KamerkringInloggen
AmendementKabinet: niet beschikbaar bij gewijzigde moties en/of amendementen

Gewijzigd amendement van het lid Geurts ter vervanging van nr. 11 over dat tijdelijke verhuur mogelijk blijft voor aangewezen categorieën personen

13 apr 2023 · Tweede Kamer · Dossier 36195 · Voorstel van wet van de leden Nijboer en Grinwis tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek in verband met het afschaffen van tijdelijke huurcontracten (Wet vaste huurcontracten)

Besluiten en stemmingen

Stemming uitgesteld.

18 apr 2023

Bij dit besluit zijn geen stemmingen vastgelegd. De uitslag per fractie is onbekend.

Motiedocumenten

Amendementstekst

Versie e50eb876b9d86c0a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2022–2023 36 195Voorstel van wet van de leden Nijboer en Grinwis tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek in verband met het afschaffen van tijdelijke huurcontracten voor zelfstandige woonruimten (Wet vaste huurcontracten) Nr. 20 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID GEURTS TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 11 Ontvangen 13 april 2023 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: IIn artikel I wordt voor onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende: 0AIn artikel 232, derde lid, wordt «271 lid 4,» vervangen door «271 lid 5,». IIArtikel I, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst en wordt in de tekst «Artikel 271, eerste lid,» vervangen door «Het eerste lid». 2. Voor onderdeel 1 (nieuw) wordt een aanhef ingevoegd, luidende: Artikel 271 wordt als volgt gewijzigd: 3. Er worden vier onderdelen toegevoegd, luidende: 2. Onder vernummering van het tweede tot en met achtste lid tot het derde tot en met negende lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 2. Lid 1 is niet van toepassing op een voor bepaalde tijd voor de duur van twee jaar of korter aangegane huur ingeval van een woonruimte die wordt verhuurd aan personen die deel uitmaken van bij algemene maatregel van bestuur genoemde categorieën van personen. Op deze huurovereenkomsten is artikel 228 lid 1 onverkort van toepassing, mits de verhuurder niet eerder dan drie maanden maar uiterlijk een maand voordat die bepaalde tijd is verstreken, de huurder over de dag waarop die huur verstrijkt schriftelijk informeert. Indien de verhuurder de verplichting, bedoeld in de tweede volzin, niet nakomt, wordt de huurovereenkomst na het verstrijken van de bepaalde tijd, bedoeld in die kst-36195-20ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 195, nr. 201 volzin, voor onbepaalde tijd verlengd. De voor bepaalde tijd aangegane huur, bedoeld in de tweede volzin, kan door de huurder voor het verstrijken van de bepaalde tijd worden opgezegd tegen een voor betaling van de huurprijs overeengekomen dag. Indien na afloop van een voor bepaalde tijd van twee jaar of korter aangegane huur met dezelfde huurder aansluitend opnieuw een huurovereenkomst wordt aangegaan, wordt deze laatste overeenkomst opgevat als een verlenging voor onbepaalde tijd van eerstgenoemde huurovereenkomst. 3. In het zevende lid (nieuw) wordt «lid 3 of lid 5 onder a» vervangen door «lid 4 of lid 6 onder a» en wordt «lid 5 onder b» vervangen door «lid 6 onder b». 4. In het achtste lid (nieuw) wordt «lid 5 onder a» vervangen door «lid 6 onder a» en wordt «lid 5 onder b» vervangen door «lid 6 onder b». 5. Onder vernummering van het negende lid (nieuw) tot het tiende lid wordt na het achtste lid (nieuw) een lid ingevoegd, luidende: 9. Het ontwerp van een krachtens lid 2 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan worden gedaan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens een der Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. IIINa artikel I worden drie artikelen ingevoegd, luidende: ARTIKEL IA In artikel 305 van de Faillissementswet wordt «271, lid 2,» vervangen door «271, lid 3,». ARTIKEL IB De Leegstandwet wordt als volgt gewijzigd: AIn artikel 15, eerste lid, wordt «271 leden 4 tot en met 8,» vervangen door «271 leden 5 tot en met 9,». BArtikel 16 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het zevende lid wordt «het eerste of tweede lid van artikel 271» vervangen door «het eerste of derde lid van artikel 271». 2. In het negende lid wordt «artikel 271, eerste, tweede en derde lid,» vervangen door «artikel 271, eerste, derde en vierde lid,». Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 195, nr. 202 ARTIKEL IC De Woningwet wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 47a vervalt. BIn artikel 55, derde lid, laatste zin, wordt «Artikel 47a, tweede lid, tweede volzin en 48, tweede lid, zijn» vervangen door «Artikel 48, tweede lid, is». Toelichting De indiener van dit amendement is van mening dat tijdelijke huurcon-tracten niet de norm moeten zijn of worden, maar slechts moeten worden toegepast als hiervoor een gerechtvaardigd belang bestaat. Een gerecht-vaardigd belang kan zijn gelegen in het bestaan van tijdelijke omstandig-heden zoals studietijd, zorgafhankelijkheid, landingsplaatsen voor spoedzoekers en wisselwoningen. Op dit moment bestaan er voor toegelaten instellingen maatschappelijk wenselijke uitzonderingen op de vaste huurcontracten. Deze zijn vastgelegd in artikel 22a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (RTIV). De indiener van dit amendement constateert dat met de huidige formulering in het initiatief-wetsvoorstel deze maatschappelijk wenselijke uitzonderingen dreigen te verdwijnen en acht dit onwenselijk. Dit amendement regelt dat tijdelijke verhuur zonder huurbescherming zoals opgenomen in artikel 22a RTIV mogelijk blijft voor de reeds nu voor toegelaten instellingen aangewezen categorieën personen. Tevens regelt dit amendement dat particuliere verhuurders, onder dezelfde voorwaarden als de toegelaten instellingen, de mogelijkheid behouden om deze specifieke tijdelijke contracten aan te bieden. Zodoende wordt gezorgd voor voldoende woonruimte voor huurders in een sociale noodsituatie en huurders die afkomstig zijn uit de maatschappelijk opvang die een urgente huisvestingsbehoefte hebben, buitenlandse studenten en docenten, weeskinderen, huurders die tijdelijke een andere woonruimte moeten betrekken vanwege uitvoering van werkzaamheden, en huurders met wie de toegelaten instellingen een tweede- of laatste kans-huurovereenkomst aangaat, of met wie een tijdelijke huurovereenkomst gecombineerd met begeleiding wordt afgesloten. Indiener is van mening dat de maatschappelijke consequenties van onderhavig besluit, die een grote impact kan hebben op de rechtsbe-scherming van mensen, voorgelegd dient te worden aan het parlement. Dit amendement regelt daarom dat de algemene maatregel van bestuur via een zware voorhangprocedure moet worden voorgelegd aan de Kamers. Daarmee wordt de democratische controle versterkt en de rechtsbescherming van mensen vergroot. In de algemene maatregel van bestuur (AMvB) moet in ieder geval komen te staan dat de categorieën van personen als bedoeld in het voorgestelde artikel 7:271, tweede lid, Burgerlijk Wetboekbestaat uit: • huurders die voor hun werk of studie tijdelijk in een andere gemeente binnen Nederland of afkomstig vanuit het buitenland in Nederland werken of studeren; • huurders die in verband met renovatie of sloop als bedoeld in artikel 7:220 van het Burgerlijk Wetboek gevolgd door vervangende nieuwbouw, hun woonruimte moeten verlaten en tijdelijk andere woonruimte moeten betrekken; Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 195, nr. 203 • huurders die afkomstig zijn uit maatschappelijke opvang als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of huurders in een sociale noodsituatie met een aantoonbaar urgente huisvestingsbe-hoefte; • huurders met wie de toegelaten instelling een tweede of laatste kans-huurovereenkomst aangaat of huurders met wie een tijdelijke huurovereenkomst gecombineerd met begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 wordt afgesloten; en • huurders van wie hun overleden bloedverwant in opgaande lijn in de eerste graad of hun voogd een woongelegenheid van de toegelaten instelling huurde en die op het tijdstip van dat overlijden hun hoofdverblijf in die woongelegenheid hadden. Daarmee kan artikel 47a van de Woningwet vervallen, gelet op het voorgestelde artikel 7:271, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek en de categorieën van personen die worden opgenomen in een onderliggende AMvB. GeurtsTweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 195, nr. 204

Eerdere bronversies

18 okt 2026 · 22cb21b4c3d5e341

18 okt 2026 · d8f5e08f8f61ef33

17 okt 2026 · 907d6546e5bbb3e3

16 okt 2026 · c3640f7c17307232

Wat er gebeurde

  1. 13 apr 2023Amendement ingediendGewijzigd amendement van het lid Geurts ter vervanging van nr. 11 over dat tijdelijke verhuur mogelijk blijft voor aangewezen categorieën personenBron ↗
  2. 18 apr 2023Stemming uitgesteld.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.