KamerkringInloggen
Kamerbrief

Uitvoering motie van het lid Bontes over beëindiging van de samenwerking met de As-Soennah moskee

14 apr 2016 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie bcdc399abcf93b70 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 29 614Grondrechten in een pluriforme samenleving 29 628Politie Nr. 40 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 14 april 2016 Tijdens de stemmingen over moties ingediend bij het VAO Politie van 8 maart 2016 (Handelingen II 2015/16, nr. 64, item 10) heeft uw Kamer de motie aangenomen van het lid Bontes waarin de regering wordt verzocht alles in het werk te stellen om de samenwerking van de politie in Den Haag met de salafistische As-Soennah moskee tijdens oud en nieuw te beëindigen. Het lid Bontes heeft de regering verzocht aan te geven hoe zij hieraan uitvoering gaat geven. In antwoord op uw brief van 15 maart 2016, waarin u het verzoek van het lid Bontes aan mij overbrengt, deel ik u hierover het volgende mee. Ik heb de burgemeester van Den Haag geinformeerd over de aangenomen motie. Het is aan de gemeente zelf bij de vormgeving van haar integraal veiligheidsbeleid betrokkenheid van dergelijke organisaties te organi-seren. De lokale driehoek bepaalt binnen de eigen lokale context of deze samenwerking nuttig is. De Minister van Sociale Zaken en Werkgele-genheid en ik hebben bij de vervolgbrief over het salafisme in Nederland1 een samen met experts ontwikkeld normatief kader naar uw Kamer verzonden. Dit kader kan gemeenten helpen bij het maken van de afweging met welke organisaties in welke context samen te werken, gebaseerd op hun feitelijke gedragingen en de al dan niet onwenselijkheid daarvan. De vrijwilligers van de organisaties waarmee de gemeente kiest om samen te werken, krijgen overigens geen aparte bevoegdheden en hebben geen «toezicht- en handhavingstaken», zoals in de motie staat. Wat dat betreft verschillen zij niet van andere burgers. Zij worden bovendien begeleid door de politie. De verantwoordelijkheid voor de ordehandhaving ligt te allen tijde geheel bij de politie in onderge-schiktheid aan het gezag van de burgemeester. 1Kamerstuk 29 614, nr. 39 kst-29614-40ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 614, nr. 401 Voorts verwijs ik naar de antwoorden op Kamervragen van de leden Van Klaveren en Bontes2 over dit onderwerp. De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur2Aanhangsel Handelingen II 2014/15, nr. 1505Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 614, nr. 402

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 99c0005639a4139f

14 okt 2026 · be6663b473b2d6fc

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.