Amendementstekst
Versie 07b2f4b435c17f5f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 34 251Wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met versterking van de bestuurskracht van onderwijsinstellingen Nr. 85 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN MEENEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 30 Ontvangen 9 februari 2016 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: IAan artikel I wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: CAan artikel 171, eerste lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een komma een onderdeel toegevoegd, luidende: d. een medezeggenschapsverslag waarin de medezeggenschapsraad verantwoording aflegt over de taakuitoefening en waarin gereflecteerd wordt op het gevoerde beleid. IIAan artikel II wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: CAan artikel 157, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een komma een onderdeel toegevoegd, luidende: d. een medezeggenschapsverslag waarin de medezeggenschapsraad verantwoording aflegt over de taakuitoefening en waarin gereflecteerd wordt op het gevoerde beleid. IIIAan artikel III wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: kst-34251-85ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 34 251, nr. 851
CAan artikel 103, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een komma, een onderdeel toegevoegd, luidende: wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende: d. een medezeggenschapsverslag waarin de medezeggenschapsraad verantwoording aflegt over de taakuitoefening en waarin gereflecteerd wordt op het gevoerde beleid. IVIn artikel IV wordt na de aanhef een onderdeel ingevoegd, luidende: 0AIn artikel 2.5.4 wordt voor de laatste volzin een volzin ingevoegd, luidende: Het bestuursverslag bevat tevens een medezeggenschaps-verslag waarin de deelnemersraad, de ondernemingsraad en, in voorko-mende gevallen, de ouderraad gezamenlijk verantwoording afleggen over hun taakuitoefening en waarin gereflecteerd wordt op het gevoerde beleid. VIn artikel V wordt voor onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende: 0AAan artikel 2.9 wordt een lid toegevoegd, luidende: 8. Het verslag bevat tevens een medezeggenschapsverslag waarin de universiteitsraad dan wel de ondernemingsraad en het orgaan binnen de universiteit dat op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 9.30, derde lid, tweede volzin, is ingesteld onderscheidenlijk de medezeggenschapsraad dan wel de ondernemingsraad en het orgaan binnen de hogeschool dat op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 10.16a, derde lid, tweede volzin, is ingesteld, onder-scheidenlijk de op grond van artikel 11.13 bevoegde medezeggenschaps-organen, gezamenlijk verantwoording afleggen over hun taakuitoefening en waarin gereflecteerd wordt op het gevoerde beleid. VIIn artikel VI wordt na de aanhef een onderdeel ingevoegd, luidende: 0AAan artikel 7 wordt een lid toegevoegd, luidende: 4. De medezeggenschapsraad stelt een medezeggenschapsverslag op waarin zij verantwoording aflegt over haar taakuitoefening en waarin gereflecteerd wordt op het gevoerde beleid. Toelichting Het jaarverslag van een onderwijsinstelling bevat een aantal delen, waaronder het bestuursverslag. Uit het verslag dient te blijken in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van werkzaamheden door de colleges van bestuur en raden van toezicht. De indiener van dit amendement stelt voor om de medezeggenschap een zelfstandig onderdeel van het jaarverslag te laten schrijven: het medezeggenschaps-verslag. Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 34 251, nr. 852
In het verslag doet de medezeggenschap net zoals nu verslag van hun werkzaamheden. Het is nieuw dat zij reflecteren op het afgelopen jaar. Dat doen zij in hun rol als vertegenwoordigers van de direct betrokkenen. Dat kan overeenkomen met de verantwoording van de bestuurder en de toezichthouder, maar ook afwijken als de medezeggenschap processen anders beleeft heeft. Door dit amendement biedt het jaarverslag dus een completer en accurater beeld over het gevoerde beleid, dat zowel in het belang van de organisatie als het publiek is. Van MeenenTweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 34 251, nr. 853
Eerdere bronversies
18 okt 2026 · f039c41d54cdc237
18 okt 2026 · ed60d1dd70bd926c
17 okt 2026 · 166b3aca799775b8
16 okt 2026 · ae8b93731e663e33