KamerkringInloggen
Kamerbrief

Veteranennota 2025-2026

11 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a0158dece005a6e8 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 139VeteranenzorgNr. 295 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 juni 2026Graag bied ik u hierbij de Veteranennota 2025–2026 aan. De Vetera-nennota is wat mij betreft meer dan een jaarlijks verantwoordingsdo-cument en biedt ook een weergave van de vele inspanningen op hetgebied van erkenning, waardering, zorg en ondersteuning voor onzeveteranen en de zorg voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers en hunrelaties. De wereld verandert en de geopolitieke verhoudingen staanonder druk, waardoor de aandacht van Defensie uitgaat naar inzet terbescherming van het eigen en het NAVO-grondgebied. Dit vraagt omnadere focus en richting binnen de geldende kaders: de Veteranenwet enhet Veteranenbesluit. De focus van de Veteranennota ligt dit jaar operkenning en waardering van veteranen. Goede zorg en ondersteuningblijven onverminderd van belang; zo zond ik u onlangs een separate brief1waarin ik inga op een aantal ontwikkelingen op het gebied van posttrau-matische stressstoornissen (PTSS). Ik vind het belangrijk om daarbij tebenadrukken dat de erkenning en waardering die veteranen ervaren vaakeen positieve invloed heeft op hun gezondheid en welzijn. Er wordt veelbelangrijk onderzoek gedaan naar dit onderwerp. Het doet mij goed om tevernemen dat het overgrote deel van de veteranen geen inzetgerelateerdezorgbehoefte heeft en de inzet als een verrijking heeft ervaren2.Veteranen verdienen in mijn ogen daarnaast ook maatschappelijkeerkenning en waardering. De kortingen die veteranen ontvangen vanuitbedrijven en winkels op vertoon van hun Veteranenpas, vind ik eenprachtig voorbeeld van de waardering vanuit de maatschappij. Destichting Onbekende Helden organiseert die kortingsacties. Het aantalbedrijven dat voordelen aanbiedt aan veteranen is het afgelopen jaargegroeid tot 550. Ik ben met deze stichting in gesprek om te kijken hoe wehet aantal organisaties dat hieraan meedoet, op korte termijn versneldkunnen uitbreiden tot zo’n 750. Daarbij willen we ook kijken naarkortingen waar het gehele thuisfront van geniet, zoals op dagjes weg naar1Kamerstuk 30 139, nr. 294, d.d. 5 juni 20262Veteranenmonitor 2024 kst-30139-295ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 139, nr. 2951 pretparken. Want juist dit thuisfront is zo belangrijk; zeker gezien detoegenomen spanningen in de wereld en wat die soms vragen van demilitair. Ook door de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht en de Veterane-nombudsman is de belangrijke rol van het thuisfront recent weerbenadrukt. We gaan daarom concreet aan de slag voor het thuisfront vanmilitairen die worden ingezet, bijvoorbeeld als zij tijdens feestdagen hundierbaren moeten missen.Solidariteit en verbinding tussen veteranen onderling en met de samen-leving, is ook zichtbaar bij de Invictus Games, een internationaal sporteve-nement voor militairen die tijdens de dienst gewond zijn geraakt. Niet hetwinnen van medailles, maar het behalen van persoonlijke doelen staatcentraal. Ik kijk daarom uit naar de deelname van het Nederlandse teamaan de komende Invictus Games die in juli 2027 in Birmingham wordengeorganiseerd. Ook vanuit uw Kamer is eerder aandacht geweest voor devele belangrijke samenwerkende partijen en particuliere initiatieven, die indeze Veteranennota dan ook een centrale plek hebben gekregen.Voor ik inga op een aantal moties en toezeggingen wil ik eerst nog enkeleontwikkelingen met u delen, waarmee ik het belang van de Veteranenweten het bijbehorende beleid benadruk. In de eerste maanden van mijnministerschap heb ik mij ingezet om het veteranenveld verder te lerenkennen. Twee belangrijke organisaties waarvan hun wettelijke taak volgtuit de Veteranenwet, zijn de stichting Nederlands Veteraneninstituut (NLVi)en de vereniging nationaal Veteranen Platform (nationaal VP). Het NLVigeeft uitvoering aan het veteranenbeleid en draagt daarmee in belangrijkemate bij aan de erkenning, waardering en zorg voor veteranen en hunrelaties. Ik ben daarom trots dat de inzet van het NLVi ook internationaalerkenning krijgt. Op 23 april jl. ontving het NLVi de Amerikaanse Legion ofHonor Appreciation Award tijdens de jaarlijkse ceremonie van de FourChaplains Memorial Foundation, in aanwezigheid van vertegenwoor-digers van de Amerikaanse ambassade. Het instituut ontving dezeonderscheiding vanwege de inzet voor solidariteit, menselijkheid enverbinding in de samenleving. Het is een prachtige erkenning én eenaansporing om dit belangrijke werk met dezelfde toewijding voort tezetten.Van groot belang is eveneens het nationaal VP; de koepelorganisatie, diezo’n honderdvijftig veteranenverenigingen vertegenwoordigt. Op 14 apriljl. sprak ik met voorzitter Van Griensven. Tijdens ons gesprek werd mijvooral duidelijk hoe belangrijk lokale erkenning en waardering zijn, enwelke rol gemeenten hierbij spelen. Dat aspect krijgt in het publieke debatsoms nog onvoldoende aandacht. Juist daarom is het belangrijk ons daarblijvend van bewust te zijn. Ook de Veteranenombudsman wees hiereerder op in het rapport «gemeente, ken uw veteraan». Tegelijkertijdkunnen veteranen een belangrijke bijdrage leveren aan die lokalesamenleving. De ervaring, discipline en veerkracht die zij tijdens hundiensttijd hebben ontwikkeld, maken hen waardevol voor de lokaleweerbaarheid en maatschappelijke betrokkenheid binnen gemeenten.In deze Veteranennota staan niet alleen de uitdagingen centraal, maarnadrukkelijk ook de positieve ontwikkelingen binnen het veteranenbeleid.Veteranen beschikken over bijzondere kwaliteiten en leveren, vaak buitenhet zicht van velen, een waardevolle bijdrage aan onze samenleving. Hetzijn mensen met een indrukwekkende staat van dienst, die blijvendeerkenning en waardering verdienen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 139, nr. 2952 Moties en toezeggingenVeteranen in detentieEerder bent u geïnformeerd over de uitvoering van de motie overveteranen in detentie die specifieke veteranenzorg nodig hebben3. In eenrecente Kamerbrief over veteranen4 gaf mijn ambtsvoorganger aan dat ermet de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Justitie enVeiligheid (JenV) werd gewerkt aan een haalbaarheidsplan. Dit plan moestuitwijzen of het haalbaar is om veroordeelde veteranen onder bepaaldevoorwaarden in het Militair Penitentiair Centrum in Stroe te detineren. Hetgaat daarbij om veteranen die reeds uit dienst zijn getreden bij Defensie,een gevangenisstraf opgelegd hebben gekregen en een voorkeur hebbenvoor de locatie MPC Stroe. Ik ben blij u te kunnen melden dat hethaalbaarheidsplan recent is afgerond, een nieuw convenant wordtopgesteld en dit convenant wordt uitgebreid met de doelgroep veteranen(uit dienst). Het convenant wordt in beginsel voor vijf jaar aangegaan enzal na twee jaar worden geëvalueerd. Hiermee beschouw ik de motie alsopgevolgd.Nationaal monument SrebrenicaAl eerder heeft uw Kamer verzocht om actieve inzet voor de totstand-koming van een nationale herdenkingsplek Srebrenica Genocide ’95tegenover het voormalige Joegoslavië-tribunaal op het Churchillplein inDen Haag. Samen met de stichting Nationaal Monument SrebrenicaHerdenking, de gemeente Den Haag, het Rijksvastgoedbedrijf en hetMinisterie van Buitenlandse Zaken heeft Defensie vorig jaar gekeken opwelke wijze de initiatiefnemers gesteund konden worden. Dit heeft eronder meer toe geleid dat een plaatsmarkering is onthuld tegenover hetvoormalige Joegoslavië-tribunaal, als eerste stap naar een definitiefmonument. Dat de initiatiefnemers daarbij nauw hebben samengewerktmet veteranen van Dutchbat III, vind ik lovenswaardig. Aansluitend op debegrotingsbehandeling van Defensie is een motie aangenomen van het lidVan Baarle over de totstandkoming van een permanente herdenkingsplekvoor de genocide in Srebrenica5. Voor de vervolgstappen heeft destichting het voornemen geuit om een breder publiek te betrekken dooro.a. de inzet van crowd-funding en een ontwerpwedstrijd. U kunt ervanverzekerd zijn dat Defensie ook de komende tijd in gesprek zal blijven metbetrokken partijen en aangesloten zal zijn bij de vervolgstappen.Arbeidsmarktpositie van veteranenTijdens het begrotingsdebat van Defensie heb ik aan het lid Van Lanschot(CDA) toegezegd om uw Kamer voorafgaand aan het NotaoverlegVeteranen van 22 juni a.s. uitgebreider te informeren over feiten, trendsen lopende initiatieven die raken aan de arbeidsmarktpositie vanveteranen.Voorop staat dat Defensie gezien de huidige groeiopgave al het Defensie-personeel (waaronder alle veteranen in actieve dienst) het liefst behoudtvoor de eigen organisatie. Veteranen in actieve dienst die om wat voorreden dan ook besluiten om Defensie te verlaten, zijn door hun specifiekevaardigheden en ervaringen vaak van groot belang voor andere organi-saties. Een goed voorbeeld hiervan zijn de zoekacties naar vermistepersonen door het Veteranen Search Team. Maar ook campagnes als3Kamerstuk 30 139, nr. 265, d.d. 19 juni 20234Kamerstuk 30 139, nr. 292, d.d. 6 januari 20265Kamerstuk 36 800 X, nr. 67 van 11 maart 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 139, nr. 2953 «Ongekende Krachten»; een ander initiatief van de Stichting OnbekendeHelden waarbij de meerwaarde van veteranen voor bedrijven onder deaandacht worden gebracht, dragen bij aan de positieve beeldvormingrondom veteranen. Dit soort initiatieven draag ik dan ook een warm harttoe.Ook binnen Defensie zijn er allerlei initiatieven die bijdragen aan eengoede overgang van de militair naar de burgermaatschappij, waarbij ookaandacht wordt besteed aan de arbeidsmarktpositie na uitdiensttreding.Defensiepersoneel – waaronder veteranen – kan door het Diensten-centrum Employability(DCE) worden ondersteund bij de overgang naareen nieuwe baan op de civiele arbeidsmarkt. Samen met een ConsulentArbeidsmobiliteit maken zij een Persoonlijk Employability Plan waarindoelen en afspraken over solliciteren en opleidingen staan opgenomen.Ook biedt het DCE begeleiding voor defensiemedewerkers die overwegenom een eigen onderneming te gaan starten.Hoewel er geen statistieken worden bijgehouden over veteranen dieDefensie (geruime tijd) verlaten hebben of met pensioen zijn, doetDefensie wel onderzoek naar zogenaamde dienstverlaters. Zo’n zestigprocent van de dienstverlaters (militairen en burgers) gaan na Defensie inloondienst werken; twee procent geeft aan werk te zoeken. Onderdienstverlaters die na hun vertrek gaan werken, gaat ongeveer één op dezes (met name militairen) bij de Politie werken. Ruim een kwart gaat indienst bij de overheid (anders dan de Politie). Zeer positief is dat eenmeerderheid van dienstverlatende militairen geïnteresseerd is omreservist te worden. Bij dienstverlating van de militair wordt dezemogelijkheid dan ook uitdrukkelijk besproken.Ik ga ervan uit dat u middels bovenstaande weergave van trends, feiten enlopende initiatieven, gecombineerd met hetgeen vermeld in de Vetera-nennota, voldoende geïnformeerd bent en beschouw de toezegging alsingelost.Bijzondere zorgplicht en materiele ondersteuningVeteranen, militaire oorlogs- en dienstslachtoffers en hun relaties kunnenaanspraak maken op diverse financiële regelingen, voorzieningen,verstrekkingen en vergoedingen. Erkenning en waardering vragen om eenstelsel dat past bij wat we van onze veteranen vragen. Uit onafhankelijkeevaluaties is gebleken dat voor het ontvangen van die ondersteuning dedoorlooptijden te lang zijn en dat dit proces soms belastend is voor demilitair. Ik onderschrijf deze bevindingen en heb opdracht gegeven tot eenherziening van het stelsel onder de noemer HVUS (HerzieningVoorzieningen- en Uitkeringsstelsel). De kern is een verschuiving van eenstelsel gericht op compensatie van beperkingen, naar een stelsel datherstel en participatie centraal stelt. Tegelijkertijd wordt ook gewerkt aanmaatregelen om de uitvoering van de Regeling Volledige Schadever-goeding (RVS) te verbeteren. Een deel van de maatregelen die in deVeteranennota worden genoemd, zijn reeds doorgevoerd. De maatregelendie ook een andere manier van werken vragen, zullen ook de komendemaanden nog de nodige aandacht hebben om die in het belang van deveteranen op een zorgvuldige manier door te kunnen voeren.Draaginsigne Militaire Oorlogs- en dienstslachtoffers (MOD)Een laatste ontwikkeling die ik wil melden, is de instelling van het«Draaginsigne voor Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers (MOD)». Hetinsigne is ingesteld als blijk van erkenning van het letsel dat is opgelopentijdens het dienstverband bij Defensie en is tot stand gekomen inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 139, nr. 2954 samenwerking met de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- endienstslachtoffers (BNMO) en het NLVi. Begin maart zijn ongeveer 11.000brieven verstuurd aan MOD die in aanmerking komen voor dit draagin-signe. Het insigne biedt een zichtbaar en tastbaar teken van erkenningvoor het fysieke en/of mentale letsel dat dienstslachtoffers tijdens hundienstverband hebben opgelopen. Op dit moment hebben reeds 7.000MOD het draaginsigne aangevraagd.Ter afronding van deze brief bedank ik iedereen die zich dagelijks inzetvoor veteranen en hun relaties. Ik zie uit naar de Nederlandse Vetera-nendag op 27 juni, waar dit jaar – zoals verzocht en door mij toegezegdtijdens het begrotingsdebat van Defensie – een speciale tribunebeschikbaar wordt gesteld voor de relaties van veteranen, die zo’nbelangrijke rol spelen bij hun welzijn. Ook kijk ik uit naar het NotaoverlegVeteranen met uw Kamer, dat dit jaar op 22 juni plaatsvindt. Ik hoop uallen dan te zien.De Minister van Defensie,D. Yes¸ilgöz-ZegeriusTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 139, nr. 2955

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0d0a614479b25de3

14 okt 2026 · 1e23aa4b0af20b38

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.