Amendementstekst
Versie b54285c8f03f967e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 34 251Wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met versterking van de bestuurskracht van onderwijsinstellingen Nr. 55 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN GRASHOFF EN JASPER VAN DIJK TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 24 Ontvangen 3 februari 2016 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: IIn artikel IV, onderdeel D wordt voor het eerste onderdeel een onderdeel ingevoegd, luidende: 01. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 3a. De raad van toezicht benoemt een lid van het college van bestuur slechts na voorafgaande instemming met die benoeming van de deelnemersraad, de ondernemingsraad en, in voorkomende gevallen, de ouderraad. Artikel 30, eerste lid, van de Wet op de ondernemingsraden is niet van toepassing voor zover het een besluit tot benoeming betreft. IIAan artikel V, onderdeel A, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: 2. Het derde lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: a. Voor de eerste volzin wordt een volzin ingevoegd, luidende: De raad van toezicht benoemt een lid van het college van bestuur slechts na voorafgaande instemming met die benoeming van de universiteitsraad of de ondernemingsraad en het orgaan binnen de universiteit dat op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 9.30, derde lid, tweede volzin, is ingesteld. b. In de tweede volzin (nieuw) vervalt telkens: benoeming of. kst-34251-55ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 34 251, nr. 551
IIIAan artikel V, onderdeel N, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: 2. Het derde lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: a. Voor de eerste volzin wordt een volzin ingevoegd, luidende: De raad van toezicht benoemt een lid van het college van bestuur slechts na voorafgaande instemming van de universiteitsraad dan wel, indien het college van bestuur heeft besloten dat de Wet op de ondernemingsraden met uitzondering van hoofdstuk VII B van toepassing is, de gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad en het orgaan dat op grond van een door het college van bestuur vastgestelde medezeggenschapsre-geling ten behoeve van de studenten van de Open Universiteit is ingesteld. b. In de tweede volzin (nieuw) vervalt telkens: benoeming of. IVIn artikel VI wordt na de aanhef een onderdeel ingevoegd, luidende: 0AIn artikel 10 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel j voor een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:k. aanstelling van de leden van het bestuur. Toelichting Dit amendement zorgt ervoor dat in alle lagen van het onderwijs centrale medezeggenschapsorganen instemmingsrecht krijgen op de benoeming van onderwijsbestuurders. De indieners vinden het huidige voorstel dat medezeggenschapsorganen een adviserende stem krijgen bij de vaststelling van benoemingsprofielen en advisering bij benoeming en ontslag van bestuurders niet ver genoeg gaan. De indieners zijn van mening dat studenten, docenten en ouders actief betrokken dienen te worden bij het besluit tot benoeming van een bestuurder. Het is van groot belang dat er draagvlak voor de benoeming is. De centrale medezeggenschapsorganen moeten daarom instemmings-recht krijgen op de benoeming van bestuurders. GrashoffJasper van DijkTweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 34 251, nr. 552
Eerdere bronversies
18 okt 2026 · 3a2b957bc9a824f8
18 okt 2026 · 637e1bcea2a770bf
17 okt 2026 · 54d4b77db365fb4a
16 okt 2026 · a44600848f59d2c7