Eindrapport medicatie-gebruik bij ouderen
Brontekst
Versie 122c15e84a067c23 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 477GeneesmiddelenbeleidNr. 888 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 14 mei 2024Er zijn ruim 3,6 miljoen 65-plussers in Nederland. Een groot deel van dezeouderen heeft één of meer chronische aandoeningen en gebruiktdaarvoor één of meer geneesmiddelen. Ongeveer 34% van alle65-plussers is polyfarmacie patiënt, wat betekent dat zij vijf of meergeneesmiddelen chronisch gebruiken, oftewel 1,2 miljoen ouderen. Bijeen polyfarmacie patiënt is het risico op een incident door onjuistgeneesmiddelgebruik groter dan bij een niet-polyfarmacie patiënt. Hetincident kan dusdanig ernstig zijn dat het leidt tot een geneesmiddelgerelateerde ziekenhuisopname, met alle gevolgen van dien.Mede om deze reden zet ik mij in om het medicijngebruik te optimali-seren. Het SIR Institute for Pharmacy Practice and Policy heeft hiertoesamen met het NIVEL en de Universiteit Utrecht een uitgebreid onderzoekuitgevoerd naar het medicijngebruik bij ouderen in de periode van 2017tot en met 2022. Dit onderzoek heeft als doel om vast te stellen hoe deinterventies medicatiebeoordeling1, minderen en stoppen2 en valpre-ventie3 bijdragen aan het optimaliseren van het medicijngebruik bijouderen. Zij hebben ook gekeken naar andere vormen van medicatie-evaluaties.4 Zoals toegezegd deel ik hierbij het eindrapport met deKamer.5In deze brief geef ik onder 1. een samenvatting van de resultaten van hetonderzoek. Vervolgens licht ik onder 2. de aanbevelingen toe en geef ikeen reactie hoe ik, met het veld, aan de slag ga met de aanbevelingen uit1Zie bijlage voor toelichting kernbegrippen medicatiebeoordeling, minderen en stoppen,valpreventie en andere vormen van medicatie-evaluatie.2Zie bijlage voor toelichting kernbegrippen medicatiebeoordeling, minderen en stoppen,valpreventie en andere vormen van medicatie-evaluatie.3Zie bijlage voor toelichting kernbegrippen medicatiebeoordeling, minderen en stoppen,valpreventie en andere vormen van medicatie-evaluatie.4Zie bijlage voor toelichting kernbegrippen medicatiebeoordeling, minderen en stoppen,valpreventie en andere vormen van medicatie-evaluatie.5Tweede Kamer 2023–2024, 28 477, nr. 864 kst-29477-888ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 8881 het onderzoek. Tenslotte licht ik onder 3. toe hoe dit aansluit bij destappen die ik met het veld zet om de extramurale farmaceutische zorg(EFZ) verder te verbeteren.1. Onderzoeksresultaten Hieronder beschrijf ik de voornaamste resultaten die uit het onderzoeknaar voren komen. Deze hebben betrekking op de aantallen, de ervaringenvan patiënten en zorgverleners, en de praktijkeffecten.Dalende trend in het aantal gedeclareerde medicatiebeoorde-lingenHet aantal gedeclareerde medicatiebeoordelingen schommelt in deperiode 2017 tot 2022 en vertoont een dalende trend (zie figuur 1). In 2022zijn er ruim 100.000 medicatiebeoordelingen gedeclareerd. Van depatiënten waar het om ging was 65% 75 jaar of ouder en 85% eenpolyfarmacie patiënt.Bij ongeveer een kwart van de patiënten die een medicatiebeoordelingheeft gehad, was sprake van chronisch gebruik van tien of meer genees-middelen (hyperpolyfarmacie), waarvan 70% 75 jaar of ouder (ziefiguur 2).De Multidisciplinaire richtlijn Polyfarmacie bij ouderen6 adviseert eenmedicatiebeoordeling bij patiënten van 75 jaar of ouder met hyperpolyfar-macie en/of met vastgestelde kwetsbaarheid. Daarnaast geldt voor deoverige patiënten dat indien de huisarts en apotheker een uitgebreidereanalyse van het medicatiegebruik noodzakelijk achten, zij een medicatie-beoordeling kunnen uitvoeren. Dus patiënten hoeven geen polyfarmaciepatiënt te zijn.6https://richtlijnen.nhg.org/multidisciplinaire-richtlijnen/polyfarmacie-bij-ouderenFiguur 1: Overzicht van het totaal gedeclareerde medicatiebeoordelingen per jaar,uitgesplitst naar wel of geen polyfarmacieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 8882 In Nederland waren er in 2022 725.000 ouderen boven de 75 jaar die 5 ofmeer geneesmiddelen gebruikten. Van deze groep patiënten hebben in2022 ruim 57.000 mensen een medicatiebeoordeling gekregen.Door wisselingen in contractafspraken tussen zorgverzekeraars enzorgverleners in combinatie met de COVID-19 pandemie is eenduidigeinterpretatie van de dalende trend lastig. Mogelijke verklaringen kunnenzijn:CEen deel van deze patiënten heeft mogelijk in voorgaande jaren eenmedicatiebeoordeling gehad. In Nederland zijn in de periode 2017–2022 in totaal ruim 689.000 medicatiebeoordelingen uitgevoerd;CEen ander deel viel niet binnen de doelgroep van een medicatiebeoor-deling;CVeel patiënten met vijf of meer geneesmiddelen gebruiken medicatieop rol. Bij deze patiënten vindt een medicatie-evaluatie plaats, maardeze wordt niet gedeclareerd als een medicatiebeoordeling.Uit de vragenlijsten en groepsinterviews met zorgverleners kwamen alsredenen voor het minder uitvoeren van medicatiebeoordelingen dathuisartsen en apothekers tijdsgebrek ervaren (door personeelsgebrek,administratieve lasten en geneesmiddeltekorten), en van mening zijn dater geen kostendekkende vergoeding is voor een medicatiebeoordeling. Devergoedingscondities verschillen per zorgverzekeraar en de medicatiebe-oordeling valt bij een aantal zorgverzekeraars binnen het eigen risico. Hetrekening houden met deze factoren maakt het selecteren en uitnodigenvan patiënten in de dagelijkse praktijk complex.Ook worden inefficiëntie in de samenwerking, in communicatie en inelektronische gegevensuitwisseling binnen de eerste lijn en met detweede lijn als belemmerende factoren ervaren. De geïnterviewdeapothekers gaven aan dat een van de mogelijke redenen van de dalingvanaf 2018 zou kunnen zijn dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg enJeugd (IGJ) in haar toezicht niet langer vroeg naar de uitvoering van hetaantal medicatiebeoordelingen. De IGJ heeft besloten om vanaf 2018 nietmeer systematisch te toetsen op de aantallen uitgevoerde medicatiebe-oordelingen maar wel, tijdens inspectiebezoeken, op de kwaliteit eneffectiviteit ervan. In 2019 is dit onderdeel van de richtlijn herzien in devorm van de nieuwe module medicatiebeoordeling (MBO).Figuur 2: Overzicht van het gemiddeld aantal medicatiebeoordelingen per jaar met hetaantal geneesmiddelen per gebruiker in percentages.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 8883 Zorgverleners willen zich blijven inzetten voor deze interventie. Resultatenvan het onderzoek laten zien dat 90% van de deelnemende openbaarapothekers en 72% van de deelnemende huisartsen meer medicatiebeoor-delingen willen uitvoeren.De ervaringen en wensen van ouderenVan de in het onderzoek bevraagde ouderen die geneesmiddelengebruiken is 50% bekend met een medicatiebeoordeling, of een andersoort gesprek over hun medicijnen met hun zorgverlener. Patiënten diehier ervaring mee hebben geven aan dat dit leidt tot meer begrip van envertrouwen in de medicatie. Een derde gaf aan dat er sprake was vanminder gezondheidsklachten. Daarnaast worden bij medicatiebeoorde-lingen ook aanpassingen in de medicatie gedaan die gericht zijn opverlaging van risico’s op langere termijn.Dezelfde groep ouderen geeft aan dat ze interventies, zoals medicatiebe-oordelingen, aandacht voor valpreventie en het minderen en stoppen vanmedicatie belangrijk vinden. Ze geven aan dat wat hen betreft dezeinterventies meer bekendheid bij patiënten zouden moeten krijgen, zodatpatiënten met vragen over hun medicijnen weten welke zorgverleners zedaarvoor kunnen benaderen.Medicatie minderen en stoppen bij één op de drie medicatiebe-oordelingenDe interventie minderen en stoppen van medicatie vindt met name plaatstijdens medicatiebeoordelingen, of via gerichte screening door huisartsenen apothekers. Huisartsen en apothekers ervaren het minderen enstoppen van medicatie als complex, door de energie die nodig is ompatiënten te motiveren en door de benodigde afstemming met anderezorgverleners, bijvoorbeeld specialisten in het ziekenhuis. Tussen 2017 en2022 registreerden apothekers bij een op de drie medicatiebeoordelingendat een medicijn was geminderd of gestopt.66% van de huisartsen heeft aandacht voor valpreventie;apothekers met name tijdens medicatiebeoordelingenTwee derde van de huisartsen besteedt structureel aandacht aanvalpreventie, waarbij de medicatie in wisselende mate aandacht krijgt.Apothekers besteden met name tijdens medicatiebeoordelingen aandachtaan valpreventie. Een minderheid van de apothekers doet dit ook opandere manieren, bijvoorbeeld door patiënt-avonden of werkgroepen metandere zorgverleners.Zeer beperkt aantal gedeclareerde facultatieve zorgprestatiesWanneer een apotheker wil afwijken van de reguliere zorg, bijvoorbeeldom meer zorg op maat te leveren aan de patiënt, dan zijn er mogelijk-heden om facultatieve prestaties in te zetten. Facultatieve prestatieskunnen alleen worden ingezet als ze vooraf gecontracteerd zijn tussenapotheker en zorgverzekeraar. In de praktijk treden zorgmakelaars in ditproces veelal op als tussenpersoon voor meerdere apothekers. Voorbeeldvan een facultatieve prestatie is een farmaceutisch consult bij eenzorgvraag van de patiënt. Doel is het bieden van ruimte in de bekostigingvoor consultvoering bij patiënten met een farmaceutische inhoudelijkezorgvraag die niet via één van de andere zorgprestaties gedeclareerd kanworden. Een ander voorbeeld is een begeleidingsgesprek bij astma- en/ofCOPD-geneesmiddelen. Doel hiervan is het verbeteren van de therapie-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 8884 trouw door middel van een geprotocolleerd begeleidingsgesprek7. Voormeer uitleg over de facultatieve prestaties verwijs ik u naar de Kamerbriefvan mijn ambtsvoorganger.8Het onderzoek laat zien dat de aantallen declaraties van facultatievezorgprestaties op het gebied van medicatie-evaluaties zeer beperkt zijn:enkele duizenden per jaar. Een belangrijke reden hiervoor is dat faculta-tieve prestaties beperkt worden gecontracteerd, terwijl uit het onderzoekblijkt dat apothekers wel graag meer van dergelijke medicatie-evaluatieszouden willen uitvoeren.Een voorbeeld van een incident met medicatie:Een 70-jarige man krijgt op een dag hartklachten. Hij gaat naar hetziekenhuis waar de cardioloog drie extra chronische geneesmiddelenvoorschrijft naast zijn andere twee geneesmiddelen. Deze 70-jarigewordt daarmee een polyfarmacie patiënt, een van de velen inNederland. Een medicijn dat hij dagelijks moet gebruiken dientervoor om het hartritme te verlagen, metoprolol. Eenmaal thuisge-komen na ontslag uit het ziekenhuis heeft hij moeite met slapen. Hijgaat naar de huisarts die kortdurend een slaapmiddel, temazepam,voorschrijft. Een week later valt hij in zijn woning. De val is zo harddat hij zijn heup breekt. De ambulance wordt gebeld en de meneermoet worden opgenomen in het ziekenhuis. De arts van de spoedei-sende hulp concludeert dat het gebruik van metoprolol samen mettemazepam een mogelijke reden is dat hij zijn balans heeft verlorenen is gevallen. Vooral bij oudere patiënten is het gewenst om eencombinatie van dit soort geneesmiddelen die het valrisico verhogen,te vermijden.Er is veel personeel nodig om hem te behandelen: chirurg, verpleeg-kundigen en geriater voor de operatie, nazorg en overige behande-lingen. De kosten in het ziekenhuis lopen hoog op. Eenmaal thuismoet hij maandenlang revalideren. De fysiotherapeut komt langs enmeneer krijgt een rollator als medisch hulpmiddel. Hij blijft noglange tijd hulpbehoevend waarvoor de thuiszorg hulp komt bieden.Hij krijgt medicijnen van de apotheker tegen de pijn en consulten bijde huisarts en praktijkondersteuner (POH’er).ConclusieMedicatiebeoordelingen, minderen en stoppen van medicatie enmedicatie gerelateerde valpreventie bevorderen de kwaliteit van farmaco-therapie bij ouderen in de eerstelijn die chronisch meerdere geneesmid-delen gebruiken. Dit blijkt uit de daling van het aantal farmacotherapeu-tisch gerelateerde problemen (FTP’s)9 en medicatiefouten. Het is niet vastte stellen in welke mate ziekenhuisopnames en overlijdens hierdoorafnemen. Zorgverleners en patiënten vinden de interventies belangrijkvoor de medicatieveiligheid.2. Aanbevelingen De aanbevelingen zijn in het onderzoek geclusterd binnen vijf thema’s:I) medicatiebeoordelingen en andere interventies; II) patiënt centraal &samen beslissen; III) samenwerking, organisatie en communicatie;7https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_692439_22/8TK 2023–2024, 29 477, nr. 8299Zie bijlage met kernbegrippen voor definitie farmacotherapeutisch gerelateerd probleem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 8885 IV) gegevensuitwisseling en -vastlegging en V) vergoeding. Ik ga in op deaanbevelingen onder de thema’s en sluit af met mijn reactie daarop.2.1 Aanbevelingen medicatiebeoordelingen en andere interventies (I),patiënt centraal & samen beslissen (II) en samenwerking, organisatie encommunicatie (III) In de aanbevelingen staat dat oudere patiënten die chronisch geneesmid-delen gebruiken periodiek een vorm van medicatie-evaluatie zoudenmoeten krijgen. Daarnaast moet er ruimte komen om de patiënt meer tebetrekken bij het medicijngebruik. De patiënt moet bij de start van degeneesmiddelbehandeling op de hoogte worden gesteld hoe lang demedicijnen moeten worden gebruikt en wanneer een medicatie-evaluatieplaatsvindt. Het is van belang dat patiënten tijdens deze medicatie-evaluaties een rol spelen in de besluitvorming en de mogelijkheid hebbenom problemen en incidenten met de medicijnen te melden. Om dit tebewerkstelligen is het belangrijk dat de huisarts, openbaar apotheker en,indien betrokken, de wijkverpleging in de wijk hierover duidelijkeafspraken maken en de uitvoering hiervan periodiek evalueren.In de Landelijke Eerstelijns Samenwerkingsafspraken (LESA) «Organisatievan zorg bij chronische medicatie»10 zijn reeds afspraken gemaakt tussenhuisartsen, apothekers en wijkverpleging over de organisatie van zorgrondom chronische medicatie. Dit document bevat onder andereafspraken rondom het optimaliseren van de therapietrouw, herhaling vanchronische medicatie en medicatiebeoordelingen. Goede implementatievan deze LESA kan de aanbevelingen handen en voeten geven. Ook is hetbelangrijk dat ouderen weten dat zij aan hun zorgverleners om eenmedicatie-evaluatie kunnen vragen.In het onderzoek wordt verder aanbevolen om afspraken te maken opregionaal niveau over de farmaceutische zorg bij ouderen. Zorgverlenersin de eerste lijn, zeker apothekers, ervaren barrières bij het voorstellen tothet aanpassen van door specialisten voorgeschreven geneesmiddelthe-rapie.Reactie op aanbevelingen medicatiebeoordelingen en andere interventies(I), patiënt centraal & samen beslissen (II) en samenwerking, organisatieen communicatie (III)Ik vraag de Koninklijke Nederlandse Maatschappij der Pharmacie (KNMP),het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Landelijke HuisartsenVereniging (LHV) en Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland(V&VN) om implementatie van de afspraken in de bovengenoemde LESAbij hun leden te stimuleren en te ondersteunen.Ik zal in gesprek gaan met de KNMP, NHG, LHV, V&VN en de Patiëntenfe-deratie over het vergroten van de bekendheid van medicatie-evaluaties.Daar waar communicatie uitingen van mijn ministerie hierin helpend zijn,wil ik hier een bijdrage aan te leveren.Op dit moment zet ik mij in voor het versterken van de multidisciplinaireregionale organisatie, zoals ook in de visie Eerstelijnszorg 2030 benoemdstaat.11 Deze regionale organisaties hebben meerdere taken, waaronderhet maken van zorginhoudelijke afspraken. Daarnaast heeft het versterkenvan de gegevensuitwisseling tussen de eerste en tweede lijn mijn10https://richtlijnen.nhg.org/landelijke-eerstelijns-samenwerkingsafspraken/organisatie-van-zorg-bij-chronische-medicatie11https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/12/13/visie-eerstelijnszorg-2030Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 8886 aandacht en zet ik hier al stevig op in, zie hieronder de reactie opaanbevelingen gegevensuitwisseling en -vastlegging.Aanbevelingen thema gegevensuitwisseling en -vastlegging (IV)De onderzoekers bevelen aan om de gegevensuitwisseling en vastleggingvan medicatiebeoordelingen en medicatie-evaluaties beter te stroom-lijnen. Om het effect hiervan op lange termijn te monitoren is gestructu-reerde vastlegging van uitkomsten, gekoppeld aan interventies, noodza-kelijk. Hierbij hoort de uitwerking van een behandelplan, taakverdeling,afspraken en follow-up. Alle behandelaren in de eerste en tweede lijndienen hieraan bij te dragen. Ook staat in het onderzoek vermeld dat hetmogelijk zou moeten zijn dat alle zorgverleners inzage hebben in deuitkomsten van de interventies.Reactie op aanbevelingen gegevensuitwisseling en -vastlegging (IV)In het landelijke programma Medicatieoverdracht wordt hard gewerkt aanhet beschikbaar stellen en uitwisselen van de medicatiegegevens tussenzorgverleners en patiënt. Dit heeft als doel een compleet en actueelmedicatieoverzicht, waarin uitkomsten van bovengenoemde interventieskunnen worden vastgelegd. Ik faciliteer deze ontwikkelingen metfinanciële middelen die ik ter beschikking stel en met wetgeving.De opgave is complex en uitdagend en vergt naast middelen vooral ooktijd. Het Programma Medicatieoverdracht loopt vanaf 2020. Alle partijenerkennen het belang van verbetering van de uitwisseling van medicatiege-gevens en dragen bij aan de implementatie van de kwaliteitsstandaard enbijbehorende informatiestandaarden voor medicatieoverdracht. Met deWet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz) die sinds 1 juli2023 van kracht is, worden aan de zorgsectoren stapsgewijs verplich-tingen opgelegd voor het uitwisselen van medicatiegegevens. Dit vormtdaarmee een stimulans voor partijen om gezamenlijk werk te maken vanmedicatieoverdracht. Over de voortgang wordt u periodiek geïnformeerdvia de jaarlijkse Kamerbrief over de voortgang van de Wegiz12.Aanbevelingen thema vergoeding (V)De aanbevelingen vragen van zorgverzekeraars en zorgverleners omlangdurige en kostendekkende afspraken te maken voor medicatiebeoor-delingen en andere vormen van medicatie-evaluatie. Een onderdeel vandeze onderzoeksaanbeveling is om te komen tot een generieke, goedgedefinieerde, niet-facultatieve NZa prestatie in het basispakket, gezien dehuidige veelheid van facultatieve prestaties. Het zou volgens de onder-zoekers wenselijk zijn dat zorgverzekeraars medicatiebeoordelingen enandere vormen van medicatie-evaluatie buiten het eigen risico latenvallen.Reactie op aanbevelingen thema vergoeding (V)Mijn ambtsvoorganger heeft in de Kamerbrief van 8 mei 202313 gevraagdaan apothekers, huisartsen en zorgverzekeraars om met elkaar om tafel tegaan over een passend tarief en voldoende tijd voor het uitvoeren vanmedicatiebeoordelingen. Daarnaast is ook in de brief de oproep gedaanaan apothekers, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties om faculta-tieve prestaties makkelijker in te laten zetten ten behoeve van goede enpassende farmaceutische zorg. Dit onderzoek betreft de eerdere periode12TK 2023–2024, 27 529 nr. 30313Zie bijlage met kernbegrippen voor definitie farmacotherapeutisch gerelateerd probleem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 8887 van 2017 tot en met 2022 en geeft daarom geen inzicht in de effecten vandeze recentere oproep aan het veld. Ik zal in gesprek gaan met het veldover de door hen gezette en te zetten stappen. Ook zal ik de ontwikke-lingen monitoren van de aantallen gedeclareerde medicatiebeoordelingenen facultatieve prestaties.Ik ga in overleg met het Zorginstituut Nederland om te bekijken of er nogiets nodig is in de duiding voor de aanspraak op medicatie-evaluaties. Ookga ik met de Nederlandse Zorgautoriteit in overleg over de mogelijkhedenvan medicatie-evaluaties in de bekostiging.3. Overige stappen extramurale farmaceutische zorg Het optimaliseren van medicatie-gebruik bij ouderen sluit aan bij mijnwens om meer aandacht te besteden aan de extramurale of eerstelijnsfarmaceutische zorg (EFZ). In het Integraal Zorgakkoord (IZA) en hetProgramma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) zijnhierover afspraken gemaakt. In het IZA is deze opdracht gericht op hetontlasten van de huisarts en in het programma WOZO is deze gericht ophet optimaliseren van de farmaceutische zorg voor ouderen. Mijnambtsvoorganger heeft samen met betrokken veldpartijen14zeven thema’s vastgesteld om de EFZ te verbeteren. Deze worden nu viawerkafspraken met het veld geconcretiseerd.Eerder is met financiering van het Ministerie van VWS de moduleminderen en stoppen ontwikkeld als onderdeel van de multidisciplinairerichtlijn Polyfarmacie bij ouderen. Deze module is in 2020 gepubliceerd.Apothekers- en artsenorganisaties hebben daarna scholing ontwikkeldvoor zorgverleners en communicatiematerialen voor patiënten, om deimplementatie van deze module te stimuleren.Tevens zijn kennisdocumenten gefinancierd die zorgverleners praktischehandvatten bieden om ouderen te begeleiden in het minderen en stoppenvan medicatie.Tot slotIk vind het belangrijk dat ouderen die onder de doelgroep vallen voor eenmedicatiebeoordeling, volgens de multidisciplinaire richtlijn Polyfarmaciebij ouderen, deze ook periodiek krijgen. Ouderen met polyfarmaciezouden periodiek een andere, passende, vorm van medicatie-evaluatiemoeten krijgen. Dit allereerst voor de patiënt zelf, om medicatie gerela-teerde gezondheidsschade te voorkomen en bij te dragen aan gepastmedicijngebruik in tijden van schaarste van zorg en medicijnen.De resultaten uit het onderzoek laten zien dat er ruimte is om de (inzetvan) interventies medicatiebeoordelingen, minderen en stoppen vanmedicatie, valpreventie en andere vormen van medicatie-evaluaties teoptimaliseren.De aanbevelingen uit het onderzoek leiden tot de bovengenoemde acties,die ik uit zal voeren. Ook geven de aanbevelingen mij handvatten om deextramurale farmaceutische zorg verder te optimaliseren samen met hetveld. Voor het einde van 2024 zal ik u informeren over de voortgang.De Minister voor Medische Zorg,P.A. Dijkstra14ASKA, FMS, KNMP, LHV, NApCo, NHG, Optima Farma, Patiëntenfederatie Nederland, V&VN,ZNTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 8888 KERNBEGRIPPENOuderen70 jaar en ouderPolyfarmacie1Chronisch gebruik van 5 of meer geneesmiddelenHyperpolyfarmacie1Chronisch gebruik van 10 of meer geneesmiddelenMedicatiebeoordeling (MBO)1Een beoordeling van de farmacotherapie door patiënt of mantelzorger,arts en apotheker. Het doel hiervan is het optimaliseren van deeffectiviteit van de farmacotherapie en het verminderen van de kans opfarmacotherapiegerelateerde problemen. Een medicatiebeoordeling isde meest intensieve vorm van medicatie-evaluatie.Het is mogelijk dat een uitgevoerde medicatiebeoordeling nietgedeclareerd is bij de zorgverzekeraar. Ik spreek daarom in deze Briefalleen over het aantal gedeclareerde medicatiebeoordelingen.Doelgroep voor een MBO volgens de MDR polyfarmacie bij ouderen(sinds 2019)175 jaar en ouder met 10 of meer geneesmiddelen en/of vastgesteldekwetsbaarheid. Kwetsbaarheid wordt ingeschat door de behandelendezorgverlener.Andere vormen van medicatie-evaluatieOmvatten niet alle aspecten of componenten van een MBO.Voorbeeld 1, gerichte farmacotherapieanalyse:een korte screening van de totale medicatielijst, zo mogelijk incombinatie met laboratoriumgegevens en indicaties door openbaarapotheker en/of huisarts zonder consult met de patiënt (veel voorko-mend bij patiënten met medicatie op rol en/of patiënten wonend in eenzorginstelling)Voorbeeld 2, gerichte medicatieconsult:niet de integrale farmacotherapie maar een deelaspect geëvalueerdwordt in een consult met de patiënt, bijvoorbeeld gericht op eenspecifiek geneesmiddel, een specifieke aandoening of een specifiekezorgvraag.Minderen en stoppen van medicatieHet proces van onder toezicht van een zorgverlener minderen en/ofstoppen van medicatie waarvoor naar de mening van patiënt (of diensvertegenwoordiger) en/of behandelaar onvoldoende reden voor hetgebruik (meer) bestaat of waarvan de balans tussen effectiviteit enveiligheid negatief is geworden.ValpreventieZorgactiviteiten gericht op het verminderen van valincidenten bijouderen. Bij valpreventie kan aandacht besteed worden aan valgevaar-lijke medicatie: medicatie waarvan bekend is dat deze de kans op vallenverhoogt, bijvoorbeeld doordat deze sufheid of duizeligheid veroor-zaakt. Naast deze medicatiegerelateerde valpreventie kunnen ookfysieke training en aanpassing van de leefomgeving bijdragen aanvermindering van het valrisico.Medicatie op rolEen geïndividualiseerde distributievorm waarbij de medicijnen voor eenpatiënt per dag per innamemoment in een zakje worden geleverd(waarbij de zakjes gezamenlijk een rol vormen voor 1 of 2 weken) om deordening en inname voor de patiënt te vereenvoudigen.Farmacotherapiegerelateerd probleem (FTP)(risico op) een gebeurtenis of omstandigheid met betrekking tot defarmacotherapie die mogelijk leidt tot een suboptimale behandeluit-komst zoals een bijwerking, een probleem bij het gebruik, overbehande-ling (geneesmiddelen in gebruik waarvoor geen indicatie meer is) enonderbehandeling (niet alle aandoeningen/ klachten worden afdoendebehandeld). Een deel van de FTP’s betreft medicatiefouten: fouten in hetproces van voorschrijven, afleveren, of toedienen/gebruiken vangeneesmiddelen.1 Definities sluiten aan bij de Multidisciplinaire Richtlijn Polyfarmacie bij ouderen inclusief de onderliggende richtlijnmodules (2012–2020). BIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 8889
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.