Amendement van het lid Inge van Dijk over het met een jaar uitstellen van de pseudo-eindheffing
Motiedocumenten
- Amendement van het lid Inge van Dijk over het met een jaar uitstellen van de pseudo-eindheffing · 25 nov 2025 · Amendement · mogelijke actuele versie
Amendementstekst
Versie 34ada1e487d26c22 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 812Wijziging van enkele belastingwetten en enigeandere wetten (Belastingplan 2026)Nr. 72 AMENDEMENT VAN HET LID INGE VAN DIJKOntvangen 25 november 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:IIn artikel IV vervallen de aanhef alsmede de aanduiding «A.» voor heteerste onderdeel en in dat onderdeel wordt «In» vervangen door «In deWet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2027 in».Voorts wordt «eerste lid, wordt» vervangen door «eerste lid,».IIArtikel IV, onderdeel B, vervalt.IIIArtikel IV, onderdeel C, vervalt.IVIn artikel V wordt «In de» vervangen door «De» en wordt «in artikel32ba, eerste lid, «64%» vervangen door «65%»» vervangen door «als volgtgewijzigd:»VAan artikel V worden drie onderdelen toegevoegd, luidende: AIn artikel 32ba, eerste lid, wordt «64%» vervangen door «65%». BNa artikel 32bb wordt een artikel ingevoegd, luidende: kst-36812-72ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 721 Artikel 32bc 1. In afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wetbepaalde, wordt de waarde van een door een inhoudingsplichtige aan eenof meer werknemers ook voor privédoeleinden ter beschikking gesteldefossiele personenauto aangemerkt als loon dat als een eindheffingsbe-standdeel wordt belast naar een tarief van 12%.2. Voor de toepassing van dit artikel wordt woon-werkverkeer geachtvoor privédoeleinden plaats te vinden.3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt verstaanonder:a. een fossiele personenauto: een personenauto als bedoeld in artikel 2,onderdeel c, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrij-wielen 1992, waarvan niet uit het kentekenregister blijkt dat deCO2-uitstoot 0 gram per kilometer is;b. de waarde van een fossiele personenauto: de catalogusprijs in de zinvan artikel 9 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrij-wielen 1992 vermeerderd met de belasting van personenauto’s enmotorrijwielen ingevolge de artikelen 9 tot en met 9c van die wet, metdien verstande dat de waarde van een auto die meer dan 25 jaar geledenvoor het eerst in gebruik is genomen, wordt gesteld op de waarde in heteconomische verkeer;c. ter beschikking stellen: ter beschikking stellen als bedoeld inartikel 13bis, eerste lid.4. Indien een personenauto slechts een deel van een kalendermaandook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, wordt deze geachtdie gehele kalendermaand ook voor privédoeleinden ter beschikking tezijn gesteld.5. De verschuldigde belasting, bedoeld in het eerste lid, wordt, inafwijking van artikel 27a, tweede lid, uiterlijk aangegeven en voldaantegelijk met de aangifte, onderscheidenlijk afdracht, over het tweedetijdvak van het volgende kalenderjaar. Ingeval de inhoudingsplicht isgeëindigd in de loop van het kalenderjaar wordt voor het tweede tijdvakvan het volgende kalenderjaar, bedoeld in de eerste volzin, gelezen: hettijdvak waarin de inhoudingsplicht is geëindigd.6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor debeoordeling of voor de toepassing van dit artikel sprake is vanwoon-werkverkeer. CNa artikel 39i wordt een artikel ingevoegd, luidende:Artikel 39j Artikel 32bc is tot 17 september 2031 niet van toepassing metbetrekking tot personenauto’s die door de inhoudingsplichtige vóór1 januari 2028 voor het eerst aan een of meer werknemers ter beschikkingzijn gesteld.VIIn artikel VI wordt «2031» vervangen door «2032».Toelichting Weliswaar vallen belastingen niet onder de definitie regeldruk, maar erkan wel degelijk sprake zijn van verhoogde regeldruk voor ondernemersvanwege hogere administratieve lasten en nalevingskosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 722 Een elektrische auto is duurder dan fossiel en hybride, waardoor zowelwerkgevers als werknemers op kosten worden gejaagd, en het kost deoverheid ook geld. Een duurdere leaseauto betekent hogere nalevings-kosten voor de werkgever. De hoge inhoudelijke nalevingskosten die dezemaatregel heeft kunnen vooral een grote impact zal hebben opMKB-bedrijven. Om deze reden voorzien we dat MKB-ondernemersmogelijk eerder zullen overstappen naar alternatieven, zoals bijvoorbeeldhet verhogen van een kilometervergoeding of een mobiliteitsbudget. Meteen dergelijke overstap geeft de werkgever de controle over het voertuigvan de werknemer uit de hand. Dit kan dus betekenen dat er meer oudereauto’s in gebruik komen, immers zijn de kosten van een dergelijke autovaak relatief laag. Daarmee zou de doelstelling dus een averechts effecthebben op MKB-bedrijven.Indiener pleit daarom tot een jaar uitstel van de maatregel, zodat alsnogeen MKB-toets en ATR-advies kunnen plaatsvinden. Als met deze toetsennut en noodzaak niet kan worden aangetoond en doelen van de regelingniet kunnen worden gehaald, zal sprake zijn van onnodige regeldruk.Ook kan een jaar extra uitstel rekening houden met het nog teontvangen nieuwe, aangescherpte Europese bronbeleid.Tot slot vindt indiener het redelijk om ook het overgangsrecht een jaaruit te stellen, omdat de meeste leasecontracten voor bedrijfsauto’s vooreen periode van vijf jaar worden aangegaan, waardoor leasecontractendie per 1 januari 2026 worden aangegaan zo veel mogelijk buiten deeindheffing blijven.Onderdeelsgewijze toelichtingDit amendement regelt dat het moment van inwerkingtreding van de inartikel IV, onderdeel B, van het wetsvoorstel opgenomen maatregel omper 1 januari 2027 een pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s inte voeren, wordt verschoven naar 1 januari 2028. Het einde van de inartikel IV, onderdeel C, van het wetsvoorstel opgenomen overgangs-termijn verschuift via dit amendement ook een jaar. De pseudo-eindheffing is daardoor tot 17 september 2031 niet van toepassing als deinhoudingsplichtige de personenauto vóór 1 januari 2028 voor het eerstaan een of meer werknemers ter beschikking heeft gesteld.In de raming van het per 2027 invoeren van de maatregel wordt in 2026een anticipatie-effect verwacht wat voor een budgettaire meeropbrengstzorgt in 2026 en een kleine extra derving in de jaren 2027 en 2028. Met hetuitstellen van de maatregel naar 2028 verschuift het anticipatie-effect naar2027 tot en met 2029. Het uitstellen van de maatregel zorgt voor eenderving van € 205 miljoen in 2026 en een meeropbrengst van€ 468 miljoen in 2027 en een derving van € 21 miljoen. Vanaf 2029 kentde maatregel een kleine meeropbrengst die in 2035 structureel 4 miljoenbedraagt.Inge van DijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 723
Wat er gebeurde
- 25 nov 2025Amendement ingediendBron ↗
Gerelateerde bronnen
- Gewijzigd amendement van het lid Inge van Dijk ter vervanging van nr. 72 over het met een jaar uitstellen van de pseudo-eindheffing
Gewijzigd amendement van het lid Inge van Dijk ter vervanging van nr. 72 over het met een jaar uitstellen van de pseudo-eindheffing
- Amendement van het lid Inge van Dijk over het met een jaar uitstellen van de pseudo-eindheffing
Amendement van het lid Inge van Dijk over het met een jaar uitstellen van de pseudo-eindheffing
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.