KamerkringInloggen
Kamerbrief

Jaarlijkse rapportage stand spreiding rijkswerkgelegenheid 2026

25 sep 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cb8bdc59c906dde2 · officiële bron

31490 Vernieuwing van de rijksdienst Nr. 399 Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 25 september 2026 Aanleiding Vanuit mijn coördinerende bevoegdheid in het kabinet voor de spreiding van rijkswerkgelegenheid informeer ik u met deze brief over de stand van de spreiding op 1 januari 2026, de belangrijkste ontwikkelingen in 2025 en de prognoses voor de komende jaren. Daarnaast ga ik in op verschillende casussen waaraan ik momenteel werk en locatieadviezen die de afgelopen periode zijn gegeven. Ik informeer u ook over de voortgang van de acties die zijn opgepakt indachtig het actieplan zoals verzocht in de motie-Flach en Zeedijk[voetnoot 1] alsmede de actie die ik oppak naar aanleiding van de motie-Clemminck en Flach[voetnoot 2], die vraagt om meer passende doelstellingen voor de spreiding van rijkswerkgelegenheid en een voorstel om meer te kunnen sturen op de huisvesting van zelfstandige bestuursorganen (zbo’s). Tot slot neem ik u graag mee in de lancering van het Dashboard spreiding rijkswerkgelegenheid. Voor de definitie van rijkswerkgelegenheid ben ik uitgegaan van de door uw Kamer benoemde sectoren: ministeries, Nationale Politie, Rechtspraak, Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Defensie en zbo’s. In de rapportage volg ik de eerder met uw Kamer afgestemde methode van inventariseren van de werkgelegenheidscijfers.[voetnoot 3] De data die ten grondslag liggen aan de gepresenteerde cijfers zijn in de periode februari‒april 2026 aangeleverd door de hiervoor genoemde sectoren. Uitkomsten inventarisatie spreiding rijkswerkgelegenheid De totale rijkswerkgelegenheid op 1 januari 2026 bedroeg 377.878 fte. Dit is een groei van 2,9 procent (10.747 fte) ten opzichte van 1 januari 2025. De groei van de rijkswerkgelegenheid is minder groot dan in 2024. Toen groeide de rijkswerkgelegenheid met 3,8 procent. In bijlage 1 zijn de gedetailleerde cijfers weergegeven in kaarten en tabellen. De ontwikkeling in rijkswerkgelegenheid wisselde per sector. De ministeries (minus Defensie) vormen de grootste sector (138.428 fte). Zij groeiden in 2025 met 0,6 procent; in 2024 bedroeg de groei nog 3,3 procent. Daarmee nam de groei van de ministeries in 2025 af en is de groei van het totale aantal rijksmedewerkers geremd. Defensie is met 74.194 fte de tweede sector in omvang. In 2025 groeide Defensie met 6,5 procent (4.529 fte), waarmee 40 procent van de groei van de rijkswerkgelegenheid in 2025 is toe te schrijven aan Defensie. Defensie had daarmee een groter aandeel in de totale rijkswerkgelegenheid dan in voorgaande jaren. De Nationale Politie (69.171 fte; een groei in 2025 met 1,6 procent) en zbo’s (56.796 fte; een groei met 3,1 procent) vormen ook een aanzienlijk deel van de rijkswerkgelegenheid. Twee kleinere sectoren zijn de Rechtspraak (21.269 fte; een forse groei met ruim 10 procent) en DJI (18.019 fte; een groei met 3,5 procent).[voetnoot 4] In dit deel van de brief geef ik eerst een toelichting bij de toe- en afname in verschillende provincies. Daarna ga ik in op de betekenis hiervan voor de landelijke spreiding en het kabinetsbeleid om toe te werken naar een betere spreiding van rijkswerkgelegenheid over Nederland. In tien provincies groeide de rijkswerkgelegenheid; in twee provincies nam de rijkswerkgelegenheid in 2025 juist af. Twee derde van de groei vond plaats in de drie Randstadprovincies (7.067 fte), met een accent op Zuid-Holland. Dat is een lager aandeel dan een jaar eerder, toen nog 80 procent van de groei in die provincies plaatshad. Ook in absolute zin was er minder groei in de Randstad. De provincie met de grootste procentuele groei was Drenthe (6,5 procent). Ook Noord-Brabant (4,5 procent), Zuid-Holland (3,9 procent), Utrecht (3,3 procent) en Gelderland (3,2 procent) lieten groei zien boven het landelijk gemiddelde. De groei in Drenthe wordt grotendeels verklaard door groei bij DJI (290 fte)[voetnoot 5], Defensie (146 fte) en de ministeries (120 fte). In Noord-Brabant wordt de groei grotendeels verklaard door Defensie (643 fte), de Nationale Politie (256 fte), de Rechtspraak (232 fte) en DJI (220 fte). In Zuid-Holland wordt de groei grotendeels verklaard door een toename bij ministeries (1.631 fte), met name bij diensten die onder het ministerie van Justitie en Veiligheid/Asiel en Migratie vallen. Zo is de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) in Zuid-Holland gegroeid met 273 fte, het Nationaal Cyber Security Centrum met 218 fte en de Raad voor de Kinderbescherming met 162 fte. Daarnaast groeiden Defensie (994 fte), zbo’s (714 fte) en de Rechtspraak (640 fte). In de provincie Utrecht wordt het grootste deel van de groei veroorzaakt door een toename bij Defensie (1.458 fte). Ook bij DJI (400 fte) en zbo’s (422) was sprake van een toename. Tegelijkertijd was er een afname bij de Nationale Politie (260 fte) en de ministeries (177 fte). In Gelderland was de toename vooral het gevolg van groei bij Defensie (623 fte), zbo’s (365 fte) en de Nationale Politie (296 fte). In de provincies Fryslân (2,0 procent), Zeeland (1,9 procent), Noord-Holland (1,4 procent), Limburg (1,2 procent) en Overijssel (0,4 procent) lag de groei onder het landelijk gemiddelde. In Fryslân komt de groei voort uit een toename bij de Rechtspraak (70 fte), Defensie (64 fte) en de ministeries (46 fte). In Zeeland vond groei plaats bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) (33 fte), de Rechtspraak (34 fte) en de ministeries (33 fte). Daartegenover staat dat het aantal Defensiemedewerkers met 51 fte afnam. De voorgaande jaren lag een schip van Defensie voor meerjarig onderhoud in Vlissingen. Dat leverde destijds tijdelijk rijkswerkgelegenheid op. In Noord-Holland was er met name een toename bij Defensie (629 fte), de Nationale Politie (568 fte) en de Rechtspraak (316 fte). Tegelijkertijd namen andere sectoren in omvang af, zoals DJI (277 fte) en de ministeries van Financiën (109 fte), Justitie en Veiligheid (60 fte) en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (40 fte). In Limburg wordt de toename in fte’s verklaard door groei bij de Rechtspraak (104 fte), Defensie (53 fte), de Nationale Politie (46 fte) en zbo’s (41 fte). Bij de ministeries vond een afname plaats van 102 fte, die grotendeels wordt verklaard door een daling bij de Belastingdienst. Overijssel kende een kleine toename in fte’s door groei bij de Rechtspraak (72 fte), de Nationale Politie (42 fte) en DJI (39 fte), en afname bij Defensie (41 fte), veroorzaakt door fluctuaties op verschillende locaties en tijdelijke contracten van externe inhuur, en zbo’s (30 fte). In de provincies Groningen (0,3 procent) en Flevoland (2,5 procent) was sprake van dalende rijkswerkgelegenheid ten opzichte van een jaar eerder. De afname in de provincie Groningen wordt verklaard door een daling van fte’s bij de IND (83 fte), Dienst Toeslagen (65 fte), de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (65 fte), de Belastingdienst (61 fte) en DJI (33 fte). Tegelijkertijd was er een toename bij zbo’s (115 fte), de Rechtspraak (73 fte) en de Nationale Politie (32 fte). De afname in Flevoland wordt veroorzaakt door een daling van fte’s bij DJI (107 fte) en de Nationale Politie (68 fte). Daartegenover staat een toename bij zbo’s (51 fte). De afname bij DJI is te verklaren door de aangepaste methode van het verdelen van medewerkers van DV&O uit de flexibele schil. Dit is dus slechts een optische aanpassing. De hierboven beschreven toe- en afname van rijkswerkgelegenheid in provincies is niet in lijn met het eerder vastgestelde rijksbeleid. Vier van de vijf in de motie-Bisschop en Inge van Dijk genoemde provincies[voetnoot 6] blijven achter op de landelijk gemiddelde groei. Alleen Drenthe had een groei van ruim boven het landelijk gemiddelde. Zoals vermeld, was de groei bij Defensie in 2025 fors ten opzichte van andere sectoren. Deze groei vond vooral plaats in de Randstad, Noord-Brabant en Gelderland. Dit komt mede doordat de groei op dit moment veelal beleidsmatig en faciliterend is, om voor te bereiden op de toename van operationele functies. Dat de groei van werkgelegenheid bij ministeries is geremd tot 0,6 procent is het gevolg van de kabinetsbrede taakstelling. De rem op de groei heeft tegelijkertijd tot gevolg dat in provincies waar een groter aandeel rijkswerkgelegenheid afkomstig is van ministeries, de groei wordt gestuit. Prognose 2026‒2030 Naast de stand van zaken wordt jaarlijks geprognosticeerd hoe de rijkswerkgelegenheid zich de komende jaren per provincie ontwikkelt. Ook dit jaar wordt een prognose in de brief opgenomen, maar deze heeft slechts een beperkte waarde. Het betreft een momentopname waarin alleen besluitvorming tot 1 januari 2026 is meegenomen. In de door de ministeries en overige sectoren aangeleverde cijfers zijn noch de aanvullende taakstellingen op de ambtelijke organisatie noch de uitwerking van Slagvaardige overheid verwerkt. Het effect hiervan zal pas in volgende jaarrapportages te zien zijn. Dan zal het niet alleen gaan om hoe de budgettaire taakstelling van het kabinet doorwerkt op het aantal ambtenaren, maar ook over hoe een snellere, efficiëntere overheid, met meer uitvoeringskracht, doorwerkt op de rijksbrede spreidingsaanpak en een zichtbare, aanwezige rijksoverheid in regio’s buiten de Randstad. Met inachtneming van bovenstaande kanttekening, laat de prognose tot 2030 een groei van rijkswerkgelegenheid zien van 1,5 procent. Dat is meer dan de prognose van vorig jaar. Drenthe (6,5 procent) en Zeeland (6,4 procent) zitten hier ruim boven en laten een relatief grote verwachte groei zien. Dit geldt ook voor Noord-Brabant (4,6 procent), Gelderland (3,4 procent) en Noord-Holland (2,6 procent). De prognoses voor Groningen (1,9 procent), Fryslân (1,8 procent), Limburg (1,6 procent) en Utrecht (0,6 procent) laten een matige tot lage groei zien. Voor Zuid-Holland (0,7 procent) en Flevoland (1 procent) wordt een daling verwacht. Casussen verspreid over het land De cijfers over 2025 laten zien hoe belangrijk het is om te sturen op de spreiding van rijkswerkgelegenheid. Samen met mijn collega-bewindspersonen zet ik mij daarvoor in. Het betreft immers een kabinetsbrede aanpak waar alle ministers voor aan zet zijn. Daarbij werk ik nauw samen met regionale partners. Zo voer ik gesprekken met commissarissen van de Koning en andere regionale bestuurders om de kansen voor vestiging van een rijksdienst in een regio in beeld te brengen. Waar het mij vooral om gaat is dat regio en rijksdienst elkaar versterken. De informatie uit de gesprekken gebruik ik om mijn adviesbevoegdheid bij de spreiding van rijksdiensten in te vullen. Als een nieuwe rijksdienst wordt opgericht of als een bestaande rijksdienst groeit of andere huisvesting nodig heeft, ga ik – zodra er sprake is van 100 fte of meer – in gesprek met mijn collega over een locatie die recht doet aan zowel de regio als de betreffende rijksdienst. Samen zoeken we naar een locatie waar regio en rijksdienst de meeste baat bij hebben. Hieronder licht ik enkele casussen toe waarbij deze aanpak zichtbaar wordt.[voetnoot 7] De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft advies gevraagd over de vestigingslocatie van de toezichthoudende instelling voor het toelatingsstelsel (de Nederlandse Autoriteit voor de Uitleenmarkt, NAU), een nieuw onderdeel van SZW. In het locatieadvies is de motie van het lid Saris c.s. meegewogen over het nadrukkelijk kiezen bij de inrichting van de NAU voor vestiging buiten de Randstad (Kamerstuk 36446, nr. 86). Na overleg en bestudering van het advies heeft de minister van SZW gekozen voor vestiging in Flevoland. De NAU is begin dit jaar in Lelystad gestart. Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) heeft te maken met sterk toegenomen klantvragen van Defensie voor modernisering van het Defensievastgoed. In de komende jaren groeit het aantal medewerkers van het RVB hierdoor fors. Het RVB had aanvankelijk de wens om te groeien in de bestaande vestigingen in Den Haag en Utrecht. Na overleg en advisering is gekozen voor een andere spreiding over het land: een beperkte groei in Den Haag en voor het overige in Apeldoorn, Arnhem en Eindhoven. Ruim 80% van de groei zal buiten de Randstad worden gehuisvest. Zoals toegelicht in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie zal Defensie op verschillende locaties in het land fors uitbreiden. Voor de locaties waar een personele groei van 100 fte of meer is voorzien, heeft de staatssecretaris van Defensie advies aangevraagd. Op tal van plekken in het land vinden investeringen in de rijkshuisvesting plaats: in Arnhem wordt op het Stationsplein gewerkt aan de renovatie van een rijkskantoor, in Zwolle wordt de loketfunctie van de IND uitgebreid en in Almelo wordt de groei van de Justitiële Informatiedienst gefaciliteerd. Ook op andere plekken buiten de Randstad wordt gewerkt aan het renoveren en ontwikkelen van rijkskantoren, zoals in Groningen en Leeuwarden. In Maastricht wordt een rijkspand aan de Avenue Céramique gerenoveerd dat in 2028 wordt opgeleverd. In het pand zullen Rijkswaterstaat, de Belastingdienst en de Raad voor de Kinderbescherming duurzaam en toekomstbestendig worden gehuisvest. Eind dit jaar vindt de opening plaats van het nieuw opgetrokken rijkskantoor Mandemaat in Assen, met huisvesting voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en Dienst ICT Uitvoering. De nieuwbouw wordt een van de duurzaamste kantoren van Nederland. Het project is onderdeel van de afspraken die het ministerie van BZK in 2023 maakte met de provincie en Drentse gemeenten om te investeren in de rijksaanwezigheid en rijkswerkgelegenheid in Noord-Drenthe. Vanuit het programma Wind in de Zeilen worden in Zeeland verschillende investeringen gedaan. Zo wordt momenteel gewerkt aan het ontwerp van het Justitieel Complex Vlissingen, waarvan de ingebruikname gepland staat voor 2030. Bij de voorgenomen uitbreiding van de formatie van de Belastingdienst ten behoeve van werkzaamheden voor Box 3 wordt gesproken over de mogelijkheid om deze groei vooral buiten de Randstad te laten landen, onder meer in Leeuwarden, Doetinchem en Breda. De Belastingdienst, het CIBG (onderdeel van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en het Instituut voor Milieu, Mens en Mijnbouw Limburg worden gehuisvest in het Maankwartier in Heerlen, inclusief RO-plein en invulling met een maatschappelijke plint. De rijksoverheid en gemeente trekken hier samen op en geven zo een impuls aan het Maankwartier. Het Maankwartier is een multifunctioneel en architectonisch bijzonder stadsdeel dat fungeert als het nieuwe, centrale stationsgebied van Heerlen. Door de verwerving van deze locaties maakt het RVB een grote kwalitatieve slag in de rijksvastgoedportefeuille naar duurzame, toekomstbestendige huisvesting. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft advies gevraagd over de vestigingslocatie van de toezichthoudende instelling voor het toelatingsstelsel (de Nederlandse Autoriteit voor de Uitleenmarkt, NAU), een nieuw onderdeel van SZW. In het locatieadvies is de motie van het lid Saris c.s. meegewogen over het nadrukkelijk kiezen bij de inrichting van de NAU voor vestiging buiten de Randstad (Kamerstuk 36446, nr. 86). Na overleg en bestudering van het advies heeft de minister van SZW gekozen voor vestiging in Flevoland. De NAU is begin dit jaar in Lelystad gestart. Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) heeft te maken met sterk toegenomen klantvragen van Defensie voor modernisering van het Defensievastgoed. In de komende jaren groeit het aantal medewerkers van het RVB hierdoor fors. Het RVB had aanvankelijk de wens om te groeien in de bestaande vestigingen in Den Haag en Utrecht. Na overleg en advisering is gekozen voor een andere spreiding over het land: een beperkte groei in Den Haag en voor het overige in Apeldoorn, Arnhem en Eindhoven. Ruim 80% van de groei zal buiten de Randstad worden gehuisvest. Zoals toegelicht in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie zal Defensie op verschillende locaties in het land fors uitbreiden. Voor de locaties waar een personele groei van 100 fte of meer is voorzien, heeft de staatssecretaris van Defensie advies aangevraagd. Op tal van plekken in het land vinden investeringen in de rijkshuisvesting plaats: in Arnhem wordt op het Stationsplein gewerkt aan de renovatie van een rijkskantoor, in Zwolle wordt de loketfunctie van de IND uitgebreid en in Almelo wordt de groei van de Justitiële Informatiedienst gefaciliteerd. Ook op andere plekken buiten de Randstad wordt gewerkt aan het renoveren en ontwikkelen van rijkskantoren, zoals in Groningen en Leeuwarden. In Maastricht wordt een rijkspand aan de Avenue Céramique gerenoveerd dat in 2028 wordt opgeleverd. In het pand zullen Rijkswaterstaat, de Belastingdienst en de Raad voor de Kinderbescherming duurzaam en toekomstbestendig worden gehuisvest. Eind dit jaar vindt de opening plaats van het nieuw opgetrokken rijkskantoor Mandemaat in Assen, met huisvesting voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en Dienst ICT Uitvoering. De nieuwbouw wordt een van de duurzaamste kantoren van Nederland. Het project is onderdeel van de afspraken die het ministerie van BZK in 2023 maakte met de provincie en Drentse gemeenten om te investeren in de rijksaanwezigheid en rijkswerkgelegenheid in Noord-Drenthe. Vanuit het programma Wind in de Zeilen worden in Zeeland verschillende investeringen gedaan. Zo wordt momenteel gewerkt aan het ontwerp van het Justitieel Complex Vlissingen, waarvan de ingebruikname gepland staat voor 2030. Bij de voorgenomen uitbreiding van de formatie van de Belastingdienst ten behoeve van werkzaamheden voor Box 3 wordt gesproken over de mogelijkheid om deze groei vooral buiten de Randstad te laten landen, onder meer in Leeuwarden, Doetinchem en Breda. De Belastingdienst, het CIBG (onderdeel van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en het Instituut voor Milieu, Mens en Mijnbouw Limburg worden gehuisvest in het Maankwartier in Heerlen, inclusief RO-plein en invulling met een maatschappelijke plint. De rijksoverheid en gemeente trekken hier samen op en geven zo een impuls aan het Maankwartier. Het Maankwartier is een multifunctioneel en architectonisch bijzonder stadsdeel dat fungeert als het nieuwe, centrale stationsgebied van Heerlen. Door de verwerving van deze locaties maakt het RVB een grote kwalitatieve slag in de rijksvastgoedportefeuille naar duurzame, toekomstbestendige huisvesting. Het landelijke netwerk van rijksontmoetingspleinen (ROP’s) draagt eraan bij dat rijksmedewerkers makkelijker buiten de Randstad kunnen wonen en zodoende meer regiogeluid hoorbaar is binnen de rijksoverheid. Daarnaast bieden ROP’s de mogelijkheid om samen te werken met andere overheden en regionale partners. Op 1 december 2025 is een ROP in Middelburg geopend en op 18 mei 2026 in Leeuwarden. Met deze locaties voldoe ik ook aan de wens van de Kamer om nieuwe ROP’s buiten de Randstad te realiseren, indachtig de motie-Chakor (Kamerstuk 31 490, nr. 353). Er zijn nu elf ROP’s in acht provincies. Later dit jaar wordt een ROP in Roermond geopend. De ROP’s worden gerealiseerd in lopende masterplanprojecten, zoals vastgelegd in de Masterplannen rijkskantoorhuisvesting 2024‒2028. In de komende jaren kan het netwerk van ROP’s verder worden uitgebreid in overleg met ministeries, ter borging van het gebruik en de financiering ervan. In Noord-Nederland opereert Samenwerking Rijk Noord (SRN), een regionaal samenwerkingsverband van rijksorganisaties. SRN is een goed voorbeeld van hoe regionale samenwerking binnen het Rijk vorm krijgt en structurele relaties met medeoverheden, onderwijsinstellingen en regionale partners worden gelegd. Daarmee draagt het netwerk bij aan bestuurlijke verbinding en positionering van het Rijk in de regio. Zo versterken we de spreiding van rijkswerkgelegenheid in Nederland, kunnen rijksdiensten onderling beter samenwerken en talent in de regio aantrekken en behouden. In de komende periode wordt onderzocht in hoeverre dit model ook voor andere regio’s bruikbaar is voor duurzame, regionale samenwerking tussen rijksdiensten en hun omgeving. Meer rijksaanwezigheid buiten de Randstad draagt bij aan een beter regioperspectief in het beleid van de overheid. Daarvoor lopen ook andere initiatieven, bijvoorbeeld uitwisselingen tussen rijkstrainees en regiotrainees. Inzicht in elkaars werk en uitdagingen en het delen van kennis dragen bij aan het oplossen van opgaven. Samenwerking is immers onmisbaar om ambities om te zetten in resultaten. Het landelijke netwerk van rijksontmoetingspleinen (ROP’s) draagt eraan bij dat rijksmedewerkers makkelijker buiten de Randstad kunnen wonen en zodoende meer regiogeluid hoorbaar is binnen de rijksoverheid. Daarnaast bieden ROP’s de mogelijkheid om samen te werken met andere overheden en regionale partners. Op 1 december 2025 is een ROP in Middelburg geopend en op 18 mei 2026 in Leeuwarden. Met deze locaties voldoe ik ook aan de wens van de Kamer om nieuwe ROP’s buiten de Randstad te realiseren, indachtig de motie-Chakor (Kamerstuk 31 490, nr. 353). Er zijn nu elf ROP’s in acht provincies. Later dit jaar wordt een ROP in Roermond geopend. De ROP’s worden gerealiseerd in lopende masterplanprojecten, zoals vastgelegd in de Masterplannen rijkskantoorhuisvesting 2024‒2028. In de komende jaren kan het netwerk van ROP’s verder worden uitgebreid in overleg met ministeries, ter borging van het gebruik en de financiering ervan. In Noord-Nederland opereert Samenwerking Rijk Noord (SRN), een regionaal samenwerkingsverband van rijksorganisaties. SRN is een goed voorbeeld van hoe regionale samenwerking binnen het Rijk vorm krijgt en structurele relaties met medeoverheden, onderwijsinstellingen en regionale partners worden gelegd. Daarmee draagt het netwerk bij aan bestuurlijke verbinding en positionering van het Rijk in de regio. Zo versterken we de spreiding van rijkswerkgelegenheid in Nederland, kunnen rijksdiensten onderling beter samenwerken en talent in de regio aantrekken en behouden. In de komende periode wordt onderzocht in hoeverre dit model ook voor andere regio’s bruikbaar is voor duurzame, regionale samenwerking tussen rijksdiensten en hun omgeving. Meer rijksaanwezigheid buiten de Randstad draagt bij aan een beter regioperspectief in het beleid van de overheid. Daarvoor lopen ook andere initiatieven, bijvoorbeeld uitwisselingen tussen rijkstrainees en regiotrainees. Inzicht in elkaars werk en uitdagingen en het delen van kennis dragen bij aan het oplossen van opgaven. Samenwerking is immers onmisbaar om ambities om te zetten in resultaten. Zoals in bovenstaand overzicht weergegeven, leiden de gezamenlijke acties en advisering door BZK ertoe dat bewindspersonen andere keuzes maken ten aanzien van de vestiging van nieuwe organisaties en bij substantiële uitbreidingen. Mijn coördinerende en adviserende bevoegdheden hebben dan ook effect. Het blijft echter een kabinetsbrede aanpak van de lange adem. Daarbij is het van belang dat organisatieontwikkelingen van ministeries zo vroeg mogelijk bekend worden bij mijn ministerie. Ook is actie van regio’s nodig om aan te geven waar specifieke rijksdiensten en rijkswerkgelegenheid kunnen bijdragen aan de brede welvaart en de verbinding tussen Rijk, regio en inwoners. Dit alles tezamen draagt bij aan het komen tot een kwalitatief goede match tussen regio en rijksdienst. Dashboard spreiding rijkswerkgelegenheid Om de ontwikkeling van de rijkswerkgelegenheid goed te kunnen monitoren en deze informatie aan uw Kamer en geïnteresseerden beschikbaar te stellen, is vanaf heden het Dashboard spreiding rijkswerkgelegenheid online te vinden.[voetnoot 8] In het commissiedebat Regio’s en grensoverschrijdende samenwerking van 5 februari 2025 is gesproken over de database die hieraan ten grondslag ligt en hoe het dashboard kan bijdragen aan het komen tot een goede match tussen regio’s en rijksdiensten. Het dashboard bevat de visuele informatie die in rapportages en de jaarlijkse Kamerbrief wordt verstrekt en geeft op een interactieve manier de ontwikkeling van rijkswerkgelegenheid weer. Dit instrument helpt om veranderingen, bijvoorbeeld op provincieniveau of per sector, inzichtelijk te maken en ontwikkelingen over meerdere jaren te bekijken. Het dashboard stelt eenieder in de gelegenheid om de effecten van het beleid over de jaren heen te zien. Motie-Flach en Zeedijk De motie-Flach en Zeedijk uit juni 2024 verzoekt de regering een actieplan met concrete doelstellingen op te stellen om te komen tot een meer evenredige verdeling van rijkswerkgelegenheid over de provincies. Bij de Kamerbrieven van 25 oktober 2024[voetnoot 9] en 19 september 2025[voetnoot 10] was een overzicht gevoegd met een uitwerking van de maatregelen uit het actieplan. Ook nu, in bijlage 2 bij deze brief, wordt de stand van zaken van deze maatregelen met u gedeeld. Dit keer heb ik, omdat de acties inmiddels zijn ingebed in het beleid, per punt omschreven hoe de actie is geborgd. De acties leiden tot aanpassingen in de spreidingsaanpak, waardoor resultaten makkelijker kunnen worden behaald. Motie-Clemminck en Flach De motie-Clemminck en Flach verzoekt de regering een voorstel uit te werken voor meer passende doelstellingen voor de spreiding van rijkswerkgelegenheid alsmede een voorstel waarmee er meer op de locatiekeuze van zbo’s kan worden gestuurd. Zoals toegezegd in het tweeminutendebat Regio’s en grensoverschrijdende samenwerking van 13 mei 2026, zal ik vóór het einde van het jaar met een inhoudelijke reactie komen. Mijn voornemen is dan te rapporteren over hoe het beleid meer kan bijdragen aan de kwalitatieve match tussen regio’s en rijksdiensten, bijvoorbeeld door meerwaarde te creëren middels samenwerking met regionale onderwijsinstellingen. Voor wat betreft de locatiekeuze van zbo’s onderzoek ik momenteel welke opties er zijn om tot meer sturing te komen. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma Kamerstuk 29 697, nr. 149 Kamerstuk 29 697, nr. 184 3 Kamerstuk 31 490, nr. 272 Bij de cijfers voor de landelijke spreiding van DJI geldt een kanttekening. Bij de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O), die onder DJI valt, is een andere methode van verdeling gehanteerd voor medewerkers die onder de flexibele schil vallen. De precieze locaties van deze inzet kunnen op voorhand niet nauwkeurig worden aangegeven en vergen gedetailleerde berekeningen achteraf. Daarom worden de flexibele medewerkers met ingang van 2026 verdeeld naar rato van het aantal DV&O-medewerkers per inrichting/steunpunt. Deze nieuwe verdeelsleutel biedt meer stabiliteit in de toekomst, maar leidt in de rapportage dit jaar tot verschuivingen tussen provincies. De groei is onder meer te verklaren door de Justitiële Jeugdinrichting De Haven. Dit is een nieuw onderdeel van de PI Veenhuizen. Bij deze jeugdinrichting zullen op termijn meer dan 150 fte werkzaam zijn. Daarnaast wordt de groei in Drenthe verklaard door de nieuwe verdeelsleutel die voor DV&O wordt gehanteerd. Kamerstuk 36 200 VII, nr. 34 Eerder in deze brief zijn meerdere rijksorganisaties genoemd die in zijn totaliteit met 100 fte of meer groeien. De groei heeft soms plaats bij onderscheiden onderdelen. Daardoor komt er niet voor elk van de organisaties een adviesaanvraag. Daarnaast kan er sprake zijn van een zwaarwegend belang vanuit het primaire proces waardoor de taakuitvoering gebonden is aan een specifieke locatie. In dat geval zie ik af van advisering over de vestigingslocatie. <https://spreiding-rijkswerkgelegenheid.dgdoobi.rijkscloud.nl> Kamerstuk 31 490, nr. 347 Kamerstuk 31 490, nr. 390

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6319fb95e65fbc76

14 okt 2026 · 3fe08cd527b752a8

12 okt 2026 · e8738a982b0210de

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.