KamerkringInloggen
AmendementVerworpenKabinet: ontraden

Amendement van het lid El Abassi over expliciteren dat overtuigingen niet kwalificeren als gedragingen noch dat daaraan bij de beoordeling van gedragingen zelfstandige betekenis toekomt

12 okt 2026 · Tweede Kamer · Dossier 36918 · Wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in verband met de permanentmaking van die wet en enkele andere wijzigingen

Besluiten en stemmingen

Verworpen.

13 okt 2026 · Stemming per fractie · Verworpen

Verworpen: 40 zetels voor en 110 tegen; 76 nodig voor een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Stemmen per fractie
FractieStemZetelsOpmerking
Partij voor de Dieren (PvdD)Voor3—
Socialistische Partij (SP)Voor3—
DENKVoor3—
ChristenUnieVoor3—
VoltVoor1—
Progressief Nederland (PRO)Voor20—
Forum voor Democratie (FVD)Voor7—
BoerBurgerBeweging (BBB)Tegen3—
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD)Tegen22—
50PLUSTegen2—
Lid KeijzerTegen1—
Groep MarkuszowerTegen7—
Partij voor de Vrijheid (PVV)Tegen19—
JA21Tegen9—
Christen-Democratisch Appèl (CDA)Tegen18—
Democraten 66 (D66)Tegen26—
Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)Tegen3—

Motiedocumenten

Amendementstekst

Versie a8d5aa0a90d33131 · officiële bron

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2026-2027 36 918 Wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in verband met de permanentmaking van die wet en enkele andere wijzigingen Nr. 19 AMENDEMENT VAN HET LID El abassi Ontvangen 12 oktober 2026 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: In artikel I wordt na onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende: Aa Aan artikel 2 wordt een lid toegevoegd, luidende: 3. De ideologische, godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke overtuiging van de betrokken persoon wordt op zichzelf niet aangemerkt als een gedraging als bedoeld in het eerste lid, noch komt daaraan bij de beoordeling van die gedragingen zelfstandige betekenis toe. Toelichting De toepassing van de Twbmt kan, afhankelijk van de aard van de maatregel en de omstandigheden van het concrete geval, raken aan verschillende grond- en mensenrechten. Het gaat onder meer om de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging, het recht op vergadering en vereniging, het recht op privé- en familieleven en de bewegingsvrijheid. De regering erkent in de memorie van toelichting dat maatregelen op grond van de Twbmt een inmenging in meerdere van deze rechten kunnen vormen Daarbij is van belang dat voor toepassing van de Twbmt niet vereist is dat sprake is van een strafbaar feit. Ook niet-strafbare contacten, uitingen en gedragingen kunnen onderdeel vormen van het totaalbeeld op basis waarvan de Minister beoordeelt of een persoon in verband kan worden gebracht met terroristische activiteiten. De regering noemt daarbij bijvoorbeeld contacten met extremistische netwerken en bepaalde uitingen als omstandigheden die in de beoordeling kunnen worden betrokken. Daardoor kunnen ook gedragingen die tegelijkertijd een rechtmatige uitoefening van fundamentele rechten vormen, onderdeel worden van de beoordeling. Daarom verduidelijkt dit amendement dat bij de toepassing van artikel 2 onderscheid moet worden gemaakt tussen enerzijds iemands ideologische, politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging en anderzijds concrete gedragingen die in verband kunnen worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan. De Twbmt stelt gedragingen centraal. Ook de regering heeft bij de uitleg van de wet benadrukt dat niet bepalend is wie iemand is of welk gedachtegoed iemand heeft, maar welke gedragingen die persoon vertoont. Zoals eerder aangegeven is deze begrenzing thans niet uitdrukkelijk in de wettelijke tekst opgenomen. Om die reden voegt dit amendement dan ook een wettelijk relevantiecriterium toe aan deze wet. Op deze manier wordt voor eenieder duidelijk dat iemands overtuiging op zichzelf niet kan worden aangemerkt als de vereiste gedraging en evenmin zelfstandige bewijskracht heeft. Daarmee wordt tevens getracht tegemoet te komen aan de constatering van het WODC dat artikel 2 van de Twbmt veel open normen kent. De indiener acht wettelijke vastlegging wenselijk nu het gaat om preventieve vrijheidsbeperkende bevoegdheden en de wettelijke toepassingscriteria open normen bevatten. Het amendement voorkomt daarbij niet dat uitingen of andere gedragingen in een concreet geval kunnen worden betrokken wanneer deze daadwerkelijk voldoen aan artikel 2. Het bepaalt uitsluitend dat de overtuiging die aan dergelijke gedragingen ten grondslag ligt niet op zichzelf als gedraging geldt en geen zelfstandige grond vormt voor de beoordeling. El Abassi

Eerdere bronversies

18 okt 2026 · 8c4c59f6e052c2d9

18 okt 2026 · d50baf73561e6598

18 okt 2026 · a199e97bdde93bb2

17 okt 2026 · a3da0a6fc5bb1fa6

16 okt 2026 · 449dc6c9a11787f9

Wat er gebeurde

  1. 12 okt 2026Amendement ingediendAmendement van het lid El Abassi over expliciteren dat overtuigingen niet kwalificeren als gedragingen noch dat daaraan bij de beoordeling van gedragingen zelfstandige betekenis toekomtBron ↗
  2. 13 okt 2026Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.