Beleidsreactie op onderzoeksrapport ‘Clare’s Law: Verkenning en reflectie door Nederlandse juristen op literatuur over het Verenigd Koninkrijk’
Brontekst
Versie 82a85a2ac40fe853 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 1031 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 meiHierbij bied ik uw Kamer het onderzoeksrapport «Clare’s Law: Verkenningen reflectie door Nederlandse juristen op literatuur over het VerenigdKoninkrijk» aan. Dit verkennend onderzoek is tot stand gekomen in eensamenwerking tussen de Open Universiteit, Centre of Expertise Veiligheid& Veerkracht van Avans Hogeschool en Filomena Rotterdam, en isgefinancierd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Het maaktonderdeel uit van een groter onderzoeksproject dat wordt mogelijkgemaakt door Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving. In hetonderzoek wordt de beschikbare literatuur over Clare’s Law in hetVerenigd Koninkrijk verkend en reflecteren acht Nederlandse juristenvanuit hun eigen expertise op de mogelijke toepasbaarheid ervan inNederland.In deze brief zet ik eerst de aanleiding, onderzoeksopzet en belangrijkstebevindingen van het onderzoek uiteen. Daarna geef ik een inhoudelijkereactie op het onderzoek.AanleidingOp 3 april 2025 heeft de toenmalige Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid tijdens het commissiedebat «Zeden en (on)veiligheid vanvrouwen» toegezegd na te gaan wat mogelijk is in het proactiefwaarschuwen van mensen voor hun partner als deze eerder is veroor-deeld voor (fataal) huiselijk geweld naar voorbeeld van de praktijk inEngeland. Op 3 juni 2025 heeft uw Kamer een motie van Van der Werf,Bruyning, Becker en Mutluer aangenomen, waarin de Kamer het kabinetverzoekt te onderzoeken of en onder welke randvoorwaarden eenNederlandse variant van Clare’s Law ingevoerd zou kunnen worden.1 Metde aanbieding van voorliggend onderzoeksrapport en deze beleidsreactiewordt opvolging gegeven aan bovengenoemde toezegging en motie. Hetkabinet heeft in het coalitieakkoord «Aan de slag» aangegeven de wet te1Kamerstukken II, 2024–2025, 29 279, nr. 955. kst-29279-1031ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10311 willen introduceren, als onderdeel van een breder pakket aan maatregelenom geweld tegen vrouwen tegen te gaan.OnderzoeksopzetHet doel van dit onderzoeksproject is om inzicht te verkrijgen in de opzet,werking en juridische inbedding van Clare’s Law in het VerenigdKoninkrijk, met als uiteindelijk doel de relevantie en toepasbaarheid vaneen vergelijkbaar systeem in de Nederlandse context te verkennen.De centrale onderzoeksvraag van dit eerste deelrapport is:Wat zijn de juridische, en daarmee samenhangende praktische en ethischevoorwaarden waaronder een systeem naar analogie van Clare’s Law inNederland geïmplementeerd zou kunnen worden, en welke lessen kunnenhierbij worden getrokken uit de ervaringen in het Verenigd Koninkrijk?BevindingenHet rapport beschrijft wat Clare’s Law inhoudt, hoe deze regeling in hetVerenigd Koninkrijk wordt toegepast, welke juridische en ethischedilemma’s daarbij spelen en welke lessen Nederland hieruit kan trekken.Achtergrond en toepassing Clare’s LawClare’s Law is vernoemd naar Clare Wood, een 36-jarige vrouw uitYorkshire die in 2009 door haar ex-partner werd vermoord. Bij de politiewas bekend dat de man een gewelddadig verleden had, maar Clare wasdaar niet van op de hoogte door privacyregels en wetgeving rondgegevensbescherming. Haar vader begon na haar dood een campagneom vrouwen beter te beschermen tegen hun partners, wat uitmondde inde Domestic Violence Disclosure Scheme (DVDS), beter bekend als Clare’sLaw. Sinds 2014 geeft deze wet burgers in Engeland en Wales het rechtom bij de politie te informeren naar het gewelddadige verleden van hunpartner (of de partner van een naaste). Naast dit «recht om te vragen»kent deze wet ook een «recht om te weten», waarbij de politie proactiefinformatie kan delen als zij vermoedt dat iemand risico loopt. Daarmee ishet een instrument dat beoogt bij te dragen aan het doel van beschermingen een versterkte positie van het slachtoffer in persoonlijke relaties door(potentiële) slachtoffers van huiselijk geweld toegang te geven totinformatie over het gewelddadige verleden van hun partner.Clare’s Law is sinds 2021 wettelijk verankerd in de Domestic Abuse Act endaarnaast zijn er verschillende juridische kaders op basis waarvan depolitie informatie mag delen. Informatieverstrekking is toegestaan opgrond van het common law-principe (het Engelse gewoonterecht), dat depolitie bevoegdheid geeft om informatie te delen ter voorkoming vanmisdrijven, aangevuld met beleidsrichtlijnen van het Home Office (hetBritse Ministerie van Binnenlandse Zaken). Daarnaast gelden strikte eisenvanuit de Data Protection Act 2018 en de Human Rights Act 1998. Dezewetten bepalen dat informatieverstrekking proportioneel en noodzakelijkmoet zijn, met een duidelijke afweging tussen het recht op beschermingen het recht op privacy van de betrokkene. Het vrijgeven van informatievindt plaats na een multidisciplinaire risicobeoordeling en wordtmondeling gedeeld in een vertrouwelijk gesprek.Sinds de invoering van Clare’s Law in 2014 in Engeland en Wales is hetgebruik van de regeling sterk toegenomen. Waar in het eerste jaar enkeleduizenden aanvragen werden geregistreerd, steeg dit aantal in 2023/24 totmeer dan 58.000 aanvragen, waarvan ruim 24.000 resulteerden ininformatieverstrekkingen (disclosures).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10312 Uitdagingen in Engeland en WalesHoewel er veel beroep wordt gedaan op Clare’s Law, constaterenverschillende auteurs in de door de onderzoekers geraadpleegdeliteratuur dat de wet in Engeland en Wales diverse uitdagingen met zichmeebrengt. Deze hebben betrekking op de onvoldoende bekendheid enhelderheid van het doel van de wet, de beperkte mate waarin data wordtverzameld, privacykwesties en juridische dilemma’s, beperkte capaciteiten middelen, praktische uitdagingen zoals de standaardisering vanprocedures bij politiekorpsen, de gestelde termijnen voor het vrijgevenvan informatie, de wijze waarop informatie wordt verstrekt en hetontbreken van passende nazorg aan potentiële slachtoffers. Dezeuitdagingen worden hieronder nader beschreven.Uit de literatuur blijkt dat veel slachtoffers in Engeland en Wales niet opde hoogte zijn van Clare’s Law of de regeling moeilijk toegankelijk vinden.Het oorspronkelijke doel om de positie van slachtoffers te versterken(empowerment), blijkt in de praktijk niet altijd haalbaar en kan zelfs leidentot teleurstelling en verhoogde kwetsbaarheid. De veronderstelling dat hetverschaffen van informatie er automatisch toe leidt dat iemand uit een(potentieel) gewelddadige relatie kan stappen is te simplistisch. Het is dusvan belang het doel te definiëren naar bescherming, waarbij risicobe-perking en veiligheid centraal staan, en nationale campagnes te voerenom doel en werkwijze helder te communiceren.Onduidelijkheid over het doel van de wet draagt bovendien bij aan hetneerleggen van de verantwoordelijkheid over de situatie bij het slachtoffer(victim blaming). Uit de literatuurstudie blijkt dat wanneer slachtoffersgeen actie ondernemen nadat de informatie is vrijgegeven, dit dooranderen geïnterpreteerd kan worden als nalatigheid, terwijl emotionele,financiële en sociale afhankelijkheid vaak een rol speelt in hun besluit-vorming. Gerichte training van professionals zoals politiefunctionarissenis nodig om victim blaming te voorkomen en trauma-sensitieve disclosurete bevorderen.Ook komt uit het literatuuronderzoek naar voren dat er in Engeland enWales sprake is van beperkte dataverzameling, dat soms leidt tot een valsgevoel van veiligheid wanneer «geen informatie beschikbaar» wordtgerapporteerd. Politie-registraties en onderrapportage maskeren risico’s.Daarnaast beperken de beschikbare gegevens zich vaak tot geslacht enetniciteit, terwijl factoren als beperking, taalvaardigheid en sociaalecono-mische status ontbreken. Zonder bredere en systematische dataverza-meling blijft het risico bestaan dat bepaalde groepen structureel wordenuitgesloten van bescherming en ondersteuning. Het College of Policing(de beroepsorganisatie voor de politie in Engeland en Wales) pleit erdaarom voor om dataverzameling en analyse uit te breiden en teverbeteren, en koppelingen te maken met herhaald slachtofferschap endaderschap. Ook dient duidelijk gecommuniceerd te worden dat hetontbreken van informatie niet gelijkstaat aan de afwezigheid van risico.Daarnaast blijkt dat Clare’s Law in Engeland en Wales een fundamenteelspanningsveld met zich meebrengt tussen het recht op privacy vanvermeende plegers en het recht op veiligheid van potentiële slachtoffers.Het vrijgeven van informatie kan ingrijpende gevolgen hebben voorsociale relaties en rehabilitatie van de vermeende pleger. Sommigepolitiekorpsen worstelen met de vraag hoe ze met de aanvragen enafhandeling om moeten gaan. Zo is er nog discussie over welke infor-matie precies aan wie gegeven mag worden en over veroordelingen dievolgens de wet verjaard zijn. Dit vraagt om heldere juridische kaders enethische richtlijnen die proportionaliteit en transparantie waarborgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10313 Bovendien zijn aanvragen in het kader van huiselijk geweld arbeidsin-tensief en daarmee ook kostenintensief. Daarbij is de uitvoering vanClare’s Law afhankelijk van de capaciteit van lokale politiekorpsen, diesterk varieert. Dit leidt in Engeland en Wales tot ongelijkheid inbescherming en toegang tot informatie. Landelijke standaardisatie vanprocedures en termijnen, plus investeringen in capaciteit en digitalesystemen, worden aanbevolen om deze ongelijkheid te verminderen. Dewettelijke termijn van 28 dagen voor het verkrijgen van de gevraagdeinformatie blijkt vaak te lang bij bedreigende huiselijk geweld-situaties,vooral bij acute dreiging. Snellere procedures die berusten op multidisci-plinaire samenwerking en snelle risicobeoordeling tonen aan dat hetvrijgeven van informatie ook binnen enkele dagen mogelijk is. Termijnenzouden verder verkort moeten worden en aanvragen van (potentiële)slachtoffers zelf dienen geprioriteerd te worden. Daarnaast blijkenslachtoffers informatie liever te ontvangen via onafhankelijke vertrou-wenspersonen of gespecialiseerde hulporganisaties dan direct van depolitie.Ook wordt in het rapport geconstateerd dat de wet de nadruk legt op deindividuele verantwoordelijkheid van (potentiële) slachtoffers doordat zijwel worden geïnformeerd over het gewelddadige verleden van hun(ex-)partner, maar er vervolgens weinig preventieve maatregelen ofstructurele ondersteuning of hulpverlening wordt geboden. Het vrijgevenvan informatie zonder adequate nazorg en begeleiding kan averechtswerken en het risico op herhaald geweld vergroten. Daarom wordtaanbevolen om altijd nazorg te bieden, ongeacht of er informatie wordtgedeeld. Dit omvat toegang tot hulpverlening, veiligheidsplanning enpsychosociale ondersteuning. Politiefunctionarissen in Engeland en Waleservaren bovendien onzekerheid bij de toepassing van Clare’s Law en hetsignaleren van dwingende controle (patroonmatig psychisch geweld).Structurele training en een cultuurverandering waarin victim blamingwordt tegengegaan en bescherming van het slachtoffer centraal staat, zijnessentieel.Reflectie Nederlandse juristenHet onderhavige onderzoek omvat ook een groepsinterview van juristenmet als doel het kritisch verkennen van de juridische randvoorwaardenvoor een Nederlandse variant van Clare’s Law. De voor het onderzoekgeïnterviewde experts erkennen dat Clare’s Law een goed instrument is,maar vragen zich af of de huidige Nederlandse context op dit momentvoldoende basis biedt voor een veilige en effectieve invoering. De juristenbenadrukken het belang van een goed functionerende strafrechtketen omde wet effectief en veilig te kunnen toepassen. Ook werd er onder meerunaniem gepleit voor een formele wettelijke basis om rechtszekerheid enuniforme toepassing te waarborgen. Bovendien werd aangegeven datwetgeving moet worden ontwikkeld om patroonmatig psychisch gewelden dwingende controle te kwalificeren en te sanctioneren, zodat de meestgevaarlijke vormen van geweld niet buiten beeld blijven bij een regelingzoals Clare’s Law.Naast juridische verankering pleiten de juristen er ook voor dat deregeling praktisch wordt ondersteund met hulpverlening, risicobeoor-deling en structurele follow-up. Daarbij moet de toegang tot de vrij tegeven informatie naast slachtoffers en in uitzonderlijke gevallen familie,beperkt blijven tot gespecialiseerde professionals en crisisdiensten. Degroep benadrukt dat er ook expliciet aandacht nodig is voor mannelijke enLHBTI-slachtoffers. Een regeling die vooral uitgaat van het heteroseksuelenormbeeld en alleen vrouwen als slachtoffer vergroot blinde vlekken enkan bescherming ongelijk maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10314 Tot slot adviseren de deelnemers om bij de uitvoering mensen tebetrekken die bekend zijn met de relevante dynamieken en waarschuwenzij tegen een te brede toepassing; onvoldoende afgebakende richtlijnenkunnen misbruik of schijnveiligheid bevorderen.BeleidsreactieGeweld tegen vrouwen en huiselijk geweld is een zeer groot veiligheids-probleem in Nederland. In de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld enSeksueel Grensoverschrijdend Gedrag 2024 gaf 9 procent van depersonen van 16 jaar en ouder aan in de afgelopen 12 maanden slacht-offer te zijn geweest van een of meerdere vormen van huiselijk geweld.2Dit zijn omgerekend bijna 1,3 miljoen personen. Deze hoge aantallen zijnschokkend en de gevolgen voor slachtoffers zijn vaak ingrijpend.Bovendien werken geweldservaringen in het verleden door naar hetheden en de toekomst van slachtoffers: het meemaken van dit geweldheeft vaak negatieve consequenties voor de verdere levensloop vanmensen. De cijfers uit de prevalentiemonitor laten zien dat we meermoeten doen om huiselijk geweld te voorkomen of vroegtijdig te stoppen.Het kabinet wil alles op alles zetten om geweld tegen vrouwen en huiselijkgeweld in Nederland terug te dringen. In Nederland ontbreekt momenteeleen instrument zoals Clare’s Law waardoor (potentiële) slachtoffers nietde mogelijkheid hebben om informatie op te vragen over het geweldsver-leden van hun (ex-)partner. Dit bemoeilijkt vroegtijdige risicosignaleringen de mogelijkheid tot preventieve interventies. Ik zie een dergelijke wetals een waardevol hulpmiddel dat kan bijdragen aan betere beschermingvan slachtoffers in Nederland. Voorliggend rapport vormt een noodzake-lijke eerste stap om zorgvuldig te beoordelen hoe een regeling zoalsClare’s Law in Nederland vorm kan krijgen. Ik vind het daarbij belangrijkdat de mogelijkheid tot het verkrijgen van informatie over het geweldsver-leden van (ex-)partners niet slechts een symbolische maatregel wordt,maar een doeltreffend instrument voor risicobeperking en bescherming.Om een dergelijke regeling effectief in te richten, moet gewaarborgdworden dat de randvoorwaarden goed geregeld zijn.Zo blijkt uit het onderzoek dat het voor de invoering van Clare’s Law inNederland noodzakelijk is dat er een goed functionerende samenwerkingis tussen de betrokken organisaties en dat de basis van slachtofferbe-scherming en plegeraanpak wordt versterkt. Hier wordt momenteel aangewerkt door het kabinet.3 Voor de wettelijke verankering van eenNederlandse toepassing van Clare’s Law zal nog nader onderzochtmoeten worden hoe om te gaan met de genoemde uitdagingen, ondermeer met het oog op de privacywetgeving (AVG). Zo moet een juridischebalans worden gevonden tussen het recht op privacy van de (ex-)partneren het recht op fysieke veiligheid van het (potentiële) slachtoffer. Wie magde informatie opvragen en onder welke omstandigheden is dat opvragenprecies toegestaan? Daarnaast moeten betrokken instanties duidelijkekaders krijgen over wat ze eventueel mogen delen, met wie en wanneer.De informatie moet ook snel én efficiënt worden verstrekt. Daarvoor is hetnoodzakelijk dat de capaciteit van de betrokken netwerkpartners op ordeis.Een ander belangrijk punt van aandacht is hoe er na het vrijgeven van deinformatie moet worden gehandeld. Het is van belang dat slachtoffers met2Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag 2024 (PHGSG2024). Auteurs: E. Derksen, M. Kennis, R. Kloosterman, E. Moons, V. Peters. Deze publicatie(PHGSG 2024) is een gezamenlijke uitgave van het Wetenschappelijk Onderzoek enDatacentrum (WODC) en het CBS. November 2024.3Kamerstukken II, 2025–2026, 28 345, nr. 293Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10315 het verkrijgen van informatie over het geweldsverleden van hun(ex-)partner niet zelf verantwoordelijk worden gehouden om te vertrekkenbij een gewelddadige partner wanneer ze niet in staat zijn om dat te doen.Het ontbreken van een veiligheidsplan kan leiden tot een verhoogd risicoen daarmee kan de wetgeving juist een averechtse werking hebben. Hetontvangen van informatie brengt immers veel teweeg bij de betrokkenenen vormt daarmee mogelijk een risico op (escalatie van) geweld. Het is ophet moment van ontsluiting van de gevraagde informatie dus cruciaal eenveiligheidsplan te hebben om een slachtoffer en diens eventuele kinderenin veiligheid te kunnen brengen. Om veiligheid en ondersteuning tewaarborgen, is het wenselijk dat informatieverstrekking altijd gecombi-neerd wordt met hulpverlening, zoals juridische of psychosocialeondersteuning.VervolgstappenOm een weloverwogen besluit te nemen met betrekking tot de hiervoorgenoemde aandachtspunten, is nader onderzoek en verdere uitwerkingnodig. Hier wordt al in voorzien. Onderhavig onderzoek maakt namelijkonderdeel uit van een breder onderzoeksproject van vijf samenhangendewerkpakketten. De eerste twee, reeds afgeronde, werkpakketten omvatteneen verkennend werkbezoek aan de politie in Kent (VK) om de werkingvan Clare’s Law in de praktijk te bestuderen, en voorliggend onderzoek.De laatste drie werkpakketten worden mogelijk gemaakt door hetSASS-fonds (Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving) en bouwenvoort op de eerste twee delen. In werkpakket 3 wordt een zogenaamde«scoping review» uitgevoerd van internationale literatuur over verge-lijkbare instrumenten in landen zoals Spanje en Canada. Het doel is omeen breder perspectief te krijgen op de kansen en beperkingen van eensysteem als Clare’s Law. Dit biedt waardevolle lessen voor de Neder-landse context die ik mee zal nemen in de verdere beleidsontwikkeling.Werkpakket 4 bestaat uit groepsinterviews met professionals uit hetjustitiële domein (politie, reclassering en OM) en uit de zorg- en hulpver-lening (zoals opvang, Veilig Thuis en gemeenten). Zij reflecteren op debevindingen uit werkpakketten 1 tot en met 3 en helpen om praktischeuitvoerbaarheid en ethische randvoorwaarden scherp in beeld te krijgen.Werkpakket 5 staat in het teken van de synthese en aanbevelingen. In ditwerkpakket worden alle uitkomsten uit werkpakket 1 tot en met 4 in eenbeleidsgerichte eindrapportage gecombineerd, inclusief eenSWOT-analyse en aanbevelingen voor eventuele implementatie inNederland. De resultaten van de vervolgonderzoeken worden naarverwachting najaar 2026 opgeleverd. Ik zal uw Kamer de eindrapportagedirect doen toekomen als deze gereed is. In vervolg daarop verwacht ikdan in 2027 concrete (wets)voorstellen te kunnen doen aan de Kamer.UitvoeringsconsequentiesHuidig onderzoek laat zien dat Engeland en Wales met grote aantallenaanvragen te maken hebben en dat de invoering aanzienlijke uitvoerings-consequenties kent. De onderzoekers bevelen aan om te investeren incapaciteit en digitale systemen. Daarom is het nodig om in aansluiting opbovengenoemde onderzoeken in 2027 een impactanalyse uit te latenvoeren die de gevolgen van invoering van een vergelijkbaar instrumentals Clare’s Law voor wet- en regelgeving, en werkwijzen, systemen,capaciteit en deskundigheid bij relevante ketenpartners zoals politie enVeilig Thuis, en daarmee ook de financiële consequenties, inzichtelijkmaakt.Tot slot wil ik benadrukken dat Clare’s Law geen kant-en-klare oplossing isvoor het grote en structurele probleem van geweld tegen vrouwen enhuiselijk geweld. Het moet deel uitmaken van een breder pakket metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10316 onder meer preventieve maatregelen, goede slachtofferhulpverlening, eenstrafrechtelijke aanpak, effectieve plegerinterventies en goede gegevens-deling tussen instanties, altijd gericht op zowel de bescherming vanslachtoffers als de aanpak van plegers. Het kabinet werkt hier momenteelaan, onder meer door het verhogen van kennis onder professionals, hetvergroten van maatschappelijke bewustwording door publiekscampagnes(waaronder de campagne «Waar ben je?» over dwingende controle), hetuitbreiden van de inzet van het slachtofferdevice door heel Nederland enhet verbeteren van de inzet van het tijdelijk huisverbod. Over devoortgang op deze en andere thema’s wordt u nog voor de zomergeïnformeerd in de gezamenlijke voortgangsbrief van de Minister vanLangdurige Zorg, Jeugd en Sport, de Staatssecretaris van Onderwijs enEmancipatie en mij over geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld enkindermishandeling.Uit het onderzoeksrapport blijkt ook dat het noodzakelijk is wetgeving teontwikkelen voor dwingende controle, zodat de gevaarlijkste vormen vangeweld niet buiten beeld blijven in politieregistraties. Momenteel wordtgewerkt aan het wetsvoorstel dat strekt tot strafbaarstelling van psychischgeweld. Op 10 juli 2025 zijn de contouren van het wetsvoorstel naar deTweede Kamer gestuurd.4 Hierin is het voornemen aangekondigd om eenzelfstandige strafbaarstelling van dwingende controle te introduceren.Zoals eerder toegezegd, verwacht ik dit wetsvoorstel voor de zomer van2026 in (internet)consultatie te kunnen geven.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van Weel4Kamerstukken II, 2024–2025, 28 345, nr. 285Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10317 VolgnummerNaamClassificatie12026 Onderzoeksrapport Clare’s Law: Verken-ning en reflectie door Nederlandse juristen opliteratuur over het Verenigd Koninkrijk BIJLAGENTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10318
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.