KamerkringInloggen
Kamerbrief

Rapport Onderzoek doorlooptijd facturatie eigen bijdragen nieuwe klanten en incassoproces CAK 2016

19 mei 2017 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d5c0ed864036a160 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–2017 29 538Zorg en maatschappelijke ondersteuning 34 104Langdurige zorg Nr. 242 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 19 mei 2017 De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft vorig jaar onderzoek gedaan naar de doorlooptijd facturatie eigen bijdragen nieuwe klanten en het incassoproces bij het CAK. De aanleiding hiervoor waren enkele signalen van burgers, berichten in media over stapelfacturen en de brief1 «Infor-matie over inning eigen bijdragen Wmo 2015» die uw Kamer op 9 oktober 2015 heeft ontvangen. Bijgaand treft u het rapport van dit onderzoek2. Hieronder ga ik in op de uitkomsten van het onderzoek. De NZa concludeert dat er bij het factureren van de eigen bijdragen en de incasso door het CAK veel goed gaat. Wel zijn er verbeteringen mogelijk in de administratieve organisatie en interne beheersing van de processen. Het gaat hier bijvoorbeeld om hergebruik van klantgegevens binnen het CAK en het optimaler gebruikmaken van gegevens in de keten. Ook adviseert de NZa om het beleid voor de eigen bijdragen in de Wmo en de Wlz meer gelijk te trekken. Nu wordt bijvoorbeeld in de Wmo en de Wlz een ander begrip van «loon» gehanteerd bij het vaststellen van de eigen bijdrage. Tot slot heeft de NZa enkele aanbevelingen gedaan ten aanzien van de inrichting van de incasso. Voor een deel zijn verbeteringen gericht op het voorkomen van stapelfac-turen al ingezet. Ik verwijs hiervoor bijvoorbeeld naar mijn brief3 «uiterlijke termijnen voor facturatie bijdrage Wmo 2015» van 31 januari 2017. Ook is met de Belastingdienst afgesproken om de frequentie van het uitwisselen van gegevens te verhogen, zodat inkomensgegevens eerder worden ontvangen en de eigen bijdragen sneller kunnen worden berekend. 1Kamerstuk 29 538, nr. 1972Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl3Kamerstuk 29 538, nr. 209 kst-29538-242ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2017Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 29 538, nr. 2421 Het Ministerie van VWS, het CAK en de ketenpartijen blijven werken aan verdere verbeteringen. Zoals aangegeven in mijn brief van 31 januari 2017 wordt er door de VNG, CAK en het programma i-Sociaal Domein gezamenlijk gewerkt aan het optimaliseren van de informatie-uitwisseling tussen gemeenten, aanbieders en CAK. Momenteel wordt een pilot met het berichtenverkeer (iWmo-standaarden) uitgevoerd ter verbetering van de gegevensuitwisseling tussen deze partijen. Op basis van de resultaten van de pilot worden de vervolgstappen bepaald. Ook worden de mogelijk-heden verkend om Wmo-cliënten, die hieraan de voorkeur geven, volgens de systematiek van het energiemodel de eigen bijdrage te factureren. De adviezen van de NZa om de loonbegrippen Wlz en Wmo te unifor-meren en het gebruik van gegevens uit de Wmo voor de Wlz wettelijk te verankeren moeten verder worden onderzocht op voor- en nadelen. Dit geldt ook voor het centraal registreren van klantgegevens. Eventuele besluitvorming daarover laat ik aan het nieuwe kabinet. Dat geldt ook voor het advies om een integrale benadering te hanteren in beleid en uitvoering voor de eigen bijdragen van de Wmo en Wlz. De NZa geeft aan dat de incasso door het CAK over het algemeen goed verloopt. Daar waar cliënten een betalingsachterstand oplopen is er veel persoonlijk contact en maatwerk. Het CAK heeft het aantal persoonlijke contacten eind 2016 geïntensiveerd en onderzoekt daarbij of huisbezoeken van meerwaarde kunnen zijn. Ook is het CAK gestart met het zogenaamde kwadrantenmodel waar ook het CJIB en de Belastingdienst mee werken. Dit model geeft handvatten voor het maken van onderscheid tussen verschillende typen personen ten aanzien van betalingsbereidheid en betalingsmogelijkheid en de meest effectieve aanpak per type. Hierbij wordt ook gekeken in hoeverre de overdracht van een vordering naar een incassopartner zinvol is. Ik concludeer dat de aanbevelingen van de NZa voor het grootste deel aansluiten bij de reeds ingezette verbeteringen. Een aantal aanbevelingen zal nader onderzocht moeten worden. Gezien de demissionaire status laat ik besluitvorming daarover aan het nieuwe kabinet. De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M.J. van RijnTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 29 538, nr. 2422

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 1c0d6becb1864fe0

14 okt 2026 · c6b55a3b5b6a804c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.