Eerste halfjaarbericht politie 2026
Brontekst
Versie 78a37c8ad2a30732 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 628PolitieNr. 1345 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juli 2026InleidingIn dit halfjaarbericht informeer ik uw Kamer over de staat van de politie.In deze brief zal ik ingaan op de volgende onderwerpen: veiligheid opstraat en online, ARK rapport in relatie tot opsporing, financiële situatiepolitie 2026 en beeld vanaf 2027, reconstructie inzage politiesystemen enalgemeen beeld gesprekken, bewaren politiegegevens en aanpak coldcases, verdrag met Duitsland voor grensoverschrijdende samenwerkingDSI en de vertrouwen- en reputatie monitor 2025.Daarnaast treft u bijgaand een aantal bijlagen:Bijlage 1: Kerncijfers politieBijlage 2: Informatie over Internationale en Caribische samenwerkingBijlage 3: Moties en toezeggingen inzake politieBijlage 4: Boa-bestelBijlage 5: Visie op internationale politiesamenwerkingBijlage 6: Voortgangsrapportage financiële situatie politieBijlage 7: Visie en uitgangspunten stelsel forensische geneeskundeBijlage 8a: Actieplan Versterking Forensische GeneeskundeBijlage 8b: Onderzoek bekostiging forensische geneeskunde – RapportAEFBijlage 8c: Schouwen en sturen – Rapport NSOBBijlage 9: Plan van Aanpak Cold Cases Versterken PolitieVeiligheid op straat en onlineHet veiligheidsgevoel moet weer terugkeren in Nederland en dat begintvanuit de samenleving. Hiervoor is onder andere normering en eengedragsverandering vanuit de samenleving nodig. Politiemedewerkersstaan er dag in dag uit voor onze veiligheid. Helaas worden zij daarbij intoenemende mate geconfronteerd met geweld. Geweld tegen hulpver-leners en een gebrek aan gezag voor hun belangrijke werk is onaccep- kst-29628-1345ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13451 tabel, zij verdienen onze waardering en respect. Het gezag op straat moetworden hersteld en dit is één van mijn topprioriteiten.De behoeften van de politie en de gezagen om de openbare orde opstraat, in de wijken en online goed te kunnen handhaven zijn voor mij eenbelangrijk uitgangspunt. Zij moeten daarvoor goed toegerust zijn.Hiervoor zet ik in op meer agenten in de wijk en vind ik het belangrijk datde politie (en boa’s) goed is uitgerust voor een effectieve taakuitvoeringom de samenleving te kunnen beschermen. Daarom verken ik, conformde ambities uit het coalitieakkoord, de mogelijkheid voor uitbreiding vangewelds- en verdedigingsmiddelen van de Mobiele Eenheid van depolitie. Voorts verken ik of bepaalde boa’s en politieagenten die dat nodighebben voor de uitvoering van hun taak, een bodycam krijgen om hunwerk veiliger uit te kunnen voeren.In een tijd van een snel digitaliserende maatschappij beperkt het borgenvan veiligheid zich niet alleen tot de fysieke omgeving, maar speelt het insteeds grotere mate een rol in de online omgeving. Dit vereist een impulsin het versterken van de aanpak van online criminaliteit met gebruik-making van innovatieve werkwijzen en investering in medewerkers diegespecialiseerd zijn in het bestrijden van online criminaliteit.Een mooi voorbeeld van intensivering van de aanpak in het online domeindoor de politie is de succesvolle campagne Game Over1 die tussen maarten mei 2026 is uitgevoerd, waarbij gebruik is gemaakt van online kanalenom verdachten op te sporen. De politie heeft in deze campagne honderdfoto’s gepubliceerd van criminelen die zich voordeden als nepagent en alsplegers van bankhelpdeskfraude. De foto’s werden eerst onherkenbaargepubliceerd, zodat verdachten de kans hadden zichzelf bij de politie temelden. De campagne richtte zich sterk op online platformen, waarbijwerd geadverteerd op Snapchat, TikTok en YouTube om de jongeredoelgroep van de samenleving te bereiken. Om naast jongeren ookandere doelgroepen te bereiken, is de campagne tevens landelijk onder deaandacht gebracht via andere communicatiekanalen in het publiekedomein. Daarnaast was een website actief waar alle foto’s van deverdachten te vinden waren. De opbrengst van de campagne was dat deidentiteit van vierenzeventig van de honderd verdachten is achterhaald.Deze actie is een voorbeeld van een innovatieve methode om verdachtenop te sporen.ARK rapport in relatie tot opsporingMet interesse en waardering heb ik kennisgenomen van het rapport vande Algemene Rekenkamer (ARK) over prioritering in de opsporing. Ikbeschouw dit rapport als een aanvulling op het eerdere rapport over destrafrechtketen. De korpschef en ik onderschrijven dat versterking nodig isin opsporing, in de gemaakte keuzes en in de onderbouwing daarvan.Deze ontwikkeling is reeds ingezet en dit onderzoek is een stimulans omdaarmee door te gaan. Opsporing en het stellen van prioriteiten hierin iscomplex, capaciteit is immers per definitie schaars. Het politiebestel kentdaarnaast in de Politiewet vastgelegde verantwoordelijkheden engezagsrelaties die doorwerken in de uitvoering van de opsporing in depraktijk. Onderstaande reactie moet vanuit dat perspectief en vanuit dienuance gelezen worden.1Game Over?! | politie.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13452 Prioritering en de Crime Harm IndexHet signaal over niet-opgepakte ernstige misdrijven, zoals seksuelemisdrijven, neem ik zeer serieus. Dit zijn belangrijke zaken vanwege degrote impact op slachtoffers en politie draagt er zorg voor dat deze dejuiste aandacht krijgen. De cijfers zoals door de ARK gepresenteerd in hetrapport behoeven echter enige nuance. De politie heeft de cijfersnagelopen en in verreweg de meeste gevallen is vroeg in het screenings-proces geconcludeerd dat er aanknopingspunten voor opsporingontbraken. Het betreft bovendien zowel aangiften (verzoek om vervolging)als meldingen (kennisgeving), die een verschillende status in hetopsporingsproces hebben.Voor seksuele misdrijven geldt dat een solide werkproces is afgesproken.Zo geldt de werkinstructie dat alle aangiften en meldingen van online enoffline seksuele misdrijven voorgelegd worden aan de frontoffices van hetteam opsporing seksuele misdrijven. Deze beoordelen de melding waarbijgekeken wordt naar spoedhandelingen, slachtofferbehoeften en passendeinterventies. Zij werken regio-overstijgend samen en hebben periodiekoverleg waarin de lijnen tussen de verschillende eenheden kort zijn.De door de ARK gebruikte Crime Harm Index (CHI) biedt een nuttigreflectiekader, maar kent ook een aantal beperkingen om als instrumentten behoeve van prioritering te gebruiken. De belangrijkste daarvan is dathet een ééndimensionaal instrument is dat enkel achteruit kijkt, terwijl hetstellen van prioriteiten en het maken van keuzes in de opsporing bijuitstek een veelheid aan dimensies kent, ook vanwege de aard van onspolitiebestel. Zo spelen nieuwe ontwikkelingen en landelijke beelden enregionale/lokale context een grote rol. De CHI is een nuttig middel omaanvullend inzicht te genereren. Tevens wil ik benadrukken dat de keuzesdie gemaakt worden in de prioritering in de opsporing in ons politiebestelvoorbehouden zijn aan de gezagen. Als Minister heb ik hier geenzeggenschap over.Transparantie in en verbetering van het opsporingsproces blijft eenbelangrijk aandachtspunt. OM en politie actualiseren uitgangspunten vooropportuniteit en selectiviteit, zodat de instroom van veelvoorkomendecriminaliteit beter aansluit op maatschappelijke en technologischeontwikkelingen. De politie verkent hoe triage en coördinatie in basisteamshet meest effectief kunnen worden ingericht en het werkproces bijseksuele misdrijven wordt doorontwikkeld. Doel van deze verbeteringen isde kans op succesvolle opsporing maximaliseren.Opsplitsing artikel 31 van de JenV-begrotingIk deel de ambitie om meer inzicht te geven in de politiebegroting, maarkies niet voor het splitsen van artikel 31 (politie) van de JenV-begroting. Inons bestel geldt «beheer volgt gezag»: het gezag (burgemeesters en OM)moet flexibel kunnen sturen. Splitsing beperkt die flexibiliteit, wektschijnprecisie en vergroot administratieve lasten. Dit standpunt wordtgedeeld door het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP). Ikvergroot het inzicht in de begroting op andere manieren. In de begroting2026 is de operationele formatie uitgesplitst naar acht werksoorten(waaronder opsporing) en de Kamer ontvangt naast de JenV-begrotingook de politiebegroting. Daarnaast wordt de motie Michon-Derkzen (2026)uitgevoerd voor meer inzicht in middeleninzet en ontwikkelt de politienieuwe bedrijfsvoeringssystemen die mensen en middelen beterkoppelen (Kamerstuk 36 600 VI, nr. 80).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13453 Mijn ministerie gaat graag in gesprek met de ARK over een zo adequaatmogelijke opvolging van de aanbevelingen.Financiële situatie politie 2026 en beeld vanaf 2027De meerjarige financiële opgave van de politie heeft door de investe-ringen van het kabinet Jetten een ander karakter gekregen. De extrafinanciële middelen uit het coalitieakkoord voor de politie zijn vanaf 2027beschikbaar. De korpschef zal de voorgestelde oplossingsrichting voor definanciële opgave in 2026 behoedzaam voortzetten om te borgen dat ergeen keuzes worden gemaakt die vanaf 2027 teruggedraaid hoeven teworden.Ten opzichte van hetgeen mijn voorganger in de brief uit januari 20262heeft laten weten, is er een belangrijke ontwikkeling. De politie heeft in2025 een positief exploitatieresultaat van ca. € 75 miljoen.Het inzetten van het positieve exploitatieresultaat gebeurt in tweestappen. Allereerst zal de politie € 46 miljoen inzetten om de eenheden enorganisatieonderdelen te ontzien. Met deze maatregel blijft er in 2026 voorsommige eenheden een opgave om actief te begrenzen op de personelebezetting. Voor de invulling van de opgave in 2026 zijn de volgendekaders afgesproken. De basisteams (de gebiedsgebonden politie en deopsporing in de basisteams) zullen helemaal buiten beschouwing wordengelaten. Hiermee wordt geborgd dat de aanwezigheid van de politie inbuurt, wijk, stad en gemeente en de opsporing in de basisteams nietgeraakt worden. Met andere woorden: blauw op straat blijft dus buitenbeschouwing. Daarnaast zullen de bijzondere bijdragen (zoals voor deDienst Specialistische Interventies en Ondermijning) ongemoeid blijven.Er wordt ook niet getornd aan de instroom van aspiranten en er wordengeen mensen ontslagen. Ook wordt conform afspraak bij het begrenzenvan de bezetting maximaal ingezet op de niet-operationele capaciteit. Alshet voor eenheden niet mogelijk is de financiële opgave voor 2026 uit tevoeren binnen de afgesproken kaders of het een ongewenst effect zouhebben voor de bezetting van de operationele sterkte, dan kan ermaatwerk worden toegepast. Daarvoor is € 29 mln. uit het positieveexploitatieresultaat van 2025 beschikbaar.De precieze keuzes in een eenheid voor de invulling van de financiëleopgave in 2026 zullen met de desbetreffende gezagen worden gemaakt,omdat de context per eenheid kan verschillen.De politie heeft het ministerie laten weten dat het op koers ligt om debegroting 2026 te realiseren, met inachtneming van de gemaakteafspraken over inzet van het eigen vermogen. Ik heb deze ontwikkelingenmet de gezagen in het LOVP besproken.Wat de meerjarige financiële opgave van de politie betreft het volgende.Vanuit het coalitieakkoord is er oplopend tot structureel € 462 miljoenvanaf 2030 bestemd voor de politie vanuit de envelop NationaleVeiligheid. Zoals aangekondigd in mijn beleidsbrief3 van 24 april jl. zalstructureel € 348 miljoen worden ingezet om de financiële opgave bij depolitie in te vullen en daarmee de slagkracht van de politie (ook inCaribisch Nederland) te verbeteren. Hierbij blijven als kernpunten geldendat de overbezetting op de niet-operationele sterkte wordt afgebouwd ende IV-uitgaven worden beheerst en begrensd, om te voorkomen dat deoperationele sterkte moet worden ingeperkt. Vervolgens blijft2Kamerstukken II 2025/26, 29 628 nr. 13033Kamerstuk 2026Z09050Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13454 € 114 miljoen van de middelen uit het coalitieakkoord over voor deambities die in het coalitieakkoord staan voor de politie. Ik zal uw Kamerin de JenV-ontwerpbegroting informeren, na Prinsjesdag, over de wijzevan besteding van de € 114 miljoen en de meerjarige politiebegroting.In bijlage zes staat bovenstaande nader beschreven.Reconstructie inzage politiesystemen4Naar aanleiding van het commissiedebat Politie op 25 maart jl. heb ik eenreconstructie uit laten voeren over de feitelijke en chronologischebesluitvorming inzake het onderzoek naar het gebruik van politiesystemenen de daaropvolgende interne en externe communicatie.Zoals gewisseld tijdens het commissiedebat van 25 maart vind ik het nietpassend om het handelen van individuen zonder publieke functieonderdeel te maken van het publieke debat. Tegelijkertijd vind ik deinformatiepositie van uw Kamer van groot belang. Daarom zal ik devolledige reconstructie vertrouwelijk ter inzage leggen aan uw Kamer.5Hieronder treft u de integrale tekst van de algemene bevindingen die dereconstructie heeft opgeleverd.Vanuit de eigen rol en positie van alle betrokkenen is te begrijpenwaarom zij gehandeld hebben zoals zij gehandeld hebben. Er warenconcrete en serieuze aanwijzingen voor het instellen van eenoriënterend onderzoek op landelijk niveau. Dat onderzoek leverdebijna 1.700 politiemedewerkers op die een of meer systemen haddenbevraagd. Omdat de onderzoeksresultaten niet verder te verfijnenwaren zonder de kring van betrokkenen sterk te vergroten, isbesloten tot een leertraject. Het plan van aanpak voor de communi-catie was uitgebreid en gedetailleerd. Het gebruik maken van brievenwas bedoeld om zorgvuldig en uniform te kunnen opereren, ooknaar de politiemedewerkers toe. De Kamerbrief was bedoeld om deTweede Kamer te informeren over de kwestie en verwees naar dedoor de politie aangekondigde stappen.De individuele overwegingen die de basis vormden voor hande-lingen zijn echter niet altijd duidelijk besproken of gedeeld.Bovendien lopen posities en belangen uiteen en bevinden dieposities en belangen zich niet altijd op een gelijk(waardig) niveau.Op bepalende momenten ontbreekt begrip van hoe informatie «oppapier» moet worden geduid in de context van de praktijk. Eenanalyse van de mogelijke gevolgen van met name het werken met1.700 individuele brieven (en hetgeen dat teweeg zou – kunnen –brengen) ontbrak. Belangen zijn niet navolgbaar in de besluit-vorming meegenomen, soms omdat ze niet in de juiste omvang opde juiste tafel zijn terechtgekomen. Dat bevindt zich op verschillende(bestuurlijke) niveaus en heeft een bepalende rol op belangrijkemomenten.De besluitvorming werd op bepalende momenten diffuus, duidelijkeigenaarschap ontbrak. Zo is in de vervolgtriage op 17-11 bepaalddat de opvolging een zaak voor de «eenheden» zou worden. Maar deverdere aanpak werd centraal, op landelijk niveau, tot standgebracht, waardoor het op 14-01 niet voor alle politiechefs duidelijkwas dat ook zij eigenaar van dat plan van aanpak waren.4Toezegging reconstructie: Kamerstukken II 2025/26, TZ202603, nr. 157.5Het stuk wordt vertrouwelijk ter inzage gelegd voor drie maanden, tot en met 30 september2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13455 In de besluitvorming binnen het departement omtrent het sturen vaneen brief aan de Tweede Kamer kunnen afwegingen rondomopportuniteit en inhoud gegeven de ervaren tijdsklem slechtsbeperkt worden gemaakt.Ik heb kennisgenomen van de reconstructie en de bevindingen. Dereconstructie bevestigt het beeld dat ik op 25 maart jl. met uw Kamerbesprak. Vast staat dat het in dit geval terecht was dat er op basis van designalen die er waren actie werd ondernomen binnen de organisatie. Hetis onacceptabel als detailinformatie uit een zaak naar de media wordtgelekt. Dat staat niet ter discussie en wordt ook breed gevoeld en gedeeldbinnen de politieorganisatie. Een mogelijk lek was de aanleiding om eenonderzoek te starten. Hoewel het lek niet kon worden achterhaald, is ervanuit de korpsleiding en politiechefs voor gekozen om in te zetten opbewustwording binnen de politieorganisatie op het gebied van professi-oneel gebruik van politiesystemen.Uit de reconstructie komt ook naar voren dat het interne besluitvormings-proces, en specifiek de daarin gemaakte afwegingen en het ontbreken vaneen goede vertaling van hoe het grote aantal raadplegingen zich verhoudttot het werk van de agent op straat, beter had gekund en gemoeten. Ookkomt naar voren dat er onduidelijkheid was over het eigenaarschapbinnen het korpsmanagementteam (overleg van korpsleiding en politie-chefs). Daarnaast stonden de gekozen aanpak en de opgestelde brievenniet in verhouding tot het beoogde doel van leren en bewustwording. Datde Kamerbrief en mijn communicatie in de media op 3 maart hebbenbijgedragen aan het ontstaan van een onterecht beeld, betreur ik.Hiervoor heb ik ook mijn excuses aangeboden. In dit gehele proces zijnalle politiemedewerkers die wel goede redenen hadden om de systemente raadplegen tekortgedaan, omdat het beeld is ontstaan dat zij opvoorhand zijn veroordeeld.Naar aanleiding van de gebeurtenissen hebben zowel de korpschef als ikgesprekken gevoerd met politiemedewerkers. Uit die gesprekken komtnaar voren dat deze kwestie er een was in een aantal situaties waarinmedewerkers zich niet gesteund hebben gevoeld. Laat ik vooropstellendat de korpschef en ikzelf deze signalen serieus nemen. Politieagentenzetten zich dag en nacht, in de frontlinie, in voor onze veiligheid. Daarbijzien we dat het handelen van onze mensen op straat in toenemende matezonder context en op voorhand wordt veroordeeld door maatschappelijkedruk. Wij staan pal achter de politiemedewerkers en hebben het vollevertrouwen in hun professionele afwegingen bij hun taakuitvoering. Veruithet meeste gaat goed. Soms gaan er dingen niet goed en daarvoorbestaan binnen de politieorganisatie procedures om daarover helderheidte krijgen en van te leren. Dit is een terugkerend thema in mijn gesprekkenmet agenten. Zij verdienen daarin onze steun. Een betrokken blik van demaatschappij op de politie is terecht, maar wantrouwen en veroorde-lingen op voorhand niet. De korpschef en ik blijven ons ervoor inzettenom dit sentiment tegen te gaan.Over de uitkomsten van de reconstructie en de gesprekken heb ik met dekorpschef het gesprek gevoerd. De korpschef heeft mij ervan verzekerddat de korpsleiding en de politiechefs het van het grootste belang vindenom actief in verbinding te (blijven) staan met de politiemedewerkers in hetland. Het versterken van de verbinding binnen de politieorganisatie enmeer ruimte creëren voor het open gesprek, is daarbij van groot belang.Daar blijven de korpsleiding en politiechefs zich voor inzetten, zodatpolitiemedewerkers met gezag en vertrouwen hun taken kunnenuitvoeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13456 Naast gesprekken van de korpschef met medewerkers en leidinggevendenheeft zij ook op meerdere momenten met medezeggenschap en politie-vakbonden teruggeblikt op het proces van de 1.700 brieven. Het beeld uitde reconstructie en de gesprekken sluiten op elkaar aan: het is niet gegaanzoals beoogd. Hoewel uit de reconstructie blijkt dat de aanleiding voor hetonderzoek naar politiesystemen terecht was, ziet de korpschef dat degekozen aanpak veel politiemedewerkers heeft geraakt. Hiervoor heeft dekorpschef eerder excuses aangeboden. Er is veel betrokkenheid envakmanschap bij politiemedewerkers. Op het moment dat het politieop-treden onder een vergrootglas komt te liggen, voelen zij zich echter nietaltijd gesteund en gewaardeerd door de (korps)leiding. Dit moet beter,vinden de korpschef en de politiechefs. Hiermee gaan zij langs devolgende actielijnen aan de slag:1.Besluitvorming: de korpsleiding en het korpsmanagement gaan hetvolgende verbeteren:a.Gevolgen voor de medewerker en kennis van de praktijk krijgeneen nog stevigere plek in de besluitvorming: wat zijn degevolgen voor de medewerker?b.Stakeholders (medezeggenschap, vakbonden, ministerie e.a.)worden tijdig geïnformeerd. Hierover worden afsprakengemaakt.c.De korpschef en het korpsmanagement maken betere afsprakenover het eigenaarschap van genomen besluiten.2.Communicatie bij incidenten: in de communicatie over incidentenwordt de boodschap beter afgestemd op het perspectief van depolitiemedewerker. Het serieus omgaan met feedback op hetoptreden van de politie moet in balans zijn met het steunen van demedewerker.3.Bevragingen van politiesystemen: uit de gesprekken bleek dat ersoms onduidelijkheid bestond over wat wel en niet is toegestaan.Hoewel dit gezien de aard van het politiewerk nooit zwart-wit is, zalde leiding op dit punt meer richting en houvast bieden. Samen metpolitiemedewerkers wordt dit verder uitgewerkt.4.Interne onderzoeken: de werkwijze bij interne onderzoeken wordttegen het licht gehouden en waar nodig aangepast, zodat er meermogelijkheden komen om aan leren en herstel te werken.De uitvoering van deze actielijnen wordt samen met de medezeggenschapen de vakbonden opgepakt. De medezeggenschap en vakbonden kunnenzo de voortgang toetsen en op basis hiervan kan de aanpak waar nodigworden bijgesteld. Om de verbinding – aanvullend op deze acties – verderte versterken, zal de korpsleiding ook bij toekomstige werkbezoeken aande eenheden met groepen medewerkers in gesprek blijven gaan.De rode draad voor de korpsleiding en de politiechefs is de wens om eenlerende organisatie te zijn waarin vertrouwen in vakmanschap – en inelkaar – het uitgangspunt is. Zij delen de overtuiging én het vertrouwendat alle politiemedewerkers vanuit professionaliteit willen bijdragen aangoed politiewerk.Algemeen beeld gesprekkenNaast de gesprekken van de korpschef in alle eenheden zijn er deafgelopen periode ook individuele gesprekken gevoerd tussenmedewerkers die een brief hadden ontvangen en hun leidinggevende. Dekorpschef heeft mij zoals toegezegd geïnformeerd over het algemenebeeld dat uit deze gesprekken naar voren is gekomen.Het algemene beeld is als volgt te typeren, waarbij de eerste categorie hetgrootste was en de laatste het kleinst:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13457 1.Inzage was goed uitlegbaar; bijvoorbeeld vanwege een mogelijkeoperationele inzet, piket, taken in het kader van sturing en coördinatieen taakaccenthouderschap.2.De inzage was minder goed uitlegbaar of er bestond onduidelijkheidover de regels; de noodzakelijkheid kwam niet duidelijk naar voren,waarbij medewerkers wel reflectie toonden. Of het was onduidelijkwat niet en wat wel is toegestaan voor wat betreft het raadplegen vande betreffende systemen.3.Inzage was onvoldoende uitlegbaar; er was geen of onvoldoendereflectie op het eigen handelen of er was sprake van herhaald gedrag.Voor de legitimiteit van de politie blijft aandacht voor het professioneelgebruik van politiesystemen van belang. De bevindingen uit de recon-structie geven aanleiding tot leren en verbeteren. Ik heb er vertrouwen indat dit voortvarend wordt opgepakt.Bewaren politiegegevens en aanpak cold casesCold cases hebben een enorme impact op slachtoffers, nabestaanden ende rechtsorde. De korpschef en ik vinden het belangrijk om de waarheids-vinding bij cold cases te vergroten. De politie en het Openbaar Ministeriehebben een plan opgesteld voor het versterken van de aanpak van coldcases in de periode 2026–2027, mede naar aanleiding van de motieMutluer voor een betere aanpak van cold cases.6 In bijlage 3 wordt ditplan van aanpak nader toegelicht. Tevens is het integrale interne plan bijuitzondering als bijlage bij dit halfjaarbericht gevoegd.Voorts heb ik in het licht van de aanpak van cold cases in de afgelopenperiode een ultieme poging gedaan om nogmaals te bezien of ermogelijkheden bestaan om de bewaartermijn van politiegegevens, dieworden verwerkt voor de dagelijkse politietaak, te verlengen. Hiervoorheb ik meerdere sporen bewandeld, waar ik graag met uw Kamer over ingesprek ga. In bijlage 3 geef ik een uitgebreide toelichting op de vervolg-stappen die de korpschef zal zetten.Verdrag met Duitsland voor grensoverschrijdende samenwerkingDSICriminaliteit of een terroristische dreiging stopt niet bij de grens. Samenmet Duitsland werkt mijn departement aan een nieuw verdrag zodat deDienst Speciale Interventies (DSI) met de Duitse speciale politieinterventie-eenheden grensoverschrijdend ingezet kunnen worden. Metdit verdrag wordt het mogelijk elkaar sneller te kunnen bijstaan en betergebruik te maken van elkaars kennis en capaciteit. Zo wordt het bijvoor-beeld mogelijk dat de Nederlandse DSI in acute situaties ook op Duitsgrondgebied kan optreden als arrestatieteam of om een gijzeling tebeëindigen.Het nieuwe verdrag is een aanvulling op het verdrag van Enschede uit2005, dat de basis vormt voor de grensoverschrijdende politie-inzet tussenNederland en Duitsland. Op 29 juni jl. heb ik samen met de DuitseBondsminister van Binnenlandse Zaken afgesproken dat het verdrag vanEnschede wordt herzien om de reguliere politiesamenwerking teversterken. Het huidige verdrag dateert namelijk uit 2005 en sluit nietmeer goed aan bij de huidige praktijk. Het Benelux-politieverdrag dient alseen belangrijk voorbeeld bij deze herziening. Bij de herziening wordtnagedacht over een grondslag voor het verlenen van bijstand bijopsporingsonderzoeken. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van elkaars6Kamerstukken II, 2025/26, 29 628, nr. 1292.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13458 speciaal getrainde honden of politiedatabanken en gezamenlijke analysesvan criminaliteits- en dreigingsbeelden. Ook afspraken over bevoegd-heden en bewapening worden met de herziening beter passend bij depraktijk van nu. Door nog intensiever met onze buurlanden samen tewerken, zijn we beter voorbereid op dreigingen en verhogen we onzeweerbaarheid.Vertrouwen- en reputatie monitor 2025De jaarlijkse vertrouwen- en reputatiemonitor7 laat het volgende beeldzien. Net als in voorgaande jaren bestaat er maatschappelijk vertrouwenin de politie. De inspanningen die de politie levert voor onze veiligheid,wordt door een ruime meerderheid van de ondervraagde burgers alsbelangrijk gezien voor het functioneren van de samenleving. Politiemede-werkers beoordelen de politie als werkgever ten opzichte van afgelopenjaren positiever. Verschillende aspecten van werkbeleving, zoals werkdruken autonomie laten een stabiel beeld zien, waarbij niet operationele-medewerkers positiever scoren dan operationele medewerkers. De politiezal de inzichten uit de vertrouwen- en reputatiemonitor benutten voordoorontwikkeling van de dienstverlening.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van Weel7https://www.politie.nl/nieuws/2026/mei/22/00-vertrouwen-in-de-politie-bij-burgers-in-2025-goed.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13459
Gerelateerde bronnen
- De minister komt in het eerste halfjaarbericht politie (juni 2026) terug op de vragen van mw. Straatman over politie-inzet bij voetbalwedstrijden en civielrecht
De minister komt in het eerste halfjaarbericht politie (juni 2026) terug op de vragen van mw. Straatman over politie-inzet bij voetbalwedstrijden en civielrechtelijke stadionverboden.
- De minister gaat in gesprek met de burgemeesters over de steun voor politiemensen, hij zal de Kamer daar schriftelijk over informeren.
De minister gaat in gesprek met de burgemeesters over de steun voor politiemensen, hij zal de Kamer daar schriftelijk over informeren.
- In het volgende halfjaarbericht (juni 2026) politie komt de minister terug op de rol van leidinggevenden in integriteitsonderzoeken.
In het volgende halfjaarbericht (juni 2026) politie komt de minister terug op de rol van leidinggevenden in integriteitsonderzoeken.
- In het volgende halfjaarbericht politie:
- Informeert de minister de Kamer over de leidraad inzake de afdoening winkeldiefstal (n.a.v. vraag mw. Michon-Derkzen)
In het volgende halfjaarbericht politie: - Informeert de minister de Kamer over de leidraad inzake de afdoening winkeldiefstal (n.a.v. vraag mw. Michon-Derkzen). - Informeert de minister de Kamer over de stand van zaken over heimelijk werken (n.a.v. vraag dhr. Struijs).
- De minister informeert de Kamer op korte termijn over de zichtbaarheid en de bereikbaarheid van de politie (naar aanleiding van de discussie over het sluiten va
De minister informeert de Kamer op korte termijn over de zichtbaarheid en de bereikbaarheid van de politie (naar aanleiding van de discussie over het sluiten van politiebureaus).
- De minister doet een ultieme poging om de opties voor verlenging van de bewaartermijn politiegegevens te verkennen. Hij informeert de Kamer daar voor de zomer o
De minister doet een ultieme poging om de opties voor verlenging van de bewaartermijn politiegegevens te verkennen. Hij informeert de Kamer daar voor de zomer over. In de tussentijd zullen er geen gegevens vernietigd worden.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.