KamerkringInloggen
AmendementVerworpenKabinet: niet beschikbaar bij moties en/of amendementen vóór 1 april 2019

Amendement van het lid Pieter Heerma over loondispensatie als maatwerk

18 feb 2014 · Tweede Kamer · Dossier 33161 · Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en enige andere wetten gericht op bevordering deelname aan de arbeidsmarkt voor mensen met arbeidsvermogen en harmonisatie van deze regelingen (Invoeringswet Participatiewet)

Besluiten en stemmingen

Verworpen.

20 feb 2014 · Stemming per fractie · Verworpen

Verworpen: 29 zetels voor en 121 tegen; 76 nodig voor een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Stemmen per fractie
FractieStemZetelsOpmerking
Christen-Democratisch Appèl (CDA)Voor13—
50PLUSVoor2—
Partij voor de Vrijheid (PVV)Voor14—
Bontes (BONTES)Tegen1—
GroenLinks (GL)Tegen4—
Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)Tegen3—
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD)Tegen41—
Democraten 66 (D66)Tegen12—
Partij voor de Dieren (PvdD)Tegen2—
Partij van de Arbeid (PvdA)Tegen38—
Socialistische Partij (SP)Tegen15—
ChristenUnieTegen5—

Motiedocumenten

Amendementstekst

Versie 47156f2d63b69a4f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 33 161Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en enige andere wetten gericht op bevordering deelname aan de arbeidsmarkt voor mensen met arbeidsvermogen en harmonisatie van deze regelingen (Invoeringswet Participatiewet) Nr. 127 AMENDEMENT VAN HET LID PIETER HEERMA Ontvangen 18 februari 2014 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: IIn artikel I, onderdeel F, wordt «Na artikel 10a worden vijf artikelen ingevoegd, luidende» vervangen door: Na artikel 10a worden zeven artikelen ingevoegd, luidende. IIAan artikel I, onderdeel F, worden twee artikelen toegevoegd, luidende: Artikel 10g Doelgroep loondispensatie 1. Het college kan:a. ambtshalve vaststellen of een persoon die algemene bijstand ontvangt niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon;b. op schriftelijke aanvraag van een persoon die algemene bijstand ontvangt of van een niet-uitkeringsgerechtigde vaststellen of hij in niet staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon. 2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan slechts eenmaal per twaalf maanden worden ingediend. Artikel 10h Loondispensatie 1. Indien een werkgever voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon van wie op grond van artikel 10g is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, vermindert het college op verzoek van de werkgever of van die persoon, de hoogte van de aanspraak van die persoon op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid tot de loonwaarde, in afwijking van hetgeen bij en krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing indien: kst-33161-127ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 161, nr. 1271 a. de arbeid wordt verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in de artikelen 2 en 7 van de Wet sociale werkvoorziening; ofb. met betrekking tot de dienstbetrekking een proeftijd geldt en het derde lid is toegepast. 3. Het college kan een persoon die algemene bijstand ontvangt en van wie op grond van artikel 10g is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, gedurende maximaal drie maanden bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden laten verrichten met het oog op een reële vaststelling van de loonwaarde. 4. Het college dat de hoogte van de aanspraak, bedoeld in het eerste lid, heeft verminderd, stelt na aanvang van de dienstbetrekking telkens binnen een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen periode:a. ambtshalve vast of een persoon niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen overeenkomstig artikel 10g;b. de hoogte van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid ambtshalve vast overeenkomstig het eerste lid. 5. Het eerste tot en met vierde lid zijn niet langer op een persoon van toepassing, vanaf het moment dat:a. de op grond van het eerste of vierde lid vastgestelde aanspraak op een geldelijke beloning voor die persoon ten minste het wettelijk minimumloon zou bedragen;b. op grond van het vierde lid is vastgesteld dat die persoon in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen. Toelichting Als het gaat om het bereiken van een inclusieve arbeidsmarkt moet zoveel mogelijk maatwerk kunnen worden toegepast. Daarbij past ook een middel als loondispensatie. Zeker indien de werkzoekende zelf expliciet een verzoek doet om gebruik te mogen maken van loondispensatie. P. HeermaTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 161, nr. 1272

Eerdere bronversies

18 okt 2026 · 5728a5740011734e

18 okt 2026 · d6931894905fc9c3

18 okt 2026 · e8ea8d3625b63125

17 okt 2026 · 892cdf6de46be894

16 okt 2026 · 5eff1f45402b841b

Wat er gebeurde

  1. 18 feb 2014Amendement ingediendAmendement van het lid Pieter Heerma over loondispensatie als maatwerkBron ↗
  2. 20 feb 2014Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.