Amendementstekst
Versie d6bb8f922877b297 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–2017 34 412Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Wet op het onderwijstoezicht en het Wetboek van Strafrecht, in verband met het tegengaan van misleidend gebruik van de naam universiteit en hogeschool, het onterecht verlenen en voeren van graden, alsmede het bevorderen van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef door rpho’s (bescherming namen en graden hoger onderwijs) Nr. 19 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN BRUINS EN ROG TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 15 Ontvangen 28 september 2016 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: IIn artikel I, onderdeel J, wordt in de aanhef «twee artikelen» vervangen door: drie artikelen. IIIn artikel I, onderdeel J, komt de laatste volzin van het eerste lid van artikel 1.22 te luiden: Onder het voeren van de naam universiteit wordt tevens verstaan het voeren van deze naam in samenstellingen, alsmede het voeren van de naam universiteit in vertalingen. IIIIn artikel I, onderdeel J, vervalt in artikel 1.22, het vijfde lid. IVIn artikel I, onderdeel J, komt de tweede volzin van het eerste lid van artikel 1.23 te luiden: Onder het voeren van de naam hogeschool wordt tevens het voeren van deze naam in samenstellingen verstaan, alsmede het voeren van de naam hogeschool in vertalingen. VIn artikel I, onderdeel J, vervalt in artikel 1.23, het vijfde lid. kst-34412-19ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 412, nr. 191
VIAan artikel I, onderdeel J, wordt een artikel toegevoegd, luidende: Artikel 1.24. Uitzonderingen gebruik naam hogeschool en universiteit 1. In afwijking artikel 1.22, eerste lid, mag de naam universiteit worden gevoerd door:a. de volksuniversiteiten;b. een persoon of rechtspersoon die geen graden verleent, noch in het vooruitzicht stelt en die geen betaling vraagt voor onderwijs of certifi-caten. 2. In afwijking van artikel 1.23, eerste lid, mag de naam hogeschool worden gevoerd door:a. de volkshogescholen;b. de Evangelische Hogeschool in Amersfoort en de Vrije Hogeschool in Zeist;c. een persoon of rechtspersoon die geen graden verleent, noch in het vooruitzicht stelt en die geen betaling vraagt voor onderwijs of certificaten. VIIIn artikel I, onderdeel AE, wordt in artikel 15.8 na «1.23» ingevoegd:, 1.24. Toelichting Dit amendement zorgt ervoor dat enkele aanvullende uitzonderingen in de wet worden opgenomen. Zo voert de Evangelische Hogeschool (EH) haar naam al sinds de oprichting in 1977. De EH is een maatschappelijk gevestigd instituut en binnen de doelgroep een begrip geworden. De EH bereidt studenten voor op hun vervolgstudie door onder meer aandacht voor persoonlijke ontwikkeling en een gedegen begeleiding bij studie-keuze en studiehouding, waardoor studie-uitval in het hoger onderwijs zoveel mogelijk wordt voorkomen. De Vrije Hogeschool (VH) is opgericht in 1976, is ook een maatschappelijk gevestigd instituut en een begrip onder de doelgroep. De EH en de VH communiceren nadrukkelijk dat het geboden onderwijs een tussenjaar betreft en dat er geen door de overheid erkend diploma verschaft wordt dat toegang geeft tot andere opleidingen. Van enige vorm van misleiding is geen sprake. In het wetsvoorstel wordt een uitzondering gemaakt voor volksuniversi-teiten en volkshogescholen. Net als de volkshogescholen stellen de EH en de VH geen graden in het vooruitzicht en wordt van studenten gevraagd om een deel van het cursusgeld te betalen. Een belangrijke voorwaarde voor het opnemen van deze uitzonderingen is dat de instellingen duidelijk communiceren over het karakter van het onderwijs, bijvoorbeeld dat geen door de overheid erkend diploma wordt verschaft dat toegang geeft tot andere opleidingen. Bovendien worden met dit amendement de uitzonde-ringen in het wetsvoorstel (volkshogescholen, volksuniversiteiten en personen of rechtspersonen die geen graden verlenen, noch in het vooruitzicht stellen en die geen betaling vragen voor onderwijs of certificaten) toegevoegd in de lijst van alle uitzonderingen. BruinsRogTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 412, nr. 192
Eerdere bronversies
18 okt 2026 · 664e2b452827a082
18 okt 2026 · 0a4b11c857fbf986
18 okt 2026 · c45fa628a6382483
17 okt 2026 · a8187e055842c584
16 okt 2026 · 536dbceb6474d5c6