AmendementVerworpenKabinet: niet beschikbaar bij moties en/of amendementen vóór 1 april 2019
Amendement van het lid Laçin over 15 miljoen voor personeel ILT
6 nov 2018 · Tweede Kamer · Dossier 35000-XII · Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2019
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 35 000 XIIVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2019 Nr. 13 AMENDEMENT VAN HET LID LAÇIN Ontvangen 6 november 2018 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd: IIn artikel 24 Handhaving en toezicht worden het verplichtingen-bedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 15.000 (x € 1.000). IIIn artikel 99 Nominaal en onvoorzien worden het verplichtingen-bedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 15.000 (x € 1.000). Toelichting Dit amendement regelt extra middelen ten behoeve van personeel bij de ILT. Hiervan kunnen mensen worden aangenomen en huidig personeel geschoold waar nodig. Dit versterkt de handhavingscapaciteit. De indiener is van mening dat er de afgelopen jaren teveel is bezuinigd op deze inspectiedienst. Het beperkte budget heeft er toe geleid dat er alleen risicogericht wordt geïnspecteerd. Handhaving schiet ondanks de inzet van de dienst tekort waardoor overtredingen van milieuwetgeving te vaak onbestraft blijven. Met deze extra middelen voor personeel kan de handhavingscapaciteit worden uitgebreid en versterkt. Dit leidt uiteindelijk tot een effectievere bestrijding van milieucriminaliteit. Analoog aan de structurele onderuitputting die de Minister in de 1e suppletoire begroting 2018 heeft ingeboekt, wordt dekking gevonden door op artikel 99 (Nominaal en onvoorzien) van de IenW-begroting een onderuitputting in te boeken in afwachting van concrete invulling. Dit wordt ingevuld met de onderuitputting die in de loop van het jaar ontstaat. Laçin kst-35000-XII-13ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 13