Verslag van een schriftelijk overleg over uitvoering van de motie van de leden Bikker en Omtzigt over een adviescommissie instellen die als taak heeft te adviseren welke strategie moet worden gevoerd om de toenemende rol van private equity in sectoren fors terug te dringen (Kamerstuk 36410-30) (Kamerstuk 36600-XIII-57)
Brontekst
Versie a2392ab87cdd6e34 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Economische Zaken (XIII) voorhet jaar 2025Nr. 60 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 14 april 2025 De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken over debrief van 20 december 2024 over uitvoering van de motie van de ledenBikker en Omtzigt over een adviescommissie instellen die als taak heeft teadviseren welke strategie moet worden gevoerd om de toenemende rolvan private equity in sectoren fors terug te dringen (Kamerstuk 36 410,nr. 30) (Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 57).De vragen en opmerkingen zijn op 20 februari 2025 aan de Minister vanEconomische Zaken voorgelegd. Bij brief van 14 april 2025 zijn de vragenbeantwoord door de Ministers van Economische Zaken en van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Sociale Zaken enWerkgelegenheid.De voorzitter van de commissie,Michon-DerkzenDe griffier van de commissie,Reinders kst-36600-XIII-60ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 601 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonen Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie1. De leden van de GroenLinks-PvdA fractie lezen dat het kabinet handeltin de geest van de motie, maar begrijpen tegelijkertijd dat het kabinetgeen adviescommissie instelt om de rol van private equity in sectoren.forsterug te dringen, waarom niet?Het kabinet heeft aandacht voor de rol van private equity in sectoren diegrotendeels publiek worden bekostigd. Het kabinetsbeleid is er op gerichtom excessen tegen te gaan en te voorkomen. Het fors terugdringen vanprivate equity in deze sectoren is echter geen doelstelling van dit kabinet.Uit onderzoeken blijkt dat dit niet noodzakelijk en proportioneel is, eengrote impact heeft op bijvoorbeeld de toegankelijkheid en continuïteit vanzorg en een belemmering kan vormen voor de benodigde uitbreiding vanhet aanbod aan plekken in de kinderopvang.1 Daarnaast is het forsterugdringen van private equity ook juridisch zeer kwetsbaar. Eenadviescommissie met als taak om te adviseren hoe private equity in dezesectoren fors teruggedrongen kan worden, past daarom niet bij hetkabinetsbeleid.Dit neemt niet weg dat dit kabinet de zorgen rondom de rol van privateequity serieus neemt.Zo neemt het kabinet extra maatregelen, zoals het wetsvoorstel voor deWet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz). Ditwetsvoorstel is op 28 januari naar de TK gestuurd. Verder is in dekamerbrief van 20 december 2024 toegezegd om in 2025 een aanvullendeverkenning te doen naar de voors en tegens van de rol van private equityin sectoren die grotendeels collectief worden bekostigd. De Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft deze verkenning, medeook naar aanleiding van verschillende nieuwe moties op het gebied vanprivate equity, uitgevoerd en alle voor- en nadelen van private equity in dezorg, inclusief de potentiële kosten die gemoeid gaan met een verbod opprivate equity, de risico’s van private equity en een plan van aanpak omdeze risico’s zoveel mogelijk te mitigeren. De Minister van VWS heefthierover op 5 maart j1. een kamerbrief naar de TK gestuurd. Conclusie isdat zij vanwege de te grote negatieve impact op de toegankelijkheid encontinuïteit van zorg en de juridische kwetsbaarheid private equity nietgaat verbieden. Wel ziet de Minister van VWS het risico dat commerciëlepartijen, zoals private equity partijen, financiële belangen voorop zetten,en heeft hiervoor een gerichte aanpak opgesteld. Verder heeft de Ministervan VWS aangegeven nauwkeurig en nauwlettend in de gaten te willenhouden hoe de ingevoerde maatregelen gezamenlijk in de praktijkuitpakken. Dit is ook sector overstijgend relevant, zodat afzonderlijkegrotendeels collectief bekostigde sectoren van elkaar kunnen leren in hunomgang met private equity.Binnen de kinderopvang geven de onderzoeken van SEO en Decisio2 uit2023 geen aanwijzing dat private equity winsten aan de kinderopvang-sector onttrekt. Ook blijkt dat aan private equity gelieerde aanbiedersdezelfde hoge kwaliteit aanbieden als andere partijen in de kinderopvang.Wel laten de onderzoeken hogere prijzen, een hoger personeelsverloop eneen lagere solvabiliteit bij aan PE gelieerde kinderopvang organisatieszien. Daarnaast zien we in de markt voor kinderopvang lokaal marktcon-centraties. Uit de onderzoeken blijkt dat transparantie en een grotere1Kamerstuk 36 600 XII, nr. 5722023015784 en 2023015108Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 602 invloed van stakeholders de continuïteit kunnen versterken. Het is daarombelangrijk dat de sectorpartijen in de kinderopvang werk maken van eengedragscode om de transparantie in de sector te vergroten. Zo wordtrisicovol gedrag inzichtelijk gemaakt en wordt het voor de samenlevingzichtbaar of overheidsmiddelen op een verantwoorde manier wordenbesteed. Om beter zicht op de kwaliteit te krijgen is naast de LandelijkeKwaliteitsmonitor Kinderopvang (LKK) afgelopen jaar de eerste metingvan de Monitor implementatie kwaliteitseisen kinderopvang afgerond enin december met uw Kamer gedeeld. Uiteraard blijft SZW de ontwikke-lingen in de markt nauwlettend monitoren. Binnen de Kinderopvangwordt gewerkt aan een nieuw financieringsstelsel dat eenvoudiger is voorouders en hen meer zekerheid biedt. Onderdeel daarvan is de geleidelijkeoverstap op een inkomensonafhankelijke vergoeding. Dit gaat gepaardmet een grote budgettaire investering. Het borgen van de publiekebelangen in de kinderopvang is daarmee extra belangrijk. Er wordenmaatregelen uitgewerkt om de toegankelijkheid en een doelmatigebesteding van publieke middelen te borgen. Planning is dat de TweedeKamer hier na de zomer over wordt geïnformeerd. Uiteraard blijft SZW deontwikkelingen in de markt nauwlettend monitoren.2. Er worden ook geen nieuwe onderzoeken of maatregelen aangekondigdom de rol van private equity in bepaalde sectoren terug te dringen. Kanhet kabinet duidelijk uiteenzetten waarom zij denkt dat hiermee aan demotie is voldaan?Op basis van de eerste verkenning naar private equity in de genoemdesectoren en het overzicht van wat het kabinet reeds op het gebied vanprivate equity doet en heeft gedaan concludeert het kabinet dat het op ditmoment niet wenselijk is om private equity fors terug te dringen insectoren die grotendeels publiek worden bekostigd. Ook uit de aanvul-lende verkenning door VWS (zie kamerbrief 5 maart jl.) is geconcludeerddat het verbieden danwel terugdringen van private equity een te groteimpact heeft op de toegankelijkheid en continuïteit van zorg, en daarbijjuridisch zeer kwetsbaar is. Daarom besluit het kabinet op dit momentgeen adviescommissie in te stellen met als taak om te adviseren hoeprivate equity in deze sectoren fors teruggedrongen kan worden.3. De leden van de GroenLinks-PvdA fractie lezen in de brief dat hetkabinet een verkenning gaat doen naar de voors en tegens van de rol vanprivate equity in sectoren die grotendeels collectief worden bekostigd.Deze leden vragen om welke sectoren het hier specifiek gaat.Sectoren die grotendeels collectief worden bekostigd betreffen bijvoor-beeld kinderopvang en zorg. De aanvullende verkenning naar de zorg is5 maart j.1. naar uw Kamer gestuurd. SZW verkent maatregelen om detoegankelijkheid, kwaliteit en continuïteit in de kinderopvang tewaarborgen. Planning is dat de Tweede Kamer hier na de zomer overwordt geïnfonneerd.4. Deze leden vragen het kabinet om in deze verkenning expliciet te makenwat de belangen en de werkwijze van private equity is en wat de belangenzijn van publieke sectoren.De Belastingdienst heeft al eerder een uitgebreid rapport geschreven overde werkwijze van private equity, voornamelijk op het gebied van :fisca-liteit.3 In de TK brief van VWS van 5 maart jl. wordt ingegaan op debelangen van private equity en de maatschappij. Decisio is in haar3Private egujtv en fiscaliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 603 onderzoek naar maatregelen marktwerking kinderopvang ook ingegaanop de werkwijze van private equity.5. Deze leden vragen het kabinet om in elk geval in te gaan op het doelvan private equity om op kortetermijnwinst te maken en het doel vanpublieke sectoren, namelijk op langere termijn bepaalde maatschappelijkedoelen te bereiken. Hoe kunnen deze doelen in elkaars verlengde liggenen elkaar versterken? Heeft het kabinet daar voorbeelden van? Hoe kan ditbereikt worden? Hoe kunnen deze doelen elkaar tegenwerken? Heeft hetkabinet daar voorbeelden van? Hoe kan dit worden voorkomen?In de Kamerbrief van VWS van 5 maart jl. staan verschillende voorbeeldenuitgewerkt over hoe private equity een meerwaarde kan zijn in de zorg,maar ook voorbeelden van ongewenst situaties.In de Kamerbrief van SZW van 26 april 2023 zijn twee onderzoeken naarde marktwerking in de kinderopvang naar uw Kamer gestuurd. Hetkabinet heeft daarin toegelicht dat commerciële partijen een belangrijkebijdrage leveren aan het aanbod in de kinderopvangsector. Tegelijkertijdziet het kabinet met het oog op de stelselherziening op basis van dezeonderzoeken risico’s op het gebied van toegankelijkheid en continuïteit. Erworden maatregelen uitgewerkt om de toegankelijkheid, kwaliteit encontinuïteit te waarborgen.Planning is dat de Tweede Kamer hier na de zomer over wordtgeïnformeerd.6. De leden van de GroenLinks-PvdA fractie hebben enkele vragen over degenoemde onderzoeken naar private equity in de kinderopvang. Dezeleden vragen bevestiging dat er sprake lijkt te zijn van «cherry-picking»,aangezien private equity zich concentreert in wijken met bovengemid-delde leefbaarheid en sociaaleconomische status en gemiddeld hogeretarieven worden gehanteerd. Tevens vragen zij het kabinet te bevestigendat de doorstroom van personeel groter is bij private equity.Het onderzoek van SEO Economisch Onderzoek uit 2023 laat inderdaadzien dat aan private equity gelieerde kinderopvangaanbieders vakergevestigd zijn in wijken met een bovengemiddelde leefbaarheid enSES-status.4 Aangezien de betalingsbereidheid van ouders naarverwachting groter is in rijke wijken, kan dat een indicatie zijn voorcherry-picking door private equity aanbieders. Er zijn echter ook mogelijkeandere oorzaken dan cherry-picking. De onderzoekers noemen bijvoor-beeld als mogelijke reden dat private equity zich vooral richt op (Rand)ste-delijk gebied, omdat hier makkelijker schaalvoordelen te behalen zijn. Totslot is een mogelijke verklaring dat de vroegere peuterspeelzalen vakeractief waren in armere wijken en veelal een doorstart hebben gemaakt alsnon-profit partijen.Het klopt dat de doorstroom van personeel groter is bij aan private equitygelieerde aanbieders. SEO laat zien dat het personeelsverloop bijaanbieders in handen van private equity 25% bedraagt, terwijl dit bijnon-profit aanbieders slechts 15% bedraagt en bij overige for-profitaanbieders 22%.7. Deze leden vragen hoe het kabinet naar dit vraagstuk kijkt. Deze ledenvragen of het kabinet de opvatting deelt dat het niet uitgesloten kanworden dat private equity middelen aan de sector onttrekt voordat hierduidelijkheid over bestaat. Deze leden vragen het kabinet om vervolgon-derzoek te doen naar de rendementen bij doorverkoop van private equityin de kinderopvang. Andere schakels zijn volgens deze leden het rekenenvan hoge management-jees, sale and lease back constructies of andere42023015108Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 604 fiscale constructen om winst te maximaliseren. Deze leden vragen hetkabinet in te gaan op elk van deze schakels en uiteen te zetten welkeonderzoeksresultaten er hierover zijn.Het klopt dat private equity in de kinderopvang vooral rendementprobeert te halen door winst bij (door)verkoop. Zoals het onderzoek vanSEO ook beschrijft, leidt de verkoop op zichzelf niet er toe dat middelenworden onttrokken aan de sector; het gaat om een overname van debestaande onderneming door de nieuwe eigenaren tegen de geldendemarktwaarde.5 Vervolgonderzoek naar rendementen bij doorverkoop vanprivate equity, zoals ook verzocht in de motie Van der Lee-Kathmann, isbovendien niet uitvoerbaar.6 Transactiesommen zijn private informatie enworden niet centraal bijgehouden. Private equity partijen zullen nietbereid zijn om deze informatie te delen, aangezien het (zeer) bedrijfsge-voelige informatie betreft. Daarnaast is het aantal waarnemingen zeerbeperkt; voor zover bekend heeft sinds 2001 slechts zeven keer een exitplaatsgevonden, bij in totaal twee kinderopvangorganisaties.Het kan kloppen dat de som van delen van individuele kinderopvangorga-nisaties aangekocht door private equity groter is dan de individuelekinderopvangorganisaties, omdat private equity in staat is om doorconsolidatie schaalvoordelen te bereiken. Dat hoeft op zich geennegatieve gevolgen te hebben voor de kinderopvang en kan zelfs totverdere professionalisering leiden, zoals ook beschreven in het onderzoekvan SEO. Indien consolidatie leidt tot (lokale) marktmacht, kan het echterwel de concurrentie in de markt verminderen en op die manier tot hogeretarieven leiden. Recent onderzoek laat zien dat aan private equitygelieerde kinderopvangorganisaties hun tarieven sterker verhogen ingemeenten waarin zij een groot marktaandeel hebben bereikt.7 Eind 2024heeft het CBS op verzoek van SZW een dashboard over de kinderopvang-markt gepubliceerd, waarin onder andere het gemiddeld aantal locatiesper organisatie wordt gemonitord.8De leden van de GroenLinks-PvdA fractie vragen tot slot naarmanagement fees, sale and lease back-constructies of andere fiscaleconstructen om winst te maximaliseren. SEO concludeert dat de fees diekinderopvangorganisaties uitbetalen aan general partners verwaar-loosbaar zijn. Daarnaast vond SEO geen directe aanwijzingen voor saleand lease-back constructies bij private equity partijen. Tot slot werden ergeen aanwijzingen gevonden dat deze partijen dividend uitkeerden ofaandeelhoudersleningen verstrekten.8. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ook enkele anderevragen over de inhoud van dit SEO-onderzoek, naar voren gebracht doorThomas van Huizen in de Economisch Statistische Berichten (ESB). Deleden van de GroenLinks-PvdA fractie vragen naar een reflectie op zijnartikelen uit 21 april 2023 «SEO-onderzoek naar de markt van kinder-opvang is incompleet» en uit 9 mei 2023 «Vervolgonderzoek marktkinderopvang blijft nodig». Ook vragen deze leden een overzicht vanlopende projecten rondom de studie van Decisio over mogelijke mitige-rende maatregelen voor de kinderopvang. Deze leden vragen om eenoverzicht van de ondernomen stappen op de maatregelen op het gebiedvan governance, vergunningen en in het financiële domein (zie ooktabel 5.1).5SEO (2023), Eindrapport Markt voor Kinderopvang, pi 1, 2023D157836Kamerstukken II, 2022123, 31 322, nr. 498.7Bansraj & Xu (2024), How Does Private Equity Shape Childcare? lmplications for Competition,Pricing, and Quality. Vindbaar via https://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfin?abstract_id 50450898Zie https://dashboards.cbs.nl/v5/SZW_Kinderopvang/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 605 Van Huizen stelde in de ESB dat het onderzoek van SEO verschillendeomissies bevat. Zo zouden aan private equity gelieerde aanbieders mindervoorschoolse opvang en peuteropvang aanbieden, wat volgens VanHuizen op cherry-picking duidt («krenten uit de pap halen»), naast deaanwijzingen die SEO hiervoor vindt. Ook is geen dieperliggende analysegedaan naar welke factoren verschillen in proceskwaliteit verklaren tussenaan private equity gelieerde aanbieders en non-profit aanbieders. SZWheeft SEO in 2023 opdracht gegeven om de marktwerking en verschil-lende financieringsvormen in de kinderopvang in kaart te brengen, om zoinzichtelijk te maken in welke mate private equity, for-profit en non-profitaanbieders verschillen in bijvoorbeeld tarieven, kwaliteit en arbeidsvoor-waarden. Het onderzoek had niet tot doel om een diepere analyse te doennaar cherry-picking of om alle verklarende factoren voor kwaliteitsver-schillen in beeld te brengen. De onderzoekers zijn zelf ook uitgebreidingegaan op het artikel van Thomas van Huizen in de ESB 5 mei 2023.9In de kabinetsreactie op de onderzoeken van SEO en Decisio10 heeft hetkabinet aangekondigd vier maatregelen nader te gaan verkennen;tariefregulering, een kwaliteitsmonitor, het vergroten van transparantie eneen grotere ouderbetrokkenheid bij bedrijfsvoering in ruimere zin.11 In hetkader van tariefregulering lopen er nu verschillende onderzoeken,waaronder een kostprijsonderzoek, zoals toegezegd in de Kamerbrief van15 september 2023.12 De Staatssecretaris van Participatie en Integratieverwacht dat hij deze onderzoeken voorzien van een kabinetsreactie inseptember met uw Kamer kan delen. Naast de Landelijke Kwaliteitsmo-nitor Kinderopvang (LKK)13 is afgelopen jaar de eerste meting van deMonitor implementatie kwaliteitseisen kinderopvang afgerond en indecember met uw Kamer gedeeld.14 Voor het vergroten van transparantieziet de Staatssecretaris van Participatie en Integratie een grote rol voor deKwaliteitscode, waar de sector zelf afspraken maakt over het vergrotenvan transparantie in de sector. De Staatssecretaris van Participatie enIntegratie heeft uw Kamer in december geïnformeerd over vervolgactiesnaar aanleiding van het onderzoek naar ouderparticipatie in dekinderopvang.159. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen daarnaast naar deuitvoering van de motie Dobbe-Westerveld (Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 45).Deze leden vragen op welke manier de Kamer op de hoogte is gebrachtdat het kabinet deze motie niet gaat uitvoeren. Deze leden zijn van meningdat het niet zo mag zijn dat de Kamer dit moet lezen in een beslisnotitiegestuurd aan de Kamer van een andere bewindspersoon.De Staatssecretaris van Participatie en Integratie heeft uw Kamer in deKamerbrief van 20 december 2024 over de uitvoering van de motieBikkerOmtzigt op de hoogte gebracht dat het kabinet de motie DobbeWesterveld niet zal uitvoeren.16 De Staatssecretaris van Participatie enIntegratie gaf daarbij aan dat de kinderopvang met de invoering van hetnieuwe financieringsstelsel voor een grote opgave staat. Een belangrijkevraagstuk is het voorkomen van wachtlijsten en prijsstijgingen door eenstijgende vraag bij een achterblijvend aanbod. Het uitvoeren van de motiezal schadelijk zijn voor het nu al krappe aanbod in de kinderopvang. Dit zal9Zie https://esb.nu/kritiek-van-buizen-valt-buiten-bereik-van-ons-onderzoek-en-is-deels-onjuist/Kritiek Van Huizen valt buiten bereik van ons onderzoek en is deels onjuist – ESB102023015108 en 202301578411Kamerstuk 31 322, nr. 490.12Kamerstuk 31 322, nr. 512.13Kamerstuk 31 322, nr. 528142024D50375, Bijlage bij Kamerstuk 31 322, nr. 55215Kamerstuk 31 322, nr. 550.16Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 57.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 606 de wachtlijsten verder doen toenemen. Daarmee staat de motie Dobbe-Westerveld ook op gespannen voet met de motie Aartsen-Vijlbrief17, diehet kabinet juist oproept om de wachtlijsten in de kinderopvang tebeperken en het nieuwe stelsel zo snel mogelijk uit te voeren. Daarom zalhet kabinet de motie niet uitvoeren.10. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen voorts naar verdereonderbouwing waarom het kabinet deze motie naast zich neerlegt.Zie het antwoord op vraag 9.11. Deze leden vragen om empirisch bewijs dat het aanbod in dekinderopvang hierdoor zal afnemen. Deze leden vragen ook in te gaan opde stelling dat private equity vooral bestaande plekken opkopen,waardoor ze nauwelijks voor extra kindplaatsen zorgen en dat hettegenovergestelde juist waar kan zijn aangezien vestigingen sluiten alsdeze niet meer voldoende renderen.Op dit moment verzorgen aanbieders gelieerd aan private equity 12% vanhet aanbod in de kinderopvang. Op het moment dat private equitygeweerd zou worden, zou dit aanbod kunnen verdwijnen, waardoor veelouders geen opvang meer zouden hebben voor hun kind. Het onderzoekvan SEO uit 2023 laat zien dat private equity in de jaren 2019–2021 vooralmaar niet volledig heeft uitgebreid door overname van bestaandekindplaatsen. Daarin verschilt private equity overigens niet wezenlijk vannon-profit en overige for-profit aanbieders. In de toekomst zijn investe-ringen in de uitbreiding van het aanbod hard nodig in de kinderopvang.Private equity biedt een vorm om deze investeringen te financieren, enkan ten opzichte van bancaire leningen een alternatief zijn. Recentonderzoek van de Erasmus Universiteit laat ook zien dat private equity inde kinderopvang sneller uitbreidt dan andere aanbieders (zie o.a. Bansrajen Xu, 2024).1812. De leden van de van de GroenLinks-PvdA fractie vragen naar depublieke financiering. Deze leden vragen welk deel van de kinderopvangwordt gefinancierd uit collectieve middelen (de kinderopvangtoeslag dieouders krijgen) en welk deel door ouders zelf Deze leden vragen om zowelde situatie nu als de situatie waarbij de vergoeding voor iedereen stijgtnaar 96 procent. Deze leden vragen of het kabinet de mening deelt dat erook voorwaarden tegenover moeten staan als er zo veel publiekemiddelen naar een sector gaan.In de SZW-begroting voor 2025 is geraamd dat in 2025 72% van dekinderopvang wordt gefinancierd uit collectieve middelen, en 28% doorouders. De verwachting is dat het aandeel collectieve financiering vankinderopvang komende jaren zal toenemen, door de stapsgewijzeinvoering van het nieuwe financieringsstelsel. Welke delen het collectiefen ouders precies zullen financieren in de toekomst, hangt af van deprijsstijgingen die kinderopvangorganisaties doorvoeren en is nu dus nogniet bekend.Het kabinet deelt de mening van de GroenLinks-PvdA-fractie dat het groteaandeel van collectieve financiering met zich meebrengt dat ervoorwaarden aan de kinderopvangsector gesteld mogen worden. De Wetkinderopvang stelt niet voor niets strenge eisen op het gebied vankwaliteit en veiligheid aan kinderopvangorganisaties. In het kader van het17Kamerstuk 36 600 XV, nr. 56.18Bansraj & Xu (2024), How Does Private Equity Shape Childcare? lmplications for Competition,Pricing, and Quality. Vindbaar via https://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=5045089Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 607 nieuwe financieringsstelsel wordt bezien of aanvullende maatregelen omde toegankelijkheid van kinderopvang te waarborgen wenselijk ennoodzakelijk zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan arbeidsmarktbeleid, hetbestendigen van gemeentelijke regelingen, gerichte maatregelen omexcessieve prijsstijgingen te voorkomen, het ondersteunen van kinderop-vangorganisaties in de transitie en het al ingezette ingroeipad. Het kabinetheeft uw Kamer hier in november over geïnformeerd in de Hoofdlijnen-brief over het nieuwe financieringsstelsel.1913. De leden van de GroenLinks-PvdA fractie maken zich zorgen over detoenemende rol van private investeerders in het algemeen en privateequity in het bijzonder in de zorg. Zorg moet gaan om welzijn en niet omwinst. Deze leden zijn dan ook ter principale tegen winstmarges van15 procent in de zorg, vaak gefinancierd door gemeenschapsgeld. Degevolgen van de commercialisering in de zorg zijn pijnlijk duidelijkgeworden door het faillissement van de huisartsenketen Co-MEd Zorg B.V.Vindt het kabinet dat er nu genoeg wordt gedaan om de commerciali-sering in de zorg terug te dringen? Waarom wel of niet?Private investeerders, waaronder private equity partijen, in de zorg biedenverschillende kansen. Zorgaanbieders hebben financiering nodig voor hunbedrijven, apparatuur en innovaties. Daarnaast kunnen private inves-teerders, en zeker private equity partijen zorgaanbieders verder helpen bijhet nadenken over doelmatigheid en verbeteringen in de bedrijfsvoering,omdat zij daar specifieke expertise over hebben, die zij onder andere meebrengen vanuit andere sectoren zoals de logistiek of bedrijfsvoering.Private investeerders in de zorg brengen ook een risico met zich mee. Ditrisico is dat deze private investeerders, en hetzelfde geldt voor commer-ciële zorgaanbieders, meer gericht zijn op hun eigen financieel belang,dan op de maatschappelijke belangen van zorg.Wanneer dit het geval is kunnen de bijvoorbeeld de volgende onwense-lijke situaties ontstaan:1.Er wordt bezuinigd op kwaliteit van zorg, waardoor deze niet meergoed/voldoende is, of noodzakelijke investeringen in kwaliteit blijvenuit, omdat de zorgorganisatie winstuitkering belangrijker vindt.2.De continuïteit van een zorgaanbieder komt in gevaar, doordat te grotefinanciële risico’s worden genomen, bijvoorbeeld door het aangaanvan (te) grote leningen of het uitbetalen van onverantwoord hoogdividend.3.Er wordt geld uit de zorg onttrokken door de krenten uit de pap tepikken. Dat wil zeggen dat patiënten worden geselecteerd die relatiefeenvoudige zorg nodig hebben, waarvoor prijzen gerekend worden dieook voor complexere zorg toegepast worden. Hierdoor komt debetaalbaarheid van de zorg onder druk te staan.Om deze risico’s te mitigeren gaat de Minister van VWS een gerichteaanpak inzetten met de volgende maatregelen:1.Met het wetsvoorstel voor de Wet integere bedrijfsvoering zorg- enjeugdhulpaanbieders (Wibz) zullen private equity partijen en commer-ciële investeerders of zorgaanbieders met slechte intenties, dus diealleen uit zijn op hun eigen financiële gewin, worden ontmoedigd omactief te zijn/blijven in de zorgmarkt. Dit gebeurt onder andere doorextra voorwaarden te stellen aan winstuitkering. Daarnaast wordenook eisen gesteld aan het aantrekken of terugbetalen van eigen ofvreemd vermogen om te grote risico’s te voorkomen. Voor eenuitgebreide toelichting van de voorwaarden zie het wetsvoorstel dat op19Kamerstuk 31 322, nr. 547.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 608 29 januari 2025 aan Uw Kamer is verstuurd20. De NederlandseZorgautoriteit (Nza) zal verder bekijken hoe zij het toezicht op de Wibzzo effectief mogelijk kunnen inzetten om ervoor te zorgen dat dezeregels in de praktijk worden nageleefd.2.Daarnaast wil de Minister van VWS de NZa de bevoegdheid geven inde zorgspecifieke fusietoets (Zft) om fusies inhoudelijker te kunnentoetsen. Dit zal zitten op de kwaliteit van zorg, rechtmatig gedrag metbetrekking tot de Wmg en de continuïteit van zorg. Uw Kamer is hieronlangs over geïnformeerd in de brief over de aanpassingen van dezorgspecifieke fusietoetsing21.3.Ook vindt de Minister van VWS het belangrijk om toekomstigeontwikkelingen op het gebied van financiering van zorg, waaronderdoor private equity partijen en andere investeerders, goed te monito-ren. Vanaf 1 januari 2025 gelden de verplichtingen met betrekking totde openbare jaarverantwoording voor meer partijen. Hierdoor ontstaatin de toekomst meer zicht op de winsten die worden uitgekeerd in dezorg, ook door onderaannemers. Om meer zicht te krijgen op definancieringsvorm (bijvoorbeeld door bancaire lening of private equitypartij) van zorgaanbieders, verkennen de Minister van VWS en deStaatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport (JPS) de mogelijkheidom hierover een onderdeel toe te voegen aan de openbare jaarverant-woording die aangeleverd dient te worden via DigiMv door(middel)grote zorgaanbieders en jeugdhulpaanbieders en gecertifi-ceerde instellingen. De NZa is verantwoordelijk voor het toezicht enhandhaving van de openbare jaarverantwoording22.Voor een uitgebreide toelichting van de overwegingen van de Ministervan VWS voor deze aanpak zie de kamerbrief die 5 maart naar UwKamer is verstuurd23.14. De leden van de GroenLinks-PvdA fractie lezen dat het kabinet ook debedrijfsopvolgingsregeling (BOR) noemt in het kader van het tegengaanvan private equity. Zij zien het verband tussen deze twee zaken niet,aangezien de BOR vooral een cadeau voor rijke erfgenamen is en uitonderzoek duidelijk gebleken is dat deze onnodig is voor het voortbestaanvan familiebedrijven.Doel van de BOR is te voorkomen dat belastingheffing bij reële bedrijfs-overdrachten de continuïteit van de onderneming in gevaar brengt omdater onvoldoende middelen zijn om de schenk- of erfbelasting te voldoen.De BOR is bedoeld voor ondernemers bij reële bedrijfsopvolgingen enwordt vaak gebruikt door verkrijgers van (aandelen in) familiebedrijven.De BOR wordt ongeveer 2.000 keer per jaar gebruikt. De meeste schen-kingen en de meeste ondernemingsvermogens in een erfenis zijn kleinerdan € 1 miljoen. Het is dan ook veel te kort door de bocht om te stellendat de BOR vooral ten goede komt aan (zeer) rijke erfgenamen.15. Deze leden vragen het kabinet daarom hoe vaak het voorkomt datfamiliebedrijven worden overgenomen door private equity en hoe vaak erenige relatie is met het betalen van erf of schenkbelasting. Daarnaastvragen zij of het kabinet verwacht dat dit aantal zou toenemen als de BOR20het ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet. marktordening gezondheidszorg, deWet toetreding zorgaanbieders, de Jeugdwet en enige andere wetten in verband met deintegriteit van de bedrijfsvoering van zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wet integere bedrijfs-voering zorg en jeugdhulpaanbieders) (Kamerstuk 36 686)21Kamerstuk 31 765, nr. 89922Voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen is de IGJ nu nog verantwoordelijkvoor toezicht en handhaving op de openbare jaarverantwoording. Na inwerkingtreding vanhet wetsvoorstel «Verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg» zal deze taak overgaan naar deNZa.23Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 177Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 609 zou worden afgeschaft en met hoeveel, en of zij dit nader kanonderbouwen.Er zijn voor zover bekend geen gegevens hoe vaak het voorkomt datfamiliebedrijven worden overgenomen door private equity, bij zo’novername kunnen tal van overwegingen spelen zoals de verschuldigdeschenk- of erfbelasting indien het bedrijf zelf wordt voortgezet. Er isonvoldoende politiek draagvlak voor afschaffing van de BOR. In ditverband kan worden gewezen op het initiatiefwetsvoorstel van de fractievan GroenLinks-PvdA waarin de BOR weliswaar wordt versoberd, maarblijft bestaan. Voor dit initiatief was onvoldoende steun in de TweedeKamer. Wel verwacht het kabinet dat overnames van familiebedrijvendoor private equity zouden toenemen als de BOR zou worden afgeschaft.16. Tot slot vragen deze leden of het kabinet kan bevestigen dat er aanzowel de invoering als de verschillende uitbreidingen van de BOR geenenkele cijfermatige onderbouwing of ander op feiten gebaseerdonderzoek voorafging en dat er ook geen enkele aanwijzing was dat de albestaande betalingsregeling onvoldoende was om te voorkomen datfamiliebedrijven moesten worden geliquideerd om de erf of schenkbe-lasting te kunnen betalen. Als het kabinet dit niet kan bevestigen, kan zijde betreffende cijfermatige onderbouwing of ander relevant onderzoekdan wellicht met de Kamer delen?Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar de nota naaraanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscalebedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025 waar uitgebreid op deze vraag isingegaan.24Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie17. Wanneer zal het kabinet de motie uitvoeren?Zie het antwoord op vraag 1. Het fors terugdringen van private equity indeze sectoren die grotendeels publiek worden bekostigd is geendoelstelling van dit kabinet. Daarom is het kabinet op dit moment nietvoornemens een adviescommissie in te stellen met die taak. Dit neemtniet weg dat dit kabinet de zorgen rondom de rol van private equityserieus neemt. De reeds uitgevoerde onderzoeken en verkenningen latendit ook zien. Het kabinetsbeleid is er op gericht om excessen tegen te gaanen te voorkomen.Het kabinet blijft de ontwikkelingen rond private equity in (semi)publiekesectoren nauwlettend monitoren. Indien nieuwe ontwikkelingen daaraanleiding toe geven, kan het instellen van een adviescommissie gerichtop het tegengaan van excessen bij grotendeels collectief bekostigdesectoren worden overwogen.18. Waarom zegt het kabinet dat zij de motie uitvoert in de brief, terwijl datevident niet het geval is? Acht zij dit eerlijk?Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 1 is het geen doelstelling vanhet kabinet om private equity fors terug te dringen in de (semi)publiekesectoren. Daarom stelt het kabinet geen adviescommissie in met als taakhet adviseren over welke strategie gevoerd moet worden om dit doel tebereiken. Het kabinet handelt wel in de geest van de motie.24Kamerstuk 36 610, nr. 9, p. 4 en 5.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 6010 19. Is het kabinet bereid om in kaart te brengen wie er allemaal geadvi-seerd heeft dat er wel een probleem is? Waarom zijn die onderzoeken ennoodkreten nu net weggelaten uit de briefHet kabinet is zich bewust van de adviezen van o.a. de ACM. De signalenvan toenemende marktmacht in bepaalde sectoren als gevolg van deaanwezigheid van private equity partijen kan maatschappelijke kosten metzich meenemen en welvaart verlagend zijn. Het geëigende instrumenthiertoe is middels het markttoezicht vanuit de ACM en niet vanuit hetkabinet.In de Kamerbrief25 die 17 oktober is verstuurd over mogelijke aanpas-singen van het mededingingsinstrumentarium om dit toekomstbestendigte maken is aangegeven dat er wordt bekeken of en hoe het ACMinstrumentarium kan worden uitgebreid. Uitbreiding kan eventueel met(i) een onderzoeks- en remediebevoegdheid voor concurrentie en (ii) eenaanpassing van het concentratietoezicht zodat ook fusies en overnamesdie de meldingsdrempels niet halen (killer acquisitions en kralenrijgen/roll-up) onderzocht kunnen worden. Voor beide opties is aangegeven datin het voorjaar van 2025 meer duidelijk wordt en uw Kamer verder wordtgeïnfonneerd.20. De leden van de NSC-fractie willen graag binnen twee weken eenantwoord op deze vragen, inclusief een instellingsbesluit voor eenadviescommissie, conform de wens van de Kamer en een duidelijkeopdracht.Zoals aangegeven in de antwoorden op vraag 17 en 18 is het kabinet nietvoornemens een adviescommissie in te stellen met als doel te adviserenover een strategie om private equity fors terug te dringen in (semi)pu-blieke sectoren.Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie21. Deze leden danken de bewindspersonen voor dit overzicht, maarvragen aan de bewindspersonen of zij ook inzien dat dit nog geen adviesis over de te voeren strategie? Welke strategie voert het kabinet om detoenemende rol van private equity terug te dringen? Als er geen overkoe-pelende strategie is, is het kabinet voornemens deze strategie te formu-leren ofte laten formuleren, zoals de motie vroeg?Zie het antwoord op vraag 1.22. Deze leden zien dat verschillende departementen onder andere doorsturing vanuit de Kamer stappen zetten om private equity terug tedringen, maar dat de departementen niet altijd dezelfde koers varen.Herkennen de bewindspersonen dit? En zien de bewindspersonen dat eeneenduidige, interdepartementale strategie eraan zou bijdragen omsamenhangend beleid te voeren en van elkaar te leren?De genoemde sectoren in de motie kennen elk eigen markteigenschappenen knelpunten. In dit geval is maatwerk beleid nodig om markten beter telaten werken voor mensen. We blijven interdepartementaal kijken naarhoe de afzonderlijke sectoren van elkaar kunnen leren in hun omgang metprivate equity.23. Waarom kiezen de bewindspersonen voor een aanvullende verkenningnaar de voors en tegens van de rol van private equity in sectoren diegrotendeels collectief worden bekostigd en niet voor een commissie die25Kamerstuk 24 036, nr. 436Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 6011 een strategie adviseert? Welke vragen stelt het kabinet daarin centraal?Wie moet dat onderzoek doen, met welke scope en met welk tijdspad, zovragen deze leden.Zonder een scherpe probleemanalyse waaruit blijkt dat het terugdringenvan private equity noodzakelijk is, acht het kabinet het onverstandig omeen adviescommissie in te stellen om private equity fors terug te dringen.Deze werkwijze stelt het kabinet beter in staat om met doeltreffende endoelmatige oplossingsrichtingen te komen betreft private equity in onzeeconomie.Tijdens het uitvoeren van de motie is uit de onderzoeken van SZW enVWS en de aanvullende verkenning door VWS gebleken dat er geenaanleiding is om de rol van private equity terug te dringen. Dit neemt nietweg dat dit kabinet de zorgen rondom de rol van private equity serieusneemt. Daarom is aangekondigd om in 2025 een aanvullende verkenningte doen. VWS heeft in de Kamerbrief van 5 maart jl. invulling gegeven aandeze toezegging voor de zorgsector. In de kinderopvang worden maatre-gelen uitgewerkt om de toegankelijkheid en een doelmatige besteding vanpublieke middelen te borgen met oog op het nieuwe financieringsstelsel.Daarbij blijven we interdepartementaal kijken naar hoe de afzonderlijkesectoren van elkaar kunnen leren in hun omgang met private equity.24. Hoe geeft het kabinet verder invulling aan de motie-Bikker/Omtzigt(TK 36 410-30) die het kabinet de opdracht geeft om (semi)publiekevoorzieningen beter te beschermen tegen de kwalijke gevolgen vanprivate equity en het toezicht te versterken?De Minister van VWS is bezig met een aantal maatregelen om tewaarborgen dat financiële belangen nooit voor kwaliteit, toegankelijkheiden betaalbaarheid van zorg worden kunnen gezet. Dit door o.a. in te zettenop het eerder genoemde wetsvoorstel (Wibz). De Nederlandse Zorgauto-riteit (Nza) zal verder bekijken hoe zij het toezicht op de Wibz zo effectiefmogelijk kunnen inzetten om ervoor te zorgen dat deze regels in depraktijk worden nageleefd. Verder heeft de Minister van VWS aangegevennauwkeurig en nauwlettend in de gaten willen houden hoe de ingevoerdemaatregelen gezamenlijk in de praktijk uitpakken.We blijven interdepartementaal kijken naar hoe de afzonderlijke sectorenvan elkaar kunnen leren in hun omgang met private equity. Dit is in degeest van de motie.25. Ten aanzien van het domein kinderopvang zijn de leden van deChristenUnie-fractie teleurgesteld in de reactie van het kabinet. Feitelijkmonitort het Ministerie van Economische Zaken enkel de ontwikkelingenin de kinderopvang maar is zij niet voornemens om ook iets te dóen.Herkent u zich in deze stelling? Het kabinet is niet voornemens iets tedoen om prijsstijgingen in de kinderopvang te voorkomen. De leden vande ChristenUnie-fractie zien dit als een grote misser. De grote investe-ringen die dit kabinet doet in het betaalbaarder maken van de kinder-opvang zullen daarmee tenietgedaan worden. Waarom kiest het kabinet indeze voor winsten van kinderopvangorganisaties in plaats van voor deportemonnee van huishoudens, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie? De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat het kabinet wenstdat sectorpartijen in de kinderopvang werk maken van een gedragscodeom de transparantie in de sector te vergroten. Op welke wijze gaat hetkabinet hier sturing en leiding aan geven?De invoering van het nieuwe financieringsstelsel kan inderdaad leiden totprijsstijgingen in de kinderopvang, als het aanbod achterblijft bij detoenemende vraag. Zoals toegelicht in antwoord op de vragen van deleden van GroenLinks-PvdA in dit schriftelijk overleg en de Hoofdlijnen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 6012 brief over het nieuwe financieringsstelsel verkent het kabinet verschil-lende maatregelen om de gevolgen hiervan tegen te gaan.26In de kamerbrief over de uitvoering van de motie Bikker/Omtzigt heeft deStaatssecretaris van Participatie en Integratie aangegeven de mening vanuw Kamer te delen dat het de bedoeling is dat belastinggeld ten goedekomt aan kinderopvang, en niet als winst uitstroomt naar aanbieders.27 Degedragscode waar u naar verwijst kan daarbij helpen, door voor desamenleving inzichtelijk te maken hoe middelen besteed worden. Dekinderopvangsector is zelf aan zet om deze code vorm te geven. In zijnoverleggen met de kinderopvangsector zal de Staatssecretaris vanParticipatie en Integratie er bij de branchepartijen op aandringen om hiersnel werk van te maken.26. Ten aanzien van het domein van de zorg zullen de leden van deChristenUnie-fractie het wetsvoorstel dat aanhangig is gemaakt kritischbeoordelen of dit voorstel voldoende voorstellen bevat om ervoor tezorgen dat privaat geld in de zorg blijft en niet verdwijnt. Ten aanzien vande jeugdzorg maken deze leden zich zorgen over woekerwinsten. Deelt hetkabinet de overtuiging dat bedrijven die met hoge winstmarges werkenniet passen bij het maatschappelijke karakter van collectief bekostigdevormen van dienstverlening of zorg, zoals de jeugdzorg? Zoja, op welketerreinen heeft het kabinet zorgen? Zo nee, waarom niet?De Minister van VWS en de Staatssecretaris van JPS, zien zowel kansenals risico’s als het gaat om winst in de zorg en jeugdhulp. Een verbod opwinstuitkeringen achten de bewindspersonen buitenproportioneel, heeftgrote gevolgen voor het zorgveld en is juridisch zeer kwetsbaar. Debewindspersonen delen de overtuiging dat personen of partijen in de zorgen jeugdhulp die meer gericht zijn op hun eigen financieel belang, dan opde maatschappelijke belangen van zorg en jeugdhulp geen plaats horen tehebben binnen de zorg en jeugdhulp. Zoals eerder genoemd wordenreeds verschillende maatregelen genomen om dergelijke aanbieders teweren en risico’s te mitigeren.Voor een uitgebreide toelichting van de overwegingen van de Ministervan VWS voor deze aanpak zie de kamerbrief die recent naar Uw Kamer isverstuurd28.Voor jeugdhulp geldt aanvullend dat er op dit moment nog te weinigsprake is van tariefdifferentiatie waardoor het voorkomt dat er enerzijds tehoge prijzen en anderzijds te lage prijzen aan jeugdhulpaanbiedersworden betaald.Hierdoor ontstaat een discrepantie tussen de hoogte van de winsten dieworden gemaakt door aanbieders van lichte jeugdhulp enerzijds en(systeem)aanbieders van specialistische jeugdhulp anderzijds. Het is deverantwoordelijkheid van gemeenten om in inkoopprocedures voorafgoede kwaliteitseisen te stellen en tariefdifferentiatie toe te passen. In deHervormingsagenda Jeugd zijn meerdere maatregelen opgenomengericht op het versterken van de inkooprol van gemeenten en op hetstandaardiseren van prestaties en tarieven.Voor een uitgebreide toelichting van de overwegingen van de Ministervan VWS voor deze aanpak zie de kamerbrief die recent naar Uw Kamer isverstuurd.2926Kamerstuk 31 322, nr. 547.27Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 57.28Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 177.29Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 177Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 6013 27. Hoe schatten de bewindspersonen het risico dat het aandeel jeugd-hulpaanbieders dat door private equity wordt gefinancierd toeneemt tenopzichte van de gemeten situatie in 2022 (EY Consulting «Onderzoek naarniet-integere bedrijfsvoering jeugdhulp» 15 december 2023, pagina 82), zovragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Hoe houden de bewindsper-sonen de vinger aan de pols? Wat zijn factoren die het aandeel zoukunnen doen toenemen? Welke vervolgstappen overwegen debewindspersonen?Banken zijn de afgelopen jaren meer, en hogere, eisen gaan stellen aanzorgorganisaties voor financiering30. Het is dus voor zorg- en jeugdhulpin-stellingen lastiger om via banken gefinancierd te worden. In dat gevalkunnen andere investeerders, zoals private equity partijen uitkomstbieden. Dit zou ook het aandeel van private investeerders, zoals privateequity partijen kunnen doen toenemen.EY heeft in het onderzoek «Niet integere bedrijfsvoering jeugdhulp»geconstateerd dat in 2022 drie private equity investeerders actief zijn bijinvesteringen in acht jeugdhulpaanbieders31. Uit het onderzoek blijkt ookdat private equity investeerders weliswaar mogelijkheden zien binnen dejeugdhulpsector om de efficiëntie van organisaties te verbeteren, maardat de relatiefkortdurende contracten bij gemeenten en de negatieveaandacht vanuit media en politiek maken dat het voor private equityinvesteerders minder aantrekkelijk is om te investeren in jeugdhulpaan-bieders. Ontwikkelingen rondom contracteren van jeugdhulp lijken dusrelevant voor de interesse van private equity investeerders.De Staatssecretaris van JPS vindt het belangrijk om ontwikkelingen tenaanzien van financiering van jeugdhulp goed te monitoren en verkentdaarom, zoals reeds genoemd in vraag 13, de mogelijkheid om hierovereen onderdeel toe te voegen in de openbare jaarverantwoording.28. De leden van de ChristenUnie-fractie wijzen de bewindspersonen opde aangenomen motie-Grinwis c.s. (Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 38) die hetkabinet verzoekt te verkennen op welke manier het Rijnlandse denkenbeter verankerd kan worden, bijvoorbeeld in wet- en regelgeving voorbeursgenoteerde bedrijven. Een betere verankering van het Rijnlandsedenken kan immers perverse prikkels van private equity bij bedrijven(deels) tegengaan, zo menen deze leden. Hoe staat het met de uitvoeringvan deze motie? Wanneer kunnen deze leden de resultaten van dezeverkenning verwachten?Het kabinet verwacht de Kamer voor het zomerreces te informeren. VWSheeft op 5 maart al resultaten naar de TK gestuurd.30van Dijk, T. (2024). Money talks: Untangling the dynamics between banks, health insurers andhealthcare organizations in the context of a regulated market. [Doctoral Thesis, ErasmusUniversity Rotterdam].31Scoping van de onderzoekspopulatie (aantallen jeugdhulpaanbieders) voor de jaren 2021 en2022, waarbij correcties zijn gemaakt voor percentage van de inkomsten verkregen uit deJeugdwet (>30%t de totale omzet (<15 miljoen) en een correctie voor jeugdhulpaanbieders diepgb-activiteiten verrichtenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 6014
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.