als mensenhandel, te verlagen.Hiertoe wordt het bestanddeel «oogmerk» in relatie tot (seksuele)uitbuiting en orgaanverkrijging geschrapt. In plaats daarvan wordt in dewettekst opgenomen dat de aldaar genoemde gedragingen opzettelijkmoeten zijn begaan, in welk verband voor het vaststellen van die opzetvoldoende is dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kansheeft aanvaard dat dit zou (kunnen) resulteren in (seksuele) uitbuiting oforgaanverkrijging van het slachtoffer.FaberDiederik van DijkTweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 36 835, nr. 303
Eerdere bronversies
18 okt 2026 · 4c5c9069e9ce204c
18 okt 2026 · 91954b4e9a77961a
17 okt 2026 · 21e804f0fe10eb30
16 okt 2026 · c158ae90714b7f5b