KamerkringInloggen
← Verkenner

Kamerstuk · 1 okt 2026 · Tweede Kamer

Conceptverslag Sahelregio

Brontekst

Tweede Kamer, Sahelregio VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT Concept De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 1 oktober 2026 overleg gevoerd met de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken, over: de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 29 september 2026 inzake situatie en Nederlandse inzet in de Sahel (2026Z20361). Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit. De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Klaver De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Westerhoff Voorzitter: Van der Lee Griffier: Muller Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Van Ark, Bamenga, Van der Lee, Rajkowski, De Roon en Stoffer, en de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken. Aanvang 15.00 uur. De voorzitter: Goedemiddag, ik open de vergadering van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken. We hebben een commissiedebat over de Sahelregio. Ik heet de minister en zijn ondersteuning van harte welkom. Ik heet de leden welkom: de heer Stoffer namens de SGP, de heer Bamenga namens D66, mevrouw Rajkowski namens de VVD, mevrouw Van Ark namens het CDA en de heer De Roon namens de PVV. Ik ben zelf Tom van der Lee. Ik hoor bij de fractie PRO. Ik val even in voor de reguliere voorzitter, maar ik zal ook onze woordvoerder vervangen. Ik zal daarom op het eind een inbreng doen namens PRO. We hebben vier minuten spreektijd per fractie. We zijn met weinig mensen, dus ik stel geen limiet aan het aantal interrupties, tenzij het uit de hand gaat lopen, maar ik denk dat dat wel gaat meevallen. Welkom ook nog aan de mensen op de tribune en iedereen die dit debat op afstand volgt. Dan is het woord nu aan de heer Stoffer, die het woord voert namens de SGP-fractie. De heer Stoffer (SGP): Dank, voorzitter. Het vizier van politiek en samenleving is op de oostflank gericht. Dat is logisch, want Oekraïne ligt dagelijks onder vuur en het luchtruim van NAVO-bondgenoten wordt herhaaldelijk geschonden. Dichter bij huis zien we ondermijnende acties rond luchthavens en ook op het spoor. Maar de vraag is of we voldoende oog hebben voor wat zich afspeelt aan onze zuidflank. Als SGP maken we ons grote zorgen over de toenemende presentie van Rusland op het Afrikaanse continent, met name in de Sahel. Landen kopen wapens in bij Rusland en stellen hun grondstoffen ter beschikking in ruil voor ondersteuning tegen jihadisme. De meningen zijn erover verdeeld of deze steun effectief is of juist voor nieuwe breuklijnen en trauma's zorgt. In ieder geval helpt het de militaire regimes van Mali, Burkina Faso en Niger steviger in het zadel. Deze landen zijn bovendien een dankbare haven voor ontwijking van Europese en Amerikaanse sancties. Daarom hoor ik graag van de minister wat Nederland en de EU doen om sanctieontwijking via Sahellanden tegen te gaan. Tegelijkertijd vraag ik of het kabinet bereid is om een deel van de extra ontwikkelingssamenwerkingsmiddelen te benutten om Russische mis- en desinformatie in de Sahel een krachtig tegengeluid te bieden. Dan denk ik concreet aan het versterken van onafhankelijke lokale media, vooral in het digitale domein. Ik hoor graag hoe de minister daartegen aankijkt. Voorzitter. Laat het opschorten van de samenwerking met de centrale overheden in de AES-landen geen voorbode zijn van volledige isolatie of opschorting van samenwerking met maatschappelijke organisaties. Dialoog en betrokkenheid blijven de weg voorwaarts. Businesscase of niet, blijf betrokken. Dat is onze oproep. Deze oproep is tweeledig: heb oog voor minderheden en zeg niet te snel "Buitenlandse Zaken doet niet aan doelgroepenbeleid". Minderheden zijn niet zielig, maar marginalisatie is een zeer reële bron van conflict. Zo vindt de huidige crisis in de Sahel onder andere haar oorsprong in de opstand van de Malinese Toearegs in 2012. Daarom zeggen we: investeer in jongerenwerkgelegenheid, voedselverwerkende industrie en oplossingen voor droogte en overstromingen, want perspectief helpt voorkomen dat achterstelling opnieuw een voedingsbodem wordt voor een conflict. Ik hoor graag wat de mogelijkheden zijn. Het tweede dat ik wil aankaarten, is: draag bij aan een ring van stabiliteit rondom de Sahel. Senegal, Ghana, Ivoorkust, Benin en Togo zijn relatief stabiele landen, maar zien de ellende vanuit de fragiele staten oprukken tot ver binnen de eigen grenzen. Mijn vraag is of de minister het met ons eens is dat we meer moeten investeren in de economische groei en weerbaarheid van juist deze landen. Ziet de minister daarbij ook de grote kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven, met name in het kustgebied? Voorzitter. Als we spreken over de bredere Sahelregio — ik heb nog opgezocht wat daar wel en niet bij hoort — dan kun je daarover discussiëren, maar wil ik Nigeria vandaag toch even aankaarten. Wat ons altijd na aan het hart ligt, is dat daar sprake is van veel christenvervolging. Ik heb de minister daar ook vaker warme woorden over horen spreken. Er worden ook veel christenen vermoord: gemiddeld negen broeders en zusters per dag. Ik geef toe dat de situatie complex is. De oorzaken van het geweld zijn vaak meervoudig: armoede, zwak bestuur, etnische spanningen, conflict over land, klimaatverandering en daar zou je nog veel meer aan kunnen toevoegen. Maar laten we de islamitisch-extremistische zaken daarbij niet wegrelativeren, want wie deze factor buiten beschouwing laat, komt niet tot een effectieve aanpak, naar mijn beleving. In de marge van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties sprak onze premier met de president van Nigeria over christenvervolging. Wij hebben daar waardering voor. Ik zeg er wel bij: elkaar aanspreken is één ding, maar ik ben vooral ook benieuwd welk beroep Nigeria daarbij op Nederland deed. Misschien kan de minister daar iets over zeggen. Is de minister ook bereid om te onderzoeken hoe we in Nigeria kunnen bijdragen aan de opbouw van het veiligheidsapparaat, zoals we nu al doen in Ivoorkust en Senegal? Zou hij kunnen toezeggen dat kerkleiders worden betrokken bij humanitaire steun in de bredere regio? Ze genieten heel vaak autoriteit in de gemeenschap en zorgen ervoor dat de algehele hulprespons effectiever wordt. Voorzitter. De allerlaatste zin. De Sahel gaat uitdrukkelijk over onze veiligheid, want instabiliteit brengt vluchtelingenstromen op gang en creëert ruimte voor jihadistische groepen die het ook op Europa hebben gemunt. Nogmaals, businesscase of niet, blijf betrokken bij deze regio. Dat is onze oproep. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we door naar de heer Bamenga, die het woord voert namens D66. De heer Bamenga (D66): Dank u wel, voorzitter. Op 25 april werd Mali op meerdere plekken tegelijkertijd aangevallen. Al Qaida-afdeling JNIM hield de hoofdstad Bamako maandenlang in een wurggreep. Geweld is de dagelijkse realiteit voor de inwoners van Mali, Niger en Burkina Faso en het rukt op naar de kustlanden. Het kabinet kiest ervoor om betrokken te blijven in de Sahel. Mijn fractie steunt dat. De vraag is dus niet óf Nederland betrokken blijft, maar hoe. Daar heb ik enkele vragen over. Voorzitter. De cijfers laten zien hoe ernstig de dreiging is. De Sahel is uitgegroeid tot het epicentrum van het wereldwijde terrorisme. Meer dan de helft van alle terrorismedoden wereldwijd viel vorig jaar in deze regio. Terwijl terrorisme elders afneemt, zien we hier het omgekeerde. Dit is geen lokaal conflict. JNIM hoort bij Al Qaida en ISSP bij Islamitische Staat. Het zijn afdelingen van wereldwijde terreurnetwerken. Wat zij in de Sahel verdienen met ontvoeringen, smokkel en veeroof, wordt elders uitgegeven. Met dat geld worden aanslagen gepleegd in Syrië, Irak en Afghanistan. De Sahel is een spaarpot van de wereldwijde jihad geworden. De lijnen lopen tot in Europa. In Spanje zijn IS-cellen opgerold die met de Sahel verbonden waren. Het zwaartepunt van het jihadisme is verschoven van Afghanistan en het Midden-Oosten naar West-Afrika, recht onder onze neus. Ondertussen vullen anderen de ruimte. Rusland steunt de militaire regimes met wapens en het Africa Corps. Ondanks of juist door het meedogenloze geweld tegen burgers verliezen de regimes terrein. Rusland beschermt regimes, niet de bevolking. Instabiliteit houdt deze landen afhankelijk van Moskou en vergroot de druk op Europa. Dat is precies de bedoeling. Ook de Verenigde Staten keren terug, zoals recent met kruisraketten op Nigeriaanse dorpen. Maar wie de war on terror heeft meegemaakt, weet dat terrorisme niet op deze manier wordt verslagen. Voorzitter. Moskou en Washington maken hier hun eigen keuzes, maar zij zullen de gevolgen niet dragen. Die komen op ons bordje: meer terrorisme, meer migratie en meer onrust aan onze zuidgrens. Daarom moet Europa een stap naar voren zetten; niet terug naar de oude aanpak, maar lerend van wat niet werkte. Denk aan het openhouden van politieke kanalen, het investeren in lokaal bestuur, zuivere rechtspraak, economisch perspectief en het beter beschermen van burgers. Er moet een einde komen aan de heersende straffeloosheid. Daarom is ook samenwerking met ECOWAS belangrijk. Hoe kan Nederland bijdragen aan het herstellen van de samenwerking tussen de Alliantie van Sahelstaten en ECOWAS? Dat is mijn vraag aan de minister. Voorzitter. Nederland is een van de weinige Europese landen die nog diplomatiek aanwezig zijn in de Centrale Sahel. Dat geeft ons een stem. Laten we die stem dan ook gebruiken. Het toegenomen belang en de gevaren in de regio laten zich moeilijk rijmen met een verminderde Europese inzet. Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Wat is volgens de minister het Europese belang in de Sahel en welke inzet hoort daarbij? Moeten we niet juist een veel stevigere Europese push maken om onze politieke invloed in de regio terug te winnen? Is de minister bereid om daarin met gelijkgezinde landen het voortouw te nemen? Kan Nederland binnen de EU een coalitie vormen om de vernieuwde Europese aanpak daadwerkelijk uit te voeren, ook wanneer enkele lidstaten verdere Europese inzet blokkeren? Hoe borgt de minister dat onze inzet op lokaal bestuur, rechtsstaat en economisch perspectief overeind blijft, nu budget en personeel in deze landen afnemen? Voorzitter. Ik heb niet alle antwoorden. Ik denk dat niemand in deze zaal die heeft. Maar niets doen is geen optie en alleen proberen te voorkomen dat instabiliteit zich verder verspreidt, is wat mij betreft ook geen strategie. Europa moet zich weer meer gaan mengen in de regio. De Sahel is onze buurregio. Laten we daar weer naar handelen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank voor uw inbreng. U krijgt een interruptie van de heer Stoffer. De heer Stoffer (SGP): Het is een goed verhaal van mijn buurman. Ik wil één ding vragen. Ik heb het daarstraks gehad over dat we bijvoorbeeld iets zouden kunnen doen aan de Russische mis- en desinformatie in de Sahel door lokale media en wellicht digitale domeinen te ondersteunen. Ik ben wel benieuwd hoe de heer Bamenga daartegen aankijkt. De heer Bamenga (D66): Het klinkt zeker interessant. De heer Stoffer (SGP): Dan wachten we gewoon de beantwoording van de minister af. Ik vind dat zelf ook, dus het is mooi dat we in ieder geval … De minister kijkt ook heel vriendelijk, dus volgens mij hoef ik verder geen interruptie te plegen. De voorzitter: Dan gaan we door naar mevrouw Rajkowski namens de VVD. Mevrouw Rajkowski (VVD): Dank u wel, voorzitter. Er kan niet over de Sahelregio gedebatteerd worden zonder ook even stil te staan bij het onmetelijke lijden van de bevolking van Sudan. De berichten over de belegering van steden zoals Al-Fashir, waar gezinnen werden gedwongen te overleven op veevoer, de brute standrechtelijke executies en het stelselmatige seksuele geweld tegen meisjes en vrouwen zijn ronduit verschrikkelijk. Het is een humanitaire tragedie van enorme omvang. Over de situatie in Sudan hebben we uitgebreid gesproken in het commissiedebat binnen een andere commissie en vanavond hebben we een tweeminutendebat, maar ik moest het toch even noemen. Voorzitter. Dan kom ik bij de invloed van Rusland in de Sahel. De catastrofe in Sudan staat niet op zichzelf. Het is eigenlijk de endemische wijze waarop de hele regio steeds verder afzakt en wegzakt in chaos. De Sahel en de Hoorn van Afrika zijn verworden tot een speelveld voor buitenlandse mogendheden die lokale conflicten gijzelen en aanwakkeren voor eigen gewin. Bovenal is het Rusland dat in de bredere regio de ellende doelbewust verdiept. De militaire junta's in Mali, Burkina Faso en Niger hebben westerse veiligheidspartners de deur gewezen en zich uitgeleverd aan het Kremlin. Dat de Defensieministers van deze drie landen in 2025 gezamenlijk naar Moskou zijn gereisd om defensiedeals te sluiten en tegelijkertijd het Internationaal Strafhof de rug toekeerden, toont aan hoe zorgelijk deze situatie daar is. Toch vertoont de Russische aanwezigheid via het Africa Corps op dit moment aanzienlijke barsten door bijvoorbeeld de nederlaag van Russische huurlingen bij Tinzaouaten — ik spreek het natuurlijk verkeerd uit — en aanslagen midden in de Malinese hoofdstad Bamako. Daarnaast zouden de lokale legerkaders gefrustreerd raken over het gebrek aan discipline van de huurlingen. De staat van de Russische logistiek staat ook zwaar onder druk. Ik zou de minister willen vragen welke opties het kabinet ziet om deze kwetsbaarheden actief te benutten, Moskou's positie in de regio verder te verzwakken en illegale verdienmodellen van de huurlingen, via gerichte sancties op goudsmokkel en tussenhandelaren, plat te leggen. Voorzitter. Dan kom ik bij terrorisme. De Russische inmenging en het vertrek van westerse partners hebben geleid tot een heropleving van terrorisme en de gewelddadige politieke islam in de regio. Jihadistische netwerken, gelieerd aan Al Qaida en Islamitische Staat, beheersen inmiddels tot 50% van het grondgebied in Burkina Faso en breiden hun invloedssfeer ook in Mali uit. Volgens de Global Conflict Tracker valt inmiddels meer dan de helft van het mondiale aantal aan terrorisme gerelateerde doden in Burkina Faso, Mali en Niger. De methodes van het Russische Africa Corps, waarbij hele dorpen worden uitgemoord onder het mom van terrorismebestrijding, jagen wanhopige bevolkingsgroepen verder in de armen van extremistische rekruteerders. De jihadistische bewegingen gaan in hoog tempo ook zuidwaarts, zoals net ook al werd genoemd, richting voorheen stabiele kuststaten, zoals Benin, Togo, Ghana en Ivoorkust. Ik wil van de minister weten wat de Nederlandse inzet is om te voorkomen dat deze kustlanden bezwijken. Vanwege de tijd ga ik naar mijn laatste blokje over migratiepartnerschappen. Deze totale wetteloosheid in de regio zorgt voor een toegenomen migratiedruk op Europa. Sinds de junta in Niger de antimigratiewet heeft ingetrokken, liggen beruchte smokkelroutes via Libië en Algerije weer wijd open. Tel daar nog miljoenen ontheemden uit Sudan bij op en het is wel duidelijk dat verdere desintegratie van de Sahelregio ook weer kan uitmonden in een migratiecrisis aan onze eigen buitengrenzen. Het kabinet en de EU moeten daarom minder vanaf de zijlijn toekijken, maar ook durven te kijken naar hoe andere geopolitieke spelers opereren. Ik wil daarom van de minister weten welke ruimte het kabinet ziet om ontwikkelingssamenwerking en partnerschap in dit deel van de wereld wat transactioneler in te richten, om onze invloed daar wat te vergroten, maar ook om via migratiepartnerschappen te voorkomen dat er meer mensen ontheemd raken en deze kant op komen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar mevrouw Van Ark. Zij voert het woord namens het CDA. Mevrouw Van Ark (CDA): Voorzitter. Tien jaar geleden was ik voor mijn toenmalige werk in Burkina Faso. Het was een periode waarin het er relatief rustig was. Toch schrok ik toen een konvooi van motoren vol met gewapende mannen in tegengestelde richting op ons af kwam rijden. Ze waren allemaal in het zwart gekleed en in mijn herinnering waren de wapens die ze droegen gigantisch. De chauffeur reed echter rustig door. Wat bleek? Het was geen staatsgreep, die overigens een dag later wel plaatsvond, maar een konvooi dat op weg was naar een religieus gebed. Voor de chauffeur was het helder, maar ik voelde mijn hart in mijn keel kloppen. Ik vertel dit verhaal om het belang te benadrukken van religieuze geletterdheid. Wat voor mij een terroristische dreiging leek, bleek een religieuze bijeenkomst. Dat leerde mij hoe gemakkelijk je een samenleving verkeerd kunt begrijpen als je haar religieuze context niet begrijpt. Voorzitter. Wij investeren terecht in veiligheid, terrorismebestrijding en de bestrijding van armoede. Maar wie de Sahel wil begrijpen, moet ook begrijpen waar mensen hun vertrouwen vandaan halen. In veel gebieden zijn het niet meer de autoriteiten, maar de religieuze leiders in wie de mensen vertrouwen hebben. Het zijn ook de religieuze, informele verbanden die ingezet kunnen worden voor het verspreiden van desinformatie. Als je dit wil tegengaan, dan moet je begrijpen wat de rol van religie is. Deelt de minister de opvatting dat religieuze geletterdheid een noodzakelijke voorwaarde is voor effectief Nederlands beleid in de regio? Op welke wijze worden diplomaten, beleidsmedewerkers en maatschappelijke organisaties toegerust om de religieuze dynamiek beter te begrijpen? Als Nederland bijvoorbeeld effectief desinformatie wil tegengaan, dan helpt het als je begrijpt hoe die boodschappen, ook via religieuze kanalen, worden verspreid, wie gezaghebbende boodschappers zijn en welke narratieven aanslaan bij jongeren die gerekruteerd worden door terroristische groepen. Voorzitter. Het is mijn overtuiging dat, als je echt een bijdrage wil leveren aan stabiliteit en het tegengaan van extremisme, het van belang is om kennis over religie niet als bijzaak maar als noodzaak te beschouwen. Religieuze leiders kunnen via ons beleid daardoor niet alleen een bijdrage leveren aan vredesopbouw, maar ook aan maatschappelijke weerbaarheid tegen desinformatie. Tegelijkertijd kunnen religieuze boodschappen ook worden misbruikt om radicalisering aan te wakkeren. Als Nederland effectief wil zijn met haar veiligheidsstrategie, dan moet ons diplomatieke netwerk begrijpen wie invloed heeft en wie betrouwbare gesprekspartners zijn. Voorzitter. Die les geldt breder, want veiligheid bereik je niet alleen met wapens. De minister zal dat ongetwijfeld met mij eens zijn. De regering erkent dan ook dat terrorisme, migratie en instabiliteit samenhangen met het gebrek aan perspectief. Blijvende betrokkenheid in de Sahel is van belang voor Nederland. Juist daarom begrijp ik de afbouw van middelen en de vermindering van diplomatieke capaciteit niet goed. Overigens ben ik wel heel blij met het openhouden van de ambassade in Zuid-Sudan. Hoe voorkomt het kabinet dat de afbouw van programma's in Mali, Burkina Faso en Niger juist die factoren versterkt die terrorisme en migratie voeden? Maatschappelijke organisaties zijn volgens het kabinet cruciaal voor weerbaarheid en conflictpreventie. Welke gevolgen hebben de bredere bezuinigingen voor deze lokale partners in de Sahel? Voorzitter. Nederland beschikt juist over sterke kennis op het gebied van water, landbouw en voedselzekerheid. Ik wil de minister vragen waarom deze onderwerpen in de nieuwe Sahelaanpak nog zo weinig nadruk krijgen. Voorzitter. Voor het CDA zijn Afrika en de Sahel niet alleen een continent respectievelijk een regio waar risico's vandaan komen. Afrika is ook een continent waar we graag in willen investeren, in langetermijnpartnerschappen en in stabiliteit, zodat jongeren perspectief houden. Nederland moet dat niet alleen doen, maar in nauwere samenwerking met EU-landen en met maatschappelijke partners, zodat er een gezamenlijke inzet komt om de veiligheid en stabiliteit te verbeteren. Dank u wel. De voorzitter: Dank voor uw inbreng. Dan gaan we door naar de heer De Roon. Hij voert het woord namens de PVV. De heer De Roon (PVV): Voorzitter, dank u wel. Jaarlijks vallen er duizenden doden bij aanslagen en geweld van moslimterroristen. Dat zijn duizenden zinloze doden per jaar. Een groot deel daarvan valt inderdaad in de Sahelregio. Daarnaast worden, zo hoorde ik zojuist in het betoog van de D66-woordvoerder, aanslagen in het Midden-Oosten medegefinancierd vanuit de Sahel. De Sahelregio is in onze ogen het afvoerputje van een groot deel van Afrika. Daar heeft Nederland alleen al in de periode 2019 tot 2022 een bedrag van zo'n 400 miljoen euro laten verdampen aan allerlei vormen van ontwikkelingshulp. Dat is een uitgave die in positieve zin niets heeft bijgedragen aan de politieke, humanitaire en veiligheidssituatie aldaar, want die situatie is en blijft erbarmelijk slecht. Erkent de minister dat? Hoe kijkt de minister terug op het gevoerde beleid van pakweg de afgelopen tien à twintig jaar? Heeft dit nu iets positiefs en duurzaams opgeleverd of niet? Wij zien het in ieder geval niet. Dan naar het heden. Ook in 2026 gaat het weer ouderwets slecht in de Sahelregio met grote aanvallen van Islamitische Staat in Niger, jihadistische terreur in Burkina Faso en een opmars van een allegaartje aan jihadisten en Toearegrebellen in Mali. Internationale vliegvelden en verstedelijkte gebieden zijn steeds vaker het doelwit van geweld van Al Qaida en Islamitische Staat. De grote vraag is nu: hoe moeten we die ontwikkelingen duiden? Meer specifiek, worden de terreurgroepen nu zo veel sterker, vraag ik aan de minister, of worden de landen Niger, Mali en Burkina Faso zo veel zwakker? Ik ben benieuwd naar de analyse van de minister op dit punt. Ook hoor ik graag hoe groot het gebied is dat door moslimterroristen wordt gecontroleerd in de Sahel. Daar heb ik helemaal geen scherp beeld van. Misschien kan de minister ons helpen om daar een beter beeld van te krijgen. Voorzitter. De militaire regimes in de Sahelregio worden geholpen door het Africa Corps van Russische huurlingen, die trouwens onder het gezag van het Russische ministerie van Defensie vallen. Een maand geleden kreeg de president van Niger nog hulp toen er muiterij was binnen het leger van zijn land. Er werd ook gesproken van een mislukte staatsgreep. Hoe dan ook, de positie van Rusland lijkt door deze gang van zaken niet minder te worden. De Alliantie van Sahellanden, bestaande uit Mali, Burkina Faso en Niger, stroomt op dit moment over van Poetinliefde. Wat betekent de samenwerking van de Sahellanden met Rusland voor de diplomatieke relatie en hulprelatie die wij met die landen hebben? Graag een reactie van de minister. Denkt de regering op te kunnen bieden tegen een land, Rusland, dat geen lastige vragen stelt over mensenrechten, behoorlijk bestuur, democratische verantwoording enzovoorts? Kan de minister garanderen dat alle hulpprogramma's en geldstromen richting de militaire regimes van de Sahellanden Mali, Burkina Faso en Niger zijn stopgezet en ook niet meer worden hervat? De regering vreest ook, zo lees ik in de brief, dat de toenemende Russische invloed in Sahellanden ertoe zal leiden dat Europese landen vanuit de Sahel worden gedestabiliseerd. We hadden gisteren een informatiebijeenkomst van de MIVD over Russische subversieve acties in Europa, maar het verhaal dat dat ook vanuit Sahellanden aan de orde zou zijn, heb ik niet gehoord. Misschien heb ik verkeerd begrepen wat in de brief van de minister staat. Ik hoor het graag. Als het inderdaad gebeurt, dan is mijn vraag: heeft de minister daar aanwijzingen voor en welke aanwijzingen zijn dat dan? Misschien kan de minister ons zelfs voorbeelden geven. Dat zou helemaal mooi zijn. Tot slot, voorzitter. Ik lees dat Nederland, samen met Duitsland, België, Italië en Spanje, een van de weinige EU-lidstaten is die nog vertegenwoordigd is in de Sahel. Wat bedoelt de minister precies met "vertegenwoordigd zijn"? Gaat dat om de diplomatieke relatie of gaat het ook in bredere zin om het verlenen van hulp op allerlei andere manieren dan via de diplomatieke vertegenwoordiging? Tot zover, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank voor uw inbreng. Dan zou ik het lid Stoffer willen vragen om het voorzitterschap over te nemen. Voorzitter: Stoffer De voorzitter: Dan geef ik het woord aan de heer Van der Lee van PRO. Ga uw gang. De heer Van der Lee (PRO): Dank u wel. De fractie van PRO verwelkomt de brief van het kabinet over de nieuwe inzet in de Sahelregio. De ellende daar is eigenlijk niet te beschrijven, al hebben collega's dappere pogingen gedaan. Je zou nog veel meer kunnen opnoemen. Het is belangrijk dat de brief er ligt. We kunnen ons in een groot deel van de brief vinden. Voor PRO is het belangrijk dat Nederland aanwezig blijft, natuurlijk vanuit ons eigen belang en ook vanuit veiligheidsoogpunt en het belang van de lokale bevolking, zonder de regimes formeel te erkennen. De bevolking mag niet het idee krijgen dat wij hen in de steek laten, terwijl de huidige regimes er ook niet in slagen om de meest basale voorzieningen voor de bevolking te leveren. Europa moet herkenbaar worden als betrouwbare partner voor gewone mensen, voor democratie en goed bestuur. Complimenten voor het kabinet, dat in de brief schrijft dat middelen worden vrijgemaakt voor de ondersteuning van onafhankelijke journalistiek en de bevordering van de mediageletterdheid van de bevolking. Het is voor ons nog onduidelijk hoe dit precies vorm gaat krijgen. Is het kabinet voornemens om bilateraal, dan wel via de EU, bloggers en influencers te ondersteunen die desinformatie van Rusland en China kunnen tegenspreken? Wordt de inzet specifiek op ontwikkelingsbeleid dan ook gericht op organisaties die expliciet pro-democratie en pro-rechtsstaat zijn? Zoekt het kabinet naar ingangen binnen de samenleving in de drie AES-landen? Welke rol krijgen jongeren in de ontwikkelingsinzet, gezien de grootte van die groep in de lokale bevolking? Hoe engageert het kabinet nou precies met de overheden? Wat bedoelt het kabinet precies met dat woord? Is dat dan alleen engageren of engagement op criminaliteit, migratie en antiterrorisme of zijn er ook plannen op het gebied van goed bestuur en publieke voorzieningen voor de eigen bevolkingen? Hetzelfde geldt voor de West-Afrikaanse kuststaten. Focussen we ons met hen alleen op veiligheidssamenwerking of spannen we ons ook daar in voor goed bestuur en publieke voorzieningen om de verleiding van autocratisering te weerstaan? Spant het kabinet zich in om toenadering van de AES-landen tot de ECOWAS-landen aan te moedigen? Betere regionale verhoudingen zouden de regionale stabiliteit ten goede komen en kunnen spill-overeffecten van jihadistische groepen richting kuststaten voorkomen. Belangrijk is dat Nederland zich tegelijkertijd blijft inspannen voor de bescherming van de burgerbevolking en om oorlogsmisdaden en andere ernstige mensenrechtenschendingen te voorkomen. Zie bijvoorbeeld de ongerichte aanvallen op Toearegrebellen waarbij tientallen doden vielen in augustus 2024 en de droneaanvallen op burgerdoelwitten door het Burkinese leger in 2023. Om al deze redenen is lokale aanwezigheid via het postennet van belang. Het kabinet schrijft dat ze de personele bezetting van de ambassades in Burkina Faso, Mali en Niger gaat verlagen. Kan de minister een schatting geven van hoe groot de krimp is en welk effect dit zal hebben op de diplomatieke slagkracht? Denkt de minister dat het realistisch is om met een kleinere bezetting de geformuleerde Nederlandse belangen te dienen? Nederland is geen onbelangrijke speler in de Sahel — dat werd al genoemd — maar staat samen met de EU natuurlijk veel sterker. Het EU-beleid moet dan niet een verlengstuk van Frankrijk zijn, zoals dat vroeger wellicht te veel het geval is geweest, noch een gefragmenteerd houtje-touwtje waarbij EU-staten vooral hun eigen belangen dienen. De EU-strategie is nu bijna een jaar geleden aangenomen. Wat is er sindsdien concreet veranderd en verbeterd? Het is ook belangrijk om zo veel mogelijk met de Britten samen te werken. Gebeurt dat ook in het kader van de EU-strategie? Kan de minister daar wat meer over vertellen? Het kabinet schrijft in de brief te investeren in de verbetering van de veiligheidssector. Wat betekent dat? Doet het kabinet dit volledig via multilaterale kanalen of is hierover engagement met de autoriteiten van Burkina Faso, Mali en Niger? Dan wil ik toch nog wat langer stilstaan — ik heb niet zo veel tijd meer — bij de impact van klimaatverandering en verwoestijning. Er werd veel gezegd over religie. De nomadische veehouders zijn vaak islamitisch en de landgebonden boeren katholiek. Door verwoestijning raken zij, al jaren, steeds meer met elkaar in conflict en dat wordt uitgebuit. We zien nu dat zich een super-El Niño heeft ontwikkeld. We weten uit het verleden dat na super-El Niño's enorme hongersnoden ontstaan. Heel veel vee sterft en heel veel planten komen niet tot wasdom. Heeft de minister oog voor die ontwikkeling, want ik lees er niets over in de brief? Welke extra inspanningen kunnen of moeten we nog doen om de gevolgen van de nieuwe ramp die op de regio afkomt enigszins te mitigeren? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Er zijn geen interrupties. Ik heb u wat extra ruimte gegeven, want die gaf u mij eerder ook. Bij deze krijgt u het voorzitterschap weer terug. Voorzitter: Van der Lee De voorzitter: Iedereen heeft wat extra ruimte gekregen, want er is nauwelijks geïnterrumpeerd. Ik kijk even naar de minister om te vernemen hoeveel tijd hij nodig heeft. We gaan twintig minuten schorsen en dan gaan we om 15.50 uur verder. De vergadering wordt van 15.29 uur tot 15.54 uur geschorst. De voorzitter: Ik heropen de vergadering van de vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken. We voeren het commissiedebat Sahelregio. We zijn toe aan de eerste termijn van de zijde van de regering. Ik geef het woord aan de minister van Buitenlandse Zaken. Minister Berendsen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een korte introductie en dan drie blokjes: een blokje Sahel, een blokje regio en een blokje OS. Allereerst is het goed om te melden dat het goed is dat we dit gesprek over de Sahel hebben. In een tijd waarin de aandacht vaak naar het laatste nieuws gaat, moeten we de lange termijn niet uit het oog verliezen. De Sahel is een regio dicht bij Europa waarin verschillende Europese en Nederlandse belangen en waarden op het spel staan. Hier komen voor Nederland en Europa relevante ontwikkelingen bij elkaar: geopolitieke competitie tussen grootmachten, internationaal terrorisme, georganiseerde criminaliteit en migratie. Een aantal van de leden van de Kamer hebben al aangestipt dat dit alles gebeurt in de context van desinformatie, klimaatverandering en een snelgroeiende, heel jonge bevolking met weinig economisch perspectief. Nederland en de Europese Unie hebben er belang bij deze ontwikkelingen zo goed mogelijk te volgen en waar mogelijk te beïnvloeden. De mogelijke impact daarvan op Europa en op Nederland is te groot om de regio de rug toe te keren. Een instabiele Sahel kan leiden tot meer irreguliere migratie en sterker wordende terroristische organisaties. De toename van de Russische aanwezigheid in de Sahel trekt deze landen steeds meer in de Russische invloedssfeer en stelt Rusland in staat om vanuit de Sahel met onder andere desinformatie de westerse samenleving te destabiliseren. Tegelijkertijd moeten we ook hier realistisch zijn over wat we kunnen bereiken. Nederland en Nederlandse partners, kennisinstellingen en particuliere initiatieven zijn al lang aanwezig in de Sahel. Met posten in Mali, Niger, Burkina Faso en binnenkort een ambassade in Tsjaad is Nederland goed vertegenwoordigd. Dit geldt ook voor de landen rondom de Sahel. Maar het is lastig manoeuvreren. Meerdere staatsgrepen hebben militaire regimes aan de macht gebracht die zich van het Westen en de multilaterale wereldorde afkeren en die samenwerken met onze geopolitieke concurrenten. Rusland heeft zijn aanwezigheid in de Sahel vergroot en heeft meer invloed gekregen op de militaire regimes en de samenleving. Desinformatie tiert welig, met gevolgen ver buiten de regio. Het zwaartepunt van het wereldwijde terrorisme is van het Midden-Oosten verschoven naar de Sahel. Ondanks de Russische steun zijn de regimes er niet in geslaagd om de aanwezige terroristische groeperingen te bestrijden. De situatie voor de bevolking is verder verslechterd en criminele organisaties gebruiken de zwakte van de overheid om drugs, wapens en mensen door de Sahara naar Europa te vervoeren. Dit bedreigt de stabiliteit in deze landen, maar ook in de regio. Spill-over dreigt. Het kabinet kiest er daarom voor aanwezig en geëngageerd te blijven in de Sahel, maar realisme, bescheidenheid en onze belangen en waarden zijn hierbij leidend. Nederland hecht grote waarde aan de samenwerking met andere EU-lidstaten en de EU-instellingen waar dat mogelijk is. Nederland zet ook steeds meer in op samenwerking met landen rondom de Sahel. Ook zij vrezen de effecten van de instabiliteit en hebben belang bij meer stabiliteit. Het zwaartepunt van onze personele inzet en OS-budgetten zal daarom liggen op landen in de regio waarmee de samenwerking makkelijker is en die invloed hebben op landen als Niger, Burkina Faso en Mali. Het is voor Nederland en de EU lastig om met die laatstgenoemde landen samen te werken. De uitdagingen zijn groot, maar met deze aanpak kan Nederland een constructieve rol spelen in de regio. Dan ga ik over tot beantwoording van de vragen. De voorzitter: Een ogenblik. Uw introductie geeft aanleiding tot een interruptie van de heer De Roon. De heer De Roon (PVV): Ik ben benieuwd wat die omringende landen zijn waar we wel goed mee kunnen communiceren en die wel ook invloed hebben op de landen waar we het nu over hebben. Welke landen zijn dat nou? Minister Berendsen: ik kom daar zo meteen in mijn beantwoording op terug, namelijk in het blokje over de regio om de Sahel heen. De heer Van der Lee vroeg hoe Nederland engageert met de regimes in de Sahel. Nederland onderschrijft de renewed approach van de EU, waarin engageren op basis van onze belangen een centraal uitgangspunt is. Nederland heeft via de ambassades en bezoeken van onder anderen de Sahelgezant contact op politiek en ambtelijk niveau. Voor de OS-programmering werkt Nederland zo veel mogelijk samen met ngo's en organisaties als de VN. Op specifieke gebieden, zoals het tegengaan van irreguliere migratie en grensoverschrijdende criminaliteit, werkt Nederland samen met de lokale autoriteiten. Ik ben vanmorgen nog gebriefd door de EU-gezant in de regio. De EU-gezant werkt vanuit de EU-missie bijvoorbeeld samen op civiel niveau om politiediensten en veiligheidsdiensten te versterken, maar er is geen samenwerking op militair gebied. De heer Stoffer en mevrouw Rajkowski vroegen naar de sanctieontwijking via Sahellanden. Er zijn signalen voor goudsmokkel in de Sahel. We hebben op dit moment onvoldoende aanwijzingen en bewijs om de precieze betrokkenheid daarvan in kaart te hebben. Ik sprak ook hierover met de EU-gezant vanmorgen. Daar zijn ook zorgen. Nederland zal de Nederlandse Sahelgezant vragen om dit onderwerp in Europees verband te adresseren, zodat we hier verdere informatie over kunnen verzamelen. De heer Van der Lee vroeg om een schatting van de krimp van onze diplomatieke slagkracht. Het kabinet kiest ervoor aanwezig en geëngageerd te blijven in de Sahel, in tegenstelling tot veel andere Europese landen. We openen juist de ambassade in Tsjaad en blijven aanwezig in Niger, Mali en Burkina Faso. Als gevolg van de bezuinigingen zal de personele bezetting van de ambassades de komende jaren wel krimpen. Ze worden ongeveer 40% kleiner. Maar ondanks deze bezuiniging blijft Nederland geëngageerd, met een realistische, gerichte inzet. Dat doen we natuurlijk niet alleen via onze eigen ambassades, maar dat doen we ook nadrukkelijk in EU-verband en in internationale programma's die in de regio uitgezet worden. De heer De Roon vroeg hoe we voorkomen dat de Nederlandse inzet ten goede komt aan Rusland. Na de staatsgreep werd besloten de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking in de Sahel te continueren omwille van de noden van de bevolking en het behartigen van de Nederlandse belangen. Directe samenwerking met de centrale overheid werd opgeschort. Programma's werden aangepast. Nederland werkt sindsdien hooguit op afstand samen met de centrale overheid, bijvoorbeeld via de VN, vanwege zorgen over mensenrechtenschendingen door het regime, een democratisch tekort en samenwerking met Rusland. Er gaat geen Nederlands geld naar de nationale overheden. Om te voorkomen dat via een omweg geld naar het Malinese regime gaat, dat de ngo-belasting heeft ingevoerd, en daarmee in potentie naar Rusland, is onlangs besloten tot nader order geen nieuwe programma's te starten die onder die omstreden belastingwet vallen. De heer De Roon vroeg ook hoe groot het gebied is dat door moslimterroristen wordt gecontroleerd in de Sahel. Het gebied dat door die groep wordt gecontroleerd, is in de laatste jaren groter geworden. Het is lastig te zeggen hoe groot dat gebied precies is. Er zijn verschillende groepen actief en die ontwikkelingen zijn zeer dynamisch. Maar we hebben zorg over de groeiende aanwezigheid daar en de groeiende sterkte van deze groepering. Dat werd net ook door meerdere Kamerleden benoemd en is ook onderdeel van onze inzet. De heer Stoffer en de heer Van der Lee vroegen naar de desinformatie. Nederland spant zich samen met internationale partners in om de impact van desinformatie in de Sahel en West-Afrika te mitigeren. Op verzoek van uw Kamer is vorig jaar al €500.000 beschikbaar gesteld voor het bevorderen van toegang tot vrije media en het ondersteunen van lokale journalistiek. In september '25 is daarmee een programma gestart in de landen Burkina Faso, Gambia, Ghana, Ivoorkust, Mali, Niger, Nigeria en Senegal. Op basis van de uitkomsten van dit programma zullen wij de aanpak aanpassen en waar mogelijk opschalen. Het digitale domein krijgt daarbij uiteraard veel aandacht, maar ook radio, want dat is een medium dat in de regio een heel groot bereik heeft. Komende maand start nog een Nederlands programma van 14 miljoen ter ondersteuning van journalistiek en het bevorderen van mediageletterdheid voor de Sahel en Senegal. Hierin trekken we samen op met Duitsland. De heer Stoffer vroeg naar het gesprek van onze premier met de president van Nigeria over christenvervolging. Daar kan ik over zeggen dat het gesprek geen doorgang heeft gevonden, maar dat het onderwerp christenvervolging regelmatig aan bod komt in gesprekken die op hoogambtelijk en politiek niveau worden gevoerd met Nigeria, want we delen de zorgen over de situatie daar. Mevrouw Van Ark vroeg naar de religieuze geletterdheid als noodzakelijke voorwaarde voor effectief Nederlands beleid in de regio. Kennis en begrip van religieuze dynamieken zijn belangrijk voor effectief buitenlands beleid, vooral in landen waar religie een hele grote maatschappelijke rol speelt. Ambassades en ambtenaren in Den Haag onderhouden continu contact met maatschappelijke organisaties, lokale religieuze leiders en organisaties. Zij verwerken religieuze dynamieken in rapportages en strategieën en verkennen hoe blijvend kan worden geïnvesteerd in expertise en netwerken. BZ en SZW organiseren, mede naar aanleiding van de motie-Ceder, een leergang over religieuze geletterdheid binnen de Rijksoverheid. Ook de Nederlandse religiegezant, een functie die op voorspraak van de Kamer verlengd is, speelt hierbij een belangrijke rol. De voorzitter: Mevrouw Van Ark op dit punt. Mevrouw Van Ark (CDA): De minister geeft aan dat religieuze geletterdheid inderdaad belangrijk is en ook zo wordt gezien door de diplomatieke posten. U geeft aan dat er op dit moment inderdaad een leergang over religieuze geletterdheid is. Ik begrijp dat die oorspronkelijk ontwikkeld was voor het ministerie van Buitenlandse Zaken, maar dat die nu tijdelijk gefinancierd was door het ministerie van Sociale Zaken en gegeven wordt aan ambtenaren van Binnenlandse Zaken. Het is een beetje complex. Volgens mij is het de bedoeling dat deze leergang, met het geld dat de Kamer heeft vrijgemaakt, breder uitgevoerd gaat worden of ingezet gaat worden voor het ministerie van Buitenlandse Zaken. Klopt dat? Volgens mij is het geld daarvoor beschikbaar, maar is de leergang nog niet breed opgestart in uw ministerie. Minister Berendsen: Vooropgesteld denk ik dat religieuze geletterdheid en opleidingen in dat kader voor iedereen goed zijn. Ook binnen BZ is deze leergang er en wordt daar vol op ingezet. De specifieke constructie die mevrouw Van Ark nu noemt, is mij niet bekend. Daar moet ik me even over laten informeren en daar kom ik op terug. De voorzitter: De minister vervolgt zijn betoog. Minister Berendsen: De heer Bamenga en de heer Van der Lee vroegen naar de rol van specifiek de EU en het ontwikkelen van een EU-koers. Nederland zet zich binnen de EU in om EU-lidstaten zo veel mogelijk gezamenlijk te laten optreden. Nederland steunt de renewed approach van de EU en de speciaal vertegenwoordiger van de EU voor de Sahel, die erop gericht zijn om te blijven engageren op basis van onze belangen, dus migratie, stabiliteit en geopolitieke competitie. Zo kan de EU ook gezamenlijk optreden. Zo vertellen we bijvoorbeeld in zo'n week in New York een gezamenlijk verhaal. Ik sprak hier vanochtend nog over met Birgitte Markussen. Dat is de nieuwe speciaal vertegenwoordiger van de EU voor de Sahel. De Nederlandse Sahelgezant heeft regelmatig contact met Frankrijk en andere EU-lidstaten, met als doel zo veel mogelijk als één EU op te treden. Dat is nadrukkelijk onderdeel van onze inzet. De heer Stoffer vroeg naar Nigeria. Hij vroeg of we kunnen onderzoeken of we bij kunnen dragen aan de opbouw van het veiligheidsapparaat, zoals we dat ook doen in Ivoorkust en Senegal. Nigeria is een politieke en economische grootmacht en heeft een van de sterkste krijgsmachten op het Afrikaanse continent. De Nederlandse Defensie draagt daarom niet bij aan de opbouw van het veiligheidsapparaat. Wel ondersteunt Nederland de versterking van de civiele onderdelen, dus de politie en het civiele veiligheidsapparaat. Op militair gebied heeft Nederland een beperkte militaire samenwerking. Er is vooral militaire diplomatie. Er is ook een defensieattaché geaccrediteerd. De heer Bamenga en de heer Van der Lee vroegen naar de alliantie tussen Sahelstaten en ECOWAS. Wij zijn blij om te zien dat er verschillende initiatieven ontstaan om de landen weer dichter bij elkaar te brengen, want dat is echt cruciaal voor stabiliteit in de regio. Landen als Ghana, Togo en Senegal spelen daarin een belangrijke rol, maar ook de Afrikaanse Unie heeft daarin een belangrijke rol. Wij houden nauw contact met deze landen. We ondersteunen ook de kantoren van de Afrikaanse Unie in de Sahel. We vinden het wel heel belangrijk dat het Afrikaans-geleide initiatieven zijn. Zo kunnen we ook de inzet zien. Wij engageren meer met de landen rond de Sahel, omdat we ook echt voor hen een belangrijke rol zien om juist met de Sahel te engageren en daarmee onze gezamenlijke belangen te kunnen verdedigen. Mevrouw Rajkowski vroeg wat we doen om de spill-over naar de kuststaten te voorkomen. Op veiligheidsgebied werken we nauw samen met de kuststaten, vooral Ivoorkust, Ghana, Benin, Nigeria en Senegal. De Nederlandse OS-programmering in de Sahellanden en de kuststaten is gericht op het tegengaan van de spill-over in het noorden van die landen, het versterken van lokale capaciteiten en het aanpakken van grondoorzaken. Nederland werkt bijvoorbeeld met Ivoorkust en Senegal samen op het vlak van capaciteitsopbouw van het veiligheidsapparaat, bijvoorbeeld door training van speciale eenheden. En daarnaast draagt Nederland bij aan regionale initiatieven zoals het Integrated Border Stability Mechanism en het Coastal States Stability Mechanism. Ook werkt Nederland in regionale programma's samen met landen als het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Daarmee geef ik misschien ook een beetje antwoord op de vraag van de heer Van der Lee over hoe we met het Verenigd Koninkrijk samenwerken. Dat doen we dus bewust. En Nederland draagt bij aan de EU-missie in de Golf van Guinea. De heer Stoffer vroeg naar de ring van stabiliteit rond de Sahel en naar de weerbaarheid en de kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven in de kustgebieden. Nederland investeert in economische groei en weerbaarheid in de relatief stabiele kuststaten als Senegal, Ghana, Ivoorkust en Benin. De versterking van de ring van stabiliteit rond de Sahel past bij de inzet op preventie, veerkracht, inclusieve groei en het voorkomen van verdere spill-overs van fragiliteit en conflict. Er worden in de West-Afrikaanse kuststaten nadrukkelijk kansen gezien voor het Nederlandse bedrijfsleven, bijvoorbeeld bij de havenontwikkeling, in de logistiek en in de energie-, water- en klimaatbestendige infrastructuur. Ambassades in de regio zijn hier dagelijks actief mee bezig en werken samen met partners als Invest International in dat gebied. Dan heb ik nog het blokje "OS" waarbij ik wil vermelden dat dit niet mijn portefeuille is, maar ik wel mijn best ga doen om zo veel mogelijk vragen te beantwoorden. De heer Stoffer vroeg naar de betrokkenheid van kerkleiders bij humanitaire steun in de brede regio. Die is zeker belangrijk. Lokale gemeenschappen en leiders, waaronder religieuze leiders, spelen een cruciale rol. Gelukkig wordt dit inzicht ook door de hulporganisaties gedeeld. Het betrekken van lokale actoren is een van de manieren die worden ingezet om de meest kwetsbaren te identificeren en te bereiken. De heer Stoffer vroeg naar de oproep om te investeren in jongerenwerkgelegenheid, voedselverwerkende industrie et cetera. Samen met de VN-instellingen en partners verbetert Nederland als onderdeel van de centrale focus van de OS-inzet toegang tot basisvoorzieningen, zoals het verbeteren van toegang tot schoon water, voedselzekerheid, rurale jongerenwerkgelegenheid et cetera. Die thema's zitten dus in de aanpak. Daarnaast is de Sahel ook een belangrijke regio voor de Nederlandse klimaatinzet. Daar kom ik zo nog op terug, ook naar aanleiding van een vraag van de heer Van der Lee. Mevrouw Rajkowski vroeg welke ruimte het kabinet ziet om ontwikkelingssamenwerking en partnerschappen transactioneler in te richten. Nederland zet zich langs de routes in de Sahel in voor de opvang in de regio, het beschermen van migranten en vluchtelingen, het tegengaan van mensenhandel en -smokkel, het faciliteren van vrijwillige terugkeer en herintegratie. Deze inzet komt naar voren in verschillende programma's, zoals de International Organization for Migration, gericht op vrijwillige terugkeer, en de UN Office on Drugs and Crime ten behoeve van het tegengaan van mensensmokkel en mensenhandel. Daarnaast zullen we de vluchtelingenopvang in Niger de komende jaren extra versterken. Nederland zal dit jaar met 10 miljoen euro de inzet versterken in Tsjaad voor opvang in de regio. Tegelijkertijd voert Nederland actieve diplomatieke gesprekken in Noord-Afrika over het versterken van migratiemanagementsystemen. Mede in dat kader zal ik in november naar Algerije afreizen. Mevrouw Van Ark vroeg hoe we voorkomen dat de afbouw van OS in die regio van de Sahel juist factoren versterkt die instabiliteit voeden. Op de inzet van het thema veiligheid en rechtsorde in de Sahel wordt niet bezuinigd. Er wordt binnen dit thema juist sterk ingezet op het tegengaan van instabiliteit. Dat doen we onder andere door het verbeteren van de veiligheidssector, lokale toegang tot het recht en conflictbeslechting. Ook wordt de inzet op water- en voedselzekerheid directer ingezet ter voorkoming van conflict. Hiermee verbeteren we de veiligheid en ook de weerbaarheid van gemeenschappen en jongeren, waardoor ze minder vatbaar zijn voor desinformatie of criminaliteit. Het gaat natuurlijk niet alleen om de Nederlandse inzet. We werken nadrukkelijk samen met de EU, met internationale organisaties en met het maatschappelijk middenveld, lokale overheden en in regionaal verband. En er vindt meer samenwerking plaats met de omliggende West-Afrikaanse kuststaten om met hun inzet juist de stabiliteit verder te versterken. De heer Van der Lee vroeg naar het jongerenengagement in de Sahel, gezien de jonge bevolking. Jongeren worden gedurende de programma's op verschillende wijzen meegenomen, in zowel ontwikkeling als uitvoering, juist ook vanwege het grote aandeel van jongeren in de bevolking. Met die inzet richt Nederland zich onder meer op het versterken van rurale jeugdwerkgelegenheid en verbeterde toegang voor jongeren tot gezondheidszorg. Ook in gezondheidsprogramma's met onder andere de Wereldbank en UNICEF zijn jongeren, met name jonge vrouwen, een belangrijke doelgroep. Mevrouw Van Ark vroeg naar maatschappelijke organisaties en de bredere bezuinigingen. Bezuinigen betekent niet dat Nederland niet meer met lokale partners werkt. Lokale partners zijn goed gepositioneerd en kennen de context. Daarom werken onze ambassades met ze samen, juist om effectiever te zijn in de regio. Ook na de bezuinigingen houden ambassades toegang tot middelen om juist met lokale organisaties te werken, bijvoorbeeld toegang tot het recht om zo stabiliteit te bevorderen. De heer Van der Lee vroeg naar de extra inspanningen in het licht van El Niño die op de regio afkomt en de eventuele gevolgen daarvan. Het kabinet vindt dat Nederland zich moet inzetten voor mensen in nood in de Sahel. Onze meerjarige flexibele bijdragen stellen hulporganisaties zoals de VN en het Rode Kruis in staat om snel en adequaat te reageren op plotselinge veranderingen, ook in de Sahelregio, gericht op de hoogste noden. Ook blijft Nederland in diplomatieke contacten en fora pleiten voor respect, humanitair oorlogsrecht, humanitaire toegang en de veiligheid van burgers en hulpverleners. Ik heb zojuist al vermeld dat onderdelen als toegang tot water, voedselprogramma's, voedselzekerheid et cetera nadrukkelijk onderdeel zijn van de programma's die we daar uitvoeren. De heer Van Roon vroeg naar de effectiviteit van het ... De voorzitter: Het is de heer De Roon. Minister Berendsen: Sorry, de heer De Roon. Nou, dit is niet het eerste debat dat wij gevoerd hebben. Dat lag aan de snelheid. Excuses. De heer De Roon vroeg naar de effectiviteit van het geld dat daar de afgelopen decennia naartoe is gegaan. Er wordt jaarlijks aan uw Kamer verantwoording afgelegd over de inzet en de behaalde resultaten op OS, ook in de Sahelregio. Met de beperkte middelen die we hebben, is onze invloed natuurlijk beperkt. Daar is enige jaren geleden kritisch op gereflecteerd. Sindsdien is ons beleid meer gefocust, langduriger en meer conflictsensitief. Programmatische, diplomatieke en ook militaire inzet wordt meer geïntegreerd ingezet. Hierbij zet Nederland zich in op het tegengaan van irreguliere migratie, ook naar Europa. De heren Bamenga en Van der Lee vroegen hoe we de inzet op lokaal bestuur borgen. Dit overlapt een beetje met de vragen die hiervoor zijn gesteld. Lokaal bestuur en de democratische rechtsstaat zijn essentieel, juist in de landen waar we het over hebben. We zetten binnen meerjarige OS-programma's onverminderd in op deze onderwerpen. We moeten ook realistisch zijn en beseffen dat door lastige omstandigheden niet alles mogelijk is. Ook wordt de programmering waar mogelijk ingezet om bij te dragen aan het creëren van economisch perspectief op bijvoorbeeld het terrein van voedselzekerheid, maar dat had ik zojuist al genoemd. Voorzitter. Dit was ons inziens de beantwoording van de vragen die zijn gesteld. De voorzitter: Is er behoefte aan een interruptie of wilt u een tweede termijn? Ik zie als eerste de heer De Roon. De heer De Roon (PVV): Ik had ook nog een vraag gesteld die ik niet beantwoord heb gehoord. Dat is een vraag over de passage in uw brief waarin wordt gesteld dat steeds meer landen in de Russische invloedssfeer komen, wat Rusland in staat stelt om vanuit de Sahel Europese landen te destabiliseren. Mijn vraag is erop gericht erachter te komen of dit nu al gebeurt. Hebben we daar voorbeelden van of aanwijzingen voor? Graag een reactie van de minister. Minister Berendsen: Concreet zijn er twee zaken waar we rekening mee moeten houden. Eén. Het creëren van instabiliteit daar zorgt ervoor dat er migratiestromen richting Europa komen. Ik hoef de heer De Roon niet uit te leggen hoe vatbaar wij zijn voor migratiedruk in onze samenleving. Twee. Er zijn aanwijzingen dat bronnen van desinformatie vanuit die regio richting Europa verspreid worden. De voorzitter: De heer De Roon. De heer De Roon (PVV): Kunt u dat niet toelichten met voorbeelden? Minister Berendsen: Dat kan ik op dit moment hier niet verder toelichten. De heer Bamenga (D66): Dank aan de minister voor het antwoorden. Ik begon mijn betoog met het spreken over de gebeurtenissen van 25 april in Bamako. Ik wil van de minister weten in hoeverre de minister ziet dat hetzelfde ook in andere gebieden zou kunnen gebeuren, zoals in andere miljoenensteden als Ouagadougou. Minister Berendsen: Dat vind ik vanuit mijn parate kennis lastig om te voorspellen. Wat ik wel uit mijn gesprekken heb meegekregen is dat de insteek van verschillende groeperingen niet dezelfde is. In Mali wordt op dit moment niet gezien dat aan Al Qaida gerelateerde groepen van plan zouden zijn de hoofdstad over te nemen of andere steden aan te vallen. Tegelijkertijd, zoals ik net al heb aangegeven, is de dynamiek groot en zijn er veel verschillende groeperingen en veel verschillende bewegingen. Voorspellen kan niet, maar ik denk dat we met z'n allen kunnen concluderen dat het een situatie is die we nauw moeten blijven volgen. Dat is ook de reden dat, ondanks dat onze effectiviteit in de regio minder wordt en we onze inzet anders richten, het heel belangrijk blijft om aanwezig te blijven, zodat we ook letterlijk met eigen ogen kunnen zien wat er in de regio gebeurt en waar eventueel actie nodig is. De voorzitter: Nog een vervolgvraag? Dit kan ook in tweede termijn, maar u mag hem ook nu stellen. De heer Bamenga. De heer Bamenga (D66): Ik hoor heel goed wat de minister zegt. Ik zeg niet per se dat ik het daarmee oneens ben, maar wil wel weten of de minister ook die spanning voelt dat juist daar waar de veiligheid steeds minder is, we minder gaan doen en we wellicht aan de randen meer gaan doen. Daarmee kunnen we er dus wel voor zorgen dat het in dat epicentrum niet verder indamt, maar wel stabiliseert. Ik doel dan op de gevaren en de onveiligheid. Hoe kijkt de minister tegen die spanning aan? Minister Berendsen: Ik denk dat het ook een discussie is over effectiviteit. In de Sahellanden hebben we gezien dat Europese partijen, Frankrijk voorop, letterlijk zijn weggeduwd. Onze inzet is erop gericht dat we aanwezig blijven en dat we onze programma's, de connectie met het maatschappelijk middenveld, blijven benutten. Door meer te doen in de landen eromheen — die landen hebben invloed op de Sahellanden — kunnen we hen ondersteunen in het bevorderen van de stabiliteit. Dit zou op dit moment effectiever kunnen zijn dan wanneer wij dat als Europese partijen op die manier ook zouden doen. Ik denk dat de zorg hetzelfde is, maar dat onze inzet anders wordt, echter nog wel steeds gericht op zo effectief mogelijk bijdragen aan het bevorderen van de stabiliteit. De voorzitter: Dank aan de minister voor zijn beantwoording in eerste termijn. Ik kijk even naar de leden. Is er behoefte aan een tweede termijn? Ja? De heer Stoffer niet? De heer Stoffer (SGP): Heel kort. Het is goed dat we dit debat hebben. Dank voor de beantwoording. Ik begrijp dat niet ieder ding tot in detail uitgekristalliseerd kan worden. Jammer dat het gesprek met de premier van Nigeria niet is doorgegaan, maar ik merk wel de inzet. Ik hoop dat we als kabinet en Kamer daarin samen kunnen blijven optrekken. Ik kom er wellicht bij de begroting nog op terug, dus ik hoef nu geen tweeminutendebat. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bamenga, D66. De heer Bamenga (D66): Ik zal het kort houden. Dank aan de minister en ik heb verder geen inbreng. De voorzitter: Mevrouw Rajkowski namens de VVD. Mevrouw Rajkowski (VVD): Dank voor de beantwoording. Ik heb geen behoefte aan een tweeminutendebat. De voorzitter: Mevrouw Van Ark. Mevrouw Van Ark (CDA): Dank aan de minister voor de antwoorden. Ik heb vandaag veel gesproken over de religieuze geletterdheid. Ik zie dat de minister de belangrijkheid daarvan inziet. Ik denk dat het geen OS-verhaal moet zijn, maar juist een verhaal over hoe we gaan zorgen dat religieuze geletterdheid wordt gebruikt voor veiligheid en stabiliteit in die regio. Ik hoop dat we meer kunnen doen dan straks alleen die leergangen en dat de minister het echt meeneemt om te zorgen dat Nederland het voortouw neemt op dit gebied, samen met Europese partners. Volgens mij had de minister beloofd terug te komen op hoe het met die leergang zit en of het geld dat de Kamer hiervoor heeft gereserveerd, gebruikt gaat worden om het ook binnen BZ door te trekken. De voorzitter: De heer De Roon. De heer De Roon (PVV): In de eerste plaats zou ik aan de minister willen vragen of hij bereid is na te gaan of hij ons een vertrouwelijke brief zou kunnen doen toekomen over die Russische beïnvloeding of door Rusland aangestuurde beïnvloeding ten opzichte van Europese landen, die dus ondermijnende doelen heeft. Als dit niet kan, hoor ik dat ook graag. Dan zullen we kijken wat we misschien dan nog kunnen ondernemen. Voor de rest wil ik reageren op een vervolg van dit debat. Wij, de PVV, onderkennen uiteraard de gigantische humanitaire problemen en veiligheidsproblemen in de Sahel. We hebben ook veel waardering voor de mensen die ondanks alles toch proberen om er daar nog het beste van te maken. Daar gaat het niet om. Maar wij zien wel dat het nog in geen honderd jaar gaat lukken — dat is natuurlijk een spreekwoordelijke uitdrukking — om de directe en indirecte oorzaken van de wantoestanden en problemen in de Sahel op te lossen. Oorzaken als wanbestuur, islamisme, tribalisme, corruptie, armoede, gebrekkig onderwijs, buitenlandse beïnvloeding en nepotisme, en dat dan dus in de hele regio: daar verander je niets aan. Het wegnemen van die oorzaken zou, ons inziens, onbegonnen werk zijn. Wat Nederland daarbij onderneemt — nogmaals, ik heb veel waardering voor de mensen die zich daarvoor op allerlei manieren inzetten — lijkt mij een druppel op de gloeiende plaat. Ik heb, eerlijk gezegd, eenzelfde beeld als het gaat om wat er vanuit heel Europa wordt gedaan om een beetje meer rust te scheppen in de Sahelregio. Voorzitter. Ik denk, eerlijk gezegd, zelf dat er een heel groot en breed programma, gedragen door veel landen met veel geld en kracht, nodig zou zijn om het daar een beetje in goede banen te leiden. Dat is een programma waarvan ik zou zeggen dat het waarschijnlijk veel groter is dan de Marshallhulp voor Europa na de Tweede Wereldoorlog ooit is geweest. Dat leidt er voor mij toch toe dat ik wel een tweeminutendebat wil aanvragen. De voorzitter: Dat is genoteerd. U heeft een interruptie van mevrouw Rajkowski. Mevrouw Rajkowski (VVD): Dank. Het volgende kan misschien nog helpen. We hebben in 2021 of 2022 Frances Haugen in de Tweede Kamer gehad. Zij werkte bij Facebook. Zij heeft toen een aantal voorbeelden gegeven van hoe desinformatie werkt via een platform als Facebook en hoe dat wordt ingezet om onrust in een regio te creëren. Daar zaten ook Sahellanden bij. Je zag heel goed dat er verhalen werden gestart dat het ene dorp het andere wilde aanvallen, wat helemaal niet zo was, maar waardoor het andere dorp dacht: "O, we gaan aangevallen worden. Laten we hen dan maar eerst aanvallen." Het zijn vaak andere landen die profiteren van onrust in de regio dan de landen waarin de onrust zich afspeelt. Dat zijn dus openbare voorbeelden, die misschien ook makkelijk terug te vinden zijn. De heer De Roon (PVV): Mag ik daar nog op reageren? Dank voor deze attendering. Het is goed om te weten dat dat zich daar allemaal afspeelt, maar dan gaat het dus om destabilisering in die landen. Mijn vraag is gericht op destabilisering vanuit de Sahelregio, gericht op Europa. Dan denk ik niet zozeer aan het op gang brengen van een immigratiestroom, maar aan andere manieren waarop het ook gebeurt. De minister heeft bevestigd dat die andere manieren er zijn, maar kon hier niet zeggen welke dat zijn. Ik zou dat wel graag willen weten. Ik wil daar graag een beeld van hebben. Ik wil niet alleen weten wat er nou gebeurt, maar ook wat de omvang daarvan is en of het zich ook op Nederland richt. Voor zover daarover iets met ons vertrouwelijk gedeeld kan worden, zou ik dat zeer op prijs stellen. De voorzitter: Dank. Meneer Stoffer, wilt u even het voorzitterschap overnemen? Voorzitter: Stoffer De voorzitter: Jazeker, meneer Van der Lee. Gaat uw gang voor uw tweede termijn. De heer Van der Lee (PRO): Dank u wel. Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik ben blij met de brief, maar ook met het feit dat we er toch even aandacht aan geven. Ik snap de enorme complexiteit. Ik heb nog wel een vraag over de capaciteit van de posten. 40% reductie is echt heel fors. Het is ook meer dan, zeg maar, de kaasschaafbezuiniging die opgelegd was aan Buitenlandse Zaken, die trouwens ook een beetje door de Kamer is teruggebracht. Ik kan me ook voorstellen dat dat mede het gevolg is van het feit dat er een nieuwe post wordt geopend in Tsjaad. Ik snap ook de samenhang: je wilt effectief zijn en het kan minder in de landen zelf en meer in de regio. Maar ik ben wel benieuwd in hoeverre daar nou flexibiliteit in zit. Stel dat er in een van die landen toch een gunstige verandering ontstaat, is het dan mogelijk om de capaciteit snel op te schalen? Zijn daar al afspraken over gemaakt? Wordt daarover nagedacht? De minister gaf namelijk zelf al aan hoe dynamisch het daar kan zijn. Dat hoeft niet alleen maar ten negatieve te zijn. Ik hoop dat de minister daar nog even op in wil gaan. Dank. De voorzitter: Dank u wel. Dan krijgt u het voorzitterschap weer terug. Voorzitter: Van der Lee De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar de minister om te zien of hij gelijk kan antwoorden in de tweede termijn. Gaat uw gang. Minister Berendsen: Voorzitter, dank. Het volgende wat betreft de leergang. Daar doen ook volop BZ-deelnemers aan mee. Ik ben nog steeds mijn weg een beetje aan het vinden in de systematiek van de Kamer. Als één Kamerlid een tweeminutendebat aanvraagt, komt er dan een tweeminutendebat? De voorzitter: Dat klopt. Minister Berendsen: Dan kom ik er dan nog even iets uitgebreider op terug, want ik wil dat goed beantwoorden. Dat zal ik ook doen voor de vraag van de heer De Roon. Ik was een beetje aan het stoeien met wel of geen openbare bronnen, maar ik kom in het tweeminutendebat terug op de desinformatie richting Europa. Daar zijn namelijk, inderdaad, voorbeelden van. Ik ga even kijken wat ik daar in het tweeminutendebat over kan delen. Voor wat betreft de capaciteit op de posten is het nu, gezien de situatie, een bewuste keuze om te verschuiven. We moeten natuurlijk in algemene zin iets minder doen, maar we verschuiven en in de regio hebben we een wat versterkte inzet. En natuurlijk is het zo dat we, op het moment dat we ambassades behouden en de situatie verandert, ook mogelijkheden hebben om daarin te schuiven. Dat is dan wel echt situatieafhankelijk en uiteindelijk altijd gericht op: waar, met welke mensen en op welke wijze zijn we het meest effectief? De voorzitter: Dank u wel. Dan concluderen we dat een tweeminutendebat is aangevraagd door de heer De Roon. Dat gaan we melden aan de Griffie. De heer De Roon wordt dan ook als eerste spreker ingeschreven. De minister heeft toegezegd daarin wat meer informatie te geven. Hij heeft daarmee geen toezegging gedaan voor een aparte brief. Dat hoeven we dan ook niet te noteren. Dan wachten we dat af. Verder zijn er geen andere toezeggingen gedaan. Dank aan de minister en aan de leden. Ik sluit deze vergadering. Sluiting 16.31 uur. ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag CD van 1 oktober 2026 Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: [email protected] Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: [email protected] ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag CD van 1 oktober 2026 1

Versie 0ea4f50a6fc401c95f59010842bdf72a3a0a39f073e8c37fbc3e9bac625118da · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · c5f2d910857ac7cb

13 okt 2026 · dbe77e0b532dfa13

Gegevens

Soort document
Verslag van een commissiedebat
Datum
1 oktober 2026
Vergaderjaar
2026-2027
Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Besproken tijdens · Officiële koppeling

Sahelregio

Conceptverslag Sahelregio

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.