KamerkringInloggen
AmendementKabinet: niet beschikbaar bij moties en/of amendementen vóór 1 april 2019

Amendement van het lid Keijzer over het beperken van het stellen van nadere regels.

9 okt 2013 · Tweede Kamer · Dossier 33684 · Regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet)

Motiedocumenten

Amendementstekst

Versie c8dda7db93a5317c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 33 684Regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet) Nr. 33 AMENDEMENT VAN HET LID KEIJZER Ontvangen 9 oktober 2013 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: IIn artikel 2.11 vervalt de aanduiding «2.» voor het tweede lid, alsmede het eerste lid. IIIn artikel 3.3 wordt in het derde lid de zinsnede «bij of krachtens» vervangen door: in. IIIArtikel 4.1.4 vervalt. IVIn artikel 4.1.5 vervalt het vijfde lid. VIn artikel 4.3.1 vervalt het derde lid. VIIn artikel 5.2 vervalt het derde lid. VIIIn artikel 5.4 vervalt de aanduiding «1.» voor het eerste lid, en vervalt het tweede lid. kst-33684-33ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 684, nr. 331 VIIIIn artikel 7.1.1.2 vervalt het derde lid. IXIn artikel 7.1.3.1 vervalt het derde lid. XIn artikel 7.1.3.1 vervalt het vierde lid. XIIn artikel 7.1.5.1, eerste lid vervalt de laatste volzin. XIIArtikel 7.4.5 vervalt. XIIIIn artikel 9.3 vervalt, zevende lid vervalt de laatste volzin. XIVIn artikel 11.2 vervalt in onderdeel C het vijfde lid van artikel 12a. XVIn artikel 11.2 vervalt in onderdeel C het zevende lid van artikel 12p. Toelichting Algemeen Met dit amendement vervallen een aantal delegatiegrondslagen voor te stellen nadere regels. De indiener is van oordeel dat deze bepalingen tot onnodig hoge regeldruk zouden leiden. Artikelsgewijs I Hiermee vervalt de in artikel 2.11 opgenomen grondslag voor het bij algemene maatregel van bestuur nader stellen van regels over de daar genoemde beschikbare deskundigheid. De indiener is van oordeel dat de wet daartoe reeds voldoende mogelijkheden biedt. Daarnaast biedt bovendien artikel 2.12 reeds een grondslag voor het geven van een aanwijzing wanneer het beleid strijdig is met de uitgangspunten van de wet, zodat het ook daarom niet nodig is nadere regels te (kunnen) stellen. II Artikel 3.3, derde lid biedt de grondslag voor het stellen van nadere regels over de normen waaraan een aanvrager van een certificaat dient te voldoen. De indiener is van oordeel dat daartoe reeds voldoende is voorzien in het vierde lid, dat immers grondslag biedt voor het stellen van een normenkader in dat verband. Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 684, nr. 332 III Artikel 4.1.4 geeft de grondslag voor het stellen van nadere regels over de wijze van uitvoeren, de bestuursstructuur alsmede waarborgen voor een ordentelijke en controleerbare bedrijfsvoering van de jeugdhulpver-lener. Voor gecerticeerde instellingen is in een desbetreffende normen-kader al voorzien in artikel 3.3, vierde lid. De indiener is voorts van oordeel dat het stellen van regels omtrent de overige jeugdhulpaan-bieders een bevoegdheid is die aan de gemeente dient te zijn voorbe-houden. Daarnaast gelden reeds allerlei professionaliteitseisen ten aanzien van jeugdhulpaanbieders. De indiender is op grond hiervan van oordeel dat de waarborgen omtrent de materie reeds afdoende zijn geregeld, zodat het artikel dient te vervallen. IV Artikel 4.1.5 vijfde lid geeft de mogelijkheid tot nadere regels met betrekking tot een register van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen die in het bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag. De wet geeft de norm dat alle genoemde jeugdhulpaanbieders in bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag. Dit is de verantwoordelijkheid van de gemeenten. V Artikel 4.3.1, derde lid biedt de grondslag voor het stellen van nadere regels over het verslag dat wordt ingediend door de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling terwijl het artikel zelf daar al voldoende regels (in het tweede lid, onderdelen a. t/m k.) voor stelt. De indiener is daarom van oordeel dat het derde lid dient te vervallen. VI Artikel 5.2, derde lid biedt grondslag voor het stellen van nadere regels over het pleegcontract. Dit is reeds afdoende geregeld in het eerste lid zodat de indiener van oordeel is dat het derde lid dient te vervallen. VII Artikel 5.4, tweede lid biedt grondslag voor het stellen van nadere regels omtrent de informatie die verstrekt mag worden aan de pleegouder in het belang van de verzorging en de opvoeding van de jeugdige. De indiener vermag het nut en noodzaak daarvan niet in te zien. Sterker nog, het komt de indiener voor dat reeds afdoende is voorzien in regelgeving omtrent de privacy, zoals het artikel zelf ook reeds aangeeft. De indiener is daarom van oordeel dat het lid dient te vervallen. VIII Artikel 7.1.1.2, derde lid geeft de grondslag voor het stellen van nadere regels over de meldingsbevoegde VIR-functionaris. De indiener wijst er op dat het eerste en tweede lid van het artikel reeds allerlei regels stelt rondom de meldingsbevoegde functionaris. In dat verband is de indiener dan ook van oordeel dat het derde lid dient te vervallen. IX Artikel 7.1.3.1, derde lid biedt de grondslag tot het stellen van regels omtrent het beheer en de nakoming van afspraken rondom het gebruik van de VIR hetgeen al geregeld is in 7.1.3.1. eerste lid. Er kunnen voorts Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 684, nr. 333 regels worden gesteld omtrent andere in de afspraken op te nemen onderwerpen. De indiender vermag niet in te zien welk nut en noodzaak het stellen van dergelijke regels dient. De indiener is daarom van oordeel dat het derde lid zou leiden tot onnodige regeldruk, zodat het dient te vervallen. X Artikel 7.1.3.1, vierde lid biedt grondslag tot het stellen van nadere regels omtrent het gebruik, de aansluiting en de organisatie van de verwijsindex. Naar oordeel van de indiener is de materie omtrent de VIR reeds afdoende geregeld in afdeling 7 van het wetsvoorstel, zodat het vierde lid dient te vervallen. XI Artikel 7.1.5.1, eerste lid, laatste volzin biedt grondslag voor het stellen van nadere regels rondom de mededeling aan de jeugdige over de melding in VIR. De indiener is van oordeel dat gemeenten dit al adequaat doen, zodat deze grondslag voor nadere regelgeving dient te vervallen. XII Artikel 7.4.5 biedt grondslag voor het stellen van nadere regels omtrent de gegevens zoals bedoeld in de artikelen 7.4.1 tot en met 7.4.3, de wijze van verwerking en de verstrekking, de tijdvakken en het nader bepalen van categorieën van verstrekkers. In de genoemde artikelen is al voldoende geregeld daarom stelt de indiener voor dit artikel te schrappen. XIII Artikel 9.3, zevende lid, laatste volzin biedt grondslag voor het stellen van nadere regels over de bevoegdheid een tuchtklacht in te dienen. Naar het oordeel van de indiener is dit in het tuchtrecht voldoende geregeld, zodat de grondslag voor het stellen van nadere regels in die laatste volzin dient te vervallen. XIV en XV Het in artikel 11.2 voorgestelde artikel 12a, vijfde lid van de Wmo biedt de mogelijkheid nadere regels te stellen over de werkwijze van het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. Het artikel zelf stelt daaromtrent in de overige leden naar het oordeel van de indiener al voldoende regels. Hetzelfde geldt voor artikel 12p, zevende lid van de Wmo. De beide artikelleden dienen derhalve te vervallen. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 684, nr. 334

Eerdere bronversies

18 okt 2026 · bb45fa229feb0596

18 okt 2026 · d67f1bee1c128e6f

18 okt 2026 · b3b60517e59c8a51

17 okt 2026 · d4ae78a46bc33d0f

16 okt 2026 · 235c12a573cf8e5b

Wat er gebeurde

  1. 9 okt 2013Amendement ingediendAmendement van het lid Keijzer over het beperken van het stellen van nadere regels.Bron ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.