Amendement van het lid Peters over een voorhangprocedure bij de verwantschapseis
8 jun 2021 · Tweede Kamer · Dossier 35606 · Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met een vereenvoudiging van de bestuurlijke inrichting van het stelsel voor beroepsonderwijs door omvorming van het aoc tot verticale scholengemeenschap en een andere invulling van bevoegd gezag (Wet bestuurlijke harmonisatie beroepsonderwijs)
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 35 606Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met een vereenvoudiging van de bestuurlijke inrichting van het stelsel voor beroepsonderwijs door omvorming van het aoc tot verticale scholengemeenschap en een andere invulling van bevoegd gezag (Wet bestuurlijke harmonisatie beroepsonderwijs) Nr. 14 AMENDEMENT VAN HET LID PETERS Ontvangen 8 juni 2021 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: In artikel I, onderdeel T, wordt aan het voorgestelde artikel 2.6.2 een lid toegevoegd, luidende: 4. De voordracht voor een krachtens het tweede lid, onderdeel b, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Toelichting In het wetsvoorstel is een mogelijkheid opgenomen om vbo-scholen die samen met een beroepscollege onderdeel uitmaken van een verticale scholengemeenschap, alleen toe te staan vbo-profielen aan te bieden die aansluiten bij de mbo-opleidingen van het beroepscollege in verband met de verwantschapseis. De Minister heeft in de nota naar aanleiding van het verslag aangegeven dat vanwege voortschrijdend inzicht en onnodige beperkingen de regering deze mogelijkheid vooralsnog niet wil gebruiken. Dit amendement regelt dat, als van de mogelijkheid gebruik wordt gemaakt om nadere regels te stellen over deze verwantschapseis, deze regels worden voorgelegd aan de Staten-Generaal. Peters kst-35606-14ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 606, nr. 14