Verslag van een schriftelijk overleg over de uitgangspunten voor de subsidieregeling voor grote restauraties (Kamerstuk 32820-556)
Brontekst
Versie dfdd4a95118e2126 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 820Nieuwe visie cultuurbeleidNr. 562 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 14 januari 2026 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap over de brief van 3 oktober 2025 over Uitgangs-punten subsidieregeling voor grote restauraties (Kamerstuk 32 820,nr. 556).De vragen en opmerkingen zijn op 10 december 2025 aan de Minister vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgelegd. Bij brief van 14 januari2026 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,BrometAdjunct-griffier van de commissie,Thiel kst-32820-562ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5621 I Vragen en opmerkingen uit de fracties Inbreng van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de uitgangs-punten van de subsidieregeling voor grote restauraties. Deze ledenhebben op het moment geen vragen.Inbreng van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de uitgangs-punten van de subsidieregeling voor grote restauraties en de uitvoeringvan de motie van de leden Mohandis en Beckerman1 en hebben daarovernog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie hechten eraan dat publiek geld doelmatigwordt besteed en delen met de Minister dat de genoemde middeleneerlijk en transparant worden besteed. Deze leden lezen dat er in het gevalvan overvraag een selectie zal moeten plaatsvinden. Zij zijn benieuwdnaar de kaders voor selectie. Kan de Minister daarover al een richtingschetsen? Kan de Minister nader toelichten hoe cofinanciering vanuitdecentrale overheden hierin een plaats heeft? De leden van de VVD-fractievragen zich ook af hoe de eigen financiële draagkracht van een aanvragerwordt meegewogen in het toekennen van een subsidie.Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met verbazing kennisge-nomen van de onderhavige brief. De Minister trekt een eenmalig bedragvan € 45 miljoen uit voor de restauratie van rijksmonumenten die niet alswoonhuis worden aangemerkt. Nu verscheen in 2024 in opdracht van deMinister het tussenrapport Onderzoek restauratieopgave niet-woonhuis-rijksmonumenten2, waarin werd gesteld dat de komende tien jaar€ 770 miljoen extra nodig is voor restauraties van rijksmonumenten diegeen woonhuis zijn. Hoe verklaart de Minister de kloof tussen hetbenodigde bedrag en het bedrag dat hij ervoor uittrekt? Betreft het ookmaar iets meer dan een druppel op een gloeiende plaat? Vindt de Ministerdat hij hiermee nog voldoende recht doet aan de geest van de motie vande leden Wuite en Van der Graaf3? Waar blijft de strijd van dit kabinet voorbehoud van rijksmonumenten die in de problemen komen? Erkent deMinister dat dit niet alleen een verantwoordelijkheid is van lagereoverheden, maar ook de Rijksoverheid in positie moet komen bijrijksmonumenten die moeten worden gerenoveerd? Wat is de ambitie vandeze Minister bij het behoud van cultureel erfgoed?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen ons cultureel erfgoedbehouden voor toekomstige generaties en investeren in restauratie,verduurzaming en behoud van monumenten en historische gebouwen.Museum Prinsenhof in Delft vormt hiervan bij uitstek een treffendvoorbeeld. Het betreft immers een Top 100-rijksmonument dat dringendaan restauratie toe is, dat zeven vensters toont vanuit de Canon vanNederland over vijf tijdvakken, waaronder het verhaal van Willem vanOranje en het ontstaan van Nederland zoals we het vandaag de dagkennen. De Kamer heeft met het aannemen van de motie van de ledenMohandis en Beckerman4 de Minister gevraagd om zich tot het uiterste in1Kamerstuk 32 820, nr. 548.2Kamerstuk 32 156, nr. 127.3Kamerstuk 31 511, nr. 62.4Kamerstuk 32 820, nr. 548.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5622 te spannen om een deel van de nieuwe subsidieregeling nog dit jaar in tezetten om de restauratie van dit nationale cultureel erfgoed via eeneenmalige bijdrage te steunen, maar de Minister parafraseert nu de uitlegwaarom hij de motie destijds had ontraden: hij verwees al naar andererijksmonumenten, naast Museum Prinsenhof, die een grote restauratie-opgave hebben en stelde dat een subsidieregeling met helderevoorwaarden en criteria nodig was om deze opgaven op een eerlijke entransparante manier te bedienen5. Met deze woorden heeft de Minister deKamer echter niet weten te overtuigen. Waarom weigert de Minister eenzo breed door de Kamer gesteunde motie nu uit te voeren? Hoe serieusneemt deze demissionaire Minister van een kabinet met een uiterst smallebasis de Kamer nog, nu hij blijft volharden in een herhaling van zetten?De leden van de GroenLinks-PvdA fractie constateren dat er al vanaf begin2022 intensief contact is tussen Museum Prinsenhof Delft en het Minis-terie van OCW voor een eventuele bijdrage aan de restauratie enrenovatie van het Prinsenhof. Ook hebben tal van andere partijen – van degemeente Delft, de Provincie Zuid-Holland, de VriendenLoterij, tot veleandere fondsen, particulieren en bedrijven – een bijdrage toegezegd. Hetministerie ontweek echter een definitieve beslissing, terwijl achtereenvol-gende Staatssecretarissen en Ministers niettemin wel het urgenteprobleem voor restauraties van grote monumenten erkenden, waarvanhet Prinsenhof als hét voorbeeld steeds werd aangehaald. Minister Bruinsstelde uiteindelijk in de zomer 2025 – in reactie op het rapport Hylkema-Fenicks6 – een regeling in het vooruitzicht waarbij hij – in eigen woorden –het Prinsenhof «in gedachten» had. Het Ministerie van OCW liet op26 november 2025 de wethouder Cultuur van de gemeente Delft wetendat het Prinsenhof toch geen geld krijgt. Hoe zou de Minister, kijkend naarde lange voorgeschiedenis in deze tijdslijn, het optreden van zijndepartement bij nader inzien kenschetsen?De Minister beroept zich op rechterlijke uitspraken dat bij de verdeling vansubsidies gelijke kansen moeten worden geboden om aanspraak te makenop subsidie. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of dezeuitspraken dan ook soms uitsluiten dat men ongelijke gevallen ongelijkzou mogen behandelen. Klopt het beeld dat de Minister nu geenprecedent wil scheppen? Is hij zich dan ervan bewust dat er in het recenteverleden al meer van dergelijke zogenoemde precedenten zijn geschapen,zoals onlangs bij de restauratie van het aquarium van Artis? Klopt het datDelft is aangemerkt als stad die valt onder de regeling NationaalProgramma Leefbaarheid en Veiligheid en daarbij extra ondersteuningmag verwachten?De Minister ontkent dat er een objectieve rechtvaardiging zou bestaan omMuseum Prinsenhof vooruitlopend op de subsidieregeling via eeneenmalige bijdrage te steunen. De leden Mohandis en Beckerman hebbenbij het indienen van hun motie deze objectieve rechtvaardiging juistgeformuleerd in de overwegingen bij de motie. De restauratie is albegonnen. Iedereen doet mee, behalve het Rijk. Hoe verklaart de Ministerdat hij niet de creativiteit heeft opgebracht om, in de overwegingen bij demotie, een rechtvaardiging te vinden om tegemoet te komen aan de wensvan de Kamer? Is de Minister dan niet doordrongen van de urgentie vande restauratie van het Prinsenhof? Is hij zich niet bewust van de histo-rische waarde van het Prinsenhof en het feit dat Museum Prinsenhof Delftzeven vensters over vijf tijdvakken van de Canon laat zien? Weet hij nietdat hier al sinds 2022 op verschillende niveaus overleg is gevoerd met zijndepartement hierover? Realiseert hij zich niet dat medeoverheden zoals5Handelingen II 2024/25, nr. 112, item 36, blz. 8.6Kamerstuk 32 156, nr. 128.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5623 de gemeente Delft en Provincie Zuid-Holland al volop participeren maarde Rijksoverheid als enige achterblijft? Realiseert hij zich niet dat zijnambtsvoorganger verwachtingen heeft gewekt toen hij in de Kamer zeihet Prinsenhof in gedachte te hebben? Beseft hij niet dat de genoemderegeling voor grote restauraties pas in 2026 in werking kan treden, zodathet Prinsenhof zelf achter het net vist? Welk excuus wil hij aanvoeren omdeze relevante feiten nog langer te negeren?Museum Prinsenhof Delft is al sinds januari 2025 gesloten en topstukkenuit de collectie zijn nu tijdelijk verspreid over musea door het hele land,waarmee het historische beeld verder vergruist, maar inmiddels valt derestauratie stil bij gebrek aan middelen. Miskent de Minister de urgentie?Hoe weegt de Minister de sluiting en verspreiding van de topstukken inhet licht van de waarde van juist dit museum voor ons nationale culturelegeheugen? Moet Nederland er maar genoegen mee nemen om dekogelgaten van de moord op Willem van Oranje dicht te stuken?Inbreng van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de uitgangs-punten subsidieregeling voor grote restauraties. Deze leden zienmomenteel geen reden om aanvullende of verduidelijkende vragen testellen.Inbreng van de leden van de BBB-fractieDe leden van BBB-fractie hebben kennisgenomen van de uitgangspuntensubsidieregeling voor grote restauraties. Deze leden hebben de volgendevragen aan de Minister.De leden van de BBB-fractie hebben gelezen dat groene monumenten eenplek hebben gekregen in de regeling. Deze leden betreuren dat regionaleontmoetingsmonumenten, zoals kerken en andere gebouwen met eenbelangrijke sociale functie, niet zijn meegenomen. Juist deze gebouwenzijn van grote betekenis voor het sociale en culturele leven in dorpen enkleinere steden en dragen in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid vankrimpregio’s en het platteland. Hoe zorgt de Minister ervoor dat dezeregionale ontmoetingsmonumenten niet buiten de boot vallen bij deverdeling van middelen? Ziet de Minister mogelijkheden om, naast groenemonumenten, ook ontmoetingsmonumenten met een regionale functieeen plek te geven binnen de regeling? En zo niet, waarom niet? Kan deMinister alsnog toezeggen dat bij de verdere uitwerking van de regelingexpliciet wordt gekeken naar de impact op regionale identiteit engemeenschapsvorming?II Reactie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ik dank de leden van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur enWetenschap voor hun inbreng en de gestelde vragen. Hieronder ga ik inop de vragen in de volgorde van het verslag.Inbreng van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hechten eraan dat publiek geld doelmatigwordt besteed en delen met de Minister dat de genoemde middeleneerlijk en transparant worden besteed. Deze leden lezen dat er in het gevalvan overvraag een selectie zal moeten plaatsvinden. Zij zijn benieuwdnaar de kaders voor selectie. Kan de Minister daarover al een richtingschetsen? Kan de Minister nader toelichten hoe cofinanciering vanuitdecentrale overheden hierin een plaats heeft? De leden van de VVD-fractieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5624 vragen zich ook af hoe de eigen financiële draagkracht van een aanvragerwordt meegewogen in het toekennen van een subsidie.In de Kamerbrief over de uitgangspunten voor de subsidieregeling groterestauraties heb ik aangegeven uit te zoeken hoe de regeling zo kanworden vormgegeven dat eigen bijdragen en cofinanciering vanuitdecentrale overheden doorslaggevend kunnen zijn bij selectie in het gevalvan overvraag. Hieraan zal invulling worden gegeven door in het gevalvan overvraag te selecteren op basis van aangevraagd subsidieper-centage, en daarmee op de draagkracht van een aanvrager. Eigenarenkrijgen de vraag voor welk subsidiepercentage zij willen aanvragen.Eigenaren die kiezen voor een lager subsidiepercentage krijgen voorrang.Voor eigenaren die vennootschapsbelasting betalen bedraagt hetsubsidiepercentage maximaal 30 procent. Voor alle overige eigenaren enprofessionele organisaties voor monumentenbehoud bedraagt hetsubsidiepercentage maximaal 50 procent. Met deze selectiemethodeontstaat er een prikkel voor eigenaren om zich in te spannen om zelf ookmaximaal bij te dragen en cofinanciering, bijvoorbeeld vanuit decentraleoverheden, bijeen te brengen.Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met verbazing kennisge-nomen van de onderhavige brief. De Minister trekt een eenmalig bedragvan € 45 miljoen uit voor de restauratie van rijksmonumenten die niet alswoonhuis worden aangemerkt. Nu verscheen in 2024 in opdracht van deMinister het tussenrapport Onderzoek restauratieopgave niet-woonhuis-rijksmonumenten7, waarin werd gesteld dat de komende tien jaar€ 770 miljoen extra nodig is voor restauraties van rijksmonumenten diegeen woonhuis zijn. Hoe verklaart de Minister de kloof tussen hetbenodigde bedrag en het bedrag dat hij ervoor uittrekt? Betreft het ookmaar iets meer dan een druppel op een gloeiende plaat? Vindt de Ministerdat hij hiermee nog voldoende recht doet aan de geest van de motie vande leden Wuite en Van der Graaf8? Waar blijft de strijd van dit kabinet voorbehoud van rijksmonumenten die in de problemen komen? Erkent deMinister dat dit niet alleen een verantwoordelijkheid is van lagereoverheden, maar ook de Rijksoverheid in positie moet komen bijrijksmonumenten die moeten worden gerenoveerd? Wat is de ambitie vandeze Minister bij het behoud van cultureel erfgoed?De gezamenlijke ambitie van Rijk en provincies is om het aantalniet-woonhuisrijksmonumenten in matige of slechte staat terug tebrengen tot ongeveer 10%.9 Dat kost – afhankelijk van of dat doel in 2033of in 2040 moet worden bereikt – in totaal € 770 of € 367 miljoen,bovenop de bestaande middelen voor restauratie.10 Bij aanvang van deregeringsperiode heeft het kabinet de budgettaire kaders vastgesteld. Erzijn geen extra middelen beschikbaar gesteld voor grote restauraties,waardoor dekking moest worden gevonden via een zo optimaal mogelijkeinzet van de beschikbare middelen voor monumentenzorg op deOCW-begroting. Met het huidig beschikbare bedrag van € 45 miljoen voorde subsidieregeling grote restauraties kunnen twee aanvraagrondesmogelijk worden gemaakt. Van eigenaren mag redelijkerwijs worden7Kamerstuk 32 156, nr. 127.8Kamerstuk 31 511, nr. 62.9De ratio achter dit percentage is dat er een «werkvoorraad» nodig is voor uitvoerendebedrijven werkzaam in de restauratiebranche. Sinds de publicatie van het Strategisch Plan voorde Monumentenzorg van toenmalig Minister D’Ancona in 1994 is 10 procent restauratieachter-stand het uitgangspunt van beleid.10Hylkema Erfgoed en Fenicks (2024) Onderzoek restauratieopgave 2024–2033 en evaluatierestauratiesubsidies niet-woonhuisrijksmonumenten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5625 verwacht dat zij zelf ook maximaal bijdragen in de restauratiekosten. Meteen subsidiepercentage van maximaal 50 procent gaat het om minimaal€ 90 miljoen aan subsidiabele restauratiekosten. Met de motie van deleden Wuite en Van der Graaf is de regering verzocht om de restauratie-opgave voor groot iconisch erfgoed voor de Voorjaarsnota 2024 aan deKamer te verzenden. Aan dit verzoek is invulling gegeven met deKamerbrief van 4 april 2024.11De subsidieregeling grote restauraties is onderdeel van een breder pakketaan maatregelen die het Rijk neemt gericht op de instandhouding vanrijksmonumenten, zoals gepresenteerd in de Kamerbrief van 2 juni 2025.12Andere maatregelen zijn onder andere een structurele ophoging van demiddelen voor regulier onderhoud in de Subsidieregeling instandhoudingmonumenten (Sim) en het versterken van de fondsen voor laagrentendeleningen bij het Nationaal Restauratiefonds.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen ons cultureel erfgoedbehouden voor toekomstige generaties en investeren in restauratie,verduurzaming en behoud van monumenten en historische gebouwen.Museum Prinsenhof in Delft vormt hiervan bij uitstek een treffendvoorbeeld. Het betreft immers een Top 100-rijksmonument dat dringendaan restauratie toe is, dat zeven vensters toont vanuit de Canon vanNederland over vijf tijdvakken, waaronder het verhaal van Willem vanOranje en het ontstaan van Nederland zoals we het vandaag de dagkennen. De Kamer heeft met het aannemen van de motie van de ledenMohandis en Beckerman13 de Minister gevraagd om zich tot het uiterste inte spannen om een deel van de nieuwe subsidieregeling nog dit jaar in tezetten om de restauratie van dit nationale cultureel erfgoed via eeneenmalige bijdrage te steunen, maar de Minister parafraseert nu de uitlegwaarom hij de motie destijds had ontraden: hij verwees al naar andererijksmonumenten, naast Museum Prinsenhof, die een grote restauratie-opgave hebben en stelde dat een subsidieregeling met helderevoorwaarden en criteria nodig was om deze opgaven op een eerlijke entransparante manier te bedienen14. Met deze woorden heeft de Ministerde Kamer echter niet weten te overtuigen. Waarom weigert de Ministereen zo breed door de Kamer gesteunde motie nu uit te voeren? Hoeserieus neemt deze demissionaire Minister van een kabinet met eenuiterst smalle basis de Kamer nog, nu hij blijft volharden in een herhalingvan zetten?De met brede steun aangenomen motie van de leden Mohandis enBeckerman «verzoekt de regering zich tot het uiterste in te spannen omeen deel van de nieuwe subsidieregeling nog dit jaar in te zetten om derestauratie van dit nationale cultureel erfgoed via een eenmalige bijdragete steunen». Ik heb aan deze motie uitvoering gegeven door nogmaals, enzo grondig mogelijk, juridisch te laten onderzoeken wat de mogelijkhedenhiertoe zijn. Daarbij ben ik opnieuw tot de conclusie gekomen datsubsidieverlening aan Museum Prinsenhof vooruitlopend op de publicatievan de subsidieregeling grote restauraties strijdig is met het gelijkheids-beginsel op basis waarvan iedere eigenaar op basis van helderevoorwaarden en criteria een gelijke kans moet hebben op subsidie.De leden van de GroenLinks-PvdA fractie constateren dat er al vanaf begin2022 intensief contact is tussen Museum Prinsenhof Delft en het Minis-terie van OCW voor een eventuele bijdrage aan de restauratie en11Kamerstuk 32 156, nr. 127.12Kamerstuk 32 156, nr. 140.13Kamerstuk 32 820, nr. 548.14Handelingen II 2024/25, nr. 112, item 36, blz. 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5626 renovatie van het Prinsenhof. Ook hebben tal van andere partijen – van degemeente Delft, de Provincie Zuid-Holland, de VriendenLoterij, tot veleandere fondsen, particulieren en bedrijven – een bijdrage toegezegd. Hetministerie ontweek echter een definitieve beslissing, terwijl achtereenvol-gende Staatssecretarissen en Ministers niettemin wel het urgenteprobleem voor restauraties van grote monumenten erkenden, waarvanhet Prinsenhof als hét voorbeeld steeds werd aangehaald. Minister Bruinsstelde uiteindelijk in de zomer 2025 – in reactie op het rapport Hylkema-Fenicks15 – een regeling in het vooruitzicht waarbij hij – in eigen woorden– het Prinsenhof «in gedachten» had. Het Ministerie van OCW liet op26 november 2025 de wethouder Cultuur van de gemeente Delft wetendat het Prinsenhof toch geen geld krijgt. Hoe zou de Minister, kijkend naarde lange voorgeschiedenis in deze tijdslijn, het optreden van zijndepartement bij nader inzien kenschetsen?In de jaren 2023 en 2024 is er een verkenning uitgevoerd naar hetfinancieringsstelsel voor de monumentenzorg. In juni 2024 is de Kamergeïnformeerd over de uitkomsten hiervan.16 Verder heeft de Kamer na heterfgoeddebat van 17 oktober 2024 twee moties aangenomen over definanciering van de monumentenzorg.17 Op basis van de uitkomsten vande verkenning en de moties van uw Kamer is een maatregelenpakketontwikkeld gericht op de financieringsproblematiek bij grote rijksmonu-menten. Hierover is de Kamer op 2 juni 2025 geïnformeerd. De subsidiere-geling grote restauraties vormt een belangrijk onderdeel van dit maatre-gelenpakket. In de brief van 3 oktober 2025 is de Kamer vervolgensgeïnformeerd over de uitgangspunten van de subsidieregeling groterestauraties. Met deze stappen is sprake geweest van een zorgvuldig entransparant proces.Een belangrijk uitgangspunt voor de regeling is dat iedere eigenaar opbasis van heldere voorwaarden en criteria een gelijke kans moet hebbenop subsidie. Verder komen alleen de restauratiekosten voor subsidie inaanmerking. Uiteraard heb ik begrip voor de urgentie, maar het is dekeuze van de gemeente als eigenaar geweest om vooruitlopend op deopenstelling van de regeling en besluitvorming over toekenning al testarten met de verbouwingswerkzaamheden.De Minister beroept zich op rechterlijke uitspraken dat bij de verdeling vansubsidies gelijke kansen moeten worden geboden om aanspraak te makenop subsidie. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of dezeuitspraken dan ook soms uitsluiten dat men ongelijke gevallen ongelijkzou mogen behandelen. Klopt het beeld dat de Minister nu geenprecedent wil scheppen? Is hij zich dan ervan bewust dat er in het recenteverleden al meer van dergelijke zogenoemde precedenten zijn geschapen,zoals onlangs bij de restauratie van het aquarium van Artis? Klopt het datDelft is aangemerkt als stad die valt onder de regeling NationaalProgramma Leefbaarheid en Veiligheid en daarbij extra ondersteuningmag verwachten?Ik hecht aan een zorgvuldig en transparant proces als het gaat om deverdeling van schaarse subsidiemiddelen. Daarnaast moet vanuit hetgelijkheidsbeginsel iedere eigenaar op basis van heldere voorwaarden encriteria een gelijke kans worden geboden op subsidie. Naast Prinsenhofzijn er verschillende andere eigenaren van grote monumenten die temaken hebben met een urgente restauratieopgave en/of verbouwings-opgave. Om al deze partijen een eerlijke kans te bieden, wordt er gewerkt15Kamerstuk 32 156, nr. 128.16Kamerstuk 32 156, nr. 128.17Kamerstuk 32 156, nrs. 134 en 139.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5627 aan een open subsidieregeling op basis van heldere voorwaarden, zoalsook bepleit door de sector zelf en de provincies. Ook de bijdrage die in2023 is toegekend aan de restauratie van het Artis Aquarium wasonderdeel van een zorgvuldig traject dat is doorlopen met provincies. Aanprovincies is daarbinnen gevraagd om op basis van een aantal criteriavoorstellen te doen voor restauratieopgaven die realiseerbaar warenbinnen het beschikbare budget. Naast het Artis Aquarium is toen ook aandrie andere urgente restauratieopgaven subsidie toegekend. Over deuitkomsten van dit traject is de Kamer op 26 september 2023 geïnfor-meerd.18Delft-West is een van de 20 stedelijk focusgebieden die vallen onder hetNationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Dit programmaondersteunt op verschillende manieren deze 20 gebieden waar multipro-blematiek aan de orde is. Museum Prinsenhof ligt niet in het betreffendegebied.De Minister ontkent dat er een objectieve rechtvaardiging zou bestaan omMuseum Prinsenhof vooruitlopend op de subsidieregeling via eeneenmalige bijdrage te steunen. De leden Mohandis en Beckerman hebbenbij het indienen van hun motie deze objectieve rechtvaardiging juistgeformuleerd in de overwegingen bij de motie. De restauratie is albegonnen. Iedereen doet mee, behalve het Rijk. Hoe verklaart de Ministerdat hij niet de creativiteit heeft opgebracht om, in de overwegingen bij demotie, een rechtvaardiging te vinden om tegemoet te komen aan de wensvan de Kamer? Is de Minister dan niet doordrongen van de urgentie vande restauratie van het Prinsenhof? Is hij zich niet bewust van de histo-rische waarde van het Prinsenhof en het feit dat Museum Prinsenhof Delftzeven vensters over vijf tijdvakken van de Canon laat zien? Weet hij nietdat hier al sinds 2022 op verschillende niveaus overleg is gevoerd met zijndepartement hierover? Realiseert hij zich niet dat medeoverheden zoalsde gemeente Delft en Provincie Zuid-Holland al volop participeren maarde Rijksoverheid als enige achterblijft? Realiseert hij zich niet dat zijnambtsvoorganger verwachtingen heeft gewekt toen hij in de Kamer zeihet Prinsenhof in gedachte te hebben? Beseft hij niet dat de genoemderegeling voor grote restauraties pas in 2026 in werking kan treden, zodathet Prinsenhof zelf achter het net vist? Welk excuus wil hij aanvoeren omdeze relevante feiten nog langer te negeren?Naar aanleiding van de aangenomen motie heb ik nogmaals grondigonderzocht wat de mogelijkheden zijn om Prinsenhof via een eenmaligebijdrage te ondersteunen. Daarbij ben ik, zoals gezegd, opnieuw tot deconclusie gekomen dat het steunen van Prinsenhof strijdig is met hetgelijkheidsbeginsel op basis waarvan iedere eigenaar op basis vanheldere voorwaarden en criteria een gelijke kans moet hebben opsubsidie. Naast Prinsenhof zijn er verschillende andere eigenaren vangrote monumenten die te maken hebben met een urgente restauratie-opgave en/of verbouwingsopgave. Bovendien wordt vanuit het Rijk reedscirca € 2 miljoen bijgedragen aan de verbouwing. Via de Subsidieregelinginstandhouding monumenten (Sim) is circa € 0,5 miljoen beschikbaargesteld en vanuit de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijkvastgoed (DUMAVA) heeft Prinsenhof € 1,5 miljoen toegekend gekregen.Mijn ambtsvoorganger heeft Prinsenhof in het Commissiedebat Cultuurvan 12 juni 2025 genoemd als voorbeeld van een grote restauratieopgave.Daarnaast is in hetzelfde debat duidelijk benoemd dat de regeling goedmoet worden doordacht en dat er sprake moet zijn van een zorgvuldigproces. Het is de keuze van de gemeente als eigenaar geweest om18Kamerstuk 32 156, nr. 124.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5628 vooruitlopend op de openstelling van de regeling en besluitvorming overtoekenning al te starten met de verbouwingswerkzaamheden.Museum Prinsenhof Delft is al sinds januari 2025 gesloten en topstukkenuit de collectie zijn nu tijdelijk verspreid over musea door het hele land,waarmee het historische beeld verder vergruist, maar inmiddels valt derestauratie stil bij gebrek aan middelen. Miskent de Minister de urgentie?Hoe weegt de Minister de sluiting en verspreiding van de topstukken inhet licht van de waarde van juist dit museum voor ons nationale culturelegeheugen? Moet Nederland er maar genoegen mee nemen om dekogelgaten van de moord op Willem van Oranje dicht te stuken?Net als veel andere opgaves is ook de restauratie van Prinsenhof urgenten vertelt Prinsenhof net als veel andere rijksmonumenten een belangrijkverhaal over onze geschiedenis. Daarom werk ik aan een subsidieregelingwaarvoor iedere eigenaar die aan de subsidievoorwaarden voldoet demogelijkheid heeft een aanvraag in te dienen. Met het delen van deconclusie dat een eenmalige bijdrage (bovenop de reeds verleenderijksbijdrage van € 2 miljoen) niet tot de mogelijkheden behoort, heb ik degemeente duidelijkheid geboden en is de afweging hoe verder te gaanmet de verbouwing aan hen.Inbreng van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben gelezen dat groene monumenten eenplek hebben gekregen in de regeling. Deze leden betreuren dat regionaleontmoetingsmonumenten, zoals kerken en andere gebouwen met eenbelangrijke sociale functie, niet zijn meegenomen. Juist deze gebouwenzijn van grote betekenis voor het sociale en culturele leven in dorpen enkleinere steden en dragen in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid vankrimpregio’s en het platteland. Hoe zorgt de Minister ervoor dat dezeregionale ontmoetingsmonumenten niet buiten de boot vallen bij deverdeling van middelen? Ziet de Minister mogelijkheden om, naast groenemonumenten, ook ontmoetingsmonumenten met een regionale functieeen plek te geven binnen de regeling? En zo niet, waarom niet? Kan deMinister alsnog toezeggen dat bij de verdere uitwerking van de regelingexpliciet wordt gekeken naar de impact op regionale identiteit engemeenschapsvorming?In algemene zin geldt dat veel rijksmonumenten bijzondere gebouwen zijnen medebepalend zijn voor de lokale of regionale identiteit. Alle rijksmo-numenten die niet als woonhuis worden aangemerkt kunnen inaanmerking komen voor deze regeling, als ze voldoen aan devoorwaarden.19 Dat geldt voor rijksmonumentale kerken, maar ook voorandere rijksmonumentale openbare gebouwen. Wel moet er sprake zijnvan een grote restauratie met minimaal € 2,5 miljoen aan subsidiabelerestauratiekosten. In het geval van overvraag zal er selectie plaatsvindenop basis van aangevraagd subsidiepercentage. Eigenaren die kiezen vooreen lager subsidiepercentage krijgen voorrang. Een hogere eigen bijdrageinclusief beschikbare cofinanciering wordt dus beloond. Voor eigenarenvan gebouwen die sterk verbonden zijn met de regionale identiteit zal hetnaar verwachting gemakkelijker zijn om cofinanciering bijeen te brengen.19Hierbij kan het zowel om gebouwde als om groene rijksmonumenten gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5629
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.