KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de impactanalyse SEO naar gevolgen uitbreiding reclamemogelijkheden Ster (Kamerstuk 32827-372)

21 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ff6ee9ec7bb949b0 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 827Toekomst mediabeleidNr. 378 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 21 januari 2026 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap over de brief van 3 oktober 2025 inzake deImpactanalyse SEO naar gevolgen uitbreiding reclamemogelijkheden Ster(Kamerstuk 32 827, nr. 372).De vragen en opmerkingen zijn op 11 december 2025 aan de Minister vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgelegd. Bij brief van 21 januari2026 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,BrometAdjunct-griffier van de commissie,Bosnjakovic kst-32827-378ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 3781 Inhoudblz.IVragen en opmerkingen uit de fracties2•Inbreng van de leden van de D66-fractie2•Inbreng van de leden van de VVD-fractie2•Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3•Inbreng van de leden van de CDA-fractie4•Inbreng van de leden van de BBB-fractie5•Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractie6IIReactie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap7 I Vragen en opmerkingen uit de fracties Inbreng van de leden van de D66-fractieMet interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van deonderhavige brief. Deze leden hebben geen verdere vragen.Inbreng van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deimpactanalyse over de verruiming van reclamemogelijkheden voor deSter en willen de onderzoekers danken voor hun analyse. Deze ledenconstateren dat het rapport een goed beeld schetst van de Nederlandseadvertentiemarkt en de mogelijke neveneffecten die het gevolg kunnenzijn van reclameverruiming door Ster. Het mag geen verrassing zijn datdeze leden grote zorgen hebben over de marktverstoring die dreigt teontstaan wanneer de publieke omroep zijn reclameactiviteiten verder maguitbreiden. Deze leden hebben daarom nog enkele vragen.Publieke omroep en reclameDe leden van de VVD-fractie vinden dat de publieke omroep in de kern een(publieke) taak heeft die draait om het verstrekken van onafhankelijkeinformatie en programma’s rondom cultuur en educatie. Deze ledenvinden het niet wenselijk dat de publieke omroep steeds verder decommerciële advertentiemarkt binnen zou treden. Dat geldt temeervolgens deze leden omdat, zoals zij ook in de impactanalyse lezen, ditvooral leidt tot verschuiving van de bestaande omzet. Zij vragen deMinister of hij de opvatting deelt dat de publieke omroep geen onnodigeconcurrentieverstorende rol mag spelen. In hoeverre sluit hij hetverruimen van reclamemogelijkheden uit als optie, zo vragen deze leden.Reclamemogelijkheden SterDe leden van de VVD-fractie lezen in de onderhavige stukken dat eenverruiming van de reclamemogelijkheden van de Ster naar verwachtingzou leiden tot € 14 tot 24 miljoen extra omzet. Deze leden constateren dateventuele hogere inkomsten van de Ster vooral ten koste zouden gaanvan Nederlandse commerciële mediapartijen, zowel lineair maar vooralonline. Deze leden vragen de Minister of hij met deze leden van mening isdat dit onwenselijk is. Deze leden constateren dat de commerciëlemediabedrijven reeds opereren in een markt die al onder druk staat doordominante buitenlandse digitale platforms. Deze platforms trokken in2024 al ruim 80% van de digitale advertentiemarkt naar zich toe. Zijvragen de Minister of hij de Nederlandse markt voldoende weerbaar achttegen deze (met name) Amerikaanse techbedrijven. Welke risico’s ziet deMinister hier en welke initiatieven lopen hier al, zo vragen deze leden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 3782 Tegen deze achtergrond merken de leden van de VVD-fractie op hetonhandig te vinden dat de overheid zelf de concurrentiedruk op Neder-landse private partijen verder op zou voeren door de NPO1 toe te staanzijn reclamemogelijkheden online uit te breiden. In dat licht constaterendeze leden dat de Minister de NPO eerder opgeroepen heeft om debestaande reclamemogelijkheden zo veel als mogelijk te benutten. Zijvinden het ongelukkig dat de Minister daartoe oproept, maar constaterenmet hem dat de Ster verschillende reclamemogelijkheden op dit momentniet benut, waaronder reclameblokken rondom online audio-aanbod. Dezeleden zijn van mening dat het reeds geldende reclameverbod oponlinestreamingvideo uitgebreid zou moeten worden naar het onlineaudio-aanbod en vragen de Minister hoe hij dat ziet.Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien met lede ogen dat depublieke omroep onder grote druk staat, want naast vrijheid van menings-uiting zijn onze taal, kunst en cultuur gebaat bij een volwaardig publiekbestel. Deze leden hebben met belangstelling kennisgenomen van hetrapport van SEO met de impactanalyse naar de gevolgen van eenuitbreiding van de reclamemogelijkheden voor de Ster. De leden van dezefractie willen de commercialisering van de publieke omroep tegengegaanen zouden bij voorkeur de reclamezendtijd op de publieke omroep op tv,radio en online aan banden leggen. De reclamezendtijd op de publiekeomroep zouden zij het liefst terugbrengen tot maximaal 5% van de totalezendtijd en rondom de kinderprogramma’s helemaal geen reclame meerlaten uitzenden. In hoeverre deelt de Minister deze wensen? In dit verbandwijzen zij ook op het amendement van het lid Stultiens2 dat beoogt omniet alleen alle onderwijsbezuinigingen, maar ook de bezuinigingen opmediabeleid te schrappen.Tegelijkertijd zien de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat eenKamermeerderheid met het aannemen van het amendement van het lidBontenbal c.s.3 de NPO meer ruimte geeft om (online) reclameop-brengsten te genereren, maar hieraan een extra bezuiniging koppelt van€ 50 miljoen op de rijksmediabijdrage voor de landelijke publieke omroep.Wat betekent zo’n bezuiniging voor de onafhankelijkheid en pluriformiteitvan de publieke mediadienst als een onmisbaar onderdeel van onsdemocratisch bestel, zo vragen deze leden.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat het onderzoekvan SEO echter laat zien dat het niet realistisch is dat uit een verruimingvan de (online) reclamemogelijkheden een bedrag van € 50 miljoengehaald kan worden zoals het amendement van het lid Bontenbal c.s.vraagt: verruiming van de reclamemogelijkheden bij lineaire televisie (van8% naar 10%) kan volgens de onderzoekers zo’n € 5 tot 6 miljoenopleveren, onder de aanname dat de deelmarkt voor lineaire televisie innominale termen stabiel blijft. Additionele reclame-inkomsten voor delandelijke publieke omroep kunnen met name komen uit het onlinedomein. De Minister kiest er echter niet voor om reclame bij onlinevideo-aanbod op de kanalen van de landelijke publieke omroep opnieuwtoe te staan. Het wekt op zich dan ook geen verbazing dat het kabinetonlangs heeft besloten dat de publieke omroep maximaal € 11,7 miljoenmag binnenhalen met extra reclame4. Dan confronteert het amendementvan het lid Bontenbal c.s. de NPO dus met een extra bezuiniging van zo’n1NPO: Nederlandse Publieke Omroep2Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 83Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 1414Kamerstuk 32 827, nr. 374Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 3783 € 40 miljoen. Betekent dit dat de publieke omroep deze extra bezuinigingmaar moet zien op te vangen, zonder dat de Kamer ook maar enig ideeheeft waar de publieke omroep nu zou kunnen en moeten snijden in eigenvlees? Hoeveel mensen bij de publieke omroep zullen straks moeten gaanzoeken naar een andere baan? Gaan de bezuinigingen op de publiekeomroep tevens gevolgen hebben voor de salarissen van de topbe-stuurders? Is de Minister in staat om de verhoging van het aandeelreclame-inkomsten met maximaal € 11,7 miljoen nog nader te onder-bouwen, vooral ook ten aanzien van de mogelijkheden voor audio-reclame en de betere benutting van de huidige reclameblokken op lineairetv-kanalen? Kan hij tevens toelichten wat er gebeurt indien de reclameop-brengsten tegenvallen en het gunstige scenario van een stabiel blijvendelineaire tv-markt niet mocht uitkomen? Worden de tegenvallendereclame-inkomsten in zo’n geval opgevangen met middelen uit deAlgemene Mediareserve?Een belangrijke component van de € 11,7 miljoen aan extra reclame-inkomsten die de publieke omroep zou kunnen binnenhalen, zijn depodcasts. Kan de Minister toelichten hoe deze optie in beeld is gekomen?Was dit op suggestie van de publieke omroepen? Hoe staan deze enandere betrokkenen, zoals ook de private en commerciële mediategenover de mogelijkheid dat publieke omroepen bij online-audio en-video reclame-inkomsten gaan genereren?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waarop de Minister hetpercentage van 10% van de zendtijd, die beschikbaar is voor reclame,baseert. Betekent dit geen ondubbelzinnige capitulatie voor een verderecommercialisering van de publieke omroep? Acht de Minister bij verderebezuinigingen ook een percentage van 20% denkbaar? Deze leden merkenop dat zij dit wel een heel beroerd idee zouden vinden. Deze leden kunnenin dit verband verwijzen naar hun toekomstplan Nederlandse media:herkenbaar en betrouwbaar in een snel veranderend medialandschap,waarin deze leden van de GroenLinks-PvdA-fractie immers niet alleenstellen dat de Ster rondom de kinderprogrammering geen reclame maguitzenden, maar zij bovendien ook ervoor pleiten de reclamezendtijd terugte brengen tot maximaal 5% van de totale zendtijd5.Inbreng van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de impact-analyse SEO naar gevolgen uitbreiding reclamemogelijkheden Ster. Dezeleden hebben enkele verduidelijkende vragen.De leden van de CDA-fractie vragen in hoeverre de Minister de conclusiesvan deze impactanalyse wil gebruiken voor de toekomstige financieringvan de landelijke publieke omroep en de rol van reclame hierbij. Dezeleden vragen dit specifiek omdat SEO concludeert dat de additionelereclame-inkomsten voor de landelijke publieke omroep met name kunnenkomen uit het online domein. Het kijktijdaandeel van de lineaire kanalenen daarmee het bereik van reclames op die kanalen dalen juist. Hoe bezietde Minister dit met de komst van de nieuwe mediawet?De leden van de CDA-fractie merken op dat de impactanalyse het beeldbevestigt van veranderende consumentenvoorkeuren waarbij media-aanbod steeds meer wordt geconsumeerd via digitale platformen, metname onder jongeren. Deze leden nemen aan dat dit de komende jarenniet zal veranderen. Eerder kwam het Commissariaat voor de Media ookmet een vergelijkbaar onderzoek naar jongeren en mediagebruik. Zijvragen hoe de Minister de veranderende consumentenvoorkeuren wil5Kenmerk 2025D17582, blz. 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 3784 verwerken in de nieuwe mediawet. Hoe zullen nieuwsmakers veiligzichtbaar zijn op sociale media, waar de jongeren nu en straks te vindenzijn? Wat kunnen we in de nieuwe mediawet doen om ervoor te zorgendat jongeren ook in de toekomst in aanraking blijven komen met pluriformen onafhankelijk nieuws? Wat kan het Commissariaat voor de Media doenom, rekening houdend met het veranderende nieuwsgebruik vanjongeren, een divers en veilig medialandschap te stimuleren envervolgens te bewaken, zo vragen deze leden.De leden van de CDA-fractie merken op dat het Commissariaat voor deMedia op zijn website «De Klachtenknop» heeft geopend, een meldpuntspeciaal voor kinderen. Hier kunnen kinderen anoniem een tipformulierinvullen wanneer ze denken dat een influencer reclame maakt zonder ditduidelijk kenbaar te maken. Deze leden vinden dit een interessante manierom kinderen mediawijs te maken. Kan de Minister aangeven wat deuitkomsten zijn van De Klachtenknop, zo vragen deze leden.Inbreng van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Impact-analyse SEO naar gevolgen uitbreiding reclamemogelijkheden Ster. Dezeleden hebben de volgende vragen aan de Minister.De leden van de BBB-fractie constateren dat het mediabeleid de afgelopenjaren gekenmerkt wordt door wisselende koerswijzigingen. Waar eerderwerd ingezet op een reclameluwe publieke omroep, is dit uiteindelijk nooitgerealiseerd en wordt het nu zelfs opgehoogd naar 10%. Dit is in strijdmet eerdere toezeggingen en aangenomen moties, zoals de motie van deleden Martens-America en Van Zanten6. Kan de Minister toelichtenwaarom wordt afgeweken van deze lijn en hoe dit zich verhoudt tot deaangenomen moties en het vertrouwen van marktpartijen in hetoverheidsbeleid?Daarnaast blijkt uit de SEO-impactanalyse dat een verruiming van dereclamemogelijkheden voor de Ster vooral ten koste gaat van de omzetvan andere Nederlandse spelers op de advertentiemarkt. De opbrengstenvoor de Ster zullen grotendeels worden weggehaald bij commerciëlemediabedrijven, die nu al onder druk staan door dalende advertentie-inkomsten en kijk- en luistertijden.De leden van de BBB-fractie vragen of de Minister het eens is dat uit hetSEO-onderzoek blijkt dat elke vorm van reclameverruiming bij de NPOleidt tot negatieve effecten op de advertentie-inkomsten van privatenieuwsmedia. Kan de Minister bevestigen dat een reclameverruiming bijde NPO niet noodzakelijk is voor de uitvoering van de publieke mediaop-dracht? Kan de Minister inzicht geven in de verwachte verschuiving vanadvertentiebudgetten als gevolg van het maximaal benutten van debestaande mogelijkheden voor podcastreclame en andere kanalen binnende publieke omroep? Kan de Minister aangeven hoe wordt voorkomen datcommerciële mediabedrijven de bezuinigingen binnen de NPO moetenopvangen, zo vragen deze leden.Verder vragen de leden van de BBB-fractie aandacht voor het belang vaneen toekomstbestendig mediabeleid, waarin ruimte is voor innovatie,regionale pluriformiteit en een eerlijk speelveld voor publieke éncommerciële media. Kan de Minister toezeggen dat toekomstigebeleidswijzigingen altijd vooraf worden getoetst op hun impact op de6Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 123Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 3785 gehele mediasector, inclusief commerciële partijen en regionaleomroepen?Tot slot constateren de leden van de BBB-fractie dat veel van hetNPO-aanbod nauwelijks verschilt van dat van commerciële partijen.Daarom vinden deze leden dat er fors kan worden bezuinigd op de NPO,zodat niet alleen de oneerlijke concurrentie op content verdwijnt, maarook de scheve verhoudingen op de reclamemarkt worden rechtgetrokken.Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van deimpactanalyse SEO naar gevolgen uitbreiding reclamemogelijkheden Steren van het besluit dat de Minister vervolgens heeft genomen. Deze ledenhebben nog enkele vragen.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister toe te lichtenwaarom hij, ondanks het aangenomen amendement van het lid Bontenbalc.s., en het feit dat, zoals de Minister ook signaleert, het kijkgedrag zichverplaatst naar online en on demand kanalen, geen ruimte biedt aancommerciële reclameboodschappen bij online video-aanbod. Past bij ditveranderend kijkgedrag ook niet een veranderd beleid wat betreftSter-reclame?De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de Minister reclame bijonline-video-aanbod niet wil toestaan zonder een duidelijk mandaat vande Kamer of een nieuw kabinet. Deze leden vragen de Minister op welkemanier hij in het amendement van het lid Bontenbal c.s., maar bijvoor-beeld ook in het stenogram van het debat over het akkoord over degewijzigde OCW-begroting, zou menen dat het níét de intentie is van deindieners van het amendement om de Ster-inkomsten, inclusief online, teverhogen. Erkent de Minister dat zowel uit het amendement als uit hetstenogram blijkt dat er een duidelijke wens bij de indieners is om hetterugdraaien van de bezuinigen deels te betalen door de NPO meer ruimtete bieden om (online) reclameopbrengsten te genereren en dat hetamendement vervolgens door een Kamermeerderheid is aangenomen?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister welke anderebeleidsopties er op tafel hebben gelegen, ook bij zijn ambtsvoorganger.Kan hij deze opties met de Kamer delen?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister om in te gaan opde koppeling tussen meer ruimte bieden aan de NPO om (online)reclameopbrengsten te genereren en het verlagen van de rijksmediabij-drage. Erkent de Minister dat hij niet handelt in de geest van hetamendement als hij wél de rijksmediabijdrage verlaagt, maar niet meerruimte biedt aan de NPO om (online) reclameopbrengsten te genereren?Zo nee, waarom wel?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de Minister heeft verkendof de € 50 miljoen, die moest worden opgehaald door het meer ruimtebieden om (online) reclameopbrengsten te genereren, ook deels opandere manieren kon worden opgevangen en daar bijvoorbeeld binnenhet kabinet gesprekken over heeft gevoerd. Zo ja, welke opties lagen hiervoor? Zo nee, waarom niet?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 3786 II Reactie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Inbreng van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie vragen de Minister of hij de opvatting deeltdat de publieke omroep geen onnodige concurrentieverstorende rol magspelen. In hoeverre sluit hij het verruimen van reclamemogelijkheden uitals optie, zo vragen deze leden.De reclame-inkomsten zijn een belangrijk onderdeel van de financieringvan de landelijke publieke omroep. Ik deel de opvatting dat de publiekeomroep en de Ster hierbij geen onnodig concurrentieverstorende rolmoeten spelen. Mede daarom zijn in de Mediawet 2008 en lagereregelgeving maatregelen opgenomen die de hoeveelheid en omvang vande reclameboodschappen op de kanalen van de landelijke publiekeomroep beperken.In mijn brief van 21 november 2025 over de financiering van de landelijkepublieke omroep en de rol van reclame heb ik mijn besluit over deverruiming van de reclamemogelijkheden op de lineaire videokanalen vande landelijke publieke omroep kenbaar gemaakt, door aan te kondigen deverlaging van het toegestane percentage zendtijd voor reclamebood-schappen op de lineaire kanalen van de landelijke publieke omroep terugte draaien en het percentage weer vast te stellen op 10%.7 Aanleidinghiervoor was onder andere het door de Kamer aangenomen amendementBontenbal c.s. waarin de Ster en de landelijke publieke omroep meerruimte wordt geboden om (online) reclame-inkomsten te genereren,gekoppeld aan een (extra) verlaging van de rijksmediabijdrage voor delandelijke publieke omroep met € 50 miljoen per 2027.Bij dat besluit heb ik met behulp van de impactanalyse verschillendebelangen tegen elkaar afgewogen. Een sterk Nederlands medialandschapbestaat uit zowel sterke publieke als sterke private mediapartijen, diesamen zorgen voor kwalitatief hoogwaardig Nederlands (journalistiek)media-aanbod. Dat is des te belangrijker in een medialandschap metsteeds meer internationale mediaspelers die zich met hun aanbod endiensten ook richten op de Nederlandse markt. In deze markt staan dereclame-inkomsten van traditionele (lineaire) mediabedrijven – zowelcommercieel als publiek – onder druk door veranderende consumenten-voorkeuren waarbij media-aanbod steeds meer geconsumeerd wordt viadigitale platformen, met name onder jongere doelgroepen. Bij besluit-vorming over de ruimte voor reclameboodschappen op de kanalen van delandelijke publieke omroep speelt daarnaast ook het belang van deadverteerders een rol. Ook bij een toekomstig besluit over reclame op delandelijke publieke omroep moeten deze belangen worden gewogen inhet licht van de veranderende consumentenvoorkeuren en de situatie opde advertentiemarkt.De leden van de VVD-fractie lezen in de onderhavige stukken dat eenverruiming van de reclamemogelijkheden van de Ster naar verwachtingzou leiden tot € 14 tot 24 miljoen extra omzet. Deze leden constateren dateventuele hogere inkomsten van de Ster vooral ten koste zouden gaanvan Nederlandse commerciële mediapartijen, zowel lineair maar vooralonline. Deze leden vragen de Minister of hij met deze leden van mening isdat dit onwenselijk is.7Kamerstuk 32 827, nr. 374Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 3787 De genoemde omzetgroei is het totaal aan geraamde omzetgroei op deverschillende deelmarkten waar de Ster actief is, zowel lineair als online.Een verwachte verschuiving van inkomsten is niet per definitie onwen-selijk. Bij mijn besluit over het amendement Bontenbal c.s., de finan-ciering van de landelijke publieke omroep en de rol van reclame daarbijheb ik de verschillende belangen tegen elkaar afgewogen. Op basisdaarvan heb ik ervoor gekozen om de reclamemogelijkheden op delineaire videokanalen van de landelijke publieke omroep licht teverruimen.De leden van de VVD-fractie constateren dat de commerciële mediabe-drijven reeds opereren in een markt die al onder druk staat doordominante buitenlandse digitale platforms. Deze platforms trokken in2024 al ruim 80% van de digitale advertentiemarkt naar zich toe. Zijvragen de Minister of hij de Nederlandse markt voldoende weerbaar achttegen deze (met name) Amerikaanse techbedrijven. Welke risico’s ziet deMinister hier en welke initiatieven lopen hier al, zo vragen deze leden.De impactanalyse die is uitgevoerd door onderzoeksbureau SEO bevestigthet beeld dat de reclame-inkomsten van traditionele (lineaire) mediabe-drijven – zowel commercieel als publiek – onder druk staan. Dit is metname te verklaren door veranderende consumentenvoorkeuren waarbijmedia-aanbod steeds meer geconsumeerd wordt via digitale platformen,met name onder jongeren. Zoals ook wordt aangegeven in de genoemdebrief van 21 november 2025 is het bereik van advertenties op de lineairetelevisiekanalen sinds 2016 met bijna 40% afgenomen. Mediabedrijvenhebben hun inkomsten nog enigszins op peil kunnen houden door deprijzen van advertenties te verhogen maar de onderzoekers vragen zichsterk af of dit in de toekomst ook nog kan.Er lopen verschillende initiatieven die als doel hebben het Nederlandsemedia-ecosysteem te versterken. Zoals geschreven in de Mediabegro-tingsbrief 2026 ben ik op dit moment bezig met het uitwerken vanprominentiemaatregelen.8 Ook wordt in navolging op de kabinetsreactieop het WRR-rapport Aandacht voor Media gewerkt aan een passendeaanpak met de vier aanbevelingen uit het rapport als leidraad.9 Dezerichten zich op regulering en handhaving, prominentie, lokale enregionale journalistiek en burgerschap en mediawijsheid.Daarnaast is samenwerking tussen publieke en private media belangrijkgezien de uitdagingen waar Nederlandse mediabedrijven voor staan. In deMediabegrotingsbrief is de Kamer geïnformeerd over voorstellen die doorde NPO, Talpa en RTL zijn ingediend voor publiek-private samenwerking.Het is uiteindelijk aan de Nederlandse mediapartijen zelf om samen-werking en initiatieven om hun positie te versterken vorm te geven.Tegen deze achtergrond merken de leden van de VVD-fractie op hetonhandig te vinden dat de overheid zelf de concurrentiedruk op Neder-landse private partijen verder op zou voeren door de NPO toe te staan zijnreclamemogelijkheden online uit te breiden. In dat licht constateren dezeleden dat de Minister de NPO eerder opgeroepen heeft om de bestaandereclamemogelijkheden zo veel als mogelijk te benutten. Zij vinden hetongelukkig dat de Minister daartoe oproept, maar constateren met hemdat de Ster verschillende reclamemogelijkheden op dit moment nietbenut, waaronder reclameblokken rondom online audio-aanbod. Dezeleden zijn van mening dat het reeds geldende reclameverbod op8Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 169Kamerstuk 32 827, nr. 370Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 3788 onlinestreamingvideo uitgebreid zou moeten worden naar het onlineaudio-aanbod en vragen de Minister hoe hij dat ziet.De Kamer heeft het amendement Bontenbal c.s. aangenomen waarin deSter en de landelijke publieke omroep meer ruimte wordt gegeven om(online) reclame-inkomsten te genereren, gekoppeld aan een verlagingvan de rijksmediabijdrage voor de landelijke publieke omroep van€ 50 miljoen. De oproep om bestaande wettelijke mogelijkheden beter tebenutten moet in het licht van dat amendement worden gezien. Ik bendaarom niet op voorhand voor een uitbreiding van het verbod op reclamebij online video-aanbod naar het domein van online audio-aanbod.Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA fractie willen de commercialisering vande publieke omroep tegengegaan en zouden bij voorkeur de reclame-zendtijd op de publieke omroep op tv, radio en online aan banden leggen.De reclamezendtijd op de publieke omroep zouden zij het liefst terug-brengen tot maximaal 5% van de totale zendtijd en rondom de kinderpro-gramma’s helemaal geen reclame meer laten uitzenden. In hoeverre deeltde Minister deze wensen?De reclamezendtijd bij de publieke omroep is in de Mediawet 2008 en delagere regelgeving al aan banden gelegd. Zo geldt er een maximum voorde toegestane zendtijd voor reclameboodschappen op de lineaire kanalenvan de publieke omroep, mag reclame niet programmaonderbrekend zijnen is reclame bij online video-aanbod op de kanalen van de landelijkepublieke omroep niet toegestaan. Voor commerciële omroepen geldenruimere regels. Ik deel de wens van de GroenLinks-PvdA-fractie omrondom kinderprogramma’s geen reclames uit te zenden. Het verbodhierop geldt al sinds 2021.Bij besluitvorming over de duur en hoeveelheid reclame op de publiekeomroep spelen meerdere belangen die zorgvuldig moeten wordengewogen. In mijn brief van 21 november 2025 over de financiering van delandelijke publieke omroep en de rol van reclame heb ik besloten om deverlaging van het maximumpercentage toegestane zendtijd voor reclameop de lineaire kanalen van de landelijke publieke omroep per 2027 terug tedraaien en het percentage weer vast te stellen op 10%. Dit mede alsgevolg van het aangenomen amendement van het lid Bontenbal c.s.,waarin de structurele verlaging van de rijksmediabijdrage met€ 50 miljoen in de tekst expliciet is gekoppeld aan het verruimen van demogelijkheden om meer (online) reclame-inkomsten te genereren.Tegelijkertijd zien de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat eenKamermeerderheid met het aannemen van het amendement van het lidBontenbal c.s.10 de NPO meer ruimte geeft om (online) reclameop-brengsten te genereren, maar hieraan een extra bezuiniging koppelt van€ 50 miljoen op de rijksmediabijdrage voor de landelijke publieke omroep.Wat betekent zo’n bezuiniging voor de onafhankelijkheid en pluriformiteitvan de publieke mediadienst als een onmisbaar onderdeel van onsdemocratisch bestel, zo vragen deze leden.De regering verwacht van de NPO en de omroepen dat zij bij het invullenvan de besparingsopdracht proberen de programmering zoveel alsmogelijk te ontzien. Tegelijkertijd zorgt de hoogte van de besparingsop-dracht ervoor dat het onvermijdelijk is dat de programmering geraakt zalworden door deze bezuinigingen. Hoewel de bezuinigingen ertoe leiden10Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 141Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 3789 dat er minder aanbod wordt gemaakt, is de hoogte van het budget in 2027zodanig dat de regering verwacht dat er in alle genres aanbod kan wordenverzorgd gericht op verschillende doelgroepen. Hiermee volstaat dehoogte van de rijksmediabijdrage in 2027 om de publieke mediaopdrachtte vervullen waar pluriformiteit en onafhankelijkheid onderdeel van zijn.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat het kabinetonlangs heeft besloten dat de publieke omroep maximaal € 11,7 miljoenmag binnenhalen met extra reclame.11 Mede omdat de Minister er nietvoor kiest om reclame bij online video-aanbood weer toe te staan. Danconfronteert het amendement van het lid Bontenbal c.s. de NPO dus meteen extra bezuiniging van zo’n € 40 miljoen. Betekent dit dat de publiekeomroep deze extra bezuiniging maar moet zien op te vangen, zonder datde Kamer ook maar enig idee heeft waar de publieke omroep nu zoukunnen en moeten snijden in eigen vlees?Dit besluit betekent dat het aandeel reclame-inkomsten in de financieringvan de landelijke publieke omroep wordt verhoogd met € 11,7 miljoenterwijl de rijksmediabijdrage wordt verlaagd met € 50 miljoen. Voor hetresterende bedrag moeten inderdaad bezuinigingsmaatregelen wordengenomen. De NPO en de omroepen hebben hiermee vanaf het begin vanhun bezuinigingstraject rekening gehouden door uit te gaan van eentotale structurele bezuiniging van € 156,7 miljoen vanaf 2027, waarvan€ 50 miljoen voortkomt uit het amendement Bontenbal c.s. De regeringverwacht van de NPO en de omroepen dat zij bij het invullen van debesparingsopdracht proberen de programmering zoveel als mogelijk teontzien. Tegelijkertijd zorgt de hoogte van de besparingsopdracht ervoordat het onvermijdelijk is dat de programmering geraakt zal worden doordeze bezuinigingen. De Tweede Kamer is in de mediabegrotingsbrief 2026geïnformeerd over de voortgang van de bezuinigingen bij de landelijkepublieke omroep.12De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoeveel mensen bij depublieke omroep door deze bezuinigingen straks zullen moeten gaanzoeken naar een andere baan? Gaan de bezuinigingen op de publiekeomroep tevens gevolgen hebben voor de salarissen van de topbe-stuurders?De publieke omroep is onafhankelijk en gaat – binnen de wettelijke kaders– zelf over de invulling van de bezuinigingen. De hoogte van de bespa-ringen is dusdanig dat het onvermijdelijk is dat er arbeidsplaatsenverloren zullen gaan. Salarissen van bestuurders bij de landelijke publiekeomroep zijn gemaximeerd door de Wet Normering Topinkomens (WNT).Daarbinnen is het aan de omroepen om de hoogte van de beloningen tebepalen. Ook in tijden van bezuinigingen.De leden vragen of de Minister in staat is om de verhoging van hetaandeel reclame-inkomsten met maximaal € 11,7 miljoen nog nader teonderbouwen, vooral ook ten aanzien van de mogelijkheden vooraudio-reclame en de betere benutting van de huidige reclameblokken oplineaire tv-kanalen?Het aandeel reclame-inkomsten dat kan worden toegekend aan delandelijke publieke omroep is afhankelijk van de afdracht van de Ster aande OCW-begroting. De inschatting is gemaakt dat met het terugdraaienvan de verlaging van 8% naar 10% op lineaire televisiekanalen en hetbeter benutten van bestaande mogelijkheden, de afdracht van de11Kamerstuk 32 827, nr. 37412Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 16Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 37810 reclame-inkomsten aan de OCW-begroting in 2027 op het huidige niveauvan € 165 miljoen kan blijven. Dat geeft de mogelijkheid om het aandeelreclame-inkomsten in de financiering van de landelijke publieke omroepper 2027 te verhogen met 11,7 miljoen, van € 153,3 miljoen tot€ 165 miljoen. Op basis van de ramingen uit de impactanalyse van SEO isde inschatting dat de verhoging van het maximaal toegestane percentagereclameboodschappen op de lineaire kanalen circa € 5 miljoen kanopleveren. Beter benutten van bestaande mogelijkheden is onder anderemogelijk bij reclame bij online audio-aanbod, waaronder podcasts. Deinschatting van SEO is dat reclame bij online audio-aanbod circa € 3 tot€ 7 miljoen kan opleveren.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de Minister tevens kantoelichten wat er gebeurt indien de reclameopbrengsten tegenvallen enhet gunstige scenario van een stabiel blijvende lineaire tv-markt nietmocht uitkomen? Worden de tegenvallende reclame-inkomsten in zo’ngeval opgevangen met middelen uit de Algemene Mediareserve?Als de reclame-inkomsten in een bepaald jaar lager uitvallen dan hetaandeel reclame-inkomsten in de financiering van de landelijke publiekeomroep wordt de Algemene Mediareserve gebruikt om het tekort op tevangen. Vice versa geldt hetzelfde: hogere reclame-inkomsten dan nodigvoor de financiering van de landelijke publieke omroep worden aan deAlgemene Mediareserve toegevoegd. Het opvangen van lagere reclame-inkomsten kan alleen als hier in de Algemene Mediareserve voldoendemiddelen tegenover staan en kent daarom een incidenteel karakter. Alsreclame-inkomsten structureel tegenvallen moet bezien worden wat ditbetekent voor de financiering van de landelijke publieke omroep. Ofwelmoet het aandeel reclame-inkomsten in de financiering van de landelijkepublieke omroep naar beneden worden bijgesteld, ofwel moet eraanvullende ruimte worden geboden om reclame-inkomsten tegenereren.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie concluderen dat podcasts eenbelangrijke component zijn van de € 11,7 miljoen aan extra reclame-inkomsten die de publieke omroep zou kunnen binnenhalen. Kan deMinister toelichten hoe deze optie in beeld is gekomen? Was dit opsuggestie van de publieke omroepen?Nee, dit was geen suggestie van de publieke omroep. Reclame bij onlineaudio-aanbod, waaronder podcasts, is één van de mogelijkheden die deSter actief kan inzetten en is nu al wettelijk toegestaan. Om deze redenwas deze optie ook onderdeel van de mogelijkheden die zijn onderzocht inde impactanalyse van SEO.De leden van de GroenLinks-PvdA vragen hoe andere betrokkenen als ookde private en commerciële media tegenover de mogelijkheid staan datpublieke omroepen bij online-audio en -video reclame-inkomsten gaangenereren?Private en commerciële media zijn over het algemeen geen voorstandervan uitbreiding van de reclamemogelijkheden bij de landelijke publiekeomroep. Voor adverteerders geldt echter dat zij gebaat zijn bij zo veelmogelijk verschillende mogelijkheden om het publiek te kunnen bereiken,waaronder via de kanalen van de landelijke publieke omroep.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waarop de Minister hetpercentage van 10% van de zendtijd, die beschikbaar is voor reclame,baseert. Betekent dit geen ondubbelzinnige capitulatie voor een verdereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 37811 commercialisering van de publieke omroep? Acht de Minister bij verderebezuinigingen ook een percentage van 20% denkbaar?Met het vaststellen van het percentage toegestane zendtijd voor reclameop de lineaire kanalen van de landelijke publieke omroep op 10% wordtteruggekeerd naar het percentage van vóór 2021. Dit percentage is gelijkaan het wettelijk maximum zoals vastgelegd in de Mediawet 2008. Hetterugdraaien van de verlaging van het percentage van 8% naar 10% is hetgevolg van het uitvoeren van het aangenomen amendement vanBontenbal c.s. Het verhogen van het percentage naar 20% acht ik nietrealistisch, omdat daarmee het reclameluwe karakter van de publiekeomroep in het geding komt. Voor een verhoging boven de 10% isbovendien eerst een wetswijziging nodig.Inbreng van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie merken op dat SEO concludeert dat deadditionele reclame-inkomsten voor de landelijke publieke omroep metname kunnen komen uit het online domein. Het kijktijdaandeel van delineaire kanalen en daarmee het bereik van reclames op die kanalen dalenjuist. Deze leden vragen daarom in hoeverre de Minister de conclusies vandeze impactanalyse wil gebruiken voor de toekomstige financiering vande landelijke publieke omroep en de rol van reclame hierbij. Hoe beziet deMinister dit met de komst van de nieuwe mediawet?Met de impactanalyse van SEO ligt er een rapport dat inzicht biedt in deopties voor een uitbreiding van de reclamemogelijkheden van de Ster ende gevolgen hiervan op de advertentiemarkt. Het rapport is hiermee ookbruikbaar voor een volgend kabinet of uw Kamer bij een eventuele wensde reclamemogelijkheden bij de landelijke publieke omroep opnieuw tebezien in het licht van veranderingen in kijkersgedrag en op de adverten-tiemarkt.De leden van de CDA-fractie merken op dat de impactanalyse het beeldbevestigt van veranderende consumentenvoorkeuren waarbij media-aanbod steeds meer wordt geconsumeerd via digitale platformen, metname onder jongeren. Deze leden nemen aan dat dit de komende jarenniet zal veranderen. Eerder kwam het Commissariaat voor de Media ookmet een vergelijkbaar onderzoek naar jongeren en mediagebruik. Zijvragen hoe de Minister de veranderende consumentenvoorkeuren wilverwerken in de nieuwe mediawet. Hoe zullen nieuwsmakers veiligzichtbaar zijn op sociale media, waar de jongeren nu en straks te vindenzijn? Wat kunnen we in de nieuwe mediawet doen om ervoor te zorgendat jongeren ook in de toekomst in aanraking blijven komen met pluriformen onafhankelijk nieuws? Wat kan het Commissariaat voor de Media doenom, rekening houdend met het veranderende nieuwsgebruik vanjongeren, een divers en veilig medialandschap te stimuleren envervolgens te bewaken, zo vragen deze leden.Een van de manieren om aanbod van algemeen belang, waarondernieuws, beter zichtbaar te maken, is het wettelijk vastleggen van dezichtbaarheid hiervan op bepaalde apparaten, diensten en/of interfaces.Op deze manier kan aangesloten worden bij veranderingen in hetmedialandschap en consumentenvoorkeuren. Zoals in de Mediabegro-tingsbrief 2026 is aangegeven, zet het kabinet eerst in op prominentie-maatregelen voor audiovisuele mediadiensten op aanvraag, gericht op«het grote scherm» (TV). In een latere fase zal ook gekeken worden naarprominentie op andere plekken in het media-ecosysteem, bijvoorbeeld alshet gaat over nieuws op sociale media. Vanwege de internationale schaalvan het medialandschap is het daarbij nodig om op te trekken met andereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 37812 EU-lidstaten en met de Europese Commissie. De verantwoordelijkheid omdoelgroepen te bereiken ligt in eerste instantie bij de mediaorganisatieszelf. Innovatieve ideeën hiertoe kunnen subsidie krijgen van bijvoorbeeldhet Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Voor het Commissariaat vande Media (hierna: Commissariaat), als toezichthouder, ligt hier nietmeteen een rol weggelegd om een divers en veilig medialandschap testimuleren. Het is aan het Commissariaat de regels van de Mediawet 2008te handhaven.De leden van de CDA-fractie merken op dat het Commissariaat voor deMedia op zijn website «De Klachtenknop» heeft geopend, een meldpuntspeciaal voor kinderen. Hier kunnen kinderen anoniem een tipformulierinvullen wanneer ze denken dat een influencer reclame maakt zonder ditduidelijk kenbaar te maken. Deze leden vinden dit een interessante manierom kinderen mediawijs te maken. Kan de Minister aangeven wat deuitkomsten zijn van De Klachtenknop, zo vragen deze leden.De Klachtenknop is pas recent operationeel geworden. Het is nog te vroegom hier resultaten over te kunnen delen. Het Commissariaat is met dezeknop begonnen om kinderen en hun ouders een laagdrempelige eneenvoudige manier te bieden om een klacht in te dienen. Dit draagt bijaan het toezicht op de vermenging van content en commercie en aan hetvergroten van het bewustzijn bij kinderen over commerciële invloeden inde media.Inbreng van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie constateren dat het mediabeleid de afgelopenjaren gekenmerkt wordt door wisselende koerswijzigingen. Waar eerderwerd ingezet op een reclameluwe publieke omroep, is dit uiteindelijk nooitgerealiseerd en wordt het nu zelfs opgehoogd naar 10%. Dit is in strijdmet eerdere toezeggingen en aangenomen moties, zoals de motie van deleden Martens-America en Van Zanten13. Kan de Minister toelichtenwaarom wordt afgeweken van deze lijn en hoe dit zich verhoudt tot deaangenomen moties en het vertrouwen van marktpartijen in hetoverheidsbeleid?Ik ben het eens met het uitgangspunt dat alle partijen gebaat zijn bij zomin mogelijk koerswijzigingen in het beleid rondom reclame op delandelijke publieke omroep. Het terugdraaiden van de verlaging van hettoegestane percentage reclame op de lineaire kanalen van de landelijkepublieke omroep van 8% naar 10% is het gevolg van het door de Kameraangenomen amendement Bontenbal c.s. waarin de Ster en de landelijkepublieke omroep meer ruimte wordt gegeven om (online) reclame-inkomsten te genereren, gekoppeld aan een verlaging van de rijksmedia-bijdrage voor de landelijke publieke omroep met € 50 miljoen. Datamendement is aangenomen na de aangenomen motie van de ledenMartens-America en Van Zanten waarin wordt opgeroepen om bespa-ringen op de rijksmediabijdrage niet op te vangen met hogere reclame-inkomsten. De besparingen op de rijksmediabijdrage die ten tijde van demotie Martens-America en van Zanten bekend waren, worden nietopgevangen met hogere reclame-inkomsten.De leden van de BBB-fractie vragen of de Minister het eens is dat uit hetSEO-onderzoek blijkt dat elke vorm van reclameverruiming bij de NPOleidt tot negatieve effecten op de advertentie-inkomsten van privatenieuwsmedia.13Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 123Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 37813 De onderzoekers concluderen dat groei van advertentiebestedingen bij deSter naar verwachting ten koste gaat van andere, met name Nederlandse,aanbieders van advertentieruimte. De mate waarin dat gebeurt hangt afvan verschillende (toekomstige) ontwikkelingen die ook impact hebben opde advertentiebestedingen, zoals de autonome groei van de advertentie-markt en de mate van substitutie tussen deelmarkten op de advertentie-markt.De leden van de BBB-fractie vragen of de Minister kan bevestigen dat eenreclameverruiming bij de NPO niet noodzakelijk is voor de uitvoering vande publieke mediaopdracht?De regering verwacht van de NPO en de omroepen dat zij bij het invullenvan de besparingsopdracht proberen de programmering zoveel alsmogelijk te ontzien. Ook zonder het verruimen van de reclamemogelijk-heden meent de regering dat de hoogte van de rijksmediabijdrage in 2027volstaat om de publieke mediaopdracht te vervullen. Uiteraard is het welzo dat hoe hoger de bezuinigingen zijn, hoe meer negatieve effecten ditheeft op de omvang en variatie van het programma-aanbod van delandelijke publieke omroep.De leden van de BBB-fractie vragen of de Minister inzicht kan geven in deverwachte verschuiving van advertentiebudgetten als gevolg van hetmaximaal benutten van de bestaande mogelijkheden voor podcastre-clame en andere kanalen binnen de publieke omroep? Kan de Ministeraangeven hoe wordt voorkomen dat commerciële mediabedrijven debezuinigingen binnen de NPO moeten opvangen, zo vragen deze leden.Er zijn verschillende opties om bestaande wettelijke mogelijkheden voorreclame op de landelijke publieke omroep beter te benutten, zoals hetplaatsen van reclame op lineaire themakanalen of bij online audio-aanbod, waaronder podcasts. De precieze verschuiving van de adverten-tiebudgetten als gevolg van het beter benutten van de bestaandemogelijkheden is moeilijk te voorspellen en hangt af van verschillendefactoren, zoals de mate waarin de wettelijke mogelijkheden worden benuten de mate waarin omzetgroei bij de Ster ten koste gaat van de omzet vanandere, private, mediapartijen.In het door de Kamer aangenomen amendement Bontenbal c.s. wordt deSter en de landelijke publieke omroep meer ruimte gegeven om (online)reclame-inkomsten te genereren, gekoppeld aan een verlaging van derijksmediabijdrage van € 50 miljoen. Het was dus een expliciete wens vande Kamer om dit deel van de bezuinigingen op de rijksmediabijdrage opte vangen met hogere reclame-inkomsten.Verder vragen de leden van de BBB-fractie aandacht voor het belang vaneen toekomstbestendig mediabeleid, waarin ruimte is voor innovatie,regionale pluriformiteit en een eerlijk speelveld voor publieke éncommerciële media. Kan de Minister toezeggen dat toekomstigebeleidswijzigingen altijd vooraf worden getoetst op hun impact op degehele mediasector, inclusief commerciële partijen en regionaleomroepen?Indien relevant worden beleidswijzigingen getoetst op hun impact op degehele mediasector. Bij het overwegen van beleidswijzigingen wordt altijdgekeken naar mogelijke effecten en impact.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 37814 Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister toe te lichtenwaarom hij, ondanks het aangenomen amendement van het lid Bontenbalc.s., en het feit dat, zoals de Minister ook signaleert, het kijkgedrag zichverplaatst naar online en on demand kanalen, geen ruimte biedt aancommerciële reclameboodschappen bij online video-aanbod. Past bij ditveranderend kijkgedrag ook niet een veranderd beleid wat betreftSter-reclame?In mijn brief van 21 november 2025 over de financiering van de landelijkepublieke omroep en de rol van reclame heb ik aangegeven dat ik hetfundamentele besluit over het weer toestaan van reclame bij onlinevideo-aanbod niet wil nemen zonder een duidelijk mandaat van uw Kamerof een nieuw kabinet.De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de Minister reclame bijonline-video-aanbod niet wil toestaan zonder een duidelijk mandaat vande Kamer of een nieuw kabinet. Deze leden vragen de Minister op welkemanier hij in het amendement van het lid Bontenbal c.s., maar bijvoor-beeld ook in het stenogram van het debat over het akkoord over degewijzigde OCW-begroting, zou menen dat het níét de intentie is van deindieners van het amendement om de Ster-inkomsten, inclusief online, teverhogen. Erkent de Minister dat zowel uit het amendement als uit hetstenogram blijkt dat er een duidelijke wens bij de indieners is om hetterugdraaien van de bezuinigen deels te betalen door de NPO meer ruimtete bieden om (online) reclameopbrengsten te genereren en dat hetamendement vervolgens door een Kamermeerderheid is aangenomen?Ik heb geen reden om te twijfelen aan de intentie van de indieners van hetamendement om de Ster-inkomsten te verhogen door de NPO meerruimte te bieden om reclameopbrengsten te genereren. Ik erken ook dathet amendement met een ruime meerderheid is aangenomen. Tegelij-kertijd concludeer ik ook dat het amendement niet specifiek maakt opwelke wijze de ruimte om meer reclameopbrengsten te genereren moetworden verhoogd.De reden dat ik concludeer dat ik uit het amendement te weinig mandaathaal voor de specifieke maatregel om reclame bij online video-aanbod opde kanalen van de landelijk publieke omroep zit daarnaast in de wisse-lende signalen die de Kamer heeft afgegeven als het gaat om de rol vanreclame als onderdeel van de financiering van de landelijke publiekeomroep.Al tijdens het debat over het akkoord over de gewijzigde OCW-begrotingzijn er zorgen uitgesproken over de gevolgen van het verruimen van dereclamemogelijkheden bij de landelijke publieke omroep, met name alshet gaat over effecten op Nederlandse commerciële mediapartijen. HetSEO-rapport laat ook zien dat deze effecten er zullen zijn wanneer reclamerondom online video-aanbod weer wordt toegestaan. En naast hetgenoemde amendement is bijvoorbeeld eerder tijdens het wetgevings-overleg Media op 2 december 2024 een motie van de leden Martens-America en Van Zanten14 met een Kamermeerderheid aangenomenwaarin staat dat het de regering niet is toegestaan om de bezuiniging opde landelijke publieke omroep op te vangen met hogere reclame-inkomsten. Tot slot verwijs ik naar de vragen die andere fracties stellen indit schriftelijk overleg over de wenselijkheid van het verruimen van de14Kamerstuk, 36 600 VIII, nr. 123Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 37815 wettelijke mogelijkheden om reclameopbrengsten te genereren op dekanalen van de publieke omroep.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister welke anderebeleidsopties er op tafel hebben gelegen, ook bij zijn ambtsvoorganger.Kan hij deze opties met de Kamer delen?Andere opties met betrekking tot het verruimen van de wettelijkereclamemogelijkheden die op tafel hebben gelegen zijn het weer toestaanvan reclames rondom kinderprogrammering en het weer toestaan vanreclames bij online video-aanbod.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister om in te gaan opde koppeling tussen meer ruimte bieden aan de NPO om (online)reclameopbrengsten te genereren en het verlagen van de rijksmediabij-drage. Erkent de Minister dat hij niet handelt in de geest van hetamendement als hij wél de rijksmediabijdrage verlaagt, maar niet meerruimte biedt aan de NPO om (online) reclameopbrengsten te genereren?Zo nee, waarom wel?Ik handel in de geest van het amendement door de NPO en Ster de ruimtete gegeven om meer reclame-inkomsten te genereren door de verlagingvan het percentage toegestane zendtijd voor reclame op de lineairekanalen van de landelijke publieke omroep terug te draaien en ditpercentage weer vast te stellen op 10% en hen daarnaast te verzoeken ombestaande reclamemogelijkheden beter te benutten. Hiermee wordt hetmogelijk om het aandeel van de reclame-inkomsten in de financiering vande landelijke publieke omroep met € 11,7 miljoen te verhogen.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de Minister heeft verkendof de € 50 miljoen, die moest worden opgehaald door het meer ruimtebieden om (online) reclameopbrengsten te genereren, ook deels opandere manieren kon worden opgevangen en daar bijvoorbeeld binnenhet kabinet gesprekken over heeft gevoerd. Zo ja, welke opties lagen hiervoor? Zo nee, waarom niet?Er zijn geen alternatieve mogelijkheden verkend, omdat in hetamendement van Bontenbal c.s. de verlaging van de rijksmediabijdragevan € 50 miljoen gekoppeld is aan een verruiming van de (online)reclamemogelijkheden om inkomsten te genereren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 827, nr. 37816

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 70729a0d0c9e8cb2

14 okt 2026 · 3e8e3aae5a1a2762

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.