Amendementstekst
Versie adca81f780f0a295 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 35 626Wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en ter uitvoering van het Klimaatakkoord Nr. 10 AMENDEMENT VAN HET LID GRINWIS Ontvangen 19 mei 2021 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: Aan artikel I wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: BBIn artikel 21.6, vierde lid, wordt na «9.5.2,» ingevoegd «9.8.1.3, 9.8.2.1, derde lid, 9.8.2.4, derde lid, 9.8.3a.1, tweede en derde lid, 9.8.3a.4, tweede lid, 9.8.3a.6, tweede lid, 9.8.3a.7, vierde lid, 9.8.3a.8, vierde lid, 9.8.4.4, derde lid, 9.8.4.6, tweede lid,». Toelichting Dit amendement regelt dat het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur, waarin het nieuwe instrument van de broeikasgasreductie-eenheid (BKE) wordt geïntroduceerd, wordt voorgehangen bij de Kamers. De Raad van State1, de Nederlandse Emissieautoriteit2 en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zelf hebben geconcludeerd dat er gewerkt moet worden aan de robuustheid van de huidige HBE-systematiek en het bijbehorende versterkte toezicht, voordat een (complexe) nieuwe systematiek kan worden ingevoerd. Dit amendement borgt dat de Kamers kunnen beoordelen of de BKE-systematiek daadwer-kelijk klaar voor invoering is. Grinwis1Kamerstukken II 2020/21, 35 626, nr. 4.2Kamerstukken II 2020/21, 35 626, nr. 3. kst-35626-10ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 626, nr. 10
Eerdere bronversies
18 okt 2026 · 035e377fec47e707
18 okt 2026 · c5d4e7120736e910
17 okt 2026 · 066232a5a2b69010
16 okt 2026 · 4701a363aee48dd0