KamerkringInloggen
AmendementVerworpenKabinet: niet beschikbaar bij gewijzigde moties en/of amendementen

Amendement van het lid Hamer ter vervanging van nr. 36 over de toepassing van de artikelen 662 tot en met 666 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek op overheidsopdrachten

2 feb 2012 · Tweede Kamer · Dossier 32440 · Nieuwe regels omtrent aanbestedingen (Aanbestedingswet 20..)

Besluiten en stemmingen

Verworpen

9 feb 2012 · Stemming per fractie · Verworpen

Verworpen: 57 zetels voor en 93 tegen; 76 nodig voor een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Stemmen per fractie
FractieStemZetelsOpmerking
GroenLinks (GL)Voor10—
Partij van de Arbeid (PvdA)Voor30—
Partij voor de Dieren (PvdD)Voor2—
Socialistische Partij (SP)Voor15—
Democraten 66 (D66)Tegen10—
Partij voor de Vrijheid (PVV)Tegen24—
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD)Tegen31—
Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)Tegen2—
ChristenUnieTegen5—
Christen-Democratisch Appèl (CDA)Tegen21—

Stemming uitgesteld

7 feb 2012

Bij dit besluit zijn geen stemmingen vastgelegd. De uitslag per fractie is onbekend.

Motiedocumenten

Amendementstekst

Versie 08c5cadcfb949c51 · officiële bron

kst-32440-63ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2012Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2011–2012 32 440Nieuwe regels omtrent aanbestedingen (Aanbestedingswet 20..) Nr. 63 AMENDEMENT VAN HET LID HAMER TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 361 Ontvangen 2 februari 2012 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: Na artikel 2.81 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2.81a De artikelen 662 tot en met 666 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op overheidsopdrachten voor diensten, op overheids-opdrachten voor werken en op overheidsopdrachten voor leveringen die bijkomende diensten of installatiewerkzaamheden inhouden. Toelichting Eén van de doelstellingen van de nieuwe Aanbestedingswet is om meer duidelijkheid te bieden omtrent aanbestedingen. Conform deze doelstelling ligt het zeer voor de hand om ook de onduidelijkheid over de toepassing van de Wet overgang van ondernemingen op te lossen. De Wet overgang van ondernemingen kan namelijk wel degelijk ook van toepassing zijn op (overheids)aanbestedingen. Het antwoord van de voormalig staatssecretaris Ross-van Dorp maakt zonder meer duidelijk dat de Wet overgang van ondernemingen ook van toepassing is op gemeen-telijke aanbestedingen (in het kader van de WMO). Zowel voor de inschrijver op een aanbesteding/concessie als voor diens werknemers is de huidige situatie onwenselijk. De staatssecretaris maakte duidelijk dat inschrijvende partijen rekening moeten houden met de verplichtingen uit de Wet overgang van ondernemingen bij het uitbrengen van hun offerte. In de praktijk is dit evenwel niet altijd even makkelijk omdat de bepalingen in het BW staan en niet in de huidige aanbeste-dingsregelgeving. De nieuwe Aanbestedingswet zou deze helderheid en duidelijkheid wèl moeten bieden, zoals door bovenstaande verwijzing op te nemen in de bepalingen van de Aanbestedingswet. 1 Vervanging in verband met een wijziging in de ondertekening. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 440, nr. 631 Overigens heeft de wetgever zich bij de totstandkoming van de Wet personenvervoer 2000 (Wp2000) wel rekenschap gegeven van de onduidelijkheid (die in dit geval betrekking had op de positie van ambtenaren die het ambtenarenstatuut een gelijke rechtsbescherming beoogt te bieden als dat de Wet overgang van onderneming doet). De in de wet opgenomen bepalingen zijn een uitvloeisel van de adviezen van de Commissie Laan in 1996 omtrent de bescherming van de werknemersbelangen en het vermijden van ongelijkheid in de concurren-tiepositie tussen marktpartijen bij de overgang van personeel als gevolg van een concessieoverdracht. De regeling in de Wp2000 is relevant voor die concessieovergangen, die niet onder het BW vallen. Dit kan zich voordoen bij privaatrechtelijke bedrijven, bij voorbeeld indien bij de concessieovergang geen materieel mee overgaat, maar doet zich per definitie voor bij gemeentelijke vervoerbedrijven die voor hun ambtelijk personeel niet aan het BW zijn gebonden. In een advies van 7 september 2005, dat tot stand is gekomen op verzoek van de Minister van Verkeer en Waterstaat, hebben de organi-saties van werkgevers en werknemers gepleit voor het tot 2017 in stand houden van de personeelsparagraaf voor al het openbaar vervoer. Ook de Commissie Sorgdrager pleit, uitgaande van het huidige wettelijk stelsel, voor een blijvende wettelijke bescherming van de arbeidsrechte-lijke positie van zittend personeel bij de overgang van concessies van de ene vervoerder naar de andere. HamerTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 440, nr. 632

Eerdere bronversies

18 okt 2026 · ced2121f87b74a93

18 okt 2026 · 9d435063f3d86cab

17 okt 2026 · e3e8eab166e5bb37

16 okt 2026 · baf0da0343ecbaee

Wat er gebeurde

  1. 2 feb 2012Amendement ingediendAmendement van het lid Hamer ter vervanging van nr. 36 over de toepassing van de artikelen 662 tot en met 666 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek op overheidsopdrachtenBron ↗
  2. 7 feb 2012Stemming uitgesteldBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
  3. 9 feb 2012VerworpenBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.