Amendementstekst
Versie f8bdec03a5d71998 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 812Wijziging van enkele belastingwetten en enigeandere wetten (Belastingplan 2026)Nr. 46 AMENDEMENT VAN HET LID ERGINOntvangen 20 november 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:IArtikel XXII vervalt.IIArtikel XXIII vervalt.IIIArtikel XXIV vervalt.IVArtikel XXV vervalt.VArtikel XXVI vervalt.VIArtikel XXVII vervalt.VIIArtikel XXVIII vervalt.VIIIArtikel XXIX vervalt. kst-36812-46ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 461
Toelichting Met dit amendement wordt voorgesteld de in het Belastingplanopgenomen structurele verhoging van de afvalstoffenheffing voorhuishoudens met € 340 miljoen terug te draaien. Deze voorgesteldelastenverzwaring leidt ertoe dat huishoudens jaarlijks tientallen euro’smeer gaan betalen voor hun afvalverwerking, terwijl veel gezinnen reedste maken hebben met sterk stijgende kosten voor energie, wonen enlevensonderhoud.De afvalstoffenheffing is in de kern bedoeld als een kostendekkendinstrument voor afvalverwerking en niet als een generiek middel omhuishoudens extra te belasten. De nu voorgestelde verhoging is daaromniet alleen substantieel, maar ook maatschappelijk moeilijk uitlegbaar,vooral gezien het feit dat inwoners vaak geen invloed hebben op de wijzewaarop hun gemeente afval scheidt, inzamelt of verwerkt.De dekking voor deze maatregel wordt gevonden in een versoberingvan zowel de Energie-investeringsaftrek (EIA) als de MIA/Vamil-regelingen. Deze fiscale stimuleringsinstrumenten worden jaarlijksvastgesteld via de Energie- en Milieulijst, waardoor het technisch mogelijkis de budgettaire kaders neerwaarts bij te stellen zonder wetswijziging inde uitvoering.Uit recente evaluaties blijkt dat bij zowel EIA als MIA/Vamil sprake is vaneen substantiële freeridercomponent: een significant deel van degesteunde investeringen zou ook zonder fiscale prikkel tot stand zijngekomen. Het CPB en diverse evaluaties, waaronder de Evaluatie MIA enVamil 2017–2021, bevestigen dat deze regelingen daardoor niet in allegevallen leiden tot additionele milieuwinst.Voor de EIA laat de meest recente evaluatie (Evaluatie EIA 2017–2021),evenals eerdere analyses van het PBL, zien dat het aandeel freeriders rondde 50% ligt Dat betekent dat ongeveer de helft van de investeringen dievia de EIA worden ondersteund, vermoedelijk ook zou zijn gedaan zonderfiscale stimulering.Voor de MIA/Vamil volgt uit de Evaluatie MIA en Vamil 2017–2021 datgemiddeld 43% van de investeringen als freeriders kan wordenbeschouwd. Deze investeringen vertegenwoordigen een volume van circa€ 2,8–6,4 miljard over de periode 2017–2021.Een beperkte neerwaartse bijstelling tast de effectiviteit van hetinstrumentarium dus niet wezenlijk aan.Door de dekking te verdelen over zowel EIA als MIA/Vamil, kan debenodigde € 340 miljoen structureel worden gevonden zonder dispropor-tionele ingreep in één regeling. De exacte technische invulling van dezeversobering, bijvoorbeeld via aanpassing van aftrekpercentages ofherijking van de (Energie/Milieu)lijst, kan worden uitgewerkt door hetMinisterie van Financiën bij de implementatie.Dit amendement voorkomt een aanzienlijke lastenverzwaring voorhuishoudens en kiest voor een evenwichtige dekking via een beperkteversobering van fiscale stimuleringsregelingen die aantoonbaar een hoogfreerideraandeel kennen. De budgettaire taakstelling is uitvoerbaar,beleidsmatig verdedigbaar en raakt de additionele milieuwinst slechts inbeperkte mate.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 462
De dekking van de in dit amendement voorgestelde verlaging van deafvalstoffenheffing met € 340 miljoen wordt gevonden in een overeen-komstige neerwaartse bijstelling van het budget voor de EIA, MIA enVamil van € 340 miljoen.ErginTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 463
Eerdere bronversies
18 okt 2026 · 20a6b9410795bb49
18 okt 2026 · c74844f25ed19a88
18 okt 2026 · 73398c5ac1c2088a
17 okt 2026 · 4b1cb6ee480ae70c
16 okt 2026 · 0320d5e07ac8f6b8