KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief moties en toezeggingen sport en bewegen

28 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 28c160731c6af595 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202430 234Toekomstig sportbeleidNr. 394 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 28 juni 2024Voorafgaand aan het zomerreces informeer ik uw Kamer in deze brief overde moties en toezeggingen op het gebied van sport en bewegen. Dit doeik themagewijs. In paragraaf 1 staat de voortgang op het Sportakkoord IIcentraal. In paragraaf 2 komt het thema sociaal veilig sporten aan de orde.Paragraaf 3 gaat in op het thema inclusief sporten en bewegen enparagraaf 4 op het thema topsport. Ik sluit in paragraaf 5 af met enkeleoverige toezeggingen en een motie.1. Voortgang Sportakkoord II, Sport versterkt In mijn brief van 5 februari1 jongstleden heb ik toegezegd voor de zomervan 2024 de eerste voortgangscijfers van het Sportakkoord II met uwKamer te delen. In de bijlage bij deze brief vindt u de rapportage over devoortgang.Het Mulier Instituut monitort de voortgang van het Sportakkoord II langsde drie ambities in het Sportakkoord. Dit zijn het versterken van hetfundament van de sport en het vergroten van het bereik en de betekenisvan sport. In deze eerste voortgangsrapportage ligt de nadruk op hetversterken van het fundament van de sport. Het gaat hierbij om dethema’s Sociaal veilige sport, Vitale aanbieders en Ruimte voor sport enbewegen. Hieronder licht ik kort de resultaten van deze drie thema’s toeen ga in op de uitvoering van de lokale sportakkoorden. Hiermeebeschouw ik de bovenstaande toezegging als afgedaan.Sociaal veilige sportBij het thema sociaal veilige sport staan vier basiseisen centraal. Ditbetreft achtereenvolgens: de verenigingsbrede gedragscode, de vertrou-wenscontactpersoon (VCP) bij de vereniging, de verklaring omtrent het1Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 386 kst-30234-394ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3941 Gedrag (VOG) en vakkundig geschoolde trainers-coaches. Het streven isdat iedere sportaanbieder aan de basiseisen voldoet. Bij al dezeelementen is een stijging zichtbaar ten opzichte van 2019.Op dit moment zijn met name gegevens aanwezig over verenigingen. InSportakkoord II is ook afgesproken dat de ondernemende sportaanbiedersmeegaan in deze ontwikkelingen. Op dit moment zijn voor de onderne-mende aanbieders nog onvoldoende data beschikbaar. Het MulierInstituur verzamelt deze data in de komende periode en neemt deze op inde voortgangsrapportage van 2025.Daarnaast is als voorwaarde voor financiering aan gemeentenafgesproken om een plan van aanpak voor een sociaal veilige sport temaken. 15% van de gemeenten heeft inmiddels een dergelijk plan vanaanpak en 30% van de gemeenten is hier momenteel mee bezig. Metgemeenten waar nog geen plan van aanpak is of waar hier nog aan wordtgewerkt zal contact worden opgenomen door Vereniging Sport enGemeenten.Vitale aanbiedersBij het thema vitale aanbieders is het streven om sportaanbieders zo goedmogelijk te ondersteunen. Ook staat het versterken van de kwaliteit vanhet kader bij sportaanbieders (trainers, coaches, bestuur) centraal.Aangezien clubs vaak niet weten waar ze met hun hulpvraag terechtkunnen, werken bonden, brancheorganisaties en uitvoeringsorganisatiesgezamenlijk toe naar een landelijk dekkend netwerk van minimaal100 sport- en beweegloketten. Bij deze loketten kunnen clubs passendeondersteuning aanvragen afhankelijk van de eigen behoefte. Op ditmoment zijn 8 sport- en beweegloketten opgericht die voldoen aan dekwaliteitscriteria.Naast de loketten is het ook van belang om de sportaanbieders lokaalbeter te positioneren. Hiervoor worden lokale platforms opgericht, zowelvoor de verenigingen als voor de ondernemende aanbieders. Er zijninmiddels 122 sportplatforms en 15 netwerken voor ondernemendeaanbieders (POS-kantoren) actief.Ruimte voor sport en bewegenAandachtspunten binnen dit thema zijn een betere spreiding, toeganke-lijkheid en bereikbaarheid van sportvoorzieningen, het stimuleren vanmultifunctioneel gebruik van voorzieningen en het verbeteren van de«beweegvriendelijkheid» van de openbare ruimte en natuurgebieden.Rondom dit thema beschrijft het Mulier Instituut dat de partners vanSportakkoord II vinden dat kennis ontbreekt om de uitvoering te kunnenstarten. Daarom is meer onderzoek en planvorming nodig. Daar wordt nuaan gewerkt. Het Mulier Instituut verwacht hier aan het einde van het jaarin een voortgangsrapportage duiding aan te geven, wanneer het eenverdiepend onderzoek in ruim 20 gemeenten heeft uitgevoerd.Uitvoering lokale akkoordenIn Sportakkoord II is als voorwaarde voor financiering van lokalesportakkoorden afgesproken dat gemeenten een coördinator sport enpreventie aanstellen. Van Sportakkoord I is namelijk bekend dat voor hetslagen van de uitvoering van lokale sportakkoorden essentieel is om eentrekker en kernteam te hebben. Door deze voorwaarde is in vrijwel allegemeenten een dergelijke coördinator aangesteld en ook een kernteamwerkzaam. Hierdoor wordt ook de verbinding gelegd tussen de lokaleTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3942 activiteiten vanuit het Sportakkoord II en het Gezond en Actief LevenAkkoord.Gemeenten hebben op basis van de opgestelde uitvoeringsplannenbudgetten, doelstellingen en concrete acties bepaald om de ambities uithet Sportakkoord II te realiseren. In de hiervoor genoemde voortgangsrap-portage zal het Mulier Instituut ook ingaan op de ambities, doelstellingenen veranderingen die plaatsvinden.Hoe zijn we op wegSportakkoord II is nu een jaar onderweg. Een jaar waarin de uitvoering isgestart, netwerken worden opgebouwd, clubs worden ondersteund enwaarin veel gemeenten aan de slag zijn gegaan met het thema sociaalveilige sport. De rapportage van het Mulier Instituut laat zien dat departners en alle stakeholders werken aan een verdere versterking van hetfundament van de sport. Dit fundament dient als basis om de andereambities in het Sportakkoord II, zoals het vergroten van het bereik en debetekenis van sport, te realiseren. Dit laat onverlet dat nog veel werkverzet moet worden. In de najaarsrapportage van het Mulier Instituutzullen waarschijnlijk meer resultaten zichtbaar zijn.2. Moties en toezeggingen sociaal veilig sporten In deze paragraaf ga ik achtereenvolgens in op de stand van zakenrondom een veilige danssector, de oprichting van het onafhankelijkintegriteitscentrum voor de sport, de professionalisering van het InstituutSportrechtspraak (ISR) en een visie op tuchtrecht, de monitor OVIVI enenkele toezeggingen naar aanleiding van het debat over antisemitisme.Stand van zaken veilige danssectorNaar aanleiding van het commissiedebat van 18 oktober 2023 (Kamerstuk34 843, nr. 94) heeft uw Kamer twee moties ingediend inzake dedanssector.Ten eerste, de motie van het lid van der Laan over waardige excuses eneen tegemoetkoming voor slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag inde danssport2. In een gesprek met de Nederlandse Algemene DanssportBond (NADB), de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie en deNederlandse Danssport Organisatie heb ik gevraagd om een tegemoetko-mingsregeling in overweging te nemen en om mogelijke excuses aan tebieden.Zij geven aan, net als alle partners aangesloten bij de Alliantie Dans Veilig,zich verantwoordelijk te voelen voor de verandering naar een meer veiligedanscultuur voor alle dansers. De partners ondernemen dan ook stappenom de danssector veiliger te maken door mee te werken aan het tenuitvoering brengen van de aanbevelingen vanuit het rapport «Schaduw-dansen» dat een jaar geleden is verschenen en waar de Alliantie DansVeilig onlangs een stand van zaken over de opvolging van alle aanbeve-lingen heeft gepubliceerd. Deze vindt u in de bijlage bij deze brief.Onderdeel daarvan vormt de erkenningsboodschap, een boodschapvanuit alle partners van de Alliantie Dans Veilig waarmee zij naar alledansers die geconfronteerd zijn met grensoverschrijdend gedragerkenning uitspreken voor het leed dat hen is aangedaan. De partnersgeven aan dat zij zich bewust zijn dat een cultuur is ontstaan waarin2Kamerstukken II 2023/24, 34 843, nr. 90Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3943 ruimte voor grensoverschrijdend gedrag is geweest en dat dit nooit hadmogen gebeuren. De erkenningsboodschap vormt onderdeel van decampagne vanuit de Alliantie Dans Veilig en is eind januari 2024 als uitingnaar buiten gebracht. De partners hebben deze video met een eigenboodschap verspreid naar de dansers en hun achterban. Zo heeft deNADB erkend dat zij niet voldoende adequaat gehandeld heeft na signalenvanuit andere sporten3. De campagne is door veel dansers goedontvangen en draagt bij aan het inzetten op cultuurveranderingen en hetdoorbreken van de Code of Silence. Ik vind de erkenningsboodschap eenkrachtig statement vanuit de partners van de Alliantie aan de sector zelfen aan alle dansers, zowel van de huidige en als van de toekomstigegeneratie.De tweede motie ingediend door de leden Westerveld c.s. verzoekt deregering het netwerk dat door dansers met Centrum’45 is opgezet teondersteunen en te professionaliseren, zodat dansers daar nu en in detoekomst terechtkunnen met hun melding en zorgvraag. Daarnaastverzoekt de motie Centrum’45, waar wenselijk, te koppelen aan hetnieuwe Centrum Veilige Sport Nederland.4Ik vind het belangrijk dat dansers en andere slachtoffers de juiste zorgkrijgen, net als iedere andere Nederlander. Wat betreft de zorg specifiekaan dansers ben ik hierover met slachtoffers en hulpverlening (ARQCentrum’45 en ARQ IVP) in gesprek geweest. ARQ Centrum’45 is eenderdelijns landelijk georganiseerd traumabehandeling centrum voorcontext specifieke behandelingen en beroepstrauma. ARQ IVP is eeninstituut voor psychotrauma voor hoog risico beroepsgroepen en is lokaalgeorganiseerd. Voorbeelden van hoog risico beroepsgroepen zijn depolitie en hulpdiensten.In de gesprekken met deze instanties geven de professionals aan datdansers in de meeste gevallen geen hoog specialistische zorg nodighebben en vaak eerder gebaat zijn bij lokale zorg of ondersteuning. Indienzorg gewenst is, dan bepaalt de huisarts welke hulp het beste past. Hierbijwordt met het Integraal Zorg Akkoord (IZA) ingezet op goede en toeganke-lijke zorg en worden maatregelen genomen om de wachttijden in de ggzte verkorten. Over de voortgang van het IZA is uw Kamer recent geïnfor-meerd5. Als sprake is van een complexe zorgvraag kan de betreffendedanser(es) terecht bij ARQ Centrum’45 met een doorverwijzing van dehuisarts. ARQ Centrum’45 heeft mij in januari een brief gestuurd. Dezebrief vindt uw Kamer als bijlage 2 bij deze brief.Het is van belang dat de infrastructuur naar passende zorg bekend is bijde doelgroep. De casemanagers van het Centrum Veilige Sport Nederland(CVSN) verwijzen door naar dergelijke vormen van zorg en ook vanuit eennieuw onafhankelijk integriteitscentrum voor de sport zal dit belangrijkzijn en blijven.De Alliantie Dans Veilig is momenteel in gesprek met ARQ IVP over demogelijkheden tot een samenwerking waarbij de Alliantie Dans Veilig eentraining ontwikkelt voor de aangesloten therapeuten. Op deze wijze kan ervoor de dansers, die geen hoog specialistische zorg nodig hebben, eennetwerk ontstaan van lokale therapeuten met kennis over de danssectorwaar zij terecht kunnen. De verwijzing vindt via de huisarts plaats. ZowelMores, CVSN en overige vertrouwenspersonen binnen de danssector3https://nadb.nl/nieuws/dansalliantie-schaduwdansen/4Kamerstukken II 2023/24, 34 843, nr. 925Kamerstukken II 2023/2024 31 765, nr. 852Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3944 worden door de Alliantie Dans Veilig geïnformeerd over de mogelijkheidom gebruik te kunnen maken van dit netwerk.Het rapport «Schaduwdansen» is een jaar geleden verschenen en met hetsamenbrengen van het versnipperd danslandschap binnen één alliantie(Alliantie Dans Veilig) is een stap gezet naar een sector die zich meerverenigt rond thema’s als sociale veiligheid. Daarmee zijn we er nog niet.Momenteel geef ik samen met de Minister en Staatssecretaris vanOnderwijs Cultuur en Wetenschap aandacht aan de installatie van deopvolgings- en de ethische commissie. De partners van de Alliantie DansVeilig richten op dit moment expertgroepen in om de aanbevelingen perthema op te volgen. Dit om recht te doen aan de uitwerking van deaanbevelingen uit het onderzoeksrapport. Hiermee beschouw ik detoezegging om uw Kamer te informeren over de stand van zaken rondomde werkzaamheden om te komen tot een veilige danssector en de tweebovengenoemde moties als afgedaan.Over het vervolg op de installatie van de opvolgings- en de ethischecommissie en hun tussentijdse bevindingen, zeg ik uw Kamer toe voor hetwetgevingsoverleg in het najaar van 2024 te informeren. Bovenal zie ik deontwikkeling naar een cultuuromslag en daarmee een sociaal veiligedanssport hoopvol tegemoet.Oprichting onafhankelijk integriteitscentrum voor de sportIedereen moet veilig kunnen sporten. Toch worden nog veel te vaaksporters slachtoffer van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag en(seksueel) geweld. Gebleken is dat het niet altijd goed lukt misstanden inde sport voldoende effectief tegen te gaan. De sport kan dit niet alleenoplossen. Met name wat betreft grensoverschrijdend gedrag moet deaanpak worden versterkt en is meer ondersteuning wenselijk voorsportorganisaties op het gebied van voorlichting. Dit is voor mij redengeweest om een onafhankelijk integriteitscentrum voor de sport (hierna:het onafhankelijke integriteitscentrum) aan te kondigen. In mijn brief van11 oktober 20236 heb ik de contouren geschetst van het onafhankelijkeintegriteitscentrum en heb ik toegezegd uw Kamer in het eerste kwartaalvan 2024 nader te informeren over de voortgang van de voorbereidingvan wetgeving voor het onafhankelijke integriteitscentrum.7De afgelopen maanden heb ik, samen met onder meer het Ministerie vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en partijen uit de sportsector,voorbereidende werkzaamheden voor de op- en inrichting van dit centrumuitgevoerd. Hierbij is gekeken naar welke taken en rollen voor het centrumgeëigend zullen zijn. Dit mede in relatie tot de organisaties die op ditmoment al (deel)taken op dit gebied uitvoeren. Ook is hierbij hetperspectief van slachtoffers en sporters meegenomen, waarbij ik zelf ookgesproken heb met slachtoffers. Dit alles in ogenschouw nemend zijnmogelijke ontwerpprincipes doorgelopen. Na zorgvuldige afweging wordtnu gewerkt aan een wetsvoorstel. Ook zullen de financiële consequentiesworden uitgewerkt. Mijn uitgangspunt is dat het centrum onafhankelijkwordt gepositioneerd en wordt toegerust om een aantal taken, zoalseerder aan uw Kamer gemeld in genoemde brief van 11 oktober 2023, uitte voeren. Bij de verdere uitwerking ga ik er van uit dat, gelet op debenodigde bevoegdheden voor deze taken, hiervoor een zelfstandigbestuursorgaan de meest passende vorm is. Ik streef er naar om, zoalstoegezegd aan uw Kamer8, de consultatie voor het wetsvoorstel voor het6Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 3817Kamerstukken II 2023/24, TZ202310-1388Kamerstukken II 2023/24, TZ202310-138Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3945 einde van het jaar afgerond te hebben. De moties9 die dit onderwerpraken maken onderdeel uit van de voorbereiding van deze wetgeving.Volledigheidshalve wil ik hierbij benadrukken dat iedereen die iets isoverkomen, gezien of wetenschap heeft van (seksueel) grensover-schrijdend gedrag en/of (seksueel) geweld zich, gedurende de genoemdeoprichtingswerkzaamheden van het onafhankelijke integriteitscentrum,kan blijven melden bij het CVSN. Ik blijf daarom ook oproepen enondersteunen om te melden en ik ondersteun daar waar mogelijk datgesprekken plaatsvinden over veilige en integere sport.Mijn toezegging van 11 oktober 2023 om uw Kamer te informeren overhet onafhankelijke integriteitscentrum is hiermee afgedaan.Professionalisering Instituut Sportrechtspraak (ISR) en visie op tuchtrechtTijdens het commissiedebat van 18 oktober 2023 over het rapportSchaduwdansen heb ik toegezegd10 uw Kamer te informeren over devoortgang van de professionaliseringslag van het ISR en het toewerkennaar een gedragen visie op het sporttuchtrecht.Het tuchtrecht in de sport draagt bij aan het voorkomen en herhalen vanongewenst, regel-overschrijdend en grensoverschrijdend gedrag.Sporttuchtrecht kent een brede definitie en is ten principale van en doorde sportverenigingen opgesteld in reglementen en statuten. Het ISR heeftals instituut voor sport(tucht)recht een belangrijke rol binnen de sport-sector. Alle sportbonden in Nederland zijn voor één of meer onderwerpenbij het ISR aangesloten en het aantal zaken dat het ISR jaarlijks inbehandeling neemt groeit.Het ISR heeft naar aanleiding van de aanbevelingen uit het rapport Samende lat hoger leggen van onderzoeksbureau AEF een aantal belangrijkestappen gezet op het gebied van de beoogde professionalisering. Zo is ereen meer diverse Raad van Toezicht samengesteld en een nieuwebestuursvoorzitter aangetreden. Daarnaast is het ISR aan de slag gegaanmet professionalisering van de gehanteerde werkwijze door onder anderetegenlezers bij complexe zaken aan te stellen en een meer sensitievemanier van bevragen en onderzoeken toe te passen.Verder signaleert onderzoeksbureau AEF dat er bij diverse partijenverschillende beelden leven over wat het tuchtrecht is en in welke zakenhet tuchtrecht passend ingezet kan worden. Om het tuchtrecht effectief tebenutten, is het cruciaal om hier een meer gedeeld beeld vanuit de sportop te vormen door het opstellen van een visie. Hiertoe is een Adviesraadbij NOC*NSF ingesteld. Deze recent opgerichte Adviesraad Veilige enIntegere Sport zal de directie van NOC*NSF adviseren bij het ontwikkelenvan de visie op het tuchtrecht. De missie van deze adviesraad is gericht ophet waarborgen van een veilige en integere sport door beleidsmatigadvies te verstrekken over het functioneren van de keten en de betrokkenpartijen (thans NOC*NSF, sportbonden, ISR en CVSN). De Adviesraadwordt breed vertegenwoordigd door sportbondbestuurders, NOC*NSF,begeleiders (trainers/coaches) en de atleten, alsook een onafhankelijkdeskundige, om zo tot een gedragen visie te komen.Hiermee beschouw ik mijn toezegging om uw Kamer te informeren overde voortgang van de professionaliseringslag van het ISR en het toewerkennaar een gedragen visie op het sporttuchtrecht als afgedaan.9Kamerstukken II 2023/24, 34 843, nr. 91 en Kamerstukken II 2023/24, 34 843, nr. 9310Kamerstukken II 2023/24, TZ202310-140Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3946 Monitor OVIVI: Aanvalsplan tegen racisme en discriminatie in het voetbalOp 28 september 2023 heb ik mede namens de Minister van Justitie enVeiligheid, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en deMinister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het vervolg op: «OnsVoetbal Is Van Iedereen. Samen zetten we discriminatie buitenspel»(OVIVI) gepresenteerd. Dit vervolgprogramma OVIVI 2 loopt van 2023 toteind 2025.Zoals toegezegd in mijn brief van 28 september 202311 zal ook OVIVI2 jaarlijks worden gemonitord en daarom stuur ik u, mede namens dehierboven genoemde Ministers, de monitor «OVIVI 2023 Aanvalsplantegen racisme en discriminatie in het voetbal» toe. Het jaar 2023 was eenovergangsjaar. De monitor laat op beknopte wijze zien wat tot septemberin OVIVI 1 is gebeurd en wat in OVIVI 2 vanaf september 2023 wordtopgebouwd. Ik ga kort in op de resultaten van de monitor.In 2023 werd OVIVI 1 afgesloten en kan worden terug gekeken op eenprogramma dat de KNVB en de verschillende departementen stevig in destijgers hebben gezet. In OVIVI 2 worden de lijnen «voorkomen»,«signaleren», «sanctioneren» en «samen aan de slag» doorgezet. Deeerder ontwikkelde en ingevoerde maatregelen worden blijvend benut.Met de doorstart naar OVIVI 2 worden, naast blijvende inzet op bewust-wording, vooral ook belangrijke stappen gezet op norm- en gedragsveran-dering. Onderdeel van OVIVI 2 is dan ook een nieuwe campagne met eennieuwe huisstijl en een andere focus.In OVIVI 2 is naast de campagne ook de te ontwikkelen procesbegeleidingvoor de betaald voetbalorganisaties (BVO’s) een nieuw element. De BVO’skrijgen ondersteuning bij het maken van een plan van aanpak op hetthema racisme en discriminatie. De begeleiding kan vanaf het najaar van2024 worden ingezet.De onderzoekers van het Mulier Instituut concluderen dat in 2023 eengroei zichtbaar is in het aanbod en de inzet van trainingsprogramma’s.Blijvende uitdagingen in zowel het betaald als het amateurvoetbal zijn hetcreëren van voldoende draagvlak en meldings- en veranderingsbereidheidonder spelers, kaderfunctionarissen en publiek. Die zijn nodig om hetvoetbal sociaal veiliger te maken voor iedereen en discriminatie enracisme tegen te gaan. Hier blijven we dan ook onverminderd op inzetten.Aangezien racisme en discriminatie niet alleen voorkomen in het voetbal,heeft NOC*NSF in samenwerking met de KNVB een deel van hetOVIVI-programma omgezet naar een trainingsprogramma waaraanmeerdere sportbonden en -organisaties kunnen deelnemen. Ditprogramma is vanaf 2024 onder de naam OCIVI (onze Club Is VanIedereen) door NOC*NSF opgepakt met een sportbrede aanpak. Deovergenomen elementen zijn met name gericht op bewustwording,normbepaling en handelingswijzen op de sportclub12.Voor meer informatie over de voortgang van OVIVI verwijs ik u naar devoortgangsrapportage in de bijlage bij deze brief. De eerste monitor vanOCIVI ontvangt uw Kamer in het eerste kwartaal van 2025.11Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 37912Onze Club Is Van Iedereen wordt uitgevoerd door NOC*NSF, in samenwerking met onderandere de POS en actief betrokken bonden: NBB, NHV, Nevobo, NL Actief, NederlandseVechtsportautoriteit, KNCB, Badminton Nederland, KNHB, KNLTB en KRNB.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3947 Toezeggingen naar aanleiding van debat over antisemitismeDe Minister van Justitie en Veiligheid heeft – ten aanzien van sport enbewegen – twee toezeggingen gedaan tijdens het debat over antisemi-tisme op 25 april jongstleden. Het betreft een update over de pilot slimmetechnologie en een incident rondom een wedstrijd van zaalvoetbalclubMaccabi. Deze twee onderwerpen licht ik hier dan ook mede namens deMinister van Justitie en Veiligheid aan u toe.Als eerste een update over de pilot slimme technologie. Tijdens hethiervoor genoemde commissiedebat over antisemitisme op 25 april 2024heeft het Kamerlid Boswijk (CDA) een vraag gesteld over de techniek vande slimme technologie die toeziet op het signaleren en registreren vanracisme en discriminatie, die onder OVIVI wordt ontwikkeld.Op basis van de privacyregelgeving is geen ruimte voor de inzet vangezichtsherkenningstechnologie in voetbalstadions13. Daarom wordtgeëxperimenteerd met zogenaamde geluidscamera’s die gedurende eenwedstrijd geluidsopnames maakt van het publiek waarbij door middel van«artificial intelligence» (AI) afwijkingen in het normale geluidsbeeldkunnen worden aangemerkt. In deze afwijkingen zouden ongewenstespreekkoren of racistische uitingen kunnen zitten. Doordat gebruikgemaakt wordt van een reeks van microfoons is de geluidscamera in staatom nauwkeurig de locatie van een afwijking/detectie door te geven. Omhet hele stadion af te dekken zijn meerdere geluidscamera’s nodig. Hetsysteem neemt alleen geluidsopnamen op indien er sprake is van eendoor AI geconstateerde afwijking of door een handmatige actie van eenoperator. De geluidscamera’s zijn gesynchroniseerd met de bestaandehoge resolutie beveiligingscamera’s en geïntegreerd in het VideoManagement Systeem van het stadion. Wanneer het systeem eenafwijking detecteert van wat als normaal stadiongeluid is aangeleerd,krijgt een veiligheidsmedewerker een signaal in het videomanagementsysteem. De technologie maakt het mogelijk om de geluidsopnamesspecifiek te richten op de locatie in het stadion en in het vak waar deafwijking is vastgesteld. Tevens kunnen de beeldcamera’s automatischinzoomen op de betreffende locatie. Een menselijke «operator» kanvervolgens live of achteraf gericht luisteren naar de afwijkende geluidenen indien nodig actie ondernemen. Met de beeldcamera’s kunnenmogelijke daders van incidenten worden geïdentificeerd. Zoals in deKamerbrief «Veilig Gastvrij Voetbal» van 26 september 2023 vermeld, zalde Minister van Justitie en Veiligheid ook de mogelijkheden om in gevalvan discriminerende spreekkoren de vervolgbaarheid, waarbij hetindividuele aandeel van verdachten moeilijk te bewijzen is, te vergroten,onderzoeken.14 Hierbij kunnen geluidscamera’s ondersteunend zijn.Ten tweede een incident rondom een wedstrijd van zaalvoetbalclubMaccabi. Op 25 april jongstleden kwam tijdens het genoemde debat overantisemitisme, het bericht binnen dat een zaalvoetbalteam heeftgeweigerd een wedstrijd te spelen tegen een Joods voetbalteam(Maccabi). De Minister van Justitie en Veiligheid heeft tijdens dit debat uwKamer toegezegd een reactie te geven, welke ik dan ook nu mede namensde Minister van Justitie en Veiligheid geef.13De inzet van slimme technologie in voetbalstadions voor de aanpak van discriminatie enracisme | Rapport | Rijksoverheid.nl14Kamerstukken II 2023/24, 25 232, nr. 74, met betrekking tot uitbreiding Art. 141 Sr. metscanderen van leuzen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3948 Allereerst wil ik opmerken dat ik het uiterst verwerpelijk vind als teams ofsporters niet met of tegen elkaar willen sporten vanwege discriminerendeof antisemitische redenen. Dat is onacceptabel.Naar aanleiding van dit incident heb ik met de KNVB gesproken. De KNVBgeeft aan dat zowel discrimineren als het niet nakomen van wedstrijdver-plichtingen overtredingen zijn van de met elkaar afgesproken regels. Deonafhankelijke aanklager van de KNVB heeft de zaak in behandeling en zalonderzoeken wat is gebeurd en op basis daarvan bezien of en zo ja welketuchtrechtelijke sancties moeten volgen.Daarnaast heeft de KNVB met het bestuur van Maccabi afgesproken dat,hoewel normaliter niet gebruikelijk, het bestuur KNVB officials (scheids-rechters en waarnemers) zal inzetten bij de wedstrijden van Maccabi. Ofspecifieke politie-inzet nodig is, is aan de lokale driehoek. De KNVB blijft ingesprek met Maccabi.Hiermee beschouw ik beide toezeggingen naar aanleiding van debat overantisemitisme als afgedaan.3. Toezeggingen inclusief sporten en bewegen In deze paragraaf ga ik in op de voortgang in de realisatie van inclusievespeeltuinen en kom ik terug op een toezegging rondom sporthulpmid-delen.Voortgang realisatie inclusieve speeltuinenOp 3 april jongstleden heb ik tijdens het debat inzake de implementatievan het VN-verdrag Handicap toegezegd uw Kamer te informeren over devoortgang inclusieve speeltuinen. Dit als onderdeel van uitvoering van demotie van de leden Van Nispen en Werner15.Het Samenspeelfonds heeft de ambitie om in elke gemeente in Nederlandtenminste één inclusieve en toegankelijke speelplek te realiseren, waarálle kinderen zich welkom voelen, en waar kinderen met en zonderbeperking samen kunnen buitenspelen. Op 1 april 2022 is het programmavan het Samenspeelfonds gestart. Op dat moment waren van de 342gemeenten 265 zonder samenspeelplek. Nu (aan het einde van het tweedekwartaal van 2024) zijn er nog 178 gemeenten zonder inclusieve speelplek.Dit betekent dat er in 164 gemeenten inclusieve speelplekken zijngerealiseerd.De realisatie van een samenspeelplek heeft gemiddeld een doorlooptijdvan 9 maanden. Deze doorlooptijd is nodig omdat speeltuinverenigingenin de oriëntatie en planvorming gebruik maken van een participatietrajectwaarin kinderen (met en zonder handicap) meedenken over het concept.Vervolgens moet voor dit plan cofinanciering worden gevonden. Daardoorduurt de daadwerkelijk opdrachtverlening en realisatie van de speeltuinrelatief lang. Voor het einde van 2024 zal ik uw Kamer opnieuw infor-meren over de realisatie van het aantal inclusieve speeltuinen.SporthulpmiddelenTijdens het wetgevingsoverleg van 12 februari 2024 (Kamerstuk36 410 XVI, nr. 139) heb ik een toezegging gedaan aan uw Kamer in hetkader van de financiering van het Fonds Gehandicaptensport. Uw Kamerheeft in dit debat aangegeven dat de structurele middelen, waarmee het15Kamerstukken II 2021/22, 35 925 XVI, nr. 146Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3949 Ministerie van VWS het Fonds Gehandicaptensport jaarlijks ondersteunt,namelijk € 750.000, onvoldoende dekkend is voor 2024. Ik heb toegezegddit te bespreken met het Fonds Gehandicaptensport.Het Fonds Gehandicaptensport heeft desgevraagd een onderbouwinggedeeld over een mogelijk tekort van ongeveer € 900.000 voor het tweededeel van 2024. Het Fonds Gehandicaptensport kan in 2024 rekenen op destructurele bijdrage van € 750.000. Ik vind het belangrijk dat sporters meteen handicap kunnen sporten, vandaar ook deze structurele bijdrage. In2023 heb ik naast deze structurele middelen ook een incidentele bijdragegedaan van € 1.500.000.Op dit moment ontwikkelt een werkgroep, onder regie van VWS, eenduurzame financieringsvorm voor sporthulpmiddelen waarbij het duidelijkis voor mensen met een handicap waar ze ondersteuning kunnen krijgen.Omdat de duurzame financieringsvorm op dit moment nog ontbreekt enFonds Gehandicaptensport het enige vangnet voor sporters met eenhandicap is, zeg ik hierbij toe om het geraamde tekort van € 900.000,- in2024 aan te vullen. Met het Fonds worden afspraken gemaakt over deinzet van deze middelen.4. Moties en toezeggingen topsport Onderwerpen die in deze paragraaf aan bod komen zijn de «Topsport inNederland» rapportage, topsport en media, (buitengewone) topsporteve-nementen, het WK voetbal vrouwen 2027 en de afronding van de herijkingaanpak matchfixing.Topsport in Nederland (TIN) rapportageIn de verzamelbrief Sport en Bewegen16 van februari jongstleden heb ikaangegeven dat het Mulier Instituut vanaf 2024 een nieuwe Topsport inNederland (TIN) rapportage zal publiceren. Het Mulier Instituut zal dezerapportages ieder jaar in september publiceren17 en zoals toegezegd zal ikuw Kamer hierover jaarlijks, voorafgaand aan het WGO, informeren. Dezerapportages bevatten een beschrijving van de ontwikkelingen binnen deNederlandse topsport die relevant zijn voor de doelstellingen van hetstrategisch kader topsport 203218.Topsport en mediaIk heb toegezegd uw Kamer te informeren over de wijze waarop mediabeter kunnen worden benut om de maatschappelijke waarde van topsportzichtbaar te maken voor meer Nederlanders19. Ik heb Ecorys gevraagd eeninternationale verkenning uit te voeren. Deze verkenning vindt u in debijlage bij deze brief. Uit deze verkenning komt onder andere naar vorendat het Ministerie van VWS hierin weinig mogelijkheden heeft. Dit isconform de analyse van de Nlsportraad20. De resultaten van deverkenning worden door de andere partners van het Sportakkoord IImeegenomen bij hun uitwerking van het strategisch kader topsport. Het isdaarmee aan deze partners om te bezien welke rol zij mogelijk kunnenspelen in de relatie media en topsport. Daarnaast kan het Ministerie van16Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 38617De eerste publicatie van de rapportage is september 202418Onderdeel van Uitwerking Hoofdlijnen Sportakkoord II, Sport versterkt. Kamerstukken II2022/23, 30 234, nr. 36419Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 38620Bijlage bij Kamerstuk 30 234, nr. 337Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39410 OCW de evenementenlijst21, waarin veel sportevenementen benoemdzijn, als beleidsinstrument inzetten. Deze lijst is recent geëvalueerd. Eenbeleidsreactie op deze evaluatie is aan het nieuwe kabinet. Het Ministerievan OCW zal uw Kamer daarover te zijner tijd informeren. Daarmeebeschouw ik de toezegging als afgedaan.TopsportevenementenZoals toegezegd informeer ik uw Kamer ieder halfjaar over de voortgangop de onderdelen van de Nationale Topsportevenementen Strategie(NTS). Dit betreft de inzet van beleidsinstrumenten op basis van deuitgangspunten van de NTS22, de subsidieregeling voor topsportevene-menten en ontwikkelingen ten aanzien van een aantal buitengewonetopsportevenementen23.Inzet beleidsinstrumentenDe NTS heeft drie uitgangspunten, aan de hand waarvan ik u informeerover de beleidsinstrumenten:Uitgangspunt 1: Breed palet van internationale topsportevenementen.–De rapportage over internationale tosportevenementen en despreiding hiervan in Nederland is te vinden op de website van hetCoördinatie en Informatiepunt Topsportevenementen (CIT)24.Uitgangspunt 2: Het bevorderen van aantrekkelijke en maatschappelijkverantwoord georganiseerde evenementen.–VWS ondersteunt hierbij de volgende twee trajecten:1.Duurzame topsportevenementen: in 2024 wordt gestart met debegeleiding vanuit een bureau om een aantal sportevenementen tehelpen bij het invullen van de monitor duurzame topsportevene-menten en de dataverzameling hieromtrent. Hiermee krijgenorganisatoren van sportevenementen meer inzicht in welkemaatregelen helpen bij het verduurzamen.2.Gezonde topsportevenementen: vanaf 2025 wordt ook ingezet opde thema’s rookvrij en verantwoord alcoholgebruik en is dedoelgroep uitgebreid naar kinderen en jongeren t/m 17 jaar. Met deTeamNL Sport Experience wordt ook ingezet op rookvrij engezonde voeding.Uitgangspunt 3: Het creëren van een podium voor maatschappelijkevraagstukken en het bedrijfsleven.–In 2024 vindt de TeamNL Sport Experience plaats in zeven steden,waaronder in Arnhem en Den Haag tijdens de Olympische Spelen. Hetprogramma wordt ondersteund door VWS.Ondersteuning van topsportevenementen door VWSOp 3 april 2024 is de Subsidieregeling Topsportevenementen 2024–202825in werking getreden. Deze regeling is bedoeld om de organisatie vaneenmalige internationale topsportevenementen in Nederland financieel teondersteunen. U bent eerder geïnformeerd over de inhoud van deze21Bijlage bij Kamerstuk 36 410 VIII, nr. 3422Kamerstukken II 2020/21, 30 234, nr. 25723Kamerstukken II 2020/21, 30 234, nr. 26324https://cit.sport.nl/media/hbvom4iq/topsportpodium-nederland-2021-2030-peildatum-mei-2024.pdf25https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-10726Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39411 regeling en de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de subsidiere-geling topsportevenementen 2021–202326.Onderstaande tabel toont hoe het Ministerie van VWS tot dusverre definanciële middelen voor internationale topsportevenementen heeftbesteed in 2024, vanuit de subsidieregeling topsportevenementen 2021 –2023 en de subsidieregeling topsportevenementen 2024–2028. Het betreftde totale VWS-subsidie die per evenement gedurende de looptijd van deprojecten is verleend.Gesubsidieerde topsportevenementen 2024Verleende subsidieEK Volleybal U22 2024€ 480.755,–WK Shorttrack 2024€ 1.046.019,–EK Beachvolleybal 2024€ 976.025,–EK Baanwielrennen 2024€ 370.606,– Buitengewone topsportevenementenZoals toegezegd informeer ik uw Kamer, indien relevant, over devoortgang van buitengewone topsportevenementen die in Nederlandworden georganiseerd27, of mogelijk worden georganiseerd:–Evaluatie European Para Championships 2023: van 8 tot en met20 augustus 2023 heeft de eerste editie van de European ParaChampionships (EPC) in Rotterdam plaatsgevonden. Uit de evaluatie28blijkt dat de EPC van grote maatschappelijke en sportieve betekenis isgeweest. Ik ben zeer trots dat het gelukt is om dit paralympischesportevenement mede mogelijk te maken.–Super EK Wielrennen: de Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie(KNWU) viert in 2028 haar 100-jarig bestaan en is vanwege ditjubileum in gesprek met de UEC (Europese Wielerunie) over eenmulti-wielerevenement. Tijdens het evenement zal de KNWU aandachtbesteden aan de maatschappelijke waarde van de wielersport en dekracht van het fietsen door inzet op fietsstimulering, actieve mobiliteit,duurzaamheid en inclusie met aandacht voor de paralympischedisciplines en Jeugd EK’s.WK voetbal vrouwen 2027Op 17 mei jongstleden hebben de FIFA-leden besloten om de organisatievan het WK 2027 voetbal voor vrouwen aan Brazilië toe te kennen. Helaaskreeg het bid dat de KNVB samen met de Belgische en Duitse voetbal-bonden heeft ingediend, onvoldoende stemmen. Hiermee beschouw ikalle toezeggingen en moties met betrekking tot dit WK als afgedaan29.Afronding herijking aanpak matchfixingIn mijn brief van 5 februari jongstleden30 heb ik toegezegd uw Kamer teinformeren over de resultaten van de herijking van de aanpak vanmatchfixing en voorlichting met betrekking tot de strafrechtelijkegevolgen hiervan. In 2021 is gestart met deze herijking, met als betrokkenpartners het OM, Politie, FIOD, Kansspelautoriteit, NOC*NSF, KNLTB,KNVB, ISR, VWS en JenV. Dit proces is begin 2024 afgerond met het26Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 38527Kamerstukken II 2020/21, 30 234, nr. 26328Evaluatie EPC 202329Kamerstukken II 2018/19, 30 234, nr. 211, Kamerstukken II 2022/23, 30 234, nr. 356, Kamer-stukken II 2018/19, 35 000 XVI, nr. 11030Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 386Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39412 vaststellen van een programmaplan wedstrijdmanipulatie (matchfixing)door deze partijen. Daarin staan gezamenlijke acties en werkwijzen,gericht op de komende drie jaar. Daarnaast zullen partijen ook in huneigen invloedssfeer actie nemen op het voorkomen en aanpakken vanmatchfixing.Het belangrijkste doel van de herijkte aanpak is het minimaliseren van dekans op matchfixing door een goede samenwerking tussen de betrokkenpublieke en private partijen. Het is van belang om daarbij op te merkendat de exacte omvang van matchfixing in Nederland momenteel nietbekend is. Er zijn tot op heden geen meldingen of signalen geweest diehebben kunnen leiden tot een zaak in het strafrecht31.De aanpak richt zich op zowel het voorkomen als op het aanpakken vanmatchfixing, onder andere door het opstellen van een risicoanalyse,voorlichtingscampagnes32 en het versterken van de internationalesamenwerking.Ook is onder verantwoordelijkheid van het OM en in samenwerking metde politie, een fieldlab gestart. Dit fieldlab moet het proces om signalen teverrijken, verder te brengen en erop te acteren, verbeteren. Binnen debestaande juridische kaders wordt gekeken hoe de betrokken publieke enprivate partijen nauwer kunnen samenwerken. In het fieldlab zullenbetrokken partijen uitdagingen identificeren, zoals op het gebied vangegevensuitwisseling. Ook worden werksessies georganiseerd die inzichtgeven in de (on)mogelijkheden waarmee de partners in de samenwerkingrekening moeten houden bij strafrechtelijke opsporing en vervolging naaraanleiding van signalen. Na de periode van één jaar wordt de werkwijzegeëvalueerd en zal worden bezien of deze werkwijze leidt tot concreteresultaten.De samenwerkende partijen investeren in de oprichting van een program-mabureau voor het ondersteunen van de uitvoering van de gezamenlijkgedefinieerde acties. Waar mogelijk en wenselijk wordt aangesloten bijandere initiatieven, zoals de plannen voor de oprichting van het onafhan-kelijke integriteitscentrum.Hiermee beschouw ik de bovengenoemde toezegging als afgedaan.5. Overige motie en toezeggingen In deze laatste paragraaf informeer ik uw Kamer over de pilots sport enonderwijs, sport- en beweegdeelname, de relatie hersenletsel en sport,het verminderen van regeldruk en stimuleren van vrijwilligers, het aanbodzwemles voor kinderen met een beperking en de ReddingsbrigadeNederland.Pilot sport en onderwijsDe motie van de leden Rudmer Heerema en van der Laan33 verzoekt deregering pilots uit te voeren met als doel de infrastructuur van sportver-enigingen en primair- en voortgezet onderwijs scholen samen te brengen,zodat meer kinderen via het onderwijs in aanraking komen met sport enhet verenigingsleven. In de afgelopen periode zijn gesprekken gevoerd31Recentelijk heeft wel een veroordeling plaatsgevonden voor een poging tot matchfixing(https://www.om.nl/actueel/nieuws/2024/01/19/veroordelingen-voor-matchfixing)32Sportbonden, NOC*NSF en het CVSN hebben recent een voorlichtingscampagne («Match-fixing? Kansloos!») ontwikkeld, gericht op het vergroten van het bewustzijn onder topsportersen hun begeleiders over de risico’s van matchfixing en de manier waarop zij melding kunnendoen van signalen van mogelijke matchfixing.33Kamerstukken II 2022/23, 32 793, nr. 662Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39413 met diverse partijen in de sportsector om de gevraagde pilots te ontwik-kelen. Momenteel wordt met Sporthelden op School besproken wat demogelijkheden zijn om vanuit hun platform invulling te geven aan dezepilots. Uw Kamer wordt hier naar verwachting eind 2024 over geïnfor-meerd.Sport- en beweegdeelnameIn mijn antwoorden op Kamervragen van het lid Rudmer Heerema heb iktoegezegd uw Kamer periodiek te informeren over de verschuivingen insport- en beweegdeelname34. Uit de cijfers van de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor (CBS/RIVM) blijkt dat het aandeel wekelijkse sporters van12 jaar en ouder relatief stabiel over de tijd is, maar in 2023 licht isgestegen van 52% naar 56%. Vooral bij mensen met een lichamelijkebeperking vond een zichtbare stijging plaats in het percentage datwekelijks sport (van 23% in 2022 naar 29% in 2023). Het aandeel van debevolking (4 jaar en ouder) dat in 2023 aan de beweegrichtlijn voldeed,was vergelijkbaar met het voorgaande jaar (45%). Voor een volledig enverdiepend overzicht van de verschuivingen in sport- en beweeg-deelname, onder andere naar doelgroep, verwijs ik u graag naar dekernindicatoren die staan beschreven op de websitewww.sportenbewegenincijfers.nl/.Hersenletsel en sportIn de Kamerbrief over de stand van zaken omtrent het beweeg- ensportbeleid35 heb ik toegezegd uw Kamer in 2024 te informeren over deuitkomsten van onderzoek van de Gezondheidsraad (GR) naar de relatietussen ernstig hersenletsel en sport. Op dit moment is de GR bezig om ditin kaart te brengen en de Raad verwacht in het tweede kwartaal van 2025de uitkomsten te publiceren. Ik informeer uw Kamer over de uitkomstenvan dit onderzoek zodra deze gereed zijn.Stimuleren vrijwilligers en verminderen regeldrukDe Staatssecretaris van VWS en de Minister voor Rechtsbeschermingwerken een aanpak uit om regeldruk te verminderen voor sportvereni-gingen, vrijwilligersorganisaties en filantropische instellingen36, waarbijook de toezegging over de inzet van het instrument vrijwilligersver-goeding bij sportverenigingen37 wordt meegenomen.Landelijk dekkend aanbod zwemles voor kinderen met een beperkingIn mijn brief van 15 juni 202338 heb ik toegezegd uw Kamer op de hoogtete houden over de voortgang om tot een landelijk dekkend aanbod vanzwemles te komen voor kinderen met een beperking.Ongeveer de helft van de scholen in het speciaal onderwijs biedtschoolzwemmen aan, daarbij wordt gemiddeld 34 weken per jaargezwommen. Dit is aanzienlijk meer dan op reguliere scholen in hetprimair onderwijs waar minder dan dertig procent van de scholenschoolzwemmen aanbiedt en ook gemiddeld maar 22 weken per jaar. Metschoolzwemmen in het speciaal onderwijs wordt de meeste voortganggeboekt voor een landelijk dekkend aanbod van zwemles voor deze34Aanhangsel Handelingen 2021/22, nr. 167735Kamerstukken II 2022/23, 30 234, nr. 34036Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 39237Kamerstukken II 2023/24, TZ202403-00538Kamerstukken II 2022/23, 30 234, nr. 366Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39414 doelgroep. Daarnaast kan via de website van Uniek Sporten in iedereprovincie minimaal één zwemschool voor kinderen met een beperkinggevonden worden. Tot slot bieden reguliere zwemlesaanbieders op veelplekken in het hele land ook zwemles aan kinderen met een beperkingaan. Hiervan ontbreken echter exacte cijfers. Op verzoek van uw Kamerlaat ik verschillende scenario’s voor de herinvoering van schoolzwemmendoorrekenen en het speciaal onderwijs is onderdeel van deze opdracht. Ikverwacht de resultaten van dit onderzoek uiterlijk begin 2025.Reddingsbrigade NederlandIk heb toegezegd uit te zoeken of de Reddingsbrigade Nederland kamptmet een tekort aan auto’s om de boten te vervoeren en hierover terug tekoppelen aan uw Kamer39. De Reddingsbrigade Nederland ziet geenlandelijk tekort aan auto’s om de boten te vervoeren. Lokaal kan ditmogelijk een probleem zijn, maar afspraken over vervoer van boten voorde reddingsbrigade zijn een verantwoordelijkheid van de lokale overheiden moeten een plek hebben in de dienstovereenkomst «toezicht bij openwater» tussen gemeente en reddingsorganisatie. Wanneer de «trekkendevoorzieningen» niet in de dienstovereenkomst opgenomen zijn, dan wordtdit vaak opgelost met eigen voertuigen of met voertuigen van anderediensten. Afspraken die de inzet van brigades voor de NationaleReddingsvloot betreffen, worden gemaakt met de veiligheidsregio’s enhet Nederlands Instituut Publieke Veiligheid. Hiermee beschouw ik dezetoezegging als afgedaan.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,C. Helder39Kamerstukken II 2023/24, TZ202403-007Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39415

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 91e51cefa4778d4a

14 okt 2026 · 0b142a5b8086bb8e

13 okt 2026 · 0f8c4f8443e1c1bd

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.