Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid (WSB) d.d. 9 maart 2026 (Kamerstuk 21501-31-814)
Brontekst
Versie f15d177323000da7 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 815 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 2 maart 2026 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid over de brief van 25 februari 2026 over degeannoteerde agenda Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid(WSB) d.d. 9 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-31, nr. 814).De vragen en opmerkingen zijn op 26 februari 2026 aan de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid voorgelegd. Bij brief van 2 maart 2026is een deel van de vragen beantwoord. De overige vragen zullen op eenlater moment worden beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,StultiensAdjunct-griffier van de commissie,Van den Broek kst-21501-31-815ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8151 InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie vande bewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie9Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie9 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deGeannoteerde agenda Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid(WSB) d.d. 9 maart 2026. Naar aanleiding hiervan hadden deze ledenenkele vragen.In de paragraaf over de Coördinatieverordening Sociale Zekerheidlezen de leden van de D66-fractie dat de Minister schrijft dat ophet moment van schrijven van de Geannoteerde agenda eeneerste concept-wettekst voor de herziening van de verordening isverspreid door het Cypriotische voorzitterschap en dat deze tekstnader bestudeerd moet worden. Kan de Minister inmiddels meerzeggen over de inhoud van het voorstel? In antwoorden op hetschriftelijke overleg naar aanleiding van de Informele Raad WSBd.d. 12–13 februari 2026 te Cyprus lezen de leden van deD66-fractie dat de Minister vindt dat de voorgestelde verruimingvan de export van werkloosheidsuitkeringen niet aansluit bij hetdoel van werkloosheidsuitkeringen als tijdelijke loondervingsuit-keringen en dat de Minister graag ziet dat het voorstel voldoendewaarborgen bevat. Bevat de concept-wettekst zoals verspreidvoldoende waarborgen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?Het Cypriotische EU-Voorzitterschap heeft afgelopen week een concept-wettekst gedeeld met lidstaten. Deze niet openbare tekst vormt de basisvoor bilaterale gesprekken. Gezien het karakter en de beslotenheid vandeze fase van de onderhandelingen, kan ik de exacte inhoud niet in detailtoelichten. De teksten zijn voor Kamerleden beschikbaar op DelegatesPortal op het moment dat deze geagendeerd worden in Coreper.Nederland zal in bilaterale gesprekken het belang benadrukken vanmodernisering van de verordening en dat het WW-hoofdstuk in balansmoet zijn. Een werkloosheidskering is bedoeld als tijdelijke loondervings-uitkering. Daarbij is het belangrijk om te faciliteren dat mensen nieuwwerk vinden, ook in een grensoverschrijdende situatie. Daarbij zetNederland in op waarborgen voor controle en activering. Op deze puntenzie ik graag meer ambitie. Bij verdere relevante ontwikkelingen informeerik uw Kamer.Voorts waren de leden van de D66-fractie benieuwd welkeeffecten de voorgenomen aanscherping van de referte-eis en devertraagde opbouw van de Werkloosheidswet (WW) hebben op deverlenging van de exporttermijn van de WW-uitkering van drienaar zes maanden. Leiden de maatregelen uit het coalitieakkoorder op termijn toe dat nog minder dan de genoemde 21% deuitkering zes maanden had kunnen importeren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8152 De Algemene Rekenkamer heeft inderdaad eerder berekend dat 21% vande mensen die in de periode 2018–2020 een werkloosheidsuitkeringexporteerden, deze uitkering 6 maanden had kunnen exporteren, als hetrecht daartoe bestond.1 Het CBS heeft voor de WW-instroom in 2022 en2023 onderzocht welke groepen niet langer in aanmerking komen vooreen WW-uitkering wanneer de referte-eis wordt verlengd naar 42 uit 52weken.2 Hieruit blijkt dat met name werkenden met contracten voorbepaalde tijd minder vaak recht zouden hebben op een WW-uitkering.Daarnaast betekent een vertraagde opbouw van de uitkeringsduur datiemand voortaan twaalf jaar moet hebben gewerkt om recht te hebben opzes maanden WW. Op dit moment is daarvoor een arbeidsverleden vanzes jaar voldoende.Als we deze maatregelen vertalen naar de impact op verlenging van deexporttermijn van drie naar zes maanden, is het goed in acht te nemen dateen groot deel van de EU-arbeidsmigranten relatief jong is wanneer zij inNederland komen werken.3 Zo stelt het IBO Arbeidsmigratie dat in 2022meer dan 40% van de lager betaalde arbeidsmigranten van binnen deEU/EFTA tussen de 18 en 25 jaar was bij aankomst in Nederland. Slechtseen klein deel is ouder dan 45 jaar wanneer zij in Nederland aankomen.Ook blijkt uit hetzelfde rapport dat EU-arbeidsmigranten gemiddeldgenomen vaker een flexibele arbeidsrelatie hebben. Door deze omstandig-heden zal het aantal WW-uitkeringen dat gedurende zes maanden kanworden geëxporteerd naar verwachting afnemen na aanpassing van dereferte-eis en de opbouwsystematiek.Voorts hebben de leden van de D66-fractie met interesse kennis-genomen van het agendapunt over innovatie en kwaliteitsbanen.Onder dit punt wordt ook gesproken over de Quality JobsRoadmap. Deze leden zijn benieuwd of de Minister nader kantoelichten wat volgens hem de kernambitie van de Routekaart is.Welke concrete beleidsveranderingen verwacht het kabinet opbasis van deze mededeling?Het kabinet heeft uw Kamer op 6 februari jl. via een BNC-fiche4 geïnfor-meerd over de kabinetsappreciatie van de Routekaart Kwaliteitsbanen.Met de Routekaart beoogt de Commissie de kwaliteit van banen tebevorderen en randvoorwaarden voor kwalitatieve en toekomstbe-stendige banen in alle lidstaten te scheppen. Volgens de Commissie, enzoals ook benadrukt door het Draghi-rapport, zijn kwaliteitsbanen nodigom productiviteit en arbeidsmarktparticipatie te verhogen. Het bevorderenvan kwaliteitsbanen en het versterken van het EU-concurrentievermogengaan daarom volgens de Commissie hand in hand.De Routekaart richt zich op de gebieden waar optreden op EU-niveauvolgens de Commissie toegevoegde waarde kan leveren: (1) het creërenen behouden van kwaliteitsbanen in de hele EU, (2) het waarborgen vaneerlijk werk en modernisering in de wereld van werk, (3) het ondersteunenvan werknemers en werkgevers bij de groene, digitale en demografischetransities, (4) het versterken van de sociale dialoog en collectieveonderhandelingen en (5) het waarborgen van effectieve toegang totrechten, kwalitatieve openbare diensten en adequate investeringen. DeRoutekaart Kwaliteitsbanen is een mededeling die niet-wetgevend vanaard is, en bevat als zodanig geen nieuwe wet- en regelgeving. Het1Algemene Rekenkamer (2022), Een Nederlandse uitkering in het buitenland2CBS (2024), Instroom werkloosheidsuitkeringen naar aantal weken gewerkt, 2022 en 20233Wat werkt voor de toekomst – Interdepartementaal Beleidsonderzoek Arbeidsmigratie, 11 juli20254Kamerstukken II, 2025–26, 22 112, nr. 4263Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8153 kabinet zal na publicatie van de aangekondigde initiatieven uit deRoutekaart uw Kamer daarover informeren middels de gebruikelijke routevan een BNC-fiche.De leden van de D66-fractie lezen in de achterliggende stukkendat de definitie van kwaliteitsbanen multidimensionaal is, vanbeloning en secundaire arbeidsvoorwaarden tot gendergelijkheiden welzijn. Kan de Minister nader toelichten welke handvaten hetbegrip kwaliteitsbanen biedt voor beleid, zo vragen deze leden.Wordt uiteindelijk ingezet op een meetbare definitie, eventueelop Europese Unie (EU-)niveau, en zo ja, op basis van welkeindicatoren? In dit kader lezen de leden van de D66-fractie metinteresse dat een wetgevend initiatief is aangekondigd terbevordering van kwaliteitsbanen en mogelijk een kwaliteitsba-nendoelstelling. Kan de Minister hier al meer over zeggen? Zonee, wanneer kan de Minister hier meer over zeggen?Het kabinet onderschrijft dat kwaliteitsbanen kunnen bijdragen aan hetversterken van het concurrentievermogen door het verhogen van deproductiviteit en de arbeidsmarktparticipatie. In aanloop naar de Route-kaart Kwaliteitsbanen heeft de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleideen opinie van het Werkgelegenheidscomité over de diverse dimensiesvan kwaliteitsbanen aangenomen.5 Het kabinet herkent de verschillendedimensies van kwaliteitsbanen die zijn opgenomen in de opinie, dielidstaten kunnen helpen bij het maken van integraal beleid om hetconcurrentievermogen te versterken.Als onderdeel van de Routekaart onderzoekt de Commissie demogelijkheid om een doelstelling met betrekking tot kwaliteitsbanen voorte stellen om de voortgang op dit thema in de EU te kunnen monitoren, inaanvulling op de reeds bestaande Porto 2030-doelstellingen.6 Het kabinetbeschikt op dit moment nog over onvoldoende informatie om een positiein te nemen en zal te zijner tijd een eventueel voorstel beoordelen. Naarverwachting publiceert de Commissie de Quality Jobs Act, en mogelijkeen voorstel voor een kwaliteitsbanendoelstelling, in het vierde kwartaalvan 2026. Ik informeer uw Kamer via een BNC-fiche over de kabinetsap-preciatie van deze voorstellen.De leden van de D66-fractie nemen kennis van de passage waarinde Commissie aangeeft digitale technologie en algoritmischmanagement op de werkvloer te willen ondersteunen énreguleren om eerlijk werk te waarborgen. Deze leden zijnbenieuwd hoe de Minister deze ambitie beoordeelt. Voorts zijn zijbenieuwd hoe de Minister aankijkt tegen mogelijke aanvullendeEU-regels rond algoritmisch management en het gebruik van AIop de werkvloer.Het kabinet zet in lijn met het Coalitieakkoord in op het versterken van deAI-adoptie en AI-geletterdheid in Nederland. Digitalisering en AI zijnbelangrijk voor innovatie, economische groei, de krappe arbeidsmarkt enonze toekomstige welvaart. De inzet van digitale technologie en algorit-misch management op de werkvloer kan een bijdrage leveren aan hetbevorderen van eerlijk werk en het verhogen van de productiviteit, maarkan ook risico’s met zich meebrengen voor werkenden – denk aan zorgenrondom privacy, dalende autonomie of discriminatie. Daarom is het vanbelang dat de inzet van AI te allen tijde op een veilige en mensgerichtewijze plaatsvindt. AI dient uiteindelijk bij te dragen aan het vergroten van5https://open.overheid.nl/documenten/0d1c74f8-f7d2-4833-8afb-5e1caf1a2398/file6https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2021/05/08/the-porto-declaration/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8154 ons welzijn en onze welvaart. De inzet van AI moet daarom op eenverantwoorde manier plaatsvinden, met aandacht voor de risico’s van AIen voor wat mensen nodig hebben om ontwikkelingen bij te benen.De verantwoordelijkheid voor de borging van de veiligheid en gezondheidop de werkvloer ligt ook bij de inzet van AI bij de werkgever. Daarnaast ishet in algemene zin belangrijk dat werkgevers en werknemers de inzet ende gevolgen van AI op de werkvloer onderling bespreken. In dit kader zijno.a. de Europese AI-verordening en de Platformwerkrichtlijn leidend. Hetkabinet zal eventuele Europese voorstellen op dit terrein op haar meritesbeoordelen en hierbij aandacht hebben voor het borgen van de balanstussen innovatie en bescherming van werknemers.De leden van de D66-fractie nemen kennis van het voornemenvan de Commissie om te komen tot een initiatief gericht op hetaantrekken van topstudenten, onderzoekers en geschooldewerknemers. Kan de Minister aangeven hoe deze inzet zichverhoudt tot het recent gesloten coalitieakkoord?Het kabinet heeft kennisgenomen van de publicatie van de Commissie-aanbeveling over het aantrekken van talent. Zoals toegelicht in hetCoalitieakkoord, wil het kabinet serieus grip krijgen op arbeidsmigratie,door onszelf de vraag te stellen wat ons land aankan en nodig heeft, endaar ook naar te handelen. Door te gaan sturen op arbeidsmigratie die weécht nodig hebben en uitbuiting aan te pakken, mede door de adviezenvan de Commissie Roemer en het SER-advies «Arbeidsmigratie naarwaarde» uit te voeren. Het kabinet wil waar nodig gericht internationaaltalent aantrekken, en stelt daartoe een talentstrategie op om ervoor tezorgen dat we het juiste talent gericht selecteren en voor Nederlandbehouden. Ook wil het kabinet een pilot van drie jaar starten voor eenprogramma dat gericht is op het, onder strenge voorwaarden, actief engericht naar Nederland halen van goed geschoolde krachten die hiertoegevoegde waarde in vooraf afgebakende sectoren hebben. Onderdeelvan deze voorwaarden zijn een salariseis en huisvestingseis en eenmaximale termijn van drie jaar. Voor deze pilot komen in ieder gevalkandidaat EU-lidstaten in aanmerking. Uw Kamer zal middels eenBNC-fiche worden geïnformeerd over de kabinetsappreciatie van despecifieke aanbevelingen die de Commissie in haar aanbeveling doet.Ten slotte lezen de leden van de D66-fractie dat Nederlandoverweegt tezamen met enkele andere lidstaten het Cypriotischvoorzitterschap te verzoeken om onder het agendapunt «overigeonderwerpen» kort stil te staan bij de onrechtmatige detacheringvan derdelanderwerknemers. Kan de Minister hier inmiddels meerover zeggen?Dit agendapunt is inmiddels op verzoek van Nederland door het Cyprio-tisch voorzitterschap toegevoegd aan de agenda van de Raad. Ik zal,samen met een aantal andere lidstaten, de Europese Commissie oproepenom in het aangekondigde Fair Labour Mobility pakket, dat naarverwachting in september van dit jaar verschijnt, een initiatief aan tekondigen waarmee het juridisch kader rond detachering van derdelander-werknemers wordt verduidelijkt.Naast verduidelijking van het juridisch kader pleit Nederland samen metgelijkgestemde lidstaten voor versterking van de Europese Arbeidsauto-riteit, Dit sluit aan bij het SER-advies «Arbeidsmigratie naar waarde», dathet kabinet gaat uitvoeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8155 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belang-stelling kennisgenomen van de stukken. Deze leden hebben openkele onderwerpen vragen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben meerderevragen over de EU-Routekaart kwaliteitsbanen en het bijbeho-rende BNC-fiche. Deze leden constateren dat wordt ingezet opvermindering van administratieve lasten voor bedrijven, metbehoud van sociale standaarden. Zij vragen hoe het kabinetconcreet zal voorkomen dat het terugdringen van regeldruk in depraktijk leidt tot afzwakking van arbeidsbescherming, toezicht ofhandhaving.De Commissie wordt geacht van elk nieuw initiatief dat zij publiceert eeneffectbeoordeling op te stellen. Door de gevolgen van een specifiekCommissievoorstel goed in kaart te brengen kan worden bepaald welkemaatregelen nodig zijn om de bescherming van werknemers te kunnenwaarborgen. Ook bij herziening van Europese wet- en regelgeving zet hetkabinet er op in dat deze geen afbreuk doen aan de onderliggendebeleidsdoelstellingen.Het kabinet acht het dan ook van belang dat alle voorstellen van deCommissie worden voorzien van een effectbeoordeling waarin degevolgen voor alle relevante stakeholders, waaronder bedrijven,werknemers en nationale autoriteiten, worden meegewogen. Wanneereen dergelijke effectbeoordeling ontbreekt zal het kabinet erop aandringenbij de Commissie dat zij deze beoordeling alsnog uitvoert, en indien dituitblijft zelf de impact van de voorstellen in kaart brengen.De leden van GroenLinks-PvdA-fractie vragen om in kaart tebrengen welke concrete regels die afgeschaft worden de arbeids-bescherming raken. Deze leden zouden graag een overzichtwillen ontvangen van deze regels en daarbij per regel inzichtkrijgen hoe de afzwakking van arbeidsbescherming voorkomenwordt.De Europese Commissie heeft meerdere vereenvoudigingspakketten(«omnibussen») gepresenteerd om de regeldruk en administratieve lastenvoor bedrijven te verlagen. Uw Kamer is en wordt via de geëigendewegen over de kabinetsappreciatie van deze voorstellen geïnformeerd,ook over de elementen die eventueel raken aan arbeidsbescherming. DeCommissie heeft op dit moment geen voorstel aangekondigd voor eenspecifieke omnibus in het sociale domein. Wel is bekend dat deCommissie verschillende richtlijnen binnen het sociale domein zalevalueren. Daarbij zal de Commissie specifiek aandacht hebben voor deimpact van deze regels op het bedrijfsleven en de proportionaliteit van deervaren regeldruk. Als de Commissie besluit om naar aanleiding hiervanbepaalde richtlijnen te herzien zal het kabinet deze voorstellen op hunmerites beoordelen. Daarbij zal het uitgangspunt van het kabinet zijn dathet verminderen van regeldruk en administratieve lasten geen afbreukmag doen aan de bescherming van werknemers.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat mogelijk eenkwaliteitsbanendoelstelling wordt voorgesteld. Deze ledenvragen welke indicatoren het kabinet passend acht om kwaliteitvan werk te meten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8156 Het kabinet heeft uw Kamer op 6 februari jl. via het BNC-fiche7 geïnfor-meerd over de appreciatie van de Routekaart Kwaliteitsbanen. In aanloopnaar de Routekaart Kwaliteitsbanen heeft de Raad Werkgelegenheid enSociaal Beleid een opinie van het Werkgelegenheidscomité over dediverse dimensies van kwaliteitsbanen aangenomen.8 Het kabinet herkentde verschillende dimensies van kwaliteitsbanen die zijn opgenomen in deopinie, die lidstaten kunnen helpen bij het maken van integraal beleid omhet concurrentievermogen te versterken.Het kabinet beschikt op dit moment over onvoldoende informatie om eenpositie in te nemen over een mogelijke kwaliteitsbanendoelstelling en zalte zijner tijd een eventueel voorstel beoordelen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat minimaal 14%van de middelen uit Nationale en Regionale Partnerschaps-plannen aan sociale doelstellingen moet worden besteed. Dezeleden vragen naar een appreciatie van het kabinet op dit voorstel,specifiek als het gaat om het gekozen percentage. Deze ledenmissen dat in de huidige appreciatie.De totale omvang van de Nationale en Regionale Partnerschapsplannen(NRPP) en de verdeling tussen de verschillende thematische deelterreinenis integraal onderdeel van de onderhandelingen over het MeerjarigFinancieel Kader (MFK) 2028–2034. De kabinetsinzet ten aanzien van deomvang van het MFK is opgenomen in de overkoepelende Kamerbrief9over de MFK- en Eigen Middelenbesluit (EMB)-voorstellen.Het kabinet kijkt kritisch naar het toevoegen van doelstellingen, minimum-percentages of geoormerkte bedragen binnen het NRPP. Dit komt deflexibiliteit en modernisering van de EU-begroting niet ten goede terwijldit juist één van de kernpunten van de kabinetsinzet is. Waar sprake is vandergelijke doelstellingen, percentages of geoormerkte bedragen dienendeze voldoende bij te dragen aan de flexibilisering en modernisering vande EU-begroting.Zoals toegelicht in het BNC-fiche over het NRPP10, heeft het kabinet inaanloop naar de publicatie van de voorstellen op het terrein van sociaalbeleid en werkgelegenheid met name aandacht gevraagd voor het belangvan vaardigheden en sociale inclusie. Om als Unie concurrerend teblijven, arbeidsmarkttekorten aan te pakken en om de grote transitieswaar te kunnen maken, zijn vaardigheden en de sociale inclusie vanmensen immers van belang. Het kabinet vindt het positief dat deze inzetwordt gereflecteerd in het NRPP, met een sterkere focus op vaardighedenen een goed functionerende arbeidsmarkt. Het kabinet zal er gedurendede onderhandelingen op inzetten dat de versterkte focus op vaardighedenniet verwatert en waar mogelijk verder versterkt wordt. Bovendienbenadrukt het kabinet het belang van het investeren in mensen, om detransities te kunnen maken en het concurrentievermogen van de EU teversterken.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Commissieverschillende initiatieven aankondigt op het gebied van eerlijk enveilig werk, waaronder de evaluatie van de arbeidsplaatsen- enbeeldschermrichtlijn en het aanpakken van misstanden inonderaannemingsketens en herziening van de aanbestedings-7Kamerstukken II, 2025–26, 22 12, nr. 42638Kamerstukken II, 2024–25, 21 501-31, nr. 7899Kamerstukken II, 2024–25, 21 501-20, nr. 226810Kamerstukken II, 2024–25, 22 112, nr. 4144Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8157 richtlijn. Deze leden vragen wanneer deze voorstellen concreetworden verwacht. Deze leden vragen daarnaast welke inhoude-lijke voorstellen het kabinet op deze onderdelen voorziet, in hetbijzonder waar het gaat om aanpak van misstanden in onderaan-nemingsketens.De Europese Commissie heeft nog geen datum vastgesteld voor deevaluatie van de arbeidsplaatsenrichtlijn en de beeldschermrichtlijn. In deRoutekaart voor Kwaliteitsbanen geeft de Commissie aan dat de evaluatievan deze richtlijnen onderdeel is van het bredere traject om deEU-regelgeving voor veiligheid en gezondheid op het werk te moderni-seren. De Commissie heeft aangegeven rond medio 2026 meer duide-lijkheid te kunnen geven over de uitkomsten van deze evaluatie eneventuele vervolgstappen. De herziening van de aanbestedingsrichtlijnenwordt verwacht in het derde kwartaal van 2026. Het doel van dezeherziening is volgens de Commissie om procedures te vereenvoudigen,kwaliteit, duurzaamheid en innovatie sterker mee te wegen in aanbeste-dingen, en kleinere ondernemingen (zoals startups) beter toegang tegeven tot publieke contracten.De specifieke inhoud van deze voorstellen en in hoeverre deze raken aanonderaannemingsketens is nog niet bekend. Wel benoemt de Commissiein de Mededeling over de Routekaart voor Kwaliteitsbanen datmisstanden in onderaannemingsketens moeten worden aangepakt. Bij deherziening van de aanbestedingsrichtlijnen zal daarom aandacht wordenbesteed aan onderaanneming, waarbij de nadruk zal liggen op deverantwoordelijkheden en kwalificaties van opdrachtnemers en op meertransparantie in de toeleveringsketens. Op dit moment is nog niet helderof andere publicaties, zoals de Quality Jobs Act (voorzien voor het vierdekwartaal van 2026) en het Fair Labour Mobility Package (voorzien voor hetderde kwartaal van 2026), voorstellen zullen bevatten om misstanden inonderaannemingsketens te adresseren.Ook hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie naderevragen over de manier waarop kabinet toekomstige voorstellengaat beoordelen. Deze leden missen dat expliciet wordt benoemddat het voor dit kabinet primair gaat om het verbeteren van dekwaliteit van werk vanuit het perspectief van werknemers. Dezeleden vragen het kabinet dit mee te nemen in de overleggen inBrussel.Het kabinet onderstreept het belang van kwalitatief werk, fatsoenlijkelonen en goede arbeidsvoorwaarden. Mensen die in Nederland en de EUwerken, verdienen een eerlijk loon en goede arbeidsomstandigheden, metzekerheid over hun toekomst. Het kabinet zet zich hier ook in EU-verbandvoor in.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomenvan de Geannoteerde agenda Formele Raad Werkgelegenheid.Deze leden vragen wat de aanname van de Raadsaanbevelingmenselijk kapitaal voor impact gaat hebben op de arbeidsmobi-liteit binnen de EU. Zal dit naar inschatting van de Minister hetaantal arbeidsmigranten doen toenemen?De Europese Commissie heeft op 25 november 2025 een aanbevelinggepubliceerd over menselijk kapitaal, gericht op het aanpakken vanstructurele uitdagingen voor de arbeidsmarkt en het concurrentiever-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8158 mogen in de EU11. Gelet op het niet-bindende karakter van de Raadsaan-beveling, zal deze naar verwachting geen significant effect hebben oparbeidsmobiliteit in de EU.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van de agenda en hebben daarbij enkele vragen.De leden van de CDA-fractie lezen dat de Commissie alsonderdeel van de Routekaart Kwaliteitsbanen een wetgevendinitiatief, de Quality Jobs Act, aankondigt.Deze leden vragen welke verwachtingen het kabinet heeft van ditaangekondigde initiatief en welke onderwerpen een dergelijkewet in de visie van het kabinet wel en niet zou moeten bestrijken.Als onderdeel van de Routekaart Kwaliteitsbanen12 wordt door deCommissie een wetgevend initiatief aangekondigd ter bevordering vankwaliteitsbanen. Het kabinet beschikt op dit moment over onvoldoendeinformatie om een positie in te nemen over het aangekondigde initiatief.Het kabinet onderschrijft dat kwaliteitsbanen kunnen bijdragen aan hetversterken van het concurrentievermogen, door het verhogen van deproductiviteit en de arbeidsmarktparticipatie. Het kabinet wil de kwaliteitvan werk verhogen en onderstreept het belang van kwalitatief werk,fatsoenlijke lonen en goede arbeidsvoorwaarden. Mensen die inNederland en de EU werken, verdienen een eerlijk loon en goedearbeidsomstandigheden, met zekerheid over hun toekomst. Het kabinetzet zich hier ook in Brussel voor in.Het kabinet zal te zijner tijd het Commissievoorstel beoordelen op detoegevoegde waarde ervan op Europees niveau, de bijdrage aanopwaartse sociaaleconomische convergentie tussen de lidstaten en debijdrage aan een gelijk speelveld op de interne markt. Daarbij zal hetkabinet ook oog hebben voor het beperkt houden van administratievelasten en regeldruk.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van deagenda voor de Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal beleid.Deze leden zijn van mening dat de transformatie door kunst-matige intelligentie op de arbeidsmarkt een ingrijpende ontwik-keling is die aandacht verdient bij de Raad.De leden van de BBB-fractie hebben een aantal vragen aan hetkabinet. Heeft het kabinet kennisgenomen van de recenteontslaggolven bij grotere bedrijven als Amazon en ASML,alsmede van de tegenvallende werkgelegenheidcijfers onlangsgepresenteerd door het CBS? Klopt het beeld dat meerderebedrijven reorganiseren door toedoen van automatisering, metname door AI? Heeft de Minister deze ontwikkeling in beeld? Zoja, kan zij relevante onderzoeksdata delen?Het kabinet heeft een aantal signalen ontvangen van bedrijven diereorganiseren, waarbij de inzet van AI een factor is, naast andere(internationale) economische en geopolitieke ontwikkelingen. Daar staat11Kamerstukken II, 2025/26, 21 501-34, nr. 450.12https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-22112-4263.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8159 overigens tegenover dat AI ook leidt tot nieuwe werkgelegenheid. Denkaan start ups die zich hierin specialiseren. Het kabinet houdt dezeontwikkelingen nauwlettend in de gaten, onder andere door hetmonitoren van de instroom in WW-uitkeringen en de nauwe contacten diehet kabinet onderhoudt met werknemers- en werkgeversorganisaties13.Hoe wordt er aandacht gegeven aan deze ontwikkeling bij deRaad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid?De Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid zal een gedachtewis-seling houden over de toepassing van AI en algoritmisch management opde werkvloer en de bijdrage die daardoor geleverd kan worden aan dekwaliteit van werk en productiviteit.Verwacht het kabinet massa ontslagen en/of grootschaligefrictiewerkeloosheid door toedoen van automatisering? Op basisvan welke data verwacht zij dat wel/niet?Op dit moment is het aantal faillissementen in Nederland relatief laag.Sinds het najaar van 2024 laat het aantal faillissementen per maandbovendien een dalende trend zien. Ook de werkloosheid, en het aantalWW-uitkeringen, is historisch gezien nog steeds laag. Hierbij is relevantdat de arbeidsmarkt nog steeds relatief krap is en er nog veel vraag isnaar personeel in vrijwel alle sectoren. Daardoor vinden veel werkzoe-kenden relatief snel nieuw werk. Uiteraard laten grote economischeschokken en ontwikkelingen zich zeer lastig voorspellen. Vooralsnogverwacht het kabinet geen massaal werkgelegenheidsverlies op landelijkniveau als gevolg van AI, zoals ook het UWV concludeert in het onder-zoeksrapport «Op weg naar AI die werkt voor Iedereen»14. Wel zal deimpact naar verwachting verschillen tussen beroepsgroepen. Het kabinetblijft de ontwikkelingen rondom reorganisaties en werkloosheidnauwgezet volgen.Er is verschuiving gaande, naar andere functies. Is de Ministerdaarover al in gesprek met de Minister van Onderwijs, Cultuur enWetenschap omdat dit ook effect heeft op waar mensen hoe vooropgeleid moeten worden?AI biedt Nederland grote kansen om productiever te worden. Mensenmoeten dan wel in staat worden gesteld om mee te bewegen met deveranderingen in hun werk door AI, of dat nu gaat om een veranderingbinnen hun functie, of een overstap naar een andere.Werknemers en werkgevers dragen een gezamenlijke verantwoorde-lijkheid om zich voor te bereiden op veranderingen in het werk. Dat geldtzowel voor het leren werken met AI binnen de huidige functie als omomscholing naar ander werk. Daarbij kunnen werkgevers en werknemersgebruikmaken van sectorale opleidings- en ontwikkelingsfondsen(O&O-fondsen). Ook bestaat een publiek instrumentarium om werkendenen werkzoekenden hierin te ondersteunen. Denk aan de regionalewerkcentra, sectorale ontwikkelpaden, en de SLIM-scholingssubsidie.13Zie bijvoorbeeld UWV (2025). Op weg naar AI die werkt voor iedereen. Hoe de opkomst van AIdoorwerkt in beroepen, sectoren en skills. En SER (2025). AI en werk. Samen naar eenwerkende toekomst met AI.14UWV (2025). Op weg naar AI die werkt voor iedereen. Hoe de opkomst van AI doorwerkt inberoepen, sectoren en skills.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 81510 Dit kabinet gaat investeren in Leven Lang Ontwikkelen. Op de kortetermijn doet het kabinet dit door een nieuwe regeling op te richten diegericht wordt ingezet, door te kijken naar bijvoorbeeld tekortsectoren enkansrijke beroepen (zoals bijvoorbeeld het UWV in beeld brengt).Ondertussen werken we toe naar een stelsel van individuele leerrechten.Het doel van het kabinet is dat de mensen die het meest baat hebben bijom- en bijscholing (zoals mbo’ers en mkb’ers) daar ook het meest gebruikvan kunnen maken. Daarover vindt doorlopend overleg plaats met OCW.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 81511
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.