AmendementVerworpenKabinet: niet beschikbaar bij moties en/of amendementen vóór 1 april 2019
Amendement van het lid Oskam over maximalisering van de oproeptermijn naar 3 in plaats van 6 maanden.
28 apr 2015 · Tweede Kamer · Dossier 34059 · Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2014–2015 34 059Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht Nr. 8 AMENDEMENT VAN HET LID OSKAM Ontvangen 28 april 2015 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: In artikel I, onderdeel N, wordt in artikel 30a, derde lid, onder c, «zes maanden» telkens vervangen door: drie maanden. Toelichting De regering heeft de termijn voor het verschijnen van de verweerder na informele oproeping gewijzigd ten opzichte van het conceptwetsvoorstel van maximaal zes weken naar maximaal zes maanden. Deze maximalisering van de oproepingstermijn is nieuw ten opzichte van de huidige praktijk, waarin geen grens is gesteld aan de termijn waarop gedagvaard kan worden. Ondergetekende acht dit met de regering van belang vanuit de gedachte dat als men een beroep op de rechtspraak doet, er wel enige grens gesteld mag worden aan de termijn waarop het duidelijk zal zijn of de zaak op tegenspraak zal worden gevoerd, dat er een verstekvonnis gewezen moet worden of dat die zaak wordt ingetrokken. Ondergetekende acht de gewijzigde termijn van een halfjaar daarbij wel dusdanig vér afliggen van de oorspronkelijk gekozen termijn van maximaal zes weken. De reden voor deze wijziging is dat met name de advocatuur een langere termijn wenst om met de tegenpartij te onderhan-delen. Ondergetekende begrijpt dit, echter acht met het oog op bovenge-noemde gedachte drie maanden hiervoor afdoende. Het zetten van druk op de onderhandelingen door de verweerder op te roepen in een zaak te verschijnen kan een effectief middel zijn voor de advocatuur, echter ondergetekende is van mening dat bevorderd dient te worden dat partijen idealiter zoveel mogelijk zonder juridische pressie tot een overeen-stemming zouden moeten komen. Over het algemeen kan worden gesteld dat dit de verhoudingen tussen beide partijen méér ten goede komt dan door de dreiging van een rechtszaak en ook onnodige juridisering voorkomt. kst-34059-8ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2015Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 34 059, nr. 81
Ondergetekende is van mening dat een oproepingstermijn van drie maanden daartoe een positievere prikkel biedt voor zowel eiser als verweerder dan het vooruitzicht dat een halfjaar «gerekt» kan worden een van beide partijen. OskamTweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 34 059, nr. 82