KamerkringInloggen
AmendementKabinet: nog niet bekend

Amendement van het lid Ergin over de tegemoetkoming en de aanvullende tegemoetkoming niet rekenen tot de middelen in de zin van de Participatiewet

23 sep 2026 · Tweede Kamer · Dossier 36922 · Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de verstrekking van een aanvullende tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd

Motiedocumenten

Amendementstekst

Versie b5ec2d622548c0b9 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2026–202736 922Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 inverband met de verstrekking van eenaanvullende tegemoetkoming aan studenten dieonder het studievoorschotstelsel hebbengestudeerdNr. 22 AMENDEMENT VAN HET LID ERGINOntvangen 23 september 2026 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:Na artikel I wordt een artikel ingevoegd, luidende:ARTIKEL Ia Aan artikel 31, tweede lid, van de Participatiewet wordt, ondervervanging van de punt aan het slot van onderdeel aa door eenpuntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:bb. de tegemoetkoming en aanvullende tegemoetkoming, bedoeld inartikel 12.30 van de Wet studiefinanciering 2000.Toelichting Met dit amendement wordt geregeld dat de tegemoetkoming en deaanvullende tegemoetkoming voor (oud-)studenten die onder hetleenstelsel hebben gestudeerd niet worden gerekend tot de middelen inde zin van de Participatiewet.De regering wijst er in de memorie van toelichting op dat de uitbetalingvan deze tegemoetkomingen gevolgen kan hebben voor mensen die eenbijstandsuitkering ontvangen. Omdat het vermogen in de Participatiewetop ieder moment relevant is, kan de uitbetaling leiden tot een verlaging ofterugvordering van de bijstandsuitkering. De indiener acht dit onwen-selijk. De tegemoetkomingen zijn bedoeld als financieel gebaar enerkenning voor (oud-)studenten die onder het leenstelsel geen basisbeurshebben ontvangen. Het is niet uitlegbaar wanneer juist bij mensen met delaagste inkomens dit financiële gebaar geheel of gedeeltelijk teniet wordtgedaan doordat de ontvangen tegemoetkoming gevolgen heeft voor hunrecht op bijstand. Daarbij sluit dit amendement aan bij de systematiek vanartikel 31, tweede lid, van de Participatiewet, waarin verschillendetegemoetkomingen en compensaties van het middelenbegrip wordenuitgezonderd. Een voorbeeld daarvan is de compensatie in het kader vande hersteloperatie toeslagen, waarbij is voorkomen dat een door de kst-36922-22ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 36 922, nr. 221 overheid verstrekte compensatie vervolgens via de bijstand weer geheelof gedeeltelijk wordt weggenomen. De indiener acht het onwenselijkwanneer een tegemoetkoming die juist is bedoeld als erkenning voor denadelige gevolgen van het leenstelsel bij mensen in de bijstand feitelijkweer wordt afgeroomd. Met dit amendement wordt daarom wettelijkvastgelegd dat de tegemoetkoming en de aanvullende tegemoetkomingvoor de leenstelselgeneratie buiten beschouwing blijven bij de middelen-toets van de Participatiewet. Daarmee wordt voorkomen dat de financiëleerkenning voor het nadeel van het leenstelsel bij mensen in de bijstandfeitelijk weer wordt afgenomen.ErginTweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 36 922, nr. 222

Eerdere bronversies

18 okt 2026 · 9963263d38c4151a

18 okt 2026 · bbe41dab484b4dc5

18 okt 2026 · a296db3b5f7ae5e6

17 okt 2026 · 71d6880e331faa0f

16 okt 2026 · 7f520a810d7e50bf

Wat er gebeurde

  1. 23 sep 2026Amendement ingediendAmendement van het lid Ergin over de tegemoetkoming en de aanvullende tegemoetkoming niet rekenen tot de middelen in de zin van de ParticipatiewetBron ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.