Amendementstekst
Versie 90e078687e8e0223 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2012–2013 33 541Wijziging van de Mediawet 2008 teneinde het stelsel van de landelijke publieke omroep te moderniseren Nr. 30 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN KLEIN EN VERHOEVEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 191 Ontvangen 26 juni 2013 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: IIn artikel I, onderdeel M, wordt in onderdeel f, na «de NTR» ingevoegd: of een omroeporganisatie die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, heeft verkregen en waarmee zij overeenstemming heeft bereikt. IIIn artikel I, onderdeel Q, punt 1, wordt in onderdeel c, na «de NTR» ingevoegd: of een omroeporganisatie. IIIIn artikel I, onderdeel HH, artikel 2.56, onderdeel b van het eerste en tweede lid, wordt steeds na «voor de NTR benoemde lid» ingevoegd: of het voor de omroeporganisatie, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f, benoemde lid. IVIn artikel I, onderdeel JJ, wordt in het vierde lid na «De NTR» ingevoegd «en omroeporganisaties,» en wordt «draagt» vervangen door: dragen. VIn artikel I, onderdeel III, artikel 2.152a, tweede lid, wordt «De NTR ontvangt» vervangen door: De NTR en de omroeporganisaties, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f, ontvangen. 1Vervanging in verband met een wijziging in de ondertekening. kst-33541-30ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 33 541, nr. 301
VIIn artikel I, onderdeel LLL, punt 1, wordt «De NTR ontvangt» vervangen door: De NTR en de omroeporganisaties, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f, ontvangen. Toelichting In artikel 2.26 wordt onder meer bepaald dat een omroep slechts in aanmerking komt voor voorlopige erkenning, die de verzorging van haar media-aanbod opdraagt aan de NTR. Na de eerste aspirant-periode van vijf jaar moet de omroep, als deze een positieve beoordeling krijgt voor toegevoegde waarde en het ledenaantal, aansluiting vinden bij een erkende omroeporganisatie. Volgens de regering hebben nieuwkomers over het algemeen nog geen ervaring met het verzorgen van media-aanbod voor de publieke omroep. Zij moeten bovendien iets «nieuws» brengen vanuit hun identiteit en moeten dat waarmaken in de aspirant-periode. Deze opdracht zou volgens de regering in de knel komen als ze meteen bij een omroep moeten aansluiten waarmee ze in één samenwer-kingsomroep moeten optrekken. De NTR zou in de aspirant-periode van vijf jaar een betere optie zijn vanwege de «neutraliteit». Indieners is echter van oordeel dat een aspirant omroepvereniging zelf de vrije keuze moet kunnen maken, of aansluiting gezocht wordt bij de NTR, ofwel bij een erkende omroeporganisatie waarmee overeenstemming is bereikt. Derhalve regelt dit amendement dat het voor nieuwkomers met een voorlopige erkenning tevens mogelijk wordt het media-aanbod te laten verzorgen door erkende omroeporganisaties. In verband hiermee wordt tevens het beheer van de bedragen die gemoeid zijn met de bekostiging van deze nieuwkomers, die in het wetsvoorstel bij de NTR wordt gelegd in verband met de verzorging van het media-aanbod voor de nieuwkomers (zie Kamerstukken II 2012/13, 33 541, nr. 3, p. 35), bij deze omroeporgani-saties gelegd. KleinVerhoevenTweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 33 541, nr. 302
Eerdere bronversies
18 okt 2026 · 30863bafdcf41941
18 okt 2026 · 9f81a5ab0727975c
18 okt 2026 · a5d0f5a12839a0cc
17 okt 2026 · ad3fc81402bfa97d
16 okt 2026 · 8ded07e461c42349