Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 35 242Wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 Nr. 7 AMENDEMENT VAN HET LID VAN RAAK Ontvangen 2 juni 2020 In artikel I, onderdeel K, wordt artikel 64 als volgt gewijzigd: IIn artikel I, onderdeel K, wordt artikel 64 als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt na «gewichtige reden» ingevoegd «geëvalu-eerde». 2. Het derde lid vervalt. IIArtikel I, onderdeel M, komt te luiden: MArtikel 89 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt na «ander land» ingevoegd «geëvalueerde». 2. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde lid tot en met het zesde lid tot het tweede lid tot en met het vijfde lid. 3. In het vierde lid (nieuw) wordt «»vierde» vervangen door «derde». 4. In het vijfde lid (nieuw) wordt «vijfde» vervangen door «vierde». Toelichting Indiener beoogt met het amendement het delen van ongeëvalueerde gegevens met buitenlandse diensten te verbieden. Als niet duidelijk is welke gegevens een dataset bevat is er altijd een risico dat gevoelige (persoons)gegevens met buitenlandse diensten worden gedeeld. Dat kst-35242-7ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 242, nr. 71
risico vindt de indiener onacceptabel. Het was één van de belangrijkste redenen dat mensen in het referendum tegen de invoering van de Wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 hebben gestemd. Met dit amendement wordt alsnog recht gedaan aan die bezwaren. Van RaakTweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 242, nr. 72