Amendement van het lid Van Raan over het niet gebruiken van biobrandstoffen ter afdekking van productverplichtingen
15 jun 2021 · Tweede Kamer · Dossier 35693 · Wijziging van de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012 in verband met de implementatie van Uitvoeringsrichtlijn 2018/1581/EU
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 35 693Wijziging van de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012 in verband met de implementatie van Uitvoeringsrichtlijn 2018/1581/EU Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID VAN RAAN Ontvangen 15 juni 2021 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: IAan het slot van de beweegreden wordt voor de puntkomma ingevoegd: , alsmede om aanvullende voorzieningen te treffen. IIAan artikel I wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: CIn artikel 9 wordt «Biobrandstoffen en toevoegingen» vervangen door «Toevoegingen, met uitzondering van biobrandstoffen,». Toelichting Het IEA en de EU leggen geen separate verplichting op voor het aanhouden van biobrandstoffen, maar biobrandstoffen mogen onder bepaalde omstandigheden wel tot de wettelijke voorraad gerekend worden. Biobrandstoffen zijn echter vaak niet duurzaam, bijvoorbeeld omdat ze juist tot méér CO2-uitstoot leiden, omdat er voor de productie ervan ongerepte natuur voor wordt opgeofferd, wat gepaard gaat met het vrijkomen van CO2-uitstoot en biodiversiteitsverlies, of omdat er voor de productie land wordt opgeofferd dat nodig is voor de productie van voedsel. Dit amendement regelt dat biobrandstoffen niet ter afdekking van de productverplichtingen mogen worden gebruikt. Van Raan kst-35693-9ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 693, nr. 9
15 jun 2021Amendement ingediendAmendement van het lid Van Raan over het niet gebruiken van biobrandstoffen ter afdekking van productverplichtingenBron ↗
22 jun 2021Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗