KamerkringInloggen
AmendementVerworpenKabinet: ontraden

Amendement van het lid Van Raan over het belasten van CO2-uitstoot door het verbranden van biomassa

9 nov 2021 · Tweede Kamer · Dossier 35927 · Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2022)

Besluiten en stemmingen

Verworpen.

11 nov 2021 · Stemming per fractie · Verworpen

Verworpen: 47 zetels voor en 103 tegen; 76 nodig voor een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Stemmen per fractie
FractieStemZetelsOpmerking
VoltVoor3—
Fractie Den HaanVoor1—
DENKVoor3—
Partij van de Arbeid (PvdA)Voor9—
Socialistische Partij (SP)Voor9—
JA21Voor3—
Partij voor de Dieren (PvdD)Voor6—
GroenLinks (GL)Voor8—
Groep Van HagaVoor3—
BIJ1Voor1—
OmtzigtVoor1—
Democraten 66 (D66)Tegen24—
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD)Tegen34—
ChristenUnieTegen5—
Forum voor Democratie (FVD)Tegen5—
Christen-Democratisch Appèl (CDA)Tegen14—
BoerBurgerBeweging (BBB)Tegen1—
Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)Tegen3—
Partij voor de Vrijheid (PVV)Tegen17—

Motiedocumenten

Amendementstekst

Versie 2d3e1d492e0f7a6d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2021–2022 35 927Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2022) Nr. 42 AMENDEMENT VAN HET LID VAN RAAN Ontvangen 9 november 2021 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: IAan artikel XXII worden vijf onderdelen toegevoegd, luidende: EArtikel 71h wordt als volgt gewijzigd: 1. Na onderdeel a wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: aa. biomassa-installatie: installatie waarin blijkens een op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht afgegeven omgevingsver-gunning uitsluitend biomassa mag worden verbrand en voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;. 2. Onderdeel g komt te luiden: g. industriële installatie: broeikasgasinstallatie, afvalverbrandingsinstal-latie, lachgasinstallatie of biomassa-installatie;. FIn artikel 71i, aanhef, wordt «broeikasgasinstallaties» vervangen door «broeikasgasinstallaties of biomassa-installaties». GArtikel 71j wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «broeikasgasinstallatie» vervangen door «broeikasgasinstallatie of biomassa-installatie». 2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd: kst-35927-42ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 35 927, nr. 421 a. In de aanhef wordt «broeikasgasinstallaties» vervangen door «broeikasgasinstallaties of biomassa-installaties». b. In onderdeel b wordt «broeikasgasinstallatie» vervangen door «broeikasgasinstallatie of biomassa-installatie». 3. In het derde lid wordt «broeikasgasinstallaties en afvalverbrandings-installaties» vervangen door «broeikasgasinstallaties, afvalverbrandings-installaties en biomassa-installaties». HAan artikel 71k, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: De exploitant van een biomassa-installatie is degene aan wie de omgevings-vergunning, bedoeld in artikel 71h, onderdeel aa, is verleend. IAan artikel 71p wordt een lid toegevoegd, luidende: 5. Het derde lid is niet van toepassing voor zover de emissie het gevolg is van het verbranden van biomassa. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit lid. IINa artikel XXIIA wordt een artikel ingevoegd, luidende: ARTIKEL XXIIB De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd: AIn artikel 16b.1, eerste lid, wordt in de definitiebepaling van historisch industrieel emissieverslag «afvalverbrandingsinstallaties en lachgasinstal-laties» vervangen door «afvalverbrandingsinstallaties, lachgasinstallaties en biomassa-installaties». BArtikel 16b.4, onderdeel a, komt te luiden:a. de gegevens uit het emissieverslag dan wel de schatting hiervan door het bestuur van de emissieautoriteit, bedoeld in artikel 70 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, met dien verstande dat de emissie als gevolg van het verbranden van biomassa volledig wordt meegewogen in de industriële jaarvracht. CAan artikel 16b.8, tweede lid, tweede zin, wordt toegevoegd «met dien verstande dat de emissie als gevolg van het verbranden van biomassa volledig wordt meegewogen in de industriële jaarvracht». Toelichting Dit amendement regelt dat de CO2-uitstoot door het verbranden van (houtige) biomassa wordt belast via de nationale CO2-heffing. Elke ton CO2-uitstoot, ongeacht de bron, draagt bij aan de klimaatcrisis. De CO2-uitstoot die vrijkomt bij het verbranden van houtige biomassa viel echter buiten de nationale CO2-heffing. Dit terwijl het biodiversiteits-verlies, het risico op ecocide en de gevolgen voor de luchtkwaliteit juist reden te meer vormen voor het ontmoedigen van het gebruik van Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 35 927, nr. 422 biomassa met financiële prikkels. Het uitsluiten van de CO2-uitstoot die vrijkomt bij het verbranden van biomassa van de nationale CO2-heffing valt niet te rechtvaardigen. Middels de aangenomen motie Van Raan en Leijten over voortaan de uitstoot door het verbranden van biomassa meten (motie 35 668 nr. 27) heeft de Tweede Kamer de regering de opdracht gegeven om biomassa niet langer als CO2-neutraal te behan-delen en te rekenen met de werkelijke CO2-uitstoot door het verbranden van biomassa in biomassa- en kolencentrales. Dit maakt het mogelijk om het toepassingsbereik van de nationale CO2-heffing uit te breiden naar de uitstoot door het verbranden van biomassa. II. Onderdeelsgewijs Onderdeel I Subonderdeel E (Artikel 71h van de Wet belastingen op milieugrondslag) Er wordt een definitiebepaling van biomassa-installatie opgenomen. Een biomassa-installatie is een installatie waarin uitsluitend biomassa wordt verbrand. Een dergelijke installatie wordt nu niet aangemerkt als broeikasgasinstallatie (Artikel 2, tweede lid, van het Besluit handel in emissierechten). Door aanpassing van de definitiebepalingen vallen deze installaties binnen het bereik van de CO2-heffing industrie. Onder biomassa wordt in deze verstaan hetgeen is bepaald in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Installaties waarin deels biomassa wordt verbrand, vallen reeds binnen het bereik van de CO2-heffing industrie (wanneer zij niet op basis van de overige bepalingen van Artikel 2, Besluit handel in emissierechten, worden uitgesloten). Deze installaties hoeven derhalve niet aanvullend onder de definitie te vallen. Subonderdeel F (Artikel 71i van de Wet belastingen op milieugrondslag) Een biomassa-installatie die direct of indirect uitsluitend wordt geëxploiteerd voor het in een kas telen van gewassen, stadsverwarming, de gebouwde omgeving, of het opwekken van elektriciteit is uitgezonderd van de CO2-heffing industrie. Subonderdeel G (Artikel 71j van de Wet belastingen op milieugrondslag) De belasting wordt bij biomassa-installaties geheven over de uitstoot van broeikasgas. Van de heffing zijn uitgezonderd de emissies als gevolg van het opwekken van elektriciteit of als gevolg van het opwekken van meetbare warmte die wordt uitgevoerd ten behoeve van stadsverwarming indien de biomassa-installatie in het belastingtijdvak meer dan driekwart van zijn totaal geproduceerde meetbare warmte in dat belastingtijdvak heeft uitgevoerd ten behoeve van stadsverwarming. Subonderdeel H (Artikel 71k van de Wet belastingen op milieugrondslag) De belastingplichtige voor de emissies door een biomassa-installatie is degene aan wie de omgevingsvergunning voor die biomassa-installatie is verleend. Subonderdeel I (Artikel 71p van de Wet belastingen op milieugrondslag) De uitstoot van emissies als gevolg van biomassa vallen niet onder het EU ETS systeem. Derhalve wordt over deze emissies de volledige CO2-heffing industrie betaald. Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 35 927, nr. 423 Onderdeel II Subonderdeel A (Artikel 16b.4 van de Wet milieubeheer) Voor de heffing van de belasting onder de naam CO2-heffing industrie wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de EU ETS-regels. Zo wordt in artikel 16b.4 van de Wet milieubeheer geregeld dat de exploitant van de industriële installatie de jaarvracht bepaalt op basis van de gegevens van het EU ETS-emissieverslag. De regels over de emissies die in het emissieverslag moeten worden opgenomen zijn vastgesteld bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel.1 In aanvulling hierop moeten ook de emissies als gevolg van het verbranden van biomassa worden gemonitord en gerapporteerd. De werkelijke uitstoot als gevolg van het verbranden van biomassa is immers onderdeel van de industriële jaarvracht waarover belasting, de CO2-heffing industrie, wordt betaald. De voorgestelde wijziging heeft tevens tot gevolg dat de vereisten om over de uitstoot van biomassa te rapporteren in het emissieverslag worden aangescherpt en op gelijk niveau worden gebracht ten aanzien van andere brandstoffen. Subonderdeel B (Artikel 16b.8 van de Wet milieubeheer) In dit artikel is geregeld dat de industriële installaties die niet onder het EU ETS vallen – zoals afvalverbrandingsinstallaties – ook de emissie als gevolg van het verbranden van biomassa moeten meewegen in de industriële jaarvracht. Verwezen wordt naar de toelichting op subon-derdeel A. Van Raan1Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie (PbEU 2018, L334)Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 35 927, nr. 424

Eerdere bronversies

18 okt 2026 · 90b8db010ddb239c

18 okt 2026 · f72bc718d33c5b15

18 okt 2026 · cc8ae051dbb65677

17 okt 2026 · cce4ef36feaa2302

16 okt 2026 · 47777d1e19a68824

Wat er gebeurde

  1. 9 nov 2021Amendement ingediendAmendement van het lid Van Raan over het belasten van CO2-uitstoot door het verbranden van biomassaBron ↗
  2. 11 nov 2021Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.