Amendementstekst
Versie 020ee9a7ffe6df58 · officiële bronkst-32045-16ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2011–201232 045Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met een hervorming van de regeling betreffende herziening ten voordele van de gewezen verdachte (Wet hervorming herziening ten voordele) Nr. 16 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID GESTHUIZEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 9 Ontvangen 12 december 2011 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: IIn artikel I, vervalt in artikel 457, eerste lid, onderdeel c, de zinsnede: dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en. IIIn artikel I, vervalt in artikel 457, eerste lid, onderdeel c, de zinsnede: indien dit gegeven bekend zou zijn geweest,. IIIIn artikel I wordt in artikel 457, eerste lid, onderdeel c, de zinsnede «zou hebben geleid» vervangen door: zou moeten hebben geleid. Toelichting In het voorgestelde artikel 457 worden gronden uiteengezet waarop de Hoge Raad ten voordele van de verdachte een uitspraak van de rechter in Nederland, houdende een veroordeling, kan herzien. De derde grond (het voorgestelde eerste lid, onderdeel c van artikel 457) betreft het novum. In de voorgestelde tekst kan er slechts sprake zijn van een novum indien het gaat om, kortom, een gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar schijnt, zodanig dat het ernstige vermoeden ontstaat dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot een vrijspraak, ontslag van alle rechtsvervolging, niet ontvankelijk verklaring van het Openbaar Ministerie of tot de toepassing van een minder zware strafbepaling. Dit amendement schrapt de voorwaarde dat het gegeven bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 045, nr. 161
bekend moet zijn geweest. Ook ingeval een gegeven wél bij de rechter bekend was, maar wellicht door een verkeerd rechterlijke oordeel later met de uitspraak niet in overeenstemming blijkt, zodanig dat het ernstige vermoeden ontstaat dat de uitspraak eigenlijk anders zou moeten hebben geluid (vrijspraak, ontslag van alle rechtsvervolging, niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie, hetzij toepassing van een minder zware strafbepaling) moet een herziening mogelijk zijn. Ook feiten die ten tijde van de beoordeling wel reeds bekend waren bij de rechter, moeten dus kunnen leiden tot herziening. GesthuizenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 045, nr. 162
Eerdere bronversies
18 okt 2026 · ba55c630a50ce10b
18 okt 2026 · 0656cd1bae010109
18 okt 2026 · 974d3f6e2d2150b0
17 okt 2026 · 824599dd3d5e7592
16 okt 2026 · 00c1cd78ebd3b445