Verslag van een commissiedebat, gehouden op 26 maart 2026, over armoede- en schuldenbeleid
Brontekst
Versie ab5a3879892559ae · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202624 515Preventie en bestrijding van stille armoede ensociale uitsluitingNr. 824 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 17 juni 2026 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de vastecommissie voor Justitie en Veiligheid hebben op 26 maart 2026 overleggevoerd met mevrouw Van Bruggen, Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid, en de heer Vijlbrief, Minister van Sociale Zaken en Werkgele-genheid, over:−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 27 juni 2025 inzake inzet overbrugging energiefonds 2025naar implementatie Social Climate Fund (Kamerstuk 24 515,nr. 813);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 24 juni 2025 inzake kabinetsreactie op de wetsevaluatievroegsignalering, de evaluatie van de experimenten en hetonderzoek (Kamerstuk 24 515, nr. 812);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 6 juni 2025 inzake Nationaal Programma Armoede enSchulden (Kamerstuk 24 515, nr. 799);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 1 september 2025 inzake opzet periodieke rapportagearmoede en schulden (Kamerstuk 24 515, nr. 815);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 3 november 2025 inzake antwoorden op vragen commis-sie over opzet periodieke rapportage armoede en schulden(Kamerstuk 24 515, nr. 815) (Kamerstuk 24 515, nr. 816);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 18 december 2025 inzake kabinetsreactie op het onder-zoek verkorting minnelijke schuldregelingen en de Wetschuldsanering natuurlijke personen (Kamerstuk 24 515,nr. 817);−de brief van de Staatssecretaris Participatie en Integratied.d. 19 december 2025 inzake kabinetsreactie op stijgingarmoedecijfers en het Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE)(Kamerstuk 29 023, nr. 625); kst-24515-824ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8241 −de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 10 maart 2026 inzake voortgangsrapportage armoedeen schulden maart 2026 (Kamerstuk 24 515, nr. 818);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 16 maart 2026 inzake eindrapportage Validiteit,proportionaliteit, doelmatigheid en doeltreffendheid vanophogingen (Kamerstuk 24 515, nr. 819).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgele-genheid,Van der LeeDe voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,EerdmansDe griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgele-genheid,PostTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8242 Voorzitter: Van der LeeGriffier: MorrinAanwezig zijn veertien leden der Kamer, te weten: De Beer, Biekman,Van Brenk, Ceder, Ceulemans, Jimmy Dijk, Flach, Hamstra, Van Houwe-lingen, Lahlah, Van der Lee, Moinat, Edgar Mulder en Wiersma,en mevrouw Van Bruggen, Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, ende heer Vijlbrief, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen. Ik open deze vergadering van de vaste Kamercommissievoor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. We hebben vandaag eencommissiedebat over armoede- en schuldenbeleid met de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid en met de Staatssecretaris van Justitieen Veiligheid. Van harte welkom, ook aan hun ondersteuning. Dat welkomgeldt natuurlijk ook voor de mensen op de publieke tribune en vooriedereen die dit debat digitaal volgt.We hebben een flink aantal leden dat aan het debat gaat deelnemen. Ik zalze even aan u voorstellen. De heer Ceder namens de ChristenUnie.O, sorry, ik zag de heer Flach over het hoofd. Dat is mijn schuld. Deaanwezige leden zijn de heer Flach namens de SGP, de heer Cedernamens de ChristenUnie, mevrouw Wiersma namens BBB, mevrouwMoinat namens de Groep Markuszower, mevrouw Van Brenk namens50PLUS, mevrouw Biekman namens D66, de heer Mulder namens de PVV,mevrouw Lahlah namens GroenLinks-Partij van de Arbeid – vanaf morgenwordt dat mogelijk een andere naam, maar dat gaan we later op de dagmerken – de heer Hamstra namens het CDA, de heer De Beer namens deVVD, de heer Van Houwelingen namens Forum voor Democratie en deheer Jimmy Dijk namens de Socialistische Partij. Het zijn best veel leden.Ik zie dat de heer Ceulemans van JA21 ook nog binnenkomt. We hebbenvijf minuten spreektijd per fractie. Ik denk dat ik het aantal interrupties danwel echt tot vier moet beperken. Anders gaat het, met zo veel Kamer-leden, niet lukken om nog een tweede termijn te hebben. We gaan snelvan start. Ik geef als eerste het woord aan de heer Flach namens deStaatkundig Gereformeerde Partij. Gaat uw gang.De heer Flach (SGP):Dank u, voorzitter. «Stop de schuldenindustrie. Begin met helpen.» Datwas afgelopen dinsdag de rake boodschap van Humanitas bij deoverhandiging van hun petitie. En zo is het. Vanuit hun expertise pleitendeze vrijwilligers voor een wettelijke schuldenpauzeknop, een duidelijkschuldenoverzicht, een standaard financiële check bij 18 jaar en struc-turele financiering voor vrijwillige ondersteuning. De SGP staat sympa-thiek tegenover deze plannen. De vraag is: geldt dat ook voor de Minister?Ik zal in mijn bijdrage op een aantal punten iets dieper ingaan.Voorzitter. Organisaties als Humanitas en SchuldHulpMaatje zijn brood-nodig. Ze helpen mensen met schulden verder, zodat er weer licht komtaan het einde van hun tunnel vol schulden. Mijn fractie is dan ook blij datonze amendementen, die de vrijwillige schuldhulp in Nederland verste-vigen, zijn aangenomen. Het borgen van de landelijke infrastructuur vanschuldhulpvrijwilligers is voor de SGP in de achterliggende jaren eenbelangrijk speerpunt geweest. Met het aannemen van ons amendementgaat er in 2026 al € 250.000 extra hiernaartoe. Er wordt ook structureeleen minimumbudget van 2 miljoen euro vrijgespeeld voor informeleschuldhulpverlening via vrijwilligersorganisaties. Natuurlijk willen wemeer; we hebben ooit gepleit voor een vast percentage van 10% van hettotale budget. Maar dit is een belangrijke stap vooruit. Daarnaast wordt erTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8243 geld vrijgemaakt voor het preventief signaleren van schulden of financiëlekwetsbaarheid bij mensen die zich bij hun huisarts melden met gezond-heidsklachten. Zo slaan we twee vliegen in één klap: we verminderenfinanciële problemen en gaan verdere stijging van de zorgkosten tegen.Mensen moeten inzicht en overzicht over hun eigen financiële situatiehebben. Een integraal schuldenoverzicht met publieke en private sectorenis daar een belangrijk hulpmiddel bij. De SGP heeft voorgesteld omhiervoor een proef met een schuldendashboard op te starten. Wat is destand van zaken ten aanzien van de opvolging van deze motie? Hoe wilhet kabinet de belangrijkste data van alle partners hierbij inzetten? Zokomen mensen met dreigende en beginnende geldzorgen veel eerder inbeeld. Kleine kredieten van jongeren blijven nu, vanwege de geringeomvang, vaak nog buiten beeld, terwijl daar wel een groot probleem kanontstaan. Hoe kijkt de Minister naar registratie van alle kredieten enbetalingsachterstanden, ongeacht het bedrag?Voorzitter. Hier hoort ook een totaalverbod op gokken bij. Het is niet uit teleggen dat we toestaan dat mensen zichzelf hier dagelijks voor in deschulden steken. Gelukkig lijkt de wal hier het schip te keren: het besef dathier echt een verkeerd spoor is gekozen, daalt steeds breder in. Welkestappen neemt het kabinet op dit punt? Worden op z’n minst de gokre-clames verboden? Met het Cruks-register kun je jezelf een gokstopopleggen. Dat zou veel breder bekend moeten zijn. Deelt de Minister demening dat deze mogelijkheid in alle communicatie van aanbieders onderde aandacht moet worden gebracht?Maar dan nu ook even de hand in eigen boezem als overheid. Onsboetebeleid is totaal doorgeslagen. Het is een verdienmodel met perverseprikkels geworden, waarbij kwetsbare mensen worden getroffen. Dooropeenstapeling van boetes en bijbehorende kosten komen mensen metlagere inkomens sneller in de problemen, en dat kan leiden tot schulden.Welke ambities heeft het kabinet op dit punt?Voorzitter. Banken kunnen een belangrijke rol spelen in de financiëlegezondheid van mensen. Laten we hen benutten als partner in hetterugdringen van het niet-gebruik van regelingen. Laatst hoorden we datING bijvoorbeeld een toeslagencheck heeft in hun eigen bankapp. Hoegaat het kabinet dit bevorderen?Voorzitter. Dit kabinet heeft de ambitie om ingrijpende hervormingen in dezorg en sociale zekerheid door te voeren. De maatregelen die zijnvoorgesteld doen veel stof opwaaien. Het verlagen van de uitkeringen ofhet verhogen van het eigen risico kan leiden tot meer mensen in armoede.De SGP heeft daarom bij het debat over de regeringsverklaring een motieingediend om eerst in kaart te brengen wat deze maatregelen nu doen bijde meest kwetsbare groepen, bijvoorbeeld ten aanzien van armoede enschulden. Het kan niet zo zijn dat we mensen in de problemen brengen.De armoede mag niet stijgen. Dit kabinet moet juist alles in het werkstellen om die terug te dringen.Tot slot. In het Israël van het Oude Testament mocht er geen enkelebedelaar zijn. Armoede diende krachtig bestreden te worden. Alssamenleving hebben wij juist de verantwoordelijkheid om armoede tegente gaan. Daar mag u de overheid en de SGP op aanspreken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Voordat ik de heer Ceder het woord geef, moet ik nog evenaan de commissie toestemming vragen om het lid Wiersma het woord telaten voeren namens BBB. Formeel is zij namelijk geen lid van decommissie. Ik ga ervan uit dat daar geen bezwaar tegen is. Klopt dat? Ja?Dan is dat in ieder geval alvast geregeld. Dan geef ik nu het woord aan deheer Ceder namens de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8244 Voorzitter. Ik begrijp dat we vier interrupties hebben, dus ik laat het maarlopen.De voorzitter:Oké, maar dan gaat u nu wel beginnen met uw inbreng namens deChristenUnie. Gaat uw gang.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank, voorzitter. Het is duur om arm te zijn in Nederland. Na zes jaar tehebben gewerkt in de sociale advocatuur en honderden mensen aan mijnbureau te hebben gehad, is dat een van mijn conclusies. Het aanpakkenvan de schuldenindustrie was voor mij een van de redenen om de politiekin te gaan. Ik ben nu bijna vijf jaar Kamerlid en er zijn veel stappen gezetop dit onderwerp, maar ik moet ook eerlijk zijn: we zijn er nog lang niet.Onlangs presenteerde ik een initiatiefnota «Eigen schuld, gemeenschap-pelijke bult?!», met een aantal suggesties om schulden minder snel op telaten lopen en sneller op te lossen. Ik hoop daarmee ook een dwingendeagenda neer te leggen voor de komende jaren, om daar samen metKamer en kabinet stappen in te zetten. Voor zowel schuldenaar alsschuldeiser is er echt een wereld te winnen. Ik zie ook dat SZW heel veeldoet om de schuldhulpverlening te verbeteren, maar schulden wordenjuist op het terrein van JenV, door de wetgeving dus, in stand gehouden.Het is dus ook goed dat de Staatssecretaris hier vandaag aanwezig is.Voorzitter, een aantal punten. Het is nu te gemakkelijk om schulden temaken, bijvoorbeeld via buy now, pay later. De implementatie van eennieuwe richtlijn moet hiervoor de sluizen dichtzetten. Mijn vraag is:wanneer komt dit wetsvoorstel eindelijk naar de Kamer? Kan de Staatsse-cretaris toezeggen dat het kabinet het maximale doet om de drempel voorbuy now, pay later zo hoog mogelijk te maken? Zo ja, hoe? Hoe wordtervoor gezorgd dat niet alleen klassieke BNPL-bedrijven aangepaktworden, maar ook de grote onlinewinkels? Wat worden de eisen rondkredietwaardigheid? Is er een grensbedrag opgenomen? Zo ja, waarom?Ziet de Staatssecretaris ook de noodzaak van een kredietwaardigheids-toets met ten minste een BKR-check voor alle kredieten? Dat vinden wijnamelijk belangrijk. Hoe wordt de leeftijdsverificatie geborgd? We zien datveel jongeren in de schulden raken door buy now, pay later. Een leeftijds-verificatie moet dus niet betekenen dat je zelf je leeftijd op kunt geven eneen beetje kunt sjoemelen, maar moet echt strak zijn, bijvoorbeeld viaiDIN. Gaat dit een van de vereisten zijn?Voorzitter. Nu ik het toch over «buy now, pay later»-diensten als Klarnaheb, uit de beantwoording van mijn schriftelijke vragen blijkt dat Klarnade Wet kwaliteit incassodienstverlening heeft overtreden. Staan zeinmiddels wel in het incassoregister? Heeft de inspectie al handhavendopgetreden? Zo nee, waarom niet? Waarom is de Wet kwaliteit incasso-dienstverlening op dit punt zo slap? Als een incassobureau de wetovertreedt door zich bijvoorbeeld niet aan te melden in het register,volgen er geen sancties en is het aan de inspectie om te kijken of zij gaathandhaven. Mijn voorstel zou zijn om bij overtreding van het incassore-gister direct een last onder dwangsom op te leggen, in plaats van datalleen de mogelijkheid daartoe er is. Mijn vraag is of de Staatssecretarishet hiermee eens is, omdat we anders dweilen met de kraan open.Voorzitter. Het voorkomen van schulden kan ook beter door financiëleeducatie. Scholen krijgen inmiddels ongeveer alle problemen in onzemaatschappij toegeschoven. Ik denk dat dit wel een belangrijke plek is omook financiële educatie vooruit te brengen. Deze week is de Week van hetgeld. Ik heb in het verleden ook lesgegeven op een aantal scholen. Dezeweek zag ik een economiedocent die zijn leerlingen de opdracht hadgegeven om een maand lang een overzicht te maken van inkomsten enuitgaven. Dat vind ik een goed voorbeeld. Wat mij betreft hoeven niet alledocenten deze lessen zelf te verzorgen. Gisteren kregen we een petitie-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8245 aanbod van Humanitas, waarin zij aangaven dat zij nu al een pilot hebbenwaarin zij als vrijwilligers op scholen lesgeven. Ik zou graag willen zien datdit verder wordt uitgerold. Ik vind dat dit een belangrijke samenwerking istussen publiek en privaat en ik denk dat het ministerie daarin een rol kanspelen door te faciliteren. Staat de Minister daarvoor open, is dan ookmijn vraag.Voorzitter. Dan het nulaanbod. Er is veel te doen geweest rond mijnschriftelijke vragen over het nulaanbod. Ze zijn ook zorgvuldig beant-woord, dank daarvoor. Het kabinet erkent dat er een tegenstrijdigheid zitin de wetsgeschiedenis en de praktijk rond de beslagvrije voet en het vrijte laten bedrag. In de beantwoording wordt ook het belang vanzorgvuldige begeleiding na een traject bevestigd.Voorzitter, mag ik even stoppen tot de bel is geweest?De voorzitter:Uiteraard.De heer Ceder (ChristenUnie):Dan hou ik bij dezen even mijn mond.De voorzitter:Voor wie dat niet weet: deze bel gaat omdat de plenaire vergadering ophet punt staat te beginnen en hij duurt een minuut. Dat is heel lang.De heer Ceder vervolgt zijn betoog.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik wil verdergaan met een van de grootste incassobureaus van het land,namelijk het Centraal Justitieel Incassobureau. Dat is het incassobureauvan de overheid. De verhouding tussen strafrechtelijke boetes enwet-Mulderboetes is totaal uit het lood geslagen en de aanmaningskostenzijn absurd. Het is inmiddels voordeliger om een flitspaal te slopen danom door diezelfde flitspaal geflitst te worden.De voorzitter:Dit moet u niet als oproep beschouwen.(Hilariteit)De heer Ceder (ChristenUnie):Het is wel zo, voorzitter. De praktijk van het CJIB is het ultieme voorbeeldvan een dubbelrol van het Rijk, zoals ik in mijn inleiding al zei. SZW doethaar best om sociaal incasseren de norm te maken. Het CJIB kan nietvoldoen aan deze norm, door de aanmaningskosten en door het feit dat ergeen kosteloze betalingsherinnering wordt gestuurd. Erkennen debewindspersonen dat hun ministeries tegenstrijdig beleid voeren? Hoewillen zij dit de komende kabinetsperiode verbeteren?Voorzitter. Tot slot armoede. Voor veel huishoudens maakt eenkoopkrachtplus van 0,6 of 0,7 weinig verschil. Veel meer verschil maaktzekerheid over het inkomen. Wat is de ambitie van het kabinet rond hetvervangen van de toeslagen? Wat ik in het coalitieakkoord lees, stelt meniet gerust. De samenvoeging van de kindregelingen is an sich een goedidee, maar voor mensen rond de armoedegrens is dit zonder fiscaleaanpassingen gewoon een achteruitgang. Ik vraag de Minister of dit klopt.Voorzitter. Nog een laatste vraag. Er is een oratie geweest van bijzonderhoogleraar Nadja Jungmann over het betrekken van persoonlijkheidsken-merken in de nazorg rondom schulden. Daar valt veel over te zeggen,maar ik ben benieuwd of de Minister daar een reactie op kan geven, alsdat inmiddels al bij het ministerie bekend is.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8246 De voorzitter:Dank voor uw inbreng. De heer Flach heeft nog een interruptie voor u.De heer Flach (SGP):Heel goed dat de heer Ceder net als ikzelf de vinger legt bij de rol van deoverheid als het gaat om boetes en met name de snel oplopende kostendaarbij. Het is zelfs zo dat de eerste aanmaning die de overheid stuurt,geld kost. Sterker nog, er worden tientallen miljoenen begroot aanachterstallige kosten, herinneringskosten enzovoort voor boetes. Is deheer Ceder net als de SGP van mening dat we daarmee zouden moetenstoppen?De heer Ceder (ChristenUnie):Uiteraard. Ik denk dat de hele Kamer dit wil. Het is geen geheim dat hetCJIB de hoogte van de boetes niet begroot om gedrag aan te passen,maar om begrotingsgaten te dichten. De boete an sich is al hoog, maargoed, als je te hard rijdt, vind ik ook dat dat een strafmaatregel mag zijn.Hij wordt echter eerst met 50% en daarna met 100% verhoogd. Daarmeewordt hij verdrievoudigd ten opzichte van de eerste hoofdsom. Mijngrootste probleem hiermee is dat de overheid private incassobureausregels oplegt die ze zichzelf niet eigen maakt. Daar zijn verschillendewoorden voor, maar ik vind het in ieder geval onverstandig. Als we vindendat sociaal incasseren de norm is, wat ik ook vind, moeten we beginnenbij de eigen overheid. Leg die norm op aan het CJIB, aan de preferente rolvan de overheid en aan tal van onderdelen. Mijn pleidooi zou zijn:behandel private incassobureaus zoals je zelf behandeld zou willenworden. Geef het goede voorbeeld. Volgens mij zijn we het daar allemaalover eens. Het kost geld, dus ik kijk ook naar de coalitiepartijen met devraag of zij bereid zijn om de dekking zodanig te regelen dat we van dezeonwenselijke tombola af kunnen stappen.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Wij maken ons ook zorgen over de boetestapelaar die de overheid is.Begrijp ik het goed dat de ChristenUnie zegt: je kan wel een boeteopleggen, maar zorg ervoor dat die stapeling eraf gaat? Is dat wat deChristenUnie bepleit?De heer Ceder (ChristenUnie):We hebben incassoregels. Als je bijvoorbeeld een schuld hebt van € 100,dan mag een privaat incassobedrijf daar 15% bovenop rekenen, met eenminimum van € 40. Dan zou het dus € 140 zijn. Daar kan je wat vanvinden. Maar dat geldt niet bij een CJIB-boete, met name bij eenwet-Mulderboete. Die mag namelijk met 50% verhoogd worden. Als dieniet betaald wordt, dan mag die met 100% verhoogd worden. Een schuldvan € 100 wordt dan een schuld van € 300. Die verdrievoudiging moet erwat mij betreft af. Ik zou het volgende zeggen. Pas de regels die een anderoplegt, ook voor jezelf toe. Of zorg er in ieder geval voor dat dat proporti-oneel is. Dat zou ik willen voorstellen. Dan kan je nog steggelen over dehoogte van de eerste boete of schuld. Daar heb ik minder problemen mee,omdat ik ergens ook wel vind dat als je te hard door rood rijdt, het ook welpijn mag doen. Je zou ook nog naar een ander model kunnen gaan, naareen model dat ze in andere landen hebben. Ik heb het dan over eeninkomensafhankelijk model. Dan doet het écht pijn. Alleen, dat vraagt omeen stelselwijziging. Ik denk dat we eerst andere stappen moeten zetten.Tot slot. Ik vind dit een belangrijke interruptie. Het meest verschrikkelijkeaan dit hele verhaal vind ik wat er gebeurde toen ik vroeg om eenkosteloze aanmaning, dus het sturen van een brief tussen het eerstebedrag en de verhoging. Dat moeten private incassobureaus namelijk ookdoen. Zet daarin bijvoorbeeld: «Joh, u heeft ons niet betaald. U heeft nog14 dagen om te betalen.» Dat weigert de overheid echter te doen, omdatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8247 dat te veel geld kost. Hierdoor gaan namelijk meer mensen op tijd betalen,waardoor er een gat in de begroting komt. Dat is letterlijk de beant-woording geweest van de Minister. Ik denk dat we inmiddels kunnenconcluderen dat we het niet zo moeten regelen met elkaar.De voorzitter:Dank. We gaan door naar mevrouw Wiersma. Zij voert het woord namensBBB.Mevrouw Wiersma (BBB):Dank, voorzitter. Ook dank aan de collega’s dat ik hier mag blijvenvandaag. Ik zal me formeel aanmelden voor deze commissie.Voorzitter. Het is een belangrijk debat, want de armoede in Nederland zital langere tijd in een dalende trend, als we de cijfers moeten geloven.Tegelijkertijd, als we kijken naar de cijfers van de voedselbank van deafgelopen zes jaar, dus sinds de pandemie, dan laten die geen daling zien.Ten opzichte van 2020 zien we zelfs een beperkte stijging. Dat betekent datde nood in Nederland nog steeds hoog is voor fundamentele basisvoor-zieningen voor heel veel mensen. Er groeien nog steeds te veel kinderenop met minder kansen om hun talenten te kunnen ontplooien en gewoongebruik te kunnen maken van basisbehoeften.Grote veroorzakers van armoede zijn onder andere de energieprijzen –ook daarin speelt de overheid een rol – en inflatie. De recente geopolitiekeontwikkelingen en gebeurtenissen op het wereldtoneel zullen naarverwachting opnieuw een negatief effect hebben op onze armoedecijfers,helemaal als het conflict langer duurt. Overigens ben ik het ook helemaaleens met de collega’s die zojuist het een en ander over de rol van de Staataangaande het CJIB hebben uiteengezet.In het coalitieakkoord valt het een en ander te lezen over de aanpak vanarmoede. Zo wil de coalitie zich inzetten voor meer harmonisering vanlokale regelingen en moet er een envelop beschikbaar worden gesteldvoor de aanpak en preventie van problematische schulden. Dat is goednieuws. Tegelijkertijd zullen de voorgestelde zware bezuinigingen oponder andere de zorg en sociale zekerheid ook weer voor veel meerarmoede gaan zorgen. Net als collega Flach ben ik dan ook benieuwd naarde reflectie van de Minister op de punten die vanuit Humanitas zijnaangereikt.Naast de dingen die het kabinet wil gaan doen, wil het kabinet ook dekinderbijslag en het kindgebonden budget gaan harmoniseren. Dat is ietswaar wij in de basis zeker steun aan kunnen geven, vanuit de gedachtevan vereenvoudiging en versimpeling. Maar we moeten daarbij wel ooghouden voor de prijs van een eventuele herziening, die zeer complex is.Het kabinet zegt de hervorming zo te willen vormgeven dat alle gezinnenerop vooruitgaan, maar wie kritisch kijkt naar de cijfers, ziet vooral ook dater een kasgreep gedaan wordt bij middeninkomens. Dat is geen extrabestaansrecht voor alle gezinnen, maar het schuiven van geld met eenverkapte bezuiniging erin verstopt. Daarbij is een kleine envelop à600 miljoen ontoereikend om deze stelselwijziging echt goed uit tevoeren. Fundamentele wijzigingen kosten veel geld. Ik ben dan ookbenieuwd hoe de Minister dit gaat uitvoeren. Hoe gaat de Minister ervoorzorgen dat de vereenvoudiging niet ten koste gaat van de gezinnen, zodatwerkelijk alle gezinnen erop vooruitgaan? Hoe zou de gecombineerderegeling eruit moeten zien als we zowel vast als variabel willenhandhaven? Waar zit dan exact de versimpeling?Aan het begin van mijn betoog noemde ik al de geopolitieke ontwikke-lingen. Dan hebben we het nu natuurlijk over de oorlog in Iran en degevolgen die die heeft voor de inkomens van mensen hier. Er zijn diverseoproepen geweest om maatregelen te nemen, bijvoorbeeld tegen de durebrandstofprijzen of de hoge energierekening. Tot nu toe houdt het kabinetde boot af om op korte termijn maatregelen te nemen. Dit is gisteren inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8248 het debat hierover ook bevestigd. Ik vraag me af: hoe moeten mensenhiermee omgaan, bijvoorbeeld als we de komende tijd toch nog eenkoude maand tegemoetgaan? Het kabinet heeft aangegeven op kortetermijn niks te willen doen. Dat is jammer. Realiseert deze Minister zichdat de Staat door de hogere gasprijs ook weer hogere inkomstenontvangt? Het inrichten van een tijdelijke belastingverlaging is dan ookniet meer dan logisch, omdat het om het teruggeven van extra inkomstengaat. Graag een reactie daarop.Ik zie in de Kamerbrief dat er een budget van 30 miljoen gereserveerd is,dat naar de decentrale overheden moet gaan om de lage inkomens-groepen te ondersteunen, onder andere door verduurzaming, maar ik wilde Minister vragen hoe hij dat voor zich ziet. Juist als je in armoede enschulden leeft, is het verduurzamen van je huis en het kunnen krijgen vaneen subsidie daarvoor namelijk echt een ver-van-je-bedshow. Dat is nietiets waar je mee bezig bent of waar je überhaupt zelf een bijdrage aankunt leveren, dus dat helpt niet.Tot slot heb ik nog een vraag. Collega Ceder sprak er al over en voor mijpersoonlijk is het ook echt een belangrijk feit: «koop nu, betaal later»-diensten. Jongeren worden voortdurend geconfronteerd met verlei-dingen. Je hoeft Instagram maar te openen en er wordt eigenlijk eensurrealistisch beeld geschetst van hoe het normale leven van een jongereeruit zou kunnen zien.De voorzitter:Wilt u wel afronden?Mevrouw Wiersma (BBB):Excuus?De voorzitter:Wilt u afronden?Mevrouw Wiersma (BBB):Zeker, voorzitter.Ik ben dus ook benieuwd hoe deze Minister de nieuwe Europese richtlijndie dit aan banden moet leggen, wil gaan implementeren. Hoe snel is diehier van toepassing? Is de kredietcheck dan ook van toepassing op alleschulden onder de € 200 die worden aangegaan? Volgens mij is hetnamelijk echt van cruciaal belang dat ook daarbij de BKR-registratiegecheckt wordt.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Moinat. Zij spreektnamens de Groep Markuszower.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Dank, voorzitter. Vandaag bespreken we een lange lijst aan brieven,rapportages en evaluaties over armoede en schulden, maar buiten ditgebouw zitten Nederlanders die geen rapportage nodig hebben om teweten dat het financieel steeds moeilijker wordt. De cijfers laten zien datmeer huishoudens moeite hebben om rond te komen. Tegelijkertijd groeithet aantal mensen met betalingsachterstanden en problematischeschulden. Voor deze mensen is het verschil tussen beleid op papier enbeleid dat echt werkt enorm. Neem de discussie over het TijdelijkNoodfonds Energie en de overgang naar het Social Climate Fund. Hetkabinet spreekt over een overbrugging in Europese middelen, maar voorveel huishoudens is de vraag veel eenvoudiger: hoe betaal ik mijnenergierekening vandaag of volgende maand? Mijn vraag aan het kabinetis daarom: hoe gaat u voorkomen dat huishoudens opnieuw in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8249 problemen komen zolang Europese fondsen nog niet volledig opera-tioneel zijn? Het beleidsgat kan voor gezinnen namelijk betekenen dat zijdiep in de schulden belanden.Dan de vroegsignalering van schulden. Het idee is dat gemeenten eerderingrijpen wanneer mensen betalingsproblemen krijgen. Dat klinkt goed,maar de evaluaties laten zien dat de uitvoering sterk verschilt pergemeente en dat niet iedereen bereikt wordt. Mijn fractie wil van hetkabinet horen hoe er wordt gegarandeerd dat vroegsignalering daadwer-kelijk leidt tot minder schulden en niet alleen maar tot meer registratie enadministratie.Het kabinet presenteert daarnaast het Nationaal Programma Armoede enSchulden als een belangrijke stap. Als we echter gaan kijken naar de opzetvan de periodieke rapportage over armoede en schulden, zien we dat dievooral bedoeld is om bestaande evaluaties samen te brengen en lessen tetrekken uit eerder beleid. Het is op zich nuttig, maar het roept ookfundamentele vragen op. Hoeveel beleid wordt er geëvalueerd voordat wedaadwerkelijk zien dat de problemen kleiner worden? Mijn fractie wildaarom dat het kabinet duidelijk maakt welke concrete resultaten erworden verwacht. Hoeveel mensen moeten er daadwerkelijk uit deschulden komen? Hoeveel huishoudens moeten er financieel stabielerworden?Positief is dat het kabinet kijkt naar het verkorten van schuldregelingen,zowel in het minnelijke traject als in de Wet schuldsanering natuurlijkepersonen. Mensen die in de schulden zitten, moeten sneller perspectiefkrijgen op een nieuwe start, maar dat kan alleen als de uitvoering werkt.Gemeenten, schuldhulpverleners en rechtbanken moeten dit ookdaadwerkelijk aankunnen. Daarom vraag ik het kabinet: hoe wordtvoorkomen dat het verkorten van die trajecten leidt tot nieuwe knelpuntenin de uitvoering?Voorzitter, tot slot. Armoede en schulden gaan niet alleen over regelingenen programma’s. Ze gaan over bestaanszekerheid, over de vraag ofwerken loont en of mensen hun vaste lasten kunnen betalen. Mijn fractievindt dat de overheid zich daarom niet moet verliezen in steeds nieuwerapportages en beleidsprogramma’s. Nederlanders hebben vooralbehoefte aan beleid dat hun lasten verlaagt en hun financiële zekerheidvergroot. Uiteindelijk is het doel namelijk simpel: minder mensen inarmoede, minder mensen met schulden en meer mensen die daadwer-kelijk vooruit kunnen kijken.Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. We gaan naar mevrouw Van Brenk namens 50PLUS.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Voorzitter. In de brief van de Minister over armoede en schulden, in devoortgangsrapportage van het Nationaal Programma Armoede enSchulden, in de factsheet én in de Monitor Voortgangsrapportage van hetNationaal Programma Armoede en Schulden is de armoede onderouderen de moeite van een aparte behandeling of bespreking niet meerwaard. Het percentage kinderen in armoede heeft als kengetal, terecht,een centrale positie gekregen, maar dat hoeft toch niet te betekenen datarmoede onder andere groepen helemaal van het bord valt? Er is geenkengetal voor de armoede onder ouderen. Er is nergens focus op degroep gepensioneerden met alleen AOW of een pensioen van slechtsenkele tientjes per maand. Er is geen aparte vermelding van gepensio-neerden met zo’n minipensioentje die de woonlasten van een woonzorg-centrum letterlijk niet meer kunnen opbrengen. Er is geen apartevermelding, geen probleemanalyse en er zijn geen doelstellingen, terwijlwe recent in de krant lazen dat er meer ouderen aankloppen bij devoedselbank en dat er nog steeds mensen zijn die de aanvullendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82410 inkomensvoorziening ouderen niet weten te vinden. Ziet het kabinet ditprobleem ook? Ik hoop niet dat de Minister wegkijkt. Misschien heb ik ietsover het hoofd gezien of heeft de Minister nog een gepensioneerd konijnin zijn hoge hoed zitten. Ik hoor het graag. De regering kiest voor harde enmeetbare parameters voor kinderarmoede, gezinsarmoede en armoedeonder werkenden, maar niet voor armoede onder ouderen. Gaat deMinister ook de cijfers van AOW’ers die in de armoede leven, presen-teren?Voorzitter. Dan een groep die mij ook aan het hart gaat, namelijk de veletienduizenden dak- en thuislozen. In tegenstelling tot de groep vankwetsbare ouderen lees ik hierover wel dat de Minister er extra aandachtaan wil geven. Het gaat om een groeiende groep mensen, die mede doorde gespannen situatie op de woningmarkt, hun aansluiting bij desamenleving dreigen te verliezen of al hebben verloren. Ik ben blij dat deMinister aangeeft dat hij terug zal komen op de kenmerken en debehoeften van deze doelgroep en dat we daarover eind 2026 eenvoortgangsrapportage krijgen. Want wat we doen voor asielzoekers,moeten we toch ook doen voor de mensen die hier tussen wal en schipzijn gevallen? Is de Minister dat met mij eens?In dit debat wil ik ook een opmerking maken over preventie. Collega’shebben het al genoemd. Waarom roepen we de ellende over ons af die weallemaal zien aankomen en waarvoor ruimschoots gewaarschuwd is. Ikdoel ook op direct kopen en later betalen, gestimuleerd door Klarna. Deleden die langer in deze commissie zitten, weten dat hier door Zweden alruimschoots voor gewaarschuwd was. Je maakt de verleiding groot en deellende van schulden is niet te overzien. Het verdienmodel van Klarna isde rente die ze krijgen en hoe lastiger ze het maken om terug te betalen,hoe langer ze profiteren. En wat te denken van de goksites? Mijn collegazei het inderdaad ook al. Die zijn ruimschoots gepromoot doorVVD-notabelen. Steeds meer jongeren raken eraan verslaafd. Ook hiermeekomen mensen in grote problemen, zeker door de digitale sites diemakkelijk toegankelijk zijn. Wat gaat de Minister hieraan doen?Voorzitter. Schulden zijn inderdaad een groot probleem. De overheid alsgrootste boetestapelaar helpt daar heerlijk aan mee. Afgelopen weekkregen wij een petitie van Humanitas – die is al genoemd – die aandachtvraagt voor de 1,5 miljoen mensen die vastzitten in schulden; deschuldenindustrie is daarbij uitgegroeid tot een verdienmodel. Ziet deMinister dat er inmiddels een verdienmodel is gecreëerd van schulden?Wat gaat hij hier nu aan doen?De Minister spreekt over de noodzaak van integraal beleid en beleid datniet in strijd mag zijn met het recht op gelijke behandeling. Met welkeafwijkingen hebben we te maken als we kijken naar het landelijk cijfer vanarmoede onder jongeren, van 5,3% in 2024? Ik neem aan dat het cijfer pergemeente kan fluctueren. Kan de Minister aangegeven tussen welkebandbreedtes dat fluctueert per gemeente? Ik deel de ambities van deMinister om te komen tot vereenvoudiging, maar wij zien nog niet metwelke kabinetshervorming de ambities op het gebied van vereenvou-diging en rechtsgelijkheid waargemaakt gaan worden. Het zou ook niet deeerste keer zijn dat er van dat deel van de ambities niets terechtkomt. Wijwillen graag een suggestie doen, namelijk de aanpassing van deouderenkorting, zodat deze uitkeerbaar wordt. Bart Snels, onzeoud-collega en nu inspecteur-generaal bij de Inspectie belastingen,toeslagen en douane, kwam daar ook mee. Het is een ingrediënt voor eengrote hervorming, maar waarom pakken we dat ingrediënt niet alvastapart op?Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. We gaan door naar mevrouw Biekman namens de fractievan de D66.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82411 Mevrouw Biekman (D66):Voorzitter. De armoede in Nederland en het aantal mensen met problema-tische schulden moeten echt omlaag. Dat betekent dat we schuldenmoeten voorkomen bij jongeren, maar ook dat we ervoor moeten zorgendat mensen die recht hebben op hulp hier gebruik van maken. Ik wil hetdaarom vandaag hebben over jongeren, over de hulp die mensenongebruikt laten en over vrijwilligers.Als we het over armoede en schulden hebben, denken we vaak aangezinnen met kinderen. Dat is volkomen terecht. Ik heb de collega’s hierook al over gehoord. Maar ik heb ook grote zorgen over jongeren die inarmoede leven en schulden hebben. Gisteren was ik op werkbezoek inNijmegen en heb ik prachtige initiatieven bezocht die mensen die inarmoede leven, ondersteunen. In een gesprek gaven de vrijwilligers Lindaen Frits aan dat jongeren steeds vaker gebruikmaken van noodhulp. Zijzien steeds meer jongeren vereenzamen. De schulden nemen toe en degeldstress zorgt voor mentale problemen. Kortom, de financiëlegezondheid van jongeren verslechtert. We zien het terug in de cijfers:meer schulden en een hogere instroom van jongeren in de bijstand.Voorzitter. Achter deze cijfers zitten mensen, jongeren, met hun eigenverhaal. Neem nou Tim. Hij is begin 20, studeert, werkt en doet alles watwe als maatschappij van hem vragen, maar zijn contract is tijdelijk, zoalswel vaker bij jongeren het geval is. Dus zijn inkomen wisselt. Daarna komter een tegenvaller. Zijn wasmachine gaat kapot en is niet te maken, maarhij heeft die absoluut nodig. Een vriend wijst hem op achteraf betalen. Hijdenkt: dat kan best; het is immers een grote aankoop. Hij mist éénbetaling. Dat kan gebeuren, maar dan komen er herinneringen, verho-gingen en incassokosten, en wordt de toon harder en de ruimte kleiner enkleiner. Tim wil wel betalen, maar het systeem gaat uit van stabiliteit endie heeft hij simpelweg niet. Een betalingsregeling past dus niet bij zijnsituatie, die continu wijzigt. Hulp zoeken is ingewikkeld, want waar ga jezoeken? De schaamte zit je in de weg. Zo groeit een kleine schuld uit toteen probleem waar hij niet meer zelf uit komt.Voorzitter. Jongeren leven in een wereld waarin schulden maken extreemmakkelijk is geworden: met één klik iets kopen en achteraf betalen alsnorm, flitskredieten binnen handbereik en «ink now, pay later». Dat laatstezag ik laatst in het straatbeeld. U hoort het goed: je kunt nu zelfs eentatoeage op afbetaling laten plaatsen. Maar waar de weg naar schuldensteeds korter wordt, blijft de weg eruit lang, ingewikkeld en hard. Wewillen er daarom niet alleen voor zorgen dat we mensen die in dezesituatie zitten, ondersteunen, maar vooral voorkomen dat ze in dezesituatie belanden. Daarom heb ik een aantal vragen aan de Minister.Hoeveel jongeren worden momenteel bereikt via vroegsignalering? Welkpercentage accepteert daadwerkelijk hulp? Is de Staatssecretaris bereidaanvullende regels te verkennen voor achteraf betalen gericht opjongeren, zoals een strengere leeftijdsgrens en meer verantwoordelijk-heden voor de aanbieders? Op welke termijn kan de Kamer concretevoorstellen verwachten om de ondersteuning van jongeren in langdurigearmoede te verbeteren?Voorzitter. Dan ga ik even in op het niet-gebruik. Er zijn verschillendemanieren om hulp te krijgen, maar de hulp bereikt mensen niet altijd. Ikneem u even mee terug naar Tim. De kans is groot dat hij recht heeft opondersteuning, maar dat weet hij niet of hij heeft vanwege alle regels enloketten geen overzicht meer. En dus gebeurt er niets! Dit is hoe wij hetsysteem hebben ingericht. We verwachten dat mensen zelf aankloppen,terwijl we weten dat juist de mensen die dit het hardst nodig hebben, dithet minst snel doen. De overheid moet de hulp toegankelijk maken. Deoverheid heeft toegang tot informatie over mensen die ondersteuningnodig hebben. Daarom stel ik de volgende vragen aan de Minister. Wat isde actuele omvang van niet-gebruik van inkomensregelingen? Hoeontwikkelt die zich? Welke stappen worden er gezet om gegevensuit-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82412 wisseling te verbeteren, zodat mensen automatisch in beeld komen métbehoud van privacy? Hoe groot zijn de verschillen tussen gemeenten inhet terugdringen van niet-gebruik? Worden best practices landelijkopgeschaald?Afrondend, voorzitter. Wie met armoede en schulden te maken krijgt,komt vaak niet eerst een regeling tegen, maar iemand die begaan is methet leed van de ander, een vrijwilliger zoals Linda, Frits of Brigitte, dienaast je gaat zitten, meedenkt en soms gewoon even blijft en je eenknuffel geeft. Dat is van onschatbare waarde. Tegelijkertijd stelt dat onsook voor een ongemakkelijke vraag, want als juist zij het verschil maken ...De voorzitter:Wilt u wel afronden?Mevrouw Biekman (D66):Ik ben bijna klaar.De voorzitter:Ja, maar u gaat behoorlijk over de tijd.Mevrouw Biekman (D66):O, sorry, laatste vraag. Want als juist zij het verschil maken, wat zegt datdan over de toegankelijkheid van ons systeem zelf? Daarom stel ik deMinister de vraag hoe hij de rol van vrijwilligers ziet in armoede- enschuldhulptrajecten. Mijn beeld is dat een aantal van deze vrijwilligersor-ganisaties hulp en aansluiting nodig hebben van en bij de overheid. Hoeregelen we dat? Dank u wel.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik ben de afgelopen jaren geregeld samen met D66 opgetrokken omschulden en armoede tegen te gaan. Ik kijk nu ook uit naar een fijnesamenwerking. We hebben net een interruptiedebat gehad met elkaar. Datging over het Centraal Justitieel Incassobureau waar enkele zakenveranderd moeten worden. Het is gewoon zo dat dit geld kost of dat het inieder geval vraagt om de Justitiebegroting op andere manieren te dichten.Wat zijn de inzet en de ambitie van D66, van mevrouw Biekman, hierop? Ikhoop namelijk dat we met wat we met elkaar gewisseld hebben, dezeperiode echt kunnen doorbreken.Mevrouw Biekman (D66):Zoals de heer Ceder weet, vindt hij mij vaak aan zijn zijde waar het gaatom het tegengaan van schulden en om preventie bij jongeren. Ik heb inzijn initiatiefnota een aantal punten gelezen waarin ik mij zeker kanvinden. Ik kan me volledig vinden in zijn bijdrage over het verlagen vantoegang, dus het verlagen van het bedrag naar € 250, en over deregistratie van kredietverstrekkers. De heer Ceder kan mij dus zekerbenaderen met goede voorstellen.De voorzitter:De heer Ceder heeft nog een vervolgvraag.De heer Ceder (ChristenUnie):Dat vind ik heel fijn. Ik stel deze vraag nu aan D66, maar die ga iknatuurlijk ook aan de andere coalitiepartijen stellen. Mijn voorstel richtzich met name op de verkeersboete en de verhogingen daarvan, omdatdie een té belangrijk onderdeel zijn geworden van de JenV-begroting,waardoor er gewoon een heel perverse situatie is ontstaan. Er zijnbijvoorbeeld verhogingen die private incassobureaus niet mogendoorvoeren. Mijn vraag is of mevrouw Biekman zich hard gaat makenvoor bijvoorbeeld een kosteloze aanmaning. Dat kost geld. Dat klinkt gek,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82413 maar het is zo. Maakt zij zich ook hard om die verhogingen met 50% enlater 100% te verlagen? Ik vraag specifiek naar dat punt, omdat ik weet dathet geld kost en wij met onze drie zetels dat niet bij elkaar kunnen boksen,maar de coalitie wel.De voorzitter:Ja, dat heeft u al uitgebreid toegelicht in uw inbreng.Mevrouw Biekman (D66):Alles kost inderdaad geld. U heeft deze vraag ook net aan de Ministergesteld.De voorzitter:Wilt u wel via de voorzitter spreken? De heer Ceder.Mevrouw Biekman (D66):O, sorry. De heer Ceder heeft deze vragen net ook aan de Minister gesteld.Ik ben dus zeer benieuwd naar het antwoord van de Minister. Ik zal in hetvoorstel van de heer Ceder ook kijken naar de dekking die hij hiervoorheeft.De voorzitter:Ik ga naar mevrouw Lahlah en daarna volgt nog de heer Ceulemans.Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):Het tegengaan van niet-gebruik is een heel expliciete maatregel binnenhet programma. Mevrouw Biekman verwees daar ook al naar. Ik vroeg meaf of mevrouw Biekman de opvatting deelt dat niet-gebruik nooit gebruiktmag worden als sluitpost van een begroting.Mevrouw Biekman (D66):Die opvatting deel ik met mevrouw Lahlah.De heer Ceulemans (JA21):Mevrouw Biekman wijst op de rol van bedrijven als het gaat om schuldenen, in het verlengde daarvan, armoede. Op zich stelt ze legitieme vragen,maar ze gaat in haar betoog wel volledig voorbij aan de rol van deoverheid. Het is al even over het CJIB gegaan, zoals onder anderen deheer Ceder zei. Maar ik denk ook aan de energierekening, die voor steedsmeer huishoudens een belangrijke bron van armoede is. Dat is geennatuurverschijnsel. Dat komt door het jaar in, jaar uit fors verhogen vande energiebelasting op gas. Dat is een maatregel die past in het ideolo-gische straatje van D66, om mensen van het gas af te chanteren. Maar datis voor heel veel mensen überhaupt geen optie, want zij kunnen dat nietbetalen. Wanneer is voor D66 het moment aangebroken waarop u inzietdat het ideologisch verhogen van de gasbelasting enorm averechts werkten ook nog eens de armoede in de hand werkt?Mevrouw Biekman (D66):Ik ga hier natuurlijk niet het debat van gisteren over Iran en over onderandere de koopkracht en de hoge energierekening overdoen. U kunt vanD66 verwachten dat wij de mensen die in armoede en schulden zittenwillen helpen. Wij zetten in op preventie, ondersteuning en perspectief.Daar gaat het om: perspectief bieden aan die mensen.De heer Ceulemans (JA21):Maar dat is in geen enkel opzicht een antwoord op mijn vraag. Dat heeftook niets met het debat van gisteren te maken. De overheid, met D66voorop, is dit namelijk al jarenlang aan het doen. De overheid is aljarenlang de energiebelasting op gas aan het verhogen. Dat heeft nietsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82414 met welke oorlog of welke crisis dan ook te maken. Dat is onderdeel vande energietransitie. U wilt huizen en bedrijven van het gas halen en umaakt de gasprijs enorm hoog om dat te stimuleren. Dat heeft niks methet debat van gisteren te maken. Ik vraag aan D66: wanneer gaat u inziendat het steeds verder verhogen van de energiebelasting op gas steedsmeer huishoudens en bedrijven treft die dat helemaal niet kunnenbetalen?Mevrouw Biekman (D66):Daarover verschillen de heer Ceulemans en D66 van mening. Mensen diein armoede leven, willen hulp, ondersteuning en perspectief. Als je hetover hulp hebt, dan is een van de dingen die mogelijk zijn de verduur-zaming en het isoleren van woningen. Die maatregel kun je nemen om deenergierekening naar beneden te krijgen.De voorzitter:Dit wordt uw derde, meneer Ceulemans.De heer Ceulemans (JA21):Dit is mijn derde interruptie; dat vind ik wel de moeite waard op ditonderwerp. Helemaal niemand is tegen het isoleren van woningen.Niemand zal ontkennen dat dat een effectieve manier is om de energiere-kening omlaag te krijgen, maar je spant natuurlijk wel het paard achter dewagen als je zelf de energierekening van mensen kunstmatig omhoog-stuwt. Nogmaals, u begint over isolatie, maar de energierekening gaat aljarenlang omhoog. Dat heeft al jarenlang te maken met het verhogen vande energiebelasting op gas. Dat is een ideologische keuze. U kunt metisolatie en fondsen aankomen ...De voorzitter:Ik vraag ook u om via de voorzitter te spreken.De heer Ceulemans (JA21):... maar dat is pleisters plakken op een wond die D66 zelf slaat door debelasting steeds verder te verhogen. Ik heb niet de illusie dat ik de derdekeer wel een antwoord krijg, maar ik wilde dit wel gemarkeerd hebben.De voorzitter:Nog een reactie van mevrouw Biekman? Nee. Dan ga ik naar de heer Dijken daarna naar de heel Mulder.De heer Jimmy Dijk (SP):Ik heb een vraag aan D66 over het niet-gebruik. Er zijn vooral lokaal veelregelingen, zoals een individuele inkomenstoeslag, die mensen net heteinde van de maand of het einde van het jaar kunnen laten halen. Ismevrouw Biekman het met mij eens dat gemeenten die het wél voorelkaar krijgen om het niet-gebruik fors terug te dringen en die bijvoor-beeld automatisch toekennen, in de financiële problemen komen omdatze te weinig middelen krijgen?Mevrouw Biekman (D66):Ik kom zelf uit de gemeente. Ik heb gezien hoe moeilijk het is voorgemeentes die bovenwettelijke maatregelen treffen en die daar mindermiddelen voor krijgen. Ik ben het dus zeker met de heer Dijk eens.De heer Jimmy Dijk (SP):Mooi. Dan moet er dus meer geld bij. Dat is mooi. Dan noteren we dat. Wegaan er met D66 voor zorgen dat er meer geld bij komt zodat gemeentendit soort regelingen automatisch kunnen toekennen, want anders zijn dewoorden over niet-gebruik niks waard.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82415 Ik heb nog een tweede vraag, over de afbouw van de dubbele heffings-korting. Dat betekent voor mensen in de bijstand dat ze er € 1.200 tot€ 1.700 op achteruitgaan. Mensen die arbeidsongeschikt zijn, zullen ergemiddeld € 3.000 op achteruitgaan. Dat zal een forse klap betekenen. Erzal een toename zijn van het aantal mensen dat in armoede terecht zalkomen. Is mevrouw Biekman het met mij eens dat die afbouw moetstoppen en dat die helemaal geschrapt moet worden? Er staat nu: tot2027. Daarna wordt die ingevoerd en gaan we een klap maken in hetaantal mensen dat in armoede terechtkomt. Is mevrouw Biekman het metmij eens dat we ervoor moeten zorgen dat deze dubbele heffingskortingniet afgeschaft en niet afgebouwd wordt, omdat dat zal leiden tot nogmeer mensen in armoede?Mevrouw Biekman (D66):Waar de heer Dijk mij in kan vinden, is dat mensen in armoede en mensenmet schulden geholpen moeten worden. Daarin vind ik de heer Dijk. Wehebben het debat gehad over de begroting van SZW. Daarin heeft deMinister aangegeven dat hij met een aantal maatregelen komt. Ik wil diemaatregelen afwachten en de Minister daarvoor de ruimte geven. Wat mijbetreft staat het bieden van hulp, ondersteuning en perspectief voorop.We moeten dáár zoeken naar een oplossing voor deze mensen.De voorzitter:Dit wordt uw derde, meneer Dijk.De heer Jimmy Dijk (SP):Ja, maar dit is geen antwoord. Er zitten hartstikke veel mensen thuis ditsoort debatten te kijken. Zij weten dat als er nu geen beslissing wordtgenomen, ze in de komende twee jaar nog in onzekerheid zitten over hetafbouwen en het afschaffen van die dubbele heffingskorting, wat henduizenden euro’s gaat kosten. Als mevrouw Biekman dit soort debatten ingaat en brieven krijgt van verschillende organisaties die hiervoorwaarschuwen – dat zijn niet de minste, bijvoorbeeld vakbonden enorganisaties voor bijstandsgerechtigden – dan mag ik toch verwachten datzij een visie op of een mening over het wel of niet afschaffen en afbouwenvan de dubbele heffingskorting heeft? Ik wil mijn vraag dus herhalen.Vindt D66 dat dit moet gebeuren: ja of nee?Mevrouw Biekman (D66):Het antwoord zal hetzelfde blijven. Ik zet mij vanuit D66 in voor hulp,ondersteuning en perspectief, omdat ik denk dat de mensen daar hetmeeste aan hebben. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de regelingen dieer zijn vindbaar zijn en dat mensen weten bij welke loketten ze moetenaankloppen om uit hun situatie te komen?De heer Edgar Mulder (PVV):Mevrouw Biekman begon haar verhaal weer met het stellen dat zemensen uit de armoede wil helpen, maar uit alle cijfers blijkt dat deschulden dalen en dat vooral ook de armoede daalt. Mevrouw Biekman zitnu zelf aan de knoppen. Ze kan het beleid bepalen. Ze bepaalt waar hetgeld heen gaat, maar ze kiest er nu voor om de armoede te latentoenemen. Kan ze dat verklaren?Mevrouw Biekman (D66):In het begrotingsdebat hebben we het ook gehad over het armoedeper-centage en over deze discussie. Ik zie dat het armoedepercentage in deafgelopen jaren is gedaald. Maar dat betekent niet dat dat goed is, wantachter een cijfer zit een mens, bijvoorbeeld het verhaal van Tim, van eenmoeder aan de keukentafel of van vele mensen in de gemeentes. Daaromroep ik dit kabinet op om met effectieve maatregelen te komen om deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82416 mensen hulp en perspectief te bieden en om preventieve maatregelen tenemen waardoor mensen uit de armoede komen.De heer Edgar Mulder (PVV):U roept dit kabinet daartoe op, maar dit is úw kabinet. U bepaalt voor eendeel zelf het beleid en hoe het geld verdeeld wordt. Armoede komt vooreen deel doordat mensen iets fout doen, maar voor een deel worden ze indie armoede gedreven door verkeerd beleid. U stelt dat de armoede in deafgelopen jaren is gedaald. Ja, totdat de nieuwe coalitie er kwam. Nu blijktuit de cijfers dat de armoede weer stijgt. Dat is dus volledig contrair aanwat u zegt te willen bereiken. Hoe kan het dat nu D66 in het kabinet zit enmede bepaalt waar het geld heen gaat, er opeens minder geld gaat naarde mensen die het zwaar hebben en de armoede weer stijgt?Mevrouw Biekman (D66):D66 is van mening dat er geld geïnvesteerd moet worden om mensenpreventief te helpen die in de armoede en schulden zitten. We moeten diemensen helpen. De heer Mulder geeft aan dat er minder geld naar ditonderwerp gaat, maar dat is niet zo. Wij investeren 150 miljoen euro omarmoede en schulden te bestrijden en te voorkomen, en om hulp tebieden aan de mensen die dat nodig hebben.De voorzitter:De heer Mulder heeft nog een vervolgvraag.De heer Edgar Mulder (PVV):Ja, maar onder de streep is dat dus niet voldoende, want de armoedestijgt, na jarenlang te zijn gedaald. Mevrouw Biekman vertelde het zelfnog, toen het ging over de begroting: we stonden eerst op 7%. Het cijfer isgedaald. Nu stijgt het weer en dat is te wijten aan D66. Ik begrijp gewoonniet dat je dan iedere keer toch zegt iets aan die armoede te willen enmensen te willen helpen. Dat kan door meer geld voor die mensen terbeschikking te stellen, in plaats van 150 miljoen weg te geven aan hetbuitenland. Waarom kiest u ervoor om de mensen die nu in de armoedezitten, daar te laten zitten en het erger te laten worden? Als u daarvoorkiest, geef dat dan toe, maar ik hoop dat D66 niet met het verhaal blijftkomen iets tegen de armoede te willen doen, want het beleid gaat deverkeerde kant op.Mevrouw Biekman (D66):Ik val in herhaling. Volgens mij is het standpunt van D66 duidelijk: wegaan voor hulp, preventie en perspectief.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Ik heb eigenlijk een hele simpele vraag aan mevrouw Biekman. Ismevrouw Biekman het met onze fractie eens dat de armoede in 2024 isgestegen?Mevrouw Biekman (D66):Ik heb de cijfers niet zo scherp, maar volgens mij klopt dat: toen was het2,7%. We zitten nu op 2,5% en de komende jaren blijft dat zo.De voorzitter:Heeft u nog een vervolgvraag, mevrouw Moinat?Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Dan moet ik toch concluderen dat mevrouw Biekman inderdaad op dehoogte is van de lichte stijging die het Centraal Bureau voor de Statistieknoemt. De verwachting is dat het misschien weer kan dalen, maaraangezien de situatie nu is zoals die is: is mevrouw Biekman het dan metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82417 onze fractie eens dat een daling er niet in zit, maar dat er eerder eenstijging van de armoede komt?Mevrouw Biekman (D66):Nee.De voorzitter:Dan gaan we door.De heer Van Houwelingen (FVD):Sorry, voorzitter, ik hoor uw zucht. Over dat er bijvoorbeeld geen stijgingzou zijn. Iedereen verwacht inflatie. Dat zei de directeur van de DNBgisteren nog; misschien wordt het zelfs 5%. Er komen hele zwarebezuinigingen aan, waar D66 zich aan committeert: 7 miljard op de socialezekerheid, 9 miljard op de zorg. Dat raakt juist die arme mensen hethardst. Er is sprake van een hoge eigen bijdrage. De volledigeverwachting van iedereen zou toch moeten zijn dat in ieder geval diearmoedecijfers stijgen; we zien dat ook aan de voedselbank en alles. Hetverbaast me dus wel dat D66 nu zegt geen stijging te verwachten, wantzo’n stijging gaat natuurlijk gebeuren.De voorzitter:Mevrouw Biekman, u heeft nog een reactie?Mevrouw Biekman (D66):Ik hoorde hierin geen vraag, maar meer een statement.De voorzitter:Dan gaan we verder luisteren naar de volgende spreker in de eerstetermijn. Dat is de heer Mulder, die spreekt namens de PVV.De heer Edgar Mulder (PVV):Dank u, voorzitter. Zoals ik net in het interruptiedebatje al even zei: er zijnmensen die zelf fouten maken in hun leven, die door verkeerde keuzes dieze maken in de armoede komen of schulden opbouwen. Voor die mensenhebben we in Nederland beleid. Iedereen krijgt een tweede kans en demogelijkheid om weer iets op te bouwen. Dat is een van de voordelen vaneen verzorgingsstaat. We hebben in Nederland een heel goed sociaalvangnet, een vangnet om armoede en ziekte op te vangen. Onze verzor-gingsstaat is opgebouwd in vele generaties voor en door Nederlanders,want Nederlanders hebben iets voor elkaar over. Al vele generatiesonderscheiden wij ons van heel veel landen in de wereld en ook in Europadoordat we in Nederland trouw onze belastingen betalen, maar dan moetde politiek wel de juiste dingen doen met dat zuurverdiende belas-tinggeld. Het gaat fout als we stoppen met het op één zetten van deNederlanders, onze eigen mensen. Dat leidt tot verkeerd beleid enverkeerd beleid leidt ertoe – daar hadden we het net al over – dat er méérmensen in de armoede komen. Dat zien we de laatste maanden gebeurenals gevolg van het beleid van de nieuwe coalitie, een regering die delasten verhoogt voor de mensen die het toch al niet cadeau krijgen en diehet geld weggeeft aan het buitenland.Voorzitter. Zoals net ook geconstateerd, is in de cijfers van het CBSduidelijk te zien dat armoede toeneemt, ook bij kinderen en zelfs bij de«werkende armen», zoals dat nu heet; dat begrip kwam volgens mij drieof vier jaar geleden voor het eerst naar voren. We hebben dus inNederland mensen die werken en niet rond kunnen komen. Hoe gek wil jehet hebben? Die armoede neemt toe omdat deze coalitie er dus is voorwelvarend Nederland en niet voor de gewone Nederlander. De keuzeszorgen nu al voor ellende. Het zijn verontrustende cijfers en dan zijn dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82418 prijsstijgingen aan de pomp en voor de energierekening thuis nog nieteens meegenomen, laat staan de inflatie die eraan komt.Die prijzen stijgen de laatste weken snel. Voor de lagere inkomensgroepenzijn die hogere prijzen een extra probleem. Als je welvarend bent, kan jewel iets meer uitgeven, maar vooral in de onderste inkomensgroependoet dit heel erg pijn. Je ziet dat bijvoorbeeld de btw op boodschappen ende boodschappenprijs in het algemeen onderdeel zijn van dit probleem.Vandaar dat de PVV een verlaging van de btw wil; dat hebben wegisteravond gevraagd en zullen we blijven vragen. Het is eigenlijk absurddat dat niet allang is gebeurd. Er is wel geld voor Oekraïne, er is wel heelveel geld voor windmolens en er is geld voor huisvesting van status-houders. Dat zijn politieke keuzes. Dat is niet iets wat ons overkomt. Datprobeerde ik mijn collega van D66 net ook duidelijk te maken: politiek ishet verdelen van geld. Als je het geld aan het buitenland en niet aan onzeeigen mensen geeft, neemt die armoede toe: wel geld naar Oekraïne, nietvoor lagere energiekosten; wel voorrang voor statushouders, niet voorNederlanders; wel geldverslindende windmolenparken op zee, maar geengeld voor een btw-verlaging voor Nederlanders. Voordat links weer gaatgillen dat opkomen voor eigen mensen fascisme, racisme en heel extreemis, zeg ik alvast dat dat waarschijnlijk nu toch gaat gebeuren.De voorzitter:Een ogenblik. U krijgt een interruptie van de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Een heel mooi betoog en ik ben het er natuurlijk helemaal mee eens, maareven voor de zekerheid: in het vorige kabinet heeft de PVV natuurlijk hetsturen van de miljoenen en miljarden naar Oekraïne gesteund. Kunnen weer in ieder geval van op aan dat de PVV vanaf nu die kasschuif van400 miljoen die er is, al die maatregelen om weer miljoenen naar Oekraïnesturen, niet meer gaat steunen?De voorzitter:De heer Mulder, gaat uw gang.De heer Edgar Mulder (PVV):We hebben het plan om zomaar geld te geven nooit gesteund. Westeunen Oekraïne in de oorlog tegen Rusland, tegen de agressor, maar datis wat anders dan ten koste van de Nederlandse bevolking geld gevenvoor wat voor projecten dan ook in Oekraïne.De heer Van Houwelingen (FVD):Daar denk ik dan toch anders over. Nou wil ik het ook wel even weten.Ook dit jaar gaat er weer 3 miljard naar Oekraïne toe. Dat wordt voor vanalles gebruikt, ook voor militaire steun. U kent ons standpunt. Dit ís nietonze oorlog; dat hebben we vier jaar geleden al gezegd en dat blijven wezeggen. Het zou wel teleurstellend zijn als die miljarden die ook dit jaarweer naar Oekraïne gestuurd gaan worden, die voor een groot deelnatuurlijk bij de Amerikaanse wapenindustrie belanden, nog steeds degoedkeuring van de PVV gaan krijgen. Ik hoop van niet.De heer Edgar Mulder (PVV):Nee.De voorzitter:U vervolgt uw betoog?De heer Edgar Mulder (PVV):Ik was bang dat ik voor fascist en racist zou worden uitgemaakt, omdat ikop wil komen voor onze eigen mensen. Gelukkig gebeurt dat niet. Dat zouTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82419 ook niet terecht zijn, want in andere landen, gewoon in Europa, wordt wélingegrepen. Spanje, Italië, Zweden, Griekenland, België en Frankrijkverlagen de afgelopen weken allemaal de prijzen. Het zijn allemaal landendie ons anders hier door partijen als voorbeeld worden voorgehouden:«Zo moet je het doen en dat is geweldig en wij zijn te extreem.» Nee,helemaal niet, we moeten opkomen voor onze eigen mensen. Dat iseigenlijk ook mijn enige vraag aan Minister Vijlbrief: waarom negeert u deproblemen van de gewone Nederlanders?Laten we kijken naar de prijzen aan de pomp. In Zweden, Spanje en Belgiëbetaal je de laatste dagen rond de € 1,70 voor een liter. Wij zitten bovende € 2,50. Dat kan en mag gewoon niet. Daar moeten we iets aan doen,want als we dat niet doen – dat hebben we gezien bij de vorige crisis –komen er meer mensen in de problemen: ze zitten in de kou, kunnen nietmeer naar hun werk rijden of komen in de armoede. Mensen moeten dangeld lenen. We moeten toch voorkomen dat de problemen groter worden,dat er meer mensen in de armoede komen te zitten. Ik hoor hier de heledag dat we daarvoor moeten zorgen. Dan moeten we nu toch iets doen.Als die prijzen stijgen, als de energierekening de komende weken gaatstijgen en als de inflatie gaat stijgen, dan moeten we toch nu wat doen enniet, zoals dit kabinet zegt, ergens rondom deze zomer. Het geld is er, wantNederland is een rijk land. Nogmaals, het gaat om de vraag hoe we hetgeld verdelen.Afrondend citeer ik uit het Nationaal Programma Armoede en Schulden:«Als het moeilijk is om de eindjes aan elkaar te knopen, liggen schuldenop de loer. Als dat zo is, gaat het van kwaad tot erger», zoals meneerCeder ook al zei, «met aanmaning op aanmaning, boete op boete enincasso op incasso.» Ik sluit mijn citaat af met het volgende: «Depersoonlijke impact is groot, maar ook als samenleving betalen we eenhoge prijs.» U voelt ’m al aankomen, voorzitter: de Minister moet dus ietsdoen om de Nederlander te helpen. Verlaag de dagelijkse lasten; andershebben wij er als samenleving heel veel problemen door.Ik zie dat u enthousiast bent, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Ja, altijd. Ik ga nu het woord geven aan mevrouw Lahlah. MeneerCeulemans, u wilt toch nog iets zeggen?De heer Ceulemans (JA21):Ik heb geen interruptie, maar een puntje van orde. Ik moet heel even heenen weer naar een procedurevergadering, onder andere om te stemmen. Ikhoop dat ik op tijd terug ben voor mijn eigen inbreng. Anders zij het zo.De voorzitter:Oké, dat gaan we zien. Dan ga ik nu verder met mevrouw Lahlah, dienamens de fractie GroenLinks-Partij van de Arbeid zal spreken.Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):Dank je wel, voorzitter. Wie de cijfers en de signalen uit de praktijk naastelkaar legt, kan eigenlijk maar één conclusie trekken: armoede neemt najaren niet meer af, maar toe. Uit de doorrekening van dit coalitieakkoordblijkt dat de armoede ook met de nieuwe plannen gaat stijgen. Inmiddelsgaat het om ruim een half miljoen mensen in een arm huishouden endaarnaast om nog eens 1,1 miljoen mensen die net boven de armoede-grens zitten en dus bij een kleine tegenvaller direct in de problemenkunnen komen.Voorzitter. Achter die cijfers zitten mensen, en heel vaak kinderen. Als ik«kinderen» zeg, dan bedoel ik uiteraard ook jongeren. Op die kinderen wilik vandaag graag inzoomen, want armoede raakt kinderen extra hard, nietalleen omdat zij zelf nergens verantwoordelijk voor zijn, maar vooralomdat de gevolgen levenslang kunnen doorwerken. Dat vertelde ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82420 Maylee, de kinderburgemeester van Almere, samen met Ekam enHarkiran. Fondsen krijgen steeds meer aanvragen voor basisvoorzie-ningen: bedden, brillen, kleding, persoonlijke hygiëne. Dus niet voor luxeof voor extraatjes, maar voor het absolute, absolute minimum. Ook zienwe dat de intensiteit van armoede groter is geworden. Armoede neemtdus niet alleen in omvang toe, maar verdiept zich ook. Dat zien we terugin de inbreng van organisaties zoals Kinderhulp. Zij vragen ons om steedsde volgende drie simpele vragen te stellen. Is het eerlijk voor kinderen inarmoede? Helpt het kinderen ook echt vooruit? Draagt het bij aan rust envertrouwen in gezinnen? Dat zijn eigenlijk de juiste toetsen voor het beleiddat hier op tafel ligt, want als onzekerheid toeneemt en budgetten krapperworden, verdwijnt als eerste het geld voor precies die dingen die voorkinderen het verschil maken: een fiets, sport, schoolactiviteiten, eenlaptop, kleding, een verjaardag.Voorzitter. Armoede is bovendien niet alleen een inkomensvraagstuk. Hetis ook een gezondheidsvraagstuk en een mensenrechtenvraagstuk. DeGezonde Generatie schrijft terecht dat kinderen die opgroeien in armoedevaker ongezond zijn, vaker psychosociale problemen hebben en vaker temaken hebben met langdurige stress. Die stress werkt door in hunontwikkeling en gezondheid, soms zelfs hun hele leven lang. Het Collegevoor de Rechten van de Mens noemt armoedebestrijding niet voor nietseen kerntaak van de overheid. Daarom is mijn eerste vraag aan deMinister: erkent hij dat de verdieping van armoede onder gezinnen metkinderen nu al zichtbaar is? Wat gaat hij op korte termijn doen voor degezinnen die vandaag geen bril, bed of winterjas voor hun kinderenkunnen betalen? Niet over een paar jaar, niet na een volgend programmaof overleg, maar nu.Voorzitter. Dan het Nationaal Programma Armoede en Schulden.Natuurlijk is het goed dat er een programma ligt. En natuurlijk is het ookgoed dat er geld voor geld voor gereserveerd is. Maar tegelijkertijd zienwe terechte kritiek: de voortgangsrapportage is veel te beschrijvend en dekoppeling met concrete indicatoren en streefcijfers is onvoldoende helder.Daardoor blijft het heel vaak bij goede bedoelingen, terwijl juist op ditonderwerp scherpte nodig is. Mijn tweede vraag is dus: is de Ministerbereid om in volgende voortgangsrapportages veel explicieter tekoppelen welke maatregel op welke indicator moet verbeteren, inclusiefstreefcijfers en een duidelijke appreciatie? Anders kunnen wij als Kamermoeilijk controleren of beleid daadwerkelijk echt werkt.Dan de 150 miljoen waar steeds naar verwezen wordt. Ik begrijp dat hetkabinet de komende maanden met de Kamer in overleg wil over invullingvan die middelen en dat de eerste maatregelen pas in de ontwerpbe-groting van 2027 verwerkt zullen worden, maar mensen in armoedekunnen niet wachten tot begrotingsrondes en beleidskaders zijn afgerond,dus vraag ik aan de Minister welke concrete keuzes hij zelf wil maken metdie middelen en hoeveel daarvan naar maatregelen gaat die directmerkbaar zijn voor gezinnen en kinderen. Het risico is nu dat we aan deene kant praten over investeringen, weliswaar beperkt, terwijl aan deandere kant beleid wordt gevoerd dat bestaanszekerheid juist verderonder druk zet. Dat is voor mensen thuis niet uit te leggen.Voorzitter. Tot slot nog twee punten. Punt één gaat over het niet-gebruik.Het tegengaan van niet-gebruik is een expliciete maatregel binnen hetprogramma waar ik net al naar verwees. Dan moet het ook echt prioriteitkrijgen, want rechten op papier helpen niemand als mensen dooringewikkelde regels, schaamte of wantrouwen geen gebruik kunnenmaken van ondersteuning. Hoe gaat de Minister hier serieus werk vanmaken? Kan hij toezeggen dat niet-gebruik niet wordt ingezet als sluitstukvan de begroting? Het antwoord van zijn collega-minister Aartsen tijdensde begrotingsbehandeling was wat dubieus. Hij wist mij niet teovertuigen. Ik hoop dat deze Minister dat wel kan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82421 Dan punt twee, de postcodeloterij of de postcodebingo. Het kan niet zozijn dat kansen van een kind afhangen van de gemeente waar het kindtoevallig opgroeit. Het kabinet spreekt over «een basisniveau vangemeentelijke regelingen». Ik wil dan van de Minister weten wat datconcreet betekent. Gaan we naar de meest ruimhartige voorbeelden toe ofwordt dit een nieuw minimum waar uiteindelijk vooral op wordtbezuinigd?Voorzitter, ik rond af. Armoede is geen natuurverschijnsel; het is eengevolg van keuzes. En dus is de echte vraag vandaag niet of de Ministernog een programma, werkgroep of overlegtafel kan aankondigen. Deechte vraag is: kiest hij voor kinderen die nu tekortkomen of kiest hijervoor om nog langer te wachten? Want de gezinnen hebben eerlijkgezegd helemaal niets, maar dan ook niets, aan uitstel. Zij hebben rechtop hulp, niet morgen maar vandaag.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Hamstra. Hij spreekt namens deCDA-fractie.De heer Hamstra (CDA):Voorzitter, dank u wel. «Een bed.» Dat antwoordde het meisje in dereclame van Jeugdeducatiefonds op de vraag: wat zou je graag willenhebben als alles kan? Haar vriendje noemde een Nintendo Switch, haarvriendinnetje een pony. «Een bed.» Dat was haar antwoord. Voor het CDAgaat dit debat niet alleen over cijfers, maar over wat mensen thuismerken, over gezinnen waar de stress oploopt, waar de koelkast eerderleeg is, waar ouders wakker liggen van rekeningen in vaak ongeopendeenveloppen, waar kinderen feilloos aanvoelen dat er thuis financiëlezorgen zijn maar zich stilhouden, zich kleinmaken om vooral niet tot last tezijn. Die groep is groter dan we misschien denken. Daarom moeten weverder kijken dan alleen de groep onder de armoedegrens. De Ministerschrijft zelf dat er circa 1,1 miljoen mensen zijn die een inkomen net bovende armoedegrens hebben en weinig buffer hebben om het op te vangen.Ook schrijft hij dat 47% van de Nederlandse gezinnen financieel kwetsbaaris. Dat zijn dus niet alleen de mensen die op papier arm zijn, maar ook demensen die één kapotte wasmachine verwijderd zijn van armoede.Voorzitter. Mijn eerste blok gaat dan ook over financiële gegevens envroegsignalering. We hebben in Nederland heel veel gegevens, maar devraag is: wat doen we daarmee? De stukken laten zien dat het kabinetwerkenden eerder probeert te bereiken via vindplaatsen, campagnes enwerkgevers. Dat is belangrijk, want juist werkende armen blijven nu nogte vaak buiten beeld. Mensen met wisselende uren, onzeker inkomen ofterugkerende betaalproblemen redden het net, tot het misgaat.Werkenden met geldzorgen mogen we daarbij niet vergeten. We lezenbijvoorbeeld dat binnen de Rijksschoonmaakorganisatie een pilot looptom medewerkers met geldzorgen beter naar hulp te begeleiden. Ik hebdaarom de volgende vragen aan de Minister. Wat zijn de eerste lessen uitdie pilot? Wanneer besluit de Minister of deze aanpak breder onderwerkgevers wordt opgeschaald? Wanneer informeert hij de Kamerhierover?Voorzitter. We hebben vorige week met banken gesproken. Daar hoordenwij terug dat banken vaak heel vroeg zien waar het misgaat, waar vastelasten knellen, waar betaalproblemen ontstaan en waar mensen financieelvastlopen. Mijn vraag aan de Minister is als volgt. Wil hij verkennen hoepartijen met vroeg zicht op financiële problemen, zoals banken, binnenheldere waarborgen kunnen bijdragen aan het eerder bereiken vanmensen met geldzorgen? Is daarbij ook samenwerking denkbaar metinformele routes, zoals de VoorzieningenWijzer, zoals inzicht ook echt tengoede komen aan de mensen die het nodig hebben?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82422 Voorzitter. Mijn tweede blok gaat over ondersteuning dichtbij. Vroegsignaleren helpt niet als je er vervolgens niets mee doet. Als we mensenbeter in beeld hebben, moeten we ook de juiste hulp klaar hebben staan.Voor het CDA begint hulp niet pas bij formele schuldhulpverlening. Juistlaagdrempelige hulp dichtbij is van grote waarde. Vrijwilligersorgani-saties, inlooppunten, Geldfit en Wijzer in geldzaken zijn organisaties eninitiatieven waar mensen vaak eerder terecht durven dan bij een formeelloket. In dat kader is het mooi dat tijdens de begroting van SZWvoorstellen, ingediend door collega’s, zijn aangenomen om meermiddelen vrij te maken. Hoe zorgen we ervoor dat de organisaties juist datlaagdrempelige karakter behouden dat hen zo succesvol maakt en hoekunnen we dat misschien ook uitbreiden?Voorzitter. Dan over het systeem zelf. Er blijft geld liggen; collega’srefereerden daar al aan. Niet-gebruik van regelingen is nog steeds groot.Tegelijkertijd weten we dat terugvorderingen en ingewikkelde regelingenmensen juist kunnen afschrikken. Voor het CDA zijn daarom twee dingenbelangrijk: automatisch uitkeren en een nationale betaaldag. Op welkemanier wil het kabinet de eerstvolgende stap zetten voor automatischuitkeren? Juist op die manier kan enorm veel onnodige armoede wordenaangepakt. Vorige week is er een motie van mijn hand aangenomen. Ikben benieuwd naar de eerste concrete uitwerkingen en welke stappen ditjaar al genomen kunnen worden.Voorzitter. In het verlengde hiervan noem ik de nationale betaaldag. Voorveel mensen zit de stress niet alleen in te weinig geld, maar ook in teweinig overzicht. Wat is op dit moment de stand van zaken rond deuitwerking van de nationale betaaldag? Wanneer kunnen mensen daarconcreet het verschil van merken?Voorzitter. Tot slot de overheid zelf als schuldeiser. We spreken vandaagover voorkomen, vroeg signaleren en verantwoord incasseren. Danmoeten we ook eerlijk naar onszelf kijken. Juist de overheid laat schuldenoplopen. Een pijnlijk signaal is dat inmiddels een kwart van dehuishoudens met problematische schulden een toeslagenschuld heeft.Dat laat zien hoe snel terugvorderingen mensen verder in de problemenkunnen brengen. Is dat nou echt de overheid die wij voorstaan? Daar komtnog iets bij. Verkeersboetes via het CJIB behoren voor veel mensen tot desnelst oplopende schulden. Dat gaat dus niet alleen over inning, maar ookover de vraag of de overheid zelf voldoende doet om onnodige schul-doploop te voorkomen. Daarom is mijn slotvraag aan de Minister devolgende. Wat is voor hem nu de eerstvolgende concrete stap om ervoorte zorgen dat de overheid minder schulden ophoogt en eerder helptvoorkomen dat mensen verder vastlopen?Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank voor uw inbreng. U krijgt een interruptie van mevrouw VanBrenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Wij kennen het CDA als een partij die echt omkijkt naar mensen en ookgezinnen. Ik zou toch eigenlijk wel heel graag van het CDA willen weten ofhet zich ook zorgen maakt over de kabinetsplannen rondom de bezuini-gingen, die toch de meest kwetsbare groepen zullen raken. We hebbendaar moties over ingediend die gehonoreerd zijn, maar niet door het CDA.Dat heeft die moties niet gesteund. Daarom maak ik me zorgen en zou ikgraag willen weten hoe het CDA kijkt naar de meest kwetsbaren inNederland. Heeft het daar wel oog voor?De heer Hamstra (CDA):Ik dank mevrouw Van Brenk voor deze vraag. Dit is iets wat mij zorgenbaart, wat mijn partij zorgen baart en wat ons volgens mij allemaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82423 bezighoudt. Het eerlijke verhaal is ook ... Twee dingen kunnen tegelij-kertijd waar zijn. Wij voelen de verantwoordelijkheid voor de plannen diewe met de drie partijen hebben voorgesteld en die het kabinet nu uitvoert.Het gaat ook over de houdbaarheid van het socialezekerheidsstelsel. Hetgaat ook over de houdbaarheid van de zorg. Daar hebben wij maatregelenvoor genomen, omdat wij denken dat die nodig zijn om ook in detoekomst zorg te kunnen garanderen, ook voor de toekomstige generaties.Dat is de reden waarom wij achter die plannen staan. De andere kant isdat het niet ten koste mag gaan van de meest kwetsbaren in de samen-leving. Dat hoor ik u zeggen. Dat is ook de reden waarom wij in dekabinetsplannen bepaalde voorstellen hebben gedaan, bijvoorbeeld deenvelop waar we het nu over hebben, van 150 miljoen voor inzet van deNPLV-gebieden. Zo kan ik er nog een paar noemen. Ik rond af, anderswordt het misschien heel lang. Ik denk dat het belangrijk is dat we ooghouden voor die meest kwetsbaren. Daar roept u toe op en dat onder-steun ik volledig. Waar we zien dat de meest kwetsbaren verder door hetijs zakken, moeten we met z’n allen samenwerken, omdat we dat nietmogen laten gebeuren.De heer Edgar Mulder (PVV):Hoe kan een partij, een coalitie, nu verwachten dat de armoedecijfersverbeteren als je vele miljarden bezuinigt op sociale zekerheid, ook op dezorg, niets doet tegen de oplopende inflatie en geen steun geeft aan eenondersteuningspakket of een energiepakket? Dan drijf je mensen deafgrond in. Wat me eigenlijk het meest ergert aan het verhaal van de heerHamstra is dat hij zegt dat je in ieder geval moet opkomen voor de meestkwetsbaren. We halen heel veel geld weg uit de sociale zekerheid, bij demensen die volledig zijn afgekeurd. Zelfs bij mensen die al in de uitkeringzitten, halen we 20% weg. Hoe kwetsbaar wil je het hebben? Dusmisschien wil de heer Hamstra zijn woorden terugnemen.De heer Hamstra (CDA):Nee, dat doe ik niet. Ik sta achter de woorden die ik net gebezigd heb.Volgens mij is het ook een genuanceerd verhaal. We hebben bepaaldeuitdagingen als land. Dat betekent dat we het socialezekerheidsstelsel nietalleen voor nu goed moeten regelen, maar ook voor de toekomst. Daarnemen we de verantwoordelijkheid voor. Dat doet dit kabinet. Daar sta ikook achter. Ik sta er ook achter dat we het zorgstelsel ook in de toekomsthoudbaar willen houden en dat iedereen dat mee moet kunnen maken.We zien dat het niet houdbaar is. Als we nu kijken naar de tegenvaller opde WIA, 1 miljard, dan zien we volgens mij dat dat een signaal is dat hetop deze manier niet de goede kant op gaat. Dat dit kabinet en deze driecoalitiepartijen daar verantwoordelijkheid voor nemen, daar sta ik volledigachter. Ik kan herhalen wat ik ook tegen mevrouw Van Brenk zou: wemoeten er volgens mij voor zorgen dat iedereen dat mee kan maken endat we als een schild voor de meest kwetsbaren blijven staan. Als u datbedoelt, vindt u het CDA volgens mij aan uw zijde, maar ik blijf achtermijn woorden staan.De voorzitter:U heeft al vier interrupties gebruikt, meneer Mulder. Ik ga nog een keernaar de heer Dijk.De heer Jimmy Dijk (SP):Hoe legt de heer Hamstra uit dat ieder jaar het aantal miljonairs toeneemt,het aantal mensen dat zat geld heeft, maar dat onder de verantwoorde-lijkheid van het CDA ook het aantal mensen toeneemt dat geen of teweinig voedsel in de koelkast heeft? Hoe rijmt u die twee dingen metelkaar?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82424 De heer Hamstra (CDA):Ik heb er an sich helemaal geen probleem mee als er meer miljonairs ineen land bij komen. Dat vind ik niet erg, als dat de vraag is. Volgens mij isdie laatste vraag die u stelt veel relevanter. Hoe kunnen we ervoor zorgendat er niet meer armen bij komen en dat de armoede niet dieper wordt,waar mevrouw Lahlah het ook over had? Dat is volgens mij ook waaromwe dit debat voeren, wat we bij de SZW-begroting ook gedaan hebben.We hebben daar meerdere voorstellen toe gedaan. Het CDA heeft hetgehad over automatisch uitkeren. We hebben ook voorstellen van decoalitie en van de oppositie gesteund over het Tijdelijk NoodfondsEnergie. We proberen dus zeker op bepaalde manieren onze bijdrage televeren. Ik zit hier nu vier maanden. Ik doe mijn best om daar voorstellentoe te doen, maar ik wil u er ook toe uitnodigen om daar wel de samen-werking in op te zoeken. Als u goede voorstellen heeft, dan zal ik die altijdop merites beoordelen om te kijken hoe we daarin kunnen samenwerken.Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):Ik weet dat de heer Hamstra de opvatting deelt dat het niet-gebruik zo veelmogelijk teruggedrongen moet worden, onder andere door automatischetoekenning en proactieve dienstverlening. Deelt de heer Hamstra ook datniet-gebruik nooit gebruikt mag worden als sluitpost van deze begroting?De heer Hamstra (CDA):Ik zou er heel veel woorden aan willen wijden, maar het korte antwoord is:ja. Ik vind eigenlijk dat dat onfatsoenlijk is, dus ik wil er zeker naar kijkenals daar een voorstel voor komt.Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel blij om dat te horen. Mijn vervolgvraag is: is de heer Hamstrabereid om een doelambitie te durven afspreken om armoede binnen eenhalfjaar te halveren of idealiter zelfs naar nul te brengen?De heer Hamstra (CDA):Dat is echt wel een mooie vraag. Ik heb er zelf namelijk ook overnagedacht of we dat op die manier zouden moeten doen. In principe wil ikja zeggen, want ik denk dat je zo’n ambitie na moet streven om uiteindelijkdaadwerkelijk beleid te kunnen maken om dat voor elkaar te kunnenkrijgen. Je moet dat wel altijd afwegen tegen bijvoorbeeld de financiëleconsequentie. Ik kan nu nog niet zien wat voor financiële consequentieshet heeft als we nu zeggen dat we gaan proberen de armoede in het jaar xte halveren, maar ik ga graag op verkenning.De voorzitter:Dank. Dan gaan we luisteren naar de heer De Beer. Hij spreekt namens deVVD-fractie.De heer De Beer (VVD):Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met goed nieuws. Dat is dat dearmoede in Nederland de afgelopen jaren fors is gedaald, van ruim 7% in2018 naar ongeveer 2,5% nu. We hebben het net over de cijfers gehad.Ook de kinderarmoede is in die periode sterk afgenomen. Dat zijn helegrote stappen. Maar daarmee zijn we er niet, nog lang niet, want de cijferslijken zich de laatste jaren te stabiliseren. Nog altijd leven meer dan eenhalf miljoen mensen onder de armoedegrens. Ruim een miljoen mensenzitten daar net boven, mensen met weinig buffer, voor wie een tegenvallergenoeg kan zijn om in de problemen te komen. Het is onze ambitie omniemand door het ijs te laten zakken. Daarom hebben we ook de motie-Bikker gesteund en is er in het coalitieakkoord 150 miljoen extra vrijge-maakt voor armoedebestrijding. Wat de VVD betreft ligt de nadruk daarbijop werk, preventie en structurele oplossingen, dus niet alleen kijken hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82425 we mensen uit de armoede halen, maar vooral ook kijken hoe wevoorkomen dat mensen erin terechtkomen.Voorzitter. De eerste sleutel is en blijft wat de VVD betreft werk. Werk is debeste weg uit armoede. Dat blijkt ook uit de cijfers, want 98% van dewerkenden zit boven de armoedegrens. Afgelopen week hebben wetijdens de begrotingsbehandeling SZW en het commissiedebat Participa-tiewet veel gesproken over hoe we meer mensen vanuit een uitkering aanhet werk kunnen helpen. Werk stelt mensen in staat om zich te ontwik-kelen, geeft eigenwaarde en zorgt ook voor eigen inkomen. Daarom mijnvraag aan de Minister: hoe ziet u de rol van werk in het terugdringen vanarmoede? Hoe zorgt hij ervoor dat de 150 miljoen voor armoedebe-strijding ook op de lange termijn effect heeft, voor zowel mensenindividueel als voor de armoedecijfers?Armoede en schulden hangen vaak samen met onderliggende proble-matiek, zoals beperkte vaardigheden of afstand tot de arbeidsmarkt.Daarom steunt de VVD een aanpak die inzet op het versterken vanbasisvaardigheden, het verbeteren van de aansluiting op de arbeidsmarkt– denk aan de 100 miljoen voor Leven Lang Ontwikkelen – het openen vande werkcentra, ervoor zorgen dat de regelingen beter vindbaar zijn en bijelkaar komen en het gericht ondersteunen van kwetsbare groepen, zoalskinderen, jongeren en werkenden met een laag inkomen.Voorzitter. De tweede sleutel is wat ons betreft vooral voorkomen. Als weschulden willen aanpakken, moeten we er vroeg bij zijn. Voorkomen isbeter dan genezen. We weten dat schulden vaak klein beginnen: eengemiste betaling, een achterstand en vervolgens stapelen de kosten zichop. Vroegsignalering heeft daarom onze prioriteit. Jaarlijks komenduizenden mensen eerder in beeld, vooral door samenwerking metwerkgevers en de instanties. Betalingsachterstanden, loonbeslagen ofverzoeken om voorschotten zijn vaak signalen dat er financieel echt ietsmisgaat, maar de vraag is wat er daarna gebeurt. Hoe wordt de stapgemaakt van signalering naar effectieve ondersteuning? Hoe wordt ervoorgezorgd dat kleine schulden ook echt klein blijven?Voorzitter. De derde sleutel is meer grip op je financiën. Dat punt werdzojuist ook al door een aantal collega’s gemaakt. We moeten eerlijk zijn:systemen zijn soms te ingewikkeld, te versnipperd, te weinig gericht op deleefwereld van mensen. Mensen moeten meer grip krijgen op hunschulden en er meer overzicht over krijgen. Denk aan een integraalschuldenoverzicht, één overheidsincasso en het beperken van destapeling van kosten, ook aan de kant van de overheid zelf. Ook moetschuldhulpverlening sneller en eenvoudiger toegankelijk zijn. Daarom ismijn vraag aan de Minister welke prioritaire keuzes het kabinet hierinmaakt. Hoe zorgen we ervoor dat deze verbeteringen niet blijven hangenin plannen maar daadwerkelijk worden gerealiseerd?Voorzitter. Tot slot ook nog een opmerking over de energiearmoede. Wezien dat energieprijzen grote impact hebben en kunnen hebben ophuishoudens. Toen de nood hoog was tijdens de energiecrisis rondomOekraïne, greep het kabinet succesvol in. De VVD heeft er vertrouwen indat ook dit kabinet doet wat nodig is om te voorkomen dat huishoudenslangdurig geraakt worden in hun portemonnee. De eerste stappen zijngezet, want het kabinet heeft beloofd om te kijken naar het heropenen enversneld heropenen van het Tijdelijk Noodfonds Energie. Moties diehierover zijn aangenomen, zijn ook door de VVD gesteund.Voorzitter, ik rond af. Voor de VVD is de lijn helder. We willen eensamenleving waarin mensen vooruitkomen, waar werken loont, waar hetsysteem begrijpelijk is en waar problemen snel worden aangepakt,voordat ze uit de hand lopen. Voorkomen is beter dan genezen, eenvoudin plaats van stapeling en perspectief in plaats van afhankelijkheid. Dat isde beste manier om armoede en schulden structureel terug te dringen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82426 Dank. Mevrouw Van Brenk als eerste.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik hoor de VVD niet over schulden en verleidingen. Ik maakte niet perongeluk maar heel bewust een opmerking over het gokken, waar de VVDschijnbaar een warm hart voor heeft. Daar komen veel mensen door in deproblemen, met name ook jongeren. Ik zou gewoon ook graag hetstandpunt van de VVD willen weten. Vinden zij ook dat daar echt paal enperk aan gesteld moet worden?De heer De Beer (VVD):Wat betreft preventie – dat was net een van de elementen die ik noemdein mijn verhaal – vinden we dat we moeten kijken naar een breed palet,dus ook naar dit aspect. Mijn collega zei net dat hij hier vier maanden zit;ik zit hier vier weken. Dit is wel een van de onderwerpen waar we dieperin willen duiken als het gaat om voorkomen dat zeker jongeren, vaak tocheen hele kwetsbare doelgroep, dermate in de schulden raken dat ze er nietmeer uit komen. Ook dit aspect dat mevrouw Van Brenk aanstipt, is daareen onderdeel van.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik heb nog een ander punt. De VVD levert al jaren Ministers op Financiën.Er is door de heer Ceder en meerdere collega’s aangegeven dat debegroting voor een groot deel ook gedicht wordt door alle ellenderondom de stapelingen, waar met name het CJIB verantwoordelijk voor is.Is het voor de VVD ook bespreekbaar om in ieder geval die stapeling opboetes rigoureus naar beneden bij te stellen?De heer De Beer (VVD):Ik denk dat je onderscheid moeten maken tussen enerzijds de begrotingrond krijgen – het is natuurlijk heel belangrijk dat we dat als Rijksoverheidvoor elkaar krijgen – en anderzijds ervoor zorgen dat we in ons systeemgeen prikkels hebben waardoor we mensen nog dieper in de schuldenduwen. Als we die prikkels in ons systeem hebben, dan vindt u de VVDaan uw kant om daar heel kritisch naar te gaan en om dat desnoods ook teveranderen.De voorzitter:Mevrouw Moinat en dan nog de heer Ceder.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Als ik het goed hoorde, zei de heer De Beer van de VVD dat de armoede isgedaald. Is de heer De Beer het met mij eens dat in de cijfers van hetCentraal Bureau voor de Statistiek letterlijk staat dat de armoede vanaf2024 juist gestegen is?De heer De Beer (VVD):Ja, daar zit een hobbeltje in, om het zo maar even te zeggen. De armoedeis gedaald, althans in termen van het aantal personen, van 7,1% in 2018naar 2,7% in 2023. Toen is het percentage weer iets omhooggegaan, naar3,1%. Dat had natuurlijk ook te maken met de energiecrisis rondomOekraïne. Vanaf 2026 is het weer gedaald, naar 2,5%. Overigens wordt erook de hele tijd beweerd dat door het kabinetsbeleid de armoede zoustijgen, maar die blijft stabiel. We zagen in de doorrekening van hetregeerakkoord echter wel dat er in 2030 een kleine ophoging van 0,2% inzit, maar in de laatste doorrekening van het Centraal Economisch Plan ishet weer gehalveerd, naar 0,1%. Dit zijn natuurlijk maar heel miniemeontwikkelingen. Ik ben het met de collega’s eens dat we ook moeten kijkenwat dat nou betekent voor mensen. We willen het aantal mensen dat in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82427 armoede zit naar beneden krijgen en we willen ervoor zorgen dat niemanddoor het ijs zakt. Volgens mij zijn we het aan deze tafel daarover eens.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Ja, een geweldig betoog van de VVD. Het is een «hobbeltje», hoor ik. Dandenk ik: «Een hobbeltje? Het zijn mensen die financieel zwaar in deproblemen zitten.» Daarnaast zie je dat in de afgelopen jaren überhauptde ernst van de armoede is gestegen. De mensen die het diepst in dearmoede zitten, blijven daar ook zitten. Mijn fractie is er niet gerust op datdeze armoede met het nu voorliggende beleid zal gaan dalen. U hebt hetover 2030. We zitten nu in 2026 en de armoede is gewoon heel reëelaanwezig. Mensen hebben nu hulp nodig. Hoe ziet de VVD het dan voorzich om dat dit jaar – morgen, overmorgen – wél te gaan veranderen?De heer De Beer (VVD):Tegenover het beeld dat de armoede alleen maar stijgt als gevolg van hetkabinetsbeleid en dat het alleen maar kommer en kwel is, wil ik ookduidelijk stellen dat de armoede, en zeker ook de kinderarmoede, echtgedaald is de afgelopen jaren. Als het gaat over kwetsbaren: als VVDhebben we afgelopen dinsdag ook de motie van mevrouw Van Brenk enmevrouw Lahlah gesteund, die uitspreekt dat de meest kwetsbarenmoeten worden ontzien bij de beleidskeuzes in de sociale zekerheid. Wehebben ook de motie gesteund van mevrouw Bikker rondom deregeringsverklaring, waarin ook is uitgesproken: kijk als kabinet naarmaatregelen waardoor de armoede uiteindelijk verder zou kunnen gaandalen. Nogmaals, wij willen niemand door het ijs laten zakken. Het is ookonze inzet om ervoor te zorgen dat de armoede verder kan dalen, maar jemoet wel kijken naar een veel breder pakket. Er is ook een relatie metwerkgelegenheid. Er is ook een relatie met de samenwerking met dedecentrale overheden, met regelgeving, met instanties. Armoede is eenveel breder fenomeen, dat je niet alleen maar op basis van een paarbeleidskeuzes in Den Haag kunt reduceren. We moeten dat met z’n allendoen.De heer Ceder (ChristenUnie):Een van de grote schuldeisers is de overheid. Daar hebben we watdebatten over gehad, allereerst over de verkeersboetes. Ik wil een andererol benoemen, namelijk de rol van de overheid als preferente schuldeiser.Die raakt ook veel ondernemers. Bij faillissementen of op andere terreinenzie je vaak dat de overheid zich een voorkeursbehandeling toe-eigent endat de rest het later mag uitzoeken. Ik heb vorig jaar een motie ingediend– die is overigens ook aangenomen; ik denk dat de VVD ’m gesteundheeft, maar dat weet ik niet zeker – om die preferente rol in bepaaldegevallen af te bouwen, waardoor andere ondernemers ook een kanskrijgen om eerlijk te delen in wat er nog overblijft, als dat het geval is.Mijn vraag is of u dat ondersteunt en of we de gedachtegang over de rolvan preferente schuldeiser eigenlijk als achterhaald moeten beschouwenen op een aantal gebieden moeten gaan afbouwen.De heer De Beer (VVD):Dat raakt natuurlijk ook het hele faillissementsrecht. Ik neem aan dat deheer Ceder begrip heeft voor het feit dat ik daar nu niet meteen eenantwoord op kan geven. Maar het is wel een onderdeel, zeker als je kijktnaar de inkomensontwikkeling van kleinere werkgevers of het mkb. Datzou een aspect kunnen zijn dat raakt aan deze discussie, maar laten we datmet elkaar onderzoeken, zou ik zeggen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82428 Er is mij gebleken dat er behoefte is aan een korte sanitaire stop, dus wegaan even een kleine vijf minuten schorsen. Daarna vervolgen we met deheer Van Houwelingen. We zijn even geschorst.De vergadering wordt van 11.28 uur tot 11.33 uur geschorst.De voorzitter:Ik wil de vergadering heropenen. Wil iedereen zijn plaats weer innemen?We zijn in dit debat over armoede en schulden gebleven bij de eerstetermijn van de zijde van de Kamer. We gaan luisteren naar de heer VanHouwelingen, die het woord voert namens de fractie van Forum voorDemocratie.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank u, voorzitter. We spreken vandaag met elkaar over armoede enschulden. Als je naar de armoedecijfers kijkt, dan zie je – dat is al een paarkeer genoemd – dat het beeld stabiel is en dat de kinderarmoede somszelfs daalt. Hetzelfde wordt gezegd over problematische schulden. Diedalen ook. We hebben daar ook technische briefings over gehad. Dat isnatuurlijk allemaal uiteindelijk gebaseerd op een modellenwerkelijkheid.Daar kun je heel veel kritiek op hebben. Als we kijken – dat is eigenlijkmijn eerste vraag aan de Minister – naar wat dan registergegevens heet,het gedrag van mensen, bijvoorbeeld de voedselbanken, zoals al werdgenoemd, dan zie je een heel ander beeld. Er is een toename van 10%. Diemensen staan niet voor de lol in de rij bij de voedselbank. Ook in hetaantal schuldregelingen zie ik een enorme stijging tussen 2023 en 2024.Tot slot is het aantal daklozen ook behoorlijk gestegen, met 10%.Mijn eerste vraag aan de Minister is hoe hij dat weegt, want ik zou zeggendat die modellen er heel erg naast kunnen zitten. Dat hebben we in hetverleden ook meegemaakt; dat hoef ik de Minister niet te vertellen.Moeten we dus niet meer kijken naar die registergegevens, naar hetgedrag, om het zo maar te zeggen? Ik begrijp dat er in 2026 een periodiekerapportage over armoede en schulden komt. Zou het niet mooi zijn omdaar in ieder geval ook dat soort gegevens, die trends, stelselmatig in meete nemen? Ik zou daar vooral in geïnteresseerd zijn.Dan mijn tweede vraag. De termijn van de schuldregelingen is geredu-ceerd van 36 naar 18 maanden. Dat klinkt sympathiek, maar we begrijpendat het ook tot problemen kan leiden, omdat het door die kortere termijnniet meer zo duurzaam is. Dat wil zeggen dat mensen sneller, bijvoorbeeldna drie jaar, weer in problematischeschuldengedrag vervallen. Dat is watik hoor en begrepen heb. Mijn tweede vraag aan de Minister is of hijwellicht zou kunnen onderzoeken of het inderdaad zo is dat mensen doorhet verkorten van die termijn van 36 naar 18 maanden sneller opnieuwterechtkomen in problematischeschuldengedrag als ze uit die regelingzijn, want dat zou ik dan graag willen weten.Voorzitter. Dan een hele grote zorg die we hebben. Ik heb het net ook aleen paar keer in interruptiedebatjes genoemd. Je ziet dat heel veelNederlanders het ontzettend moeilijk hebben om rond te komen. Dat zegthet kabinet ook zelf. In een brief schrijft het kabinet dat 47% van degezinnen nu financieel kwetsbaar is. Dat is dus ook de middenklasse. Heelveel mensen in Nederland hebben moeite om maandelijks de touwtjesaan elkaar te knopen. De oud-directeur van het Sociaal en CultureelPlanbureau, Paul Schnabel, noemde dat altijd «griezelig hoge vastelasten». Nederlanders hebben het helemaal niet makkelijk. Die zitten vaakal heel erg klem. Daar komen nu straks de bezuinigingen bij van 7 miljardeuro op de sociale zekerheid en de zorg; daar hebben we het natuurlijk inhet plenaire debat al over gehad. Die zullen juist deze huishoudens hardraken. Dan komt er nu ook nog een keer de inflatie bij, want De Neder-landsche Bank zei gisteren te verwachten dat die heel erg gaat toenemen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82429 naar misschien zelfs 5% in 2027. Dat raakt ook die huishoudens, demiddeninkomens, het hardst.Mijn vraag aan de Minister is: lopen we door de stapeling van al dieeffecten en dus ook de bezuinigingen die het kabinet gaat doorvoeren,waar we heel erg tegen zijn, nu niet het risico dat de middeninkomens, diehet al zwaar hebben, over het randje worden geduwd? Want ik denk nuvooral aan die 47%, de helft van de Nederlandse gezinnen die al financieelkwetsbaar zijn. De 150 miljoen die wordt uitgetrokken voor armoedebeleidis natuurlijk een druppel op een gloeiende plaat. Dat gaat echt niet veelhelpen.Voorzitter. Dan eindig ik toch weer met mijn hoofdpunt. Je ziet het aanalles: dit kabinet zit hier niet voor de Nederlander en het Nederlandsbelang. Het voert een internationale agenda uit en zet internationalebelangen steeds weer op één. Dat zien we natuurlijk met de NAVO-norm.Daar gaat 19 miljard naartoe, die wordt gehaald uit de sociale zekerheiden de zorg. Dat is niet in het Nederlands belang. We zien nu hogeregasprijzen, want die gaan ook omhoog. Onze gasvoorraden zijn op hetlaagste niveau in tien jaar tijd; dat was gisteren in het nieuws. Op ditmoment, en daar is de Minister in zijn andere rol hoofdverantwoordelijkevoor geweest, gaan we beton in onze gasputten storten en gaan we degasinstallaties ontmantelen en aan Oekraïne weggeven. Dat is totalewaanzin. Vanuit die internationale agenda van klimaatbeleid en omOekraïne te steunen kan ik dat begrijpen, maar dat is niet in het Neder-lands belang. Dat zie je dus keer op keer. Ik heb ook al een paar keergenoemd wat er vorig jaar gebeurde, want dat vond ik ook zo stuitend.Dan is er geld over op de Defensiebegroting of de Buitenlandse Zakenbe-groting, en dan wordt er nog even snel, binnen 48 uur, 700 miljoen eurovrijgemaakt voor Oekraïne. Dit jaar gaan ze weer hetzelfde doen met diekasschuif van 400 miljoen van 2029 naar dit jaar, om dat ook nog evensnel aan Oekraïne te kunnen geven. Het is in totaal 3 miljard euro. Hier indit debat wordt 150 miljoen vrijgemaakt voor het armoedebeleid. Dezeregering zit er helemaal niet voor de Nederlanders. Dat is mijn grootsteverwijt aan het kabinet. Dat zit hier om die internationale agenda uit tevoeren. Wij van Forum voor Democratie zullen altijd het Nederlandsbelang op één zetten. Dat is het enige waar ik in geïnteresseerd ben. Ditkabinet heeft andere prioriteiten. Dat is heel kwalijk.Dank.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. De heer De Beer heeft een interruptie voor u.De heer De Beer (VVD):De heer Van Houwelingen heeft het over koopkracht, armoede en debeleidskeuzes van dit kabinet. Maar het volgende is toch eigenlijkbijzonder knap? We doen allemaal investeringen voor onze veiligheid,internationaal en nationaal, en we hebben allemaal keuzes gemaakt in hetcoalitieakkoord. Uit de doorrekening blijkt dat bijna alle inkomensgroepener daarmee qua koopkracht op vooruitgaan, dat die er licht opvooruitgaan of dat hun koopkracht relatief stabiel blijft, en dat de armoedeook niet verder oploopt. Het beeld dat het kabinet het nationaal belangniet zou dienen en dat de rekening bij de Nederlander komt te liggen,klopt dus toch gewoon niet?De heer Van Houwelingen (FVD):Dank voor de vraag. Dat was het eerste punt in mijn betoog. Dat isinderdaad die modellenwerkelijkheid. Dat zien we continu. Dat was mijneerste punt. Maar als je dan vervolgens kijkt wat er op straat gebeurt, alsje kijkt bij de voedselbank en naar het aantal mensen in schuldregelingenen daklozen, dan zie je een heel ander verhaal. Ik heb al die punten netgenoemd. Hoe kunnen die modellen nou bijvoorbeeld rekening houdenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82430 met de schok die we net hebben gehad door de situatie in Iran? Daarbij iser sprake van 5% inflatie volgens DNB; dat zeiden ze gisteren. Dat zitnatuurlijk niet in die modellen. Dat is dan weer de modellenwerkelijkheidvan de VVD. Ik kijk naar wat er daadwerkelijk gebeurt. Ik heb er helemaalgeen vertrouwen in dat veel van de gezinnen die nu al kwetsbaar zijn hetde komende jaren vol kunnen houden.De heer De Beer (VVD):Wij hebben laatst een technische toelichting mogen krijgen overinkomensbeleid en armoedebeleid. Toen stelde de heer Van Houwelingende wat mij betreft terechte vraag: hoe verhouden bepaalde ontwikke-lingen, als het bijvoorbeeld gaat over het gebruik van de voedselbank,zich tot de cijfers vanuit de modellen? Het is voor hem dus ook nog meereen vraag dan een antwoord. Ik snap dus niet meteen het verwijt en demening richting het kabinet dat dit allemaal door beleidskeuzes komt. Ikzou dus zeggen: stel vragen, maar op basis van de cijfers die we nuhebben, die hier ook voortdurend worden geactualiseerd, kunnen wevolgens mij niet anders concluderen dan dat het kabinet ook staat voorkoopkracht en voor het verder reduceren van armoede.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank voor de vraag. Het kabinet zegt daarvoor te staan, maar het punt inmijn betoog was: als je kijkt naar de keuzes die het kabinet maakt, dan zieje dat er een heel klein beetje uitgegeven wordt aan armoedebestrijding,150 miljoen, en dat er ondertussen tientallen miljarden naar andere zakengaan. Die heb ik al genoemd. Er wordt heel zwaar bezuinigd – dan gaathet over miljarden en niet over miljoenen – op de sociale zekerheid en dezorg. Als ik daarnaar kijk, dan zie ik een heel ander beeld. De zorg die ikheb, verzin ik niet. Het kabinet heeft die zelf ook. Dat heb ik net ookgenoemd. De helft van de gezinnen is financieel kwetsbaar. Dat isonomstreden, neem ik dan aan. Dat zegt het kabinet ook. Ik denk dat dezorgen die wij hebben heel terecht zijn.De heer Ceder (ChristenUnie):De heer Van Houwelingen geeft aan de belangen van de Nederlandersvoorop te stellen, ook als het gaat om armoede en schulden. Ik denk dathet inderdaad belangrijk is dat we de armoedecijfers verlagen. Een van degrootste problemen is dat heel veel schuldeisers met elkaar overhoop-liggen om maar geld te kunnen innen bij één schuldenaar. Een van devoorstellen die we gedaan hebben, afgelopen week nog, is dat er éénschuldenoverzicht komt, dat de deurwaarder een sociale rol gaat innemenen dat het kabinet ervoor zorgt dat het plan dat al langer in de pijplijn zit,er komt. Dit is een van de manieren waarop je heel praktisch die schul-denoploop kan verlagen. Die motie werd afgelopen dinsdag in stemminggebracht, maar tot mijn verbazing had Forum voor Democratie als eenvan de weinigen, volgens mij samen met mevrouw Keijzer, tegengestemd.Ik heb in mijn betoog aangegeven dat we wat wetten moeten gaanaanpassen. Het gaat niet alleen om geld geven, maar we hebben ookwetgeving die het mogelijk maakt dat schulden kunnen oplopen bijmensen. Dit was denk ik een van de grootste kansen om een stap vooruitte zetten. Het verbaast mij dan dat Forum eergisteren tegenstemde. Ikvroeg me af of u kunt uitleggen waarom dan en hoe dat met elkaargerijmd kan worden.De heer Van Houwelingen (FVD):Heel veel dank voor de vraag. Excuus dat ik de exacte tekst van die motienu even niet paraat heb, maar ik vermoed dat we tegen hebben gestemdom de volgende reden. Ik zei het net al: dat is weer een nationaal planwaarop wordt gestuurd. Daar zijn wij altijd heel kritisch op, omdat we zoveel mogelijk vrijheid willen geven aan gemeenten, deurwaardersTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82431 enzovoort zelf. Daar hebben we het in die technische briefing ook overgehad. Het volgende is ook een zorg die we hebben, maar dat is weer eenander verhaal. Het kan er wellicht toe leiden dat er dan extra geld naarbijvoorbeeld de deurwaarders moet, die dan die vroegsignaleringsfunctiekrijgen. Op zich is dat heel mooi. Ik heb zelfs met deurwaarders meemogen lopen. Ik heb het gezien. Ik ben bij die mensen binnen geweest.Dat vind ik allemaal geweldig, maar ik ben wel heel bang – dat heb ik ookgezegd bij die technische briefing – dat dat gaat betekenen dat we voordie deurwaarders een DAEB-constructie gaan optuigen, een constructiemet diensten voor het algemeen belang, wat ze voor de kinderdagopvangook willen. Dan zijn we ontzettend ver van huis. Dan heb je namelijk geenonderneming meer; dan word je eigenlijk genationaliseerd. Daar ben ikdus heel bang voor. Ik kijk de betrokken ambtenaar even aan, want daarben ik niet echt door gerustgesteld bij de briefing. Misschien dat dat eenvan de redenen was – ik heb de exacte tekst niet helemaal paraat, excuusdaarvoor – om tegen te stemmen.De voorzitter:We gaan door naar de heer Dijk. Hij voert het woord namens de Socialis-tische Partij.De heer Jimmy Dijk (SP):Dank u wel, voorzitter. Armoede houdt mensen klein. Schulden makenmensen bang en onzeker. Ik vind het onbegrijpelijk dat in zo’n rijk land alsNederland ieder jaar het aantal miljonairs toeneemt en de grote winstenvan bedrijven steeds verder toenemen. De koek in Nederland, waar steedsover wordt gesproken, die alle werkende mensen voortbrengen, is deafgelopen tien jaar met 21% toegenomen, maar we leven in een land waarde rijen voor de voedselbank langer worden en waar mensen invoedselnood verkeren. Bijna een half miljoen mensen verkeren invoedselnood.Dan vraag ik mij af: wat gaat het kabinet doen? Gisteren hebben we eenheel lang debat gehad over de energiecrisis, die niet morgen voorbij is. Depijnlijke conclusie is dat er op dit moment niets voor mensen gedaanwordt. Dat is de conclusie van dat debat. Als we het dan niet hebben overmensen die onder de nieuwe armoededefinitie vallen ... Dat is namelijk in2024 gebeurd: er is een nieuwe definitie van armoede gekomen. Danhalveert de armoede inderdaad heel snel. Toen zei het Sociaal enCultureel Planbureau dat er een miljoen mensen in armoede leefden. Alsje die cijfers nu zou doordestilleren, is de armoede helemaal nietgehalveerd, maar is die nog steeds hartstikke hoog. 1,7 miljoen mensenleven op dit moment boven die armoedegrensdefinitie. Zij leven inonzekerheid, met problematische schulden. En dan komt dit kabinet metforse bezuinigingen op de sociale zekerheid, draconische bezuinigingenop de zorg en 150 miljoen euro om armoede aan te pakken. Ik denk danaan de 35 baby’s die per dag geboren worden zonder een knuffeltje,zonder een bed en zonder babykleding.De Commissie sociaal minimum zei in 2023 nog: we moeten het wettelijkminimumloon en de uitkeringen verhogen. Ik zie daar niets van terug. Ikzie wel – ik zei het net al in een interruptie op D66 – dat de afbouw van dedubbele heffingskorting na 2027 doorgaat. Dat gaat om duizenden euro’svoor mensen in de bijstand of met een arbeidsongeschiktheidsuitkering.Daar gaan duizenden euro’s vanaf. Die mensen verkeren nu inonzekerheid. Daar moet het kabinet duidelijkheid over geven, en ookpartijen als D66, het CDA en de VVD. Geef daar duidelijkheid over.Voorzitter. Dan over schulden. De overheid is de grootste schuldeiser. Datis toch gênant, vraag ik aan de Minister. Wat vindt hij daar zelf eigenlijkvan? Dat gaat over toeslagen en verkeersboetes. Waarom worden dezeniet sneller kwijtgescholden? Waarom pompen we geld rond? Doorschulden wordt ervoor gezorgd dat mensen in onzekerheid en angstTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82432 verkeren. Iedere dag niet prettig wakker worden, niet prettig kunnenslapen. Incassobureaus verdienen grof geld, maar slechts 2 van de 30voldoen aan de wetgeving. Wanneer gaat het kabinet handhaven? Hoekan het dat slechts 2 van de 30 incassobureaus volgens onderzoek aan dewet voldoen?Dan kopen op afbetaling. In wiens belang wordt het eigenlijk gedaan?Waarom is er niet ingegrepen? Waarom zien we reclames van gokbe-drijven en beleggers? Waarom zit daar geen grote waarschuwing op, dieje wel ziet bij een reclame voor een maatschappelijk doel? Dan moet ernamelijk zo’n praatje komen dat het reclame is voor een maatschappelijkdoel. Er zou eigenlijk een praatje moeten komen als: dit zijn boeven die jegeld willen vangen, dus luister niet naar deze boodschap.Voorzitter. Tot slot iets heel constructiefs over commerciële bewind-voering. Waarom hebben we commerciële bewindvoering? Er gaat heelveel mis. Er zijn heel veel malafide commerciële bewindvoerders. Diezorgen ervoor dat mensen diep in de problemen komen. Nog problemati-scher: commerciële bewindvoerders hebben geen prikkel om ervoor tezorgen dat mensen uit bewind komen. Rechters hebben drie minuten omte beslissen of iemand onder bewindvoering komt te vallen of niet.Gemeentes geven aan dat ze het liever zelf willen doen. Namens de SPkan ik zeggen: laten we bewindvoering publiek organiseren. Dan kun jehet in samenhang doen. Dan kun je ervoor zorgen dat de bewindvoeringniet bij een commerciële club terechtkomt. Dan kun je ervoor zorgen datgemeentes kunnen gaan helpen, want zij kennen de mensen. Ik heb nogéén hele concrete vraag hierover. Gemeentes hebben adviesrecht als hetbij de rechter gaat over onder bewind vallen. Echter, dan is vaak hetkwaad al geschied. Dan heeft iemand al een bewindvoerder gezocht. Daaris dan al contact mee gelegd. Dan is het alleen nog maar een formeelbriefje van de gemeente richting een rechter, waarin ze zeggen: kun jedeze persoon alsjeblieft naar ons doorverwijzen? Maar dan is het eigenlijkal over, want die rechter krijgt slechts een heel formeel briefje en dat stelteigenlijk niks voor.Tot slot. Ik zal hier altijd constructieve voorstellen blijven doen. Ik heb datafgelopen keer gedaan voor 50.000 banen voor mensen die langs de kanten in de bijstand staan, voor kinderbrillen, schoolspullen en sportspullen.Ik zal dat blijven doen, maar ik hoor aan die kant van de tafel tot nu toealleen maar lege woorden. Niet van iedereen, maar van de coalitiepar-tijen.De voorzitter:Wilt u afronden? U bent over uw tijd heen.De heer Jimmy Dijk (SP):Het zijn lege woorden. De tegenstelling zit tussen arm en rijk. Het is nietlos van elkaar te zien dat het aantal miljonairs toeneemt en het aantalmensen in armoede en onzekerheid ook. Die tegenstelling zal ik hierconstant blijven blootleggen, omdat ik vind dat u een antwoord moetkunnen geven op de vraag waarom het aantal miljonairs toeneemt en hetaantal kinderen in armoede en onzekerheid blijf bestaan.De voorzitter:Nu moet u er echt een punt achter zetten.De heer Jimmy Dijk (SP):Het antwoord op die vragen heb ik nog steeds niet gekregen.De voorzitter:We gaan door naar de heer Ceulemans van JA21.De heer Ceulemans (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82433 Yes, voorzitter, dank u wel. Werk zou de beste garantie moeten zijn omniet arm te zijn in dit land. Aan het werk gaan zou de beste weg moetenzijn om uit de armoede te komen. Echter, dat is in de praktijk al niet meerhet geval. Dat is ook het gevolg van politieke keuzes. Het kabinet erkentdat werkenden een steeds groter deel vormen van de groep mensen inarmoede. 60% van de werkenden in armoede is alleenstaand of eenalleenstaande ouder.De energierekening is een belangrijke en groeiende factor als het gaat omarmoede. Dat is voor een belangrijk deel het gevolg van belastingen.Ruim 60% van de energierekening bestaat inmiddels uit belastingen:energiebelasting en btw. Dat is voor een groot deel toe te schrijven aan desteeds verder stijgende energiebelasting op gas. Die is bedoeld ommensen te stimuleren om van het gas af te gaan, maar in de praktijk is hetgewoon een cynisch verdienmodel voor de Staat. Ruim 80% van dehuizen heeft een gasaansluiting. Mensen kunnen het simpelweg nietbetalen om van het gas te gaan, als ze dat al zouden willen. Het Econo-misch Instituut voor de Bouw heeft eerder becijferd dat een gemiddeldewoning van het gas halen € 40.000 kost. Dat kan het gemiddeldehuishouden in Nederland gewoon niet opbrengen.Dat is symbolisch voor het beleid in Nederland. We maken leven enondernemen eerst kunstmatig duur met allemaal torenhoge belastingen,om de gevolgen daarvan vervolgens weer te gaan dempen met belas-tinggeld. Het kabinet kan in brieven pagina’s vol schrijven over fondsen,trajecten, pilots, monitoring en proactieve dienstverlening, maar over dekern hoor je niets terug. Waarom moet de belastingdruk op iets basaalsals je huis verwarmen of koken zo absurd hoog zijn? Waarom wordtenergie behandeld alsof het een luxeproduct is? Wat JA21 betreft is hetdweilen met de kraan open. De overheid stookt met de ene hand derekening op via de energiebelasting en deelt met de andere hand een deelvan het eigen geld weer uit via noodfondsen, toeslagen, potjes enpilotprojecten. Graag een reactie.Daarnaast zou werken natuurlijk altijd moeten lonen in dit land. Hetcoalitieakkoord is daar enigszins vaag over. Ik citeer: «Het kabinet komtvoor het einde van 2026 met een hervormingsagenda met concretemijlpalen in de tijd op verschillende onderdelen, beginnende met deherziening van het inkomstenbelastingstelsel en stappen in het stelsel vantoeslagen, overige inkomensregelingen en sociale zekerheid. De uitgangs-punten zijn eenvoud in de uitvoering, duidelijkheid en voorspelbaarheidvoor mensen en werken moet lonen, waar belastingen niet verder wordengenivelleerd.» Dat is nog behoorlijk vaag. Ik stel dus een concrete vraag:hoe en op welke termijn denkt het kabinet werken lonender te maken indit land? Onderschrijft het kabinet dat dat ook een hele belangrijke stap isals het gaat om het tegengaan van armoede?Dan kom ik op het Europese Social Climate Fund. Dat is misschien welsymbolisch voor waar ik het net over had. We kunnen in dit land zelfstappen zetten om mensen uit armoede te halen door de energiebelastingte verlagen. Gisteren heb ik ook het voorstel gedaan om de accijns aan depomp te verlagen. Echter, in plaats daarvan wordt een verantwoorde-lijkheid getransfereerd naar Brussel en storten we geld in een fondswaarvan we een deel kunnen terugkrijgen als we aan allemaalvoorwaarden voldoen. Ik kan op allemaal details ingaan, maar ik haal ertwee zaken uit. Is het kabinet het ermee eens dat hoe het Social ClimateFund wordt voorgeschoteld, namelijk «we helpen mensen om deenergierekening betaalbaarder te maken, mensen uit de armoede te halenet cetera», in de praktijk neerkomt op maatregelen die die mensenhelemaal niet helpen? Ik lees bij de voorstellen die het kabinet daar vorigjaar voor heeft gedaan onder andere: huishoudens helpen bij de overstapnaar schoner vervoer, zoals elektrische auto’s. Onderschrijft het kabinetdat dit voor het gros van de huishoudens een totaal onhaalbare kaart is,die mensen op dit moment helemaal niet helpt om het einde van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82434 maand te kunnen halen? Daarnaast zal ik de vraag maar gewoon zo breedmogelijk stellen: wat is nu voor Nederland de netto-opbrengst van hetSocial Climate Fund? Wat hebben we erin gestort? Wat wordt er aan deandere landen van de Europese Unie uitgedeeld? Wat krijgen we daarnetto voor terug? Hoe verhouden de baten en lasten zich tot elkaar watdat betreft?Tot zover.De voorzitter:Hartelijk dank. Dat was de eerste termijn van de Kamer. We gaan schorsenvoor een halfuur.Mevrouw Wiersma (BBB):Ik zou graag nog een kort punt willen maken. Ik kom na de schorsing eerstniet terug. Er zijn namelijk tweeminutendebatten. Het is dus niet vanuiteen gebrek aan belangstelling voor het antwoord van de Minister. Wezullen dat volgen.De voorzitter:Prima. We schorsen dus een halfuur. Om 12.25 uur gaan we dus weerdoor. We zijn geschorst.De vergadering wordt van 11.53 uur tot 12.27 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering van de vaste Kamercommissie voor SocialeZaken en Werkgelegenheid. We zijn toe aan de eerste termijn van de zijdevan de regering in het debat over armoede en schulden. Ik ga het woordgeven aan de regering. Als eerste zal de Minister spreken en daarna deStaatssecretaris. Gaat uw gang, Minister.Minister Vijlbrief:Dank u, voorzitter. Het voelt een beetje alsof ik inmiddels een soortmarathon in deze Kamer aanwezig ben, maar we gaan natuurlijk gewoondoor. We gaan het vandaag hebben over armoede en schulden.Dank aan de Kamer voor de uitgebreide vraagstelling. Het doel van hetkabinet is natuurlijk ervoor zorgen dat mensen een zodanig inkomenhebben dat niemand door het ijs zakt. Dat is niet eenvoudig. De heerCeulemans, die net komt binnenlopen, zei dat banen daar een helebelangrijke rol in spelen. Maar we weten ook – ik had hier vorige week eengesprek met Hans Spekman – dat mensen met een baan, of zelfs metmeerdere banen, ook in armoede kunnen zitten. Dat is dus ook geengarantie.Het kabinet neemt natuurlijk een aantal maatregelen. We hebben onderandere die 150 miljoen. Het viel me in de eerste helft van het debat op dater wat verwarring was rond de cijfers uit het Centraal Economisch Plan. Ikga zo nog wat zeggen over de waarde van die cijfers, naar aanleiding vaneen opmerking van de heer Van Houwelingen. De cijfers uit het CentraalEconomisch Plan tonen dat de armoede vanaf ’26 ongeveer gelijk blijft op2,5% en iets stijgt naar 2,6% of 2,7% in ’30 en ’31, en dat kinderarmoedezo rond 2,2%, 2,3% blijft hangen. Dat is voor het kabinet niet goed genoeg.Tijdens het debat over de regeringsverklaring is de motie-Bikker aange-nomen. Daarin wordt het kabinet opgeroepen om de armoede naarbeneden te brengen. Het kabinet beschouwt dat als een opdracht daartoe.Even over die cijfers. De heer Van Houwelingen maakte één terecht punten één punt waar ik toch wat van moet zeggen. Het meten van iets is geenmodellenwerkelijkheid; meten is gewoon statistiek. Laten we dat nou nietmet elkaar «modellenwerkelijkheid» gaan noemen, want dan gaan wealles «modellenwerkelijkheid» noemen. Het weer wordt dan «modellen-werkelijkheid». Ook de lengte van de heer Van Houwelingen wordt danTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82435 «modellenwerkelijkheid». Dat is allemaal gewoon meting. Hij heeft in éénding wel heel erg gelijk: als je meet, wil dat nog niet zeggen dat als je datuit cijfers probeert te halen, je echt het goede beeld krijgt. Daar heeft deheer Van Houwelingen gelijk in. Ik kom straks nog even terug op hetverslag dat wij produceren. Ik denk dat het verstandig is dat we, zoals hijvroeg, daar ook een ander soort data aan gaan toevoegen: data uit dewerkelijkheid. Daar ben ik het dus met hem over eens. Dat zullen wij gaandoen.Ik wil het volgende doen. Ik wil een aantal vragen beantwoorden overarmoede, dan over schulden en daarna over energiearmoede. Dan zal deStaatssecretaris de vragen op het terrein van Justitie en Veiligheidbeantwoorden.De voorzitter:Voordat u daaraan begint, heeft de heer De Beer een vraag. Ik ga weer vierinterrupties hanteren.De heer De Beer (VVD):Omdat we het nu toch over data hebben, stel ik een vraag. De heer Dijk iser niet, maar er werd daarstraks beweerd dat de halvering van dearmoedecijfers ook een kwestie is geweest van het opnieuw definiërenvan het vraagstuk. Kan de Minister zeggen dat er in de cijfers zoals we diehebben, zoals het ministerie die heeft en zoals we die ook in de stukkenterugvinden, geen element zit van een andere definitie? Met anderewoorden, klopt het dat de nieuwe definitie niet ook met terugwerkendekracht is gehanteerd? Is er wel degelijk sprake van een substantiële daling,als je kijkt naar de jaren van 2018 tot nu?Minister Vijlbrief:Daar kan ik een heel lang antwoord op geven, maar ik houd het kort: datklopt.De heer Van Houwelingen (FVD):Veel dank voor de beantwoording. Ook dank dat de Minister bereid is omook de cijfers die ik noemde mee te nemen in de rapportage. Ik heb tochéén vraag. Ik denk dat ik begrijp wat de Minister bedoelt als hij zegt dat weniet alles «model» moeten gaan noemen. Ik wil hier geen discussiehebben over wat dan precies wel of geen model is, maar het zit in iedergeval in die aannames – dat werd ook duidelijk in de technische briefing –in de cijfers die we krijgen. Een voorbeeld is dat er gebruik wordt gemaaktvan sociale voorzieningen. Niet iedereen weet de weg daartoe te vinden.Dan kom ik tot mijn vraag. Voor mij is het dan een model in die zin dat hetniet daadwerkelijk zo hoeft uit te pakken. Ik ben heel benieuwd hoe deMinister het volgende weegt. Je hebt de cijfers waar we het net overhadden, maar je hebt ook – ik noem het maar even zo – het gedrag,bijvoorbeeld dat mensen bij de voedselbank staan. Voor ons weegt datlaatste dan uiteindelijk zwaarder bij het inschatten van de omvang van hetprobleem. Hoe kijkt de Minister daarnaar?Minister Vijlbrief:Daar moet ik gewoon eens even over nadenken. Ik zei al dat ik ga kijkennaar het nationale verslag dat we hebben geleverd. Dat is blijkbaar – ikgeloof dat ik het daar ook mee eens ben – niet smart genoeg en nietgenoeg gericht op cijfers en op kwantitatieve doelen. Ik hou ervan om datwel te doen, want dat maakt dat we meetbaar iets wel of niet kunnendoen. Ik zal dan ook kijken hoe je de macrocijfers over armoede, volgensde definitie daarvan, moet wegen ten opzichte van wat er in de werke-lijkheid gebeurt, zoals meneer Van Houwelingen zei. Dat zijn cijfers overdakloosheid, de voedselbank. Volgens mij bedoelen we hetzelfde.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82436 De voorzitter:Gaat de Minister beginnen aan ... Sorry, mevrouw Lahlah?Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik ben heel blij om te ...De voorzitter:Ik reageer niet altijd goed op uw signalen, omdat ik uw hand kennelijk nietgoed zie.Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):Ik zou bijna zeggen: wat jammer!De voorzitter:Nu steekt u uw handen heel ver omhoog; dat hoeft ook niet, maar gaat uwgang.Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel erg blij om te horen dat de Minister ook niet blij is dat deplannen van deze coalitie zorgen voor de stijging van armoede en dat hijplannen gaat inzetten om dat te proberen te reduceren. Ik was heelbenieuwd of de Minister een doel of een ambitie heeft, die hij ook durft afte spreken met deze Kamer, om bijvoorbeeld de armoede binnen eenbepaald jaar te halveren of naar nul terug te brengen. Wat is op dit vlakeigenlijk het doel en de ambitie van de Minister?Minister Vijlbrief:Volgens mij moet ik, om de discussie overzichtelijk te houden, me nu evenhouden aan datgene waartoe de motie-Bikker heeft opgeroepen tijdens deregeringsverklaring. Daar was mevrouw Lahlah ook bij. Toen hadden wenog de cijfers van het doorrekenen van het regeerakkoord, waar de heerMulder naar verwees. In die cijfers steeg de armoede nog, van 2,5% naar2,7% geloof ik, en die trend liep door. Nu zijn die CEP-cijfers ietsje beter. Indie motie werd opgeroepen om ervoor te zorgen dat de stijging eruit gaaten een daling wordt. Laat ik me daar even bij houden. Dát is het doel vanhet kabinet. Ik ga proberen om die envelop van 150 miljoen, maar ookbijvoorbeeld de 600 miljoen die we voor de kindregelingen – ik kom daarstraks nog even op terug – beschikbaar hebben, zo te gaan inzetten dat wedat ook bereiken. Ik begrijp mevrouw Lahlah als zij zegt: moet je niet eennog zwaarder kwantitatief doel stellen, bijvoorbeeld 0%? Alle specialistenen mensen die er verstand van hebben zeggen dat 0% een heel raar doelis, want dat ga je nooit bereiken. Er zijn zo veel andere factoren die makendat je dat nooit met beleid gaat bereiken. Nogmaals, toen ik vorige weekmet de heer Spekman praatte over werkende armen, bedacht ik mij dat zijniet onder de definitie van armoede vallen. Je moet dus wel uitkijken datje je beleid richt op de dingen die ertoe doen. Bij die werkende armenspeelt waarschijnlijk een veel grotere rol hoe je omgaat met mensen inflexibele banen. Hoe bescherm je die? De Wet flexibiliteit en zekerheid, diewe over twee weken gaan behandelen, is voor die groep misschien welbelangrijker dan het inzetten van een envelop. Als mevrouw Lahlah vraagtwelk doel het kabinet heeft, is het antwoord: het uitvoeren van demotie-Bikker.Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):Ik vind het een klein beetje een teleurstellend antwoord. Concludeer ik nugoed dat de ambitie van de Minister binnen zijn portefeuille eigenlijk nietverder reikt dan de ambitie van het kabinet-Schoof, namelijk om ervoor tezorgen dat de armoede gelijk blijft? Dat vind ik best teleurstellend.Minister Vijlbrief:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82437 Of ik zeg het niet goed – dat zou goed kunnen na 16 uur debat in dezeKamer – of mevrouw Lahlah hoort het niet goed. Het is een van de twee,dus ik ga ervan uit dat ik het niet goed zei. De motie-Bikker zegt: het moetniet stijgen, het moet dalen. Dat is dus niet gelijk blijven. Dalen betekentdalen en niet gelijk blijven. Dat is dus het doel.De voorzitter:De Minister gaat door met zijn beantwoording en begint met het blokjearmoede.Minister Vijlbrief:Ja. Mevrouw Van Brenk vroeg: moet er niet meer aandacht komen voordakloosheid? Daar zijn we het over eens. Samen met VWS en VRO werkenwij aan een aanpak van de dakloosheid. In december heeft de Kamer daareen voortgangsrapportage over ontvangen. Daar staan een aantalmaatregelen in: meer maatwerk in de Participatiewet voor kwetsbarejongeren, een handreiking aan gemeenten om dit te stimuleren en meeraandacht voor geldzorgen en schulden bij mensen die dakloos zijn. Ikdacht dat het mevrouw Van Brenk zelf was, of een van de andere ledenvan uw commissie, die terecht zei dat het hebben van een woningnatuurlijk het allerbelangrijkste middel is. In mijn vorige leven alswoordvoerder wonen heb ik mij daar vooral druk over gemaakt. Ik verwijsdan even door naar alles wat het kabinet daar wil gaan doen.Voorzitter. Mevrouw Van Brenk vroeg ook nog: het is toch raar dat u in dierapportage allerlei groepen benoemt, maar niet kijkt naar ouderen? Als62-jarige ben ik het daarmee eens. Ik hoor totaal niet bij de groep armeouderen, maar ik ben het er wel mee eens dat we daarnaar kunnen kijken.Dat zullen we ook doen in de volgende rapportage.Toen vroeg mevrouw Van Brenk: wilt u de ouderenkorting uitkeerbaarmaken als onderdeel van de grotere hervorming? In antwoord daarop pakik meteen een vraag mee van de heer Ceulemans. Dat gaat een beetjeover de passage in het regeerakkoord waarin een hervorming van hettoeslagen- en belastingstelsel wordt aangekondigd. Daarover zei de heerCeulemans: ik vind dat allemaal wat vaag. Ja, ik vind dat ook wel watvaag. Dat is maar goed ook, want als je dat precies wil opschrijven en jeprobeert dat in een formatie van zes weken te doen, dan lukt dat hemmisschien, maar mij lukt dat niet. Dat is namelijk gewoon te ingewikkeld.Wat daar staat, is wat wij willen bereiken met die hervorming van hetbelasting- en toeslagenstelsel, dus wat de doelen zijn. Een van de doelendie hij daarin belangrijk vindt, is dat werken moet lonen. Dat klopt, datvinden wij ook belangrijk. Er zijn ook andere doelen.Dan ga ik weer terug naar de vraag van mevrouw Van Brenk: kan eenuitkeerbare ouderenkorting daar onderdeel van uitmaken? Vast wel. Jemoet iets met verzilverbaarheid als je van de toeslagen af wil. Iedereendie ooit een verkiezingsprogramma heeft gemaakt, of zelfs een doorre-kening daarvan, weet dat als je dat wilt doen, je iets met een soortuitkeerbaar iets moet, bijvoorbeeld een uitkeerbare heffingskorting etcetera. Dat kan daar onderdeel van uitmaken, maar ik ga nu niet zeggen ofdat zo is. Dat is overigens niet mijn portefeuille, maar die van de Staatsse-cretaris Financiën.Omdat de heer Ceulemans dat zo expliciet vroeg naar aanleiding van diepassage: het is wel nadrukkelijk het doel dat we dat op z’n minst in desteigers gaan zetten. Laat ik het zo maar zeggen.De voorzitter:Dan begin ik bij mevrouw Van Brenk, omdat u bij haar begon, en dan deheer Ceulemans.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82438 Het zou heel mooi zijn als er inderdaad grote stappen gezet worden omvan toeslagen af te komen, omdat we zien dat veel mensen daardoor in deproblemen komen. Wij denken dat het uitkeerbaar maken van deouderenkorting ook een heleboel ouderen helpt. Als je geen belastingaan-gifte doet, krijg je ’m namelijk niet. Ik ben dus blij dat het bij de Ministerop het netvlies staat en ik hoop dat hij ook een beetje gaat duwen bij deMinister van Financiën en bij de belastingen.Minister Vijlbrief:Mevrouw Van Brenk heeft gelijk. De zogenaamde «verzilveringsproble-matiek» heet dat in onze taal. Dat is een groot punt als je van de toeslagenaf wil. En duwen is denk ik niet nodig, maar jazeker: dit is een gezamenlijkproject van op z’n minst de Staatssecretaris Financiën en de Minister vanSociale Zaken, en van een aantal andere bewindslieden, gezien het feit dater ook nog een huurtoeslag bestaat. Dat maakt het ook weer extraingewikkeld.De heer Ceulemans (JA21):Ik wil nog even op dat «werken moet lonen» doorgaan. Het klopt dat iknog nooit heb meegewerkt aan een regeerakkoord; wie weet wat detoekomst nog gaat brengen. Ik begrijp dat niet alles tot in detail kanworden uitgewerkt, maar wat mij wel opvalt, is dat bijvoorbeeld als hetgaat om meer uren gaan werken, er wel een paar denkrichtingen wordengegeven: een voltijdsbonus et cetera. Als het gaat om werk in algemenezin lonender maken, blijft het echter bij een voornemen en een «we gaaner later in het jaar op terugkomen en we onderzoeken het». Dit is niet heteerste kabinet dat werken meer wil laten lonen; dat waren alle kabinettenhiervoor ook. Het lukt steeds maar niet en verzandt steeds maar ingesprekstafels. Uiteindelijk is het resultaat nul. Ik snap dat de Ministerdingen niet tot achter de komma uitgewerkt heeft, maar kan hij in iedergeval wat denkrichtingen meegeven om werken als zodanig lonender temaken?Minister Vijlbrief:Ik was zelf een van degenen die vanuit de Kamer ooit heeft gewerkt aande voltijdsbonus en zo. Vanuit mijn toenmalige fractie zagen wij toennamelijk dat het goed zou zijn als we mensen een grotere impuls gavenom meer te werken. Ik denk dat we dat met elkaar delen. De heerCeulemans deelt dat ook met het kabinet.Het andere punt is veel fundamenteler. Je haalt alle huidige prikkels omniet méér te gaan werken, om werken niet te laten lonen, alleen weg doorhet toeslagenstelsel fundamenteel weg te halen. Ik ga het even heeltechnisch maken: eigenlijk moet je dan ook proberen om de marginaletarieven omlaag te brengen. Dat is wat je wil. Meestal is het zo dat je daarook extra geld voor nodig hebt, omdat voor bepaalde groepen belasting-hervormingen altijd wat tegenvallen. De laatste grote belasting-hervorming stamt uit 2001. Dat is een generatie geleden. We zijn daar dusook echt aan toe. Daar ben ik het mee eens.De elementen die ik zou noemen, zijn: weg met het toeslagenstelsel,werken moet lonen. Daarna komen de hele, hele politieke discussies alsde mate van progressiviteit in dat stelsel. In hoeverre wil je meerdereschijven hebben? Er is ooit geprobeerd om met één schijf te gaan werken.Toen bleek dat we geen inkomensbeleid meer konden voeren via debelasting en gingen we het maar via allerlei andere dingen doen. Dat isook weer niet zo’n goed idee. De heer Ceulemans vroeg om een paarelementen. Dit zijn een paar elementen die ik hier zou willen noemen.De heer Ceulemans (JA21):Dit is geen interruptie hoor, maar een vraag: hadden wij nou eenonbeperkt aantal interrupties of zijn die gemaximeerd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82439 De voorzitter:Nee. Ik heb in het begin gezegd: het zijn er vier.De heer Ceulemans (JA21):Vier, hè? Oké. Dan laat ik het eventjes.De voorzitter:Ja. De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Vijlbrief:Voorzitter. Mevrouw Wiersma, die niet meer aanwezig is omdat ze ergensanders naartoe moest, vroeg: hoe gaat het kabinet ervoor zorgen datmensen er niet op achteruitgaan met de nieuwe kindregeling, ondanks de600 miljoen euro? Dat lijkt me bij de nieuwe kindregeling niet de grootsteuitdaging, omdat er extra geld voor beschikbaar is, namelijk 600 miljoen.Het valt overigens binnen de portefeuille van de Minister van Werk enParticipatie om dit verder uit te werken.Mevrouw Biekman vroeg: op welke termijn kan de Kamer concretevoorstellen verwachten om de ondersteuning van jongeren in langdurigearmoede te verbeteren? In de voortgangsrapportage waar we het net overhadden, worden een aantal maatregelen genoemd. Het kabinet heeftbesloten om vanaf 2027 het minimumjeugdloon voor jongeren van 16 toten met 20 jaar te verhogen. Dit jaar is de Participatiewet in balans doorbeide Kamers aangenomen, waardoor er meer ruimte is voor maatwerk.SZW voert een aantal campagnes om jongeren met geldzorgen te wijzenop hulproutes. Die zijn er om jongeren in een kwetsbare positie terug naarschool of werk te helpen. Sinds 1 januari is er de Wet van school naarduurzaam werk, waarmee ook de Participatiewet is aangepast. U krijgt vande Minister van Werk en Participatie in april een Kamerbrief over deondersteuningsbehoefte en problematiek van jongeren in kwetsbareposities. Die brief maakt hij samen met de Minister van Langdurige Zorg,Jeugd en Sport. Voor de zomer krijgt u een Kamerbrief over de Participa-tiewet in balans spoor 2.Mevrouw Lahlah vroeg: kiest de Minister voor kinderen die nu tekort-komen, of kiest hij ervoor om nog langer te wachten op hulp? Onder-steuning aan de kinderen die opgroeien in armoede, kan niet wachten.Daar heeft ze groot gelijk in. Via gemeenten en armoedefondsen, dieverenigd zijn binnen Sam& voor alle kinderen, steunen we kinderen directen op een brede wijze. We zijn ook bezig om te kijken naar de onder-steuning van gezinnen, maar daar hadden we het al even over in hetkader van de enveloppen.Mevrouw Lahlah vraagt over kinderarmoede: erkent de Minister dat eenverdieping van de intensiteit van armoede bij kinderen en jongeren nu alzichtbaar is, onder andere doordat er meer aanvragen worden gedaan bijfondsen? Er zijn geen cijfers over die armoede-intensiteit onder gezinnen.Dan komen we eigenlijk weer bij het punt waar ik het net met de heerVan Houwelingen over had. Het is wel goed om die cijfers aan te gaanvullen met een ander soort materiaal. Ik ben het daar eens mee eens. Datblijkt hier ook weer. Het kabinet ondersteunt het samenwerkingsverbandSam& voor alle kinderen door middel van jaarlijkse subsidies. Daarbijhoort ook de organisatie Kinderhulp. Jaarlijks ontvangen deSam&-partijen circa 16 miljoen euro. We blijven continu in gesprek methen om te kijken of dat voldoende is.Mevrouw Van Brenk vroeg met welke afwijking we te maken hebben alswe kijken naar het landelijke armoedecijfer onder jongeren van 5,3%. Zijvroeg: kan u aangeven hoe dat fluctueert per gemeente? Dat weten weniet. We weten dat wel per provincie. De provincie met het laagstepercentage jongeren in armoede is Drenthe, met 3,4%. De provincie methet hoogste percentage is Groningen, met 6,3%.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82440 De heer Ceder – hij is aanwezig – vroeg naar financiële educatie. Hij vroeg:staat de Minister open voor het uitrollen van lessen op scholen doorvrijwilligers in het kader van financiële educatie? Dat is natuurlijk aanscholen, maar er zijn veel mooie voorbeelden van. Ik vind het belangrijkdat financiële educatie een structurele plek in het onderwijs heeft. Daaromzetten we daarop in via de subsidieregeling financiële educatie en deSPUK – dat is een specifieke uitkering – Kansrijke Wijk.Dan een aantal vragen over niet-gebruik. Op welke manier wil het kabinetde eerstvolgende stap zetten naar automatisch uitkeren? Er is eenCDA-motie aangenomen, ik denk tijdens mijn begrotingsbehandeling,over dat automatisch toekennen. Die ondersteunt de inzet van het kabinet.We kijken hoe we dit kunnen doen. Daarnaast loopt er vanuit hetMinisterie van Financiën een verkenning naar de mogelijkheden voor hetautomatisch toekennen van toeslagen. Ik realiseer me dat deze toezeggingniet heel smart is, in de zin van: als ik Kamerlid zou zijn, zou ik vragenwanneer dat dan komt en wanneer we daarover gaan rapporteren. Daarkom ik op terug in de tweede termijn. Hoe gaat de Minister serieus werkmaken van niet-gebruik? Een belangrijke stap is hierbij het wetsvoorstelWet proactieve dienstverlening. Dat geeft gemeenten, SVB en UWV meerruimte om signalen te delen. Dat moet daarbij helpen.Mevrouw Biekman vroeg hoe groot de verschillen in niet-gebruik tussengemeentes zijn en of best practices landelijk kunnen worden opgeschaald.Volgens ons wordt het niet-gebruik niet structureel op lokaal niveaubijgehouden. We weten de verschillen tussen gemeenten dus niet precies.Het kabinet werkt wel aan het terugdringen van niet-gebruik via een aantalcampagnes, zoals Laat geen geld liggen. De Dienst Toeslagen probeertmensen ook op hun rechten te wijzen.Mevrouw Biekman vroeg ook welke stappen er worden gezet omgegevensuitwisseling te verbeteren, zodat mensen automatisch in beeldkomen, met behoud van privacy. Ik verwijs weer naar het wetsvoorstelProactieve dienstverlening. Nu heb ik nog meer informatie. Het blijkt eindapril te worden behandeld door, waarschijnlijk, de Minister van WenP, aldan niet samen met mij.Mevrouw Biekman (D66):Ik dank de Minister voor zijn antwoorden. Ik had nog wel een vraag overhet niet-gebruik en de cijfers die ontbreken. Staan het kabinet en deMinister ervoor open om die cijfers op de een of andere manier welinzichtelijk te maken?Minister Vijlbrief:Ik denk dat Mevrouw Biekman nu doelt nu op de cijfers per gemeente. Ikdenk dat ik daar in de tweede termijn even op terugkom. Ik sta er wel vooropen, maar ik weet niet wat ik dan toezeg en wie ik dan allemaal werkaandoe. Ik moet het dus even vragen, maar ik kom er in de tweede termijnop terug.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Vijlbrief:Wat is de actuele omvang van niet-gebruik? Voor de algemene bijstandgaat het om 35% tot 37% in 2021. Ook bij andere regelingen is erniet-gebruik – volgens mij wees mevrouw Van Brenk daar ook op – zoals30% bij de AIO, voor ouderen, en 43% tot 80% bij de bijzondere bijstand.De meest recente cijfers over niet-gebruik van toeslagen komen uit 2021.Toen was er een niet-gebruik van 11,8% bij de zorgtoeslag, 11% bij dehuurtoeslag, 8% bij het kindgebonden budget en 3,4% bij de kinderop-vangtoeslag. Zoals ik al zei, werken we aan het wetsvoorstel Proactievedienstverlening.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82441 Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Het niet-gebruik van de AIO, de inkomensondersteuning voor ouderen, iser al heel lang. We proberen al heel lang de witte vlekken te vinden. Devraag is dus wat we nog meer kunnen doen zodat we er werkelijk voorgaan zorgen dat iedereen die er recht op heeft die ondersteuning krijgt enheel simpel en eenvoudig weet te vinden.Minister Vijlbrief:Ik denk dat ik dan opnieuw moet verwijzen naar het wetsvoorstelProactieve dienstverlening. Dat is één. Het tweede middel, dat ik ook aleen keer noemde, zijn campagnes. Ik weet niet of mevrouw Van Brenknaar iets anders op zoek is dan dat, maar dat zijn ongeveer wel deinstrumenten die wij daarvoor inzetten.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Het klinkt mooi, hoor, de Wet proactieve dienstverlening, maar hoeproactief zijn we dan? Wat staat er dan in die wet waardoor we zekerweten dat we dan meer mensen gaan bereiken? Ik kan het namelijk op ditmoment onvoldoende overzien. Kan de Minister misschien wat meertoelichten?Minister Vijlbrief:Ik kan wát meer toevoegen, want ik weet het zelf ook niet zo uit mijnhoofd. Er wordt mij ingefluisterd dat we in ieder geval gaan regelen datuitkeringsinstanties beter met elkaar kunnen samenwerken, zodat wat bijde een bekend is ook bij de ander bekend is. Dat klinkt als een logischemanier om dit te doen. Verder wijs ik erop dat die wet dus binnen eenmaand behandeld wordt in de Kamer. Ik denk dat dat plenair gebeurt,want het is gewoon een wet. Dan komt die dus uitgebreid aan de orde.De heer Ceder (ChristenUnie):Deze wet kwam ook eergisteren tijdens het debat over de Participatiewetaan bod. Volgens mij is het een goede wet. Volgens mij moet je ervoorzorgen dat gegevens tussen overheden gedeeld kunnen worden. Wel vielhet mij op dat de belangrijkste wisseling, namelijk gegevensdeling tussenenerzijds de Belastingdienst, die het vermogen van vrijwel elke Neder-lander kent, en gemeenten, daarin niet wordt opgenomen en niet wordtverbeterd. Dat is jammer, want als je dat hebt, kan je als gemeenteautomatisch toekennen wat betreft de AIO of elke andere regeling. Je hebtdan namelijk gewoon de gegevens van het vermogen van de mensen diein de gemeente wonen. Als je dat zou willen, kun je automatisch uitkeren.Misschien overvraag ik de Minister, maar ik denk dat de Minister bredekennis heeft, ook ten aanzien van de Belastingdienst. Vindt de Minister hetbelangrijk dat de gegevens bij de Belastingdienst gedeeld kunnen wordenmet gemeenten? En zo ja, vindt hij het dan een gemis dat we dat niet metelkaar geregeld hebben?Minister Vijlbrief:Ik word nu inderdaad even overvraagd. Ik zal kijken of ik in tweede termijnantwoord kan geven op de vraag wat de reden daarvoor is van deBelastingdienst. Ik begrijp dat de Belastingdienst daar überhaupt ...Anders komt dat even terug bij het wetsvoorstel Proactieve dienstver-lening. Ik zal proberen daar zo meteen op terug te komen.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Vijlbrief:Voorzitter. Meneer Hamstra vroeg: welke rol kunnen banken spelen bij hetbereiken van mensen met geldzorgen? Binnen Stichting FinancieelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82442 Gezond Nederland werken publieke en private organisaties samen aanfinancieel gezonde huishoudens. Daar zitten zowel banken als informeleorganisaties in, zoals de VoorzieningenWijzer en Geldfit. Er bestaan mooievoorbeelden, waarvan er ook een werd genoemd tijdens het debat, vanbanken die zich inzetten voor financiële bewustwording. Als de heerHamstra dat fijn zou vinden, ben ik best bereid om nader in gesprek tegaan met de banken over wat we daaraan kunnen doen naast wat we nual doen.Mevrouw Lahlah zei dat het niet moet uitmaken waar een kind woont voorde kansen die het krijgt. Als er iets na aan mijn hart ligt, is het dezeopmerking over de «postcodebingo», zoals dat oneerbiedig wordtgenoemd. Zoals afgesproken in het coalitieakkoord wil het kabinet inoverleg met gemeenten werken aan vereenvoudiging en een basisniveauvan aanvullende gemeentelijke regelingen, zodat dat minder gaatuitmaken. Ik heb in het begrotingsdebat al gezegd dat het nogal uitmaakthoe hoog je het basisniveau maakt. Dat herhaal ik nog maar een keer enmevrouw Lahlah hintte daar ook op. Daar ga ik nu ook even geenuitspraken over doen, maar ik begrijp wat zij zegt. Je kunt het niveau laagleggen. Dan hou je een prikkel aan voor gemeenten om er wat extra’svoor te doen. Dat is niet wat mevrouw Lahlah nastreeft. Je kun het ookhoog leggen. Dan hou je die prikkel minder, maar kost dat weer meer gelduit de staatskas. Ik ga daar nu dus geen uitspraken over doen. In hetregeerakkoord staat deze inzet wel duidelijk. Mijn inzet zou natuurlijk zijnom dat niet zo laag te maken dat je uiteindelijk een laag geharmoniseerdniveau hebt waar je niks aan hebt. Deze oproep begrijp ik dus heel goed.Dan vroeg de heer Hamstra ...De voorzitter:Een ogenblik. De heer Ceder op dit punt.De heer Ceder (ChristenUnie):Een logisch ijkpunt of meetpunt zou natuurlijk het sociaal minimum zijn,waar de Kamer nota bene opdracht toe had gegeven. Er is een heelrapport van hele slimme mensen die daar onderzoek naar gedaan hebben.Dat zou voor mij een vrij logisch meetpunt zijn. Misschien is het watverouderd en zou je het moeten indexeren. Staat de Minister daarvooropen? Ik ben benieuwd waarom hij dat wel of niet een logisch meetpuntzou vinden.Minister Vijlbrief:De logica ontgaat mij totaal niet. Tijdens het begrotingsdebat had ik dezediscussie al met de heer Ceder gevoerd. Dat was weliswaar heel laat opde avond. De logica ontgaat mij dus niet, maar ik ga nu even geenuitspraken doen over het niveau waarop je zou moeten harmoniseren.Maar dat er enige relatie met het sociaal minimum is, ligt wel voor dehand.Voorzitter. Ik ga naar de vraag van de heer Hamstra: wat zijn de eerstelessen uit de pilots die worden ontwikkeld bij de Rijksschoonmaakorgani-satie? Ik ben momenteel in gesprek met de schoonmaakbranche om tekomen tot een bredere aanpak gericht op financiële fitheid. Als de pilot bijde Rijksschoonmaakorganisatie succesvol is, kunnen we die opschalen.We zoeken dus naar een mix van interventies gericht op begeleiding bijhulp- en geldzorgen bij de Rijksschoonmaakorganisatie. Dat is een pilotdie we, als die slaagt, breder zullen willen gaan toepassen.Voorzitter. Dat brengt mij eigenlijk bij het eind van mijn blokje armoede. Ikzal even kijken of ik nog iets mis. Ik mis er nog eentje. Nee, deze heb ikbeantwoord.Misschien kan ik nog even deze vraag van de heer De Beer beantwoorden.Hij vroeg naar de link tussen werk en armoede. Het is glashelder, en zoben ik ook opgevoed, dat werk de beste garantie geeft, maar het geefTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82443 geen volkomen garantie. Ik verwijs weer naar het verschijnsel van dewerkende armen en mensen die van het ene kleine baantje naar hetandere baantje aan het rennen zijn. Daar gaat dit debat niet over, maardaarom zijn de dingen die we in het arbeidsmarktpakket doen, met de Wetflexibiliteit en zekerheid, ook belangrijk om armoede te bestrijden.Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):Ik had nog geen antwoord gehad op de vraag hoe de Minister serieuswerk gaat maken van het niet-gebruik. Dat ging ineens heel snel. Ik had inhet bijzonder gevraagd of de Minister kan toezeggen dat het niet-gebruikniet wordt ingezet als sluitstuk van de begroting. Zijn collega-minister zeinamelijk, zeker toen we het hadden over proactieve dienstverlening – danquoot ik niet letterlijk, maar parafraseer ik een beetje – dat die aan de enekant blij is als niet-gebruik van regelingen wordt teruggedrongen, maardat we ook voorzichtig moeten zijn gezien de begroting en het budget vanhet ministerie. Ik zou op dit punt dus echt graag de toezegging willen dathet niet-gebruik niet wordt gebruikt om de begroting sluitend te maken.Minister Vijlbrief:Ik had, dacht ik, wel antwoord gegeven – maar misschien ben ik te snelgegaan – op de vraag wat nou mijn belangrijkste instrumenten zijn omniet-gebruik te bestrijden. Dat was volgens mij naar aanleiding van devraag van mevrouw Van Brenk net. Ik heb gezegd dat er in ieder geval dieWet proactieve dienstverlening is, die daarvoor is bedoeld. Ten tweedehelpt voorlichting heel erg, hopen we.Dan op de hamvraag van mevrouw Lahlah: nee, dat kan nooit; dat isnatuurlijk raar. De pendant van dezelfde redenering is dat je bewust streeftnaar onderuitputting op je begroting. Dat is niet zo. Dus het doel is datniet. Als mevrouw Lahlah bedoelt of we staan te klappen als erniet-gebruik is, omdat we dat geld dan voor iets anders kunnen gebruikenof voor de schatkist, dan is het antwoord: nee. Het is natuurlijk wel zo dater vaak onderuitputting bestaat; laten we daar heel eerlijk in zijn. Iedereendie met begroten te maken heeft gehad, weet dat. Het zou best eenskunnen dat er soms in de ramingen rekening wordt gehouden met dieonderuitputting; dat klopt. Maar naar aanleiding van die hele discussie inhet vorige kabinet over realistisch ramen, is de Minister van Financiënvolgens mij juist bezig om die onderuitputtingen, en dus ook dingen alsniet-gebruik, uit de begroting te duwen.De voorzitter:Ik denk dat we nu naar het blok schulden kunnen. Nee, toch niet. De heerDijk.De heer Jimmy Dijk (SP):Over armoede had ik nog de vraag gesteld over de verhoging van hetwettelijk minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen. Dat gingover de Commissie sociaal minimum, die had gezegd dat dat een van debeste oplossingen is voor mensen om uit de armoede te komen. Ik hadook nog een vraag gesteld over de afbouw van de dubbele heffings-korting, waardoor mensen heel veel geld missen als dat gaat plaatsvindenen ze daarom nu in onzekerheid zitten.Minister Vijlbrief:Dat eerste herinner ik me uit het rapport van de Commissie sociaalminimum. Ik wijs er wel op dat in het voorvorige kabinet hetminimumloon substantieel is verhoogd. Ik heb nu geen plannen om datminimumloon verder te verhogen. Maar de heer Dijk heeft gewoon eenpunt. Dat staat namelijk wel in dat rapport van de Commissie sociaalminimum. En het is denk ik ook zo dat het minimumloon verder verhogeneen van de simpelste methodes is. Daar ligt dan de politieke keuze. Als jeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82444 dat doet en je uitkeringen gekoppeld zijn, zit daar een forse rekening aanvast. Maar het is gewoon waar.Dan de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting. Het wordt nuecht Revenge of the Nerds! Dat is al ingezet in 2012. De heer Dijk kent ookde achtergrond daarvan: de afschaffing van die algemene dubbeleheffingskorting was uiteindelijk bedoeld om te zorgen dat uit hetbelastingstelsel geen impulsen voor een partner komen om niet te gaanwerken. Dat was de reden daarvoor. Dat moeten we wel in de gatenblijven houden. Het is niet bedoeld om mensen daarmee de armoede in teduwen. Dat zegt de heer Dijk niet, maar hij zegt dat dat wel het effect kanzijn. Het kabinet heeft dus oog voor de effecten daarvan, en ik zou mijnogen open willen blijven houden. Ik was er in 2012 ook al bij, niet alskabinetslid, maar ik zat wel ergens in een departement. Ik ben altijd eenvoorstander geweest van het afbouwen daarvan, omdat dat de emanci-patie gewoon bevordert. Het is verstandig om dat te doen. Alleen, de heerDijk wijst op de inkomenseffecten daarvan. Het is waar: die bestaan. Maardan moet je naar de totale inkomensplaat kijken en niet alleen maar naardeze maatregelen. Dat zou mijn antwoord op hem zijn.De voorzitter:De heer Dijk en dan de heer Jansen.De heer Jimmy Dijk (SP):Ik vind het prima om naar de totale inkomsten te kijken, maar ik stel nueigenlijk twee punten aan de orde in één vraag. Dat doe ik niet voor niets;die hangen met elkaar samen. Als je als Kamer – en dan kijk ik ook evennaar iedereen – besluit om die afbouw te pauzeren, maar ook zegt dat wein 2027 gewoon weer verdergaan met de afbouw daarvan, dan kun je hetwel over emancipatie hebben, waar ik erg voor ben, maar dat betekentdan wel dat mensen duizenden euro’s gaan inleveren. Als we dan, aan deandere kant, een kabinet hebben dat niet besluit om het wettelijkminimumloon en de uitkeringen daaraan gekoppeld te gaan verhogen,dan is daar dus geen oplossing voor. Ik zei het net aan het einde van mijnbetoog: dit zijn lege woorden. Hier vallen dan lege woorden voor mensenin armoede, die niet rond kunnen komen. En het is dan wel degelijk zo datdit kabinet wél miljarden weet te vinden voor een NAVO-norm, maar niksweet te vinden om deze enorme inkomensval voor mensen op te vangenen iets aan armoede te doen. Dat zijn dan wel úw politieke keuzes. Dus ikverwacht een beter antwoord dan «emancipatie» en «dit kabinet kiest erniet voor om het wettelijk minimumloon te verhogen», want dat betekentdat u mensen in de armoede gaat jagen met deze beslissing om hetverder te gaan afbouwen. Dat is de consequentie hiervan. Dat moet u erdan wel bij vermelden.Minister Vijlbrief:Volgens mij was ik glashelder. Ik zei dat de heer Dijk gelijk had dat hetinkomenseffecten heeft. Hij hangt daar allemaal kwalificaties aan, maar ikzei: dat heeft inkomenseffecten. Maar hij vergat er even bij te vertellenwaarom we ooit de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting zijnbegonnen. Dat vergat hij even, want het kwam niet goed uit om dat tevertellen. Twee. Ik verzet me echt tegen het beeld – de heer Dijk doet ditnamelijk continu in debatten, en nu weer – dat mensen in armoedeworden geduwd vanwege de NAVO-norm. Eén. Als we ons in dezegeopolitieke omstandigheden houden aan de NAVO-norm, vind ik dat debeste garantie voor mensen op veiligheid in Nederland. Daar mogen wepolitiek over van mening verschillen, maar het continu tegenover elkaarzetten van die zaken schept een sfeer die niks helpt en die Nederland nietvooruithelpt.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82445 Ja, ik zie de andere handen, maar de heer Dijk krijgt het woord.De heer Jimmy Dijk (SP):Ik vind dit lef hebben. Dat vind ik echt. Het is echt lef hebben. Het is lefhebben om een frame te leggen op een partij die uiteenzet wat er gebeurtals je gaat bezuinigen op de sociale zekerheid en op de zorg en als je dedubbele algemene heffingskorting op termijn gaat afschaffen. Daarvanzegt de Minister zelf dat mensen er duizenden euro’s op achteruitgaan.Dat betekent dat die mensen in de armoede terechtkomen. Dat betekentdat ze in bestaansonzekerheid terechtkomen. Ik vind het dan lef hebbenom dan van je af te schuiven dat je zelf een tegenstelling aan het creërenbent. Als u die NAVO-norm zo ontzettend belangrijk vindt dat u er19 miljard aan uitgeeft, had het dan ook zo belangrijk gevonden om datgeld uit te geven aan sociale zekerheid, want ík zet nu niet die twee dingentegenover mekaar, uw beslissingen doen dat. Uw beslissingen doenprecies dat.De voorzitter:Via de voorzitter.De heer Jimmy Dijk (SP):Uw beslissingen leiden ertoe dat er 19 miljard gaat naar de NAVO-normen dat er geen geld gaat naar het verhogen van het sociaal minimum. Datbetekent dat je de solidariteit in de samenleving uitkleedt voor bijvoor-beeld een Oekraïne, maar ook voor bijvoorbeeld het je houden aan deNAVO-norm. Ik en mijn partij leggen die tegenstelling niet. U doet dat.Naar aanleiding van de beslissingen die u politiek neemt, jaagt u mensenin de armoede ...De voorzitter:Meneer Dijk, uw punt is duidelijk.De heer Jimmy Dijk (SP):... terwijl u wel miljarden uitgeeft aan oorlogsvoering.De voorzitter:Ik neem als voorzitter geen beslissingen.De heer Jimmy Dijk (SP):Dát is een tegenstelling die wordt gecreëerd.De voorzitter:De beslissingen worden genomen door het kabinet.De heer Jimmy Dijk (SP):Ja, maar ik wil er wel op ingaan, want dit wordt voor de zoveelste keerbeweerd.De voorzitter:Ik begrijp uw emotie, maar u moet zich ook aan de regels houden. Wespreken via de voorzitter en u moet niet te lang uw punt blijven herhalen.De heer Jimmy Dijk (SP):Oké, voorzitter. Dan sluit ik mijn zin af. Tot slot. Ik creëer hier niet detegenstelling, maar die wordt ons wel steeds in de schoenen geschoven.Maar deze Minister moet gewoon eerlijk zijn: als hij dit soort beslissingenneemt, komen mensen in de armoede terecht en daarmee creëert híj detegenstelling.Minister Vijlbrief:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82446 Het is niet waar dat mensen door de afbouw van de dubbele algemeneheffingskorting per definitie in armoede terechtkomen. Dat is gewoon nietwaar. Dat weet de heer Dijk ook. Dat is helemaal niet waar. Het kán zo zijn.Daarom zeg ik: kijk naar het totale beeld. Ik denk dat we de discussie overde 19 miljard maar even verder niet moeten voeren. Híj was het die zei: uneemt wel een besluit om dat daaraan uit te geven en niet aan dat.Daarmee schetst u een tegenstelling. Dan kunt u zeggen «dat doe ik niet»,maar dat deed u wel. En daar reageerde ik op. Dat is ook mijn volle recht,want politiek denkt het kabinet daar anders over dan de heer Dijk.De heer Hamstra (CDA):Ik wil nog heel even terugkomen op het niet-gebruik. De Minister spreektover realistisch begroten en zegt: we kijken daarnaar. Dat is mij uit hethart gegrepen. We zien nu een niet-gebruik tussen de 35% en 37%, hoordeik van de Minister in de eerste termijn. Twee vragen. Klopt het datwanneer we dat niet-gebruik omlaagbrengen, dit niet de begroting in deproblemen brengt en dit niet tot een tekort gaat leiden? Dat is de eerstevraag. De tweede vraag. U geeft aan dat dit wordt meegenomen inramingen. Ligt er dan ook al een claim op of ligt die er nog niet op? Datzou ik graag willen weten van de Minister.Minister Vijlbrief:Er wordt een raming gemaakt van regelingen. Bij die regelingen wordtvan een bepaalde mate van onderuitputting uitgegaan, net zoals er opandere uitgavecategorieën onderuitputting kan zijn, zoals Defensie enbruggen, omdat er redenen zijn om iets niet uit geven. Ik heb net gezegddat de Minister van Financiën juist bezig is om dit zo veel mogelijk terugte brengen, zodat je daar niet van uitgaat. Datzelfde geldt hier. Het is nietanders dan dat. Het zijn de normale begrotingsregels. Er is daarbij niksbijzonders aan de hand. Ik weet niet wat er vorige week precies in datdebat gebeurd is, maar dit is mijn interpretatie van hoe men omgaat metniet-gebruik.De voorzitter:Een vervolgvraag.De heer Hamstra (CDA):Daar ben ik blij om. Dat is volgens mij ook de weging die we voorstaan,dus dat is goed. De achterliggende gedachte van mijn vraag is dat ik hetvervelend zou vinden dat wanneer we het niet-gebruik omlaag zien gaan,wat we volgens mij allemaal voorstaan, er uiteindelijk achter komen dateen aantal dingen niet door kunnen gaan waar wel al een politieke claimop is gelegd. Daar ben ik benieuwd naar. Het gaat mij erom dat wedaardoor niet achteraf voor een voldongen feit komen te staan. Dat zou ikgraag willen weten. Als dat nu niet kan, wat ik me kan voorstellen, danzou ik daar graag achteraf over geïnformeerd willen worden.Minister Vijlbrief:Ik zal het nog een keer precies nagaan, maar mijn intuïtie is – ik loop aleen paar jaar mee in financiën – dat je niet op deze manier redeneert.Maar ik zal het nagaan. Anders zal, denk ik, de Minister van Werk enParticipatie u daarover informeren.De heer Flach (SGP):Even terug naar de discussie over de dubbele heffingskorting. Uit hetantwoord van de Minister blijkt dat het toch sterk ideologisch isingekleurd, want hij noemt daar het aspect van emancipatie bij. Maar dehele discussie rond eenverdieners heeft natuurlijk ook haar grenzen, hoeje er ook naar kijkt. Al in 2018 heeft het CPB laten zien dat de manierwaarop we dat fiscaal hebben ingericht, ondoelmatig is. We hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82447 eigenlijk iedereen die we daarmee kunnen prikkelen naar de arbeidsmarktwel bereikt. De mensen die we er nu nog mee treffen, komen bewust in dearmoede terecht, maar kunnen niet werken of zien niet de mogelijkheidom te werken omdat ze een zieke partner hebben of kinderen die meerzorg nodig hebben dan normaal. Houdt de Minister voldoende rekeningmet de doelmatigheid van dit soort regelingen?Minister Vijlbrief:Ik denk het wel. De heer Flach heeft gelijk – die discussie heb ik ookweleens met hem gevoerd toen ik nog een andere rol had in het kabinet –dat er een grens zit aan waarin je kunt prikkelen. Toen ging het volgensmij over de arbeidskorting. We hebben meer van dit soort regelingengehad. De twee discussies komen hier bij elkaar. Ik gaf alleen maar aandat in 2012 deze beweging is ingezet, omdat men zei dat er vanuit hetbelastingstelsel géén prikkel moet uitgaan om te zorgen dat mensenthuisblijven die wel willen of kunnen werken. Dat was de redenering in2012. Die redenering staat nog steeds. Die kent natuurlijk haar grenzen indie zin dat als je het belangrijk vindt dat gezinnen ondersteund worden ofje ook naar eenverdieners wil kijken, wat ik in het geval van de heer Flachweet, je daar anders naar kijkt dan vanuit een partij die emancipatie hoogin het vaandel heeft staan. Daar zit een ideologisch verschil. Dat klopt; datga ik niet ontkennen.De heer Flach (SGP):Nee, en dat is ook goed om te markeren. Tegelijkertijd ben ik het met deheer Vijlbrief eens als het gaat om het stimuleren van mensen die willenen kunnen werken om uit de bijstand te komen. Helder. Dat doel delen wij.Maar als we niet oppassen, creëren we een nieuwe groep die vanuitemancipatieperspectief volledig geïsoleerd komt te staan, die om watvoor persoonlijke reden dan ook niet kan werken en die eigenlijk steedsdieper in een hoek wordt gedrukt waar men nooit meer uit komt omdat erde ideologische sticker op zit dat betaald werk nou eenmaal goed is voorje emancipatie. Maar feitelijk isoleer je daarmee een nieuwe groep, die jeeigenlijk helemaal uitsluit.Minister Vijlbrief:Dit kan ik volgen. Als de heer Flach mij vraagt om daar ook oog voor tehebben, is het antwoord daarop: ja, daar ben ik het mee eens.De heer Van Houwelingen (FVD):Over de NAVO-norm en de 19 miljard euro extra die daardoor geïnves-teerd moet worden in Defensie, zullen we het natuurlijk niet eens worden.Het verbaast me dat de Minister zojuist zegt dat hij dat niet wil koppelenaan de bezuinigingen op sociale zekerheid. Het is toch een hele terechtevraag? Het is toch niet meer dan logisch dat als we 19 miljard euro extrainvesteren in Defensie, we dat niet kunnen besteden aan armoedebe-strijding of aan wat minder bezuinigen op sociale zekerheid? Dat is eenpolitieke afweging. Het is toch een hele terechte vraag die de heer Dijk netook stelt? Dat is de keuze. Ga er dan ook voor staan.Minister Vijlbrief:Ik geloof niet dat mij verweten kan worden dat ik er niet voor ga staan,dus dit begrijp ik niet. Ik ga ook niet met u een discussie voeren over hetinterruptiedebatje dat ik net met de heer Dijk had. Mijn stelling is: die19 miljard is hard nodig om Nederland veilig te houden, ook voor álleNederlanders. Die is hard nodig. Ik zei alleen maar – ik zal het nu heelneutraal formuleren – dat als je dat heel scherp tegenover andere keuzesgaat zetten en gaat zeggen dat mensen daardoor in armoede komen ...Dat zei de heer Dijk trouwens niet, dus daarom is het zo gevaarlijk om ditnu weer te gaan zitten doen. Maar goed, toch maar dan. Maar als je datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82448 dus doet, creëer je een tegenstelling die ik niet vind bijdragen aanNederland. U had ook uw mond vol over opkomen voor Nederlanders.Nou, ik wil opkomen voor Nederlanders door Nederlanders tebeschermen, zeg ik tegen de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Kort, afrondend. Wij hebben hetzelfde punt, dus ik voer niet per se hetinterruptiedebatje opnieuw. Hier zijn de SP en wij het met mekaar eens.Dit is wel even de kern van het probleem; dat wil ik toch even benoemen.Dit zijn politieke keuzes die gemaakt worden en daar hoort het debat overte kunnen gaan. Het kabinet hoort dan niet te zeggen: als u dat puntopbrengt, vinden wij dat niet aardig; dat mag u niet inbrengen. Dat is noude essentie van het politieke debat. Waar wij zo’n groot probleem meehebben, is dat die NAVO-norm eigenlijk gedepolitiseerd wordt. Die kwamineens naar boven rond die top, maar daar is eigenlijk nooit een discussieover gevoerd. Nu zitten we hier bij onder andere dit debat met degebakken peren. Ik vind het heel terecht om dat op te brengen, want dathoort juist in dat politieke debat thuis.Minister Vijlbrief:Ik vind het prettig dat de heer Van Houwelingen die 19 miljard, als we dieniet hadden moeten uitgeven, had willen uitgeven aan armoede. Dat zegthij hier nu.Ik ga gauw verder.De voorzitter:We gaan verder met schulden.Minister Vijlbrief:Ja, met schulden. Mensen moeten inzicht hebben in hun eigen situatie viaeen integraal schuldenoverzicht. De heer Flach vroeg daarnaar. De SGPheeft daarvoor een proef met een schuldendashboard voorgesteld. Wat isde stand van zaken daarvan naar aanleiding van zijn motie? Er wordtinderdaad gewerkt aan het dashboard Zicht op Schuldpreventie, met datavan SchuldHulpMaatje. Dit dashboard moet inzicht bieden in deverschillen tussen mensen met schulden en zonder schulden, ompreventieve maatregelen en regelingen gerichter in te kunnen zetten.Mevrouw Moinat vroeg: welke concrete resultaten worden verwacht in deevaluatie van het Nationaal Programma Armoede en Schulden? Hetantwoord is denk ik dat dit heel moeilijk is omdat er in dat programmageen kwantitatieve doelen en geen kwalitatieve cijfers zijn. Ik wil datprogramma gaan ombouwen naar iets wat meer smart is, dus waargewoon doelen in zitten en waarmee je kunt kijken of je de doelen haalt.Daar is het nu niet geschikt voor. Dat is het eerlijke antwoord.Voorzitter. De heer Flach zei dat kleine kredieten van jongeren vaak buitenbeeld blijven vanwege de geringe omvang en vroeg hoe ik kijk naar deregistratie van alle kredieten en betalingsachterstanden. Ik denk dat ditverstandig is. Ik noemde net al een aantal partijen waar we op voort-bouwen. Voor de zomer zal ik u informeren over de stand van zaken.Mevrouw Biekman vroeg hoeveel jongeren momenteel worden bereikt viavroegsignalering en welk percentage daadwerkelijk hulp accepteert.Gemeenten benaderden in het kader van de vroegsignalering in 2025ongeveer 100.000 jongeren tussen 18 en 25 jaar met dreigende problema-tische schulden naar aanleiding van een vroeg signaal. Van de jongerenwerden er ongeveer 18.000 bereikt.Mevrouw Moinat vroeg hoe wordt gegarandeerd dat vroegsignaleringleidt tot minder schulden en niet tot meer administratie. De wetsevaluatievan vroegsignalering laat zien dat dit beleidsinstrument doeltreffend endoelmatig is. De evaluatie gaf ook aanknopingspunten voor verbete-ringen. Ik ga daarover in april in gesprek met de gemeenten en de andereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82449 partners. Voorbeelden van verbetermaatregelen zijn een centraalaanleverpunt, het harmoniseren van voorwaarden voor het versturen vaneen signaal en het vergroten van het aantal signalen dat opgevolgd wordt.Bij de Voorjaarsnota worden daar ook middelen voor vrijgemaakt.Hoe wordt de stap gemaakt van signalering naar effectieve onder-steuning, vroeg de heer De Beer. Gemeenten benaderden in een jaar ...De voorzitter:Een ogenblik. Er is nog een vraag van mevrouw Moinat.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Terugkomend op het laatste puntje, dat u in april in gesprek gaat. Kunt ueen terugkoppeling geven aan de Kamer als de gesprekken zijn geweestover hoe die gesprekken verlopen zijn, zodat we er een beetje inzicht inhebben of ze allemaal willen meewerken of niet?Minister Vijlbrief:Vanzelfsprekend. Dat zal ik dan in mei doen – anders gaat de voorzitter mijvragen wanneer. In mei dus.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Vijlbrief:Hoe wordt de stap gemaakt van signalering naar effectieve onder-steuning? Gemeenten benaderen jaarlijks ruim 800.000 mensen metdreigende problematische schulden naar aanleiding van een vroegsignaal. Met de komst van de basisdienstverlening schuldhulpverleningwerken VNG, Divosa en de NVVK hard om in iedere gemeente effectieveondersteuning, waaronder financiële begeleiding en nazorg, beschikbaarte maken. Het kabinet verkent nog een aantal andere mogelijkheden omde kwaliteit van de schuldhulpverlening verder te verbeteren.Op de vraag van de heer Flach heb ik eigenlijk al antwoord gegeven in hetkader van een andere vraag, namelijk over de bijdrage van de financiëlesector en banken. Die heb ik al beantwoord.De heer De Beer vroeg naar aanleiding van het NPAS welke prioritairekeuzes het kabinet maakt. De prioriteiten zijn aangegeven in datprogramma. Dat is onder andere het collectieve afbetalingsplan,zorgplicht gerechtsdeurwaarders en beter inzicht in schulden, waar we hetnet over hadden. Hierover wordt de Kamer voor de zomer geïnformeerd.Over de envelop van 150 miljoen euro moet nog besluitvorming plaats-vinden.Dan het thema «schulden, één betaalmoment». De heer Hamstra vroegwat op dit moment de stand van zaken is rond de uitwerking van denationale betaaldag. Er wordt op het ogenblik onderzoek gedaan naarharmonisering van de data van betalingen. De kabinetsreactie op datonderzoek volgt voor de zomer.Dan waren er een paar leden, onder anderen Van Houwelingen, dievroegen of mensen door de verkorting van de periode eerder in proble-matisch schuldgedrag komen. Daar is onderzoek naar gedaan, maardaaruit kunnen we nog geen conclusie trekken dat er een grotere terugvalin problematische schulden is. Maar ik zou wel willen toezeggen dat wedaar nog beter naar gaan kijken, want dit is een serieus punt.Mevrouw Moinat vroeg of er hierdoor knelpunten in de uitvoering zijn.Nee, die zijn er niet, maar ook daar zullen we naar kijken of dat nog blijkt.De heer Ceder vroeg helemaal aan het begin van het debat: wat is dereflectie van de Minister op de oratie van Nadja Jungmann ten aanzienvan het meenemen van persoonskenmerken in een nazorgtraject? Het isin alle onderdelen van de schuldhulpverlening belangrijk om rekening tehouden met persoonskenmerken. Bij het inrichten van de begeleidingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82450 wordt rekening gehouden met de behoeften en de situatie van de inwonermet schulden, zodat terugval in schulden voorkomen wordt. Gemeentenkrijgen via de basisdienstverlening tools om dit beter te gaan doen.Mevrouw Biekman vroeg: hoe ziet de Minister de rol van vrijwilligers? Diezijn natuurlijk cruciaal in armoedebestrijding. Daarom verstrekken wij ooksubsidie aan een aantal organisaties die zijn verenigd in de AlliantieVrijwillige Schuldhulp, waarin zowel grote als kleine vrijwilligersorgani-saties meedoen.Ten slotte vroeg de heer Hamstra: hoe zorgen we dat vrijwilligersorgani-saties en organisaties als Geldfit en Wijzer in geldzaken het laagdrem-pelige karakter behouden? We proberen om via onze subsidies te zorgenvoor een landelijk dekkend netwerk hiervoor.Dat brengt mij aan het eind van mijn blokje schulden.De voorzitter:Ik zie geen interrupties, dus dan gaat u door naar energiearmoede. Ofsorry, ik zie de heer Dijk voor zijn laatste interruptie.De heer Jimmy Dijk (SP):Ik had vragen gesteld over de handhaving van incassobureaus en overbewindvoering. Ik weet het niet helemaal zeker, maar komen die dan bijde Staatssecretaris aan bod? Oké, dat is zo, zie ik.De voorzitter:Deze tel ik niet als interruptie. De Minister gaat door met het blokjeenergiearmoede.Minister Vijlbrief:Daar ga ik heel kort over zijn, want daar hebben we gisteren toch wel heelveel tijd aan besteed in het debat. Ik ga de toezegging herhalen die ikgisteren heb gedaan. Voor mij is heroprichting, om het zo te formuleren,van het Noodfonds Energie de komende tijd een hele grote prioriteit. Ikheb gisteravond in het debat ook gezegd: het maakt mij eigenlijk niet zoheel veel uit hoe we het doen, maar we gaan het doen. Na een interruptievan de heer Grinwis heb ik gezegd dat we infrastructuur hebben staan viade Stichting TNE, het Tijdelijk Noodfonds Energie. Er werd gevraagdwaarom we die niet gebruiken. Aan dat gebruik zaten een aantal nadelen,die toen natuurlijk ook direct werden genoemd. Ik denk dat we voor dewinter geen optie gaan vinden zonder nadelen, zeg ik ook maar eveneerlijk tegen de Kamer. Maar we gaan wel een noodfonds creëren waarmensen echt wat aan hebben. Gisteren kwam ook de vraag, die ik nu ookmaar even herhaal, of dit ook voor middeninkomens zou kunnen gelden.Dat was een vrij brede vraag in de Kamer. Toen heb ik in de Kamergezegd: ik denk dat zich daar inhoudelijk en analytisch niks tegen verzet.Alleen, het gaat ten eerste meer geld kosten. Maar goed, als je demiddeninkomens wil steunen, kost dat linksom of rechtsom geld. Maarten tweede is het de vraag of je daarmee de uitvoering van het noodfondsniet moeilijker maakt. Ik hoop dat de Kamer mij nu even tijd geeft. Er komtvoor het voorjaarsnotadebat in ieder geval een rapportage naar de Kamerdie het kabinet breed gaat doen, zoals gisteravond is afgesproken. Daarinzal ik rapporteren over hoever ik ben. «Maakt u zich geen zorgen» is geengoede opmerking, maar wees u zich bewust dat ik er alles aan ga doenwat in mijn vermogen ligt om een goed energiefonds neer te zetten voorde winter.De heer Ceulemans (JA21):Volgens mij staan er drie dingen vast. Eén. De energierekening is bijsteeds meer huishoudens een belangrijke oorzaak van armoede. Twee. Deenergiebelasting in Nederland, met name op gas, is de hoogste vanEuropa. Drie. Het aandeel belastingen als onderdeel van de totaleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82451 energierekening in Nederland is ook het hoogste van heel Europa. Dankan de Minister zeggen «mijn inzet gaat nu uit naar het opstellen van eenfonds», maar is de Minister het dan niet met ons eens dat dit water naarde zee dragen is? We maken eerst de energierekening kunstmatig heel ergduur door de belastingen elk jaar opnieuw te verhogen en op het momentdat we zien dat mensen die niet meer kunnen betalen, gaan we dieeffecten dempen met belastinggeld in de vorm van een fonds. Vindt deMinister dat niet enorm ineffectief? Zouden we niet gewoon moetenstoppen met het jaarlijks verhogen van de energiebelasting op gas?Minister Vijlbrief:Hier gaan de heer Ceulemans en ik het gewoon niet over eens worden.We kunnen hier een of twee uur over discussiëren, maar dit kabinet, envoor dit kabinet vele kabinetten, heeft heel bewust gas duurder gemaakten elektriciteit goedkoper, om te zorgen dat er werd geëlektrificeerd. Deheer Ceulemans is het daar niet mee eens – ik zeg dit omdat we andershet debat van gisteravond herhalen. Dat mag, maar het is geen ongelukje;dat is bewust zo gedaan. Dan zegt de heer Ceulemans: daardoor wordenenergie en gas duurder. Dat klopt. Hij zegt dat het heel inefficiënt is ommensen in nood te gaan helpen. Dat laatste ben ik niet met hem eens. Ditdoe je heel vaak in economisch beleid. Daar zal de heer Ceulemans hetdan ook allemaal niet mee eens zijn. Soms maak je dingen die je niet wilduurder. Dat betekent dat mensen met lage inkomens in de problemenkomen. Die help je dan, om dat toch te bereiken. Ik denk dat de heerCeulemans van een economische school is. Dat mag, maar hij is van eenandere partij dan ik. Hij zegt: ik heb liever dat we de belastingen helemaalomlaaghalen, want dan hoef je niet rond te pompen. Ik ken de redenering,maar dat is niet de redenering van dit kabinet en ook zeker niet deredenering van de politieke stroming waar ik vandaan kom. Dat is hetantwoord daarop. Voor de rest van het debat verwijs ik toch maar evennaar gisteravond. Anders is het here we go again.De voorzitter:Meneer Ceulemans wil toch het woord.De heer Ceulemans (JA21):Tot slot. De Minister heeft gelijk: we stammen uit een andere economischeschool en we gaan het hier inderdaad niet over eens worden, ook omdater een ideologisch verschil van inzicht is. Maar los van hoe je er princi-pieel in staat, zou het kabinet niet blind moeten zijn voor het gegeven dathet nu ook in de praktijk niet gaat. Zelfs als het een goed idee zou zijn omdie gasbelasting zo hoog op te stuwen dat mensen denken «nou, dan gaik maar van het gas af», dus als dat al zou werken, dan is het nu in depraktijk onuitvoerbaar, al is het maar omdat mensen het niet kunnenbetalen. Een woning van het gas af halen heeft een gemiddelde prijs van€ 40.000. We zitten met netcongestie. Los van ideologische verschillenvan inzicht loopt het dus ook praktisch gezien spaak. Is het kabinet daardan blind voor?Minister Vijlbrief:Nee, daar is het kabinet helemaal niet blind voor. We doen een heleboelom bijvoorbeeld de netcongestie te bestrijden. Dus nee, daar zijn we nietblind voor. De heer Ceulemans heeft gelijk, want we hadden ons tien ofvijftien jaar terug beter moeten voorbereiden op de verduurzaming vanonze economie en de elektrificatie. Daar zijn we toen niet goed meebegonnen. Daar lopen we nog steeds hijgend achteraan. Het debat vangisteravond ging ook over de belasting op energie, maar de aanleidingwas toch wel dat de basisprijs voor energie opeens enorm gestegen is.Dat was de reden dat we deze discussie kregen. Het is natuurlijk waar datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82452 de belastingen dat niet goedkoper maken. Dat is een feit. Daar kan ik niksaan doen.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Ik heb een andere vraag, even los van het debat van gisteren. Ik laat mijinformeren door mensen buiten dit parlement. Op 6 maart 2026 stond erin De Telegraaf dat Essent vroeg om een snelle oplossing voor hetNoodfonds Energie. De CEO van Essent betoogt ook dat er geen vangnetwas voor kwetsbare huishoudens en dat de beoogde opening in de wintervan 2027 komt. Essent wil daarom dat de organisatie van het oudenoodfonds overeind blijft. Dan is mijn vraag aan de Minister: klopt het datde structuur van het Tijdelijk Noodfonds Energie op 1 april vernietigdwordt, en zo ja, welke risico’s zitten daaraan vast?Minister Vijlbrief:Dit is het risico van kort na elkaar twee debatten voeren die over hetzelfdegaan. Ik heb gisteravond namelijk op precies dezelfde vraag antwoordgegeven, maar dat geeft niks. Het antwoord is nee. Ik ben vorige weekmet de energiebedrijven in gesprek gegaan en we hebben met henafgesproken dat de infrastructuur wel in stand blijft, precies om dezereden.De voorzitter:Dank. Dan kunnen we volgens mij nu door naar de Staatssecretaris. Ja?Gaat uw gang. Nee, toch nog niet. De heer Van Houwelingen heeft nogeen laatste interruptie.De heer Van Houwelingen (FVD):Ja, een laatste vraag. Op een van de punten die ik inbracht in mijn betoog,zou ik graag even een reactie willen hebben van de Minister. De Ministerschrijft zelf dat 47% van de gezinnen al financieel kwetsbaar is. Er komenbezuinigingen aan op de zorg. Dat betekent dat je eigen bijdrageomhooggaat en je je kosten niet meer kunt aftrekken. Dan komt er wellichtook nog inflatie van 5%. Hoe weegt de Minister dat? Wij zijn bang dat datveel gezinnen de komende jaren over het randje gaat drukken, dearmoede in. De vraag is hoe de Minister daarnaar kijkt.Minister Vijlbrief:Ik denk dat we de dingen uit elkaar moeten halen. Je hebt enerzijds destapeling van de maatregelen uit het regeerakkoord. In het regeringsver-klaringsdebat, dat meer dan twintig uur duurde, is er een motie aange-nomen van de heer Stoffer, die zegt: kijk nu met voorrang naar de effectenvan de stapeling van regelingen. Dat gaan we doen. Er zijn in de begro-tingsbehandeling van vorige week meerdere moties aangenomen diezeggen: kijk nou naar de effecten van bijvoorbeeld de verlaging van hetmaximumdagloon. Dat waren moties van JA21 en de SGP, dacht ik. Erwas een motie van het CDA. Er zijn allemaal moties ingediend. Die gaanwe allemaal uitvoeren. Dat is dus even het blok coalitieakkoord.De heer Van Houwelingen heeft natuurlijk gelijk dat er één heel zorgelijkpunt is, overigens niet alleen voor mensen in armoede, maar voor dekoopkracht in het algemeen. Als de inflatiecijfers zo worden als in hetdonkerste scenario van De Nederlandsche Bank van gisteren of eergis-teren, dan komt de koopkracht namelijk zwaar onder druk te staan.Mensen in armoede hebben daar het meeste last van. Dat klopt. Danzullen we daar weer aandacht voor moeten hebben. Ik ben het daarmeeeens, maar een van de redenen waarom het kabinet gisteren heeft gezegdeen paar weken te nemen om goed de instrumenten in kaart te brengenen te kijken hoe het zich ontwikkelt, is dat we dan, hoewel nog nietprecies, beter weten hoe die ontwikkeling gaat zijn.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82453 De voorzitter:Dank. Dan geef ik nu toch het woord aan de Staatssecretaris. Gaat u gang.Staatssecretaris Van Bruggen:Dan toch echt! Voorzitter, dank u wel. Dank aan de Kamerleden voor devragen die gesteld zijn. Dank voor de uitnodiging om aan te sluiten bij decommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid om over de schulden-aanpak te spreken. Ik vind het een belangrijk onderwerp. Vanuit mijnportefeuille JenV ben ik actief betrokken bij het voorkomen dat mensendoor invordering en problematische schulden juist in een ergere situatiekomen dan waar ze voorheen in zaten. Ik ben positief over wat er nu algebeurt op dit vlak. Ik zal er zo dadelijk iets meer over vertellen. Een aantalpunten die ik vandaag gehoord heb, herken ik ook uit mijn tijd alsdirecteur bij het Leger des Heils. Als mensen geen hulpvraag hebben,betekent dat namelijk niet meteen dat ze geen hulp nodig hebben. Inarmoede je gedachten ordenen, is erg moeilijk.Dan komt er ook een verantwoordelijke overheid om de hoek. Zo start erbij het Centraal Justitieel Incassobureau, het CJIB, binnenkort een pilotmet een kosteloze betalingsherinnering wanneer iemand een verkeers-boete niet op tijd heeft betaald. Ook kan het CJIB sinds vorig jaarophogingen kwijtschelden wanneer er sprake is van overmacht ofonevenredig hardvochtige effecten. Daarnaast loopt er momenteel eenpilot in zes gemeenten waarbij gerechtsdeurwaarders kunnen doorver-wijzen naar schuldhulpverlening. Dat zijn mooie ontwikkelingen.Ik heb vier blokjes. Ik sta zo dadelijk in het eerste blokje nog iets uitge-breider stil bij het CJIB. Het tweede blokje gaat over buy now, pay later,want daar zijn ook veel vragen over gesteld. Het derde gaat over de Wetkwaliteit incassodienstverlening en over Klarna. Het vierde gaat overgokken en bewind, waar ook vragen over gesteld zijn.Ik zei al dat er wat mij betreft mooie ontwikkelingen zijn. Vanuit deze plekwil ik graag alle partijen bedanken voor de veranderingen die zij deafgelopen jaren hebben ingezet. Er is daadwerkelijk een kenteringzichtbaar. Waar in een ver verleden de focus lag op incasseren, is er nusteeds meer oog voor de persoon achter de schulden en steeds meermaatwerk mogelijk. De aard van de schuldenproblematiek vraagt eenintegrale benadering.Ik ga graag over naar de beantwoording van de vragen. Gelet op de tijddie ik heb, zal ik proberen om het kort te houden. Tegelijkertijd probeer ikopen te staan voor het gesprek.Voorzitter. De heer Hamstra, de heer Ceder en de heer De Beer vroegenwat nu de eerstvolgende concrete stap is om ervoor te zorgen dat deoverheid minder schulden ophoogt en eerder helpt voorkomen datmensen verder vastlopen. Vanuit het Nationaal Programma Armoede enSchulden zijn verschillende maatregelen in gang gezet richting een meerpersoonsgerichte aanpak en richting inning door publieke schuldeisers.Zo start het CJIB dus op 1 juli aanstaande als pilot met het versturen vaneen gratis betalingsherinnering bij verkeersboetes voordat een verhogingin rekening wordt gebracht. Ook heeft het CJIB sinds juni vorig jaar demogelijkheid om die ophogingen kwijt te schelden indien er sprake is vanovermacht of onevenredig hardvochtige effecten, zoals ik net zei. Deeerste ervaringen met dat kwijtschelden zijn positief. Ik heb uw Kamerdaarover op 18 maart van dit jaar geïnformeerd.Daarnaast wordt een aantal maatregelen genomen om het stelsel vanciviele invordering te verbeteren, zoals het collectief afbetalingsplan en dezorgplicht voor gerechtsdeurwaarders. Door de focus op het collectief vanschuldeisers en de-escalatie te leggen, wordt de totale stapeling vaninvorderingskosten voorkomen. In lijn met de recent aangenomen motievan de heer Ceder zal ik de uitwerking van deze maatregelen de komendemaanden met urgentie voortzetten. Op de nadere uitwerking van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82454 maatregelen en de beleidskeuzes die gemaakt worden, kom ik graag nogvoor de zomer terug in een brief aan uw Kamer.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik weet dat er een pilot uit gaat voor de kosteloze aanmaning. Ik ben daarin ieder geval blij mee, want het is een stap. Ik wil de spade toch watdieper steken. Volgens mij voelen we allemaal aan dat we naar eenwisseling toe moeten. Kunt u aangeven hoe groot het bereik van de pilotis? Klopt het dat de reden waarom we het niet helemaal doorvoeren –immers, waarom zouden we dat niet doen, aangezien we het ook vragenvan private incassobureaus – toch zit in het web dat we met elkaargeweven hebben, waarin het CJIB een onverantwoordelijk hoge bijdragelevert aan de Justitiebegroting? Zitten we daardoor niet met elkaar in dezespagaat? Zou u daar misschien over kunnen uitweiden, Staatssecretaris?Staatssecretaris Van Bruggen:Ik kom daar zo dadelijk nog iets uitgebreider op terug. Er zijn natuurlijkaltijd kosten mee gemoeid. Het gaat vooral over de periode dat je nietmeteen een aanmaning op een invordering oplegt. Tegelijkertijd moetenwe natuurlijk kijken wat de pilot oplevert. Op het moment dat we dat nietdoen, zijn daar inderdaad kosten mee gemoeid. Dat is wel iets waarop ikzo dadelijk – exact: bij de volgende vraag – nog op wil terugkomen. Het isbelangrijk dat we die integrale afweging maken. Als de maatschappelijkebaten daarvan hoger zijn dan de kosten, moet je daar ook heel kritischnaar kijken. Dan kan het natuurlijk ook iets opleveren.Mag ik doorgaan met de beantwoording, want daarin komt dat ...De voorzitter:Op hetzelfde punt eerst nog de heer Flach.De heer Flach (SGP):Het aspect van die kosten snap ik wel, maar wij vragen van ondernemersom hun eerste aanmaning gratis te versturen. Dan is het een raar figuurdat wij ons dat als overheid zelf niet opleggen. Ook die ondernemershebben kosten voor het versturen van een aanmaning, maar toch hebbenwe gemeend ze dat te moeten opleggen. Vanwaar die discrepantie?Staatssecretaris Van Bruggen:Ik snap die vraag heel goed. Het is natuurlijk ook belangrijk dat we hierjuist ook een aanzet toe hebben, dus dat we zeggen: we beginnen met eenpilot. Het belangrijkste is dat de kosten niet altijd doorslaggevend zijn. Depilot moet opleveren wat we ervan verwachten, namelijk dat we doormensen nog een tweede kans te geven om die eerste boete te betalen,voorkomen dat ze in die tweede en derde situatie terechtkomen. Op hetmoment dat dit op een andere manier niet zo ontvangen wordt of mensende betaling uiteindelijk nog weer gaan uitstellen, kun je je afvragen of depilot daadwerkelijk oplevert wat de bedoeling is. Dat is het belang van depilot, namelijk om daarna te kunnen zeggen dat dit het beleid is dat we alsoverheid kunnen onderschrijven. Dan komt het kostenplaatje om de hoek.Als dat middelen kost, moeten we die immers in de begroting ergens ziente vinden. Als het maatschappelijk zo veel oplevert dat we het dat waardvinden, dan wil ik daar zeker heel goed naar kijken.De heer Flach (SGP):Ik begrijp het antwoord wel, maar een pilot suggereert toch ook dat je totde conclusie kan komen dat de pilot mislukt is, terwijl het toch eigenlijkgewoon een principekeuze is. Dit zit veel breder binnen de overheid. BijIenW zijn ze net gestart om bij de aanmaningen voor de Blankenburg-tunnel gewoon € 9 op te leggen. In totaal is er 49 miljoen ingeboekt aankosten voor aanmaningen en boetes. Het is toch een principiële keuze dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82455 we als overheid moeten maken: wij gaan ons op dezelfde maniergedragen als de ondernemers, die wij verplichten om dit gratis te doen? Ikvind kosten eigenlijk geen argument. Ik snap wel dat er gedekt moetworden, maar je hebt wel meer autonome tegenvallers. Dit is toch eenprincipiële keuze?Staatssecretaris Van Bruggen:Ik denk dat we beiden gelijk hebben. Uiteraard is het een principiële keuzevan de overheid om te zeggen: we vinden het belangrijk dat we hier eenstap in zetten. We beginnen bij het CJIB. Ik vind het belangrijk om deuitkomsten van die pilot af te wachten. Ik zie absoluut het maatschappelijkbelang en vermoed ook dat de pilot dit gaat opleveren, maar ik wil datnatuurlijk wel eerst afwachten. Het kan natuurlijk zo zijn – dan val ik inherhaling – dat op het moment dat mensen toch gaan afwachten, heteigenlijk niet oplevert wat je ermee beoogt. Dat zou ik wel graag willenzien.De voorzitter:Dan gaat de Staatssecretaris nog even door en bewaart de heer Ceder zijninterruptie nog even voor dat antwoord.Staatssecretaris Van Bruggen:Als ik verder mag gaan met het beantwoorden van de vraag die de heerCeder heeft gesteld over het erkennen dat de bewindspersonen en hunministeries tegenstrijdig beleid hadden, kan ik in ieder geval dat al meteeneventjes uit de lucht halen. Hoe willen ze voorkomen dat tegenstrijdigbeleid gevoerd gaat worden? Het is een beetje een technisch antwoord.De Kamer heeft meermaals aandacht gevraagd voor de hoogte van deophogingen bij niet-betaalde verkeersboetes. Een eventuele verlaging –dan kom ik toch ook weer bij de kosten – leidt tot geschatte verminderdeontvangsten van 12 tot 64 miljoen per jaar. In het regeerprogramma vandit kabinet is er geen geld beschikbaar gesteld voor de verlaging van dieophogingspercentages. Ik treed hier juist samen in op met de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid, want je ziet dat we hierin samen eenopgave hebben. Het CJIB baseert het inningsbeleid op andere wetgeving,die dwingend voorschrijft hoe dit proces moet worden vormgegeven.Binnen die kaders int het CJIB persoonsgericht, met zo veel mogelijk oogvoor de mens achter de boete. Het CJIB heeft de afgelopen jaren ookgrote stappen gezet richting persoonsgerichte inning, het betalingsrege-lingenbeleid, een noodstopprocedure en, meer recent, de mogelijkheidom ophogingen van verkeersboetes kwijt te kunnen schelden. De eersteervaringen met het kwijtschelden zijn positief.De heer Ceder vroeg ook nog naar de verbeteringen in de komendekabinetsperiode. Ik begreep dat vandaag het verzoek om een reactie opuw initiatiefnota binnen is gekomen, zeg ik via de voorzitter. Dat zal ikzeker toezeggen. Ik ga heel graag in gesprek met de Kamer, vooral om, opinitiatief van de heer Ceder, te kijken of we hier nog hiaten zien. Daardoorzouden we verbeteringen kunnen aanbrengen.Dan een vraag van de heer Flach van de SGP over het boetebeleid. Hijvroeg welke ambities het kabinet heeft met betrekking tot het boetebeleiden het verdienmodel met perverse prikkels. Zoals in de kabinetsreactie ophet rapport «Boetestelsels in balans» van het Openbaar Ministerie isaangegeven, deelt het kabinet de conclusie van het OM dat de ontstanedisbalans in de boetestelsels onwenselijk is. Een verlaging van de initiëleverkeersboete met de door het OM geadviseerde 30% – dan kom ik tochweer op een financiële component – zou een tekort oplopend tot300 miljoen euro per jaar op de begroting van JenV veroorzaken. Hier isgeen dekking voor. Hetzelfde geldt op den duur voor het niet indexerenvan de verkeersboetes totdat de disbalans hersteld is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82456 De ophogingen bij niet-betaalde verkeersboetes zijn fors: in eersteinstantie 50% en in tweede instantie 100%. Een aantal van u heeft dat ookbenoemd als een groot probleem. Als je niet oplet, is je boete van € 50ineens naar € 200 of € 300 gegaan. Ik hecht eraan te benadrukken dat hier– ik informeer u hier waarschijnlijk niet als eerste over, dus het zalongetwijfeld bekend zijn – prejudiciële vragen over gesteld zijn door derechtbank aan de Hoge Raad. Alleen dat toont al aan hoe complex ditvraagstuk is. De stappen die gezet worden, zijn groot. Ik ben dan ook inafwachting van die uitspraak van de Hoge Raad. Maar ik kan er ook nietop vooruitlopen. Richting het einde van het jaar zullen we zien welkebeweging in dit vraagstuk menselijk en verstandig is.Ik zei het net al: in het regeerprogramma van het kabinet is geen geldbeschikbaar gesteld, maar zodra je voor voldongen feiten komt te staan,zul je een afweging moeten maken. Het kabinet zet vanuit het CJIB wel inop de twee initiatieven die ik net noemde, namelijk het kwijtschelden ende pilot voor een gratis betalingsherinnering.Dan ga ik door naar de vraag over het manifest «Stop de schuldenin-dustrie» van Humanitas, dat de Kamer heeft ontvangen en ook heeftbesproken. De heer Flach en mevrouw Van Brenk hebben gevraagd hoehet kabinet staat tegenover het manifest van Humanitas om een einde temaken aan de schuldenindustrie. Zij zeiden daarbij dat schulden geenverdienmodel mogen zijn. Het kabinet wil het stelsel van publieke enprivate invordering verbeteren door schulden zo veel mogelijk in eenvroeg stadium op te lossen, door betere samenwerking tussen schuld-eisers en door de kosten van invordering minder snel te laten oplopen.Het pleidooi van Humanitas sluit aan op deze ambities en bevat veelvoorstellen waar reeds hard aan wordt gewerkt door de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid en mijzelf.Ik ben het met de Kamer eens dat schulden absoluut geen verdienmodelmogen zijn. Wel wil ik in zijn algemeenheid één kanttekening plaatsen. Bijeen goed stelsel van invordering gaat het om evenwicht. Een schuldeiserheeft recht op betaling en moet ook zijn recht kunnen halen indienbetaling uitblijft. Daarbij is het cruciaal dat er telkens wordt bezien welkinstrument, gegeven de omstandigheden, het meest passend en effectiefis om een vordering met zo min mogelijk bijkomende kosten te kunneninnen. Ook dienen mensen die in een uitzichtloze situatie zitten snel teworden doorgeleid naar schuldhulpverlening, zodat schulden opgelostkunnen worden. De Minister van Sociale Zaken en ik werken nu aanverschillende maatregelen die hieraan bijdragen. Voorbeelden daarvanzijn de introductie van een collectief afbetalingsplan, waardoor schuldensneller opgelost kunnen worden, de zorgplicht voor gerechtsdeur-waarders, waardoor ze meer ruimte krijgen voor de-escalatie en mensenmet problematische schulden sneller worden doorverwezen naarschuldhulp, de ontwikkeling van het schuldenoverzicht, zodat mensensneller inzicht hebben in hun schulden – de Minister refereerde daarzojuist ook al aan – en de ontwikkeling van een landelijke pauzeknop.Voorzitter. Dan ben ik aan het eind van het eerste blokje, over het CJIB enga ik naar buy now, pay later. Daar zijn verschillende vragen over gesteld.Ik kan u verklappen dat in de eerste weken dat ik dit ambt mag vervullenmijn vragen hier ook over zijn gegaan. Ik zie natuurlijk ook dat dit eenmaatschappelijke uitdaging is. Je ziet namelijk dat vooral jongeren, maarzeker ook volwassen mensen, in een situatie komen waarin ze denken datze het nú nodig hebben en waarin die gelegenheid er is. Daar hebben weals overheid goed voor te zorgen. Er zijn meerdere fracties die hier vragenover gesteld hebben. De heer Ceder, mevrouw Wiersma, mevrouwBiekman en mevrouw Van Brenk vroegen wanneer het wetsvoorstel wordtingediend bij de Tweede Kamer en wanneer aanvullende maatregelenworden getroffen ten aanzien van de leeftijdsgrens, de verificatie vanonlinewebwinkels en de kredietwaardigheid. Het kabinet zet zichmaximaal in om de bescherming van consumenten bij het gebruik vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82457 buy now, pay later zo effectief en zo stevig mogelijk te waarborgen. Deafgelopen jaren werd er ingezet op zelfregulering van buy now, pay later.Dat heeft niet altijd goed uitgepakt. Nu komt er een implementatiewet,naar aanleiding van de herziene Europese richtlijn, die een stevig wettelijkkader geeft. Daarin wordt nadrukkelijk gebruikgemaakt van de ruimte diede richtlijn biedt om op nationaal niveau aanvullende waarborgen in tevoeren. Daar is dus wel steeds de zoektocht naar: hoe ver kun je met jenationale wetgeving afwijken, of in aanvulling op de richtlijn de regelsvormgeven? Overigens neemt dat niet weg dat je natuurlijk altijd metpartijen in gesprek bent. Het implementatiewetsvoorstel wordt naarverwachting volgende week aan uw Kamer aangeboden.Tegelijkertijd wordt er een Kamerbrief over de bescherming van consu-menten bij achteraf betalen naar uw Kamer verstuurd. Daarin worden demogelijkheden voor aanvullende regulering van buy now, pay lateronderzocht en toegelicht. De inzet van het kabinet is om onverantwoordgebruik van buy now, pay later tegen te gaan, zoals het nu ook doet bijkredietvormen die al gereguleerd zijn. Vanaf de inwerkingtreding worden«buy now, pay later»-aanbieders vergunningplichtig bij de AutoriteitFinanciële Markten. Ook moeten zij onder meer een kredietwaardigheids-toets uitvoeren, passende informatie verstrekken aan consumenten enverantwoord reclamebeleid voeren. Daarnaast komen er regels voorregistratie bij het Bureau Krediet Registratie, het maximeren van kostenvoor invordering en het nemen van respijtmaatregelen bij betalingspro-blemen. Kredietwaardigheid moet altijd vanaf nul euro worden getoetst.Platforms die zelf uitstel van betaling geven, worden ook aan die strengeregels gebonden. Bovendien wordt het aanbieden van buy now, pay lateraan minderjarigen verboden en wordt leeftijdsverificatie verplicht. De heerCeder vroeg of dat moet of kan via iDIN. Dat is zeker een mogelijkheid. Hetis duidelijk winst, aangezien het bijdraagt aan de bescherming van vooralkwetsbare jongeren.De voorzitter:U gaat door.Staatssecretaris Van Bruggen:Dan de vraag van de heer Dijk: waarom volgt er geen waarschuwing bijreclames van bijvoorbeeld kopen op afbetaling of reclames van gokbe-drijven, zoals wel gebeurt bij uitingen voor maatschappelijke doeleinden?De implementatiewet en de herziene richtlijn consumentenkrediet regelenook het onderwerp reclames. Bepaalde vormen van reclame worden zelfsverboden. De regels die de waarschuwingen voorschrijven, zijn onderdeelvan lagere regelgeving die nog in voorbereiding is bij het Ministerie vanFinanciën. Hier zal nader op worden ingegaan in de Kamerbrief over debescherming van consumenten bij achteraf betalen, die de Minister vanFinanciën naar verwachting volgende week naar uw Kamer zal sturen. Datwas het einde van het blokje buy now, pay later.Dan ga ik naar de Wet kwaliteit incassodienstverlening en naar Klarna.De heer Hamstra (CDA):Voorzitter. Misschien heel kort even een punt van orde: redden we het inde tijd? Wat zouden we moeten doen? Ik ben blij met de zorgvuldigheidvan de antwoorden; daar ligt het absoluut niet aan, maar hoe gaan we ditdoen?De voorzitter:Ik denk niet dat er tijd is voor een tweede termijn, als ik eerlijk ben. DeStaatssecretaris heeft nog twee blokjes. We zijn met zo’n groot aantalKamerleden dat u misschien een tweede termijn kunt houden, maar deantwoorden komen dan niet meer. De vraag is dan: worden die schriftelijkbeantwoord? Een andere optie is dat er een tweeminutendebat wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82458 aangevraagd. Als daar een voornemen toe is, dan komt er sowieso nogeen moment. Dan kunnen we na de eerste termijn van de Staatssecretarisnog kijken of er overgebleven vragen zijn die dan misschien schriftelijkkunnen worden beantwoord, voorafgaand aan het tweeminutendebat. Datzijn vrij gangbare opties. Ik denk niet dat een volwaardige tweede termijnmogelijk is in tien minuten, want ik denk dat de Staatssecretaris nog weleen aantal minuten nodig heeft.De heer Hamstra (CDA):Voorzitter. Ik moet om 14.00 uur weg.De voorzitter:We gaan ook stoppen om 14.00 uur. We kunnen niet zomaar eenzijdig devergadering verlengen en dat gaan we ook niet doen. Dan geef ik nu hetwoord aan de Staatssecretaris en ik kom even terug op het punt van orde,nadat zij klaar is met haar eerste termijn.Het woord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Bruggen:Dank u wel, voorzitter. Er waren vragen over de Wet kwaliteit incasso-dienstverlening en Klarna. De heer Ceder van de ChristenUnie vraagtwaarom de Wki zo slap is. Zijn voorstel zou zijn om bij overtreding van hetincassoregister direct een last onder dwangsom op te leggen in plaats vande mogelijkheid van een last onder dwangsom. Volgens mij ... Ik snapteuw vraag goed. Voor de Wki is voorzien dat deze gefaseerd in werkingtreedt. Vanaf 1 oktober 2026 treden de civielrechtelijke gevolgen inwerking. Dat betekent dat burgers vanaf die datum geen kosten hoeven tevoldoen die in rekening worden gebracht door partijen die niet in hetregister incassodienstverlening staan. Dat laatste is nu al een economischdelict en daarom ook nu al strafbaar. De Inspectie JenV kan namens deMinister op grond van de Wki en de Algemene wet bestuursrecht een lastonder dwangsom opleggen aan een incassodienstverlener die deregistratieplicht overtreedt. Dat is dus aan de inspectie. Een anderhandhavingsinstrument, zoals de bestuurlijke boete, kan alleen ingezetworden bij overtreding van andere normen uit de Wki. Ik wil benadrukkendat de Inspectie JenV aan zet is om te bepalen hoe zij hun handhavingsin-strumenten inzetten.Dan de vraag of Klarna inmiddels in het incassoregister staat. Ja, dat staathet. Sinds 16 maart is het geregistreerd in het register en daarmee voldoethet aan de registratieplicht uit de Wki. Ik kan geen informatie delen overindividuele handhavingstrajecten.Dan de vraag van de heer Dijk. Die gaat ook over de incassobureaus:«2 van de 30 voldoen aan de wetgeving. Wanneer gaat het kabinethandhaven?» Even een nuance. De Inspectie JenV heeft vorig jaargeconstateerd dat van de 30 incassobureaus die zij bezochten, er maar 2volledig voldeden aan de Wki. Dat was een uitsnede van het totaal aantalincassobureaus. Ook vond dit plaats in het eerste jaar, toen nog niet heelveel partijen ingeschreven waren. Ik ben voornemens om samen met debetrokkenen in te gaan zetten op aanvullende communicatiemaatregelenom de bekendheid met de Wki en de daarbij behorende reikwijdte enverplichtingen te vergroten, zodat alle betrokken partijen optimaalgeïnformeerd zijn over hun registratieplicht.Dat was het blokje Wki. Dan hebben we nog twee vragen. De ene gaatover gokken en de andere over commerciële bewindvoering. De vragenover gokken zijn gesteld door de heer Flach, mevrouw Van Brenk, ookweer de SP en volgens mij zelfs ook de ChristenUnie en mevrouw Moinat.Het is een zorgelijk probleem; ik zie dat zelf ook. Binnen de nieuwe visieop het kansspelbeleid staat de bescherming van burgers tegen de schadevan gokken centraal. Op dit moment werk ik aan de wetswijziging metmaatregelen voor online gokken en ik zal uw Kamer nog dit voorjaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82459 hierover informeren. Onderdeel hiervan is ook een reclameverbod vooronline gokken, in lijn met het coalitieakkoord. Gelijktijdig zal ik u infor-meren over de meerjarenagenda bescherming tegen gokschade, waarinwordt ingezet op een integrale aanpak van gokschade, met aandacht voorvroegtijdige signalering van problemen en passende hulp en onder-steuning. Hierbij zet de Kansspelautoriteit ook in op betere bekendheidvan de gokstop, bijvoorbeeld onder bewindvoerders. Aanbieders zijn inhet kader van de zorgplicht reeds verplicht om spelers te wijzen op demogelijkheden van een gokstop, maar zoals ik al zei: die wetswijziginggaat verder dan alleen maar het wijzen op. Wordt vervolgd, nog ditvoorjaar.Dan de vraag over de commerciële bewindvoering. «Waarom hebben wecommerciële bewindvoering? Laten we bewindvoering publiek organi-seren. Kunnen we ervoor zorgen dat het adviesrecht onder bewind bij degemeenten komt te vallen?» Momenteel loopt er een verkennendonderzoek naar de voor- en nadelen van het publiek organiseren vanbewind. Afhankelijk van dit onderzoek zal ik mij beraden over het vervolgdaarop. Recentelijk is de wetsevaluatie naar het adviesrecht vangemeenten opgeleverd en momenteel is het kabinet bezig met een reactieop dit onderzoek. Deze verwacht ik met u te delen in Q2 van 2026.Dan ben ik aan het eind van de beantwoording van de vragen, voorzitter.Dank u wel.De voorzitter:De heer Dijk heeft een vraag. Dat is trouwens zijn laatste interruptie.De heer Jimmy Dijk (SP):Ik weet niet zeker of het in het antwoord zat, moet ik eerlijk toegeven. Ikprobeer het in een vraag te doen, zodat ik hopelijk misschien óf eenantwoord krijg dat ik beter begrijp, óf er wel een antwoord op de vraagkomt. Ik begrijp dat gemeenten graag willen dat als mensen in deproblemen komen, ze zich bij hen melden zodat ze geholpen kunnenworden. Nu is het zo dat het adviesrecht eigenlijk pas komt kijken als degemeente al weet dat er een bewindvoerder in de arm is genomen en dathet bewind wordt uitgesproken door een rechter. Dan is er dus eengeïsoleerd probleem van alleen maar bewindvoering. Is er in de tussentijdiets te doen? Kan de gemeente eerder dat advies geven en kunnenmensen zich bij de gemeente melden in plaats van eerder bij eenbewindvoerder? Nu is het adviesrecht steeds een soort mosterd na demaaltijd.Staatssecretaris Van Bruggen:Dat was inderdaad het tweede deel van mijn antwoord. De wetsevaluatievan het adviesrecht van gemeenten is dus opgeleverd. Die wordt nubestudeerd. Ik wil daar juist het aspect in meenemen of er ruimte is om degemeenten ook al eerder het heft in handen te geven. Als je dat pas doetnadat de signalen er al zijn, ben je namelijk vaak precies te laat.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik had mijn vraag over Klarna en het gokken met name gesteld in hetkader van preventie. Een lerende overheid zou de signalen die er vantevoren over Klarna komen ... Sociale Zaken in Zweden heeft onsgewaarschuwd dat we kunnen verwachten dat het gebruik van goksitestoeneemt. Het lijkt wel alsof de overheid dan ziende blind en horende doofis. De vraag is: leren we daar nog van? Ik had in het kader van preventiegevraagd of we ervoor kunnen zorgen dat er een systeem, een signaal ofwat dan ook komt. Nu zitten we achteraf allemaal wetten te maken om teproberen de boel dicht te timmeren.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82460 Uw punt is helder. De Staatssecretaris heeft het woord.Staatssecretaris Van Bruggen:Dat is natuurlijk een hele relevante vraag, want alleen als we evalueren enterugkijken, kunnen we leren voor de toekomst. Mijn aandacht gaat nu uitnaar het organiseren van die wet, en dus naar het zorgen dat als er gegoktwordt, dat gaat binnen strenge maatregelen, waarbij we kijken naar deleeftijd en reclames en waarbij we zien wat dan acceptabel en wenselijk is.Ik neem de gedachte zeker mee of we in de achter ons liggende periodekunnen kijken wat we daar als overheid hebben gedaan en of we daarlering uit kunnen trekken. Dat is misschien wel breder dan alleen hetgokken. Dat gaat natuurlijk ook over een markt die vrijgegeven is, en datricht zich bijvoorbeeld dan ook op Klarna. Gelukkig zijn ze nuingeschreven in het register. Tegelijkertijd moeten we zien wat we er metelkaar van te leren hebben. Ik vind het dus een mooie gedachte om datook mee te nemen, zeker in het beleid dat ik ten aanzien van gokken aanhet ontwikkelen ben.De voorzitter:Dank u wel. De Minister heeft nog een paar antwoorden die hij eigenlijk inhet tweeminutendebat zou geven, maar die hij nu al kan geven. Dat ismisschien wel handig. De heer Flach heeft al eerder bij mij aangegevendat hij een tweeminutendebat wil aanvragen. Dat komt dus sowieso. Ikkijk straks nog even of er een prangende vraag is die per se schriftelijkbeantwoord moet worden voor het tweeminutendebat, of dat dat ook inhet tweeminutendebat, als het plenair aan de orde is, zou kunnen. DeMinister heeft het woord.Minister Vijlbrief:Ik zie mensen inpakken, dus ik zal het in telegramstijl doen. MevrouwVan Brenk vroeg naar het niet-gebruik in de AIO. Dat is circa 30%. DeSociale Verzekeringsbank zet in op voorlichting, ondersteuning ensamenwerking met het UWV en de Belastingdienst. Er is ook een pilotbezig om dit gerichter aan te pakken.De heer Hamstra vroeg wanneer de brief over het automatisch toekennenkomt en wat de eerste stappen zijn. De brief van Financiën over hetautomatisch toekennen van toeslagen volgt in juli. De brief over hetharmoniseren van de begrippen komt voor de zomer, dus voor juli.Mevrouw Biekman vroeg of we kunnen kijken naar het niet-gebruik oplokaal niveau. Er zijn grote verschillen tussen gemeenten, dus het istechnisch niet mogelijk om dit te doen. We brengen wel het gebruik vangemeentelijke regelingen in beeld met het project Data Delen Armoede enSchulden. Daar zouden we dan over kunnen rapporteren. Dat duurt weleven, want dat kunnen we pas over twee jaar doen. Maar dat komt wel.De heer Ceder vroeg waarom de Belastingdienst geen onderdeel is van deproactieve dienstverlening. Dat is zo, omdat het geen SUWI-partij is. Hetvereist veel meer wetgeving en techniek. Dat kan ik uit mijn ervaringbevestigen. Daarom doen we nu eerst de stap met gemeenten, de SocialeVerzekeringsbank en het UWV, en gaan we daarna pas door met deandere partijen. U krijgt hier voor de wetsbehandeling nog een brief over,zeg ik tegen de heer Ceder.De voorzitter:Hartelijk dank. Dan geef ik de heer Flach even het woord om formeel hettweeminutendebat aan te vragen.De heer Flach (SGP):Voorzitter, ik zou graag een tweeminutendebat aan willen vragen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82461 Fijn. Dan hebben we dat genoteerd. Dan kijk ik even rond of iemand nogeen vraag heeft waarop die een schriftelijk antwoord wil voordat hettweeminutendebat plenair plaatsvindt. Als dat zo is, heeft u nu de kans. Ikzie dat dat niet het geval is. O, de heer Ceulemans.De heer Ceulemans (JA21):Ik had nog naar het Sociaal Klimaatfonds gevraagd. Daar is volgens mijniet op ingegaan. Als dat dus schriftelijk kan komen voor het tweeminu-tendebat, zou ik dat graag willen.De voorzitter:Ik zie dat er geen andere punten zijn. Dan dank ik de bewindslieden, deleden en het publiek. We sluiten dit debat. Binnen een paar weken zien weelkaar plenair in het tweeminutendebat voor het vervolg. We zijn gesloten.Sluiting 13.55 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 82462
Gerelateerde bronnen
- Armoede- en Schuldenbeleid
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 26 maart 2026, over armoede- en schuldenbeleid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.