AmendementVerworpenKabinet: niet beschikbaar bij moties en/of amendementen vóór 1 april 2019
Subamendement van de leden De Roon en Graus op het amendement van de leden Thieme en Teeven onder nr. 25 betreffende het toevoegen van een onderdeel over wijziging van 195 Sr
22 apr 2010 · Tweede Kamer · Dossier 30511 · Voorstel van wet van de leden Ormel en Van Dekken tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het verhogen van de maximale proeftijd voor misdrijven die de gezondheid of het welzijn van dieren benadelen, en in verband met het verhogen van het strafmaximum voor onder meer het doden van andermans dieren
kst-30511-33ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2010Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2009–201030 511Voorstel van wet van de leden Waalkens en Ormel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het verhogen van de maximale proeftijd voor misdrijven die de gezondheid of het welzijn van dieren benadelen, en in verband met het verhogen van het strafmaximum voor onder meer het doden van andermans dieren Nr. 33 SUBAMENDEMENT VAN DE LEDEN DE ROON EN GRAUS Ontvangen 22 april 2010 De ondergetekenden stellen het volgende subamendement voor: In het amendement van de leden Thieme en Teeven (stuk nr. 25) wordt onderdeel II als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef wordt «twee onderdelen» vervangen door: drie onderdelen. 2. Na onderdeel Ab wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: AcArtikel 195 wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de bestaande tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst. 2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 2. Hij die een of meer dieren houdt, wetende dat hem bij rechterlijke uitspraak een maatregel is opgelegd waarin hem dat is verboden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie. Toelichting Op het schenden van een bij rechterlijke maatregel opgelegd houdverbod van dieren dient een maximale sanctie te worden gesteld, die zwaarder is dan de sanctie waarmee artikel 195 van het Wetboek van Strafrecht het uitoefenen van een recht bedreigt, waaruit iemand bij rechterlijke uitspraak is ontzet. De reden hiervan is, dat met het beroeps- of bedrijfsmatig houden van dieren dermate grote financiële belangen gemoeid kunnen zijn, dat schending van een houdverbod toch lucratief zou kunnen worden geoordeeld. Om dat risico af te wenden, wordt een maximale sanctie Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 30 511, nr. 331
voorgesteld die aansluit bij de strafbedreiging die van toepassing is bij overtreding van artikel 33 van de Wet Economische Delicten.De RoonGrausTweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 30 511, nr. 332
22 apr 2010Amendement ingediendSubamendement van de leden De Roon en Graus op het amendement van de leden Thieme en Teeven onder nr. 25 betreffende het toevoegen van een onderdeel over wijziging van 195 SrBron ↗
22 apr 2010VerworpenBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
Subamendement van de leden De Roon en Graus op het amendement van de leden Thieme en Teeven onder nr. 25 betreffende het toevoegen van een onderdeel over wijziging van 195 Sr
Subamendement van de leden De Roon en Graus op het amendement van de leden Thieme en Teeven onder nr. 25 betreffende het toevoegen van een onderdeel over wijziging van 195 Sr
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.