Amendementstekst
Versie 3e7801e7b8ec5aa6 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2026–202736 835Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 vanhet Europees Parlement en de Raad van 13 juni2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EUinzake de voorkoming en bestrijding vanmensenhandel en de bescherming vanslachtoffers daarvan (Implementatiewetherziene Europese richtlijn mensenhandel)Nr. 26 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID FABER TERVERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 11Ontvangen 30 september 2026 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:IArtikel I, onderdeel A, wordt als volgt gewijzigd:1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst en in de tekst wordt«artikel 273f, tweede lid,» vervangen door «het tweede lid».2. Voor onderdeel 1 (nieuw) wordt een aanhef ingevoegd, luidende:Artikel 273f wordt als volgt gewijzigd:.3. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:2. In het derde lid wordt na subonderdeel 1°, onder vernummering vande subonderdelen 2° en 3° tot subonderdelen 3° en 4°, een subonderdeelingevoegd, luidende:2°. de feiten, omschreven in het eerste lid, worden begaan in dehoedanigheid van ambtenaar, waarmee wordt gelijkgesteld een persoonin de openbare dienst van een vreemde staat die in Nederland op door hetvolkenrecht toegelaten wijze zijn bediening uitoefent, jegens een persoondie aan het gezag van de schuldige is onderworpen of aan dewaakzaamheid van de schuldige is toevertrouwd;IIArtikel I, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd:1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst en in de tekst wordt«Artikel 273g, eerste lid,» vervangen door «Het eerste lid».2. Voor onderdeel 1 (nieuw) wordt een aanhef ingevoegd, luidende:2. Artikel 273g wordt als volgt gewijzigd:. kst-36835-26ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 36 835, nr. 261
3. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:3. Indien het in het eerste lid omschreven feit wordt begaan in dehoedanigheid van ambtenaar, waarmee wordt gelijkgesteld een persoonin de openbare dienst van een vreemde staat die in Nederland op door hetvolkenrecht toegelaten wijze zijn bediening uitoefent, jegens een persoondie aan het gezag van de schuldige is onderworpen of aan dewaakzaamheid van de schuldige is toevertrouwd, kan de op het misdrijfgestelde gevangenisstraf met een derde worden verhoogd, met dienverstande dat deze ten minste drie jaren bedraagt.IIIArtikel II, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:1. In het voorgestelde artikel I wordt voor de tekst de onderdeelsaan-duiding «B» geplaatst.2. Onderdeel B (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:a. In de aanhef vervalt «van het Wetboek van Strafrecht».b. In het voorgestelde artikel 273g wordt voor de tekst de aanduiding«1.»geplaatst en wordt aan dat artikel een lid toegevoegd, luidende:2. Indien het in het eerste lid omschreven feit wordt begaan in dehoedanigheid van ambtenaar, waarmee wordt gelijkgesteld een persoonin de openbare dienst van een vreemde staat die in Nederland op door hetvolkenrecht toegelaten wijze zijn bediening uitoefent, jegens een persoondie aan het gezag van de schuldige is onderworpen of aan dewaakzaamheid van de schuldige is toevertrouwd, kan de op het misdrijfgestelde gevangenisstraf met een derde worden verhoogd, met dienverstande dat deze ten minste drie jaren bedraagt.3. Voor onderdeel B (nieuw) worden een aanhef en een onderdeelingevoegd, luidende:Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: AIn artikel 273f wordt na het achtste lid, onder vernummering van hetnegende lid tot het tiende lid, een lid ingevoegd, luidende:9. Indien het in het eerste, tweede of achtste lid omschreven feit wordtbegaan in de hoedanigheid van ambtenaar, waarmee wordt gelijkgesteldeen persoon in de openbare dienst van een vreemde staat die inNederland op door het volkenrecht toegelaten wijze zijn bedieninguitoefent, jegens een persoon die aan het gezag van de schuldige isonderworpen of aan de waakzaamheid van de schuldige is toevertrouwd,kan de op het misdrijf gestelde gevangenisstraf met een derde wordenverhoogd, met dien verstande dat deze ten minste drie jaren bedraagt.IVArtikel II, onderdeel b, wordt als volgt gewijzigd:1. Voor de tekst wordt de aanduiding «2.» geplaatst.2. In het met onderdeel 2 (nieuw) voorgestelde onderdeel E wordtartikel 273g als volgt gewijzigd:Tweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 36 835, nr. 262
a. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.»geplaatst.b. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:2. Indien het in het eerste lid omschreven feit wordt begaan in dehoedanigheid van ambtenaar, waarmee wordt gelijkgesteld een persoonin de openbare dienst van een vreemde staat die in Nederland op door hetvolkenrecht toegelaten wijze zijn bediening uitoefent, jegens een persoondie aan het gezag van de schuldige is onderworpen of aan dewaakzaamheid van de schuldige is toevertrouwd, kan de op het misdrijfgestelde gevangenisstraf met een derde worden verhoogd, met dienverstande dat deze ten minste drie jaren bedraagt.3. Voor onderdeel 2 (nieuw) wordt een onderdeel ingevoegd,luidende:1. In het met onderdeel C voorgestelde artikel 273f wordt na het achtstelid, onder vernummering van het negende lid tot het tiende lid, een lidingevoegd, luidende:9. Indien het in het eerste, tweede of achtste lid omschreven feit wordtbegaan in de hoedanigheid van ambtenaar, waarmee wordt gelijkgesteldeen persoon in de openbare dienst van een vreemde staat die inNederland op door het volkenrecht toegelaten wijze zijn bedieninguitoefent, jegens een persoon die aan het gezag van de schuldige isonderworpen of aan de waakzaamheid van de schuldige is toevertrouwd,kan de op het misdrijf gestelde gevangenisstraf met een derde wordenverhoogd, met dien verstande dat deze ten minste drie jaren bedraagt.Toelichting De Europese richtlijn schrijft voor dat als het gaat om een strafbaar feitals bedoeld in artikel 2 (alle vormen van uitbuiting) en het strafbare feitdoor ambtenaren in de uitoefening van hun functie is gepleegd dit alsverzwarende omstandigheid moet worden beschouwd.Indiener sluit zich voor dit amendement aan bij de Europese richtlijn,welke voorschrijft dat als een strafbaar feit als bedoeld in artikel 2 vanRichtlijn 2011/36 wordt gepleegd door een ambtenaar in de uitoefeningvan zijn functie als een verzwarende omstandigheid moet wordenbeschouwd. Indiener is van mening dat corruptie hard moet wordenbestreden. Corruptie binnen de overheid schaadt het vertrouwen van deburger in de democratische rechtstaat. Het is dan ook passend indien hetstrafbare feit door ambtenaren in de uitoefening van hun functie isgepleegd dit als verzwarende omstandigheid moet worden beschouwd.Het is juist de overheid die een toonbeeld dient te zijn van integriteit.FaberTweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 36 835, nr. 263
Eerdere bronversies
18 okt 2026 · 82b826cce36d155e
18 okt 2026 · b45085a5319c8a8c
17 okt 2026 · e12088e19a796f43
16 okt 2026 · 7ddcaad8b2441ba5