Opvolging onderzoeken datakluis
Brontekst
Versie 947ba6bbe6378c17 · officiële bronGeachte voorzitter, Tijdens het debat van 10 september jl. over de datakluis is met uw Kamer indringend gesproken over de datakluis en de vervolgstappen naar aanleiding van het rapport van BDO en de werkzaamheden van de externe onafhankelijke commissie onder leiding van beoogd voorzitter mevrouw Maatoug. Een belangrijk en breed gedeeld aandachtspunt in het debat was de onafhankelijkheid van deze onderzoeken. Het kabinet onderkent de ernst van deze vragen en het belang dat de onafhankelijkheid van de onderzoeken buiten twijfel staat. In het debat heb ik goed gehoord dat de vragen die voorliggen niet alleen antwoorden behoeven, maar ook om een aanpak vragen waarvan de onafhankelijkheid en zorgvuldigheid boven twijfel verheven zijn. Dit komt ook tot uitdrukking in de motie van het lid Dijk c.s., waarin de regering wordt verzocht de commissie Maatoug buiten het ministerie van Financiën te positioneren en zo te waarborgen dat de commissie onafhankelijk, grondig en met voldoende tijd, capaciteit en middelen haar werkzaamheden kan uitvoeren.[voetnoot 1] Het is helder dat relevante signalen serieus moeten worden onderzocht, dat de onafhankelijkheid daadwerkelijk is gewaarborgd en dat bevindingen transparant op tafel komen. De Kamer moet erop kunnen vertrouwen dat zij over de informatie beschikt die zij nodig heeft om haar controlerende taak uit te oefenen. En ouders en andere betrokkenen moeten erop kunnen vertrouwen dat relevante informatie niet opnieuw buiten beeld blijft. In het debat heb ik daarom toegezegd uw Kamer nader te informeren over de inrichting en samenhang van de verschillende vervolgonderzoeken. Ik kan u melden dat het ministerie van Defensie het opdrachtgeverschap over de externe commissie op zich zal nemen. Om ook de onafhankelijkheid van het vervolgonderzoeken van BDO buiten twijfel te stellen zal het ministerie van Defensie ook het opdrachtgeverschap van BDO op zich nemen. De politieke verantwoordelijkheid voor het dossier blijft ongewijzigd bij de staatssecretaris van Financiën. Mede namens de staatssecretaris Herstel Toeslagen geef ik met deze brief invulling aan genoemde toezegging, waarbij ik in het bijzonder in ga op de borging van de onafhankelijkheid, de instelling van de externe commissie, de opdrachtverlening van BDO en kort over de rol van de Inspectie Belastingen Toeslagen en Douane (IBTD). Onafhankelijkheid Ik hecht eraan dat de onderzoeken met voldoende afstand tot het ministerie van Financiën worden uitgevoerd, zodat de integriteit en onafhankelijkheid van beide onderzoeken buiten twijfel staan. Het onderbrengen van het opdrachtgeverschap van de externe commissie en het vervolgonderzoek door BDO bij het ministerie van Defensie biedt een passende oplossing voor het waarborgen van onafhankelijkheid bij de uitvoering van deze onderzoeken en sluit aan bij de brede behoefte van uw Kamer. De herpositionering laat onverlet dat de ministeriële verantwoordelijkheid bij het ministerie van Financiën blijft. BDO bepaalt binnen de overeengekomen opdracht zelfstandig de onderzoeksaanpak, werkzaamheden, bevindingen en conclusies. Deze zelfstandige positie wordt daarnaast ondersteund door de professionele standaarden en onafhankelijkheidsvereisten die voor BDO als accountantsorganisatie gelden. Het ministerie van Defensie treedt op als opdrachtgever en fungeert als aanspreekpunt voor de uitvoering van de onderzoeken. Het ministerie van Financiën heeft geen inhoudelijke zeggenschap over de uitvoering, beoordeling van onderzoeksbevindingen of rapportage van resultaten. BDO rapporteert haar bevindingen rechtstreeks aan het ministerie van Defensie. Concreet betekent dit dat de externe commissie en BDO betrokken medewerkers kunnen spreken en noodzakelijke toelichting, documentatie en aanvullende digitale ondersteuning kunnen opvragen. Het ministerie van Financiën verleent hieraan volledige en tijdige medewerking. Voor de uitoefening van mijn politieke verantwoordelijkheid ontvang ik via de minister van Defensie informatie over de voortgang, werkwijze en besteding van middelen. Deze afspraak geeft geen recht op inzage in interne beraadslagingen, conceptbevindingen of vertrouwelijke verklaringen van de commissie en geeft geen bevoegdheid om haar onderzoek inhoudelijk te sturen. Wettelijke informatieverplichtingen blijven onverlet. Voor BDO worden de informatieafspraken afzonderlijk vastgelegd met behoud van diens zelfstandige onderzoeksverantwoordelijkheid. De commissie Datakluis en afgeschermde omgevingen Belastingdienst en de onderzoeken van BDO hebben ieder een eigen opdracht en reikwijdte. Tegelijkertijd kunnen de onderzoeken op momenten elkaar raken. Wanneer BDO in het kader van zijn onderzoek stuit op informatie die relevant kan zijn voor de opdracht van de externe commissie, wordt deze met de commissie gedeeld. Omgekeerd kan de commissie informatie met BDO delen die naar haar oordeel relevant kan zijn voor de onderzoeken van BDO. De commissie en BDO stemmen hierover rechtstreeks met elkaar af. Zij bepalen daarbij ieder zelfstandig welke betekenis zij aan de ontvangen informatie geven en of deze aanleiding geeft tot nader onderzoek binnen de eigen opdracht. Zo wordt geborgd dat relevante signalen de juiste opvolging krijgen, terwijl verantwoordelijkheid en onafhankelijkheid van beide onderzoeken behouden blijven. De externe commissie kan informatie en onderzoeksdocumentatie van BDO en het huidige projectteam zelfstandig beoordelen. De uitwisseling van informatie maakt de commissie niet afhankelijk van de afbakening, voortgang of conclusies van andere onderzoeken. Commissie Datakluis en afgeschermde omgevingen Belastingdienst De commissie Datakluis en afgeschermde omgevingen Belastingdienst zal naar verwachting in het najaar 2026 van start gaan onder leiding van beoogd voorzitter mevrouw Maatoug. De commissie wordt ingesteld voor twee jaar. De minister van Defensie zal zorgen voor de vaststelling van het instellingsbesluit van de commissie. De commissie richt zich op de inhoud van de afgeschermde omgevingen waaronder de datakluis, verricht haar onderzoek onafhankelijk en bepaalt haar eigen onderzoeksaanpak. Het is aan mevrouw Maatoug om de commissie en ondersteunende staf zelfstandig samen te stellen, waarbij objectiviteit, onafhankelijkheid, deskundigheid en relevante ervaring gewogen worden in de gezochte profielen voor de juiste samenstelling. Het ministerie van Defensie en ik hebben hier geen zeggenschap over. De beoogd voorzitter heeft hierin aangegeven dat naar het geheel van de commissie wordt gekeken en kennis van de Parlementaire Enquête Fraudebeleid en Dienstverlening (PEFD), ICT en juridische achtergrond competenties zijn die een rol spelen bij de werving van de commissie. Binnen haar opdracht bepaalt de commissie zelfstandig haar onderzoeksvragen, werkwijze en prioriteiten. Het ministerie van Defensie heeft geen inhoudelijke zeggenschap over het onderzoek, net zo min als het ministerie van Financiën. De commissie bepaalt tevens welke informatie en onderdelen van afgeschermde omgevingen voor haar onderzoek relevant zijn. Dit betekent concreet dat de commissie toegang krijgt tot alle informatie die zij voor de uitvoering van haar taak noodzakelijk acht, inclusief informatie waarop fiscale geheimhouding rust, binnen de daarvoor geldende wet- en regelgeving. De commissie kan betrokken medewerkers spreken en noodzakelijke toelichting, documentatie en aanvullende digitale ondersteuning (op)vragen. Het ministerie van Financiën verleent hieraan volledige en tijdige medewerking. De onderzoeksopdracht omvat de afgeschermde omgevingen, waaronder de datakluis en daarmee samenhangende informatiebronnen en de betekenis van aangetroffen informatie voor eerdere informatieverzoeken, parlementaire onderzoeken en de positie en het herstel van betrokkenen. Voor een nadere toelichting op de onderzoeksopdracht, bijbehorende uitvoeringsafspraken en waarborgen verwijs ik u naar de bijlage. De commissie bepaalt zelfstandig de inhoud, vorm en het moment van haar rapportages en publicaties. Zij kan op verzoek van uw Kamer of uit eigen beweging rechtstreeks met uw Kamer communiceren en tussentijds relevante bevindingen delen. Hiervoor is geen voorafgaande inhoudelijke goedkeuring vereist van het ministerie van Defensie of het ministerie van Financiën. Ook kan de commissie wezenlijke belemmeringen in haar onderzoek rechtstreeks aan uw Kamer melden. Haar zelfstandige publicatie wordt niet afhankelijk gesteld van een kabinetsreactie. De minister van Defensie legt de hiervoor beschreven afspraken vast in het instellingsbesluit. Waar bevindingen aanleiding kunnen geven tot herstel of andere concrete actie, worden deze met inachtneming van de wettelijke voorschriften aan de bevoegde uitvoerder overgedragen. Ik zorg ervoor dat binnen een met de commissie afgesproken termijn duidelijk wordt welke beoordeling en actie daarop volgen. Het delen van deze bevindingen hoeft niet te wachten op het eindrapport. De betrokken uitvoerder blijft verantwoordelijk voor individuele besluiten en rechtsbescherming. Hersteloperatie en gedupeerde ouders Dit geldt nadrukkelijk ook voor bevindingen die relevant zijn voor ouders die zijn getroffen door de toeslagenaffaire. Gelet op de ingrijpende gevolgen die deze affaire voor hen heeft gehad, vind ik het van groot belang dat als nieuwe informatie naar boven komt die licht werpt op wat er is gebeurd, deze zorgvuldig en transparant wordt behandeld. Ik zal hierbij ook het verzoek van het lid Van Dijk om advocaten, die ouders vertegenwoordigen, te betrekken bij het onderzoek doorgeleiden aan de voorzitter van de externe commissie en aan BDO. Zoals de staatssecretaris Herstel Toeslagen tijdens het debat van 10 september jl. heeft aangegeven, heeft de datakluis geen negatieve invloed op eerder genomen besluiten over de gedupeerdheid van ouders. Ook heeft zij geen gevolgen voor de hersteloperaties: ouders kunnen hun hersteltraject onverkort voortzetten. Uitgangspunt hierbij blijft dat de afwikkeling van aanvullende schade gebaseerd blijft op het verhaal van de ouder en niet op eventueel in de datakluis aanwezige informatie. Mocht in de datakluis informatie over ouders worden aangetroffen, dan hoeven zij zich niet zelf te melden om daarover duidelijkheid te krijgen. Zij worden hierover geïnformeerd. Ook als de informatie in de datakluis aanleiding geeft tot aanvullend herstel, bovenop op het herstel dat al bij beschikking of overeenkomst (vso) is vastgesteld, worden zij hierover proactief benaderd. Opvolging aanbevelingen uit het rapport van BDO Het rapport van BDO heeft duidelijk gemaakt dat de Belastingdienst niet adequaat heeft gehandeld toen de datakluis had moeten worden meegenomen in de zoekslag ten behoeve van de PEFD of andere informatieverzoeken. Ook laat het onderzoek zien dat na het opnieuw in beeld komen van de datakluis, het lang heeft geduurd voordat de informatie juist, tijdig en volledig mogelijk uw Kamer heeft bereikt. Het rapport geeft drie aanbevelingen voor vervolgonderzoek. Het kabinet neemt deze aanbevelingen onverkort over. Om die reden zal het ministerie van Defensie na overleg met BDO-opdracht verlenen voor de opvolging van deze aanbevelingen gericht op het achterhalen waar dit verkeerd heeft kunnen gaan en op toekomstbestendige informatievoorziening, die voldoet aan de eisen van transparantie, verantwoording en betrouwbaarheid. Hieronder wordt ingegaan op de drie vervolgonderzoeken: Het verkrijgen van inzicht in afgeschermde omgevingen en vergelijkbare informatiebronnen Het eerste vervolgonderzoek richt zich op het verkrijgen van inzicht in de afgeschermde omgevingen en vergelijkbare informatiebronnen binnen het ministerie van Financiën. Dit onderzoek biedt een basis voor verdere analyse van de werking en borging van de informatievoorziening. De motie van het lid Moinat zal hierbij worden betrokken.[voetnoot 2] Onderzoek naar signalen in het proces van informatievoorziening Het tweede onderzoek heeft tot doel inzicht te bieden in de feitelijke werking van het informatievoorzieningsproces, met name de wijze waarop signalen over relevante informatiebronnen worden herkend en opgevolgd. Uit het BDO-rapport zijn signalen naar voren gekomen dat in het kader van informatie-uitvragen, zoals bij de PEFD, is gewezen op het bestaan van de datakluis. Dit roept de vraag op in hoeverre dergelijke signalen structureel onderdeel uitmaken van het proces en hoe deze binnen de bestaande governance worden verwerkt. Het beoordelen van de inrichting en governance van het proces van informatievoorziening Het derde onderzoek richt zich op de inrichting en governance van het proces van informatievoorziening. Dit onderzoek heeft een normatief karakter en is gericht op de vraag in hoeverre het proces zodanig is ontworpen en geborgd dat volledige, controleerbare en reproduceerbare informatieverstrekking structureel wordt gewaarborgd Het debat met uw Kamer van 10 september jl. heb ik afgewacht alvorens BDO een definitieve opdracht voor het vervolgonderzoek te verstrekken. Mede gelet op de in het debat terecht geuite vragen en zorgen over onafhankelijkheid, acht ik het niet passend dat het ministerie van Financiën als direct betrokkene zelf opdrachtgever is voor deze onderzoeken vandaar de keuze om het te beleggen bij het ministerie van Defensie. Het ministerie van Defensie zal dan ook de definitieve opdracht formuleren en verstrekken. BDO voert de onderzoeken uit met behoud van een zelfstandige verantwoordelijkheid voor onderzoeksopzet, uitvoering, bevindingen en conclusies. Zodra de opdracht aan BDO is verleend, zal ik uw Kamer hierover informeren, inclusief bijbehorende planning. Op basis van het rapport van BDO en de feiten die mij op dit moment bekend zijn, zie ik geen redelijk vermoeden van een ambtsmisdrijf. Het doen van aangifte van een ambtsmisdrijf is een ingrijpende stap. Het zou enkel gepast zijn om aangifte van een misdrijf te doen wanneer kennis is gekregen van een strafbaar feit. Daarvoor is bepalend of naar objectieve maatstaven een 'redelijk vermoeden' bestaat dat een bepaald misdrijf is gepleegd. Een redelijk vermoeden moet voortvloeien uit objectieve feiten en omstandigheden. Dat binnen het ministerie van Financiën mogelijk fouten zijn gemaakt, betekent op zichzelf niet dat sprake is van strafbaar handelen. Mochten uit de vervolgonderzoeken nieuwe feiten of omstandigheden naar voren komen, dan zal ik deze opnieuw (juridisch) beoordelen en waar nodig handelen, zoals de motie van het lid Van Eijk c.s. ook verzoekt[voetnoot 3]. IBTD De IBTD heeft aangekondigd actief toezicht te houden op de opvolging van de aanbevelingen uit het onderzoek van BDO en wordt betrokken bij de nadere uitwerking van de drie aangekondigde vervolgonderzoeken. In het bijzonder zal de IBTD hierbij aandacht hebben voor de governance, besluitvorming, organisatiecultuur en de opvolging van signalen. Tot slot Met het onderbrengen van de externe commissie en het vervolgonderzoek van BDO bij het ministerie van Defensie geef ik uitvoering aan de breed gedragen wens om de onafhankelijkheid van beide onderzoeken te borgen. Uiteraard zal aan beide onderzoeken volledige medewerking worden verleend. Uw Kamer wordt over de voortgang geïnformeerd. Hoogachtend, de staatssecretaris van Financiën, Eelco Eerenberg Motie van het lid Dijk, Kamernummer 31066, nr. 1558 Motie van het lid Moinat, Kamerstuk 31 066, nr. 1563 Motie van het lid Van Eijck c.s. Kamerstuk 31066 nr. 1564 Ons kenmerk 2026-0000391473 Pagina 2 van 2 > Retouradres POSTBUS 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Datum 29 september 2026 Betreft Opvolging onderzoeken datakluis Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag POSTBUS 20201 2500 EE Den Haag Ons kenmerk 2026-0000391473 Uw brief (kenmerk) Bijlagen 1.Taakomschrijving externe commissie Pagina 1 van 1
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.