KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 juli 2025, over Internationale fiscaliteit

20 aug 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e053c0f0764fa8b9 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202525 087Internationaal fiscaal (verdrags)beleidNr. 350 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 20 augustus 2025 De vaste commissie voor Financiën heeft op 3 juli 2025 overleg gevoerdmet de heer Van Oostenbruggen, Staatssecretaris Fiscaliteit, Belasting-dienst en Douane, over:–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 11 juni 2024 inzake terugkoppeling uitkomstenIF-vergadering 28 tot en met 30 mei 2024 (Kamerstuk 25 087,nr. 339);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 13 juni 2024 inzake recente nationale en Europeseontwikkelingen ten aanzien van fossiele regelingen (Kamer-stuk 32 813, nr. 1400);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 11 december 2024 inzake monitoring van de effecten vande aanpak van belastingontwijking (Kamerstuk 25 087,nr. 343);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 4 december 2024 inzake opvolging moties en toezeggin-gen uit dertigledendebat over een extra belasting voorextreem rijken (Kamerstuk 25 087, nr. 342);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 19 februari 2025 inzake onderhandelingen vanbelastingverdragen (Kamerstuk 25 087, nr. 344);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 9 mei 2025 inzake reactie op verzoek commissieover het artikel van Follow the Money over een belastingcon-structie van Tesla (Kamerstuk 25 087, nr. 347);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 15 mei 2025 inzake reactie op verzoek commissieover de brief van de Nederlandse «Accidental Americans»-groep over de zesde voortgangsbrief FATCA (Kamerstuk25 087, nr. 348);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 26 juni 2025 inzake rechtsvergelijkend onderzoeknaar misbruik earningsstrippingmaatregel (Kamerstuk 36 602,nr. 161); kst-25087-350ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 3501 –de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 27 juni 2025 inzake rapportage dividendstripping(Kamerstuk 32 140, nr. 263);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 27 juni 2025 inzake IMF-rapport over fiscalestelsel BES-eilanden (Kamerstuk 32 893, nr. 7).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwDe griffier van de commissie,WeeberTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 3502 Voorzitter: Nijhof-LeeuwGriffier: LipsAanwezig zijn vier leden der Kamer, te weten: Van Eijk, Kouwenhoven,Nijhof-Leeuw en Stultiens,en de heer Van Oostenbruggen, Staatssecretaris Fiscaliteit, Belasting-dienst en Douane.Aanvang 13.01 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Van harte welkom bij deze vergadering van de vastecommissie voor Financiën. Aan de orde is het commissiedebat Interna-tionale fiscaliteit. We hebben een indicatieve spreektijd van vier minuten.Ik zou ook willen beginnen met vier interrupties en dan kijken we wel evenhoever we daarmee komen. Welkom aan de Staatssecretaris en aan deleden aan mijn linkerzijde. Ik begin met de eerste spreker van de zijde vande Kamer. Dat is mevrouw Van Eijk van de VVD. Aan u het woord.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank je wel, voorzitter. Dit debat stond natuurlijk al gepland voor ergensin mei en is toen vooruitgeschoven. Dat betekent dat er daarna weer heelveel brieven zijn gekomen, dus ik heb wat onderwerpen toegevoegd.Daardoor loop ik misschien uit mijn spreektijd, maar ik hoop dat u eensignaaltje geeft. Anderzijds zijn we niet met heel erg veel, dus we kijkengewoon hoever we komen.Voorzitter. Voor een sterke economie morgen, moeten we vandaaginvesteren in een aantrekkelijk ondernemersklimaat. De VVD ziet datstabiel en internationaal concurrerend fiscaal beleid steeds meer onderdruk komt te staan, onder andere met Pijler 2. Met Pijler 2 wordenbedrijven in Nederland zwaarder belast dan concurrenten in landen dieniet meedoen, zoals de VS en China. Dat tast onze investeringskracht aan.Ik heb een aantal vragen aan de Staatssecretaris. Wat is de Nederlandsestrategie nu grote economieën zoals de VS afzien van implementatie? Zijner signalen dat landen met lage belastingen alsnog een minimumbe-lasting gaan invoeren? En wat is de inzet van Nederland en de EU in deinternationale onderhandelingen?De afgelopen weken stond de krant vol van een maatregel die deAmerikaanse overheid overweegt, namelijk een zogenoemde wraakbe-lasting: een tegenmaatregel tegen landen die een oneerlijke belastinginvoeren. Nederlandse bedrijven in de VS, maar ook pensioenfondsen diebeleggen in Amerikaanse aandelen, krijgen dan te maken met een extraheffing. Wat gaat Nederland hiertegen doen? En is Nederland hierover alin gesprek met de VS, bijvoorbeeld op basis van bijzondere bepalingen inhet belastingverdrag? Zo niet, wordt dit dan spoedig opgepakt en kan deStaatssecretaris de Kamer hiervan op de hoogte houden?Voorzitter. We moeten EU-regels uitvoeren, maar ons niet strengeropstellen dan nodig is. Nationale koppen ondermijnen onze concurrentie-positie en de Europese interne markt. De aanpak van belastingontwijkingwerkt. Financiële stromen naar belastingparadijzen zijn met meer dan 80%gedaald.Dan een aantal specifieke regelingen. De earningsstrippingmaatregel, dieertoe dient of als een van de doelen heeft om het eigen vermogen testimuleren, lijkt slechts beperkt te werken. Dit roept de vraag op of hetstimuleren van eigen vermogen via deze maatregel nog wel het gewenstedoel dient. Een vermogensaftrek kan misschien wenselijker zijn, maarroept ook zorgen op over mogelijke ontwijking, zo lezen we. Wat zou hetbudgettaire effect zijn van een vermogensaftrek? Kan ontwijking wordenvoorkomen bij een zorgvuldig vormgegeven variant? Zou een vrijstellingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 3503 voor langlopende infrastructuurprojecten destijds wenselijk zijn geweest?Zoals gezegd, kent de earningsstrippingmaatregel een strenge nationalekop: een lage drempel, een laag percentage en geen uitzonderingen. Naaraanleiding van de recente brief lijkt de toepassing van het Finse modeleen interessante optie. Betekent dit dan een verruiming van de drempelvoor externe financiering naar 3 miljoen, gecombineerd met een drempelvan € 500.000 voor leningen van verbonden partijen? Graag reactie vande Staatssecretaris.In de antwoorden op de schriftelijke vragen lezen we dat de effectiviteitvan de aanvullende CFC-maatregel onduidelijk is, terwijl het doel deels alwordt bereikt via andere maatregelen, zoals de minimumbelasting. Wat ismomenteel de jaarlijkse opbrengst van deze maatregel? Wat zijn deuitvoerings- en nalevingskosten? En is afschaffing wellicht wenselijk,gezien de kosten, baten en uitvoerbaarheid, in het kader van het vereen-voudigen van ons belastingstelsel?Dan een stukje over buitenlandse investeringen. Die zijn tussen 2015 en2023 met 25% gedaald, zo lezen we in de brief. De vraag is: komt dit mededoor nationale koppen? En als die investeringen niet in Nederland landen,waar zijn die dan gebleven? Waar gaan die dan naartoe? En zou hetafschaffen van koppen leiden tot meer investeringen en daarmee tothogere belastingopbrengsten, ook in Nederland?De afgelopen weken zijn er diverse rapporten gepubliceerd, onder andereafgelopen dinsdag het rapport van EY NL: Netherlands AttractivenessSurvey 2025. Daarin is foreign direct investment, dus de investeringen inEuropa en in Nederland, geanalyseerd. Wij vinden de conclusiezorgwekkend. Nederland is gezakt naar de tiende plaats op de ranglijstvan meest aantrekkelijke Europese landen. Waar we voorheen in de topvijf stonden, zijn we nu dus voorbijgestreefd door landen als België,Spanje en Polen. Driekwart van de ondernemers is ontevreden over devoorspelbaarheid van beleid. Continu veranderende regels ondermijneninvesteringsbeslissingen. Een voorbeeld daarvan is de 30%-regeling. Dieis gisteren ook aan de orde gekomen. De versobering daarvan is deelsteruggedraaid, maar er blijft druk op verdere beperkingen. SEO-onderzoektoont aan dat een ruimere regeling zelfs leidt tot meer belastingop-brengsten wanneer de indirecte effecten worden meegenomen. Wat zijnvolgens de SEO-methodologie de budgettaire effecten van volledigherstel van de regeling? De motie-Geerdink, waar gisteren ook al naarwerd verwezen in het debat, gaat daarover.De regeldruk in Nederland kost ondernemers jaarlijks ongeveer 20 miljardeuro. Andere landen versoepelen regels. Nederland moet hier wat onsbetreft in volgen. Komt er een vereenvoudigingsagenda voor belasting-wetgeving? Hoe wordt de belastingregeldruk geëvalueerd? Is er ruimteom verplichtingen uit DAC-richtlijnen, DAC2 tot en met DAC8 en wat ernog allemaal achteraan komt, te verminderen als blijkt dat de informatienauwelijks wordt gebruikt?Het laatste onderwerp in mijn eerste termijn is de innovatiekredieten.Dank aan de Staatssecretaris voor de brief. Alleen lijkt de brief de indrukte wekken dat geen of weinig andere landen hiermee bezig zouden zijn. Ikvraag me af of dit een juiste weergave is. Waar zijn de verwijzingen naarbijvoorbeeld Zwitserland en Singapore, die hier al mee werken, of anderelidstaten, zoals Frankrijk, die ook fiscale regelingen aanpassen? Gisterenpubliceerde de Europese Commissie aanbevelingen voor verrekenbarebelastingkredieten in het kader van de Clean Industrial Deal. Is deStaatssecretaris bereid nog een slag te maken en een vervolgonderzoekuit te voeren?Voorzitter. De VVD staat voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat: mindernationale koppen, lagere regeldruk en een stabiel fiscaal beleid. Dat is deweg naar duurzame economische groei en gezonde overheidsfinanciën.Tot zover mijn eerste termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 3504 De voorzitter:Dank u wel. Ik heb inderdaad niet geageerd toen u anderhalve minuutover uw tijd ging, maar u had het aangegeven. We hebben ruim de tijd.We gaan verder met de fractie van Nieuw Sociaal Contract. De spreker isde heer Kouwenhoven.De heer Kouwenhoven (NSC):Dank u wel, voorzitter. De visie van de fractie van Nieuw Sociaal Contractop internationale fiscaliteit is helder: Nederland mag geendoorstroomland of fiscaal paradijs zijn. Multinationals en extreemvermogende particulieren behoren net als ieder ander belasting tebetalen. Wij zetten ons in voor het tegengaan van belastingontwijking ensteunen in dat verband de invoering van een internationaal minimum-tarief voor multinationals.Ook staan wij voor een stevige, effectieve aanpak van internationalemiljardenfraude. Tegen deze achtergrond heb ik gekeken naar de stukkendie naar de Kamer zijn gestuurd. Graag vraag ik de staatsecretaris naar deactuele stand van zaken rond de uitwerking van Pijler 1 en Pijler 2. Voor demensen thuis: in het kader van internationale belastinghervorming, onderleiding van de OESO en de G20, staan er twee pijlers centraal. Pijler 1 richtzich op een eerlijke verdeling van de winstbelastingrechten, met namevoor de grote digitale multinationals die winst maken in landen zonderdaar fysiek aanwezig te zijn; denk aan advertentie-inkomsten vanbedrijven als Google en Apple. Pijler 1 zou Nederland in staat stellen omdaar een proportioneel deel van te belasten. Pijler 2 beoogt een onder-grens te stellen aan het effectieve tarief van de vennootschapsbelastingwereldwijd, om zo een race to the bottom te voorkomen, zoals we dievoorheen hebben gekend. Beide pijlers sluiten goed aan op onze visie,mits goed en evenwichtig vormgegeven. Dubbele belastingheffing isuiteraard niet de bedoeling.Voorzitter. Op de agenda van vandaag staat onder meer de brief van11 juni 2024, waarin de voorganger van deze Staatssecretaris zich positiefuitlaat over de internationale voortgang. Sindsdien is er veel veranderd.We leven ook fiscaal gezien in onzekere tijden. Zo stelde Trump tijdens zijneerste dag in het Witte Huis dat de Global Tax Deal niet doorwerkt in deVS. Daarnaast liet hij onderzoeken welke digitaledienstenbelastingen vanandere landen mogelijk aanleiding geven tot tegenmaatregelen. Hoebeoordeelt de Staatssecretaris de ontwikkelingen in de VS? Wat zijndaarvan de gevolgen voor de Nederlandse positie? Wij zijn van meningdat internationale stappen alleen effectief zijn als er voldoende interna-tionale draagvlak voor is. Tegelijkertijd is stilzitten ook geen optie. Kan deStaatssecretaris aangeven welke concrete stappen hij op dit moment zetop dit terrein?Voorzitter. Ik heb nog een aantal specifieke vragen. Ten eerste wil ikvragen naar de stand van zaken rond de digitaledienstenbelasting. Pijler 1kende een verbod op een dergelijke belasting, maar nu de VS zich afzijdighouden, zal Pijler 1 niet in werking treden. Wat is op dit punt de positievan Nederland?Daarnaast verwijst de Staatssecretaris in zijn brief van 4 december naar demogelijkheid van een Europese exitheffing en opties voor een trailing tax.Is de Staatssecretaris bereid deze opties nader uit te werken, zoalstoegezegd?In diezelfde brief wordt ook verwezen naar de evaluatie van dewoonplaatsonderzoeken, die inmiddels naar de Kamer is gestuurd. Watziet de Staatssecretaris als een logische vervolgstap op basis van dezeevaluatie?Verder las ik over de internationale verdragen die opgesteld worden dat erook regelmatig een afweging gemaakt moet worden op basis van decapaciteit die beschikbaar is. Ik vraag de Staatssecretaris om iets meer toete lichten welke afweging daar dan gemaakt wordt. Ik kan me voorstellenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 3505 dat verdragen met de buurlanden specifiek relevant zijn voor regio’s hierin Nederland. Voor de grensregio’s is dat extra relevant.Omwille van de tijd zal ik het daarbij houden, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat er een interruptie van de heer Stultiens is.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ja, ik had nog één vraag aan NSC. Ik ben het met een heel groot deel vanhet betoog eens en ook met de inschatting dat Pijler 1 er voorlopig nietgaat komen, dat die niet gaat werken. NSC stelt de vraag aan de Staatsse-cretaris: moeten we nou niet nationaal stappen zetten, bijvoorbeeld meteen digitaledienstenbelasting? Ik ben daarvoor. Ik vraag aan NSC: is NSCbereid om met ons samen de oproep te doen om deze nationale diensten-belasting klaar te zetten zolang Pijler 1 niet tot stand gekomen is?De heer Kouwenhoven (NSC):Ik zei ook dat ik het internationale draagvlak daarvoor relevant vind. Omheel eerlijk te zijn denk ik dat ik de reactie van de Staatssecretaris wilafwachten. Als je het als land alleen doet, maakt het wel heel erg uit wat jepositie daarin is. Het is voor mij dus te vroeg en te snel om nu dezeoproep te steunen. Ik denk dat wij elkaar in onze visie op een interna-tionale belasting wel vinden, maar nationaal is het soms anders.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):We wachten even af wat de Staatssecretaris zo meteen gaat zeggen. Ik wiler wel bij gezegd hebben: er zijn natuurlijk al heel veel andere landen diezoiets al hebben ingevoerd. Bovendien: internationaal is natuurlijk degewenste route, maar ik ben er bang voor dat er niets gebeurt als we telang wachten, tot we het uiteindelijk met z’n allen doen. Daarom hoop ikdat NSC na het debat toch denkt dat we ook nationaal stappen moetenzetten, want anders duurt het helaas gewoon te lang.De voorzitter:Tot slot, meneer Kouwenhoven.De heer Kouwenhoven (NSC):Een gezonde economie is natuurlijk ook van belang, dus we zullen ookecht even moeten kijken hoe het welke partijen raakt en wat dat doet metde positie van Nederland. Ik wil daar dus wel graag een gezonde afwegingin maken.De voorzitter:Dank u wel. Dan kom ik tot slot bij de laatste spreker van de zijde van deKamer, de heer Stultiens van GroenLinks-PvdA.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. We zitten qua politiek speelveld inderdaad een beetje opde goede volgorde: met de VVD was ik het weinig eens, met NSC watmeer, en nu kom ik toch met een iets ander geluid. De Staatssecretarisheeft het over «echt goed beleid», maar ik laat de beoordeling van mijninbreng aan anderen.Voorzitter. De afgelopen jaren zijn er veel maatregelen genomen tegenbelastingontwijking. Die heeft mijn fractie ook altijd gesteund. Toch staatNederland in onze ogen nog steeds te hoog in de verkeerde lijstjes,bijvoorbeeld in de Corporate Tax Haven Index in het rapport van TaxJustice. Nog steeds speelt Nederland een te grote rol als fiscaaldoorvoerland. Daarmee faciliteren wij als land belastingontwijking inandere landen. Samen met landen als Luxemburg en Zwitserland vormtNederland volgens dit rapport een as van belastingontwijking. Ik zouTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 3506 graag een reflectie van de Staatssecretaris willen op dit rapport, op onzeplek in die ranking en op de vraag waarom we geen extra stappen nemenom te zorgen dat Nederland niet meer in dit soort foute lijstenterechtkomt.Dan de internationale afspraken. Waarschijnlijk gaat er straks gezegdworden: dit kun je bij voorkeur samen aanpakken. Daar ben ik het meeeens, maar er moeten internationaal wel stappen worden gezet. Daarmaak ik me zorgen over. We hebben de terugkoppeling van de verga-dering van het International Framework gehad. Nee, ik zeg het niet goed.Waar staat «IF» voor? De collega’s zeggen ook «International Framework».Maar goed, het is alweer een jaar geleden dat we dat verslag kregen, dusde vraag is: hoe staat het er inmiddels voor? Klopt ons beeld dat Pijler 1 ervoorlopig niet gaat komen? Zo ja, is het dan niet de hoogste tijd we zelfals land maatregelen gaan voorstellen of voorbereiden, al is het maar omde druk op te voeren om er wel gezamenlijk uit te komen met anderelanden? Dezelfde vraag geldt ook voor de aanpak van brievenbusfirma’s.Er ligt al een tijdje een pakket klaar in Brussel. De onderhandelingenliggen al een tijdje stil. Hoelang blijven we nog wachten tot er eencompromis of een overeenkomst komt voordat we zelf aanvullendenationale stappen zetten?In de VN wordt ook gepraat over belastingontwijking en over interna-tionale belastingsamenwerking. Wij horen zorgen van Tax Justice dat detransparantie van deze onderhandelingen onder druk staat, omdatbepaalde landen die liever achter gesloten deuren voeren. Kan deStaatssecretaris toezeggen dat Nederland zich blijft inzetten voortransparantie, ook bij deze onderhandelingen?De voorzitter:Mag ik u eventjes onderbreken? U heeft een interruptie van mevrouw VanEijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ja, naar aanleiding van de vraag van de heer Stultiens over maatregelenin internationaal verband, waarbij hij de voorkeur uitspreekt om dat opeen zo groot mogelijke schaal te doen. We zijn het er met elkaar over eensdat je dat bij voorkeur doet binnen OECD-verband en, als dat niet lukt,minimaal op EU-niveau. Hij geeft daarbij aan: als dat dan allemaal nietlukt, moet je vooral doorgaan met het voorbereiden van nationale wet- enregelgeving. Wat denkt de heer Stultiens dan te doen richting hetbedrijfsleven als hij dat signaal naar buiten brengt? Dat is namelijk eenvan de oorzaken waardoor ons vestigingsklimaat onder druk staat: hetinstabiele belastingklimaat, iedere keer weer opnieuw dingen wijzigen.Daarmee is het in vergelijking met andere landen minder aantrekkelijk omje hier te vestigen. Wij vinden dat een heel fout signaal. Ik vraag me af hoede heer Stultiens daartegenover staat.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dank voor de vraag. Drie korte punten. Eén. Volgens mij moeten weonderscheid maken tussen echte bedrijven en brievenbusfirma’s. Volgensmij is er dus een groot verschil tussen echte bedrijven en bedrijven dieNederland alleen gebruiken om geld door te sluizen. Volgens mij vindtzelfs de VVD dat die bedrijven niet per se iets toevoegen aan deeconomie. Dat onderscheid wil ik graag gemaakt hebben.Dan over instabiliteit. Ja, ik hoor die zorgen ook. Tegelijkertijd wordt datdoor een partij altijd gebruikt als het gaat om maatregelen die ze zelf nietwil. Want als iets instabiel is, is dat bijvoorbeeld het wel aankondigen vande CO2-belasting en haar dan toch schrappen wel. We doen het dusallemaal hier, alleen dan voor onze eigen politieke wensen.Dan het punt van het vestigingsklimaat. Daar kijken de VVD en wijmisschien wel anders naar. In mijn ogen horen bij het vestigingsklimaatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 3507 ook goede infrastructuur, goede scholen en goede ziekenhuizen. Daar isgeld voor nodig. Dat moet worden opgebracht. Ik vind dat we niet elk jaarde rekening alleen bij gewone mensen moeten leggen, maar ook bij degrote bedrijven. Daarover hebben we misschien een verschil van inzicht,want ik vind niet dat het vestigingsklimaat alleen maar het laagste fiscaletarief is.Mevrouw Van Eijk (VVD):Als je kijkt naar het vestigingsklimaat, ben ik het ermee eens dat er veelmeer factoren relevant zijn. Maar een van de vestigingsplaatsfactoren iswel het fiscale beleid en de stabiliteit, de voorspelbaarheid en debetrouwbaarheid daarvan. Je wil die bedrijven hier kunnen laten landenen ze ook hier houden, zodat ze hier blijven en hier blijven investeren, watvervolgens die banen en ook die belastingopbrengsten oplevert waarmeewe al die voorzieningen weer moeten betalen. Linksom of rechtsom heb jeze uiteindelijk wel allemaal nodig. Daarmee dragen ze dus bij aan debelastingopbrengsten om die voorzieningen in stand te kunnen houden. Ikkrijg graag nog een reactie van de heer Stultiens daarop.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Op dit punt zijn we het helemaal niet zo erg oneens. We willen graagbedrijven hierheen halen en hier houden, dus dat klopt wel. Alleen is devraag als politiek de komende tijd wie waarvoor de rekening betaalt. Danmoet je moeilijke keuzes maken. Dan maakt GroenLinks-PvdA inderdaadandere keuzes dan de VVD, maar ik ben het er wel mee eens dat stabielbeleid heel goed is, dat vestigingsklimaat belangrijk is en dat dat meer isdan alleen belastingen. Maar we moeten ook oppassen, want ik ben erwel bang voor dat als we alleen maar zeggen dat de aanpak internationaalmoet zijn, we dan soms te lang blijven wachten en te veel ongewenstgedrag zien. Daar moeten we volgens mij eerder paal en perk aan stellen.Daarom zeg ik ook: soms moet je nationaal stappen durven zetten. Dat iswel het verschil tussen onze twee partijen, denk ik.De voorzitter:Ik zie dat er nog een interruptie is van de heer Kouwenhoven.De heer Kouwenhoven (NSC):Misschien is het ook een vraag naar een taxatie van een actualiteit. Wehadden het net ook al over de Digital Services Act. Canada wasvoornemens zo’n wet in te voeren en is daar vervolgens op terug moetenkomen. Je ziet dus dat het nationaal best wel een uitdaging is. Hoe taxeertde heer Stultiens dat?De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik weet inderdaad dat wijzelf en ook andere partijen een paar jaar terugplannen aangekondigd hebben om nationaal in te voeren. Die hebben wejuist een beetje on hold gehouden vanwege het argument dat we ditgezamenlijk gaan doen. Dat is veel beter, zowel als het gaat om impact,omdat je dan inderdaad het geld niet gaat wegsluizen via andere landen,als voor het bedrijfsleven. Ik zie nu alleen wel – die signalen hoor ik vanuitandere landen, maar ik hoor ook graag of het kabinet dat deelt – dat ervoorlopig, nu de houding van Amerika is veranderd, geen Pijler 1 komt.Dan zeg ik: dan kunnen we niet blijven wachten. Bij voorkeur doen we hetinderdaad met de hele wereld. Anders moeten we het met de G20 en deOESO doen, en anders in Europees verband, of desnoods met eenkopgroep van landen, want er zijn natuurlijk andere landen die dezebelasting wel hebben. Ik geloof dat Frankrijk en andere Europese landenze ook hebben. Dus ja, het liefst doen we dat met zo veel mogelijk landensamen. En nee, dat mag niet betekenen dat we blijven wachten totiedereen aan boord is, want dan gaat er helaas veel te weinig gebeuren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 3508 De voorzitter:Nog een laatste keer op dit punt, alstublieft.De heer Kouwenhoven (NSC):Mijn vraag zag ook op het volgende. Je ziet dus dat Canada daar eenandere afweging in gemaakt heeft, terwijl het volgens mij heel erg opdezelfde lijn zat, en toch gezegd heeft: we doen het niet, want het helptons niet. Laat ik het zo zeggen. Ik heb u nog niet horen reflecteren op hetfeit dat zo’n land daar dan toch die keuze in gemaakt heeft, terwijl ik uwrijtje wel aardig volg. Daar wordt dan gezegd: het werkt niet zo om dat alsland alleen te doen.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Volgens mij is uiteindelijk de fundamentele vraag of wij vinden dat dezegrote bedrijven – dat zijn met name de techbedrijven – hun eerlijkesteentje bijdragen. Mijn antwoord is nu van niet. Daarom zeg ik: dezebedrijven moeten we wel eerlijk gaan belasten. Heel veel partijen haddenin hun verkiezingsprogramma staan, ook rechtse partijen overigens, datdeze belasting er moet komen. Alleen ben ik het ermee eens dat je dat bijvoorkeur niet als enige land doet. Ik ken de details niet van de redenwaarom Canada het besluit heeft ingetrokken. Ik weet wel dat dezebelasting in Frankijk ook klaarstaat. Ik weet niet of die al wordt geïmple-menteerd. Maar er waren meerdere landen, ook in Europa, die zeiden:«Die gaan we klaarzetten als signaal naar de rest van de wereld dat wedeze belasting willen invoeren. Hopelijk is ze daarmee niet meer nodig,wordt Amerika ook een beetje onrustig en zien andere landen: hé, strakskrijgen we weer tien nieuwe belastingen, maar die willen we niet, duslaten we dan maar gewoon weer naar de onderhandelingstafel gaan eneen gezamenlijke belasting invoeren.» Dat is volgens mij een gedeeldewens, maar daar is wel voor nodig dat je bereid bent om stappen tezetten. Ik ben bang dat we te lang wachten en die grote bedrijvendaarmee te weinig belasting laten betalen.De voorzitter:Dank u wel. U mag uw mag uw bijdrage vervolgen.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dank. Dan heb ik een punt dat ook was aangestipt door collega Kouwen-hoven, namelijk de aanpak van belastingontwijking door de superrijken.Want eigenlijk is er in deze Kamer best wel breed draagvlak om ditgezamenlijk met andere landen aan te pakken. Dan hebben we het echtover de multimiljonairs en niet over gewone spaarders. Ik ben benieuwdwat de laatste stand van zaken is met betrekking tot deze aanpak. Wat is erinmiddels bereikt? Ik geloof dat er een jaar geleden best veel motiesaangenomen zijn. Kan de Staatssecretaris aangeven of hij vooruitgangziet? Ziet hij steun van andere landen? Ik weet dat hij een paar maandenterug ook in Brussel heeft besproken of er in de Code of Conduct Groupdingen gewijzigd kunnen worden. Is dat inmiddels gelukt? Ik hoor graageen terugkoppeling. Ook nationaal zijn er al mogelijkheden. Het gaat danmet name over een exitheffing of een trailing tax. We konden deze weekin het FD lezen dat veel landen al zo’n belasting hebben. De Staatssecre-taris erkent in zijn stukken wel de meerwaarde van zo’n heffing, maar blijftnog vaag over de vraag wat hij nu zelf gaat doen. Wordt het voorbereid?Komt het eraan? Als het aan mijn fractie ligt, zou dat de hoogste tijd zijn.Dan verrekenprijzen. Vaak als er krantenberichten komen, zoals een paarmaanden over terug over Tesla, of over andere bedrijven ... O, ik zie nogeen interruptie. Ik ga even pauzeren.De voorzitter:Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 3509 Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik zat al een tijdje te zwaaien, maar dat geeft niet, hoor. Volgens mijhebben we een Kamerbrief over de exitheffingen gehad. Er zit natuurlijkeen complexiteit in exitheffingen, die te maken heeft met belastingver-dragen. Ik hoorde de vorige spreker net ook al over de over de onderhan-delingen over belastingverdragen en de prioritering daarin praten, geziende beperkte capaciteit. Je hebt al die andere landen nodig. Hoe realistischis het dat we zover komen dat er ook daadwerkelijk belastingheffinggeëffectueerd kan worden, als die exitheffing ooit zou worden ingevoerd?Wat ons betreft gebeurt dat niet. Je hebt namelijk wijzigingen van debelastingverdragen met al die landen nodig. Ik vind het dus een beetjevoor de bühne en niet heel realistisch. Ik weet dat GroenLinks-PvdA hechtaan uitvoerbaar beleid. Deze heffing is wat ons betreft helemaal nietuitvoerbaar.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik kan een eindje meegaan met het eerste deel van het betoog, maaruiteraard niet met de conclusies. Ja, het is complex. Bovendien gaat hetniet gelijk allemaal geld opleveren, ondanks dat je belastingverdragenhebt. Tegelijkertijd is het ten eerste zo dat het landen natuurlijk welvrijstaat om te heronderhandelen, ten tweede hebben we gelukkig metelkaar nieuwe instrumenten bedacht waardoor je makkelijker met heelveel landen beleid kan wijzigen met multilaterale instrumenten en tenderde zien we gewoon heel veel landen die al best een hoge exitheffinghebben. Daarover stond deze week een goed stuk in Het FinancieeleDagblad. Het is dus ook weer niet zó uniek.Tot slot kan er volgens mij ook onderscheid gemaakt worden tussenbijvoorbeeld een trailing tax en het andere voorstel. Bij een trailing taxzou je namelijk weer minder snel gebonden zijn aan of beperkt wordendoor belastingverdragen. Ik ben nog steeds groot voorstander. Misschienzien we hier een verschil van urgentie, want onderaan de streep vind ikhet wel een topprioriteit dat ook de allerrijksten wereldwijd hun eerlijkesteentje bijdragen. Dat gebeurt nu absoluut niet.De voorzitter:U mag uw bijdrage vervolgen.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik was bij de verrekenprijzen beland. Er komen vaak krantenberichtenvoorbij over een groot bedrijf waarvan de belastingconstructie op z’nminst vragen oproept. Dan is het antwoord meestal dat daar niks overgezegd kan worden vanwege de geheimhoudingsplicht en dat bedrijvenzich houden aan de afspraken rond verrekenprijzen en het arm’s-lengthbeginsel. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is: hoe kunnen wij alsKamer meer grip krijgen hierop en meer inzicht krijgen in die bedrijven,om te zien of daar echt geen sprake is van belastingontwijking? Is er eenmanier om de transparantie te vergroten en te kijken of de regels rondomverrekenprijzen nog steeds scherp genoeg zijn? Het roept bij mij namelijkvragen op. Het lastige is dat ik niet het naadje van de kous kan krijgen,want bij de bedrijven krijgen we de informatie niet. Ik moet het dus doenmet lekken, Panama Papers, Paradise Papers of goede journalisten. AlsKamerlid is dat onbevredigend. Ik zou namelijk ook zelf daar een beterbeeld bij willen hebben.Dan dividendstrippen. Ook daarover was er een heel recent rapport vande Staatssecretaris. Dank voor de inventarisatie. Er worden heel veelopties genoemd: een nettorendementbenadering, pensioenfondsen, eenDuits-Oostenrijks voorstel en een groepsstructuur. Ik ben eigenlijkbenieuwd naar een meer politiek oordeel van de Staatssecretaris. Gaat hijer nou mee aan de slag? Eigenlijk zegt hij dat hij nog even gaat consul-teren wat er in de markt leeft. Ik kan de uitkomsten daarvan al raden, wantTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35010 degenen die reageren, zijn vaak degenen over wie het gaat en die vindenhet niet nodig. Ik ben dus benieuwd wat hij ervan vindt. Is hij bereid omverdere stappen te zetten om dividendstrippen aan te pakken? Volgens mijvindt deze Kamer dit van links tot rechts een ongewenste vorm vanbelastingconstructies.Dan tot slot fossiele subsidies. Ook hiervoor geldt dat het kabinet het bijvoorkeur met andere landen doet. Daar ben ik het mee eens. Dan is wel devraag: wat gebeurt er al? Is het al gelukt? Er gaan miljarden aan fossielesubsidies naar bijvoorbeeld accijnsvrijstelling op vliegtuigkerosine endiesel voor de scheepvaart. Wat is de laatste stand van zaken hieromtrent?Hebben de Staatssecretaris of zijn voorgangers al stappen gezet om meerlanden aan boord te krijgen om deze vrijstellingen te versoberen?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dit was inderdaad een eerste termijn in een mooi tempo,waardoor we zo kunnen gaan schorsen voor de stemmingen. Ik zie in hetschema dat er drie kwartier voor de stemmingen staat. Ik zou dus ookwillen voorstellen om de lengte van de schorsing af te laten hangen vande stemmingen. Mochten de stemmingen iets uitlopen, houd het dan inde gaten, zeg ik tegen de Staatssecretaris. We schorsen in ieder geval tot14.15 uur. Hebt u daar voldoende aan?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Jazeker. Ik begreep net via de band dat er niet hoofdelijk gestemd gaatworden maar groepsgewijs.De voorzitter:Dat klopt, maar ik heb zelf wel het verzoek gehad. Ik moet zelf dus welaanwezig zijn. Ik hoorde verder dat de heer Stultiens ook graag bij destemmingen aanwezig is. Daarom zouden we nu toch even willenschorsen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Helemaal goed, helemaal goed.De voorzitter:Uw ondersteuning kan die tijd gebruiken voor de beantwoording van devragen. Ik stel onder voorbehoud voor om 14.15 uur verder gaan.De vergadering wordt van 13.27 uur tot 14.50 uur geschorst.De voorzitter:Goedemiddag. Ik hervat de vergadering van de vaste commissie voorFinanciën. Aan orde is het commissiedebat Internationale fiscaliteit. Wezijn aangekomen bij de eerste termijn van het kabinet. Ik geef graag deStaatssecretaris het woord.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Voorzitter, dank u wel. Ik heb heel wat tabjes, maar dat is meer omdat hetallerlei verschillende onderwerpen zijn. We beginnen met het tabje dat hetmeest in het oog springt, en dat is Pijler 2 en de relatie met dezogenaamde revenge tax. Ook voor de kijkers thuis: Pijler 2 is natuurlijk debelasting waarbij bedrijven in Nederland zwaarder belast worden danconcurrenten in landen die niet meedoen, zoals de VS en China. Dat tastonze investeringskracht aan.De vragen met betrekking tot Pijler 2, vooral van mevrouw Van Eijk en deheer Kouwenhoven, betreffen de volgende. Wat is de Nederlandsestrategie nu grote economieën zoals de VS afzien van implementatie? Zijner signalen dat landen met lage belasting alsnog een minimumbelastingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35011 gaan invoeren? En wat is de inzet van Nederland bij de EU en in interna-tionale onderhandelingen? Ik ga daar zo wat over vertellen. De vragengaan ook over de wraakbelasting, namelijk over wat Nederland hiertegengaat doen, of Nederland hierover in gesprek is met de VS, bijvoorbeeld opbasis van een bijzondere bepaling in het belastingverdrag, of dit spoedigopgepakt wordt en of de Staatssecretaris de Kamer hiervan op de hoogtekan houden. Op die laatste vraag is het antwoord natuurlijk per definitieja. Ik ga daar zo meteen wat over zeggen, maar in de breedste zin: er zijnmomenteel gewoon heel veel ontwikkelingen op het gebied van Pijler 2,de wereldwijde minimumbelasting, en de zogenaamde wraakbelasting.Daarmee geef ik graag gelijk een reactie op de vragen van mevrouw VanEijk en de heer Kouwenhoven. Afgelopen zaterdag 28 juni hebben deMinisters van Financiën van de G7-landen een gezamenlijke verklaringgepubliceerd. Nederland zit, hoezeer wij dat soms ook hopen, niet in deG7. De G7 bestaan uit Canada, overigens ook de voorzitter, de VS, het VK,Duitsland, Frankrijk, Italië en Japan. In de verklaring geven ze aan dat ereen gedeelde understanding is bereikt over een side-by-sideoplossing vande Amerikaanse belastingwetgeving enerzijds en Pijler 2 anderzijds. DeG7-verklaring werd door de Amerikaanse Minister van Financiën, ScottBessent, al twee dagen daarvoor aangekondigd op X. Daarbij deed hij ookde oproep aan het Congres om Section 899, de zogenaamde wraakbe-lasting, uit de One Big Beautiful Bill te schrappen. Sowieso triggert dienaam je om voortaan je wetgeving misschien anders te formuleren. Hetzou wel interessant als we het belastingplan gewoon de «GeweldigeSupermooie Wet» of zo gaan noemen, maar dat even terzijde. De bepaling899 voorzag in ieder geval in vergeldingsbelastingen voor landen metoneerlijke belastingen, overigens vanuit het gezichtspunt van deVerenigde Staten. Onderdelen van Pijler 2, die ook Nederland geïmple-menteerd heeft in de nationale wet, werden door de VS beschouwd alszodanig. Het gaat dus ook over ons.Inmiddels hebben zowel de leden van de Senaat als het Huis vanAfgevaardigden in verklaringen bevestigd dat Section 899 niet zal wordenopgenomen in de stemmingen. De Senaat heeft inmiddels ook al voor dewet gestemd. We zijn nog in afwachting van de stemming in het Huis. Hetis positief dat het Congres heeft besloten om Section 899 niet op tenemen in de wetgeving, want deze bepaling had potentieel zeer schade-lijke gevolgen voor Nederlandse bedrijven die actief zijn in de VS enNederlandse particuliere en institutionele beleggers die in de VSbeleggen. Belastingverhogingen via Section 899 zouden hun heel veelextra geld kosten. Met name pensioenfondsen zouden daarbij groterisico’s lopen, want die hebben een derde van hun vermogen in de VSgeïnvesteerd.De understanding is tot stand gekomen in G7-verband. Wij waren dus nietbetrokken bij deze gesprekken, maar staan wel in contact met onzeinternationale partners en volgen de ontwikkelingen op de voet. Hoewelde G7-verklaring geen bindend besluit is, geeft die wel een duidelijkerichting aan de verdere onderhandelingen in de komende tijd. Daarbij ishet schrappen van Section 899 essentieel voor het voeren van dezeonderhandelingen. De G7 hebben daarmee dus een belangrijke stapgezet. De G7-verklaring schetst alvast wat principes op basis waarvan eenside-by-sideoplossing kan worden uitgewerkt.Volgens het statement zullen Amerikaanse multinationals voor zowel hunbinnenlandse als buitenlandse winsten vrijgesteld worden van Pijler 2.Daarbij wordt expliciet gesproken over commitment om substantiëlerisico’s te adresseren met betrekking tot het gelijke speelveld alsook tenaanzien van grondslaguitholling en winstverschuiving. Ook zal volgenshet statement parallel aan de uitwerking van de side-by-sideoplossingverder gewerkt worden aan vereenvoudiging van Pijler 2. Tot slot wordtgekeken of de behandeling van belastingtegoeden, zogenaamde taxcredits, onder Pijler 2 ook moet worden aangepast.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35012 De komende periode zal de uitwerking van de G7-verklaring verder vormkrijgen. De onderhandelingen zullen plaatsvinden in het verband van hetInclusive Framework van de OESO. Nederland neemt hier wel aan deel.Uiteraard neemt Nederland daaraan deel. Daar zijn 150 landen nauw bijbetrokken. Daarbij is het belangrijk dat we de doelstellingen van Pijler 2niet uit het oog verliezen: een ondergrens stellen aan belastingconcur-rentie tussen landen en het verminderen van de prikkel voor multinati-onals om winsten naar laagbelastende jurisdicties te verplaatsen. Zokunnen we belastingontwijking tegengaan en zorgen voor een eerlijk,stabiel en voorspelbaar internationaal belastingstelsel. Ook blijven wescherp letten op de belangen van Nederland, zoals het behoud van eengelijk speelveld en het EU-concurrentievermogen. Vanzelfsprekend zal ikuw Kamer op de hoogte brengen wanneer er meer duidelijkheid is.In reactie op ...De voorzitter:Mag ik u heel even onderbreken? Mevrouw Van Eijk stak haar hand op. Gauw gang.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank voor deze zeer uitgebreide beantwoording, zeg ik tegen de Staatsse-cretaris. Ik werd alert toen het ging over de aanpassing van de tax credits.Ik ben daar in mijn inbreng ook op ingegaan, dus daar komt de Staatsse-cretaris ongetwijfeld nog een keer op terug. Ik wil iets zeggen over deaanpassing van de behandeling van tax credits in het kader van Pijler 2.Het punt is juist dat het nu mogelijk is en onder de reikwijdte kan vallen. Ikhoop dat er aangestuurd wordt op een verdere verruiming, ook in lijn metde standpunten van de EU. Misschien dat de Staatssecretaris daar nogiets over kan zeggen, want ik was niet op zoek naar een aanscherping ofeen uitsluiting van deze credits.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Dat is exact het onderwerp van onderhandeling. Volgens mij is dat ook deinzet van de VS en willen ze dat graag zo aangepast zien.In reactie op de vraag van mevrouw Van Eijk over Pijler 2 noem ik nog eenaantal andere zaken. Landen als de VS en China hebben Pijler 2 weliswaarniet ingevoerd, maar er zijn veel landen die dat wel hebben gedaan. Naastde EU-lidstaten zijn dat bijvoorbeeld het VK, Japan, Canada, Australië enZuid-Korea, om maar een paar grote economieën te noemen. Dat sorteerteffect. Daarbij is het goed om te benadrukken dat de VS een eigenminimumbelasting hanteren, namelijk de zogenaamde GILTI. Je ziet ookdat voormalig laagbelastende jurisdicties hun wetgeving met horten enstoten aan het aanpassen zijn. Zij voeren een binnenlandse bijheffing, eenDMTT, of een winstbelasting in. Kijk bijvoorbeeld naar landen alsBermuda, Barbados, Guernsey, Jersey en ook de Verenigde ArabischeEmiraten. Eigenlijk is dat precies het gewenste effect van alle afsprakenrondom Pijler 2. Ook merken we dat in landen in Afrika en Azië door Pijler2 een flinke zwengel is gegeven aan de beleidsdiscussie of het nou welzo’n goed idee is om allerlei incentives en exclusive economy zones aante bieden.Pijler 2 sorteert dus effect. Tegelijkertijd doen de recente ontwikkelingenniet af aan onze inzet. We blijven ons inzetten voor de doelstellingen vanPijler 2: een wereldwijde minimumbelasting die bijdraagt aan een gelijkerspeelveld voor grote multinationale ondernemingen wereldwijd. Daarbij ishet uitgangspunt van Nederland dat landen niet met elkaar concurrerendoor uitzonderingen en steeds lagere belastingtarieven te hanteren. Dezerace to the bottom willen we niet. Die staat haaks op een stabiel envoorspelbaar internationaal belastingstelsel, dat met onze open economievan cruciaal belang is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35013 In de gesprekken die wij voeren, zowel in de context van het InclusiveFramework van de OESO als in EU-context en zelfs bilateraal, blijven wijinzetten op een praktische en goed uitvoerbare invulling van Pijler 2. Hetis daarbij van belang dat de gezamenlijke doelstellingen overeind blijven,ook in de verdere uitwerking van een oplossing waarbij Pijler 2 en hetAmerikaanse systeem naast elkaar bestaan. We letten daarbij scherp opde belangen van het bedrijfsleven, zoals het behoud van het gelijkespeelveld en concurrentievermogen. De G7-verklaring vormt een goeduitgangspunt, omdat expliciet wordt gesproken over commitment omsubstantiële risico’s met betrekking tot het gelijke speelveld te adresseren.En we kijken waar verbeteringen mogelijk zijn om administratieve lastenbeheersbaar te houden en deze waar het kan te reduceren.Binnen het Inclusive Framework van de OESO en binnen de EU lopendaarom diverse werkstromen die gericht zijn op vereenvoudiging enpraktische uitvoerbaarheid voor zowel het bedrijfsleven als de Belasting-dienst. Dit gebeurt onder andere onder de noemer van de AmsterdamDialogue, naar aanleiding van een nuttige bijeenkomst op dit vlak eindvorig jaar in Amsterdam. Nederland is zeer actief in deze werkstromen.Maar als we het hebben over Pijler 2, dan hebben we het natuurlijk ookover Pijler 1. Je zou zeggen: waarom begin je niet andersom? Dat heeft ertoch mee te maken dat Pijler 2 meer gaat over de wereldwijde minimum-belasting voor bedrijven en Pijler 1 nog niet volledig geïmplementeerd is.De heer Stultiens vraagt: de terugkoppeling van de IF-vergadering, deInclusive Frameworkvergadering, is alweer een jaar oud; hoe staat het ernu voor? Klopt het beeld dat Pijler 1 er voorlopig niet gaat komen? Deheer Kouwenhoven vroeg naar de stand van zaken van de uitwerking vanPijler 1. Pijler 1 betreft onder andere een herverdeling van een deel van dewinsten van de ruim 100 grootste en meest winstgevende multinationals.Voor de goede orde merk ik op dat veel daarvan techbedrijven zijn, ookveel techbedrijven die uit Amerika komen, maar dat het niet alleentechbedrijven zijn. Het zijn echt de 100 grootste en meest winstgevendemultinationals.De stand van zaken van Pijler 1 is dat het Inclusive Framework van deOESO op 11 april 2025 in een gepubliceerd statement heeft aangegevendat de onderhandelingen nog steeds gaande zijn. Dat is, gezien de nieuwesamenstelling van de regering in Amerika, in ieder geval een goede zaak.Nederland blijft voorstander van Pijler 1 en steunt de onderhandelingen.Tegelijkertijd merk ik op dat er geen nieuwe termijn voor afronding van deonderhandelingen in het statement is opgenomen. Ook erken ik dat het,gezien de huidige geopolitieke ontwikkelingen, onzeker is of een akkoordop korte termijn realistisch is. Wij zijn blij dat de gesprekken in ieder gevalvoortduren.Dan een vraag over de digitaledienstenbelasting. Waarom bereidt deStaatssecretaris niet alvast nationale maatregelen voor? Waarom voertNederland niet de druk op met een aankondiging van een nationaledienstenbelasting? We hebben moties langs die lijn gezien, die het nietgehaald hebben of aangehouden zijn, maar het is goed om daar in iedergeval even wat toelichting op te geven. De heer Kouwenhoven vraagtnaar de stand van zaken rondom de digitaledienstenbelasting. Pijler 1kende een verbod op een dergelijke belasting, maar nu de VS zich afzijdighouden, zal Pijler 1 niet in werking treden. Dus wat is dan de inzet vanNederland op dit punt? Willen wij een digitaledienstenbelasting? Gezienhet feit dat het onzeker is of Pijler 1 op korte termijn realistisch is, vind ikhet belangrijk om goed voorbereid te zijn op alternatieve scenario’s. Eenvan die scenario’s kan een digitaledienstenbelasting zijn. Hier ga ik graagwat dieper op in.Misschien een kleine correctie. De heer Stultiens had het erover dat «velelanden» bezig zijn met een DST. «Vele landen» in de context van 27Europese landen ten opzichte van een context van 200 landen vind ik wataan de ruime kant, maar er zijn verschillende landen met een DST. LandenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35014 of staten buiten de EU met een DST zijn bijvoorbeeld Turkije, het VerenigdKoninkrijk en Maryland. Landen binnen de EU met een Digital ServicesTax zijn Frankrijk, Italië en Spanje. Oostenrijk heeft ook een variant daarop.Daarnaast is er een aantal landen met een beperktere vorm van de DigitalServices Tax, die bijvoorbeeld alleen ziet op streaming of advertising. Erzijn verschillende manieren waarop je zo’n belasting vorm zou kunnengeven. Denemarken, Polen en Portugal hebben een bepaalde vorm vanDST. Hongarije heeft er ook eentje, maar met een tarief van 0%. Die iseigenlijk meer bedoeld als voorbereiding, zodat ze die misschien, als hetnodig is, kunnen verhogen. Er liggen ook voorstellen voor een DST inBelgië, Tsjechië en Polen. Recent hebben ook sommige landen hun DSTingetrokken, zoals India en Canada, die ermee zijn gestopt. Er is deafgelopen tijd gewoon veel te doen geweest over dit onderwerp.Een digitaledienstenbelasting is een belasting geheven op digitaleactiviteiten in een land. Afhankelijk van de vormgeving kan dezebetrekking hebben op activiteiten van platforms of advertentiestromen, ofbijvoorbeeld gebaseerd zijn op het verzamelen van data. Veel landenvinden dat het internationale belastingstelsel niet meer passend is in dehuidige tijd. Dat komt door de toegenomen digitalisering en globaliseringvan de economie.Internationaal loopt er dan ook al een aantal jaren de discussie of hetstelsel gewijzigd dient te worden. De discussie gaat onder andere over devraag of heffingsrechten verschoven dienen te worden naar de landenwaar producten en diensten worden geconsumeerd in plaats vangeproduceerd. Op basis van de huidige regels is namelijk fysiekeaanwezigheid nodig om belasting te kunnen heffen, terwijl bedrijven nietaltijd een fysieke aanwezigheid nodig hebben om wel omzet te kunnengenereren in een land.De positie van Nederland is dat wij voorstander zijn van het behoud vaneen stabiel, multilateraal fiscaal systeem, waarin met zo veel mogelijklanden afspraken worden gemaakt over internationale belastingheffing.Nederland erkent dat het huidige systeem onder druk staat. Daaromparticiperen we ook in eigenlijk alle discussies en ideeënvormingenrondom dat punt.De heer Stultiens vraagt nu of Nederland de druk moet opvoeren door eendigitaledienstenbelasting aan te kondigen. Ook de heer Kouwenhovendeed een suggestie langs die lijn. De eventuele invoering van eendigitaledienstenbelasting vergt een zorgvuldige afweging. Belastingen opdigitale diensten kunnen op verschillende manieren worden vormge-geven. Deze vormgeving verschilt in de praktijk aanzienlijk per land.Ik geef graag een aantal overwegingen mee. Allereerst is de vraag of ervalide argumenten zijn om digitale diensten anders te belasten danandere activiteiten. Hierbij speelt ook dat het onderscheid tussen digitaleen niet-digitale activiteiten in veel gevallen diffuus is. Bovendien betalendigitale bedrijven over deze inkomsten ook vennootschapsbelasting enbtw. Daarnaast zijn de gevolgen voor bedrijven en consumenten inNederland en de EU van belang, bijvoorbeeld met betrekking tot deconcurrentiepositie van Nederlandse en Europese bedrijven en het gelijkespeelveld. We moeten niet onderschatten dat Nederland een vrij grotedigitaledienstensector heeft, groter dan het gemiddelde. Als derde wil ikmeegeven dat de impact van een digital services tax op de doorNederland afgesloten belastingverdragen een juridisch risico voor dehoudbaarheid van een DST met zich mee kan brengen. Daarnaast zorgteen DST vermoedelijk voor uitdagingen voor de uitvoering. Het invoerenvan een nieuwe belasting vergt inzet van mensen, ICT et cetera. Het isnaar verwachting een complexe belasting. Als laatste is het van belangom de geopolitieke situatie mee te wegen en de stabiliteit van hetinternationale belastingsysteem goed te overzien. We kunnen nietontkennen dat de Verenigde Staten vinden dat DST’s Amerikaansebedrijven discrimineren, met de potentiële vergelding van dien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35015 Deze wegingen spelen mee. Daar hebben we nog geen eensluidendantwoord op. Ik weet zeker dat dat de komende maanden nog wel meerbesproken zal worden. Mijn voorstel zou zijn om uw Kamer een brief testuren over de kort aangehaalde dilemma’s en over andere aandachts-punten die spelen bij de keuze voor een Digital Services Tax voorNederland. Mijn voorstel is om de Kamer goed mee te nemen in de cijfersen data die eronder liggen. Ik kan daar ook een technische briefing overaanbieden, vanwege het feit dat ikzelf inmiddels overtuigd ben geraaktvan het feit dat het best een complexe afweging is. Bezint eer ge begint,en als je het doet, doe het dan op de goede manier, met advertenties endata.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik had natuurlijk op meer gehoopt, maar ik ben blij dat die brief er komt.Zou de Staatssecretaris daarin ook in kunnen gaan op de verschillendelanden die net genoemd werden en op de vraag wat de voor- en nadelenzijn van de verschillen? Dat helpt ons om te kunnen wegen wat we zelf hetbeste voorstel vinden. Dat mag zelfs gaan over de landen die de wethebben teruggetrokken, want het is ook interessant om te weten waaromze dat deden. Volgens mij kunnen we veel leren van de rest om ons heen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Helemaal eens. Ik kan dat zeker doen. Sterker nog, dat doen we al. U zegtdat u op meer gehoopt had. Ik weet niet of u erop gehoopt had dat ik nuzou zeggen dat ik volgende week een wet naar de Kamer stuur. Het isgrappig dat u zegt «dat zou mooi zijn». Tegelijkertijd moet zo’n belastingnatuurlijk wel ook wat opleveren. Er zijn ook varianten waarbij die voorNederland niets oplevert en Nederland een nettobetaler zal zijn. Preciesdat zal ik uiteenzetten. De vergelijking tussen die landen wordt dus ookgemaakt. Ik hoop dat u me vertrouwt in wat ik zei: het is echt heel ergcomplex en de afslagen en keuzes die je erin kan maken, zijn niet allemaalin het belang van Nederland, maar sommige misschien wel. Precies datdebat moet je met elkaar voeren. Laten we dat doen op basis van inhoud.Ik bied ook een technische briefing aan vanwege het feit dat je dan echteven iets meer met elkaar kan doorspreken voordat je met elkaar in debatgaat. Educatie over wat er allemaal speelt en kan op dit onderwerp is,denk ik, van het grootste belang.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dan zeg ik bij dezen toe dat ik aanwezig zal zijn bij de briefing. Het is fijndat die wordt aangeboden.De heer Kouwenhoven (NSC):Ja, ik kom ook graag, hoor. Mijn vraag is de volgende. Er werd net ookiets gezegd over de impact van een dergelijke belasting op Nederland. Alsu die internationale vergelijking maakt, vergelijk dan ook de impact diezo’n belasting heeft op andere landen. Daarmee bedoel ik te zeggen: alshet impact heeft op Nederland, bijvoorbeeld in termen van een nettobe-taler zijn, en het is in Spanje andersom, dan snap ik dat ze daar eenandere afweging maken. Ik vraag dus dat die vergelijking daar ook opdoorgetrokken wordt, en niet alleen op de keuze of ze het wel of nietgedaan hebben.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ik begrijp heel goed wat u zegt. Wij zullen zo’n brief en zo’n vergelijkingnatuurlijk zo neutraal mogelijk opstellen. Ik verwacht niet anders dan datze het ambtelijk ook op die wijze zullen insteken. Er is veel over te zeggen,omdat alle landen die dit overwegen, en misschien ook de landen die hetnog gaan overwegen, verschillende typologieën van economieën zijn.Tegelijkertijd: moet je ook altijd het beste model kiezen voor je eigenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35016 economie of moet je juist sturen op iets wat breder is, waardoor jeinternationaal meer een level playing field hebt? Er spelen dus ookbelangen mee die misschien niet direct einhundert Prozent in lijn liggenmet onze belangen, maar die misschien verstandig zijn om mee te wegenfor the greater good. Laten we dus eerst vooral beginnen met de inhouden daarna de rest doen. Ik denk dat dit de juiste volgorde is.De voorzitter:Uitstekend. Ik zou u dan willen verzoeken om ook de technische briefing inde brief op te nemen, zodat die in de procedurevergadering terugkomt enwe daar ook een besluit over kunnen nemen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Zullen we doen.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank aan de Staatssecretaris voor deze zeer uitgebreide toelichting.Uiteindelijk gaat het er niet om dat je hier in Nederland heel veel meerbelasting ophaalt als je zo’n belasting zou invoeren. Het gaat erom datondernemers, die allerlei activiteiten hebben, daar belasting betalen waarook hun activiteiten plaatsvinden. Het is natuurlijk hartstikke ingewikkeldals dat digitaal gaat. Het punt is dat er nu een aantal ondernemingen zijndie überhaupt nergens belasting betalen of veel te weinig betalen. Het kantoch niet anders dan dat je dat ook in een breder verband moet bezien?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ik heb volgens mij net gezegd dat we het zeker in breder verband moetenbezien en dat er meer belangen zijn dan alleen het belang van bijvoor-beeld geld ophalen voor de Nederlandse economie. Dus ja, dat moet jeinderdaad breder bezien. Ik denk ook dat het zeer onwenselijk is als we inbijvoorbeeld alleen al in de Europese Unie 27 verschillende vormen vande Digital Services Tax starten. Dat moet je meewegen.Tegelijkertijd: als half Europa al een bepaalde vorm van zo’n belastingheeft, kan je dan achterblijven? Moet je dan je eigen plan trekken of ga jeje juist richten op je buurlanden of op vergelijkbare economieën? Moet jehet misschien wel niet doen, omdat dat ook voordelen oplevert? Ik weethet allemaal niet. Dat is dus precies waarom je eerst begint bij de inhoud,het met elkaar goed hebt over wat je nou precies wilt, en uiteindelijkdaarna met elkaar een besluit neemt. Ik denk dat het de enige juistevolgorde is, en ook een hele goede Nederlandse volgorde, om niet als eenblind paard achter de media aan te lopen op dit punt. Er wordt door deinternationale pers erg veel geschreven over de Digital Services Tax endat is niet altijd direct kopieerbaar naar de Nederlandse situatie.De voorzitter:U kunt uw beantwoording vervolgen. Ik zie dat er geen interrupties meerzijn.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Dan gaan we naar een ander onderwerp, belastingontwijking. Daarinneem ik ook direct even alles mee over dividendstrippen, verrekenprijzen,earnings strippen, dat soort grappen. Als eerste heb ik hier de vraag vande heer Stultiens: waarom neemt het kabinet geen extra stappen omervoor te zorgen dat Nederland niet meer voorkomt in lijstjes van landenwaar belastingontwijking voorkomt? Allereerst is het standpunt van hetkabinet: belastingontwijking is onwenselijk. Belastingontwijking onder-mijnt de belastingmoraal en schaadt de Nederlandse reputatie.Nederland heeft de afgelopen jaren heel veel maatregelen tegenbelastingontwijking genomen, zowel internationaal als nationaal.Nederland doet het daardoor al veel beter op de foute lijstjes die de heerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35017 Stultiens noemt, ook die van Tax Justice. In het laatste State of TaxJusticerapport, uit 2024, zijn er zeventien landen verantwoordelijk vooreen groter deel van de wereldwijde belastingontwijking. Nederland doethet in dat lijstje dan ook beter dan landen als Canada en Denemarken. Wezien ook in onze eigen cijfers in de jaarlijkse monitoringsbrief dat demaatregelen tegen belastingontwijking effect hebben. We dalen dus in delijstjes, en dat is goed.De aanpak gaat overigens onverminderd door. We focussen op eengecoördineerde internationale aanpak. Daarmee is internationalebelastingontwijking namelijk het meest effectief aan te pakken. Ik ben ookbezig om nationaal constructies aan te pakken. Daarvoor moet wel naderonderzoek gedaan worden, zoals onderzoek naar dividendstripping enonderzoek naar een alternatief voor de antifragmentatieregel, die vorigjaar in het Belastingplan zat. Er lopen ook nog andere onderzoeken naaronder andere de aanpak van belastingconstructies, zoals ook in de bijlagevan de Voorjaarsnota 2025 is gemeld.Om maar even wat voorbeelden te noemen: de dividend-, rente- enroyaltystroom naar belastingparadijzen is gedaald van naar schatting 37miljard in 2019 naar 7 miljard in 2023, which is a good thing and a goodresult. Het is niet zo dat je, als je in vijf jaar tijd van 37 naar 7 gaat,vervolgens in de volgende vijf jaar van 7 naar 0 kan, vanwege het feit datwe de grote klappers van oplossingen wel gemaakt hebben en we nusteeds meer naar de kleinere oplossinkjes gaan, die in aantallen euro’ssteeds minder gaan opleveren. Bedrijven die geraakt worden door deearningsstrippingmaatregel trekken circa 5 miljard minder aan rente afdoor de maatregel dan bedrijven die niet door de maatregel wordengeraakt. Ook de cv- en bv-structuren zijn effectief aangepakt door deimplementatie van ATAD 2, om maar even wat te noemen. Ik moetzeggen: ik ben zelf in ieder geval echt wel tevreden over alles wat er isgebeurd en wat er nog te doen staat.De heer Stultiens vroeg hoelang het kabinet dan wacht met aanvullendenationale maatregelen tegen brievenbusmaatschappijen, omdat deEU-richtlijn Unshell stil lijkt te liggen. Het kabinet juicht hetEU-richtlijnvoorstel Unshell toe, omdat enkel een gecoördineerdeinternationale aanpak effectief is. De lidstaten en de Europese Commissiezijn afgelopen maand overeengekomen dat de aanpak van brievenbus-maatschappijen via informatie-uitwisseling mogelijk is. De Commissie zalnaar verwachting begin 2026 met een aangepast voorstel komen. Hetkabinet wil geen nationale koppen op nieuw Europees beleid. Datbetekent dat het kabinet ook niet zal overgaan tot unilaterale maatregelenwaar Europese initiatieven nog niet tot maatregelen hebben geleid.Daarom blijft het kabinet inzetten op een Europees akkoord.Dan een vraag van mevrouw Van Eijk. Een vermogensaftrek lijkt wense-lijker dan earnings stripping. Wat zou het budgettaire effect kunnen zijnvan een vermogensaftrek? Kan ontwijking worden voorkomen bij eenzorgvuldig vormgegeven variant? Graag verwijs ik naar het onderzoeknaar een meer gelijke behandeling van eigen en vreemd vermogen, dat in2021 is uitgevoerd. Uit dat onderzoek blijkt dat de kosten van eenvermogensaftrek zeer sterk afhangen van de vormgeving, bijvoorbeeldvan het rentepercentage. Ook de manier waarop de aftrek wordt vormge-geven, als een volledige of als een incrementele vermogensaftrek, is vanbelang. Bij een volledige vermogensaftrek mag jaarlijks voor het geheleeigen vermogen vermogensaftrek geclaimd worden. Bij een incrementelevermogensaftrek mag dat alleen voor het deel van het eigen vermogendat hoger is dan het jaar ervoor. De budgettaire derving van de laatstevariant is logischerwijs beperkter. In dat onderzoek zijn de kosten van delaatste variant geschat op circa 1 miljard euro. Daarbij moet opgemerktworden dat meer dan de helft van dit bedrag het gevolg is van planningdoor ondernemingen. De introductie van een vermogensaftrek biedtnamelijk in potentie ook weer nieuwe mogelijkheden voor belastingont-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35018 wijking. Om dit te voorkomen, zijn in zo’n wet dus ook flankerendemaatregelen noodzakelijk. Door flankerende maatregelen neemt decomplexiteit van de regeling dan weer toe. Bovendien lijken dezemaatregelen op voorhand dus ook niet heel effectief. Het voorkomen vanbelastingontwijking is dus niet volledig mogelijk. Het bezwaar vanontwijking boet aan belang in als een vermogensaftrek in zo veel mogelijklanden tegelijk wordt ingevoerd, waarbij aandacht wordt besteed aan eengemeenschappelijke grondslag en een uniform tarief.Dan was er nog een vraag van mevrouw Van Eijk. In de resultaten diegenoemd worden in de recente brief over earnings stripping, wordt hetFinse model een interessante optie genoemd. Mevrouw Van Eijk vroeg ofdit een verruiming van de drempel voor externe financiering naar 3miljoen euro betekent, gecombineerd met een drempel van € 500.000voor leningen van verbonden partijen. Allereerst heeft Finlandvoorwaarden verbonden aan de toepassing van de drempel in deearningsstrippingmaatregel. Deze voorwaarden houden verband met devraag of en in hoeverre de belastingplichtige is gefinancierd met vreemdvermogen dat is verstrekt door verbonden lichamen of door natuurlijkepersonen gelieerd aan de onderneming. Ik begrijp inderdaad dat dit ophoofdlijnen betekent dat de drempel in Finland € 500.000 bedraagt enwordt verhoogd naar 3 miljoen voor leningen aan niet-verbonden partijen.Ik wil dus onder meer verder onderzoeken of een maatregel die onder-scheid maakt tussen externe en interne financiering, conform het Finsemodel, bijdraagt aan het bestrijden van de belastingconstructies waarbijde earningsstrippingmaatregel wordt ontweken. In de brief heb ik uwKamer toegezegd haar hier uiterlijk eind 2025 over te informeren.Ik heb nog een vraag van mevrouw Van Eijk. Zou een vrijstelling voorlanglopende infrastructuurprojecten in de earningsstrippingmaatregeldestijds wenselijk zijn geweest? De earningsstrippingmaatregel is inNederland strenger geïmplementeerd dan de richtlijn vereist. Met dezestrenge implementatie wordt niet alleen opgetreden tegen belastingont-wijking, maar wordt ook een meer gelijke fiscale behandeling van eigenvermogen en vreemd vermogen nagestreefd. In algemene zin geldt dathet opnemen van een uitzonderingsmogelijkheid afbreuk doet aan hetoogmerk om te komen tot een meer gelijke fiscale behandeling van eigenvermogen en vreemd vermogen. Zou een vrijstelling anders wenselijkgeweest zijn? De onderbuik zegt dat dat niet het geval is.De voorzitter:Mag ik u even onderbreken? Mevrouw Van Eijk heeft een interruptie.Mevrouw Van Eijk (VVD):De woningcorporaties zouden daar wellicht ook onder kunnen vallen. Diediscussie heeft collega Welzijn van NSC natuurlijk ook een aantal kerennaar voren gebracht. Met de uitdagingen die op ons afkomen ten aanzienvan defensie en defensie-uitgaven, zou het een mogelijkheid zijn om hiernog een keer naar te kijken. Ik zou de Staatssecretaris dus willen vragen ofde inzet op dit onderdeel nog helpend zou kunnen zijn, gezien deuitdagingen die er liggen richting de augustusbesluitvorming en quadefensie-uitgaven.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Dan hebben we het dus specifiek over woningbouwcorporaties. Omgebruik te kunnen maken van de uitzondering voor langlopendeopenbare-infrastructuurprojecten, moet het gaan om een project. Dat ishet eerste punt. Het is goed om dat even te noemen. Het moet een projectzijn. Het project moet infrastructuur betreffen, een openbaar karakterhebben en voor de lange termijn gerealiseerd worden. Infrastructuur zoudaar wellicht onder kunnen vallen, maar voor woningbouwcorporatieswordt dit een wat grijzer gebied en moet er rekening worden gehoudenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35019 met staatssteunregels. Het lijkt moeilijk te beargumenteren dat socialewoningbouw aan deze voorwaarden voldoet, maar langlopendeopenbare-infrastructuurprojecten zoals wegen, bruggen en tunnelszouden wellicht inderdaad hieronder kunnen vallen. Wij nemen dit dusmee in ons onderzoek. Tegelijkertijd heb ik niet het idee dat we hier het eivan Columbus aan het onderzoeken zijn, maar wellicht helpen alle kleinebeetjes.Nog een vraag van mevrouw Van Eijk: wat is momenteel de jaaropbrengstvan die CFC-maatregel? CFC staat voor Controlled Foreign Company. Hetis trouwens goed om te zeggen dat de Controlled Foreign Company inprincipe alleen relevant is voor bedrijven met een omzet van minder dan750 miljoen, want daarboven vallen bedrijven onder Pijler 2. De aanvul-lende CFC-maatregel heeft tot doel om te voorkomen dat belastingplich-tigen winsten verschuiven naar laagbelastende jurisdicties, waar hetinkomen niet of nauwelijks aan belastingheffing is onderworpen. Deaanvullende maatregel heeft hiermee vooral een prohibitief karakter enwerkt hiermee als een stopbord. Als gevolg hiervan is het niet mogelijkom vast te stellen wat de budgettaire opbrengst of derving van dezemaatregel dan zou zijn. Naar verwachting is het grootste effect van dezemaatregel de gedragsverandering bij de geraakte bedrijven, maar die isniet op basis van de belastingaangifte te meten. In de gevallen waarbij ernog wel sprake was van een CFC, en bedrijven deze heffing blijkbaaraccepteerden en er dus geen gedragsverandering plaatsvond, resulteerdedat in een additionele grondslag in de vennootschapsbelasting van 45miljoen in 2021. Dat is dus wat ik daarover kan zeggen.En dan natuurlijk de vraag wat de uitvoerings- en nalevingskosten van deCFC-maatregel zijn. De aanvullende CFC-maatregel heeft enige invloed ophet handhavingsrisico, doordat het gaat om complexe wet- en regel-geving met internationale problematiek, die ook samenloop kent metandere bepalingen. Er zijn echter geen signalen van een significanteimpact van de CFC-maatregel op het uitvoeringsrisico, dat bijvoorbeeldzou kunnen worden veroorzaakt door grote aantallen aanslagen enbezwaren waar de CFC-maatregel een rol in speelt. Uit de Kamerbrief van11 december 2024 over monitoring van de effecten van de aanpak vanbelastingontwijking blijkt dat er een kleine, stabiele groep van ruim 80belastingplichtigen is die de bijtelling accepteert en de bestaandebedrijfsstructuur in de periode 2019 tot 2021 heeft voortgezet. Die groepneemt de bijtelling dus voor lief.Nog een vraag van mevrouw Van Eijk: is afschaffing van deCFC-maatregel wenselijk, gezien de kosten, baten en uitvoerbaarheid? Ikben van mening dat de aanvullende CFC-maatregel bijdraagt aan hetontmoedigen van belastingontwijking en de andere maatregelen tegenbelastingontwijking versterkt. Daarbij is het van belang dat de aanvul-lende CFC-maatregel geen toepassing vindt als er sprake is van eenwezenlijke economische activiteit in het buitenland. Hierdoor wordt eenconcurrentienadeel voorkomen voor in Nederland gevestigde onderne-mingen met reële activiteiten in het buitenland. Verder zijn er ook geensignalen van een significante impact van de CFC-maatregel op deuitvoerbaarheid. Zoals ik eerder heb aangegeven in de brief van17 februari 2025 in antwoord op vragen van mevrouw Van Eijk, ben ik vanmening dat er sprake is van een goede balans tussen aan de ene kant hetaanpakken van belastingontwijking en aan de andere kant het behoudenen versterken van een aantrekkelijk fiscaal vestigingsklimaat voor inNederland gevestigde ondernemingen. Ik heb hier nog wat informatie uitdie Kamerbrief, maar dat zijn getallen die u kent.Dan een vraag van de heer Stultiens: hoe kunnen wij als Kamer contro-leren dat er geen sprake is van belastingontwijking bij de toepassing vanhet arm’s-lengthbeginsel? Het arm’s-lengthbeginsel is het internationaalgeaccepteerde beginsel dat mede bedoeld is om belastingontwijkingtegen te gaan. Ik ben daar onder andere in mijn brief van 8 mei 2025 naarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35020 aanleiding van een artikel van Follow The Money over Tesla uitgebreid opingegaan. De Belastingdienst kijkt op basis van het arm’s-lengthbeginselof in Nederland de winst wordt aangegeven die bij de Nederlandseactiviteiten past. Bepalend daarbij zijn de functies, de activa en de risico’sin Nederland. De Belastingdienst heeft een Coördinatiegroep Verreken-prijzen, die specifiek aandacht heeft voor de juiste toepassing van hetarm’s-lengthbeginsel bij bedrijven. Indien nodig worden er correctiesaangebracht op de door een bedrijf gehanteerde verrekenprijzen. Er lopenop dit moment ook diverse gerechtelijke procedures over verrekenprijzen.De gepubliceerde uitspraken van rechters zijn ook beschikbaar voor deKamer, waardoor u een indruk kunt krijgen van welke standpunten daarindoor de Belastingdienst worden ingenomen. Uit de gepubliceerdegerechtelijke procedures blijkt dat de rechter de Belastingdienst inrechtszaken regelmatig in het gelijk stelt. Hieruit valt af te leiden dat deBelastingdienst dus echt optreedt bij situaties waarin winst ten onrechteniet in Nederland wordt aangegeven. Zoals u weet, kan ik niet op concretegevallen ingaan. Wel heb ik u toegezegd om in een Kamerbrief nader in tegaan op onder andere het doel en de strekking van de fiscale geheimhou-dingsplicht. Daarin zal ook ingegaan worden op het belang van goedeinformatievoorziening aan de Kamer. Deze Kamerbrief wordt naarverwachting kort na de zomer verstuurd. Als u een datum wilt hebben: datzal in september zijn. Dat wou ik er even over zeggen.Nog een vraag van de heer Stultiens: welke manieren zijn er om transpa-rantie ...De voorzitter:Mag ik u nog heel even onderbreken? Op dit punt heeft de heer Kouwen-hoven nog een vraag voor u.De heer Kouwenhoven (NSC):Om te kijken of ik het goed begrijp: doet de Staatssecretaris de suggestiedat we de rechterlijke uitspraken langsgaan om te kijken in hoeverre deBelastingdienst gelijk krijgt? Wat voor suggestie volgt daaruit wat betreftde positie van de Kamer?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Allereerst is de vraag: hoe kunnen wij als Kamer controleren dat er geensprake is van belastingontwijking? Uiteindelijk controleren jullie als Kamernatuurlijk niet op bedrijfsniveau of er sprake is van belastingontwijking.Jullie moeten eigenlijk afgaan op de rapportages die wij u daarovergeven. Het gaat hier over belastingontwijking, dus het is moeilijk, wanteen deel van belastingontwijking zie je natuurlijk niet, omdat de belastingontweken wordt; dat is het idee van ontwijking. Maar je ziet wel dat deBelastingdienst zeer actief is op dit onderwerp. We hebben ook eenstructuur ingericht binnen de Belastingdienst om handhaving en toezichtgoed vorm te geven. Hoe kan je handhaving en toezicht goed meten?Door te kijken of dat daadwerkelijk leidt tot procedures wanneer je vindtdat een bedrijf zich niet aan de regels houdt. Ik moet zeggen dat je ernatuurlijk altijd uit probeert te komen met een bedrijf voordat je tot eenprocedure komt. Tegelijkertijd denk ik dat je als Belastingdienst ook eenprocedure moet kunnen en willen starten, al is het alleen al omdat je deverwachting moet uitstralen dat je daadwerkelijk overgaat tot handhaving,boeteoplegging of een rechtszaak op het moment dat mensen zich nietaan de regels houden. Ik heb veel liever dat bedrijven en burgers zich aande regels houden. Dat scheelt ons natuurlijk heel veel gedoe aan boetes,procederen en dat soort dingen. Tegelijkertijd moet je zo nu en dan wel jetanden laten zien als Belastingdienst, zeker als het gaat over complexeontwijkingszaken. Het feit dat daar rechtszaken over zijn is dus a goodthing, denk ik. En we winnen ze ook meer dan regelmatig. Dat is ook agood thing, want dat betekent dat we als Belastingdienst de situatiesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35021 waarin het niet goed is toch kunnen opsporen, wat daadwerkelijk kanleiden tot meer belastingheffing voor Nederland.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dank. Ik ben het ermee eens dat het goed is dat die rechtszaken wordengewonnen door de Belastingdienst. Het roept bij mij wel de vraag op ofonze regels streng genoeg zijn. Is het niet nog steeds te aantrekkelijk omte proberen de grenzen op te zoeken? In het ergste geval word jeteruggefloten door de rechter. Dan moet je alsnog je eerlijke bijdragebetalen. Hebben we genoeg preventieve maatregelen die ervoor zorgendat bedrijven zeggen: dit gaan we niet proberen. Hoe hoog zijn bijvoor-beeld de boetes die we afgelopen jaren uitgedeeld hebben? Is daar eniginzicht in?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Die Kamerbrief wordt nog gemaakt. We kunnen absoluut wat aangevenover de zaken en de boetes. Mijn beeld is dat het huidige systeemvoldoende werkt en tot genoeg leidt. Tegelijkertijd hebben we het hierover verrekenprijzen en inschattingen. Het is allemaal niet zo hard. Het iscomplexe materie. Het arm’s-lengthbeginsel geeft geen rond getal. Datbetekent dat het heel complex is om dat per bedrijf vast te stellen. Ik denkdat je dan ook reëel moet zijn: je kan er weleens een keer een foutje inmaken. Dat is ook precies waar de Belastingdienst over in gesprek gaat.Het gaat ook vaak om grote bedrijven: de bakker om de hoek doet niet aantransferpricingberekeningen en die afstemmen met de Belastingdienst.Het gaat toch doorgaans om de multinationale ondernemingen met eenomzet van meer dan 750 miljoen. Dit is natuurlijk een onderwerp van degesprekken die we met die bedrijven hebben. Ik denk zelf dat het welmeevalt. We gaan u daar in de brief netjes over informeren. Ik denk nietdat dit op dit moment het grootste risico in Nederland is.De voorzitter:U kunt de beantwoording vervolgen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Misschien is dit goed om nog even te benoemen. Het is misschien ietsvoor de procedurevergadering. Uiteindelijk willen wij graag toelichten hoehet werkt. Wij hebben volgens mij ook een technische briefing aange-boden over het artikel in Follow the Money over Tesla. Tot onze spijt isdaar uiteindelijk niemand naartoe gekomen. Of nee, volgens mij waren eronvoldoende aanmeldingen en is die niet doorgegaan. Maar dat is zonde,want juist dat willen we graag toelichten, omdat je dan ook een beeldkrijgt – er zit ook een vertrouwelijk deel bij – van hoe wij als Belasting-dienst de handhaving op dit dossier uitvoeren.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dat is een zeer terechte oproep. Wij zullen het op de volgende pv weermet elkaar bespreken. Misschien moeten we ook wel de regels gaanwijzigen, want als we geen vijf mensen kunnen vinden en het vervolgensniet doorgaat, is dat gewoon heel zonde. Er zitten hier namelijk een paarmensen, waaronder ikzelf, die er de vorige keer wel heel graag bij warengeweest.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Hier kan ik alleen maar een suggestie doen. Ik weet dat er ook commissieszijn waarin een technische briefing al doorgaat bij slechts driedeelnemers. Vijf is dus vrij ruim. We zitten hier ook weer met drie van devijftien partijen. Ik denk dat het goed is om daarover na te denken, wantjuist over dit soort dossiers geven wij ook heel graag technische briefings.Zoals ik net ook aangegeven heb: dit is echt supercomplexe materie. JuistTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35022 om goede afwegingen te maken in het belang van het vestigingsklimaaten het belang van Nederland denk ik dat het goed geïnformeerd zijn vanKamerleden van groot belang is. Wij staan dus open voor suggesties, ookvanuit de pv.Dan gaan we door. Een vraag van de heer Stultiens. «Waarom kondigt deStaatssecretaris na het onderzoek over dividendstripping niet duidelijkaan: dit ga ik implementeren? Waarom eerst een internetconsultatie?» Alsik het andersom zou doen, was nu de vraag geweest: waarom gaat u ditimplementeren en doet u niet eerst een internetconsultatie? Uiteindelijkhebben wij in Nederland volgens mij in goed gebruik gezegd dat je, als jeiets wil gaan implementeren, dat eerst in internetconsultatie brengt, zoalswe recent ook het lucratief belang in internetconsultatie hebben gebracht.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Daar zegt de Staatssecretaris iets cruciaals. Als je iets wil implementeren,ga je vervolgens consulteren: is het de goede versie? Daar ben ik het meeeens. Dus in het geval van het Belastingplan en andere wetten vraag jeaan de maatschappij: wat vinden jullie ervan? Maar nu lijkt het eigenlijkalsof we gaan consulteren of het nodig is om überhaupt stappen te zetten.Dat vind ik de verkeerde volgorde. Volgens mij is er een politieke wens, inelk geval bij mij, ik hoop in de Kamer en bij het kabinet, om dat te gaandoen. Vervolgens gaan we kijken wat de beste maatregel is. Daar ben ikhet mee eens. Maar laten we hier wel de politieke keuze maken dat we hetdividendstrippen echt hard willen aanpakken.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ik ga natuurlijk niet over de politieke keuzes van de Kamer. Ik heb volgensmij al een stuk of drie, vier internetconsultaties meegemaakt in mijntermijn als Staatssecretaris, waarbij we op een gegeven moment ookgewoon zeggen: nou jongens, we kunnen nu zelf kiezen. Het is ook goedom even langs de maatschappij te gaan om te kijken of we alle invals-hoeken gehad hebben. Ik vind dat in ieder geval een vorm van zorgvuldigbesturen. Laten we het daarop houden. Als u die politieke keuze maakt,ben ik natuurlijk als was in uw handen; dat is heel simpel.Ik wou in ieder geval zeggen: we zitten niet stil als het gaat om hetaanpakken van dividendstrippen. We kennen allang maatregelen tegendividendstripping. Vorig jaar zijn ook nog aanvullende maatregelen tegendividendstripping genomen en in werking getreden. Daarnaast is deaanpak van dividendstripping door de Belastingdienst sinds eind 2023geïntensiveerd, en met succes. De inzet van specialistische kennis en extramensen heeft in de afgelopen jaren tot resultaten geleid. De huidigebestrijding vergt echter wel schaarse en kostbare toezichtcapaciteit.Vorige week heb ik aan uw Kamer gerapporteerd over het onderzoek naaraanvullende maatregelen. Dividendstripping is complexe materie. Ik wilmisbruik bestrijden, maar zonder dat dit leidt tot overkill en verstoring vanreële economische transacties. Ook goede uitvoerbaarheid voor zowel deBelastingdienst als marktpartijen is van groot belang bij de nieuwemaatregelen. Uiteindelijk is zo’n internetconsultatie er ook voor bedoeldom, waar het complexe materie betreft, een goed beeld te krijgen van decasus en de situatie. Ik heb dat ook in mijn hoorzitting gezegd, weet iknog: eerst moet je smoel op het terrein krijgen en dan pas besluiten. Meteen compleet beeld kunnen we in ieder geval zien welke gevolgeneventuele wetswijzigingen hebben voor de praktijk en welke maatregelenhet meest passend zijn.Dan gaan wij naar ons vestigingsklimaat. Mevrouw Van Eijk constateerdedat directe buitenlandse investeringen met 25% zijn gedaald sinds 2015,gecorrigeerd voor inflatie, en ze noemde ook het recente rapport van EY.Ze vroeg of dit te maken heeft met het invoeren van nationale koppen,waar deze investeringen nu wel naartoe gaan en of het afschaffen vankoppen leidt tot meer investeringen. Dat is een mooie vraag. Het klopt datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35023 de directe buitenlandse investeringen in Nederland, gecorrigeerd voorinflatie, met een kwart zijn afgenomen. Het gaat om ongeveer – hou jevast – 900 miljard euro. Anderzijds zijn ook Nederlandse directe investe-ringen in het buitenland met ongeveer een kwart afgenomen. Dat betreftook ongeveer 900 miljard euro. Dat is dus geen daling van reële investe-ringen in Nederland. Het is vooral een daling van doorstroomactiviteiten,waarbij investeringen vanuit het buitenland via Nederland in een anderland worden gedaan. Deze daling is het gevolg van een succesvollenationale en internationale aanpak van belastingontwijking en dus geenindicatie van een verslechtering van ons vestigingsklimaat. Dat neemt nietweg dat ik ook het rapport van EY gezien heb. Het kabinet neemt dezorgen omtrent het investeringsklimaat serieus. Op fiscaal terrein zet hetkabinet in op stabiel en voorspelbaar fiscaal beleid en volgens mij ziet udat ook van mij in het afgelopen jaar. Ook zet het kabinet geen nationalekoppen op Europees beleid.Mevrouw Van Eijk heeft nog enkele vragen gesteld over het onderzoeknaar innovatiekredieten. Ze heeft de indruk dat onderzoek suggereert datgeen enkel land hiermee bezig is. Ze vroeg of dat klopt. Verder vroeg ze ofik meer kan zeggen over Zwitserland en Singapore. Ook vroeg ze ofandere lidstaten, zoals Frankrijk, fiscale regelingen aan het aanpassen zijn.Laat ik vooropstellen dat ik in het onderzoek dat ik met u gedeeld heb,zeker niet de indruk heb willen wekken dat geen enkel land bezig is metinnovatiekredieten. Ik heb in mijn onderzoek juist willen bezien inhoeverre een systeem van innovatiekredieten van meerwaarde kan zijnvoor Nederland.Een fiscale maatregel om innovatie te stimuleren is heel landspecifiek. Devraag of een belastingtegoed doelmatig en doeltreffend is, is afhankelijkvan de nadere invulling van een dergelijk belastingtegoed in het betref-fende land en van de internationale economische context waarin dit wordtverstrekt. Daarom is het alleen nuttig om te kijken naar landen met eensoortgelijke economische context als Nederland. Ook in evaluaties vaninnovatie-instrumenten wordt daarom gekeken naar een selectie vanlanden. In beginsel heb ik net als in de evaluatie van de InnovatieboxBelgië, Ierland, Singapore en het Verenigd Koninkrijk als uitgangspuntgenomen. Duitsland is daarin niet meegenomen, omdat dat geeninnovatieboxregime kent, maar Duitsland is economisch goed verge-lijkbaar met Nederland en daarom toegevoegd aan dit specifiekeonderzoek. Voor belastinginstrumenten zijn we gebonden aanEU-wetgeving. Ik heb vervolgens uitsluitend de EU-lidstaten België,Duitsland en Ierland geselecteerd. Tot slot heb ik besloten om specifiek tefocussen op Duitsland en België, vanwege hun vergelijkbaarheid quavpb-tarief. Ierland hanteert een vpb-tarief van 12,5%, dat minder verge-lijkbaar is met Nederland. Dit heeft natuurlijk sterke gevolgen voor dewenselijkheid van een eventueel belastingtegoed. Dat wilde ik dusdaarover zeggen.Mevrouw Van Eijk verwees naar de gisteren gepubliceerde aanbevelingenvan de Europese Commissie voor verrekenbare belastingkredieten in hetkader van de Clean Industrial Deal. Ze vroeg of ik bereid ben om nog eenslag te maken en vervolgonderzoek uit te voeren. Nou, gisteren zat ik hier.Ik heb de aanbevelingen nog niet tot mij kunnen nemen en zal deze naderbestuderen. We hebben natuurlijk al wel heel veel onderzocht, zowel in deeerdere brief, van 25 oktober 2024, als in de brief die u maandagontvangen heeft. Om belastingen goed in te voeren, zijn er een aantalfactoren waar je naar moet kijken. Wat is het beleidsdoel? Welkeinnovaties wil je stimuleren? Maar ook staatssteunkaders, uitvoeringsa-specten en budgettaire aspecten zijn van belang. Dit zijn allemaal politiekevragen, waarbij ik ook een grote rol zie voor uw Kamer. De doelmatigheiden doeltreffendheid van een belastingtegoed in plaats van of naast dereeds bestaande subsidies en fiscale faciliteiten ten aanzien van innovatiezijn echt afhankelijk van de nadere invulling van een dergelijk belasting-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35024 tegoed in het betreffende land en de internationale economische contextwaarin dit wordt verstrekt.In mijn brief van 30 juni heb ik nader onderzoek gedaan en ben ikingegaan op de volgende aspecten. Ten eerste de minimumbelasting.Doordat in Nederland groepen vrijwel altijd reguliere winst hebben diehier tegen 25,8% wordt belast, heeft de minimumbelasting een zeerbeperkte invloed op de effectiviteit van fiscale regelingen. Hierdoor vormtde invoering van een minimumbelasting momenteel geen aanleiding omde fiscale regelingen in Nederland aan te passen. We kijken ook naar hetbestaand fiscaal instrumentarium. We hebben al veel verschillendeinstrumenten en besteden ten opzichte van andere OESO-landenbovengemiddeld veel van ons bbp aan het stimuleren van innovatie. Dezebestaande instrumenten worden als positief ervaren en zijn grotendeelsdoeltreffend en doelmatig. Voorts verstrekt Nederland een scala aansubsidies, waarmee het innovatie-ecosysteem in Nederland wordtondersteund. Ook volgt later dit jaar een periodieke rapportage over hettotale innovatiebeleid van Nederland.Dan vroeg mevrouw Van Eijk: wat zijn volgens de SEO-methodologie ...De voorzitter:Mevrouw Van Eijk heeft een vraag.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik had gevraagd om een toezegging om nog een slag te maken. Ik hebdaarbij specifiek Zwitserland en Singapore genoemd, ondanks dat dezelanden geen EU-lidstaten zijn en niet in een eerdere categorie vanonderzoek hebben gezeten. Ik heb gevraagd om wellicht toch nog naar dielanden te kijken, ook in het verlengde van de publicatie van de EuropeseCommissie ten aanzien van de Clean Industrial Deal. Met andere woorden:er is echt wel beweging, ook binnen Europa. Het lijkt me gewoon goed omdie ontwikkelingen te volgen en te zien wat er wel kan. Ik ben het ookhelemaal eens met het instrumentarium dat we hebben, zoals deInnovatiebox en de Wbso. Dat zijn hartstikke goede instrumenten ominnovatie aan te jagen, alleen passen die gewoon niet overal. Ik noem heelspecifiek de start-ups en de scale-ups, die daar net niet helemaal lekkervan kunnen profiteren. Een aanvullend instrument zou dan gewoonhelpend zijn. Ik ben dus heel erg op zoek naar het antwoord op de vraagof er nog een slag gemaakt kan worden. Wellicht kan dit meegenomenworden in het onderzoek over het bredere innovatie-instrumentarium datlater dit jaar wordt gepubliceerd. Die vraag wilde ik graag nog stellen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Laat ik het zo zeggen: dat onderzoek van gisteren moet ik echt nog tot mijnemen en nader bestuderen. Als dat aanleiding geeft om nog vervolgon-derzoek te doen, dan doen we dat natuurlijk. Dat doen we ook als deKamer dat niet vraagt, want we vinden het gewoon belangrijk om on topof our toes te blijven met betrekking tot de laatste inzichten op dit dossier.Maar om nu toe te zeggen dat ik dat dan ga doen ... Ik hoop dat u mij erook in vertrouwt dat we eerst even dat rapport goed gaan bestuderen.Dan kijken we daarna wat de handige en goede stappen naar aanleidingdaarvan zijn. Als het nodig is, starten wij elk onderzoek dat wenselijk is.Dan nog een vraag. Wat zijn volgens de SEO-methodologie de budgettaireeffecten van volledig herstel van de 30%-regeling voor de expats? SEOheeft niet berekend wat de budgettaire effecten zijn van volledig herstelvan de regeling. SEO heeft een vergelijking gemaakt tussen de30%-regeling en de 30-20-10-regeling voor één cohort. Dit is geenbudgettaire raming geweest. SEO heeft twee berekeningen van denetto-opbrengst. In de eerste berekening is deze gelijk aan deopbrengsten van betaalde loonbelasting van alle 30%-gebruikers, minusde misgelopen loonbelasting van alle 30%-gebruikers. In de tweedeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35025 berekening is deze gelijk aan de opbrengsten van de betaalde loonbe-lasting van alleen de 30%-gebruikers die door de regeling naar Nederlandkomen, minus de misgelopen loonbelasting van alle 30%-gebruikers. SEOgebruikt een elasticiteit van 0,4. Dat betekent een instroom van -13,3% bijgebruik van de 30-20-10-regeling ten opzichte van de 30%-regeling. Inbeide berekeningen van SEO is de opbrengst van de 30%-regeling hogerdan die van de 30-20-10-regeling, maar zijn de kosten ook hoger. Denetto-opbrengsten van de 30-20-10-regeling uit het amendement-Omtzigtzijn in beide gevallen hoger dan die van de 30%-regeling. Daarmeeconcludeert SEO dat de 30-20-10-regeling van het amendement-Omtzigtbudgettair doelmatiger is dan de 30%-regeling zoals we die kenden.Hoe wordt belastingregeldruk geëvalueerd? Dat was een vraag vanmevrouw Van Eijk. In periodieke evaluaties van beleid wordt aandachtbesteed aan regeldrukkosten. Vaak wordt informatie over regeldruk viaenquêtes of interviews bij gebruikers uitgevraagd. De regeldrukkostenworden waar mogelijk, ook in evaluaties, kwantitatief in kaart gebrachtaan de hand van het rijksbrede Standaard Kostenmodel. Evaluatieswaarbij aandacht is besteed aan regeldruk zijn bijvoorbeeld de evaluatievan de Wbso, de evaluatie van de zorgkostenaftrek en de evaluatie van deEIA. De regeldruk is zogezegd een aspect waar we standaard naar kijkenbij de evaluatie van beleid.Komt er een vereenvoudigingsagenda voor belastingwetgeving? Ditkabinet onderschrijft de noodzaak van vereenvoudiging van het fiscalestelsel. Zoals gezegd in de aanpak vereenvoudiging fiscaal stelsel kijk ikhierbij naar ondoelmatige en ondoeltreffende fiscale regelingen. Hetaanpakken van fiscale regelingen leidt tot een minder complex en minderondoenlijk belastingstelsel. Het ambtelijk rapport Kansen voor lageretarieven en beter beleid, dat ik op 30 juni aan uw Kamer heb gestuurd,schetst hiervoor een aantal beleidsopties. Het is aan een volgend kabinetom verdere stappen hierin te zetten. Tegelijkertijd loopt er in Europa ookeen vereenvoudigingsexercitie. Begin 2026 zal de Europese Commissiemet een voorstel hierover komen.Als u vraagt wat we al vereenvoudigd hebben: neem bijvoorbeeld debpm-vrijstelling voor ondernemers met een nieuwe bestelauto. Die isafgeschaft per 1 januari 2025. Om misbruik van de regeling te voorkomen,hanteerde de fiscus een andere definitie van «bestelbusje» dan de RDW.Door het afschaffen van de bpm-vrijstelling was het mogelijk om devoertuigdefinitie direct gelijk te trekken met die van de RDW. Met hetBelastingplan 2025 is dit allemaal geregeld. Dat is even een voorbeeld vanhoe we daarmee bezig zijn.Wat betreft goede vormen van het doelmatiger maken van regelingen endaarmee ook het afschaffen van ondoelmatige regelingen: we zijnspeciaal voor start-ups nu de regeling voor medewerkersparticipatie aanhet uitwerken. Daarvoor schaffen we de stakingsaftrek en de meewerk-aftrek af. Dat is echt precies hoe ik vind dat het zou moeten.Draghi heeft een rapport geschreven waarin hij landen oproept omsignificant te investeren. Zoals u weet – dat heb ik gisteren ook in hetdebat over nationale fiscaliteit gezegd – is er natuurlijk altijd een tekortaan geld in dit land. Dan ga je dus kijken wat je kan doen met de middelendie je hebt. Als je dan ziet dat je tientallen miljarden niet doelmatigbesteedt ... Doe je ogen dicht en stel je voor wat je met tientallenmiljarden kan doen als je het wél doelmatig zou besteden. Ik denk datdaar de uitdaging ligt. Dat is ook de inzet van dit kabinet en dat is ookprecies de reden waarom er niet voor tientallen miljarden aan bezuini-gingen is gefinancierd door deze regelingen af te schaffen. Dat is vanwegehet feit dat dit geld uiteindelijk echt doelmatig besteed moet worden aande zaken die we graag willen stimuleren als land.Dan kom ik bij de volgende vraag. Mevrouw Van Eijk vraagt of hetmogelijk is om verplichtingen uit DAC-richtlijnen te verminderen.Allereerst: we zijn ook juist heel blij met DAC-richtlijnen, vanwege het feitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35026 dat ze ons enorm helpen in zaken rondom gegevensuitwisseling,waardoor we in het kader van belastingontwijking de afgelopen jaren helegoede en grote stappen gezet hebben. Het verminderen van verplich-tingen uit de DAC-richtlijnen is in beginsel alleen mogelijk via aanpassingvan de richtlijnen zelf. De Europese Commissie evalueert momenteel ookde DAC. Ervaringen van zowel overheden als het bedrijfsleven wordendoor er de Commissie bij betrokken om te bezien waar vereenvoudigingmogelijk is. Nederland heeft hier actief aan bijgedragen. Op basis vandeze evaluatie wordt begin 2026 een voorstel tot herziening van deDAC-richtlijnen verwacht. Ik verwelkom dit proces.Nederland zet zich samen met onder andere Duitsland actief in voorvereenvoudiging van Europese fiscale regels, waaronder de DAC. Ik benafgelopen week nog in Duitsland geweest. Een van de gevolgen van deNAVO-top was dat wij als bewindspersonen, en ook onze staf, bepaaldniet welkom waren, dus zijn we op een werkbezoek naar Duitslandgeweest. We hebben een goed gesprek gehad met de Staatssecretaris vanFiscaliteit aldaar. Juist op dit punt hebben we de samenwerking metelkaar verder bekrachtigd. We zetten in op verduidelijken van bestaanderegels zodat interpretatieverschillen tussen lidstaten afnemen, gestroom-lijnde rapportageverplichtingen met minder overlap en betere afstemmingen opschoning van overbodige lasten, zeker waar informatie geenmeerwaarde heeft, waar informatie elders wordt verkregen of waar alspecifieke antimisbruikmaatregelen voor gelden. Een voorbeeld – ik maakhet voorbeeld even af, als u het goedvindt – van waar dit allemaal speelt,is DAC6. DAC6 verplicht intermediairs en belastingplichtigen omgrensoverschrijdende structuren te melden. In de praktijk verschillenlidstaten sterk qua interpretatie en uitvoering, bijvoorbeeld rond hetverschoningsrecht en de technische rapportage. Daarnaast leidt DAC6 totdubbele rapportages. Meldingen gaan vaak over transacties die al doorantimisbruikmaatregelen worden bestreden. Het kabinet pleit dan ookvoor de herziening en vereenvoudiging van specifiek DAC6, maar ditvereist wel overeenstemming op EU-niveau, vanwege het feit dat het eenEU-richtlijn is.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Mijn intentie is helemaal niet om, zal ik maar zeggen, al die richtlijnenafgeschaft te krijgen, want volgens mij is het hartstikke goed als je op diemanier samenwerkt en gegevens kan uitwisselen. Alleen, de informatiemoet inderdaad wel toegevoegde waarde hebben en moet ook gebruiktkunnen worden. Ik hoor van deze Staatssecretaris dat dit duidelijk ook deinzet is richting de evaluatie. Het is dan interessant om te weten welkeinzet Nederland heeft gedaan en wat er straks uit komt. Het zou fijn zijn alswe daar wel wat meer zicht op krijgen op het moment dat die evaluatiesmet de Kamer gedeeld gaan worden, zodat ik ook kan zien waar wij ophebben ingezet en wat de uitkomst is. Kan de Staatssecretaris dattoezeggen?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Geen enkel probleem. Volgens mij is dit een nuance in de standaardcom-municatie over deze evaluaties. Sterker nog, we zijn er vrij trots op, dusmaakt u zich geen zorgen; hier willen wij graag dingen over vertellen.Dan gaan wij naar het volgende onderwerp, de hyperrijken. De heerKouwenhoven vraagt mij of het kabinet bereid is nadere opties voorexitheffingen en trailing taxes uit te werken in de context van de belas-tingheffing voor zeer vermogenden en naar de follow-up van de evaluatievan de woonplaatsbepaling. De heer Stultiens vroeg vervolgens naar delaatste stand van zaken van de aanpak van belastingontwijking doorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35027 superrijken, nationaal en internationaal, en wat er concreet is bereikt. Hijvroeg ook: wanneer kunnen we als Kamer een wetsvoorstel voor eenexitheffing voor superrijken verwachten?Allereerst is het goed om te beseffen welke exitheffingen en trailing taxesNederland al heeft. Bij een exitheffing wordt bij emigratie belastinggeheven over de vermogensaanwas en over het inkomen dat isopgebouwd in de periode voor emigratie. Er is een exitheffing voor alsiemand met winst uit onderneming of resultaten over werkzaamhedenverhuist naar het buitenland. Er wordt dan afgerekend op basis van deopgebouwde reserves. Een aanmerkelijkbelanghouder krijgt bij emigratieeen conserverende heffing opgelegd. Dit voorkomt dat de aanmerkelijkbe-langhouder op een later moment onbelast zijn aandelen kan verkopen inhet buitenland. Verder stelt Nederland bij emigratie zijn heffingsrechtenzeker over opgebouwde pensioenen en lijfrenten. Ten slotte bevat hetwetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 ook een exitheffing voor box3-vermogen.Exitheffingen kunnen niet voorkomen dat inkomen en vermogensaanwasdie na emigratie in een ander land worden opgebouwd, niet of laag belastworden. Een verlengde belastingplicht, een «trailing tax» genaamd, kandat wel. Nederland heeft al een trailing tax in de schenk- en erfbelasting.Momenteel wordt onderzocht of een trailing tax in de inkomstenbelastingwenselijk en uitvoerbaar is. Hierbij moet goed worden beseft dat eentrailing tax met name ter invulling en/of op basis van internationaleafspraken kan fungeren en dat het effect ervan de komende jaren beperktis. Gezien het uitgebreide verdragennetwerk van Nederland kan eentrailing tax slechts in een beperkt aantal gevallen geëffectueerd worden,namelijk in het geval van landen waarmee geen verdrag bestaat.Daartussen zitten overigens wel landen met geen of een lage belasting-heffing, zoals Monaco. Nederland heeft echter met veel landen met eenlage belastingdruk of een voordelig fiscaal regime voor zeer vermogendepersonen wél een belastingverdrag. Daarvoor geldt dat het belasting-verdrag eerst aangepast moet worden voordat een trailing tax geëffec-tueerd kan worden. Om maar even de verwachtingen te managen: dit iseen langdurig proces.Om de keuze te maken of het introduceren van een trailing tax wenselijkis, moet worden afgewogen of het doel in verhouding staat tot de lastenvoor de Belastingdienst en de belastingplichtige. Daarom wordt ookonderzocht of er betrouwbare cijfers zijn te geven over hoeveel personenen met welk fiscaal belang er geëmigreerd wordt naar een land met geenof lage belastingheffing waarmee Nederland geen belastingverdrag heeftgesloten. Ook worden de uitvoeringsgevolgen nauwkeuriger in kaartgebracht. Het is de verwachting dat de uitkomsten van dit onderzoek laterdit jaar met de Tweede Kamer gedeeld kunnen worden.Wat betreft het vervolg op de evaluatie van de woonplaatsbepaling hetvolgende. Uit de evaluatie is gebleken dat in internationale verhoudingenniet altijd eenvoudig over de relevante gegevens en inlichtingen kanworden beschikt. De informatiebeschikking kan worden vastgesteld alsverzochte, fiscaal relevante informatie door de belastingplichtige nietwordt verstrekt. Bezwaar en beroep tegen de informatiebeschikking staatopen. Dit kan leiden tot langdurige procedures. De Kamer is dit voorjaargeïnformeerd over een beleidsdocument met oplossingsrichtingen voorde informatiebeschikking. De informatiebeschikking kan worden vastge-steld als verzochte relevante fiscale informatie door de belastingplichtigeniet wordt verstrekt. Bezwaar en beroep tegen de informatiebeschikkingstaat open. Dit kan dan weer leiden tot langdurige procedures. De Kameris dit voorjaar geïnformeerd over een beleidsdocument met oplossings-richtingen voor de informatiebeschikking. Dit beleidsdocument isinmiddels in preconsultatie geweest en die heeft vanuit verschillendepartijen nuttige reacties opgeleverd. Het kabinet is voornemens om ditjaar met definitieve oplossingsrichtingen te komen om onder andere deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35028 problemen van de lange doorlooptijd van informatiebeschikkingsproce-dures aan te pakken.Verder is vorig jaar de Instructie woonplaatsonderzoeken gepubliceerd alsuniform waarborgkader bij de uitvoering van woonplaatsonderzoeken.Deze instructie voorziet in een afstemmings- en vastleggingsproces,waarbij ook de vaktechnische lijn en het management een duidelijke rolhebben. Daarnaast is er een expertisecentrum woonplaatsonderzoekenopgericht, dat verplicht advies geeft in de diverse fasen van het onderzoeken op de hoogte wordt gebracht van belangrijke mijlpalen. Op deze wijzeis monitoring van de werkinstructie ingeregeld. De Belastingdienst is opdit moment bezig met de implementatie van de instructie, waarbij tevenswordt bezien op welke wijze de Kamer periodiek geïnformeerd kanworden.Tot slot staat voor wat betreft woonplaatsonderzoeken op de website vande Belastingdienst op dit moment een overzicht met voorbeelden vanomstandigheden waar de Belastingdienst naar kijkt bij het bepalen van defiscale woonplaats. De Belastingdienst zet zich in algemene zin in voor hetbieden van meer voorlichting over belastingzaken als onderdeel van zijndienstverlening. De fiscale woonplaats is er daar uiteraard een van. Totzover de onderwerpen waar ik nationaal mee bezig ben.De aanpak van belastingheffing van zeer vermogenden vergt ookinternationale samenwerking en een gezamenlijke aanpak, net als debelastingheffing van multinationals. Nederland zet zich daarom zeer actiefin om internationale Europese samenwerking te bereiken, waarbij wordtingezet op een gelijk speelveld. Nederland trekt daarin waar mogelijksamen op met gelijkgestemde landen, conform de breed aangenomenmoties om een voortrekkersrol te pakken op dit dossier. Met het oog opdat doel is het zeer belangrijk om een stapsgewijze aanpak te hanteren,waarbij de problematiek eerst nader wordt onderzocht voordat direct vooreen bepaalde oplossingsrichting wordt gepleit. Dat laatste werkt contra-productief, want het leidt tot weerstand bij een aantal landen, niet in delaatste plaats bij de Verenigde Staten.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Kouwenhoven.De heer Kouwenhoven (NSC):Ik wilde de interruptie eigenlijk een tijdje geleden plaatsen, maar ik wildede Staatssecretaris niet storen in de mooie cadans die hij hadopgebouwd. Het gaat nog even om het onderzoek met betrekking tot detrailing tax. Dank dat dat onderzoek er komt. Als de nota me nog goedvoor de geest staat, dan stond er ook in een onderdeel dat het zeker voorde landen waar we nog geen verdragen mee hebben een optie is en dathet generiek inderdaad langdurig is. Nou is mijn vraag of in de verkenningdie nog plaatsvindt in het onderzoek dat nog onze kant op komt ook zo’nsoort onderscheid wordt gemaakt. Daarbij zeg ik overigens niet dat dingenper definitie zinloos zijn als ze langdurig zijn. Maar in ieder geval vraag ikspecifiek om die kleine groep, waarover in die notitie stond dat hetdaarvoor wel eens interessant zou kunnen zijn, wel even apart te wegenen niet alleen maar generiek te kijken, want dan kom je er natuurlijk alsnel op uit dat het een enorme opgave is.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Volgens mij wordt dat meegewogen, dus in die zin kan ik dat bevestigen.Het is goed om je te realiseren dat juist de landen waar wij de minstebelastingverdragen mee hebben ook de landen zijn waar de meestemensen graag fiscaal naartoe vluchten, zeg maar. Dat is ook wel eenbeetje logisch, want dat zijn landen die niet heel erg uit zichzelfmeewerken aan belastingverdragen. Tegelijkertijd heb je ook gewoon deemigratie waarbij mensen niet om fiscale redenen naar een landTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35029 emigreren. Juist met die landen hebben wij wel weer fatsoenlijkeverdragen. Nou, goed, om een lang verhaal kort te maken, nemen wevolgens mij precies mee wat u vraagt. Tegelijkertijd zijn op zich juist diekleintjes voor de Nederlandse schatkist het leukst om nader teonderzoeken.De voorzitter:U mag de beantwoording vervolgen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ik ben helemaal uit mijn cadans, meneer Kouwenhoven.We hadden het net even over wat we internationaal gaan doen. HetInclusive Framework van de OESO heeft in april daarom besloten omgefaseerd en evidencebased met het onderwerp tax policy, inequality andgrowth aan de slag te gaan. Daarnaast zet Nederland in op uitbreiding vaninternationale uitwisseling van informatie over vastgoed. Binnen de OESOis al een eerste stap gezet door te besluiten dat landen er alvast voorkunnen kiezen om de informatie die ze hebben, te delen. Op de langeretermijn wordt nagedacht over het stellen van nadere kwaliteitseisen aanuit te wisselen data. Ik denk dat het goed is om u te realiseren dat dekadasterdata in ons land op zijn zachtst gezegd redelijk op orde zijn. Dat iszelfs in de Europese Unie niet overal het geval. Onze kwaliteitseisen aandit soort data zijn in ieder geval niet normaal voor de rest van de wereld.We kunnen dus ook niet precies hetzelfde verwachten van andere landen,maar de wens om daarnaartoe te groeien is er in andere landen ook.Nederland probeert te bewerkstelligen dat de OESO of de EU gaat kijkennaar de fiscaal voordelige regimes die landen introduceren om deze groeprijken aan te trekken. Tijdens de paneldiscussie van het EU TaxSymposium in Brussel eerder dit jaar – de heer Stultiens was daar ook bij– heb ik de Code of Conduct Group opgeroepen om zich hiermee bezig tehouden. Die heeft goed werk gedaan op het gebied van richtlijnen enregels voor multinationals en wat mij betreft kan die de aandachtverschuiven, of in ieder geval uitbreiden, richting de groep superrijken.Wat doet Nederland hier verder zelf aan? Sinds die tijd zijn we met allerleilanden in gesprek om ervoor te zorgen dat andere landen op eenzelfdemanier gaan denken over dit onderwerp en ons gaan helpen met verderegegevensuitwisseling. Daarbij moet ik wel zeggen dat landen over ditonderwerp uiteenlopende opvattingen hebben. Het animo is niet bij iederland even groot, zeg ik maar even op de meest politieke manier. Dit is eenlangetermijnproces. Laten we het erop houden dat we niet achter in debus zitten.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik snap hoe het diplomatiek werkt. We kunnen andere landen hier nietnamen en shamen. Maar kan de Staatssecretaris iets meer zeggen overhoe er gereageerd is op zijn verzoek van een paar maanden terug om deCode of Conduct Group ook naar particuliere, grote vermogenden te latenkijken? Kan de Staatssecretaris aangeven of er meerdere bondgenotenzijn? Hoe groot acht hij de kans dat er wel steun voor komt en binnenwelke termijn zou dat dan zijn?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Dat zijn een hoop vragen achtereen. Ja, we zijn bezig. We hebben hier metmeerdere landen over gesproken. Overigens is een land spreken niet eenkwestie van het opbellen van 40 landen in een week van 40 uur. We zijndaar dus goed mee bezig. We hebben inmiddels wel gezien dat zelfs in delanden waarmee wij de beste contacten hebben er verschillend overgedacht wordt. U vraagt of we op korte termijn resultaat kunnen hebbenvan de Code of Conduct Group. Daar is nog meer draagvlak voor nodigdan er nu is. Dat wil niet zeggen dat wij het vlaggetje neerleggen. Wij zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35030 daar hard mee bezig. Frankrijk is een land waarmee we graag samenoptrekken en waarmee we op dit dossier een good understanding hebben.Om het samen te vatten: we zijn op beide fronten, nationaal en internati-onaal, bezig met de belastingheffing van vermogenden.Tot slot wil ik in dit kader ook aangeven dat een box 3-stelsel op basis vanwerkelijk rendement past bij de evenwichtige belastingheffing vanvermogen. Ook op dat punt zet ik alles op alles en hoop ik op eenspoedige wetsbehandeling hier in uw Kamer.Dit is wel grappig. Voor de kijker thuis: er loopt hier een fotograaf. Ik wordaltijd helemaal afgeleid als er een fotograaf binnenloopt. Ja, dat heb ikweleens. Hebben jullie dat niet? Duizenden kijkers voor een fiscaal debat,hoor ik. Ik durf er een fles wijn op in te zetten dat dat wel meevalt!Uiteraard gokken wij niet in dit fiscaal samenzijn.Dan een vraag van de heer Stultiens van GroenLinks-PvdA. Wat is delaatste stand van zaken van de aanpak van fossiele subsidies en hoeveel iser op dit onderwerp concreet bereikt? Daarbij is er specifiek gevraagd naarde vrijstelling op vliegtuigkerosine en diesel voor de scheepvaart.Allereerst: de vrijstellingen voor de intra-Europese luchtvaart en zeevaartzijn opgenomen in de huidige Richtlijn energiebelastingen. De onderhan-delingen over de herzieningen van deze Richtlijn energiebelastingen zijnna vier jaar nog steeds gaande. Besluitvorming geschiedt met unanimiteit.Wat betreft het opheffen van het verbod op het belasten van lucht- enzeevaart, specifiek dus kerosine en stookolie, staat Nederland nagenoegalleen. Het is niet dat we nog maar één land moeten overtuigen. We staannagenoeg alleen als het gaat over het opheffen van dat verbod. Nederlandblijft zich inzetten voor een ambitieuzer voorstel waarin ook deze sectorenbelast worden, maar als we een compromis willen bereiken, moeten wetegelijkertijd pragmatisch afwegen wat haalbaar is. Er zitten meerpositieve onderdelen in de Richtlijn energiebelastingen waar we aanhechten. Dan kunt u onder meer denken aan de verhoging van deminimumtarieven, het indexeren daarvan en het opnemen van nieuweproducten, zoals waterstof. Het komende voorzitterschap wil naar eenafronding toe tijdens de Ecofin in november. In aanloop naar de Ecofinkom ik op de gebruikelijke manier met een definitief kabinetsstandpuntnaar u toe. It’s an uphill battle, so to speak.Dan kom ik bij een vraag van de heer Kouwenhoven: hoe wordt deonderhandelingscapaciteit bij belastingverdragen geprioriteerd en zijnbuurlanden topprioriteit, ten behoeve van de grensregio’s? Nederlandheeft als open economie een groot belang bij een uitgebreid verdragen-netwerk en voert een actief beleid ten aanzien van het uitbreiden enonderhouden van het verdragennetwerk. Afspraken met buurlanden overhet wegnemen van fiscale belemmeringen zijn daarbij belangrijk voorNederland en met name voor de grensregio’s, omdat daar veel grensover-schrijdend verkeer plaatsvindt en de economische betrekkingen groot zijn.Daarom staat Nederland in nauw contact met België en Duitsland. MetDuitsland is recent een wijzigingsprotocol ondertekend dat na de zomeraan het parlement wordt voorgelegd. Hierin is een regeling opgenomendie onder meer thuiswerken fiscaal makkelijker maakt. Met België is ookovereenstemming bereikt over een nieuw verdrag, dat ook naar uw Kamertoe zal komen. U vraagt om de prioriteiten. We zijn de afgelopen tijd veelmet België en Duitsland bezig geweest. Tegelijkertijd: we hebben eenopen economie. We handelen met de hele wereld; daar zijn we al 400 jaargoed in. We sluiten dus ook verdragen met landen ver buiten onscontinent. Daar wordt goed over nagedacht en natuurlijk wordt dat aan dehand van economisch belang geprioriteerd.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik pak hem hier maar. Het onderwerp grenswerkers stond op mijnreservelijstje. Ik heb die vraag nog niet kunnen stellen, dus stel ik die hier.Waarom is er met Duitsland nu precies gekozen voor 34 dagen thuiswerk-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35031 vrijstelling? Ik weet dat Duitsland verschillende afspraken heeft metverschillende buurlanden, maar hier is er blijkbaar 34 dagen uit gekomen.Zet Nederland nog in op een verdere verruiming? Ten aanzien van Belgiëkomt het verdrag naar het parlement toe. Betekent dat dan dus ook dathet belastingverdrag op korte termijn in werking kan treden?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ja, als wij het naar het parlement sturen, treedt het volgens mij kortdaarna toch ook in werking, mits jullie daarmee akkoord zijn? Hoe het zitaan de Belgische kant weet ik eigenlijk niet. Dat gaan we even uitzoeken.Je zou zeggen van wel, toch? Maar goed, dat zoeken we uit. Wat betreftdie 34 dagen wil ik wel iets meer tekst en uitleg geven. Ik ben van meningdat er twee soorten grenswerkers zijn, ook al hebben we het altijd over«grenswerkers» of «cross-border werkers». Daar zit wel een probleem in,want de problematiek van iemand die elke dag de grens overgaat, is eenander soort problematiek dan die van iemand die in principe thuis zijnlaptop opendoet. Ik moet wel zeggen: als je over «grenswerkers» praat,heb je het over de totale groep, in fiscale context. Dat helpt niet in degesprekken. Die 34 dagen is een compromisvoorstel. Nederland heefthoger ingezet. Laat helder zijn waar wij staan. Als je kijkt naar alleafspraken met de ruwweg tien landen om Duitsland heen, dan zie je dat34 geen gekke afspraak is, vanwege het feit dat ze dat eigenlijk vakerhanteren als getal. Ze hebben hier en daar wat bijzondere afspraken. Er iseen bijzondere afspraak tussen een speciale provincie in Oostenrijk en eenspeciale provincie in Duitsland. Binnen die grensregio hebben zebijzondere afspraken gemaakt. Ze zitten daar natuurlijk ook met verschil-lende Bundeslanden. Ze hebben wat dat betreft een veel ingewikkeldereomgeving om afspraken in te maken. Polen is bijvoorbeeld een ander landdan Luxemburg, om maar even een dwarsstraat te noemen. Mijn insteekis om specifiek bij de Duitsers begrip te vragen voor het feit dat wij in diezin anders zijn. Er zijn vooral heel veel Nederlanders die net in Duitslandwonen en bij een Nederlands bedrijf werken, en gewoon thuis even hunlaptop willen openklappen en daar willen werken.In de context met Duitsland, maar ook met andere landen om ons heen,waaronder België en Luxemburg, zetten wij op het volgende in. Ik zou hetmooi vinden als we de dagengrens zouden kunnen vastplakken aan dievan de sociale zekerheid. Ik vind het eigenlijk gek dat het nog niet gebeurdis. Het andere punt is de handhaving, met name als het gaat om thuis-werken in een ander land. Ik ken geen land in Europa waar mensen thuisgecontroleerd worden op hun arbeidsstatus op dat moment. Het is dusook een hele rare discussie, want er is geen Arbeidsinspectie die komtaanbellen met de vraag of u vandaag aan het thuiswerken bent. Het is dusecht wel een gekke discussie waar je moeilijk uit komt. De Duitse enNederlandse belangen zijn een stuk homogener dan de Duitse belangenten opzichte van allerlei verschillende landen.Er zijn ook landen waar het helemaal geen probleem is. NeemDenemarken: er liggen weinig grote steden in de buurt van de grenstussen Denemarken en Duitsland. Het is een heel klein, smal stukje grens.Er wonen echt heel weinig Denen in Duitsland die in Denemarken werkenen andersom, alleen al vanwege het feit dat het geografisch gewoon watanders ligt dan Nederland. Limburg en de regio Enschede zijn gewoonecht uitdagingen, want daar bestaat de grens bijna niet. Dat wou ik ereven over zeggen. Mijn insteek is dat dit eigenlijk meer moet worden.Voorzitter, we gaan naar het laatste onderwerp, uw favoriet: overig. Ik hebmaar één vraag in dat mapje zitten, dus u wordt hier vast blij van. Het iseen vraag van de heer Stultiens. Hij vraagt of ik kan toezeggen datNederland zich blijft inzetten voor transparantie bij de onderhandelingenover het VN-raamwerkverdrag voor internationale belastingsamen-werking. Ik hecht veel waarde aan transparantie over de onderhande-lingen over het VN-raamwerkverdrag. De onderhandelingen zijn een doorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35032 VN-lidstaten geleid proces. Wij hebben ons daarom ook ingezet voordeelname van stakeholders. Ik ben tevreden dat stakeholders bij alleplenaire vergaderingen aanwezig kunnen zijn en spreektijd krijgen.Daarnaast worden door het VN-secretariaat stakeholderbriefingsgeorganiseerd om hen mee te nemen in wat er bij informele vergade-ringen wordt besproken. Ook kunnen zij input leveren op de documentendie worden geproduceerd door het secretariaat. Daarmee denk ik dat hetproces transparant is. Daar blijf ik mij uiteraard ook voor inzetten.De voorzitter:Dat was toch... O, sorry. Ik dacht dat u al klaar was.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ik wilde zeggen dat ik klaar was.De voorzitter:Het waren toch heel wat meer vragen dan ik op mijn netvlies had. U heefthet anderhalf uur bijna volgepraat, maar met hele zinvolle, goede dingen,denk ik. Ik denk dat het een goed overleg was.We gaan nu naar de tweede termijn. Daar ga ik gelijk maar even meedoor. Ik begin weer bij mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank je wel, voorzitter. Ik ga het heel kort houden. Dank aan de Staatsse-cretaris voor de beantwoording. Ik denk dat ik ook mijn dank moetuitspreken aan de ambtenaren voor de goede voorbereiding. Volgens mijwaren het goede antwoorden. Ik kan daar in ieder geval mee verder. Ikvind het goed dat het debat vandaag heeft plaatsgevonden, ondanks debeperkte opkomst. Maar zo blijven we, denk ik, wel bij met wat er speelten wat er gaat komen. Ik ga dat meenemen naar volgende debatten.Daar wil ik het bij laten.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Kouwenhoven.De heer Kouwenhoven (NSC):Dank u wel, voorzitter. Het mag duidelijk zijn: grote multinationals enextreem vermogende particulieren moeten ook gewoon eerlijk belastingbetalen. Hiervoor hebben we wat te doen, zowel binnenlands alsinternationaal. Ik waardeer de inzet van de Staatssecretaris en de bereikteresultaten, die zich onder andere vertalen in de verbeterde positie op deinternationale ranglijsten. Dat laat zien dat er stappen worden gezet omNederland niet langer als een fiscaal paradijs te positioneren.Maar internationale problemen lossen we wat mij betreft bij voorkeurinternationaal op. Dat geldt zeker voor de aanpak van belastingontwijking.Tegelijkertijd is stilzitten geen optie als de internationale voortgang stopt.De wereld is in beweging en de fiscale beleidsvorming kan zich daar nietvan losmaken. Tegelijkertijd is draagvlak daarin essentieel, gezien decontext ervan. Ik zie dan dus ook heel erg uit naar de technische briefingsen de brieven die nog naar de Kamer komen en toegezegd zijn. Wat mijbetreft is de internationale fiscaliteit zodanig complex dat niet alleen dewaardering groot is, maar dat ik ook echt hoop dat er meer collega’saansluiten. We hebben een open economie. Het vraagt een zorgvuldig entransparant proces.Voorzitter. Nieuw Sociaal Contract staat pal voor een geloofwaardig eneen rechtvaardig stelsel. Ik waardeer de inspanning die zowel deStaatssecretaris als de ambtenaren op de achtergrond hiervoor leveren.De voorzitter:Dank u wel. Dan kom ik bij de heer Stultiens.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35033 De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ook dank voor de uitgebreide en inhoudelijkeantwoorden. Er komen nog een boel interessante onderzoeken aan. Diegaan we allemaal met plezier lezen.Ik denk dat we het er allemaal vandaag over eens zijn dat het de voorkeurheeft dat de internationale route wordt genomen. Daar zijn we het dusover eens. Wat doe je als het lang duurt? Daar zijn de meningen hiergewoon over verdeeld. Je ziet het bij de paar voorbeelden die genoemdzijn, zoals de energiebelasting die nog vier jaar duurt, de Unshell, Pijler 1en Pijler 2. Wat mijn fractie betreft duurt het te lang, hoewel ik er veelvertrouwen in heb dat Nederland zijn steentje bijdraagt. Wij vinden dat jedan inderdaad desnoods alvast met een kopgroepje nationaal stappenmoet zetten. Daarover willen we graag een motie indienen bij hettweeminutendebat dat waarschijnlijk in september zal plaatsvinden.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan kom ik bij de toezeggingen. O, mijn excuus, er zaten inieder geval nog een paar vragen in. Het woord is aan de Staatssecretaris.Ik was te voorbarig en wilde al richting de toezeggingen gaan, maar diekomen zo meteen nadat u uw tweede termijn hebt gehad.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Volgens mij zijn er niet heel veel vragen gesteld, maar er zijn, denk ik, weleen paar dingen te benoemen. Allereerst doen jullie jezelf tekort. Julliezijn de fiscale harde kern, een soort F-side van de Tweede Kamer, dus indie zin is dit, ook met zijn drieën, een goed debat.Alles op het gebied van fiscaliteit duurt lang. Ik ben het met u eens dat hette lang duurt. Ik hoop dat ik u heb kunnen aantonen dat dat niet ligt aande mate van inspanning van Nederland – dan heb ik het echt even overNederland in den brede – maar vooral aan het feit dat dingen in Europaheel langzaam gaan, en dan zijn het ook nog eens een keertje dingen dieje wereldwijd voor elkaar moet boksen. Nederland heeft dus echt eenvoortrekkersrol in allerlei dossiers.Dus ook mijn dank aan alle ambtenaren die me hierbij ondersteunen. Ookvandaag weer luisteren er meer dan tien ambtenaren mee die hierdagelijks mee bezig zijn, dus alle lof en hulde voor hun werk.Over de doelstellingen hoor ik u eigenlijk alle drie wel zeggen dat hetbelangrijk is om de integriteit van ons belastingsysteem nationaal eninternationaal te waarborgen. «Pay your fair share» is een principe dat bijelke partij draagvlak heeft, en zo ook bij mij.Daar wilde ik het graag bij laten.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik even naar de toezeggingen die de Staatssecretarisheeft gedaan. Als het niet klopt, dan hoor ik het graag.–Ten aanzien van de aanpassingen van Pijler 2 informeert de Staatsse-cretaris de Kamer nader over de aanpassing van tax credits, na afloopvan de lopende onderhandelingen.–De Staatssecretaris zal ten aanzien van de vormgeving en invoeringvan een digitaledienstenbelasting de Kamer informeren over dedilemma’s op dit vlak.–De Staatssecretaris zal in aanloop naar de augustusbesluitvorming devraag meenemen of infrastructurele projecten kunnen wordenmeegenomen bij het tegengaan van onwenselijke constructies.–De Staatssecretaris zal ten aanzien van de toepassing van hetarm’s-lengthbeginsel de Kamer nader informeren over de rechtszakenhierover, in de aangekondigde Kamerbrief van na de zomer.Zit er ergens een omissie in wat hier genoteerd is?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35034 Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Gisteren waren het ook érg gedetailleerde toezeggingen, dus we zitteneven heel nauwkeurig te luisteren wat het precies allemaal voor conse-quenties heeft. De link met de Miljoenennota zag ik bijvoorbeeld evenniet. Die eerste ging ook vrij snel. Volgens mij heb ik in mijn spreektekstgewoon een aantal zaken genoemd en heb ik die ook in de tijd geplaatst inbrieven die al gepland staan. Ik vraag me af of dat dan een toezeggingmoet zijn in het toezeggingenregister. Tegelijkertijd ga ik het ook gewoondoen.De voorzitter:Wilt u graag dat ik de eerste eventjes herhaal, Staatssecretaris?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Sorry?De voorzitter:Zal ik de eerste even herhalen voor de duidelijkheid?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ja.De voorzitter:Hier staat het volgende genoteerd.–De Staatssecretaris zal ten aanzien van de aanpassing van Pijler 2 deKamer na afloop van de lopende onderhandelingen nader informerenover de aanpassing van tax credits.Misschien spreek ik het een en ander verkeerd uit.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Volgens mij heb ik aangegeven dat wij de Tweede Kamer zullen infor-meren wanneer er duidelijkheid is over de side-by-sideoplossing met deVS over Pijler 2. Dat gaat niet specifiek over tax credits. In the biggerscheme zit dat er natuurlijk in, maar dat heeft niet zozeer met tax credits temaken. Ik zou bijna zeggen dat het meer te maken heeft met de lopendeonderhandelingen over dit onderwerp. Wij zullen u volledig informeren.Tax credits zijn daar uiteraard een onderdeel van. Misschien maakt «taxcredits» het een beetje verwarrend, dus ik zou dat vooral weglaten.De voorzitter:We gaan de toezegging aanpassen naar hoe de Staatssecretaris het zegt.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik vind het punt van de tax credits heel relevant. Wat mij betreft wordt erergens tussen haakjes achter gezet: onder andere inzake tax credits.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ik vind het helemaal gezegend.De voorzitter:Dan gaan we het niet verwijderen, maar «onder andere» erbij zetten, als udaarmee akkoord bent.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ja, prima. Maar het gaat vooral om de onderhandelingen en dat we deuitkomsten daaruit delen. Ik denk dat het goed is dat het parlement wordtgeïnformeerd over de oplossing die nu internationaal klaargekookt wordt.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35035 Ik heb nog twee puntjes op de i. Ik heb er alle vertrouwen in dat er goed ismeegeschreven, maar bij de digitaledienstenbelasting wordt er gekekennaar dilemma’s, maar ook naar wat andere landen doen en wat wedaarvan kunnen leren. Bij de verrekenprijzen wordt er gekeken naar derechtszaken en eventuele boetes en of de optelsom daarvan is dat heteffectief is. Dat is voor de Kamer ook nuttig om te weten, maar volgensmij is dat...Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Exact. Zo hebben we dat besproken.De voorzitter:Dan kom ik bij de een-na-laatste toezegging.–De Staatssecretaris zal ten aanzien van de vereenvoudiging enefficiëntie van verplichtingen uit de DAC-richtlijnen bij de evaluatieaandacht besteden aan wat is ingezet en wat daarmee is bereikt.Moet ik ’m herhalen? Ja.–De Staatssecretaris zal ten aanzien van de vereenvoudiging enefficiëntie van verplichtingen uit de DAC-richtlijnen bij de evaluatieaandacht besteden aan wat is ingezet en wat daarmee is bereikt.Dan kom ik bij de laatste toezegging.–De Staatssecretaris zal ten aanzien van de introductie van een trailingtax in de inkomstenbelasting later dit jaar onderzoek met de Kamerdelen.Die klopt? Ja. Ik krijg de indruk dat de Staatssecretaris nog een opmerkingwil maken.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ja. Ik wil nog een opmerking maken over de rechtszaken. Het is wel goedom te benoemen dat wij natuurlijk niet ingaan op individuele gevallen,vanwege de fiscale geheimhoudingsplicht. Wij zullen dus ingaan op hoede handhaving precies zit en aan u aangeven hoe we het beoordelen,binnen de geheimhoudingsbandbreedtes die ik helaas heb.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dat is terecht. De regels zijn zoals die zijn. Daar hebben we ook nog eendiscussie over te voeren, maar dat komt bij een volgend debat. Volgensmij kan na het uitzoomend kijken wel gedeeld worden hoeveel boetes erzijn uitgedeeld en wat de macrobedragen zijn. Het helpt ook al als deKamer dat weet.De voorzitter:De toezeggingen hebben we nu gehad. Ik zou willen afsluiten met deopmerking dat de heer Stultiens een tweeminutendebat heeft aange-vraagd. Ik kijk even naar de klok en zie dat het net 16.20 uur is geweest.Hiermee sluit ik de vergadering over internationale fiscaliteit. Ik wens uverder een goede vergaderdag toe.Sluiting 16.23 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 087, nr. 35036

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 49f6735e27443f13

14 okt 2026 · 288bb8efd6a001bb

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingInternationale fiscaliteit
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 juli 2025, over Internationale fiscaliteit

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.