Amendementstekst
Versie c75fa3b5aceac1b4 · officiële bronkst-32045-22ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2011–201232 045Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met een hervorming van de regeling betreffende herziening ten voordele van de gewezen verdachte Wet hervorming herziening ten voordele) Nr. 22 AMENDEMENT VAN HET LID VAN DER STEUR C.S. Ontvangen 16 december 2011 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: In artikel I wordt na artikel 464 een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 464a 1. In gevallen waarin de Hoge Raad beslist op een herzieningsaanvraag die betrekking heeft op een uitspraak als bedoeld in artikel 457, eerste lid, waartegen beroep in cassatie als bedoeld in de Derde Titel van het Derde Boek is ingesteld, is hij samengesteld uit raadsheren die niet op het beroep in cassatie hebben beslist. 2. In gevallen waarin de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal of een advocaat-generaal met betrekking tot een uitspraak als bedoeld in artikel 457, eerste lid, eerder bevoegdheden heeft uitgeoefend die op grond van de Derde Titel van het Derde Boek aan de procureur-generaal zijn toegekend, worden de bevoegdheden die in deze Titel aan de procureur-generaal zijn toegekend bij voorkeur uitgeoefend door:a. in geval het de procureur-generaal betreft: de plaatsvervangend procureur-generaal of een advocaat-generaal;b. in geval het de plaatsvervangend procureur-generaal betreft: een advocaat-generaal;c. in geval het een advocaat-generaal betreft – een andere advocaat-generaal. Toelichting Uitgangspunt is dat raadsheren van de Hoge Raad die een beslissing hebben genomen over het eerder ingestelde cassatieberoep, niet ook beslissen op een herzieningsaanvraag die later in dezelfde, inmiddels afgesloten, strafzaak wordt ingediend. Naast dit uitgangspunt voorziet dit amendement tevens in het uitgangspunt dat de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal en de advocaten-generaal (inclusief de advocaten-generaal in Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 045, nr. 221
buitengewone dienst) van de Hoge Raad die eerder bevoegdheden in het kader van beroep in cassatie hebben uitgeoefend over het eerder ingestelde cassatieberoep, niet ook bevoegdheden uitoefenen in verband met de herzieningsprocedure in dezelfde, inmiddels afgesloten, strafzaak. Dit amendement heeft tot doel bovenstaande uitgangspunten in de wet neer te leggen. Van der SteurVan der StaaijRecourtTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 045, nr. 222
Eerdere bronversies
18 okt 2026 · 96054777966c44e4
18 okt 2026 · 6fb4ba842905bebc
17 okt 2026 · 64340ee69a9d6c99
16 okt 2026 · 33ce9ab06a7d0e9c