Verslag van een schriftelijk overleg over de o.a. de geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad, 8-9 december 2025 (Kamerstuk 32317-978) (deel vreemdelingen- en asielbeleid)
Brontekst
Versie a742b3d0507beb9e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 317JBZ-RaadNr. 983 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 3 december 2025 De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Asiel en Migratie over debrief van 24 november 2025 over de Geannoteerde agenda van de formeleJBZ-Raad, 8–9 december 2025 (Kamerstuk 32 317, nr. 978), over de briefvan 3 november 2025 over het Verslag van de bijeenkomst van de RaadJustitie en Binnenlandse Zaken, 13 en 14 oktober 2025 (Kamerstuk 32 317,nr. 975) en over de brief van 8 oktober 2025 over Antwoorden op vragencommissie over o.a. de geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad13–14 oktober 2025 (Kamerstuk 32 317, nr. 973) (Kamerstuk 32 317,nr. 974).De vragen en opmerkingen zijn op 1 december 2025 aan de Minister vanAsiel en Migratie voorgelegd. Bij brief van 3 december 2025 zijn de vragenbeantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,VijlbriefDe griffier van de commissie,Honsbeek kst-32317-983ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9831 InhoudsopgaveVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie en reactievan de bewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie enreactie van de bewindspersoon5Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersoon8Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de bewindspersoon11Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie enreactie van de bewindspersoon16Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie enreactie van de bewindspersoon19Vragen en opmerkingen van de leden van de Forum voorDemocratie-fractie en reactie van de bewindspersoon29Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie enreactie van de bewindspersoon31Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieen reactie van de bewindspersoon33 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de D66-fractie hechten aan een spoedige behandeling vande Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 envragen de Minister wanneer hij verwacht dit voorstel aan de TweedeKamer te doen toekomen.AntwoordHet kabinet is voornemens het wetsvoorstel nog voor hetkerstreces bij uw Kamer aanhangig te maken.Deze leden benadrukken het belang van het Asiel- en migratiepact voorhet versterken van controle op de instroom en een robuust Europeesasielbeleid.De leden van de D66-fractie merken op dat bij de totstandkoming van hetEU-Migratiepact een kernelement ontbrak, namelijk een effectief enjuridisch houdbaar terugkeerbeleid. Deze leden vinden de snelle selectie-procedure een positieve ontwikkeling, maar zijn van mening dat hetzonder praktisch terugkeercomponent ineffectief is. Zij nemen metinteresse kennis van de stappen die op EU-niveau worden gezet om totnieuwe terugkeerafspraken te komen, waaronder het betrekken van hetbandencriterium. Tegelijkertijd benadrukken zij dat terugkeerafsprakenaltijd moeten plaatsvinden binnen de grenzen van het internationale rechten met respect voor fundamentele mensenrechten. Deze leden vragen ofde Minister kan toelichten hoe hij ervoor zorgt dat nieuwe terugkeeraf-spraken op EU-niveau effectief en in lijn met fundamentele rechten totstand komen.AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9832 Op 11 maart jl. heeft de Europese Commissie een voorstel gedaanvoor een Terugkeerverordening, die de huidige Terugkeerrichtlijn1en gerelateerde EU-wetgeving2 vervangt. Dit voorstel regelt eengemeenschappelijk systeem voor de terugkeer van vreemdelingen(derdelanders) zonder rechtmatig verblijf in de EU-lidstaten enSchengen-geassocieerde landen. Het kabinet is het DeenseEU-voorzitterschap erkentelijk voor het harde werk en is positiefover het laatste voorliggende compromisvoorstel. De Neder-landse inzet tijdens de onderhandelingen heeft er in geresulteerddat het compromisvoorstel op voor Nederland belangrijkeonderwerpen verbeterd is ten opzichte van het initiële voorstelvan de Commissie. Het gaat dan om: het schrappen van deautomatisch schorsende werking (gedurende de beroepstermijn)van een terugkeerbesluit, inreisverbod of verwijderingsbesluit, demogelijkheid om de vreemdeling voor een beoordeling van hetbeginsel van non-refoulement te kunnen verwijzen naar deasielprocedure en daarmee die beoordeling uit de terugkeerpro-cedure te houden, meer nadruk op de plichten van de vreem-deling om mee te werken tijdens het terugkeerproces, meermogelijkheden om maatregelen op te leggen om de vreemdelingbeschikbaar te houden voor terugkeer, strengere maatregelent.a.v. de terugkeer van personen die een veiligheidsrisico vormenen een implementatietermijn van 2 jaar voor de verordening. Hetstaat daarbij buiten kijf dat terugkeer moet plaatsvinden binnende grenzen van internationaal- en Europeesrechtelijke verplich-tingen en fundamentele rechten.Zoals aan uw Kamer gemeld in de geannoteerde agenda voordeze JBZ-Raad, streeft het Voorzitterschap ernaar om de Raad tevragen in te stemmen met een algemene oriëntatie ten aanzienvan het voorstel voor een Terugkeerverordening. Met het huidigecompromisvoorstel heeft het Voorzitterschap in de ogen vanNederland een juiste balans bereikt tussen enerzijds voldoendeflexibiliteit voor lidstaten en anderzijds harmonisering van hetterugkeersysteem, waarbij er voldoende oog is gehouden voorhet waar mogelijk voorkomen van extra administratieve lastenvoor de uitvoering. Op basis van de huidige stand van zaken vande onderhandelingen in de Raad, lijkt agendering van eenalgemene oriëntatie op de komende JBZ-Raad aannemelijk.Hoewel er tot op heden nog wel een verschil van inzicht bestaattussen een aantal lidstaten over het al dan niet verplichten van dewederzijdse erkenning en uitvoering van terugkeerbesluiten,biedt het voorliggende compromisvoorstel van het Voorzitter-schap voldoende comfort voor het kabinet om in te kunnenstemmen met een algemene oriëntatie op de komende Raad. Hetkomt in de ogen van het kabinet voldoende tegemoet aan deNederlandse inzet, zoals eerder gedeeld in het BNC-fiche bij hetvoorstel van de Commissie.3 Alles overwegende is het kabinetdaarom voornemens om in te stemmen met een algemene1Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 overgemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanenvan derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven.2Richtlijn 2001/40/EG van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de onderlinge erkenning vanbesluiten inzake de verwijdering van onderdanen van derde landen en 2004/191/EG:Beschikking van de Raad van 23 februari 2004 tot vaststelling van de criteria en uitvoerings-voorschriften voor de compensatie van de verstoringen van het financiële evenwicht dievoortvloeien uit de toepassing van Richtlijn 2001/40/EG betreffende de onderlinge erkenningvan besluiten inzake de verwijdering van onderdanen van derde landen.3BNC-fiche, Voorstel voor een Terugkeerverordening, https://open.overheid.nl/documenten/66a9f050-73e3-48a3-a66b-b2e9673c77ff/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9833 oriëntatie van de Raad ten aanzien van het voorstel voor eenterugkeerverordening als de bereikte punten behouden blijven.De leden van de D66-fractie hebben in recente mediaberichtgevingkennisgenomen van het feit dat Duitsland asielzoekers die wordentegengehouden bij de Duitse grenscontroles met regelmaat in Nederland«dumpt».4 Deze leden wijzen erop dat dit ertoe kan leiden dat mensenvolledig gedesoriënteerd in Nederland belanden, soms midden inwoonwijken of in openbare gelegenheden omdat zij geen opvang ofbegeleiding ontvangen. Dit is onwenselijk voor de betrokken asielzoekers,maar ook voor de omwonenden en ondernemers die aangeven hierdooroverlast of onveiligheid ervaren. Het ministerie heeft aangegeven dat dezewerkwijze al langere tijd gebruikelijk zou zijn, maar voor deze leden roeptdit vragen op. Zij vragen wat het oordeel van de Minister is over het feitdat personen zonder enige vorm van overdracht of opvangvoorziening inNederland worden achtergelaten, en of hij recent contact heeft gehad metzijn Duitse collega hierover.AntwoordDe overdracht van geweigerde vreemdelingen door Duitsland(Bundespolizei) aan Nederland (KMar) en door Nederland aanDuitsland verloopt conform bestaande bilaterale afspraken. Eenoverdracht kan plaatsvinden middels een «warme overdracht»,waarbij een persoon fysiek wordt overgedragen door de Duitseautoriteiten aan de Nederlandse autoriteiten, of een «koudeoverdracht», waarbij deze fysieke overdracht niet plaatsvindt.Wanneer een vreemdeling wordt overgedragen van Duitsland aanNederland of vice versa, dan wordt de operationele vormgevingvan deze overdracht, waaronder tijd en locatie, door lokaleDuitse en Nederlandse grensautoriteiten georganiseerd. Het isniet altijd mogelijk om een door Duitsland geweigerde vreem-deling via een «warme overdracht» over te nemen. Bij de keuzeof overdrachten gezien of ongezien gebeuren wordt rekeninggehouden met specifieke doelgroepen, zoals kwetsbare personen.Bij kwetsbare personen wordt expliciet aandacht besteed aan depersoonlijke omstandigheden van de betrokkene. In anderegevallen zit deze zorg met name in het faciliteren van de door- ofterugreis. In alle gevallen wordt rekening gehouden met de matevan zelfstandigheid en zelfredzaamheid van het individu, waarbijde veiligheid van betrokkenen in acht wordt genomen.Nederland staat voortdurend in contact met Duitsland over desamenwerking in het kader van de binnengrenscontroles, zowelop politiek als ambtelijk/operationeel niveau. Daarnaast staan hetministerie en de KMar eveneens in nauw contact met debestuurders uit de grensregio’s over de binnengrenscontroles.Naar aanleiding hiervan heeft de KMar contact opgenomen metde Bundespolizei over de werkwijze bij overdrachten, waaronderover het faciliteren van de door- of terugreis.Daarnaast vragen zij of de Minister al contact heeft opgenomen met deburgemeester(s) van de betreffende grensgemeente(n) waar dezeasielzoekers Nederland binnenkomen, om de lokale signalen en zorgen tebespreken. Zo ja, wat kwam daaruit naar voren en zo nee, is de Ministerbereid dit alsnog te doen?4Algemeen Dagblad, 10 november 2025, «Duitsland «dumpt» mensen na controles, onrust aanNederlandse grens: «Kan toch niet in een woonwijk?»» (https://www.ad.nl/binnenland/duitsland-dumpt-mensen-na-controles-onrust-aan-nederlandse-grens-kan-toch-niet-in-een-woonwijk~af8df7d9/).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9834 AntwoordHet Ministerie van Asiel en Migratie en de KMar staan in nauwcontact met de bestuurders uit de grensregio’s over de binnen-grenscontroles. Signalen vanuit de grensregio’s worden zeerserieus genomen. Naar aanleiding van de berichtgeving over deoverdrachten van de door Duitsland geweigerde vreemdelingen iser ook hierover contact geweest met de bestuurders uit degrensregio’s. Op basis daarvan is de werkwijze bij overdrachten,waaronder het faciliteren van de door- of terugreis met Duitslandbesproken.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de PVV-fractie maken van de gelegenheid gebruik om, naaraanleiding van de geannoteerde agenda van de JBZ-Raad op 8 en9 december 2025, de volgende opmerkingen en vragen aan de Ministervoor Asiel en Migratie voor te leggen.Deze leden van de PVV-fractie merken op dat zij geen vertrouwen hebbenin het Europese asiel- en migratiepact. Dit pact is in feite een Europesespreidingswet met een verkapte verplichting om nog meer asielzoekers opte nemen of daar grof voor te betalen. Landen als Polen en Hongarijeweigeren terecht mee te doen.Tot grote verbijstering van de leden van de PVV-fractie heeft de Ministerzich in de onderhandelingen over de solidariteitspool ook volledig latenpiepelen door Brussel. Ondanks het feit dat Nederland een van dedichtstbevolkte landen van Europa is, is geen enkele uitzondering op deverplichte solidariteit bedongen. Hoeveel miljoenen euro’s gaat Nederlandde komende jaren precies betalen onder het migratiepact om deverplichte opname van asielzoekers «af te kopen»? Biedt het betalen van20.000 euro per niet-opgenomen asielzoeker daadwerkelijk een water-dichte garantie dat deze persoon niet alsnog via een geitenpaadje naarNederland komt?AntwoordDe omvang van de solidariteitspool wordt jaarlijks door de Raadvastgesteld. Daarnaast wordt ook elk jaar opnieuw door deCommissie een beoordeling gedaan van welke lidstaten ondermigratiedruk staan. De hoogte van de jaarlijkse bijdrage isdaarmee constant in beweging. Daarnaast zet het kabinet erop indat het Dublinsysteem zo snel mogelijk weer werkt. Het kabinetheeft zich hier in de gesprekken met een aantal betrokken landenen de Commissie in aanloop naar de publicatie van hetjaarverslag, het Uitvoeringsbesluit over migratiedruk en hetvoorstel tot Uitvoeringshandeling sterk voor ingezet. Het kabinetverwelkomt dan ook dat de Commissie in het besluit over delidstaten onder migratiedruk benadrukt dat bijdragende lidstatenniet verplicht zijn uitvoering te geven aan hun toezeggingen ofverantwoordelijkheidscompensaties (offsets) toe te passen tenaanzien van de begunstigde lidstaat, indien in die lidstaatsystemische tekortkomingen vastgesteld worden. Hierbij verwijstde Commissie specifiek naar de tekortkomingen in Griekenlanden Italië met betrekking tot de uitvoering van het Dublinacquis.De Commissie zal op 12 juli 2026 (één maand na de inwerking-treding van het Pact) en op 15 oktober 2026 (publicatiejaarverslag 2026) beoordelen of Italië en Griekenland de Dublin-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9835 regels naleven.5 Indien de Commissie op dat moment vaststeltdat er sprake is van zogenaamde systemische tekortkomingen,vanwege het niet naleven van het Dublinacquis, zal Nederlandvoor die landen geen solidariteitsbijdrage leveren.Waarom heeft de Minister niet met de vuist op tafel geslagen en eenvolledige uitzonderingspositie voor Nederland afgedwongen, zoals wel isgelukt bij andere landen?AntwoordHet kabinet verwelkomt dat de Commissie erkenning geeft voorhet feit dat Nederland druk ervaart als gevolg van de aanhou-dende secundaire migratie. Of een lidstaat wordt aangemerkt alslidstaat onder migratiedruk wordt vastgesteld aan de hand vaneen aantal vooraf vastgestelde factoren, zoals het aantal irregu-liere grensoverschrijdingen of Dublinverzoeken. Op basis vandeze factoren heeft de Commissie vastgesteld dat anderelidstaten, op basis van de gegevens uit het jaarverslag, relatiefgezien meer druk hebben dan Nederland. Voor de lidstaten ondermigratiedruk is dit met name vanwege het relatief hoge aantalirreguliere grensoverschrijdingen en aanvragen voor interna-tionale bescherming of door het hoge aantal ontschepingen naopsporings- en reddingsoperaties (SAR).Is de Minister bereid om unilateraal de Nederlandse grenzen te bewakenen een asielstop in te voeren?AntwoordHet kabinet zet vol in op het aanscherpen van het asiel- enmigratiebeleid en het voorkomen van secundaire migratie, binnende grenzen van de internationaal- en Europeesrechtelijke kaders.Vanwege de aanhoudende hoge absolute aantallen secundairemigratie heeft het kabinet daarom besloten de binnengrenscon-troles opnieuw met zes maanden te verlengen tot 8 juni 2026 inovereenstemming met artikel 25 van de Schengengrenscode.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister waarom er nog geentijdelijke verblijfsvergunningen van Syriërs zijn ingetrokken aangezieninmiddels één miljoen Syriërs vrijwillig zijn teruggekeerd naar Syrië enzelfs de Minister erkent dat grote delen van Syrië veilig zijn. Wanneer gaatde Minister eindelijk over tot massale intrekking van de ruim 70.000 ver-blijfsvergunningen van Syriërs die hier de afgelopen jaren zijn binnenge-komen, zo vragen deze leden. Hoeveel gedwongen terugkeerproceduresvoor Syriërs kunnen er in 2026 worden opgestart en hoeveel Syriërskunnen er dat jaar daadwerkelijk worden teruggestuurd? Ook vragen dezeleden wat het huidige inwilligingspercentage bij nieuwe asielaanvragenuit Syrië is. Zij hebben vernomen dat Zweden met Syrië gaat samen-werken om veroordeelde criminele Syriërs uit te zetten. Kan de Ministerdit bevestigen en wanneer start Nederland met het uitzetten van veroor-deelde criminele Syriërs?AntwoordEen goede relatie met de Syrische overgangsregering is cruciaalvoor meer vrijwillige terugkeer en op termijn ook gedwongenterugkeer. Het kabinet voert daarom doorlopende gesprekkenmet de overgangsautoriteiten. Op 20 oktober jl. bezocht deStaatssecretaris van Buitenlandse Handel en OntwikkelingshulpDamascus. Hier sprak zij met de Syrische overgangsregering om5Kamerstuk 32 317, nr. 973.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9836 terugkeer te bevorderen en irreguliere migratie tegen te gaan. Ditdoet Nederland onder andere door grensmanagement in Syrië teversterken en de socio-economische omstandigheden in Syrië teverbeteren om terugkeer te bevorderen. Uit dat bezoek werdechter ook duidelijk dat er op het gebied van stabiliteit enwederopbouw nog een en ander nodig is om de omstandighedenin Syrië te verbeteren en terugkeer te bevorderen. Tot op hedenheeft het kabinet dan ook nog geen Syriërs gedwongen latenterugkeren. Het kabinet faciliteert vrijwillige terugkeer vaniedereen die aangeeft dit te willen. Het kabinet spant zichdaarnaast ervoor in om gedwongen terugkeer ook mogelijk temaken, in ieder geval voor overlastgevende Syriërs of personenmet antecedenten.Zoals aangegeven in mijn brief van 10 juni jl. kon op dat momentnog niet worden geconcludeerd dat de positieve wijzigingen inSyrië reeds voldoende ingrijpend en van niet-voorbijgaande aardwaren. De situatie was daarom nog niet voldoende bestendig omconform de voorwaarden van het Unierecht tot herbeoordelingenvoor statushouders met een verblijfsvergunning over te gaan. Injanuari 2026 wordt een nieuw ambtsbericht verwacht. Aan dehand van dit ambtsbericht zal opnieuw bezien worden of erbeleidsconclusies ten aanzien van het herbeoordelen getrokkenkunnen worden. Dit zal echter tijd vergen. Uit de open data kanworden afgeleid dat het inwilligingspercentage van eersteasielaanvragen van vreemdelingen met de Syrische nationaliteitin de periode juni tot en met oktober 2025 rond de 10 procentlag.6De leden van de PVV-fractie hebben met grote verbazing kennisgenomenvan het pleidooi van Europarlementariër Malik Azmani (VVD) voor eenenorme verzwakking van de Terugkeerverordening, zoals voorkeur voorvrijwillige in plaats van gedwongen terugkeer, minder en kortere detentie,beperking van terugkeerhubs en zelfs een aparte kop over «fundamentelerechten». Deze leden vragen hoe de Minister zich in de Raad gaatverzetten tegen de door de VVD voorgestelde verzwakkingen en zich juisthard gaat maken voor maximale detentiemogelijkheden, verplichteterugkeerhubs en zo min mogelijk vrijblijvendheid.AntwoordDe bevordering van terugkeer van vreemdelingen zonder recht-matig verblijf in Nederland is een prioriteit van het kabinet. Hetkabinet zet in op het spoedig aanscherpen van de Europeseterugkeerregels gericht op een efficiëntere terugkeerproceduremet, waar mogelijk, minder administratieve lasten voor deuitvoeringspraktijk. Nederland heeft zich conform het BNC-fichetijdens de onderhandelingen in de Raad ingezet voor het mogelijkmaken van een «terugkeer- of transithub» en heeft de nieuwegrondslagen voor vreemdelingenbewaring en de verruiming vande maximale bewaringsduur verwelkomt. Zoals eerder aange-geven moet terugkeer plaatsvinden binnen de grenzen van hetinternationale en al geldende Europese recht en met respect voorde fundamentele rechten.6Open Data Migratieketen, geraadpleegd op 2 december 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9837 Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersoonVoorstel voor een Unieplan voor hervestiging en humanitaire toelating2026–2027De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet voorstel van de Europese Commissie voor het eerste Unieplan alsonderdeel van de Hervestigingsverordening. Deze leden ondersteunen hetdoel van deze verordening, namelijk het tegengaan van irregulieremigratie en mensensmokkel.De leden van de VVD-fractie willen dat het Nederlandse asielstelsel zo snelmogelijk volledig wordt gebaseerd op hervestiging, waarbij asielaan-vragen alleen nog buiten Europa plaatsvinden en asielzoekers alleen opuitnodiging naar Nederland mogen komen. Hoe verhoudt dit Unieplanzich tot zo’n asielstelsel? Hoe wordt er door de andere negen lidstaten diebijdragen aan het Unieplan gekeken naar een herijking van het Europeseasielstelsel op basis van hervestiging?AntwoordDe Hervestigingsverordening, en het daaraan ontleende Unieplan,biedt een veilige en gereguleerde overkomst naar Europa voorkwetsbare mensen die internationale bescherming nodig hebbenen draagt bij aan het versterken van de EU-samenwerking metderde landen, inclusief de samenwerking in de strijd tegenmensensmokkel en op het gebied van terugkeersamenwerking.De Hervestigingsverordening en het plan hebben echter niet totdoel, noch de juridische basis om, de spontane toestroom vanmigranten naar de EU geheel te stoppen en/of asielaanvragenenkel nog buiten de EU te behandelen. Zoals uw Kamer eerderbericht, in de geannoteerde agenda van deze JBZ-Raad van13–14 oktober 2025, wil het kabinet de route van het afhandelenvan asielverzoeken buiten het EU-grondgebied verder uitwerken.Een verkenning is daarom uitgezet bij onderzoeksinstituutClingendael.TerugkeerverordeningDe leden van de VVD-fractie verwelkomen de urgentie die de Minister totuitdrukking brengt met betrekking tot een effectiever terugkeerbeleid.Deze leden onderstrepen hierbij dat op dit moment evident veel te weiniguitgeprocedeerde migranten daadwerkelijk het grondgebied van deEuropese Unie verlaten.De leden van de VVD-fractie constateren dat veel uitzettingen op ditmoment geen doorgang kunnen vinden door de interpretatie van hetEuropees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Hoe verhoudende onderhandelingen over de terugkeerverordening zich hiertoe? Wordt ertijdens de onderhandelingen rekening gehouden met de mogelijkhedenvoor uitgeprocedeerde migranten om uitzetting te frustreren door eenberoep te doen op artikel 3 of artikel 8 van het EVRM en wordt er aanoplossingen gewerkt om deze frustratie te voorkomen?AntwoordNederland houdt zich aan verdragsrechtelijke bepalingen zoals deverplichtingen in het Europees Verdrag voor de Rechten van deMens (EVRM). Uit artikel 3 EVRM vloeit het beginsel vannon-refoulement voort. Dit beginsel is ook opgenomen inartikelen 4 en 19 van het Handvest van de grondrechten van deEU. Het houdt in dat een staat een vreemdeling niet mag terug-sturen naar een land waar er een ernstig risico bestaat dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9838 vreemdeling zal worden onderworpen aan folteringen, aan dedoodstraf of aan onmenselijke of vernederende behandelingen ofbestraffingen. In de huidige praktijk wordt in de asielproceduregetoetst aan het non-refoulementbeginsel. In het Commissie-voorstel voor een terugkeerverordening is voorgesteld denon-refoulementtoets een verplicht onderdeel van de terugkeer-procedure te laten uitmaken. Het staat buiten kijf dat lidstatenniet in strijd met het beginsel van non-refoulement mogenhandelen. Nederland heeft in de Raadsonderhandelingen – in lijnmet het BNC-fiche – ervoor gepleit om lidstaten de ruimte tegeven om deze beoordeling geen onderdeel te laten zijn van hetterugkeerproces door vreemdelingen die stellen een risico telopen bij terugkeer te kunnen verwijzen naar de asielproceduredan wel op een andere wijze te beoordelen of het non-refoule-mentbeginsel zich verzet tegen verwijdering. Hiermee wordtonnodige vertraging van het terugkeerproces voorkomen. Mededoor de Nederlandse inzet in de onderhandelingen is in hetdefinitieve compromisvoorstel van het Voorzitterschap, dat wordtbesproken op de komende JBZ-Raad, een aantal positievewijzigingen overgenomen ten aanzien van dit onderwerp. Hethuidige compromisvoorstel van het Voorzitterschap geeft delidstaten de mogelijkheid om vreemdelingen te verwijzen naar deasielprocedure dan wel op een andere wijze conform nationaalrecht te beoordelen of verwijdering in strijd is met hetnon-refoulementbeginsel. Ook is in de huidige tekst van hetcompromisvoorstel van de Raad vastgesteld dat autoriteiten bijeen non-refoulementbeoordeling gebruik kunnen maken vaneerdere beoordelingen. T.a.v. artikel 8 EVRM zijn er geenbepalingen opgenomen in het Commissievoorstel voor eenterugkeerverordening. Ook tijdens de Raadsonderhandelingenzijn er geen aanvullingen m.b.t. artikel 8 EVRM gedaan aan detekst van het voorstel.Voorts vragen de leden van de VVD-fractie in het kader van de brederediscussie rondom terugkeer wat de stand van zaken is met betrekking totde uitvoering van de motie-Van der Plas/Yes¸ilgöz-Zegerius met betrekkingtot het steunen van een onderzoek naar een interpretatieprotocol voor hetEVRM (Kamerstuk 36 800, nr. 24)? Wordt er op dit moment gewerkt aaneen interpretatieprotocol? Welke verdragsartikelen worden meegenomenbij het (onderzoek naar een) interpretatieprotocol?AntwoordNederland is onderdeel van de kopgroep gelijkgezinde lidstatensamen met Denemarken, Italië en België die de mogelijkhedenverkent voor het aanscherpen van het asiel- en migratiebeleid inverhouding tot verdragen. Hierbij wordt ook verkend wat denoodzaak is van en de meest effectieve route is voor deaanscherping van (de uitleg van) verdragen, specifiek metbetrekking tot artikelen 3 en 8 EVRM. Op 10 december vindt er innavolging hiervan een ministeriële conferentie plaats bij de Raadvan Europa in Straatsburg. Hierbij is de inzet van het kabinet eropgericht dat er opdracht wordt gegeven tot de totstandkoming vaneen politieke verklaring in aanloop naar het Comité van Ministersin Chisinau in mei 2026. Nederland zet erop in dat dezeverklaring uiteindelijk de status krijgt van een zogenaamdeinterpretatieve verklaring.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9839 Implementatie Asiel- en MigratiepactDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet voorstel van de Europese Commissie voor het vaststellen van dejaarlijkse solidariteitspool. Deze leden onderschrijven als onderdeel vandeze solidariteitspool het standpunt van de Minister om geen extraasielzoekers uit landen over te nemen die volgens de Commissie kampenmet migratiedruk. Klopt het dat het solidariteitsmechanisme het toestaatdat lidstaten naast het afkopen van hun verplichtingen ook gebruikkunnen maken van «alternatieve solidariteitsmaatregelen»? Wat voormaatregelen zouden volgens de Minister vallen onder deze alternatievesolidariteitsmaatregelen? Kan Nederland als onderdeel van de alterna-tieve solidariteitsmaatregelen extra personeel naar de Europese grenzensturen om irreguliere migratie tegen te gaan, of om aldaar snel kansarmeasielaanvragen af te wijzen? Hoe verhouden de kosten van deze alterna-tieve solidariteitsmaatregelen zich tot het volledig afkopen van deverplichting om extra asielzoekers over te nemen?AntwoordHet solidariteitsmechanisme biedt inderdaad de mogelijkheid omherplaatsingen (overname asielzoekers), een financiële bijdrageof alternatieve solidariteitsmaatregelen overeen te komen.Alternatieve solidariteitsmaatregelen kunnen zien op het gebiedvan migratie, opvang, asiel, terugkeer en re-integratie en grens-beheer en kunnen gericht zijn op operationele steun, capaciteits-opbouw, diensten, personeelsondersteuning, faciliteiten entechnische uitrusting.7 Het aanbieden van personele onder-steuning kan daaronder vallen. Bijdragen in de vorm van alterna-tieve solidariteitsmaatregelen dienen te zijn gebaseerd op eenspecifiek verzoek van de begunstigde lidstaat.8 Alternatievesolidariteitsmaatregelen moet voor de vaststelling van de hoogtevan de bijdrage worden uitgedrukt in de financiële waardedaarvan, waarbij de waarde van de alternatieve solidariteitsbij-drage in mindering komt op de financiële bijdrage.De leden van de VVD-fractie lezen dat de Commissie het voorstel voor dejaarlijkse solidariteitspool heeft gemaakt op basis het bruto binnenlandsproduct en de bevolkingsomvang van lidstaten. Waarom is er slechts voordeze twee indicatoren gekozen en is er niet gekeken naar de bevolkings-dichtheid? Acht de Minister het net als deze leden wenselijk om ook debevolkingsdichtheid mee te nemen bij beslissingen rondom de solidari-teitspool? Welke ruimte ziet de Minister totdat er daadwerkelijk een besluitis genomen nog om bevolkingsdichtheid te betrekken bij onderhande-lingen en gesprekken met de Europese Commissie en andere Europeselidstaten? Is de Minister bereid om de bevolkingsdichtheid ook tebetrekken bij onderhandelingen voor solidariteitspools voor de aanko-mende jaren?AntwoordDeze twee onderdelen zijn reeds onderdeel van het solidari-teitsmechanisme doordat de bijdrage van elke lidstaat aan desoldariteitspool (fair share) gebaseerd is op het bruto binnenlandsproduct en de bevolkingsomvang. Het meewegen van bevolkings-dichtheid is bij de totstandkoming van de asiel- en migratiebe-heerverordening door Nederland meegenomen als factor in deonderhandelingen. Er was op dat moment geen meerderheid voorhet opnemen van bevolkingsdichtheid als factor voor het bepalen7Artikel 56 lid 2 van de Asiel- en migratiebeheerverordening (Verordening (EU) 2024/1351).8Artikel 65 van de Asiel- en migratiebeheerverordening (Verordening (EU) 2024/1351).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98310 van het fair share van lidstaten. Een heronderhandeling van deasiel- en migratiebeheerverordening is momenteel niet aan deorde. Wel heeft het kabinet in de brief naar EurocommissarisBrunner aandacht gevraagd voor de unieke situatie vanNederland als gevolg van de bevolkingsdichtheid en de druk diedit legt op publieke voorzieningen.De leden van de VVD-fractie constateren voorts dat volgens het EuropeesAsiel- en Migratierapport van 2025 de algehele migratiedruk in Europa in2025 is afgenomen. Deze leden verwelkomen deze trend, maar consta-teren tegelijk dat meer nodig is om zowel in nationaal als Europeesverband grip op migratie te krijgen. Klopt het in het kader hiervan datSpanje nog steeds veel asielaanvragen ontvangt van migranten uitZuid-Amerika die via een regulier visum naar het land afreizen? Onder-schrijft de Minister het standpunt van deze leden dat dit, indien dezemigranten doorreizen naar Nederland, ook voor Nederland negatievegevolgen kan hebben? Welke stappen heeft Spanje tot dusver onder-nomen om deze werkwijze van migranten uit Zuid-Amerika tegen te gaan?Is Spanje gevoelig voor druk van andere lidstaten om dit fenomeen zoveelmogelijk aan banden te leggen?AntwoordLidstaten en Schengengeassocieerde landen dienen zich tehouden aan de Europese regelgeving voor de verlening van visa.Het kabinet onderschrijft het standpunt van de leden dat moetworden gelet op misbruik met als doel een verzoek voor interna-tionale bescherming in te dienen in de EU. Lidstaten wordeno.a. via het Staat van Schengenrapport en de Schengenbarometergeïnformeerd over de laatste stand van zaken met betrekking totvisa. Verder monitort de Commissie de situatie in het kader vanhet visumopschortingsmechanisme en rapporteert daarover aande lidstaten. Indien er zorgelijke signalen zijn, ondersteund metobjectieve data, zal het kabinet daar aandacht voor vragen inEuropees verband.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de bewindspersoonDe leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben kennisgenomen vande geannoteerde agenda van de formele JBZ-raad en de bijeenkomst van8 en 9 december 2025. Deze leden maken graag gebruik van degelegenheid om hier vragen over te stellen.Mededeling van de Europese Commissie over het Europees jaarverslagover asiel en migratieDe leden van de fractie van GroenLinks-PvdA lezen dat het kabinet op hetdoor de Commissie aangestipte aandachtspunt, de opvangcapaciteit,reageert met een verwijzing naar maatregelen om te komen tot een lageraantal aankomsten. Los van het feit dat op geen enkele wijze is bewezendat deze maatregelen zullen leiden tot een significant lager aankomst-aantal, willen deze leden ook wijzen op het feit dat zelfs als de aantallenomlaag gaan de capaciteitsbehoefte van het COA, onder andere door hetaantal statushouders dat in de opvang blijft, hoog zal blijven. Voor devolledigheid wijzen deze leden op een brief van het ministerie zelf waarinstaat dat in 2026 de helft van de COA-bewoners uit statushouders zalbestaan en de druk op de opvang, gezien de krapte op de woningmarktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98311 groot blijft.9 Derhalve zien deze leden graag een realistisch antwoord enconcrete maatregelen om de opvangcapaciteit te verbeteren. Erkent hetkabinet dat enkel maatregelen die de aantallen zouden doen verminderenonvoldoende is in de aanpak van de het nijpend tekort aan opvang-plekken? Zo nee, waarom niet? Erkent het kabinet daarbij dat hetschrappen van de voorrang van statushouders op een sociale huurwo-ningen ertoe zal leiden dat de druk op de opvang nog verder zaltoenemen? Zo nee, waarom niet?AntwoordEen belangrijk knelpunt is dat een aanzienlijk deel van deasielopvangcapaciteit in gebruik is door statushouders die niettijdig worden gehuisvest in een gemeente, vanwege de schaarsteop de woningmarkt. Vandaar dat het kabinet inzet op onder-steuning van gemeenten met doorstroomlocaties. Een verruimingvan de voorraad moet uiteindelijk leiden tot een normaliseringten aanzien van de situatie voor statushouders. En daarmee ooktot het terugbrengen van de kerntaak van het COA: uit opvangtot 14 weken na verkrijgen van een status. Dit pakket heeft totdoel de asielketen op de langere termijn te ontlasten door bij tedragen aan de doorstroom van statushouders uit de asielopvang.Ook bevat het maatregelen om onder andere meer huisvestings-mogelijkheden voor statushouders te realiseren en te zorgen voorvoldoende en stabiel aanbod van betaalbare asielopvang. UwKamer is op 11 juli jl. over deze maatregelen geïnformeerd.10 Hetkabinet verwacht dat deze maatregelen het benodigde effectzullen sorteren.Uitvoeringsbesluit ter bepaling van de lidstaten waar sprake is vanmigratiedruk, van een risico van migratiedruk of van een significantemigratiesituatieKan het kabinet nader toelichten waar de EU Migration Support Toolboxuit bestaat? Wat voor technische en operationele steun kan Nederland indit kader krijgen? Kan het kabinet aangeven hoe invulling wordt gegevenaan het besluit van de Commissie om Dublinzaken die niet wordenoverdragen aan de verantwoordelijke lidstaat mee te laten tellen voor desolidariteitsbijdrage als daar bilateraal toe wordt overeengekomen? Metwelke landen wil het kabinet dit soort bilaterale afspraken maken? En hoegroot is de kans dat er daadwerkelijk afspraken worden gemaakt hierovermet deze landen?AntwoordDe Migration Support Toolbox is een permanente steunmaatregelvanuit de Europese Unie en is nader omschreven in artikel 6 lid 3van de Asiel- en migratiebeheerverordening. De Toolbox omvatonder andere de mogelijkheden op technische en operationelesteun vanuit de Europese agentschappen en financiële steunmaar kan ook zien op ondersteuning van doeltreffend en opmensenrechten gebaseerd migratiebeleid in derde landen. Hetbetreft een breed scala aan opties. De komende periode zal hetkabinet bezien of en op welke wijze een aanspraak op de Toolboxzou kunnen bijdragen aan het Nederlandse beleid.De Commissie biedt verder de mogelijkheid om Dublinzaken diein het verleden niet konden worden overgedragen in overleg metde desbetreffende lidstaten onder migratiedruk mee te laten9https://open.overheid.nl/documenten/dpc-8dce3c66ff80ebf6d5926a99c7b15cac03714ac0/pdf10Kamerstuk 19 637, nr. 3457.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98312 tellen voor de solidariteitsbijdrage. Hierbij is het voor het kabinetvan belang dat deze mogelijkheid ook tot effect leidt. Momenteelverkent het kabinet de mogelijkheid om dergelijke afspraken temaken met Griekenland en Italië over het laten meetellen vanDublincasussen uit het verleden als onderdeel van de solidari-teitsbijdrage van Nederland.Geannoteerde agenda van de JBZ-raadVoorts hebben deze leden vragen over de geannoteerde agenda van debijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 8 en9 december.1. Terugkeerverordening De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA stellen dat de Minister bijhet tweeminutendebat inzake de terugkeerverordening op 4 september2025, in reactie op motie Piri over het niet schrappen van de refoulement-beoordeling in de terugkeerprocedure,11 stelde dat hij de zorgen deeldeen bij de onderhandelingen wilde kijken hoe invulling te geven aan de inde motie geadresseerde zorgen. Hij stelde hiermee aan de slag te gaan, zoherinneren de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA.12 Graag horendeze leden hoe de Minister van plan is deze zorgen te adressen en opwelke wijze dat wordt ingebracht bij de JBZ-raad. Kan de Minister dattoelichten? Welke oplossing heeft hij inmiddels gevonden voor deaangekaarte zorgen?AntwoordIn het debat bij de indiening van de motie zijn zorgen en risico’sgeuit over het uitgangspunt dat in de asielprocedure alleen eennon-refoulement toets plaatsvindt ten aanzien van het land vanherkomst. Het risico dat de Leden voorzagen, zag erop dat ervervolgens in het terugkeerbesluit of het verwijderingsbesluit eenander land wordt opgenomen, en er dan geen non-refoulement-beoordeling zou worden uitgevoerd voor de uitzetting t.a.v. datland, omdat dit land niet in het kader van de asielprocedure isbeoordeeld.Het staat buiten kijf voor het kabinet dat lidstaten in lijn met hetbeginsel van non-refoulement moeten handelen. Nederland heeftin de Raadsonderhandelingen – in lijn met het BNC-fiche – ervoorgepleit om lidstaten de ruimte te geven om de non-refoulement-beoordeling geen onderdeel te laten zijn van het terugkeerprocesdoor vreemdelingen die stellen een risico te lopen bij terugkeer tekunnen verwijzen naar de asielprocedure dan wel op een anderewijze te beoordelen of het non-refoulementbeginsel zich verzettegen verwijdering. Hiermee wordt onnodige vertraging van hetterugkeerproces voorkomen. De mogelijkheid blijft echterbestaan voor de vreemdeling om een nieuwe asielprocedure testarten waarin een non-refoulementbeoordeling kan wordenuitgevoerd t.a.v. een land dat niet in het kader van een eerdereasielprocedure is beoordeeld, dan wel op een andere wijzebeoordeeld te krijgen of het non-refoulementbeginsel zich verzettegen verwijdering. Op deze manier acht het kabinet te hebbenvoldaan aan de zorgen vervat in de motie Piri.11Kamerstuk 22 112, nr. 412812Tweede Kamer, terugkeerverordening, 4 september 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98313 4. Verordening veilige landen van herkomst Welke landen zijn op de voorgestelde EU-lijst door Nederland momenteelop nationaal niveau niet als veilig aangeduid?AntwoordMomenteel hanteert Nederland geen lijst met veilige landen vanherkomst. Het Nederlandse beleid inzake veilige landen vanherkomst is sinds 23 september jl. opgeschort.135. Verordening inzake de toepassing van het veilig derde land-concept Kan het kabinet de intentieverklaring tussen Nederland en Oeganda delenmet de Kamer? Zo nee, waarom niet? Kan het kabinet aangeven wat destand van zaken is wat betreft de terugkeerhub in Oeganda? Is er eenconcreet stappenplan, welke waarborgen op het gebied van mensrechtenzijn daarin opgenomen, welke groepen behoren tot de doelgroep enwanneer is het kabinet van plan de terugkeerhub operationeel te maken?Zijn (gezinnen met) kinderen uitgezonderd van de terugkeerhub? Is hetkabinet ervan overtuigd de vele bezwaren van hulporganisaties op hetgebied van mensenrechten weg te kunnen nemen? Zo ja, op welke wijzeen op welk termijn?AntwoordZoals gedeeld met uw Kamer hebben Oeganda en Nederland op25 september jl. een Letter of Intent (hierna: intentieverklaring)getekend, waarin zij hebben afgesproken om de mogelijkhedenvoor het ontwikkelen van een kleinschalige pilot van eentransithub te verkennen, voor vertrekplichtige vreemdelingenmet een herkomst uit de regio van Oeganda.14 Momenteelwerken Oeganda en Nederland de afspraken die zijn gemaakt inde intentieverklaring verder uit. De belangrijkste onderdelen vande intentieverklaring zijn gedeeld met uw Kamer, waaronder deafspraak dat alle activiteiten die zullen worden ondernomen alsonderdeel van de transithub zonder uitzondering in lijn moetenzijn met nationaal, Europees en internationaal recht. Daarbij gaathet kabinet zorgvuldig te werk om de mensenrechten van devreemdelingen in kwestie ten alle tijden te waarborgen. UwKamer wordt via de geëigende wijze geïnformeerd over devoortgang van de uitwerking van de afspraken, op voorwaardedat de diplomatieke vertrouwelijkheid van deze onderhande-lingen het toelaat.Voorts hebben deze leden enkele vragen over het curieuze besluit van hetkabinet om personen, specifieke vrouwen, gedwongen uit te zetten naarAfghanistan.15 De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben metontsteltenis kennisgenomen van dit besluit.Hoe rijmt het kabinet het besluit om enerzijds te trachten het Taliban-regime te vervolgen vanwege grove schendingen van vrouwenrechten enanderzijds het besluit van de IND, waarvoor de Minister van Asieleindverantwoordelijke is, om vrouwen terug te sturen naar Afghanistan?Waarom stelt de landsadvocaat dat Afghaanse vrouwen nog steedsindividueel moeten aantonen dat zij worden getroffen door de discrimina-toire Taliban-maatregelen, terwijl het Hof juist heeft geoordeeld dat dezemaatregelen zó algemeen en ernstig zijn dat elke Afghaanse vrouw wordtgetroffen?13Kamerstuk 19 637, nr. 3475.14Kamerstuk 19 637, nr. 3477.15Kabinet stuurt vrouwen terug naar Taliban in Afghanistan | TrouwTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98314 Deze leden stellen dat het hierbij zou gaan op vrouwen die zich, volgenshet kabinet, niet «westers kleden» of die binnen het gezin vooral«huishoudelijke dingen» doen, en daarmee zich zouden kunnen schikken(daarbij suggererend dat dat een keuze is), naar de leefregels van deTaliban. Kan de Minister aangeven op welke wijze wordt getoetst of eenvrouw zich «westers» kleedt? Wordt er binnen de IND expliciet getoetst ofeen vrouw «vrouwenrechten» uitoefent? Zo ja, kan de Minister aangevenop basis van welke normatieve uitgangspunten deze criteria zijn vastge-steld en hoe deze zich verhouden tot feministische beleidsdoelen van deNederlandse overheid? Kan de Minister de documenten van de IND deKamer toesturen, die worden gebruikt bij de toetsing van «westers»gekleed?Vindt het kabinet dat het «niveau van verwestering», kledingstijl ofhuiselijke rol een toelaatbare maatstaf is om te bepalen of een vrouwgevaar loopt? Stelt het kabinet daarmee ook dat Afghanistan ook veilig isvoor vrouwen zonder een Afghaanse achtergrond als zij zich niet«westers» zouden kleden en bijvoorbeeld een huisvrouw zijn? Zo nee,waarom niet? Is, volgens het kabinet Afghanistan veilig voor inWest-Europa geboren vrouwen die geen gebruik maken van vrouwen-rechten?Kan het kabinet aangeven of de IND in haar beoordelingen een bepaaldenotie hanteert van wat een «geëmancipeerde» vrouw is? Wordt er dusfeitelijk beoordeeld of een vrouw voldoende afwijkt van patriarchalenormen om in aanmerking te komen voor bescherming? Zo ja, hoe is datjuridisch en moreel te rechtvaardigen?Kan het kabinet uiteenzetten hoe het oordeel dat een vrouw «geenopleiding heeft gevolgd en vooral huishoudelijke taken deed» in Afgha-nistan ertoe kan leiden dat zij volgens de IND geen risico loopt inAfghanistan, terwijl het juist door het Taliban-regime vrouwengedwongen worden in het privédomein te blijven, en niet verder mogenstuderen?Kan de Minister bevestigen dat in het Nederlandse asielbeleid nog steedszo is dat vrouwen nooit mogen worden teruggestuurd naar situatieswaarin sprake is van genderapartheid, systematische uitsluiting en risicoop gender-gerelateerd geweld?AntwoordOver het beleid inzake de terugkeer van Afghaanse vrouwen isdoor uw Kamer een drietal sets schriftelijke vragen gesteld, metdaarin vergelijkbare vragen.16 De beantwoording hiervan zal opkorte termijn aan uw Kamer worden aangeboden.Voorst stellen deze leden dat van ook bij gedwongen terugkeer er sprakemoet zijn van veilige overdracht aan de autoriteiten bij aankomst in hetland. Deze leden stellen dat dat onmogelijk is met de Taliban, dat geenerkende, legitieme entiteit is en waar geen diplomatieke banden meebestaan, mede vanwege de ernstige mensenrechtenschendingen jegenshaar eigen bevolking. Klopt deze constatering ook volgens het kabinet? Zonee, waarom niet?AntwoordOp dit moment werkt Nederland niet rechtstreeks met de Talibanaan het mogelijk maken van gedwongen terugkeer. Nederlanderkent het Taliban-regime niet als de legitieme vertegenwoor-diging van de Afghaanse bevolking en het normaliseren van derelatie met de Taliban is niet aan de orde.162025Z19269, 2025Z19541, 2025Z19372Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98315 Tenslotte hebben de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA een vraagover de aanhoudende gewelddadige pushbacks in het grensgebiedPolen-Belarus. Is de Minister bereid om in EU-verband de druk op Polenop te voeren om deze illegale praktijk van pushbacks en grove schendingvan het refoulementbeginsel te stoppen en de opschorting van het rechtop asiel terug te draaien?AntwoordZoals eerder aan uw Kamer gemeld vormt de instrumentaliseringvan migranten aan de oostgrens een serieuze hybride dreigingvoor de integriteit van het Schengengebied. Het kabinet acht hetvan belang dat de Europese buitengrenzen worden versterkt,zodat de lidstaten – vanuit veiligheidsoverwegingen – toezichtkunnen houden op wie de EU binnen komen. Het kabinet steuntlidstaten die te maken hebben met instrumentalisering, waarbijhet van belang is dat genomen maatregelen in lijn zijn metinternationaal recht en de Europese wet- en regelgeving. Het isaan de Commissie om daarop toe te zien.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda van de JBZ-raad voor 8 en 9 december 2025 en de overigestukken op de agenda. Deze leden danken de regering hiervoor en makengraag van de gelegenheid gebruik om aanvullende vragen te stellenhierover.De leden van de CDA-fractie lezen dat wat betreft het uitvoeringsbesluitter bepaling van de lidstaten waar sprake is van migratiedruk, van eenrisico van migratiedruk of van een significante migratiesituatie, bepaaldelidstaten voorrang krijgen in de toegang tot de EU Migration SupportToolbox. Deze leden vragen deze Toolbox precies inhoudt en als lidstatenhier toegang toe hebben, wat lidstaten hiermee kunnen doen. Daarnaastvragen deze leden of Nederland hier ook aanspraak op wil maken en zonee, waarom niet.AntwoordZie antwoord op gelijkluidende vraag van de leden van de fractievan GroenLinks-PvdA.De leden van de CDA-fractie lezen dat wanneer niet tijdig verbeteringoptreedt in de Dublinoverdrachten, de regering gebruik zal maken van demogelijkheid om geen uitvoering te geven aan toezeggingen of verant-woordelijkheidscompensatie ten aanzien van lidstaten met systematischetekortkomingen. Kan de regering toelichten wat dit precies betekent enwelke effecten dit heeft, met name op het gebied van de verantwoordelijk-heidscompensatie.AntwoordIndien lidstaten de Dublinregels gebrekkig blijven implementerendan kan de Commissie snel na de inwerkingtreding van het Pactsystemische tekortkomingen vaststellen. Wanneer er systemischetekortkomingen zijn vastgesteld door de Commissie ten aanzienvan een lidstaat onder migratiedruk dan zijn de bijdragendelidstaten – waaronder Nederland – niet verplicht om uitvoering teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98316 geven aan hun toezeggingen of verantwoordelijkheidscompen-satie.17Geannoteerde agenda JBZ-Raad 8 en 9 december 2025TerugkeerverordeningDe leden van de CDA-fractie lezen dat de regering ambitieus is om snel toteen onderhandelingsmandaat van de Raad te komen ten aanzien van deTerugkeerverordening. Het grootste discussiepunt in de Raad is dewederzijdse erkenning en uitvoering van terugkeerbesluiten. De leden vande CDA-fractie maken zich in algemene zin zorgen over de automatischopschortende werking bij de uitvaardiging van een terugkeerbesluit. Klopthet dat hiervan sprake is en acht de regering dit ook noodzakelijk? Metandere woorden, is de regering van mening dat de opschortende werkingaltijd nodig is?AntwoordHet klopt dat er in het voorstel van de Commissie is opgenomendat terugkeerbesluiten, inreisverboden en verwijderingsbesluitenautomatisch gedurende de beroepstermijn worden opgeschort.Nederland heeft in de onderhandelingen in de Raad, conform hetBNC-fiche, ervoor gepleit om geen automatisch schorsendewerking in te voeren gedurende de beroepstermijn van eenterugkeerbesluit, inreisverbod of verwijderingsbesluit. Dit zorgtvoor onnodige vertraging van het terugkeerproces in alle zakenen levert een extra belasting op voor de rechterlijke macht omdatin het Commissievoorstel een termijn van maximaal 48 uur wasbepaald waarbinnen een rechterlijke instantie moest beslissen opeen ingediend verzoek hieromtrent. De Nederlandse inzet in deRaadsonderhandelingen heeft geresulteerd in positieve wijzi-gingen op dit onderwerp in het compromisvoorstel van de Raad.In het compromis van het Voorzitterschap verkrijgen lidstaten devrijheid om op nationaal niveau invulling te geven aan deschorsende werking, ofwel ambtshalve of op verzoek van devreemdeling, en worden er geen deadlines op Europees niveauvastgelegd waaraan nationale rechterlijke instanties moetenvoldoen.De leden van de CDA-fractie lezen dat het voor de regering van essentieelbelang is dat de uitkomsten van de onderhandelingen conform de inzetvan het BNC-fiche bevredigend zijn. Daarbij gaat het onder andere om detoetsing van het non-refoulement-beginsel in de terugkeerprocedure. Is deregering het met de leden van de CDA-fractie eens dat ervoor moetworden gewaakt dat er sprake is van dubbele non-refoulement-proce-dures en dus voorkomen moet worden dat er een non-refoulementbeoordeling moet worden gedaan bij personen die nooit om interna-tionale bescherming hebben gevraagd? Zo ja, welke stappen gaat deregering zetten om dit te voorkomen en zo nee, waarom niet?AntwoordZie antwoord op een gelijkluidende vraag van de leden van defractie van GroenLinks-PvdA.De leden van de CDA-fractie lezen dat op het moment dat de regeringonderhavige agenda verstuurde naar de Kamer, het nog onduidelijk washoe het uiteindelijke compromisvoorstel van het Voorzitterschap eruitkomt te zien. Deze leden vragen of de regering hier inmiddels meer over17Artikel 60 lid 3 van Verordening (EU) 2024/1351 (Asiel- en migratiebeheerverordening).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98317 kan toelichten. Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie of deregering een overzicht kan geven van de lidstaten die wel en geenvoorstander zijn van het verplicht maken van de toepassing van deTerugkeerverordening, nu de posities van verschillende lidstaten noguiteen lopen.AntwoordZie antwoord op een gelijkluidende vraag van de leden van defractie van D66.Staat van het Schengengebied: implementatie van de prioriteiten van deSchengencyclus: versterking van de buitengrenzenDe leden van de CDA-fractie lezen dat tijdens deze gedachtewisselingmogelijk ook het belang van voldoende Europese financiering wordtbenadrukt door andere lidstaten, om onder meer de tekortkomingen teadresseren. Hoe staat de regering in deze discussie en hoe verwacht deregering dat andere lidstaten hiermee omgaan? Daarnaast vragen dezeleden in hoeverre deze gedachtewisseling nuttig kan zijn voor deimplementatie van het Europese Migratiepact.AntwoordEen positieve trend aan de buitengrenzen is het versterken vanhet buitengrensbeheer en het aanpakken van tekortkomingen enkwetsbaarheden in het grensbeheer. Tegelijkertijd zijn hiermeevolgens de Europese Commissie nog niet alle kwetsbaarhedenaangepakt en zijn er extra investeringen nodig om deze tekortko-mingen aan te pakken. De Commissie heeft derhalve ook vaker inJBZ-verband opgeroepen tot het gebruik van Europese fondsenten behoeve van het adresseren van tekortkomingen. Ondanksdat Schengen-lidstaten zelf primair verantwoordelijk zijn voor hetadresseren en implementeren van aanbevelingen die volgen uitSchengenevaluaties, maken (aanhoudende) tekortkomingen inhet buitengrensbeheer het gehele Schengengebied kwetsbaar.Het vinden van oplossingen voor deze gezamenlijke uitdagingacht het kabinet daarom van groot belang. De Nederlandse inzetinzake de onderhandelingen van de HOME-fondsen onder het MFKis erop gericht dat deze gekoppeld worden aan het adresserenvan structurele tekortkomingen uit de Schengenevaluaties. Hetkabinet onderzoekt op dit moment hoe voor Nederlandbeschikbare Europese financiering, zoals het BMVI-fonds, beterkan worden benut ten behoeve van de implementatie vanaanbevelingen uit de Schengenevaluatie. De leden van deCDA-fractie merken terecht op dat er een wisselwerking is tussenhet adresseren van tekortkomingen op het gebied van Schengenen de implementatie van het Pact. Beiden zijn van belang om debuitengrenzen te versterken en secundaire migratie tegen te gaanen moeten daarom ook in samenhang bezien worden. De gedach-tewisseling op de JBZ-Raad kan hier een nuttige bijdrage aanleveren.Implementatie van interoperabiliteit: Post 2026 RoadmapDe leden van de CDA-fractie lezen dat het EES-systeem operationaal is opalle grensdoorlaatposten, maar nog niet volledig in werking is, en demijlpaal van 10% niet is behaald. Deze leden zien de meerwaarde van ditsysteem. Zijn er gevallen waarin de vetraging heeft geleid tot incidentenof onvoorziene situaties? In hoeverre kan de regering garanderen dat detekortkomingen binnenkort worden opgelost?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98318 De leden van de CDA-fractie vragen waarom de regering het verzoek gaatdoen om de revised VIS te verschuiven naar het vierde kwartaal van 2028.AntwoordDe implementatie van het EES heeft niet geleid tot incidenten ofonvoorziene situaties, ook niet bij het niet behalen van de eerstemijlpaal van 10 procent binnen de eerste 30 dagen. De progres-sieve uitrol van het EES biedt lidstaten, waaronder Nederland,gedurende een periode van 180 dagen de mogelijkheid omnoodzakelijke technische en operationele verbeteringen staps-gewijs door te voeren, waardoor een geleidelijke ingebruiknamevan het systeem wordt gefaciliteerd. Daarbij kunnen lidstaten,gedurende deze gefaseerde uitrol en tot 90 dagen na de volledigeimplementatie, in uitzonderlijke gevallen de werking van het EESop bepaalde grensdoorlaatposten tijdelijk of gedeeltelijkopschorten. Dit kan bijvoorbeeld noodzakelijk zijn in geval vanstoringen in het centrale EES, nationale systemen of communica-tienetwerken, of wanneer de verkeersdruk zodanig hoog is dat dewachttijden onaanvaardbaar lang worden. Gedurende een periodevan 180 dagen wordt in Nederland stapsgewijs gewerkt aan devolledige registratie van derdelanders met kort verblijf in hetEES. In de door agentschap eu-LISA gepresenteerde IO Roadmapvoor 2027–2028 is er rekening gehouden met de verzoeken vande lidstaten om de implementatie van het Revised VIS en hetEU-VAP (digitaal platform visumaanvragen) goed te analyseren,vanwege de complexiteit en haalbaarheid van het oorspronkelijkeplan. Lidstaten en eu-LISA moeten in de periode 2026–2028namelijk veel verordeningen implementeren met grote impact opIT. Op dit moment wordt op Europees niveau gewerkt aanscenario’s en een tijdspad voor het Revised VIS en EU-VAP. Deresultaten hiervan zullen in maart 2026 aan de Raad wordenvoorgelegd.Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de fractie van JA21 hebben wederom met bijkans nietonaanzienlijke interesse kennisgenomen van de agenda van de JBZ-raaden bijbehorende stukken en hebben daarbij enkele vragen en opmer-kingen.Kort geleden heeft de fractie van JA21 een notitie aangeboden aan depremier met een voorstel om te komen tot een nieuw Interpretatieprotocolvoor het EVRM. Wanneer kunt u een reactie opstellen en sturen?AntwoordHet kabinet zal dit meenemen in de verkenning naar de moderni-sering van verdragen in het kader van de motie Van Zanten/Boomsma.18Mede n.a.v. de brief van 22 mei 2025 van negen EU-landen t.a.v. het EVRMen de politieke ruimte om asielbeleid te voeren, is op verzoek van deBelgische premier door de voormalig Commissaris-generaal voor deVluchtelingen Bossuyt een notitie opgesteld met adviezen getiteld «Howto meet the concern expressed by Nine-Eu Leaders» met daarin28 voorstellen voor een beter Europees en internationaal migratiebeleid.Heeft u kennis genomen van deze notitie, en kunt u de Tweede Kamer eenbrief sturen met een reactie op deze voorstellen? In hoeverre worden deze18Kamerstuk 32 317, nr. 951Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98319 voorstellen besproken en of ingebracht tijdens de komende raad (of opandere momenten)?AntwoordHet kabinet heeft kennis genomen van deze notitie. Het kabinetwerkt aan een bredere verkenning naar de modernisering vanverdragen in het kader van de motie Van Zanten/Boomsma19.Deze voorstellen zijn momenteel geen onderwerp van gesprek inde diplomatieke verkenning met gelijkgezinde lidstaten.Welke andere stappen heeft u gezet om de zorg zoals beschreven in debrief van 25 mei 2025 van de negen landen aan te kaarten en te adres-seren? Kunt u deze opnieuw aankaarten bij de komende JBZ-raad, om tebezien of de steun om dit in de Raad van Europa te adresseren toeneemt?AntwoordNederland is onderdeel van de groep gelijkgezinde lidstaten dieopvolging geeft aan de brief van 25 mei, samen met onder andereDenemarken, Italië en België. In dat kader heeft Nederland deafgelopen zowel op ambtelijk als politiek niveau verschillendegesprekken gevoerd om te verkennen welke stappen kunnenbijdragen aan het aanscherpen van asiel- en migratiebeleid. Op10 december zal er over dit onderwerp een ministeriële confe-rentie plaatsvinden in de Raad van Europa. Op de ministeriëleconferentie zal gereflecteerd worden op de interactie tussen hetEuropees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: Verdrag)en de maatregelen die de lidstaten nemen om migratie tebeheersen en de openbare veiligheid te handhaven. Het doel vandeze reflectie is om opdracht te geven aan het Comité vanMinisters (hierna: CM) om tot een politieke verklaring te komenvoor de ministeriële vergadering van het CM in Chisinau in mei2026, die verdere duiding geeft aan hoe de partijen van hetVerdrag uitleg geven aan het Verdrag op het gebied van asiel- enmigratiebeleid. De inzet van het kabinet is dat deze verklaring destatus van een interpretatieve verklaring heeft, waarmee eenbepaalde uitleg van het Verdrag wordt voorgeschreven, die hetEHRM op grond van het Weens verdragenverdrag in zijn recht-spraak betrekt bij de uitleg van de verdragsbepalingen. DeStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid zal namens Nederlanddeelnemen aan de conferentie op 10 december. Over deuitkomsten van de conferentie zal uw Kamer in het Verslag vandeze JBZ-Raad geïnformeerd worden.Welke gesprekken vinden plaats voor een meer fundamentele herzieningvan het asielstelsel, waarbij opvang en procedure worden geëxternali-seerd, en de perverse prikkel van het huidige stelsel dat illegale inreisloont weg te halen (bijvoorbeeld door te stellen dat wie illegaal inreistgeen asielverzoek meer kan doen ter plekke)? Bent u bereid om daarop inte zetten en steun voor de zoeken?AntwoordOp dit moment is er in het kader van de verkenning naarverdragen een onderzoek uitgezet bij OnderzoeksinstituutClingendael. In dit onderzoek worden specifiek de mogelijkhedenvoor externalisering van opvang en de asielprocedure onderzocht.Naar verwachting zullen de uitkomsten in het begin van 2026met uw Kamer gedeeld worden.19Kamerstuk 32 317, nr. 951Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98320 Implementatie Asiel en MigratiepactComplimenten van de leden van JA21 voor de brief die u samen met uwBelgische ambtsgenoot heeft gestuurd over de implementatie van hetsolidariteitsmechanisme.Verwacht u dat er vertraging optreedt bij de implementatie van de meestrelevante elementen van het Migratiepact door belangrijke andere landenzoals Italië, Spanje en Griekenland? Liggen zij op schema om de asiel-grensprocedure en screening onder het pat te implementeren?AntwoordBij het jaarverslag heeft de Commissie ook een voortgangsrap-portage over de implementatie van het Pact gepubliceerd. Deze issamen met de Geannoteerde Agenda met uw Kamer gedeeld.Daarin geeft de Commissie geen aanleiding om aan te nemen datItalië, Spanje en Griekenland vertraging op zullen lopen met deimplementatie van de asielgrensprocedure en screening. Spanjeen Griekenland liggen volledig op schema met de implementatievan screening. Nederland blijft er bij de Commissie op aandringende implementatie van het Pact goed te monitoren en waar nodigmitigerende maatregelen te nemen.Om tegemoet te komen aan de druk die lidstaten de afgelopen jarenhebben ervaren door secundaire migratie heeft de Commissie in hetbesluit de mogelijkheid opgenomen om Dublinzaken die niet kondenworden overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat mee te latentellen voor de solidariteitsbijdrage als daar bilateraal toe wordt overeen-gekomen. Wat als daar bilateraal niet toe overeen wordt gekomen maarhet betreffende land nog steeds weigert om Dublin-claimanten over tenemen?AntwoordZie antwoord op een gelijkluidende vraag van de leden van defractie van D66.Het kabinet stelt dat met de verdeling van solidariteit recht wordt gedaanaan de gevolgen voor Nederland van secundaire migratie en het nietwerkende Dublinsysteem. Graag een nadere toelichting. Wanneer vindt udat daar recht aan wordt gedaan, en wanneer niet?AntwoordDe inzet van het kabinet is er op gericht dat de balans tussenverantwoordelijkheid en solidariteit in het Pact gehandhaafdblijft. Dit betekent dat lidstaten onder migratiedruk recht hebbenop solidariteit, maar dat tegelijkertijd ook van hen verwacht magworden dat zij voldoen aan hun verplichtingen, met name deDublinregels. Het is van belang dat het Dublinsysteem op kortetermijn weer gaat werken. Indien lidstaten de Dublinregelsgebrekkig blijven implementeren dan kan de Commissie snel nade inwerkingtreding van het Pact systemische tekortkomingenvaststellen. In dat geval is er geen verplichting voor Nederlandom solidariteit te bieden.Tegelijk erkent de Commissie in het besluit dat Nederland eenrisico heeft op migratiedruk vanwege de aanhoudende secundairemigratie. Als gevolg daarvan kan Nederland met prioriteitaanspraak maken op instrumenten uit de EU Migratie SupportToolbox en additionele financiële steun. Met betrekking totDublin geeft de Commissie de mogelijkheid om Dublinzaken diein het verleden niet konden worden overgedragen weggestreeptTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98321 kunnen worden tegen de solidariteitsbijdrage van lidstaten,indien er bilaterale afspraken worden gemaakt met de desbetref-fende lidstaat onder migratiedruk.Welke risico’s ziet u ten aanzien van de systematiek van Dublin-offsets,waarbij een Dublinclaim wordt weggestreept tegen een afgekochtedoorplaatsing? Kan het gebeuren dat Nederland zowel afkoopt, maar tochDublinclaimanten niet kan terugsturen, en wanneer zou zich datvoordoen? Wat gebeurt er precies als Nederland de Italiaanse Dublin-offsets wil afdwingen maar Nederland dat weigert omdat Italië zelf deDublinregels niet naleeft?AntwoordBinnen het solidariteitsmechanisme geldt dat de Nederlandsebijdrage niet het billijke aandeel (fair share) van Nederland kanoverstijgen. Wanneer er sprake is van verantwoordelijkheidscom-pensaties (Dublin-offsets) zal de financiële bijdrage overeen-komstig verminderd worden. Zoals geschetst in het vorigeantwoord, is Nederland niet verplicht om een solidariteitsbijdragete leveren aan lidstaten waarvan is vastgesteld dat zij geen zichniet houden aan het Dublinacquis.Volgens de «Commission Implementing Decision C(2025) 7099 geldt eenuitzonderlijke situatie voor Oostenrijk omdat dit land gedurende 5 jaar,van 1 juli 2020 tot 30 juni 2025, een hoog aantal asielverzoeken kreeg, wateen cumulatief effect oplevert op de opvangvoorzieningen. Heeft uaangegeven dat ook voor Nederland geldt dat er zeer sterke cumulatieveeffecten zijn door de bijzonder hoge instroom gedurende de afgelopenjaren? Hoe verhoudt de Nederlandse instroom zich tot die in Oostenrijkover deze periode?AntwoordVoor de beoordeling van een significante migratiesituatie baseertde Europese Commissie zich op de migratiesituatie in deafgelopen vijf jaar. Daarbij houdt de Commissie, net als voormigratiedruk, rekening met de relatieve druk op basis van hetbruto binnenlands product (BBP) en de bevolkingsomvang. Deasielinstroom in Oostenrijk was zowel in absolute als in relatievezin in de afgelopen vijf jaar aanzienlijk hoger dan in Nederland. In2022 had Oostenrijk bijvoorbeeld meer dan drie keer zoveelasielaanvragen als Nederland, terwijl Oostenrijk ongeveer dehelft van het aantal inwoners telt en de omvang van het BBPminder dan de helft is van de omvang van het BBP van Nederland.Op welke manier wordt dat cumulatieve effect vastgesteld? Wordendaarbij ook woningtekorten betrokken?AntwoordIk verwijs de leden naar het antwoord op bovenstaande vraag. Debeoordeling heeft plaats gevonden op basis van de afgelopen vijfjaren. Daarbij houdt de Commissie, net als voor migratiedruk,rekening met de relatieve druk op basis van het bruto binnen-lands product (BBP) en de bevolkingsomvang. De situatie op dewoningmarkt is in de Asiel- en migratiebeheerverordening nietaangemerkt als criterium waarmee rekening wordt gehouden bijde bepaling van migratiesituatie in de lidstaten.Welke cijfers en gegevens zijn aangeleverd aan de Europese Commissie(eg. via het Europees statistiekbureau Eurostat en de agentschappenworden) als input voor het vaststellen van het European Annual AsylumTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98322 Report (2025) en de bijbehorende classificaties en voorstellen voor deinvulling van het solidariteitsmechanisme?AntwoordVoor het Europese jaarverslag en de beoordeling van migra-tiedruk, risico op migratiedruk en een significante migratiesi-tuatie heeft de Europese Commissie gebruik gemaakt vanbestaande gegevensleveringen door lidstaten over diverseaspecten van asiel en migratie aan de Europese agentschappenFrontex, Eurostat en de EUAA. Er hebben geen separategegevensleveringen plaatsgevonden enkel voor de beoordelingvan migratiedruk.Hoe is de commissie precies gekomen op een Nederlands aandeel van5,2 procent?AntwoordDe methode voor de vaststelling van de verdeelsleutel is wettelijkvastgelegd in de Asiel- en migratiebeheerverordening, gebaseerdop de bevolkingsomvang en bbp van elke lidstaat.Wat kan de grote discrepantie tussen het aantal asielaanvragen en hetaantal gedetecteerde grenspassages verklaren en wordt hier naderonderzoek naar gedaan?AntwoordIn het Europese jaarverslag zijn gegevens opgenomen over hetaantal gedetecteerde illegale grensoverschrijdingen en het totaalaantal asielaanvragen in de EU voor de periode juli 2024–juni2025. Voor zover uw Kamer doelt op de discrepantie tussen hetaantal gedetecteerde illegale grensoverschrijdingen (223.812 inde periode juli 2024–juni 2025) en het totaal aantal asielaan-vragen in de EU (871.000 in de periode juli 2024–juni 2025) kan ergeen direct verband kan worden gelegd tussen beide aantallen.Niet alle vreemdelingen die asiel aanvragen in de EU doen dat naeen gedetecteerde illegale grensoverschrijding.Hoe verklaart u dat een land als Zweden op dit moment een dergelijk lagemigratiedruk heeft, terwijl het jarenlang een belangrijkste bestemmingwas voor veel asielzoekers? Welk beleid van de Zweedse regering denkthet kabinet dat daarbij met name effectief is geweest?AntwoordHet kabinet verwijst naar hetgeen hieromtrent is opgenomen ino.a. het nader rapport inzake de Asielnoodmaatregelenwet. In deperiode 2010–2015 nam Zweden jaarlijks 14% op van het totaleaantal asielzoekers in de EU. In 2015 kwamen zelfs rond de160 duizend asielzoekers naar Zweden. Na 2015 greep deZweedse regering fors in met een serie samenhangende maatre-gelen. In 2016 kwam nog maar 2% van het totale aantal asiel-zoekers in de EU naar Zweden en in 2023 ging het om minder dan9 duizend eerste asielaanvragen (1%). Met deze maatregelenbenutte de Zweedse regering alle beschikbare juridische ruimteonder de vigerende internationale (mensenrechten)verdragen omde nationale asielregelgeving zo streng mogelijk te maken. Er isgeen overzicht voorhanden van de destijds door Zwedengenomen maatregelen. Het Zweedse voorbeeld maakt nietteminduidelijk dat het met een krachtige inzet mogelijk is om eenverschil te maken als het gaat om het inperken van de asielin-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98323 stroom. Ook laat het voorbeeld zien dat het mogelijk is diekanteling in relatief korte tijd te maken.Klopt het dat Hongarije, Tsjechië, Slowakije en Polen hebben aangegevendat zij geen bijdragen willen en zullen leveren aan de solidariteitspool. Inhoeverre is dat in strijd met de Europese afspraken en wetgeving in hetmigratiepact en welke consequenties heeft deze opstelling voor debetreffende landen? Hoe wordt omgegaan met het percentage dat dezelanden was toebedeeld uit de pool, en die nu «overblijven»?AntwoordLidstaten met een significante migratiesituatie – waaronderTsjechië en Polen – kunnen een verzoek indienen bij de EuropeseCommissie voor een gedeeltelijke of gehele vermindering van debijdrage aan de solidariteitspool, waarover vervolgens de Raadeen besluit neemt. Een dergelijk verzoek heeft geen invloed op debijdrage van andere lidstaten. Het aandeel van Nederland blijftdaarbij gelijk. Nederland heeft momenteel geen inzage in deuiteindelijke bijdrage van lidstaten aan de solidariteitspool. Debijdrage van de solidariteitspool is wettelijk verplicht.Klopt het dat Polen een bufferzone langs de grens heeft ingericht en hetnu (behoudens uitzonderingen) niet mogelijk is om langs de Poolse grensasiel aan te vragen? Hoe verhoudt dat zich tot het bestaande Europese eninternationale recht?AntwoordDe instrumentalisering van migranten aan de oostgrens is eenserieuze hybride dreiging voor de integriteit van het Schengen-gebied. Het kabinet acht het van belang dat de Europese buiten-grenzen worden versterkt, zodat de lidstaten – vanuit veiligheids-overwegingen – toezicht houden op wie de EU binnen komen. Hetkabinet acht het van belang dat genomen maatregelen in lijn zijnmet internationaal recht en de Europese wet- en regelgeving. Hetis aan de Commissie om daarop toe te zien.Hoe verklaart u dat Nederland een relatief hoog aantal asielverzoekenheeft voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen?AntwoordBij brief van 22 december 2023 heeft mijn voorganger uw Kamerreeds geïnformeerd over het onderzoek naar de oorzaken van dehogere instroom van alleenstaande minderjarige vreemdelingen(amv’s).20 Op hoofdlijnen geldt, zoals aangegeven in dezeKamerbrief, dat veel amv die in Nederland asiel hebben aange-vraagd, zonder een beoogde bestemming waren vertrokken ofbeoogden om naar «Europa» te gaan. Voorts is door de geraad-pleegde experts naar voren gebracht dat veel jongeren toevalli-gerwijs in Nederland belanden. Wanneer Nederland wel debeoogde bestemming was, zijn hier verschillende redenen voor.Aanwezigheid van familie en etnische netwerken speelt volgensde experts bijvoorbeeld een grote rol voor jongeren om naar eenbepaald land te gaan. De afgelopen periode laat zien dat desamenstelling van nationaliteiten van amv’s is veranderd. Zo iseen toename in de instroom van amv’s met de Eritrese nationa-liteit te zien.20Kamerstuk 27 062, nr. 137.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98324 Verordening inzake de toepassing van het veilige derde land-conceptJA21 steunt het instemmen met de zgn. algemene heroriëntatie, en deinzet op een herziening van de toepassing van het veilig-derde-landconcept. Waarom bleek het schrappen dit «in het krachtenveld niethaalbaar»? Graag een toelichting. Wat betekent het nu geformuleerdealternatief voor de praktische en concrete mogelijkheden om er gebruik tegaan maken? In hoeverre moet nu worden bewezen dat de asielzoekerdoor het betreffende derde land is gereisd?AntwoordTijdens de technische besprekingen in het kader van Raad hebbenmeerdere lidstaten, waaronder Nederland, aangegeven devoorkeur te hebben voor het helemaal schrappen van hetbandencriterium. Andere lidstaten spraken zich juist uit voor hethandhaven ervan. Uiteindelijk lijkt het voorstel van de Commissievoor de meeste lidstaten een aanvaardbaar compromis te zijn.Het veilig-derde-land-concept kan in dit voorstel wordentoegepast als i) er een band bestaat tussen de verzoeker en hetbetrokken derde land op grond waarvan het voor hem of haarredelijk zou zijn om naar dat land te gaan; ii) de verzoeker doorhet betrokken derde land is gereisd op weg naar de Unie; ofiii) er sprake is van een overeenkomst of regeling met hetbetrokken derde land, op grond waarvan het asielverzoekingediend door verzoekers die onder die overeenkomst ofregeling vallen, moet worden onderzocht. Het kabinet is vanoordeel dat de huidige tekst goed werkbaar is, omdat hetbandencriterium niet langer de enige toepassingsgrond is.Als de aanvraag wordt afgewezen omdat de vreemdeling naarNederland is gereisd door een land dat als veilig derde land kanworden beschouwd, is het aan de Minister om aannemelijk temaken dat de vreemdeling inderdaad door dat land is gereisd.Onder doorreis kan in dit verband ook de situatie wordenverstaan waarin een verzoeker op weg naar de Unie door hetgrondgebied van een derde land is gereisd of daar heeftverbleven, of waarin de verzoeker zich aan de grens of in eentransitzone van een derde land heeft bevonden en demogelijkheid heeft gehad om bij de autoriteiten van dat eenasielverzoek in te dienen. Het derde land moet steeds ookvoldoen aan de eisen die in het algemeen aan een veilig derdeland worden gesteld zoals opgenomen de asielprocedureveror-dening.Voorstel Unieplan tot hervestigingU schrijft: «De inzet van Nederland onder het nationale quotum richt zichmet name op de regio van het Midden Oosten en Noord-Afrika en deCentraal Mediterrane route. Met in acht name van de jaarlijkse UNHCRhervestigingsprioriteiten, de EU prioriteiten en nationale belangen, is deNederlandse inzet in 2026 gericht op het uitvoeren van hervestiging uitEgypte (vluchtelingen uit Sub-Sahara Afrika), het Emergency TransitMechanism in Rwanda voor uit Libië geëvacueerde vluchtelingen, en uitTurkije (Afghaanse vluchtelingen).» Kan de regering uitleggen hoe zij totdeze keuzes is gekomen, en op grond van welke argumenten? Waaromvloeit de keuze voor bijvoorbeeld hervestiging uit Egypte en Turkije,waarbij het gaat om Afghaanse vluchtelingen, voort uit «nationalebelangen»? Waarom «kiest» Nederland voor die laatste groep?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98325 De inzet van Nederland op hervestiging uit beide landen vindtplaats in lijn met zowel de EU- als bilaterale relatie en samen-werking met die landen, zoals ook beschreven in de Beleids-agenda Interdepartementale Taskforce Internationale Migratie.21Wat is nu de stand van zaken van de EU-Turkije hervestigingsregelingnaar Nederland? Zijn de missies/quota daarvoor nog actief, geannuleerd,of slechts opgeschort? Hoeveel mensen zijn in dat kader de afgelopendrie jaar elk jaar vanuit Turkije naar Nederland gekomen, en in hoeverrekomt Turkije de verplichtingen nog na? Is Nederland juridisch verplicht omde 1.000 genoemde hervestigers uit Turkije te halen voor 2026–2027 enhoe verhoudt deze inzet zich tot die van andere landen voor deze periode?Hoe verhoudt dit voornemen zich tot de recente ontwikkelingen in Syriëwaarbij juist veel Syriërs ook terugkeren? JA21 lijkt het verstandiger dezehervestiging op te schorten. Deelt u die mening?AntwoordZoals het kabinet in de appreciatie inzake het Achtste jaarverslagover de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije heeft aangegeven,is het van mening dat de EU-Turkije Verklaring nog altijd dekapstok is van migratiesamenwerking tussen de EU en Turkije,omdat het de terechte ondersteuning biedt aan de inspanningendie Turkije levert voor de opvang van een zeer groot aantalvluchtelingen en het versterken van migratie- en asielma-nagement en de aanpak van mensenhandel- en smokkel inTurkije, en daarnaast sinds de totstandkoming een drastischevermindering van het aantal irreguliere vertrekken waarneembaaris ten opzichte van de situatie vóór de Verklaring.22 Het kabinetis daarom voorstander van de instandhouding en volledigeimplementatie van de EU-Turkije Verklaring, inclusief deafspraken over hervestiging, en zet in op constructieve migratie-samenwerking, op Europees én bilateraal niveau. De samen-werking met Turkse autoriteiten op het gebied van hervestigingverloopt zeer goed en de in dit verband gemaakte afsprakenworden door alle betrokken partijen nagekomen. De afgelopendrie jaren, vanaf 2023 tot en met oktober 2025, zijn ongeveer570 Syrische vluchtelingen naar NL hervestigd. Daarbij wordtopgemerkt dat in die periode sprake was van het tijdelijkopschorten van de uitvoering vanaf eind augustus 2022 tot 2024in verband met de opvangsituatie in Nederland, waarna hetkabinet de uitvoering weer heeft opgepakt in afgeslankte vormmet een inzet van 500 Syrische vluchtelingen per jaar (in plaatsvan 1.000). Met betrekking tot het Unieplan 2026–2027 zet hetkabinet deze inzet voort en heeft een bijdrage toegezegd vanhervestiging van maximaal 1.000 vluchtelingen in het kader vande EU-Turkije Verklaring. Enkel Syriërs die op grond van onsgeldende asielbeleid in aanmerking komen voor internationalebescherming kunnen worden hervestigd. Zoals de Kamer isgemeld in de brief over het landenbeleid Syrië, zijn er ondanks deontwikkelingen nog steeds risicoprofielen van Syriërs die vrezenvoor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag enonmenselijke behandeling als bedoeld in artikel 3 van het EVRMbij terugkeer. Voor hen blijft voortzetting van steun voor opvangvan vluchtelingen in Turkije, en evenzo de mogelijkheid vanhervestiging van belang.21Kamerstuk 30 573, nr. 22722https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/04/07/tk-kabinetsreactie-inzake-achtste-jaarverslag-over-de-faciliteit-voor-vluchtelingen-in-turkije.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98326 TerugkeerverordeningDe herziening van de Terugkeerrichtlijn zal van grote invloed zijn op hetNederlandse terugkeerbeleid. Het is cruciaal dat de terugkeer wordtverbeterd.Hoe beoordeelt het kabinet het afgezwakte conceptstandpunt over deterugkeerverordening, met betrekking tot de wijzigingen ten aanzien vanterugkeerhubs en het schrappen van de bepaling dat EU-landen contactmogen zoeken met niet-erkende regeringen om irreguliere migrantenterug te sturen?AntwoordVoor Nederland is het cruciaal dat de nieuwe Terugkeerveror-dening de terugkeermogelijkheden verruimt zodat een vreem-deling niet enkel naar het land van herkomst of doorreis kanworden uitgezet, maar ook naar andere landen waar de vreem-deling bestendig verblijf heeft of anderszins toegang en (kort)verblijf geniet. Het voorstel biedt daarnaast de mogelijkheid voorhet inrichten van een «terugkeer- of transithub» in een derde landop basis van een overeenkomst of regeling, wat tegemoet komtaan het pleidooi van het kabinet voor meer innovatieve maatre-gelen op het gebied van migratie. Het schrappen van de bepalingover de mogelijkheid van het onderhouden van operationelecontacten met niet-erkende entiteiten om terugkeer te bewerk-stelligen is niet conform de inzet van het kabinet. Het blijftechter mogelijk om dit binnen de eigen nationale context tefaciliteren.Hoe beoordeelt u het dat de nadruk dat detentie alleen mag als «laatstemiddel», waar de oorspronkelijke tekst liet juist veel ruimte aan Lidstatenom detentie te gebruiken als middel om te voorkomen dat men metonbekende bestemming zou verdwijnen? Graag een toelichting op hoehet kabinet hier nu op in gaat zetten.AntwoordHet voorstel van de Commissie breidt de vertrekopties uit enzorgt ervoor dat lidstaten meer instrumenten krijgen om devreemdeling enerzijds te motiveren om – bij voorkeur zelfstandig– te vertrekken en anderzijds vreemdelingen beschikbaar tehouden voor het gedwongen vertrekproces, onder meer doornieuwe grondslagen voor vreemdelingenbewaring te introdu-ceren. Nederland verwelkomt deze extra mogelijkheden omdatdit naar verwachting bijdraagt aan een effectievere uitvoeringvan het terugkeerproces. Bewaring is een ingrijpende maatregelen moet daarom als laatste redmiddel worden beschouwd enproportioneel zijn, wanneer minder dwingende maatregelen nietdoeltreffend kunnen worden toegepast. Dat was ook de inzetzoals opgenomen in het BNC-fiche voor de onderhandelingenover het voorstel.Wat doet Nederland nu om Afghaanse uitgeprocedeerde asielzoekersterug te sturen?Hoe kijkt u naar de suggestie dat Nederland een vergelijkbaar initiatief alsDuitsland neemt, door gedwongen terugkeer te realiseren van crimineleAfghanen met de bemiddeling van Qatar. Is bekend wat er met deteruggestuurde Afghanen is gebeurd?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98327 Om terugkeer van vertrekplichtige Afghanen te bevorderen heeftNederland met de andere EU-lidstaten de Europese Commissiemet een brief om een EU-aanpak. gevraagd.Nederland erkent het Taliban-regime niet als de legitiemevertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking en het normali-seren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Op ditmoment werkt Nederland daarom niet rechtstreeks met deTaliban aan het mogelijk maken van gedwongen terugkeer. Ookterugkeer van Afghanen via derde landen, zoals met Qatar, isvoor Nederland nu geen optie. Dit is ook de reden waaromNederland de Europese Commissie gevraagd heeft om met eenEU aanpak te komen.Wat is nu de inzet van het kabinet voor de voorwaarden voor de terug-keerhubs?Met welke andere EU-landen werkt Nederland nu samen om eenkopgroep te vormen om snel terugkeerhubs te realiseren?AntwoordNederland is actief in een informele kopgroep van 21 EU-lidstatenom innovatieve manieren van migratiesamenwerking vorm tegeven, waaronder terugkeerhubs. Nederland en 14 andere vandeze lidstaten riepen, middels een brief, op 15 mei 2024 deEuropese Commissie op tot het verder uitwerken van out-of-the-box oplossingen. Sindsdien is de groep verder uitgebreid.Zodra meer informatie over het werk van de informele kopgroepbeschikbaar is, zal uw Kamer hierover geïnformeerd worden.Wat is de stand van zaken van de plannen voor een hub in Oeganda?AntwoordZoals gedeeld met uw Kamer23 op 25 september jl., hebbenOeganda en Nederland een intentieverklaring getekend om demogelijkheden te verkennen tot het opzetten van een klein-schalige pilot voor een transithub. Momenteel werken beidepartijen de afspraken die voortkomen uit de intentieverklaringverder uit. Uw Kamer wordt via de geëigende wegen geïnfor-meerd, op voorwaarde dat de diplomatieke vertrouwelijkheid vande onderhandelingen dat toelaat.Wat is nu de stand van zaken van de onderhandeling t.a.v. de wederzijdseerkenning van terugkeerverplichtingen? Welke risico’s ziet het kabinet alsdie wel verplicht wordt, dan wel dat een compromis wordt bereikt waarbijdat niet het geval is? En hoe wil het kabinet voorkomen dat er bijvoor-beeld in Nederland geprocedeerd kan worden over de rechtmatigheid vaneen Duits terugkeerbesluit.AntwoordVoor het kabinet staat voorop dat het concept van wederzijdseerkenning en uitvoering van terugkeerbesluiten niet mag leidentot onnodige extra administratieve lasten voor de uitvoering. Zieverder het antwoord op een gelijkluidende vraag van de leden vande fractie van D66.Wat is de stand van zaken van het sluiten van migratiedeals of partner-schappen met Jordanië en Marokko en andere landen? Welke inzet pleegtu nu?23Kamerstuk 19 637, nr. 3477.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98328 AntwoordHet kabinet zoekt de samenwerking op met landen van herkomsten doorreis om irreguliere migratie richting de EU in hetalgemeen en Nederland in het bijzonder te beperken en omterugkeersamenwerking te verbeteren, met aandacht voor debescherming van migranten. Het kabinet werkt daarbij viaverschillende sporen: zowel bilateraal – met als voorbeeld debrede migratiesamenwerking die het kabinet onderhoudt metMarokko – als via EU-verband, waarbij het kabinet een sterkevoorstander is van brede en strategische partnerschappen die deEuropese Commissie aan gaat. Via brede partnerschappenkunnen de diverse Nederlandse en Europese belangen op ondermeer stabiliteit en veiligheid en op migratie- en economischesamenwerking worden bevorderd, ook via de EU. Ook isNederland actief in een kopgroep van EU-lidstaten om innova-tieve manieren van migratiesamenwerking vorm te geven. Hetkabinet streeft daarbij naar een whole-of-government approach,om zo vanuit een breed perspectief de Nederlandse migratiebe-langen te behartigen. Zoals met uw Kamer gedeeld in de Beleids-agenda Interdepartementale Taskforce Internationale Migratie,richt het kabinet zich in de samenwerking op landen vanherkomst en doorreis en maakt het kabinet een afgewogen keuzewaar de Nederlandse inzet de meeste impact heeft. In hetontwikkelen van samenwerking met derde landen staan gelijk-waardigheid, wederkerigheid en effectiviteit centraal.24Op 22 oktober heeft de EU-Egypte top plaatsgevonden. Heeft Nederlandzich ingespannen voor de bescherming van vluchtelingen daar? Welkeinspanningen heeft het kabinet geleverd en tot welke resultaten heeft datgeleid.AntwoordNederland heeft op verschillende momenten opgeroepen ommensenrechten en de situatie van vluchtelingen bespreekbaar temaken tijdens de Top, mede ter uitvoering van Motie Piri.25 Hetkabinet verwelkomt dan ook de aandacht voor mensenrechten,democratie en rechtsstatelijkheid in de slotverklaring van deEU-Egypte Top. In deze tekst spreekt de EU erkenning uit voorstappen van Egypte om een nationaal asielsysteem op te richten,in lijn met het VN-Vluchtelingenverdrag.Vragen en opmerkingen van de leden van de Forum voorDemocratie-fractie en reactie van de bewindspersoonDe leden van de FVD-fractie hebben kennisgenomen van het verslag vande afgelopen JBZ-Raad en bijbehorende bijlagen (Kamerstuk 32 317,nr. 975). Zij vinden het schokkend dat slechts 2 (!) procent van de22.870 Afghanen die in 2024 een terugkeerbesluit hebben ontvangen vaneen EU-land, daadwerkelijk zijn teruggekeerd. Zij vinden het onacceptabeldat het effectueren van terugkeer van vertrekplichtige Afghanen complexis, omdat het moeilijk is om de juiste identificatie en reisdocumenten teontvangen – mede tengevolge van de enkel minimale operationelecontacten die Nederland met de de facto autoriteiten in Kaboel onder-houdt.De leden van de FVD-fractie hebben met verbijstering kennis genomenvan de mededeling van de Ministers dat zij – terwijl zij aangeven terugkeerte willen bewerkstelligen en erkennen dat dit alleen mogelijk is na24Kamerstuk 30 573, nr. 227.25Kamerstuk 21 501-02, nr. 3199.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98329 totstandkoming van minimale contacten met de Afghaanse autoriteiten –bewust geen (minimale) normalisatie van de betrekkingen tot standbrengen. Zij vragen aan de Minister om (minimale) normalisatie van dezebetrekkingen alsnog te bewerkstelligen, ten minste op het gebied vanidentificatie en reisdocumenten – zodat vertrekplichtige (en vrijwillige)terugkeer van Afghanen eenvoudiger wordt. Zij willen van de Ministersweten welke aanvullende (minimale) contacten met de Afghaanseautoriteiten hiervoor nodig zijn en wat nodig is om deze contacten zospoedig mogelijk te leggen.De leden van de FVD-fractie vragen bovendien aan de Ministers hoe deAfghaanse autoriteiten zelf staan tegenover de terugkeer van Afghanennaar Afghanistan en wat de eventuele eisen zijn die deze autoriteitenstellen.AntwoordOp dit moment werkt Nederland niet rechtstreeks met de Talibanaan het mogelijk maken van gedwongen terugkeer. Nederlanderkent het Taliban-regime niet als de legitieme vertegenwoor-diging van de Afghaanse bevolking en het normaliseren van derelatie met de Taliban is niet aan de orde. Op dit moment isterugkeer naar Afghanistan vanuit de EU complex. Vrijwilligeterugkeer kan beperkt ondersteund worden en het verkrijgen vanreisdocumenten is onder andere moeilijk omdat Nederland, en deandere EU-lidstaten, minimale operationele contacten onder-houden met de Taliban. Ook vrijwillig vertrek is moeilijk omdat ergeen EU re-integratie programma in Afghanistan is. Om terugkeervan vertrekplichtige Afghanen te bevorderen vraagt Nederlandmet andere EU-lidstaten aan de Europese Commissie met eenbrief om een EU-aanpak. Het organiseren van terugkeer naar eenstaat met een niet erkende autoriteit is een collectieve uitdagingvoor EU lidstaten. We denken hier effectiever in te kunnenoptreden door dit gezamenlijk te doen.De leden van de FVD-fractie zijn tot slot benieuwd hoe de verhoudingentot de Afghaanse autoriteiten zich vergelijken met de verhoudingen tot de(recent aangehaalde) verhoudingen tot de Syrische autoriteiten – en welkelessen hieruit kunnen worden getrokken om ook de terugkeer vanAfghanen te bevorderen.AntwoordElk land kent zijn eigen specifieke omstandigheden en contexthetgeen de relatie tussen Nederland en het betreffende landinkleurt en bepaalt. Wat betreft Syrië is het goed om tevermelden dat Nederland doorlopend gesprekken heeft met deSyrische overgangsregering over verschillende onderwerpenwaaronder terugkeer. Nederland wil door het onderhouden vaneen goede relatie met de Syrische overgangsregering vrijwilligeterugkeer, en uiteindelijk ook gedwongen terugkeer mogelijkmaken. Op dit moment zijn er in Syrië nog vele noden op hetgebied van onder andere stabiliteit en wederopbouw omterugkeer op termijn mogelijk te kunnen maken. Ten aanzien vanAfghanistan meld ik allereerst dat Nederland op dit moment nietrechtstreeks met de Taliban werkt aan het mogelijk maken vangedwongen terugkeer Nederland erkent het Taliban-regime nietals de legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolkingen het normaliseren van de relatie met kabinet de Taliban is nietaan de orde.Voor beide landen geldt echter wel dat terugkeer gebaat is bij eengezamenlijke en gecoördineerde aanpak. Nederland was één vande landen die de Europese Commissie gezamenlijk opriep tot hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98330 bevorderen van terugkeer naar Afghanistan. Ook voor Syrië pleithet kabinet voor een gecoördineerde aanpak in de EU omterugkeer te bevorderen en irreguliere migratie tegen te gaandoor met Syrië en de omringende landen samen te werken.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda van de JBZ-Raad van 8 en 9 december in Brussel. Zij hebbenhierover nog enkele vragen.Het Migratiepact introduceert een solidariteitsmechanisme. Op basis vandeze verdeelsystematiek is vastgesteld dat Nederland verantwoordelijkzou zijn voor 5,2% van de totale Europese solidariteitsopgave. Echtermaken de leden van de fractie-BBB zich zorgen over de totstandkomingvan dit percentage. Dit is namelijk vastgesteld op basis van het aantalinwoners en het bruto binnenlands product (BBP) van lidstaten.Hoewel deze systematiek op papier logisch kan lijken, betekent dit voorNederland een onevenredig nadeel op. Enerzijds is Nederland een relatiefklein land met een van de hoogste bevolkingsdichtheden van Europa.Anderzijds beschikt Nederland over een sterke economie.Dit betekent dus dat Nederland weliswaar economisch stevig is, maarfysiek weinig ruimte heeft, terwijl de druk op de woningmarkt, gemeentenen andere sociale/publieke voorzieningen al zeer hoog is. Deze factorenworden echter niet meegenomen in de verdeelsleutel. De leden van deBBB-fractie zijn daarom van mening dat Nederland door deze systematiekonevenredig veel asielzoekers moet opnemen.Kan de Minister toelichten hoe hij hiertegen aankijkt? En is hij bereid omop de JBZ-Raad aandacht te vragen voor het meenemen van factorenzoals bevolkingsdichtheid, fysieke ruimte en druk op voorzieningen in deverdelingssystematiek?AntwoordIn de brief aan Eurocommissaris Brunner heeft Nederlandaandacht gevraagd voor de unieke situatie van Nederland alsgevolg van de bevolkingsdichtheid en de druk die dit legt op depublieke voorzieningen. Door Nederland aan te merken als eenlidstaat met risico op migratiedruk geeft de Commissie erkenningvoor deze situatie.Volgens de voorstellen wordt uitgegaan van 30.000 asielzoekers diejaarlijks binnen de solidariteitsopgave over de lidstaten worden verdeeld.Dit aantal vloeit voort uit het feit dat onder meer Griekenland, Cyprus,Italië en Spanje door de Europese Unie zijn aangemerkt als lidstaten die temaken hebben met migratiedruk. Deze landen kunnen daardoor eenberoep doen op solidariteit van andere lidstaten. Maar kan de Ministeruitleggen op basis waarvan deze lidstaten worden aangemerkt als landenmet migratiedruk en waarom Nederland niet? En kan de Minister ookuitleggen op basis waarvan er vervolgens bepaald wordt hoeveelasielzoekers die landen kunnen afstaan via het solidariteitsmechanisme?AntwoordItalië, Griekenland, Spanje en Cyprus worden aangemerkt alslidstaten waar sprake is van migratiedruk. Voor Griekenland enCyprus is dit met name vanwege het relatief hoge aantal irregu-liere grensoverschrijdingen en aanvragen voor internationalebescherming. Italië en Spanje worden aangemerkt als lidstatenwaar sprake is van migratiedruk door het hoge aantal ontschep-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98331 ingen na opsporings- en reddingsoperaties (SAR). Dit betekentdat deze lidstaten een beroep kunnen doen op solidariteit.26De omvang van de solidariteitspool dient gebaseerd te zijn op denoden van de lidstaten onder migratiedruk. De Commissie doetjaarlijks een voorstel voor een uitvoeringshandeling van de Raadover de omvang van de solidariteitspool. Dit voorstel van deCommissie voor de solidariteitspool dient jaarlijks minimaal30.000 herplaatsingen of € 600 miljoen te zijn.27 Het voorstel datde Commissie voor de aankomende eerste solidariteitscyclusheeft gedaan is momenteel nog vertrouwelijk. Het is aan de Raadom bij gekwalificeerde meerderheid overeenstemming te vindenover de omvang van de solidariteitspool. De bijdrage van elkelidstaat aan deze solidariteitspool – het percentage van de fairshare – is wettelijk vastgelegd in de Asiel- en migratiebeheerver-ordening en betreft voor Nederland 5,2%.28Nederland is echter geclassificeerd als land met een «risico» op migra-tiedruk. De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of hij dezeclassificatie terecht vindt, gelet op de problemen die Nederland ervaart.Zo ja, waarom? Zo nee, is de Minister bereid zich in te zetten omNederland binnen dezelfde classificatie te laten vallen als genoemdelidstaten die formeel migratiedruk ondervinden?AntwoordHet kabinet verwelkomt het feit dat de Commissie erkent datlanden zoals Nederland druk op de opvangvoorzieningen ervarenals gevolg van secundaire migratie en dat met dit Uitvoeringsbe-sluit stappen worden gezet om het niet-functionerende Dublin-systeem aan te pakken. De Commissie bepaalt de classificatie opbasis van criteria die vastgelegd zijn in de Asiel- en migratiebe-heerverordening, zoals het aantal irreguliere grensoverschrij-dingen en het aantal Dublinverzoeken. Op basis van de gegevensuit het jaarverslag, hebben andere lidstaten relatief gezien meerdruk dan Nederland. Voor de lidstaten onder migratiedruk is ditmet name vanwege het relatief hoge aantal irreguliere grensover-schrijdingen en aanvragen voor internationale bescherming ofdoor het hoge aantal ontschepingen na opsporings- en reddings-operaties (SAR).Om aangemerkt te worden als lidstaat onder migratiedruk zouNederland een verzoek moeten doen om onder deze categorie tevallen. De Commissie zal dan een herbeoordeling doen, waarbijmet name gekeken naar dezelfde feiten en gegevens, zoals ookneergelegd in het jaarverslag, maar geactualiseerd. Omdat demigratiesituatie in de afgelopen periode niet aanzienlijk isgewijzigd, zie ik een dergelijk verzoek niet als kansrijk. Ik bendaarom niet voornemens een dergelijk verzoek in te dienen.Omdat Nederland onder de classificatie «risico op migratiedruk» valt, kanons land geen beroep doen op solidariteit, maar wel op de afkoopre-geling. De leden van de BBB-fractie zijn verheugd te vernemen dat deMinister voornemens is hiervan gebruik te maken. De afkoopregelingbedraagt 20.000 euro per asielzoeker. Kan de Minister toelichten uit welkebegrotingsmiddelen dit bedrag wordt gedekt?Antwoord26Kamerstuk 32 317, nr. 973.27Artikel 12 van de Asiel- en migratiebeheerverordening (Verordening (EU) 2024/1351).28Artikel 66 van de asiel- en migratiebeheerverordening (Verordening (EU) 2024/1351).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98332 Nederland heeft er in het regeerprogramma voor gekozen om bijde herverdeling van asielzoekers te kiezen voor het leveren vaneen financiële bijdrage in plaats van de overname van asiel-zoekers (herplaatsingen). De hoogte van de financiële bijdrage dieNederland levert aan dit solidariteitsmechanisme, en de dekkingdaarvan, zal de komende maanden worden bepaald. De kostenvan de financiële bijdrage zijn naar verwachting lager dan deopvangkosten van herplaatsingen naar Nederland.Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieen reactie van de bewindspersoonDe leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennis genomen van degeannoteerde agenda van de JBZ-raad van 8 en 9 december 2025. Zijhebben enkele vragen hierover.De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de Ministers een goedeimplementatie van het Pact in alle lidstaten een grote uitdaging noemen.Deze leden delen die inschatting en vinden het zorgelijk dat meerderelidstaten hun verantwoordelijkheid niet willen nemen en hun aandeel nietwillen nemen in de solidaire verdeling van vluchtelingen over Europa.Deze leden vragen de Ministers of zij er vertrouwen in hebben dat het pacteffect zal hebben. Welke minimale inzet van lidstaten is nodig om het pactte laten slagen? Wat is de inzet van Nederland in de Commissie om zelf bijte dragen aan een goede balans tussen verantwoordelijkheid en solida-riteit, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Zou het pact slagenals elke lidstaat de opstelling van Nederland zou hanteren, zo vragen deleden van de ChristenUnie-fractie. Kunnen de Ministers motiverenwaarom Nederland niet in wil gaan op relocaties, zo vragen de leden vande ChristenUnie-fractie.AntwoordIn de Asiel- en migratiebeheerverordening zijn de verschillendemogelijkheden voor solidariteit opgenomen. Die bestaan uit1) herplaatsingen; 2) financiële bijdrage; 3) alternatieve solidari-teitsmaatregelen, zoals operationele steun. Deze drie mogelijk-heden zijn gelijkwaardige vormen van solidariteit. Lidstaten dieaangemerkt zijn als lidstaten onder migratiedruk kunnenaangeven aan welke vorm van solidariteit zij behoefte hebben.Dit is niet per definitie herplaatsingen. Sommige lidstaten gevende voorkeur aan het ontvangen van een financiële bijdrage.Bovendien is in de Asiel- en migratiebeheerverordeningopgenomen dat, indien er onvoldoende herplaatsingen zijn,lidstaten verplicht zijn om een bepaald aantal Dublinzaken in huneigen procedure op te nemen, de zogenaamde verantwoordelijk-heidscompensaties (offsets). Nederland zal solidariteit toezeggenmiddels een financiële bijdrage.Om de balans tussen solidariteit en verantwoordelijkheid in hetPact te waarborgen is het bovendien van belang, dat naast desolidariteitsbijdrage, het Dublinacquis functioneert en datdaarnaast de toereikende opvang- en personeelscapaciteit van deasielgrensprocedure door lidstaten aan de buitengrenzen gereali-seerd wordt. De versterking van de buitengrenzen door middelvan de invoering van de verplichte asielgrensprocedure, alsookEurodac-registratie en screening draagt bij dat er meer grip komtop wie de EU in reist De invoering van deze onderdelen van hetPact bepalen bij uitstek het succes ervan, ook omdat hiermeesecundaire migratie meer wordt voorkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98333 Kunnen de Ministers inzicht bieden in de implementatie van het Pact inNederland, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Zijn deMinisters voornemens om de implementatiewetten en de eventueelaangenomen Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatus-stelsel tegelijk in te laten gaan? Zo niet, waarom niet?AntwoordDe Kamer wordt periodiek geïnformeerd over de voortgang vande implementatie van het Migratiepact in het kader van deuitvoering aan de motie van leden Podt (D66) en Rajkowski(VVD).29 Nog voor het Kerstreces zal uw Kamer een briefontvangen waarin toegelicht wordt wat momenteel de stand vanzaken is. Vanwege de noodzaak om direct en met urgentie deasielketen te ontlasten kiest de regering ervoor de inwerking-treding van het Asiel- en migratiepact niet af te wachten. Deregering erkent tegelijkertijd dat de invoering van het geheel aanmaatregelen in beide nationale wetsvoorstellen een groteveranderopgave betekent voor de uitvoering in de asielketen.Zoals de IND in de uitvoeringstoetsen aangeeft, is na aanvaardingvan het wetsvoorstel Asielnoodmaatregelen en het wetsvoorsteltweestatusstelsel enige implementatietijd nodig om alle maatre-gelen in te voeren en in de praktijk tot uitvoer te kunnenbrengen. Om die reden is het dan ook van belang dat er zo snelmogelijk duidelijkheid komt omtrent deze wetsvoorstellen, zodatde IND na aanvaarding ook zo snel mogelijk met de implemen-tatie daarvan kan beginnen. Daarnaast zitten in de beidewetsvoorstellen maatregelen die geen verandercapaciteit vragenen direct de keten ontlasten. Deze onderdelen kunnen eerdergeïmplementeerd worden. Te denken valt bijvoorbeeld aan hetongegrond verklaren bij het niet komen opdagen bij gehoor ofhet afschaffen van de rechterlijke dwangsom.Als een meerderheid van landen een bepaalde mate van migratiedrukervaart, betekent dit voor bijna alle lidstaten dat de migratiedruk niet veelomlaag gaat, zo redeneren de leden van de ChristenUnie-fractie. Delen deMinisters dit? Zijn de lidstaten zich daar voldoende van bewust en passenze daar hun inzet op aan?AntwoordDe Commissie houdt bij het voorstel voor de omvang van desolidariteitspool, in lijn met de Asiel- en migratiebeheerveror-dening, rekening met de noden van lidstaten, gebaseerd op debevindingen in het jaarverslag. De Commissie moet bij hetvoorstel ook rekening houden met het feit dat lidstaten ondermigratiedruk niet hoeven bij te dragen aan solidariteit. Debijdrage van lidstaten met een significante migratiesituatie isafhankelijk van de mate van korting die zij krijgen op basis vaneen onafhankelijke analyse van de Commissie, waarover de Raadvervolgens een besluit neemt. Lidstaten met een risico opmigratiedruk moeten hun volledige solidariteitsbijdrage voldoen,maar kunnen met prioriteit aanspraak maken op de EU MigratieSupport Toolbox en extra financiële steun. Deze verschillendefactoren zijn onderdeel van het bredere besluitvormingsprocesvoor de totstandkoming van de solidariteitspool.29Kamerstuk 32 317, nr. 913.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98334 De leden van de ChristenUnie-fractie vragen welke instrumenten er zijnom lidstaten die bijvoorbeeld weigeren een bijdrage te betalen aan desolidariteitspool te bewegen om zich wel aan de afspraken te houden. Zijner sancties mogelijk?AntwoordDe bijdrage aan de solidariteitspool is voor alle lidstaten diegehouden zijn aan het asielacquis wettelijk verplicht. Nederlandzet er op in dat lidstaten die zich niet aan de regels houden, ookde toegang tot financiering onder het Pact (tijdelijk) verliezen.Daarnaast is het mogelijk voor de Commissie om in uiterstegevallen een inbreukprocedure te starten tegen lidstaten die zichniet aan de wet houden.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe Nederland de onderhan-delingen over de solidariteitspool ingaat. Welke risico’s verwachten deMinisters daarin van het feit dat de Europese Commissie nog geenbeoordeling heeft uitgevoerd op hoe Italië en andere landen de verplich-tingen van het Dublinsysteem nakomen?AntwoordNederland zal, conform het regeerprogramma, een financiëlebijdrage toezeggen. De inzet van het kabinet is er op gericht datde omvang van de solidariteitspool realistisch is en recht doetaan de bevindingen uit het jaarverslag. Het solidariteitsmecha-nisme is er om lidstaten die onder druk staan te verlichten enmoet lidstaten daarom niet verder onder druk zetten. Verder zethet kabinet er op in dat met de verdeling van solidariteit rechtwordt gedaan aan de gevolgen voor Nederland van secundairemigratie en het niet werkende Dublinsysteem. Zie verder hetantwoord op een gelijkluidende vraag van de leden van de fractievan D66.Ten aanzien van de terugkeerverordening vragen de leden van deChristenUnie-fractie wat de inzet van Nederland is tijdens de JBZ-raad.AntwoordZie antwoord op een gelijkluidende vraag van de leden van defractie van D66.De leden van de ChristenUnie-fractie maken zich zorgen over de wens vande Minister om mensen gedwongen uit te zetten naar Afghanistan. Welkegroepen lopen wat de Minister betreft risico als zij terug wordengestuurd? Wat weet de Minister van de mensen en hun veiligheid dieDuitsland gedwongen heeft uitgezet naar Afghanistan?AntwoordZie het antwoord op gelijkluidende vragen van de leden van defractie van GroenLinks-PvdA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 98335
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.