KamerkringInloggen
AmendementVerworpenKabinet: ontraden

Amendement van de leden Mutluer en Van Nispen over herstelvoorzieningen bij jeugdige verdachten

7 feb 2025 · Tweede Kamer · Dossier 36327 · Vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Wetboek van Strafvordering)

Besluiten en stemmingen

Verworpen.

25 mrt 2025 · Stemming per fractie · Verworpen

Verworpen: 41 zetels voor en 109 tegen; 76 nodig voor een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Stemmen per fractie
FractieStemZetelsOpmerking
DENKVoor3—
Socialistische Partij (SP)Voor5—
GroenLinks-PvdAVoor25—
VoltVoor2—
Forum voor Democratie (FVD)Voor3—
Partij voor de Dieren (PvdD)Voor3—
Christen-Democratisch Appèl (CDA)Tegen5—
JA21Tegen1—
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD)Tegen24—
BoerBurgerBeweging (BBB)Tegen7—
Partij voor de Vrijheid (PVV)Tegen37—
Democraten 66 (D66)Tegen9—
ChristenUnieTegen3—
Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)Tegen3—
Nieuw Sociaal ContractTegen20—

Motiedocumenten

Amendementstekst

Versie e2eda28410d33a99 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 327Vaststelling van het nieuwe Wetboek vanStrafvordering (Wetboek van Strafvordering)Nr. 37 AMENDEMENT VAN DE LEDEN MUTLUER EN VAN NISPENOntvangen 7 februari 2025 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:Na paragraaf 1.1.2.3 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:§ 1.1.2.3a Herstelvoorzieningen Artikel 6.1.16a 1. De raad voor de kinderbescherming onderzoekt, alvorens de officiervan justitie een besluit neemt over de vervolging van de verdachte, of ergronden zijn om prioriteit te geven aan de inzet van mediation of eenherstelconferentie. De raad voor de kinderbescherming adviseert deofficier van justitie omtrent de inzet van mediation of een herstelconfe-rentie.2. De officier van justitie of de rechter onderzoekt ambtshalve ofmediation of een herstelconferentie mogelijk is. De door het mediation-bureau voor de zaak aangestelde mediator onderzoekt of mediation danwel een herstelconferentie de meest passende herstelrechtvoorziening is.3. Een geslaagde mediation of herstelconferentie leidt op het niveau vanhet openbaar ministerie tot een al dan niet voorwaardelijk sepot en op hetniveau van de rechter tot een al dan niet voorwaardelijke beëindiging vande zaak, tenzij daarmee niet kan worden volstaan gelet op de ernst van hetfeit, de persoon van de verdachte of de omstandigheden waaronder hetfeit is begaan. Het openbaar ministerie dan wel de rechter geeft in hetbijzonder de redenen op die tot de beslissing hebben geleid.4. In het geval van een geslaagde mediation of herstelconferentie kanuitsluitend een vrijheidsbenemende sanctie worden opgelegd, indien ditvoorafgegaan wordt door een advies van de raad voor de kinderbe-scherming. De rechter geeft in het vonnis in het bijzonder de redenen opdie tot deze beslissing hebben geleid.5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing, indien ingevolgeartikel 77c van het Wetboek van Strafrecht het jeugdstrafrecht wordttoegepast op adolescente verdachten in de leeftijd van achttien totdrieëntwintig jaren. kst-36327-37ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 327, nr. 371 6. Dit artikel is niet van toepassing indien ingevolge artikel 77b van hetWetboek van Strafrecht het volwassenenstrafrecht wordt toegepast opjeugdige verdachten in de leeftijd van zestien tot achttien jaren.Toelichting Dit amendement beoogt specifieke regels vast te leggen met betrekkingtot herstelrechtvoorzieningen voor minderjarige verdachten. Meer nogdan in het geval van volwassen verdachten heeft het de voorkeur om dezevoorzieningen bij minderjarigen toe te passen. Bij minderjarigeverdachten gelden de in het kinderrechtenverdrag neergelegde uitgangs-punten zoals het pedagogische uitgangspunt, het mogen en kunnen lerenvan fouten, de vooropstelling van het belang van het kind en het recht opparticipatie van de jongere in zaken die hem aangaan, waarbij rekeningwordt gehouden met diens zich ontwikkelende vermogens. In Nederlandheeft het jeugdstraf- en strafprocesrecht dan ook een pedagogischkarakter met het voorkomen van recidive als algemeen uitgangspunt. Ditbetekent dat voor jeugdige verdachten «zoveel mogelijk interventiesworden ingezet gericht op een positieve gedragsbeïnvloeding van dejeugdige [...] Beslissingen en handelingen richting de jeugdige verdachte,waaronder de toepassing van sancties en maatregelen, zijn er op gerichtde ontwikkeling van deze jongere te stimuleren, de jongere te herop-voeden, te resocialiseren en te weerhouden van een verdere criminelecarrière».1Om dit te stimuleren wordt het volgende voorgesteld:De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) adviseert in zijn rol vanonderzoeker van het kind in strafzaken omtrent de inzet van herstelrecht-voorzieningen. Dit advies dient zo vroeg als mogelijk, nog voor debeslissing van het Openbaar Ministerie (het OM) over de vervolging, teworden afgegeven. Indien het OM in afwijking van een advies van deRvdK om de voorkeur aan een herstelrechtvoorziening te geven tochbeslist om tot vervolging over te gaan, dient het OM dit te motiveren.Daarnaast krijgen de officier van Justitie en de rechter de bevoegdheidom zelf ambtshalve te onderzoeken of mediation of een herstelconferentiemogelijk is. De door het mediationbureau voor de zaak aangesteldemediator onderzoekt dan wat de beste passende herstelrechtvoorzieningis.In het geval mediation of herstelconferentie slaagt, hetgeen moetblijken uit een vaststellingsovereenkomst, moet het uitgangspunt wordendat het OM de zaak, al dan niet voorwaardelijk, seponeert dan wel dat derechter, al dan niet voorwaardelijk, overgaat tot beëindiging van de zaak.Dit uitgangspunt kan verlaten worden in het geval de officier respectie-velijk de rechter van mening is dat gezien de ernst van het strafbare feit,de persoon van de verdachte of de omstandigheden waaronder het feit isbegaan sepot of zaaksbeëinding onvoldoende sanctionerend zijn. In datgeval is vervolging of bestraffing aangewezen. Daarmee blijft deuiteindelijke beslissing over vervolging of bestraffing bij respectievelijkhet OM en de rechter. Het OM dan wel de rechter geven in het geval zijniet tot sepot of zaaksbeëindiging overgaan expliciet aan waarom zij totdie beslissing zijn gekomen.In het bijzonder bij jeugdige verdachten dient op basis van interna-tionale verdragen en bindende Europese richtlijnen terughoudend teworden omgegaan met het opleggen van vrijheidsbenemende straffen.Daarom is er voor gekozen dat voor het opleggen van een vrijheidsbene-mende sanctie bij een minderjarige verdachte eerst advies daaromtrentdient te worden gevraagd aan de raad voor de kinderbescherming. De1(OM-Richtlijn en kader voor strafvordering jeugd en adolescenten).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 327, nr. 372 rechter geeft in het vonnis de redenen op die tot het opleggen van eenvrijheidsstraf hebben geleid.De bovenstaande specifiek voor minderjarige verdachten bedoeldebepalingen worden zijn niet van toepassing in het geval voor eenadolescente verdachte van 18–23 jaar oud het jeugdstrafrecht geldt danwel voor de minderjarige verdachte van 16–18 jaar oud het volwassenen-strafrecht.MutluerVan NispenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 327, nr. 373

Eerdere bronversies

18 okt 2026 · 3d95a84313c1a7a9

18 okt 2026 · 99cbb4591554b0bc

17 okt 2026 · f82bacaf456339c3

16 okt 2026 · 5497c25f83c32f12

Wat er gebeurde

  1. 7 feb 2025Amendement ingediendAmendement van de leden Mutluer en Van Nispen over herstelvoorzieningen bij jeugdige verdachtenBron ↗
  2. 25 mrt 2025Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.