Stemming uitgesteld.
14 jun 2016
Bij dit besluit zijn geen stemmingen vastgelegd. De uitslag per fractie is onbekend.
14 jun 2016
Bij dit besluit zijn geen stemmingen vastgelegd. De uitslag per fractie is onbekend.
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 33 852 (R2023)Wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap ter verlenging van de termijnen voor verlening van het Nederlanderschap en enige andere wijzigingen Nr. 32 AMENDEMENT VAN DE LEDEN SJOERDSMA EN VOORTMAN Ontvangen 8 juni 2016 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: Na artikel II wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel II0a 1. Na het afleggen van een daartoe strekkende schriftelijke verklaring verkrijgt door een bevestiging als bedoeld in artikel 6, derde lid, het Nederlanderschap, de meerderjarige vreemdeling die vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van deze Rijkswet op grond van artikel 15, eerste lid, onder c, het Nederlanderschap heeft verloren. 2. De artikelen, 6, tweede tot en met negende lid, en 6A van de Rijkswet op het Nederlanderschap zijn van overeenkomstige toepassing. Toelichting Zoals de Staatssecretaris in zijn nota van wijziging (Kst. 33 852 (R 2023), nr. 7) heeft toegelicht: «In artikel 15, eerste lid, onderdeel c is een verliesbepaling opgenomen voor personen die gedurende tien jaren in het buitenland verblijven en tevens een vreemde nationaliteit bezitten. De termijn van tien jaren wordt op grond van artikel 15, vierde lid, gestuit door de verstrekking van een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap dan wel van een reisdocument of Nederlandse identiteitskaart in de zin van de Paspoortwet. Vanaf de dag der verstrekking begint een nieuwe periode van tien jaren te lopen.» Bij het gewijzigde voorstel tot Rijkswet wordt deze termijn verlengd tot vijftien jaar in verband met de verlengde geldigheidsduur van Neder-landse paspoorten. Bij deze gewijzigde bepaling zouden de Nederlanders die het betreft vijf jaar de tijd hebben na verloop van hun paspoorten om kst-33852-32ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 33 852 (R2023), nr. 321 een nieuw paspoort of nieuwe identiteitskaart te laten verstrekken, om zo het verlies van het Nederlanderschap te voorkomen. Deze wijziging mag de oud-Nederlanders echter niet baten, die al vanaf 1 april 2013, tien jaar na de inwerkingtreding van het huidige artikel 15, vierde lid, hun Nederlanderschap kwijt zijn geraakt doordat zij niet op tijd waren met een aanvraag voor een paspoort of een identiteitskaart, op zo’n wijze dat het paspoort of de identiteitskaart verstrekt werd vóór het verlopen van de termijn van tien jaar. Dat de wet enkele jaren later wordt aangepast, maar zonder terugwerkende kracht, is in de ogen van de indieners onjuist. Dit amendement biedt soelaas voor deze gedupeerde oud-Nederlanders, doordat zij in staat worden gesteld een optieverzoek in te dienen ter herkrijging van het Nederlanderschap. SjoerdsmaVoortmanTweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 33 852 (R2023), nr. 322
Amendement van de leden Sjoerdsma en Voortman dat soelaas biedt voor gedupeerde oud-Nederlanders, doordat zij in staat worden gesteld een optieverzoek in te dienen ter herkrijging van het Nederlanderschap
Gewijzigd amendement van de leden Sjoerdsma en Voortman ter vervanging nr. 32 dat soelaas biedt voor gedupeerde oud-Nederlanders, doordat zij in staat worden gesteld een optieverzoek in te dienen ter herkrijging van het Nederlanderschap
Amendement van de leden Sjoerdsma en Voortman dat soelaas biedt voor gedupeerde oud-Nederlanders, doordat zij in staat worden gesteld een optieverzoek in te dienen ter herkrijging van het Nederlanderschap
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.