Amendement van het lid Van Oosterhout over een evaluatie na drie in plaats van vijf jaar
7 sep 2026 · Tweede Kamer · Dossier 36947 · Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas)
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 947Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet opde economische delicten in verband met hetverhogen van het aandeel van gas uithernieuwbare bronnen in de totale leveringenvan gas aan afnemers (Wet bijmengverplichtinggroen gas)Nr. 17 AMENDEMENT VAN HET LID VAN OOSTERHOUTOntvangen 7 september 2026 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:In artikel I, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 9.9.7.1 «vijfjaar» vervangen door «drie jaar».Toelichting Dit amendement regelt dat de evaluatie van de bijmengverplichtinggroen gas uiterlijk binnen drie jaar plaatsvindt. De regering is voornemensin 2029 te evalueren, maar dit staat niet in de wet zelf verankerd; dezenoemt alleen een uiterste termijn van vijf jaar.De bijmengverplichting loopt nu tot en met 2035. De indiener is vanmening dat er snel een evaluatie van de wet moet komen zodat eeneventuele verlenging tijdig kan worden geregeld. Ook is de groengas-markt zelf onzeker, waardoor op dit moment moeilijk in te schatten is welkgroeipad haalbaar is, en of dit voor eindgebruikers betaalbaar is. Dehoogte van het groeipad moet daarom ook op tijd kunnen wordenbijgesteld. Ten slotte staat de bijmengverplichting niet op zichzelf: zij raaktaan het tempo van de afbouw van het Nederlandse gasverbruik en, via derol van mestvergisting, aan de landbouwtransitie. De indiener wil dat dezebredere samenhang onderdeel is van de evaluatie.Naast onderdelen waar de evaluatie van de wet volgens de memorievan toelichting al op zal zien wil de indiener daarom de volgende aspectentoevoegen:– De samenhang tussen effecten van de wet, betaalbaarheid van deenergierekening, het afbouwen van het totaal aan gasverbruik, en delandbouwtransitie;– De mogelijke noodzaak tot het opnemen van een (wettelijk) kosten-plafond of correctiemechanisme voor de kosten van afnemers, indien dewerkelijke kosten voor afnemers aanzienlijk hoger uitvallen dan geraamd; kst-36947-17ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 947, nr. 171
– De eventuele negatieve neveneffecten van de wet op de natuur,biodiversiteit en dierenwelzijn.Van OosterhoutTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 947, nr. 172