Voortgang Samen tegen mensenhandel
Brontekst
Versie b06245562fd76a15 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 638MensenhandelNr. 259 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 december 2025Mensenhandel is een ernstige schending van mensenrechten en heeft eengrote impact op het leven van slachtoffers. De aanpak van mensenhandelis complex en kent grote uitdagingen. Het kabinet heeft zich gecommit-teerd aan de strijd tegen dit zware misdrijf. Hier wordt onder andereinvulling aan gegeven door het Actieplan programma Samen tegenMensenhandel (hierna: Actieplan). Er zijn drie vormen van mensenhandelwaaraan in het Actieplan prioriteit wordt gegeven: seksuele uitbuiting,criminele uitbuiting en arbeidsuitbuiting.Binnen het Actieplan werk ik samen met collega’s van andere ministeries,namelijk de Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport, de Staats-secretaris van Langdurige en Maatschappelijke Zorg, de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Buitenlandse Zaken,de Staatssecretaris van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp en deMinister van Asiel en Migratie. Daarnaast zijn vele andere actiehouders,organisaties en ervaringsdeskundigen betrokken bij de aanpak vanmensenhandel. Samen werken we aan het voorkomen van mensen-handel, het beter signaleren en helpen van slachtoffers en het aanpakkenvan daders. Sinds de vorige voortgangsbrief van 4 juli 2025 hebben weweer voortgang geboekt op de acties uit het Actieplan, waar ik uw Kamergraag van op de hoogte breng (Kamerstuk 28 638, nr. 257). Dit doe ikmede namens de hierboven genoemde betrokken bewindspersonen.In deze brief licht ik de meest relevante ontwikkelingen die de afgelopenperiode zijn uitgevoerd binnen het Actieplan per actielijn uit. In bijlage 1vindt u het complete overzicht van de stand van zaken van alle acties uithet Actieplan die al zijn afgerond of nu bezig zijn. Naast de voortang vanhet Actieplan informeer ik uw Kamer in deze brief ook over de stand vanzaken van toezeggingen en moties die raken aan dit onderwerp en deinternationale ontwikkelingen op het onderwerp mensenhandel. kst-28638-259ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2591 Voortgang uitvoering Actieplan Samen tegen mensenhandelCreëren van brede bewustwording (actielijn 1)Actielijn 1 richt zich erop meer burgers, potentiële slachtoffers enprofessionals bewust te maken van wat mensenhandel is, zodat zij wetendat het plaatsvindt in Nederland en zij een handelingsperspectief hebben.Op basis van het Actieplan heeft Significant Public een meting gedaanonder professionals die werken met een aantal risicocategorieën vanslachtoffers. Deze professionals kunnen signalen opvangen en actieondernemen, hoewel dit geen onderdeel uitmaakt van hun dagelijksewerkzaamheden. In dit onderzoek is de kennis van mensenhandel onderde volgende drie beroepsgroepen gemeten: 1) medewerkers van socialewijkteams, 2) schoolmaatschappelijk werkers en 3) hotelmedewerkers. Hetrapport wordt aan uw Kamer aangeboden als bijlage bij deze brief. Ditrapport laat zien dat er overeenkomsten en verschillen bestaan tussen dedrie beroepsgroepen, zowel in hun kennis over mensenhandel als in hunhouding ten opzichte van signalering en opvolging. De inzichten uit ditrapport worden in de verschillende actielijnen gebruikt ten behoeve vanbewustzijn over het thema mensenhandel onder de drie verschillendeberoepsgroepen en het kunnen bieden van handelingsperspectief.Afgelopen september heeft het Field Lab over klanten van slachtoffers vanmensenhandel plaatsgevonden. Het doel van een Field Lab is hetsamenbrengen én opleiden van professionals die zich op allerlei positiesin en om de veiligheidsketen bevinden. In het Field Lab hebben achtmultidisciplinaire teams van in totaal meer dan 50 deelnemers uit veleverschillende organisaties gewerkt aan nieuwe interventies tegenmensenhandel. In dit Field Lab lag de nadruk op fenomenen binnenmensenhandel waar de vraagzijde een grote rol in speelt, zowel op hetgebied van criminele uitbuiting, seksuele uitbuiting als arbeidsuitbuiting.De teams hebben zich bijvoorbeeld gericht op criminele uitbuiting vanminderjarigen en uitbuiting van kwetsbare mensen in sociale huurwo-ningen. Andere teams hebben zich gericht op seksuele uitbuiting vanjongeren die in jeugdinstellingen verblijven en het fenomeen van betaaldseksueel misbruik van minderjarigen door «klanten». Weer een anderteam heeft een interventie bedacht tegen arbeidsuitbuiting in de zorg. Alleteams hebben hun interventies gepresenteerd tijdens een stakeholder-sessie. Zij zijn daarna gestart met het uitvoeren van hun (eerste) inter-ventie, gedurende 100 dagen, en zullen in januari 2026 in eenzogenaamde «stocktakesessie» hun ervaringen presenteren aan een bredegroep van betrokken en geïnteresseerde stakeholders.De motie Tseggai (GL/PvdA) verzocht om de vervolging van klanten dietegen betaling seks hebben met een minderjarige te onderzoeken enversterken.1 Het is verwerpelijk dat er nog steeds klanten zijn die seks vaneen minderjarige kopen. Het is van belang deze groep aan te pakken enslachtoffers te beschermen. In het verleden zijn er verschillende onder-zoeken verricht die zien op de problematiek van klanten die seks vanminderjarigen kopen. Zowel het Centrum tegen Kinderhandel enMensenhandel (hierna: CKM)2 als het WODC3 hebben in respectievelijk2022 en 2023 hier onderzoek naar gedaan. Daarom is in actielijn 1 van hetActieplan een specifieke aanpak van klanten opgenomen waarin een deel1Kamerstukken II, 2024/25, 36 547, nr. 40.2CKM, Onderzoek klanten die seks kopen van minderjarigen, 2023 (Onderzoek klanten die sekskopen van minderjarigen - CKM)3VU (in opdracht van WODC), Straffen seksueel misbruik minderjarigen, 2021 (Straffen voorseksueel misbruik minderjarigen vaak lager dan richtlijnen | WODC – WetenschappelijkOnderzoek- en Datacentrum)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2592 van deze resultaten zijn meegenomen. In het kader hiervan komt er meeraandacht voor de aanpak van klanten en is het eerdergenoemde Fieldlabklanten opgezet, waarin professionals worden getraind, gecoacht enondersteund in multidisciplinaire teams tot nieuwe interventies te komen.De klantenaanpak wordt verder versterkt door het genereren vanmedia-aandacht bij de vervolging van klant-daders door het OM en doorhet organiseren van landelijke actiedagen door de politie en het OM.Tijdens deze dagen kan preventief worden gehandeld en strafrechtelijkworden opgetreden, indien hier indicaties voor zijn. Daarnaast is sinds1 juli 2024 de Wet Seksuele Misdrijven van kracht. Het verrichten vanseksuele handelingen met seksueel minderjarige kinderen (tot 16 jaar), enmet seksueel meerderjarigen kinderen (16–18 jaar) die zich tegen betalingbeschikbaar stellen, was reeds voor de inwerkingtreding van deze wetstrafbaar. Aanvullend daarop is het verrichten van seksuele handelingenmet seksueel minderjarige kinderen (tot 16 jaar) die zich tegen betalingbeschikbaar stellen als strafverzwaringsgrond aangemerkt. Hiermee wordtuitvoering gegeven aan de doelstellingen binnen het programma Samentegen Mensenhandel om maatregelen te nemen om klanten die betaaldeseks hebben met minderjarigen te ontmoedigen en af te schrikken. Tevenswordt hiermee uitvoering gegeven aan de motie van de leden Kuiken(PvdA) en Van der Graaf (CU) waarin is verzocht wettelijk te regelen datbetaalde seks met zestienminners strafverzwarend is.4 Vanwege derecente inwerkingtreding van de betreffende wet is het van belang om deeffectiviteit hiervan een aantal jaar na de inwerkingtreding te evalueren.Hiermee beschouw ik bovengenoemde toezegging aan het lid Tseggai alsafgedaan.Daarnaast is door de Reclasseringsacademie, namens de drie reclasse-ringsorganisaties, een e-learning ontwikkeld ten behoeve van hetvergroten van kennis en vaardigheden van reclasseringsmedewerkers ophet gebied van mensenhandel. De e-learning bevat informatie over watmensenhandel is, welke vormen van mensenhandel er bestaan, welkesignalen er zijn en informatie over de wet- en regelgeving. De e-learning isafgelopen zomer afgerond en staat inmiddels online. De e-learning isbeschikbaar voor alle reclasseringsmedewerkers.Vergroten van de meldingsbereidheid (actielijn 2)In 2023 is het CKM in opdracht van het Actieplan gestart met de tweedefase van de Proeftuin Aangiftebereidheid. Deze proeftuin heeft alsdoelstelling om, op basis van eerder onderzoek5 en de eerste fase van deproeftuin,6 een vijftal interventies te toetsen die mogelijk kunnenbijdragen aan een grotere aangiftebereidheid van slachtoffers vanmensenhandel door een betere bescherming van slachtoffers in hetstrafproces, het voorkomen van secundaire victimisatie en het vergrotenvan het vertrouwen van slachtoffers in het strafproces. De interventiesrichten zich op de inzet van een recherchepsycholoog, het verbeteren vanhet verhoor bij de rechter-commissaris, het verkorten van de doorloop-tijden in mensenhandelzaken en de inzet van een veiligheidscoördinator.Gedurende de tweede fase is de proeftuin uitgebreid met een vijfdeinterventie, namelijk slachtofferbegeleiding door een ervaringsdes-kundige.4Kamerstukken II, 2020/21, 35 570 VI, nr. 85.5Centrum Kinderhandel en Mensenhandel (2018). Aangifte doe je niet.6Centrum Kinderhandel en Mensenhandel (2023). Naar een hogere aangiftebereidheid naseksuele uitbuiting: Eindrapportage van de bevindingen van de proeftuin aangiftebereidheid2021–2022.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2593 Gezamenlijk met de politie, het OM, de Rechtspraak, HVO-Querido en eenervaringsdeskundige heeft het CKM de genoemde interventies getoetst.Daarnaast is gedurende deze tweede fase bezien of en hoe het onlinehulpplatform «Chat met Fier» benut zou kunnen worden om slachtoffersvan mensenhandel op een laagdrempelige manier in contact te latenkomen met zorg- en veiligheidspartijen. Ook is de doelgroep van deproeftuin aangiftebereidheid in deze fase uitgebreid naar alle leeftijds-groepen en is ook een aantal slachtoffers van criminele uitbuitingmeegenomen.Recentelijk heeft het CKM de rapportage van de tweede fase van deproeftuin afgerond. Dit rapport wordt aan uw Kamer aangeboden alsbijlage bij deze brief.Het CKM concludeert dat de getoetste interventies werkzame elementenbevatten die bij kunnen dragen aan het vergroten van de contact- enaangiftebereidheid. Het CKM doet de aanbeveling om in te zetten op hetlandelijk uitrollen van de interventies en doet aanbevelingen over de wijzewaarop. Ook raadt het CKM aan om separaat in te zetten op de verbe-tering van doorlooptijden. Daarnaast doet het CKM de aanbeveling om deervaringen van slachtoffers ten aanzien van de getoetste interventies teonderzoeken.Binnen het Actieplan zal worden verkend in hoeverre het haalbaar is omde uitkomsten uit de Proeftuin Aangiftebereidheid structureel in tebedden. Waar mogelijk zullen verbindingen worden gelegd met lopendetrajecten binnen en buiten het programma.De motie Diederik van Dijk (SGP) verzocht om het nadrukkelijk onder deaandacht brengen van het non-punishmentbeginsel bij het OM enrechtspraak.7 In actielijn 2 van het Actieplan wordt ingezet op hetvergroten van kennis over en bewustwording van het non-punishment-beginsel bij eerstelijns opsporingsdiensten en over de mogelijkheid dateen dader ook slachtoffer kan zijn van mensenhandel. Naast de acties uithet Actieplan zullen de betreffende organisaties ook bij de inwerking-treding van het wetsvoorstel aandacht schenken aan het non-punish-mentbeginsel en de toepassing ervan in de praktijk. Hiermee beschouw ikbovengenoemde motie van het lid Diederik van Dijk als afgedaan.Investeren in en werken aan een betere vaststelling van slachtofferschapen bescherming (actielijn 3)Verkenning naar mogelijkheden van loskoppelen van identificatieslachtoffers en strafprocesHet afgelopen jaar is met verschillende betrokken organisaties, vanopsporing tot zorg, gesproken over de mogelijkheden om de vaststellingvan slachtofferschap voor slachtoffers van mensenhandel die inaanmerking komen voor de B8/3-regeling niet meer alleen door deopsporingsdiensten te kunnen laten doen, maar ook door een anderepartij. Hiermee zou de vaststelling van slachtofferschap losgekoppeldworden van het opsporingsonderzoek. In de volgende fase van deverkenning, die dit najaar is gestart, wordt bekeken of er naast deopsporingsdiensten (politie, KMar en NLA) een vierde partij kan wordenaangewezen om de geringste aanwijzing te laten vaststellen waarnavervolgens de bedenktijd aan het slachtoffer kan worden aangeboden.Daarnaast wordt verkend of en onder welke voorwaarden er eenmultidisciplinaire commissie vaststelling slachtofferschap kan wordeningesteld met als doel de onafhankelijke vaststelling van slachtofferschap.In de verkenning naar mogelijkheden voor het loskoppelen van de7Kamerstukken II, 2024/25, 36 547, nr. 41.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2594 identificatie van slachtoffers en het strafproces houd ik rekening met detoezegging aan het lid Tseggai (GL/PvdA) inzake de verkenning van hetvastleggen van slachtofferschap en de mogelijke oprichting van eenautoriteit die zich daarmee bezighoudt.8Het lid Verkuijlen (VVD) heeft in zijn motie verzocht om het tegengaan vanmisbruik van de B8/3-regeling te betrekken bij het Actieplan programmaSamen tegen mensenhandel.9 Ik heb formeel uitgevraagd bij deoverheidsorganisaties die betrokken kunnen zijn bij gebruikers van deB8/3-regeling of zij het beeld van misbruik van de B8/3-regelingherkennen, namelijk bij het OM, de politie, de Nederlandse Arbeidsin-spectie (NLA), de Koninklijke Marechaussee (KMar) en de Immigratie- enNaturalisatiedienst (IND). Geen van hen herkent het beeld van misbruikvan de B8/3-regeling binnen de eigen organisatie. Sommige organisatieshebben aangegeven dat er in het verleden wel eens individuele incidentenvan misbruik zijn geweest of vermoedens daarvan, maar dat hier geenstructureel patroon in is te herkennen. Dit beeld sluit aan bij eerdereconclusies van Regioplan uit 2013, dat onderzoek deed naar misbruik vande B8/3-regeling.10 Regioplan concludeerde dat misbruik van deB8/3-regeling niet kon worden aangetoond. Wel blijf ik aandacht hebbenvoor mogelijkheden voor misbruik van de regeling bij de verkenning die iknu samen met andere betrokken organisaties uitvoer naar de mogelijk-heden voor loskoppeling van de identificatie van slachtoffers en hetstrafproces. In die zin neem ik de motie mee bij de verdere trajecten overde loskoppeling van de B8/3-regeling.Onderzoek naar het huidige opvanglandschapBinnen actielijn 3 worden meerdere acties (actie 23, 24 en 26) uitgevoerdgericht op het opvanglandschap voor slachtoffers mensenhandel. Dezeacties tezamen moeten bijdragen aan het structureel verbeteren van hetopvanglandschap. Om het huidige opvanglandschap scherper in beeld tekrijgen is door onderzoeksbureau Q-Consult Zorg een onderzoekuitgevoerd naar de huidige inrichting van het opvanglandschap. Doormiddel van een vragenlijst en interviews is input opgehaald bij onderandere gemeenten, opvanginstellingen en zorgcoördinatoren. Gedurendehet onderzoek bleek dat een compleet beeld van het opvanglandschapschetsen complex is. Binnen het huidige landschap bestaan diversevormen van opvang die op verschillende wijzen worden georganiseerd, aldan niet gecombineerd met opvangvormen voor andere doelgroepen. Eris in het onderzoek gekozen voor een focus op opvangplekken dieexpliciet bedoeld zijn voor slachtoffers van mensenhandel waar eencombinatie van fysieke, psychologische, sociale en juridische onder-steuning wordt geboden die past bij de behoeften van slachtoffers vanmensenhandel. Opvangplekken waar slachtoffers op papier terechtzouden kunnen, maar waar expertise en/of passende ondersteuningontbreekt, zijn buiten beschouwing gelaten. Deze opvangplekken sluitenonvoldoende aan op de doelgroep «slachtoffers mensenhandel» door hetgebrek aan expertise en/of ondersteuning en vormen daarmee in depraktijk geen geschikte opvangplek.Het onderzoek laat zien dat de huidige capaciteit van passende opvang-plekken onvoldoende is. Het gaat daarbij om opvangplekken die specifiek8Toezegging gedaan tijdens de behandeling van de Wet modernisering en uitbreiding strafbaar-stelling mensenhandel op 5 juni 2025.9Kamerstukken II, 2024/25, 36 547, nr. 33.10Regioplan, Vooronderzoek oneigenlijk gebruik verblijfsregeling mensenhandel 2013,https://www.regioplan.nl/wp-content/uploads/data/file/rapporten-2300-2399/2369-Eindrapport-Verblijfsregeling-Mensenhandel-Regioplan-28nov2013.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2595 voor slachtoffers van mensenhandel beschikbaar zijn. Binnen debeschikbare opvangcapaciteit worden veelal criteria toegepast waardoorniet alle slachtoffers op alle opvangplekken terecht kunnen. In dat gevalgeldt een zogenaamde contra-indicatie. Voor bepaalde typen slachtofferskomt dit in grotere mate voor, bijvoorbeeld voor slachtoffers vancriminele uitbuiting die «noodgedwongen» een connectie hebben met eencrimineel netwerk of slachtoffers met problematiek zoals een verslaving.Hier kunnen verschillende redenen voor zijn, zoals een verhoogd risico oponveiligheid of escalatie of een negatieve invloed op de groepsdynamieken andere slachtoffers die in de opvang verblijven.Daarnaast is sprake van verschillen tussen gemeenten in de wijze waaropopvang voor slachtoffers van mensenhandel wordt georganiseerd, metversnippering en kwaliteitsverschillen tussen regio’s als gevolg. Deonderzoekers stellen dat het voor individuele gemeenten of kleine regio’seen ingewikkelde opgave is deze opvang vorm te geven door de relatiefkleine doelgroep die het betreft en de complexiteit en diversiteit vanhulpvragen waarvoor specialistische kennis nodig is. In sommigegemeenten wordt de opvang voor slachtoffers van mensenhandelmeervoudig ingekocht. Dat betekent dat deze opvangvorm wordtgecombineerd met opvang voor andere doelgroepen, zoals maatschappe-lijke opvang of vrouwenopvang. Voor deze opvangvormen bestaatmomenteel eveneens druk op capaciteit waardoor deze gecombineerdeopvangplekken continu bezet en niet beschikbaar zijn. Daarbij komt dat despecifieke kennis om slachtoffers van mensenhandel te ondersteunen nietaltijd aanwezig is in alle soorten opvanginstellingen. Het onderzoek maaktduidelijk dat uitbreiding van het aantal opvangplekken met passendebegeleiding noodzakelijk is.Op dit moment gelden er geen landelijke kaders of richtlijnen voorbijvoorbeeld de capaciteit of kwaliteit van de opvang, of (boven)regionalesamenwerkingsafspraken. Het organiseren en financieren van de opvangvoor slachtoffers van mensenhandel is gedecentraliseerd en eenverantwoordelijkheid van gemeenten op grond van de Wmo 2015. Degemeenten hebben beleidsvrijheid om zelf invulling te geven aan demanier waarop zij deze wettelijke taak uitvoeren. De onderzoekers wijzenop het belang van landelijke kaders en meer landelijke regie vanuit deRijksoverheid op de organisatie van de opvang voor slachtoffers vanmensenhandel, zodat meer uniformiteit ontstaat in de inrichting enkwaliteit van de opvang, maar ook in het proces van de in- en uitstroomvan slachtoffers. De onderzoekers stellen dat de organisatie van deopvang bij gemeenten vraagt om meer landelijke regie door het Rijk opcapaciteit en kwaliteit.Aanvullend op het onderzoek van Q-Consult Zorg heeft CoMensha eendossieronderzoek uitgevoerd om verdiepend te kijken naar (de knelpuntenbij) het in- en uitstroomproces van slachtoffers in de opvang. Hiervoor zijnin totaal 60 dossiers bij twee opvanginstellingen bestudeerd en aanvul-lende gesprekken met professionals gevoerd. Het dossieronderzoekonderschrijft de bevindingen van het onderzoek van Q-Consult Zorg. Uithet dossieronderzoek blijkt eveneens dat het vinden van een beschikbareopvangplek met passende begeleiding en ondersteuning in veel gevallenniet soepel verloopt als gevolg van het capaciteitstekort en het werkenmet contra-indicaties. Daarnaast komt ook in dit onderzoek naar voren datmomenteel sprake is van (grote) regionale verschillen en diversewerkwijzen of afspraken tussen gemeenten. Het gebrek aan uniformiteiten overzicht belemmert het tijdig kunnen vinden van een passende plek.Beide onderzoeken pleiten voor meer capaciteit en meer uniformiteit inhet opvanglandschap.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2596 De bevindingen van beide onderzoeken geven input voor het vervolg-proces gericht op oplossingsrichtingen. Hiervoor is inzet vanuit zowel deRijksoverheid als de gemeenten (en VNG) noodzakelijk. Met gemeentenworden momenteel gesprekken gevoerd over de onderzoeksbevindingen.Daarnaast trekken de Rijksoverheid en gemeenten samen op in hetopvolgen van deze bevindingen en het uitwerken van verbetermogelijk-heden.Ontwikkeling oplossingsrichtingen toekomstbestendig opvanglandschapOm oplossingsrichtingen voor de knelpunten in het huidige opvangland-schap te ontwikkelen loopt een ontwikkeltraject waarin met professionalsen ervaringsdeskundigen verbeteropties in beeld worden gebracht. Ditbetreft een gezamenlijk traject met betrokkenheid vanuit verschillendepartijen uit het veld, inclusief gemeenten. Binnen dit traject wordt gewerktaan een ontwerp ter verbetering van het huidige landschap. De bevin-dingen uit beide onderzoeken worden meegenomen in het ontwerp. Hetontwerp is gericht op de eerste opvang, waarbij geen instroomcriteriaworden toegepast; ieder slachtoffer van mensenhandel, ongeachtproblematiek of uitbuitingsvorm, moet terecht kunnen in deze opvang.Binnen deze eerste opvang wordt in beeld gebracht welke ondersteu-ningsbehoeften en hulpvraag het slachtoffer heeft en welk vervolgtrajecthet beste past bij de individuele situatie van het slachtoffer. Op ditmoment is het ontwerp nog in ontwikkeling. Een aantal inrichtingsvragenmoet nog verder worden uitgewerkt, zoals een passend schaalniveau, deinrichting van ondersteuning en de noodzakelijke woonvormen voorverschillende typen slachtoffers. In het ontwerp wordt ook rekeninggehouden met zaken als de governance en mogelijke financieringsinstru-menten. In 2026 wordt vervolg gegeven aan het verder uitwerken enconcretiseren van het ontwerp evenals de inzet op (bestuurlijk)commitment voor de ontwikkelrichting. Gemeenten en de Rijksoverheidtrekken hierin nadrukkelijk samen op en de input van opvanginstellingen,zorgcoördinatoren en ervaringsdeskundigen wordt expliciet meege-nomen. De opvolging en implementatie van verbeteringen in hetopvanglandschap, onder andere ten aanzien van landelijke afspraken,zullen landen in het vervolgproces van het houdbaarheidsonderzoek vande Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).De motie van de leden Boomsma (NSC) en Van Nispen (SP) verzocht omeen centrale financieringsstructuur en een verwijzingsmechanisme voorde opvang van slachtoffers mensenhandel.11 In de uitwerking vanoplossingsrichtingen voor een toekomstbestendig opvanglandschap in2026 worden de financiering en ontwikkeling van een verwijzingsmecha-nisme meegenomen.Spiegelgroep ervaringsdeskundigenDaarnaast is de Spiegelgroep met acht ervaringsdeskundigen mensen-handel van start gegaan. Met de Spiegelgroep wordt een nieuwewerkwijze opgezet om ervaringsdeskundigheid meer structureel in tezetten bij de uitvoering van het actieplan. De achterliggende gedachtehiervan is dat de aanpak van mensenhandel moet werken voor het(potentiële) slachtoffer. Ervaringsdeskundigen kennen mensenhandel vanbinnenuit en kijken daarom met een ander perspectief. De Spiegelgroepheeft een diverse achtergrond en ervaring in zowel seksuele, criminele alsarbeidsuitbuiting en heeft al een bijdrage kunnen leveren aan deontwikkeling van een bewustwordingscampagne. De komende periode11Kamerstukken II, 2024/25, 36 547, nr. 27.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2597 zullen zij ook op de andere actielijnen gaan meewerken en kritischmeekijken met de voortgang van het Actieplan.Verbeteren van de (bovenregionale en regionale) samenwerking (actielijn4)In het kader van actielijn 4 hebben de VNG, het Centrum voor Criminali-teitspreventie en Veiligheid (CCV) en CoMensha in opdracht van JenVgewerkt aan het verbeteren van de (bovenregionale en regionale)samenwerking, onder andere tussen gemeenten en de zorg- en veilig-heidsketen. Een groot onderdeel hiervan is het versterken van hetvakmanschap van professionals die zijn betrokken bij de aanpak vanmensenhandel. De DSP-groep heeft in opdracht van de VNG, het CCV enCoMensha bouwstenen voor vakontwikkeling van zorgcoördinatoren,ketenregisseurs en aandachtsfunctionarissen ontwikkeld. In 2025 is eeneerste set van acht bouwstenen vastgesteld en zijn basis- en verdiepings-programma’s gestart binnen een lerend netwerk. Hiermee wordt gewerktaan structurele kennisuitwisseling en duurzame professionalisering.Verder is binnen actielijn 4 een pilot gestart, gericht op het voorkomenvan ronselpraktijken in beschermd en begeleid wonen. Samen metgemeenten, zorginstellingen en ervaringsdeskundigen worden inter-venties ontwikkeld om signalering te verbeteren en kwetsbare bewonersbeter te beschermen. De pilot loopt tot medio 2026 en levert concretehandreikingen en trainingen op die breed kunnen worden toegepast.Daarnaast is het doorontwikkelen van de barrièremodellen van startgegaan. Dit gebeurt samen met een groep professionals onderbegeleiding van het CCV. Wat betreft de barrièremodellen voor seksueleuitbuiting en arbeidsuitbuiting gaat het om het herzien en aanpassen aande huidige tijd. De bestaande modellen dateren uit 2017 en vanwegeontwikkelingen in de aanpak van mensenhandel zijn deze toe aan eendoorontwikkeling. Het barrièremodel voor criminele uitbuiting wordtnieuw ontwikkeld. De sessies met professionals vinden plaats in de laatstemaanden van 2025 en de barrièremodellen worden per fenomeen begin2026 opgeleverd, enkele maanden later dan verwacht. Vanaf dat momentzijn ze gereed voor implementatie in de praktijk. Alle betrokken professi-onals kunnen de barrièremodellen dan gebruiken om te kijken naar depraktische invulling van de op te werpen barrières met hun netwerk-partners. Hierin is het belangrijk dat alle betrokkenen afzonderlijk zich«probleemeigenaar» voelen en regelmatig bijeen komen om de voortgangte bespreken en knelpunten aan te pakken. Hierbij kan worden gedachtaan nieuwe acties binnen het actieplan, nieuwe werkafspraken tussenverantwoordelijke partijen of in de governance van de aanpak vanmensenhandel. Na de totstandkoming van de barrièremodellen blijftmonitoring en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering vanbelang.Eind 2024 heeft ook een Regionale Actiedag Aanpak Mensenhandel(RAAM) plaatsgevonden in samenwerking met MetaStory in de regioMidden-Nederland, zoals ook al is toegelicht in mijn brief aan uw Kamervan 4 juli jl. Dit was een praktijkgerichte leeromgeving waarin professi-onals gezamenlijk oefenden met complexe casuïstiek. Deze actiedagdroeg bij aan het netwerkvertrouwen en heeft het handelingsperspectiefin de regio verbeterd.Daarnaast is blijvend geïnvesteerd in bestuurlijke aandacht, onder meervia intervisiesessies, themabijeenkomsten en masterclasses voorbestuurders en beleidsmakers. Deze bijeenkomsten dragen bij aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2598 bewustwording, bestuurlijke verankering en het vasthouden van urgentiebinnen de aanpak.Verbetering van de informatiedeling en gegevensverwerking (actielijn 5)In het kader van actielijn 5 is een werkgroep Informatiedeling engegevensverwerking ingesteld, die wordt begeleid door het Kennis- enExpertisenetwerk voor vraagstukken op het gebied van privacy engegevensverwerking bij samenwerking in het sociaal, zorg- en veiligheids-domein (KEN!). Het eerste half jaar van 2025 stond in het teken van hetophalen van de werkwijzen in de praktijk. In het derde kwartaal is op basishiervan een werkproces uitgewerkt dat als basis dient om meer te kunnenzeggen over de noodzakelijke gegevensverwerking en de grondslagenvoor de betrokken partijen. Dit werkproces is getoetst bij de praktijk en deleden van de werkgroep en vervolgens verder uitgewerkt tot eenconcepthandreiking. Ook deze is weer getoetst bij de werkgroep en depraktijk en werd goed ontvangen. Op basis van deze concepthandreikingwordt in het vierde kwartaal gewerkt aan de juridische analyse. Deverwachting is dat deze analyse eind van dit jaar of begin 2026 gereed is.Dat zal wellicht leiden tot enkele aanpassingen in het werkproces, ofvoorwaarden die aan onderdelen van het werkproces moeten wordengesteld. In de loop van het eerste kwartaal van 2026 zal de handreikingdan gereed zijn, inclusief beschrijving van de juridische grondslagen opbasis waarvan professionals invulling kunnen geven aan de aanpak vanmensenhandel. Op basis van de analyse zullen ook – indien nodig –aanbevelingen worden gedaan voor aanpassing van wet- en regelgeving.In het tweede kwartaal van 2026 wordt gestart met het uitdragen van deresultaten van de analyse en handreiking onder zowel uitvoerendeprofessionals als beleidsmedewerkers op het gebied van privacy.Versterken van de positie van minderjarige slachtoffers (actielijn 6)Actielijn 6 heeft als doel de praktijk handvatten te bieden voor hetverbeteren van de signalering, bescherming en ondersteuning vanminderjarige slachtoffers van mensenhandel. Defence for Children-ECPAT,Rode Kruis en FIER zijn actiehouder van deze actielijn.Voor een overzicht van organisaties die zich bezighouden met hetbeschermen van minderjarigen tegen seksuele en criminele uitbuitinghebben, naast desk research, tientallen interviews plaatsgevonden onderandere kenniscentra, gemeenten, zorgorganisaties en onderwijs.Verbeterpunten in de signalering, aangifteproces en hulpverleningworden de komende maanden getoetst bij ervaringsdeskundigen,slachtoffers en experts.Daarnaast wordt onderzocht hoe de hulp voor slachtoffers beter kanaansluiten bij hun rechten en behoeften. Daarvoor is de input vanervaringsdeskundigen en vanuit casuïstiek opgehaald, die wordt benutvoor verbeteringen van trainingen voor signalering en hulp aan deslachtoffers. Ervaringsdeskundigen worden de komende maanden verderbetrokken voor advisering over uitvoeringsprocessen en beleid.De gratis e-learning BUIT voor professionals is tot op heden door ruim3.700 mensen gevolgd. De meeste deelnemers zijn van jeugdzorg/jeugdbescherming, gemeenten, migratieketen, onderwijs en welzijnswerk.De uitgebreide verdiepende training over mensenhandel onder minderja-rigen is tot nu toe door 836 professionals gevolgd, onder anderemedewerkers van gemeenten, jeugdzorg, jeugdbescherming, Veilig Thuis,COA, NIDOS en politie. Er blijkt een grote behoefte aan deskundigheidsbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 2599 vordering rond mensenhandel te zijn onder medewerkers uit dezesectoren. Speciale aandacht is er voor trainingen ter versterking van designalering van mensenhandel onder alleenstaande minderjarigevreemdelingen. 85% van de medewerkers in de asielketen die dit jaargetraind is gaf aan vermoedens te hebben dat hun jongeren hiermee temaken hebben. In samenwerking met het COA en Nidos is een signalen-kaart12 ontwikkeld, specifiek over uitbuiting van minderjarige asielzoekers.De campagne Jongeren zijn #GeenBuit motiveert professionals tot hetvolgen van de gratis e-learning www.buitvoorprofessionals.nl en heeft totnu toe ruim 196.000 personen bereikt.Sinds april dit jaar is aanvullend ingezet op bewustwording en signaleringvan mensenhandel op scholen (het voortgezet onderwijs en hetmiddelbaar beroepsonderwijs) onder de noemer Uitbuiting (niet) opschool. Het aanbod, bestaande uit een maatwerktraining, toolkit envernieuwde signalenkaart is gedeeld onder scholen en docenten.13 Tot nutoe zijn er ruim 185 onderwijsprofessionals die zich hebben ingeschrevenvoor één van de trainingen.De projectpartners hebben binnen het Actieplan waar mogelijk ook inputgegeven op de ontwikkeling en invulling van andere relevante actielijnenom het perspectief van minderjarige slachtoffers daar eveneens in tebrengen.Internationale ontwikkelingenIn eerdere voortgangsbrieven Samen tegen mensenhandel hebben mijnvoorgangers aangegeven dat voor het versterken van de gehele Neder-landse aanpak van mensenhandel er telkens wordt gekeken naar deverbinding tussen nationale trends en ontwikkelingen én de internationaleinzet. Zo kan in de context van het Actieplan worden gekeken hoe denationale en internationale inzet met elkaar verbonden kunnen wordenzodat deze de Nederlandse inzet én aanpak kan versterken. In deze brieflicht ik een aantal initiatieven toe die hieraan bijdragen.GRETA-evaluatieNederland is lid van het Raad van Europa Verdrag inzake de bestrijdingvan mensenhandel (hierna: het Verdrag). De monitoring van de imple-mentatie van dit verdrag wordt uitgevoerd door the Group of Experts onAction against Trafficking in Human Beings (hierna: GRETA). Na eerdereevaluaties in 201414 en 201815 heeft GRETA op 9 november 202316 haarderde evaluatierapport gepubliceerd.In het derde evaluatierapport spreekt GRETA haar waardering uit over eenaantal ontwikkelingen in de Nederlandse mensenhandelaanpak. GRETA ispositief over de juridische bijstand voor slachtoffers, instanties enprofessionals die gespecialiseerd zijn in de strafrechtelijke aanpak vanmensenhandelzaken en de versterkte trainingen aan professionals in destrafrechtketen die met mensenhandel in aanraking kunnen komen. Ook ishet volgens GRETA positief dat gemeenten worden betrokken bij de12https://www.comensha.nl/voor-professionals/academy/signalenlijst-mensenhandeluitbuiting-onder-alleenstaande-minderjarige-asielzoekers-rode-kruis/13Zie ook: Trainingsaanbod – Uitbuiting van leerlingen in het vo | Rode Kruis14Council of Europe, GRETA evaluation report on The Netherlands (first evaluation round), 2014.15Council of Europe, GRETA evaluation report on The Netherlands (second evaluation round),2018.16Council of Europe, GRETA evaluation report on The Netherlands (third evaluation round),2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 25910 aanpak van mensenhandel en dat slachtoffers mogelijkheden hebben omeen schadevergoeding te verhalen. Naast de positieve ontwikkelingen zietGRETA ook ruimte voor verbetering. Zo heeft GRETA haar zorgen geuitover de aanpak van arbeidsuitbuiting, de duur van mensenhandelzaken ende loskoppeling van hulp en opsporing.In het kader van de derde evaluatie heeft GRETA op 8 juli 2025 Nederlandbezocht voor een rondetafelgesprek waaraan verschillende departe-menten, ketenpartners en partijen uit het veld deelnamen. Tijdens debijeenkomst werden de aanbevelingen uit het GRETA-rapport besproken,de Nederlandse mensenhandelaanpak nader toegelicht en presentatiesgegeven over het Actieplan programma Samen tegen mensenhandel ende modernisering van het 273f-artikel. Nederland zal voor 15 december2025 een officiële reactie op het GRETA-rapport geven en deze zowel metGRETA als uw Kamer delen.OVSE-bezoekIn de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (hierna:OVSE) komen de overheden van 57 landen samen om afspraken te makenover veiligheid. Dit gaat onder meer over onderwerpen die onze veiligheiddirect raken, waaronder mensenhandel. In de laatste week van oktober2025 heeft de OVSE een bezoek aan Nederland gebracht. Tijdens ditbezoek is de OVSE-afvaardiging in gesprek gegaan met verschillendeketenpartners en andere betrokken partijen bij de aanpak van mensen-handel, waaronder CoMensha, meerdere departementen en uitvoeringsor-ganisaties zoals de politie, het OM en de Nederlandse Arbeidsinspectie.Ter voorbereiding op dit bezoek heeft Nederland een questionnaireingevuld en gedeeld met de OVSE. De antwoorden uit deze questionnairezijn mede besproken tijdens dit bezoek. Op basis van het bezoek schrijftde OVSE een landenrapport met aanbevelingen. In de eerstvolgendevoortgangsbrief na het verschijnen van dit rapport zal ik uw Kamer op dehoogte stellen van de aanbevelingen van de OVSE en de reactie van hetkabinet hierop.Jaarlijkse wereldwijde dag tegen mensenhandelOp 30 juli is de wereldwijde internationale dag tegen mensenhandel. Op30 juli jl. vroeg het Ministerie van Buitenlandse Zaken aandacht voor dezespeciale dag door een bericht over het bestrijden van mensenhandel opmigratieroutes op het Engelstalige X-account van het ministerie teplaatsen. Nederland draagt onder andere via COMPASS (Cooperation onMigration and Partnerships to Achieve Sustainable Solutions) bij aan hetbestrijden van mensenhandel. COMPASS is een programmatischesamenwerking tussen Nederland en de Internationale Organisatie voorMigratie (IOM) op het gebied van migratiesamenwerking in veertienlanden: Afghanistan, Algerije, Egypte, Ethiopië, Irak, Libanon, Libië, Mali,Marokko, Niger, Nigeria, Soedan, Tsjaad en Tunesië. Het COMPASS-programma richt zich onder andere op het bieden van bescherming enondersteuning aan kwetsbare mensen op de vlucht, het tegengaan vanmensenhandel en het vergroten van het bewustzijn over de risico’s vanirreguliere migratie.In Tsjaad werd ook aandacht besteed aan de jaarlijkse wereldwijde dagtegen mensenhandel. In Tsjaad werd een mijlpaal bereikt: het allereerstenationale actieplan ter bestrijding van mensenhandel werd gepresenteerd.De lancering van dit nationale actieplan, ondersteund door het COMPASS-programma, betekent een stap voorwaarts. Het initiatief brengt diversepartners, waaronder de regering van Tsjaad, samen en onderstreept eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 25911 hernieuwde vastberadenheid om mensenhandel in al haar vormen aan tepakken.EMPACT THB HackathonNederland is driver van het Europese samenwerkingsverband dat toezietde aanpak van mensenhandel binnen het European MultidisciplinaryPlatform Against Criminal Threats (hierna: EMPACT). In het kader hiervanvond van 15 tot en met 19 september de jaarlijks Hackathon plaats. Onderleiding van Nederland namen 73 specialisten uit 26 landen deel aan dezeonline actieweek ter bestrijding van mensenhandel. Tijdens deze weekonderzochten experts onder meer sociale media platforms, marktplaatsen,en dating apps op mogelijke signalen van mensenhandel. In totaal werdenop 44 platforms mogelijke signalen van mensenhandel aangetroffen enresulteerde dit onder meer in de identificatie van 33 mogelijke slacht-offers, 31 mogelijke daders en 302 URL’s gerelateerd aan mensenhandel.Overige moties en toezeggingen behandeling Tweede Kameruitbreiding en modernisering strafbaarstelling mensenhandelartikel 273f Wetboek van StrafrechtTijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel uitbreiding enmodernisering strafbaarstelling mensenhandel op 5 juni is een aantalmoties ingediend. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de standvan zaken in de opvolging van de moties en het eventueel afdoen ervan.Motie Boomsma (NSC) c.s. – erkennen transnationale uitbuiting enhuwelijkse gevangenschap als vorm van mensenhandel17Motie Boomsma (NSC) c.s. roept op tot het erkennen van transnationalehuwelijkse uitbuiting én huwelijkse gevangenschap als vormen vanmensenhandel. Het is goed te benadrukken dat het hier twee apartemisstanden betreft. Zo is uitbuiting in de context van een huwelijk opgrond van artikel 273f Wetboek van Strafrecht (Sr) al strafbaar. Met deimplementatie van de herziene EU-richtlijn mensenhandel wordthuwelijkse uitbuiting expliciet strafbaar gesteld in het mensenhandelar-tikel 273f Sr. Deze implementatiewet is op 1 oktober 2025 met uw Kamergedeeld.18 Als iemand tegen zijn of haar wil in een (religieus) huwelijk zit,dan is er sprake van huwelijkse gevangenschap. Hierbij hoeft er geensprake te zijn van uitbuiting, waardoor dit niet als mensenhandel kanworden aangemerkt. Huwelijkse gevangenschap is sinds 1 juli 2013strafbaar. Sinds 1 juli 2023 zijn civielrechtelijke maatregelen in werkinggetreden om religieus scheiden makkelijker te maken met de WetTegengaan Huwelijkse Gevangenschap. Dit betekent dat – ook zonderinstemming van een partner – een scheiding voor de rechter kan wordenafgedwongen.Het tegengaan van beide fenomenen is van belang en hier wordt dan ookactief aan gewerkt. Zo verleent het Ministerie van Buitenlandse Zakenconsulaire bijstand aan slachtoffers van huwelijksdwang, huwelijksegevangenschap en achterlating in het buitenland. Hiervoor wordt nauwsamengewerkt met het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang enAchterlating (LKHA), een kennis- en expertisecentrum voor huwelijks-dwang en achterlating waar professionals en slachtoffers terecht kunnenvoor advies en hulp. Ook verspreidt het Ministerie van Buitenlandse Zakeninformatie over huwelijksdwang en achterlating door middel van eenonline campagne in de zomervakanties (2024 en 2025). Via een sociale17Kamerstukken II, 2025/2026, 36 547, nr. 30.18Kamerstukken II, 2025/2026, 36 835, nr. 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 25912 media campagne op Schiphol zijn potentiële slachtoffers ingelicht overhulp die het Ministerie van Buitenlandse Zaken in het buitenland kanbieden. Dit is een succesvolle manier gebleken om deze doelgroep tebereiken. Daarnaast is het mogelijk om duidelijke en toegankelijke hulp-en contactinformatie te vinden op de webpagina van NederlandWe-reldwijd voor slachtoffers van huwelijksdwang en achterlating. Hiermeebeschouw ik bovengenoemde motie van de leden Boomsma c.s. alsafgedaan.Motie Boomsma (NSC) c.s. – oorzaken afname meldingen minderjarigenen verbeteren/stimuleren online outreach en chatfuncties om minderjarigeslachtoffers in beeld te krijgen en te helpen19De online en fysieke leefwereld van jongeren zijn steeds meer met elkaarverweven. Helaas weten criminelen dit ook en maken zij gebruik van demogelijkheden om online in contact te komen met kwetsbare jongeren enhen te ronselen of uit te buiten voor criminele activiteiten. De ledenBoomsma (NSC) c.s. roepen terecht op om de mogelijkheden om onlinemet minderjarige slachtoffers in contact te komen voor hulp te verbeteren.Ik erken het belang van het online in contact treden met deze doelgroepom hen te beschermen tegen uitbuiting en ronselen. Daarom investeer ikde komende twee jaar in de verdere ontwikkeling van het onlinehulpportaal Keerpunt. Keerpunt is ontwikkeld door onderdelen van Fier enhet CKM, Spine, Chat met Fier en financiële middelen van het programmaPreventie met Gezag. Keerpunt probeert door middel van online outreachop verschillende sociale media platformen potentiële slachtoffers vancriminele uitbuiting naar het platform te bewegen. Hier kunnen zij terechtbij een anonieme online chat waar zij laagdrempelig in gesprek kunnentreden met hulpverleners van «Chat met Fier». Het doel is om slachtofferste ondersteunen en indien mogelijk te begeleiden naar regionalehulpverlening en/of opsporingsinstanties. Uit het jaarbeeld 2024 vanKeerpunt blijkt dat Keerpunt een veilige omgeving biedt waardoor dezejongeren hun verhaal voor het eerst op tafel leggen.20 Daarnaast kunnenslachtoffers, hun naasten en professionals bij Keerpunt terecht voorinformatie. Ook het Online Outreach Programma van Spine brengtslachtoffers in kaart en benadert deze groep op een proactieve wijze.Spine richt zich hierbij op mogelijke slachtoffers van seksuele uitbuitingop seksadvertentiewebsites en jongens of mannen. De versterkteaandacht voor de kwetsbare positie van minderjarige slachtoffers heeftertoe geleid dat het aantal minderjarige slachtoffers dat in beeld isgekomen, in het jaar 2024 fors is toegenomen. Uit de jaarcijfers van deNationaal Rapporteur Mensenhandel blijkt namelijk dat in 2024 79minderjarige slachtoffers werden gemeld tegenover 52 in 2023, dit is eenstijging van 52%.21 Hiermee beschouw ik bovengenoemde motie alsafgedaan.Motie Boomsma (NSC) – normatieve afbakening tussen mensenhandel enernstige benadeling22Het lid Boomsma (NSC) heeft verzocht bij de verdere uitwerking van hetwetsvoorstel van de modernisering en uitbreiding van artikel 273f Sr tevoorzien in een duidelijke afbakening tussen mensenhandel en ernstigebenadeling. Naar aanleiding van de consultatieadviezen zijn in deparlementaire stukken al vuistregels geformuleerd en concrete19Kamerstukken II, 2024/25, 36 547, nr. 29.20Jaarbeeld Keerpunt 202421Jaarcijfers Mensenhandel 2024: aantal minderjarige slachtoffers van criminele uitbuiting stijgt| Nationaal Rapporteur22Kamerstukken II, 2024/25, 36 547, nr. 28.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 25913 voorbeelden gegeven, met als doel de rechtspraktijk op dit punt meerhouvast te geven. Deze concretisering is tijdens het rondetafelgesprekdoor de betrokken organisaties positief ontvangen. Bij de implementatievan de wet zal ik bijzondere aandacht besteden aan de afbakening tussenmensenhandel en ernstige benadeling, zodat wordt gewaarborgd datzwaardere mensenhandelzaken straks niet op grond van ernstigebenadeling worden vervolgd.Motie van Nispen (SP) en Boomsma (NSC) – regeling ter bescherming vanachtergelaten en uitgehuwelijkte vrouwen en de Kamer daarover teinformeren23De leden van Nispen en Boomsma roepen op tot het opstellen van eenregeling voor vrouwen die slachtoffer worden van uithuwelijking ofachterlating. Ik kan vermelden dat achterlating en huwelijksdwang alstrafbaar zijn op grond van artikel 284 Sr. Hierbij is het van belang tebenadrukken dat per situatie bekeken dient te worden of er sprake is vanextraterritoriale rechtsmacht, wat Nederland de mogelijkheid geeft om opte treden tegen strafbare feiten die in het buitenland zijn gepleegd. Indiendit het geval is en er een zaak gemeld wordt, kan op grond van bestaandewet- en regelgeving strafrechtelijke actie worden ondernomen. Is ersprake van uitbuiting binnen een gedwongen huwelijk, dan is artikel 273fSr van toepassing. Naast de mogelijkheden om op te treden via bestaandewet- en regelgeving wordt ook nauw samengewerkt met het LandelijkKnooppunt Huwelijksdwang en Achterlating (LKHA) om professionals enslachtoffers te helpen en ondersteunen. Ik zal samen met Femmes ForFreedom in gesprek gaan over de eventuele vorm van een dochterre-geling. Hierbij zal ik ook de andere relevante partijen betrekken. Hiermeebeschouw ik bovengenoemde motie van de leden Van Nispen enBoomsma als afgedaan.Motie Ceder (CU) c.s. – wettelijke grondslag creëren voor verplichteleeftijdsverificatie seksadvertentieplatforms met waarborgen van deuitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van deze platforms24Sekswerk is een legaal beroep in Nederland. Seksadvertentieplatformsvoorzien in de behoefte van sekswerkers om hun diensten online aanklanten aan te bieden. Misstanden op deze advertentieplatforms, zoalsseksuele uitbuiting en het aanbieden van minderjarige personen, zijnechter onaanvaardbaar en moeten worden bestreden. In 2023 werd reedsin het Fieldlab Tulpafslag geconcludeerd dat de zelfregulering vanseksadvertentieplatforms ter bestrijding van seksuele uitbuiting vanminderjarigen te wensen overlaat. In navolging op dit Fieldlab is mijnministerie conform de toezegging in de beantwoording op Kamervragenvan de leden Boomsma (NSC) en Bikker (CU) in gesprek met onder meerde politie, het OM en de G4-gemeenten om te bezien hoe we dezemisstanden kunnen tegengaan. Ook advertentieplatforms zullen wordenbetrokken bij dit traject om hen te wijzen op hun verantwoordelijkheid en(samenwerkings)-mogelijkheden te verkennen om misstanden tevoorkomen. De motie vraagt om het verplichtstellen van een leeftijdsveri-ficatie. Een online leeftijdsverificatie vergt een zorgvuldige afwegingtussen de verwerking van persoonsgegevens, het na te streven doel en deeffectiviteit van de maatregel. Een online leeftijdsverificatie kan makkelijkworden omzeild door bijvoorbeeld het gebruik van een VPN. Eendergelijke verificatie is bovendien geen garantie dat de persoon die deleeftijdscheck heeft uitgevoerd, ook daadwerkelijk de sekswerker achter de23Kamerstukken II, 2024/25, 36 547, nr. 46.24Kamerstukken II, 2024/25, 36 547, nr. 34.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 25914 advertentie is. Bovendien zijn de gegevens van sekswerkers bijzonderepersoonsgegevens.Omdat de maatregel in dit kader naar verwachting een beperkte effecti-viteit heeft en er momenteel een verkenning wordt uitgevoerd, wordt nunog niet overgegaan tot invoering van een verplichte leeftijdsverificatie.Momenteel wordt onderzoek uitgevoerd door het WODC naar de aard enomvang van de sekswerkbranche met daarin een deelonderzoek naarsekswerkadvertentieplatforms. Dit deelonderzoek wordt naar verwachtingin de zomer van 2026 opgeleverd. Aan de hand van de resultaten van deverkenning en de uitkomsten van dat onderzoek, zal ik verschillendemogelijkheden voor het tegengaan van misstanden afwegen en na dezomer van 2026 een plan van aanpak op dit punt delen met uw Kamerwaarin deze motie wordt meegenomen.Motie Ceder (CU) en Bikker (CU) – meerjarig pakket aan maatregelen,aanvullend op Actieplan, om de strafrechtelijke aanpak van mensenhandelte vergroten25Het wetsvoorstel dat ziet op de uitbreiding en modernisering van destrafbaarstelling van mensenhandel zorgt er voor dat de strafrechtelijkeaanpak van mensenhandel wordt vergroot. Met het wetsvoorstel wordt ereen betere samenhang tussen de verschillende strafbare gedragingen inhet wetsartikel aangebracht, zijn alle voorwaarden voor strafbaarheid inde wet neergelegd en zijn juridische kwalificaties en strafmaxima beteraangesloten op het specifieke karakter van de gedragingen. Daarnaastzorgt het wetsvoorstel voor een strafrechtelijke verruiming op het trekkenvan voordeel uit mensenhandel en de aanpak van misstanden in dearbeidssfeer door de introductie van het nieuwe delict ernstigebenadeling. De uitbreiding en modernisering zorgen ervoor dat hetwetsvoorstel de strafrechtelijke aanpak van mensenhandel effectievermaakt, waardoor de aanpak van daders en bescherming van slachtoffersverbeterd kan worden. Naast dit wetgevingstraject zijn er ook afsprakengemaakt in het kader van de Veiligheidsagenda. Mensenhandel is hierinopgenomen als één van de thema’s die prioriteit heeft bij de politie. Deagenda bevat een mix van kwalitatieve en kwantitatieve afspraken gerichtop het versterken van de strafrechtelijke aanpak van mensenhandel.Zowel het wetsvoorstel als de Veiligheidsagenda zijn belangrijkeinstrumenten die bijdragen aan het verbeteren van de strafrechtelijkeaanpak van mensenhandel naast het Actieplan. Deze instrumentenvoorzien in een meerjarig pakket van de strafrechtelijke aanpak. Hiermeebeschouw ik bovengenoemde motie van de leden Ceder en Bikker alsafgedaan.Motie Krul (CDA) – positie van personen die werkzaam zijn in de porno-industrie meenemen in de visie op de sekswerkbranche26De motie van het lid Krul roept op om de positie van pornoacteurs mee tenemen in de visie sekswerkbeleid. De beroepen van pornoacteur ensekswerker dienen echter los van elkaar te worden gezien. Een porno-acteur is namelijk werkzaam als acteur, waar bij sekswerk sprake is vaneen sekswerker-klant-verhouding. Om die reden ligt het niet in de rede depositie van personen werkzaam in de pornosector mee te nemen in devisie op het sekswerkbeleid. Op dit moment voert het Verwey-JonkerInstituut – in opdracht van het WODC en op aanvraag van het Ministerievan Justitie en Veiligheid – onderzoek uit naar mogelijke misstanden in deNederlandse pornosector. De onderzoekers zijn reeds gestart met het25Kamerstukken II, 2024/25, 36 547, nr. 37.26Kamerstukken II, 2024/25, 36 547, nr. 38.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 25915 onderzoek en de eerste bijeenkomst van de begeleidingscommissie staatgepland in november. Het onderzoek zal naar verwachting een jaar inbeslag nemen.Motie Ceder en Bikker – jaarlijkse monitoring over de toepassing van hetnon-punishmentbeginsel27Ter uitvoering van deze motie zal ik met de relevante partijen in gesprekgaan over hoe de toepassing jaarlijks kan worden gemonitord. Ikinformeer uw Kamer wanneer dit gesprek heeft plaatsgevonden.Motie Boomsma (NSC) en Ceder (CU) – instellen van een coördinatiecom-missie voor een eenduidige landelijke aanpak van mensenhandel28Ten aanzien van de motie Boomsma (NSC) en Ceder (CU) meld ik uwKamer dat er momenteel al in opdracht van het WODC wordt onderzochthoe de landelijke aansturing en coördinatie van mensenhandel kanworden bewerkstelligd en welke meerwaarde een coördinator mensen-handel daarbij kan hebben. Dit onderzoek geeft uitvoering aan de motieMutluer (GL/PvdA) c.s.29 Naar verwachting worden de resultaten eind2025 opgeleverd.Tot slotSamen met actiehouders, betrokken organisaties en ervaringsdeskun-digen wordt onverminderd ingezet op de aanpak van mensenhandel. Deafgelopen tijd zijn verschillende acties weer verder gebracht. Dit isonmiskenbaar het resultaat van de inzet van alle betrokkenen. Daaromeen woord van dank aan iedereen die zich inzet in de aanpak vanmensenhandel. Alleen samen kunnen we mensenhandel tegengaan.De Minister van Justitie en Veiligheid,F. van Oosten27Kamerstukken II, 2024/25, 36 547, 36.28Kamerstukken II, 2024/25, 36 547, 32.29Kamerstukken II 2023/24, 28 638, nr. 244.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 638, nr. 25916
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.