Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 327Vaststelling van het nieuwe Wetboek vanStrafvordering (Wetboek van Strafvordering)Nr. 48 AMENDEMENT VAN HET LID KOOPSOntvangen 5 maart 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:In artikel 5.3.1, eerste lid, wordt «twee weken» vervangen door «zesweken».Toelichting Met dit amendement beoogt indiener de termijn voor het instellen vanverzet tegen een strafbeschikking te wijzigen van twee weken naar zesweken. De praktijk laat zien dat de termijn van twee weken vaak een tekorte termijn is om een weloverwogen keuze te maken over het al dan nietinstellen van verzet.Deze termijn geeft niet voldoende ruimte om geschikte rechtsbijstand tevinden en gedegen juridisch advies in te winnen van bijvoorbeeld eenadvocaat. Indiener vindt het van groot belang dat mensen die eenstrafbeschikking krijgen een zorgvuldige keuze kunnen maken over hetwel of niet hiertegen opkomen. Een strafbeschikking en het daaraan tengrondslag liggende dossier kan juridisch en feitelijk complex zijn. Degevolgen van het aanvaarden van een strafbeschikking kunnen bovendienzeer groot zijn. Indien een strafbeschikking wordt geaccepteerd, betekentdat dat in rechte vaststaat dat de betrokkene het strafbare feit heeftgepleegd, wat leidt tot een aantekening in de justitiële documentatie, in devolksmond het «strafblad». Dit kan grote negatieve gevolgen hebben voorhet al dan niet krijgen van een Verklaring Omtrent Gedrag en daarmee eenbaan.Het is des te meer van belang dat burgers een zorgvuldige afwegingkunnen maken, nu er steeds meer strafbeschikkingen worden uitge-vaardigd en ook geldt dat dat niet (meer) alleen het geval is bij lichtevergrijpen. In het kader van het kunnen maken van een zorgvuldigeafweging, merkt indiener bovendien op dat, los van wat dit amendementbewerkstelligt, duidelijker aan de ontvanger van de strafbeschikking moet kst-36327-48ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 327, nr. 481
worden gecommuniceerd wat zijn rechten zijn en wat de gevolgen zijnvan het accepteren van de strafbeschikking.Een verlenging van de termijn zou de rechtsgang bovendien nietwezenlijk vertragen. In veel gevallen wordt een strafbeschikking pas nalangere tijd uitgevoerd dan na zes weken en voor gevallen waarin verzet isingesteld geldt ook dat dat doorgaans niet binnen de termijn van zesweken wordt behandeld. Deze voorgestelde verlenging hoeft volgensindiener dan ook geen ingrijpende gevolgen te hebben voor de doorloop-tijden.Om betere rechtsbescherming te bieden in het kader van strafbeschik-kingen, stelt indiener voor om dezelfde termijn aan te houden als in hetbestuursrecht geldt om bezwaar te maken tegen een besluit, namelijk zesweken.KoopsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 327, nr. 482
5 mrt 2025Amendement ingediendAmendement van het lid Koops over het verlengen van de termijn voor het instellen van verzet tegen een strafbeschikking naar zes wekenBron ↗
25 mrt 2025Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗