KamerkringInloggen
AmendementAangenomenKabinet: oordeel kamer

Gewijzigd amendement van het lid Bontenbal c.s. ter vervanging van nr. 25 over het in de wet vastleggen dat het te salderen percentage per tariefperiode wordt toegepast

26 jan 2023 · Tweede Kamer · Dossier 35594 · Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Wet belastingen op milieugrondslag ter uitvoering van de afbouw van de salderingsregeling voor kleinverbruikers

Besluiten en stemmingen

Aangenomen.

7 feb 2023 · Stemming per fractie · Aangenomen

Aangenomen: 95 zetels voor en 55 tegen; 76 nodig voor een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Stemmen per fractie
FractieStemZetelsOpmerking
JA21Voor3—
Groep Van HagaVoor3—
BoerBurgerBeweging (BBB)Voor1—
Fractie Den HaanVoor1—
Democraten 66 (D66)Voor24—
OmtzigtVoor1—
BIJ1Voor1—
Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)Voor3—
DENKVoor3—
ChristenUnieVoor5—
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD)Voor34—
VoltVoor2—
Christen-Democratisch Appèl (CDA)Voor14—
Forum voor Democratie (FVD)Tegen5—
Partij voor de Dieren (PvdD)Tegen6—
GroenLinks (GL)Tegen8—
Socialistische Partij (SP)Tegen9—
GündoğanTegen1—
Partij voor de Vrijheid (PVV)Tegen17—
Partij van de Arbeid (PvdA)Tegen9—

Stemming uitgesteld.

31 jan 2023

Bij dit besluit zijn geen stemmingen vastgelegd. De uitslag per fractie is onbekend.

Motiedocumenten

Amendementstekst

Versie a83b2e32f7241744 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2022–2023 35 594Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Wet belastingen op milieugrondslag ter uitvoering van de afbouw van de salderingsregeling voor kleinverbruikers Nr. 28 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID BONTENBAL C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 25 Ontvangen 26 januari 2023 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: In artikel I, onderdeel E, komt subonderdeel 1 te luiden: 1. Het eerste en tweede lid komen te luiden: 1. Voor afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, die duurzame elektriciteit invoeden op het net, berekent de leverancier de kosten van het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de jaarlijkse leveringskosten door per jaar de kosten van de in dat jaar aan het net hoeveelheid onttrokken elektriciteit te verminderen met het van toepassing zijnde percentage, genoemd in artikel 50, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag, van de kosten van de in dat jaar op het net ingevoede hoeveelheid elektriciteit, voor zover de hoeveelheid ingevoede elektriciteit niet meer bedraagt dan de hoeveelheid aan het net onttrokken elektriciteit. Als er in het jaar verschillende perioden worden gehanteerd met een bij die periode horend tarief, is het voor de berekening, bedoeld in de eerste zin, door de leverancier te hanteren tarief per periode voor de ingevoede elektriciteit gelijk aan het tarief voor de onttrokken elektriciteit en wordt het percentage, genoemd in artikel 50, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag, telkens per periode toegepast en worden de uitkomsten van deze afzonderlijke berekeningen bij elkaar opgeteld. In het geval gedurende een periode het percentage, genoemd in artikel 50, tweede lid, van de Wet belasting op milieugrondslag wijzigt, past de leverancier bij de berekening, bedoeld in de eerste zin, dat gewijzigde percentage toe vanaf het tijdstip dat de wijziging van het percentage ingaat. 2. Voor afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, die niet-duurzame elektriciteit invoeden op het net, berekent de leverancier de kosten van het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de jaarlijkse leveringskosten door per jaar de kosten van de in dat jaar aan het net onttrokken hoeveelheid elektriciteit te verminderen met het van toepassing zijnde percentage, genoemd in artikel 50, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag, van de kosten van in dat jaar de op kst-35594-28ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 35 594, nr. 281 het net ingevoede hoeveelheid elektriciteit, met een maximum van 5.000 kWh aan op het net ingevoede elektriciteit, voor zover de hoeveelheid ingevoede elektriciteit niet meer bedraagt dan de hoeveelheid aan het net onttrokken elektriciteit met een maximum van 5.000 kWh. Als er in het jaar verschillende perioden worden gehanteerd met een bij die periode horend tarief, is het voor de berekening, bedoeld in de eerste zin, door de leverancier te hanteren tarief per periode voor de ingevoede elektriciteit gelijk aan het tarief voor de onttrokken elektriciteit en wordt het percentage, genoemd in artikel 50, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag, telkens per periode toegepast en worden de uitkomsten van deze afzonderlijke berekeningen bij elkaar opgeteld. In het geval gedurende een periode het percentage, genoemd in artikel 50, tweede lid, van de Wet belasting op milieugrondslag wijzigt, past de leverancier bij de berekening, bedoeld in de eerste zin, dat gewijzigde percentage toe vanaf het tijdstip dat de wijziging van het percentage ingaat. Toelichting Wanneer een klant slechts een deel van de geleverde elektriciteit mag salderen, zou de mogelijkheid voor energieleveranciers kunnen ontstaan om voor het te salderen deel van de geleverde elektriciteit het voor hen meest gunstige, en daarmee voor de klant ongunstige, tarief te hanteren. De indieners regelen met dit amendement dat in de wet wordt vastgelegd dat het te salderen percentage per tariefperiode wordt toegepast. De wet biedt met de voorgestelde wijzigingen van het eerste en tweede lid van artikel 31 c hiermee de gewenste duidelijkheid over de wijze waarop de salderingsregeling moet worden toegepast door leveranciers. Leveran-ciers zijn hieraan gebonden en kunnen hier geen eigen keuze meer in maken. Daardoor zullen er tussen leveranciers geen verschillen zijn voor wat betreft de toepassing van de salderingsregeling. Tot op heden werd ten behoeve van de facturering en inning de over het contractjaar aan het net onttrokken hoeveelheid elektriciteit gesaldeerd met een percentage van de hoeveelheid over het contractjaar op het net ingevoede elektriciteit. Het van toepassing zijnde percentage volgt uit artikel 50, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag. Indien de consument meer elektriciteit heeft afgenomen dan kan worden gesaldeerd, wordt dit restant gefactureerd. Voor invoeding die niet gesaldeerd kan worden, ontvangt de kleinverbruiker een redelijke vergoeding. In lagere regelgeving kunnen regels gesteld worden aan de hoogte of berekeningswijze van zowel de leveringskosten als de redelijke vergoeding. Dit amendement brengt hier verandering in en zorgt ervoor dat in de wet duidelijk wordt gemaakt tegen welk tarief elektriciteit op de jaar1- of eindfactuur gesaldeerd moet worden door energieleveranciers, waarbij ten behoeve van de facturering en inning niet meer de hoeveelheden tegen elkaar worden weggestreept, maar de kosten die samenhangen met die hoeveelheden (in €). Daarmee is ook meteen duidelijk tegen welk tarief de afname die niet gesaldeerd kan worden moet worden afgerekend. Met deze manier van berekenen komen de door de leverancier gehanteerde tarieven tot uitdrukking in de jaarlijkse factuur terwijl dit niet gebeurt wanneer alleen hoeveelheden in beschouwing worden genomen. Ook is deze methode goed werkbaar voor energieleve-ranciers die dynamische tarieven hanteren. Het uitgangspunt dat de volumes elektriciteit op jaarbasis gesaldeerd worden blijft dus hierbij 1De salderingsregeling wordt toegepast op de jaar- of eindfactuur. De periode waarop de factuur betrekking heeft, is over het algemeen niet gelijk aan een kalenderjaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 35 594, nr. 282 gehanteerd, maar de tarieven worden wel bij deze afrekening betrokken. Hoe dit in de praktijk uitwerkt, is te zien in het volgende rekenvoorbeeld: Vermindering van de kosten, voor zover de hoeveelheid ingevoede elektriciteit niet meer bedraagt dan de hoeveelheid aan het net onttrokken elektriciteit: Volume (ingevoed periode 1, kWh) * Tarief (periode 1, euro(cent) / kWh) * % + Volume (ingevoed periode 2, kWh) * Tarief (periode 2, euro(cent) / kWh) * % + Volume (ingevoed periode X, kWh) * Tarief (periode X, euro(cent) / kWh) * % Waarbij:– Als het tarief of het % wijzigt, er sprake is van een nieuwe periode;– Er wordt opgeteld over de gehele jaarrekening.Salderen in euro’s kan overigens voor zover de hoeveelheid ingevoede elektriciteit (kWh) niet meer bedraagt dan de hoeveelheid onttrokken elektriciteit (kWh), daar brengt dit amendement geen wijziging in aan. Voor deze grens wordt dus niet uitgegaan van de kosten in euro, maar van de hoeveelheden kWh’s. Dit sluit aan bij de regeling voor de energiebe-lasting in de Wet belastingen op milieugrondslag. Bontenbal Erkens Boucke Grinwis StofferTweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 35 594, nr. 283

Eerdere bronversies

18 okt 2026 · 656bb7a05601c640

18 okt 2026 · b41b0e74bcb2baee

18 okt 2026 · 30076f4bcbbc7c13

17 okt 2026 · f9e95af904702cf4

16 okt 2026 · 84b6e4272c5b9b7a

Wat er gebeurde

  1. 26 jan 2023Amendement ingediendGewijzigd amendement van het lid Bontenbal c.s. ter vervanging van nr. 25 over het in de wet vastleggen dat het te salderen percentage per tariefperiode wordt toegepastBron ↗
  2. 31 jan 2023Stemming uitgesteld.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
  3. 7 feb 2023Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.